De brieven van Margaretha Turnor

Persoon: Fagel (Gaspar)

Goed nieuws, Franse plannen en een klein paardje

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 april 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 april 1673
Lees hier de originele brief

De hoop op troepen uit Duitsland is na het verraad van Brandenburg nihil. Het enige wat naar de Republiek is gekomen, zijn wat losse manschappen, waaronder een stel knechten en ruiters die Godard Adriaan speciaal voor zijn zoon geronseld had. Toch nog een beetje goed nieuws dus. Als een echt goede vader wist Godard Adriaan precies wat zijn zoon hebben wilde.

Brieffragment over ruiters en paarden

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme sonder dato doch volgens die vande
heer van ginckel vande 31 pasato hebbe wij ontfangen
ock sijnde knechts en ruijters met de paerde wel over
gekoome gelijck uhEd wt het schrijfve van onse soon
sult sien, hij is bekomert uhEd sijn selfs sult ontrijft1ontriefd
hebbe met het paert dat van onse neef van reede2neef Carel van Reede van Drakestein
sali3zakiger is gekoome om dat hij oordeelt het selfve seer
gemacklijck gaet en Een seer goet paert te sijn,

Paard met een teugel om in een landschap. Op de achtergrond mannen te paard.
Paard met teugel om, Stefano della Bella, 1620 – 1664. Collectie Rijksmuseum.

Hier blijft het goede nieuws niet bij: het gaat ook een stuk beter met Godard Adriaan na zijn ziekte. Margaretha is opgelucht en dankt twee figuren hiervoor: de Here God én Jenneke, Godard Adriaans dienstmeid. Het hemelse en aardse hebben duidelijk samengewerkt in Margaretha’s ogen. Ondanks deze zegens mag Godard Adriaan nog niet naar huis. Hopelijk komt dit goede nieuws snel.

Brieffragment over beterschap Godard Adriaan

ick ben van harte verblijt uhEd door de hulpe vande
meedesijne voornaemlijck de seegen des heere begint
te beeteren en de pijn vermindert ick kan niet segge
hoeseer mij uhEd indisposisie4Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn heeft bekomert, heb
jeneken te liefver en salt ock aen haer Eerkene dat
sij uhEd so wel heeft op gepast en gedient, den graef
van waldeck5Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg wort hier noch alle Eure verwacht
mij sal verlange op sijn komste of uhEd ordere
sult krijge om thuijs te koome of weer naer ber=
=lijn te gaen, [den heere penits is noch hier, uhEd]

Het verraad van Brandenburg

Dat de keurvorst en zijn troepen de Republiek niet te hulp schieten blijft zwaar op Margaretha’s borst drukken. Toch laat de vrede tussen de keurvorst en de Franse zonnekoning nog even op zich wachten. De twee heersers zijn het oneens waar deze getekend zou moeten worden: Keulen of Aken. Het maakt natuurlijk niets uit, het is alleen een manier om de vrede uit te stellen. Wellicht kunnen de Fransozen dan een betere positie voor henzelf uithouwen. Hoe hard de Zweedse ambassadeurs ook roepen dat er vrede komt, Margaretha hoort dat Arnhem, Harderwijk en andere plaatsen versterkt zijn. Het lijkt er zo niet echt op dat de Fransen de Republiek willen verlaten.

Brieffragment over de keurvorst

[=lijn te gaen, den heere penits is noch hier,] uhEd
sou niet geloofve hoe men hier spreeckt dat den
heere keurvorst6Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ons bedroochge heeft uhEd kant
best weete heere boecke sijn duijster te leesen7Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid,
ick heb uhEd in mijne voorgaende geschreefve
hoe dat de stat van keulen vast gestelt en aenge
=noome was tot de bij Eenkomste vande vreede han delin

Brieffragment over de vredesonderhandelingen

nu brenge de franse briefve weermeede dat de konin8Lodewijk XIV
die plaets daertoe niet en begeert maer het te
Acken wil hebbe, daer ick geloof men hier weij=
nich differensi in sal maecke of vinde
maer men vreest dit alleen is om wtstel te vinden
onse Ambassadeurs preepereeren haer vast tot
die reijs, de sweetse Ambasadeurs segge haer sterck
te wille maecke dat wij de vreede sulle hebbe dat
ick en meer niet wel konne begrijpe om datse
Aernhem harderwijck en meer plaetse fortifiseere
doesburch hebbense teenemael geraeseert9Raseren: met de grond gelijk maken, [te]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum. Het traktaat met Brandenburg begon zo hoopvol…

Fort Utrecht

Ook in Utrecht is er veel gaande. De Fransen lijken het plan opgevat te hebben om vier citadellen te gaan bouwen op de Vredenburg. Wat voor fort zal Utrecht wel niet worden dan? Althans…

De gevel van Tivoli Vredenburg in Utrecht steek in een scherpe hoek af tegen de strakblauwe lucht. Rechts de gevel met de ronde raampjes, links een overhangend dak met een rode onderkant. Uit de glazen gevel, direct onder het dak, steekt een blauwgroene ronde vorm. Helemaal onderaan het beton van de oude concertzaal Vredenburg en daarvoor het beeld de verzekeringsengel van 'De Utrecht' (de 'Schele Maagd').
De nieuwste citadel op de plaats van de Vredenburg. Foto: D.C. Goosen, 2018. Collectie Het Utrechts Archief

Margaretha gelooft niet dat dit plan is wat het lijkt. Volgens haar is het gewoon een tactiek van de Fransen om meer geld los te krijgen uit de bevolking. Voor de citadellen zouden nog meer huizen afgebroken moeten worden maar als je betaalt, laten ze jouw huisje staan. De Fransen lijken vastbesloten om zo veel mogelijk geld uit de Republiek te halen.

Brieffragment over de citadel in Utrecht

[doesburch hebbense teenemael geraeseert ,] te
wttrecht spreeckense van vier sitedelle te maecke
opt vreeburch hebense al materijaelle daertoe
laeten brenge daer soude tot die Eene wel
11 a 1200 huijse moeten afgebroocken worde,
doch veel meene dat dit maer tantefaere10Tantefèèr: druktemaker sijn
om de liede alweer gelt af te perse tot behou
denis van haer huijsen, sij hebbe wondere in
vensie om de liede voort te ruijneere, [de procku]

Dat merkt de arme procureur-generaal Abraham van Wesel ook. Eerder schreef Margaretha dat hij een flinke borgsom had betaald om Utrecht te kunnen verlaten voor een gesprek met de raadspensionaris. Helaas kwam hij van een koude kermis thuis: na vier lange dagen wachten heeft Van Wesel uiteindelijk niemand weten te spreken. Teleurgesteld moest hij weer afdruipen naar Utrecht.

Waar blijft dat geld toch?

Margaretha kan het wel begrijpen: zelf probeert ze nu ook al maanden Godard Adriaans salaris uitbetaald te krijgen, zonder succes. Nu ook nog eens haar kasteel is afbrand, is er nog een reden om de raadpensionaris te willen spreken. Hoe langer ze daarmee wacht, hoe groter de kans dat ze niet vergoed gaat worden voor de schade. Was Godard Adriaan maar in de Republiek om zijn politieke gewicht en connecties in de schaal te werpen. Of hij meer succes zou hebben blijft een raadsel: Margaretha schrijft hem nog dat hij de mensen niet meer zou herkennen.

Brieffragment over Abraham van Wesel

[vensie om de liede voort te ruijneere,] de procku
reur generael weesel11Abraham van Wesel is weer naer wttrecht ver
trocke sonder dat hij den r p fagel12Raadpensionaris Gaspard Fagel heeft konne
spreecken heeft hem 4 dage lanck op alle Euren
van den dach gaen op wachte ijae selfs niet Een
oochgeblick versuijmt vande tijt die hij hem gestelt
heeft, hij weesel dorst niet langer blijfve om de
pas die hij vande franse had en in Een dach a2
wt is hij heeft daer voor de som van 5000f
tot borch moete stelle dat hij in die tijt weer
daer soude sijn, ick had wel gewenst hij den

heere rp13Raadpensionaris weegens onse affaerees had konne
spreecke dan theeft met wille lucke, heb hem
deese meemoorije die hier neffens gaet laeten
opstelle op dat uhEd kont sien of gerade sal
vinde die in tijde en wijlle aen de generaeliteijt
so te preesenteere, kinschot14Gaspard van Kinschot kan men ock niet Eens
te spreecke koomen uhEd sou niet geloofve hoe de
mensche verandert sijn en hoe difisiel sij te
spreecken worde, de belofte en woorde van dien
heer aen uhEd geschreefve sijn goet alser het
Efeckt op volcht maer ick vreese in uhEd apsensi
ick niet veel op doen sal, ben ock seer beducht
of ick deese memoorije al sal derfve overgeefe
so lange het den r p niet goet en vindt, sal
uhEd goetvinde verwachte, [ick heb uhEd met]

Margaretha is alle bureacratische moeilijkheden zo zat dat ze maar een aanvraag heeft gedaan voor tienduizend guldens in plaats van zesduizend. Op dit punt maakt het niet uit meer welk bedrag je vraagt, het is allemaal even onmogelijk om gedaan te krijgen

Toch is er op bureaucratisch vlak ook goed nieuws te melden: eindelijk, eindelijk, zijn de pagadoors begonnen met het uitbetalen van de Staatse troepen. Van Ginkel heeft een deel van de salarissen voor zijn troepen gekregen en hoopt dat de rest snel volgt. Een eerste teken dat de reorganisatie van het Staatse leger goed uit aan het pakken is wellicht?

Brieffragment pagadors

[heb aen haer soon sijn getelt], de pagadoors15Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters be=
ginne nu gelt te geefve de heer van ginckel heeft
500f voor sijn komnpangi voort Eerste gelt van
haer ontfange hoopt het resteerende van die maent
haest volgen sal, [al onse kindere sijn de heere sij ge]

Een jongetje in een rood pakje met een witte kraag, rijdt met zijn stokpaardje over een zwart-wit getegelde vloer. In zijn rechterhand heeft hij een zweepje,
De appel valt niet ver van de boom: Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, kleinzoon van deze Fritsje, speelt met zijn stokpaard. Fragment uit schilderij van de kinderen van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken en Ursulina Christina Reiniera van Reede ca. 1750. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort.

Letters leren en dromen over een paardje

Het land is verwoest en Kasteel Amerongen ligt in puin maar er is hoop voor de toekomst. De kleine Fritsje kent namelijk het ABC uit zijn hoofd! Na alle deprimerende praat eindigt Margaretha met nieuws over de kleinkinderen. De vele ziektes in de winter hebben ze achter zich gelaten en het gaat nu stukken beter met ze. Fritsje is flink aan het groeien en leert veel van zijn “groote mama”, van Margaretha dus, en de groote Visbach en van de huishoudsters. Nog belangrijker, Fritsje heeft door dat zijn grootpapa zijn vader een mooi paard heeft gegeven en nu wil hij er ook een! Wel maar een klein paardje, dan kan hij er ook op rijden.

Brieffragment over Fritsje

[haest volgen sal,] al onse kindere sijn de heere sij ge
danckt gesont fritsge wort seer groot en weesent
lijck, leert bij groote mama en de groote visbach sijn
vrage heel fraeij en ock al ommn o n onse kant
Ab al en alde letters seijt dat groote papa hem
Een kleijn paertge heeft gesonde daer hij met gewelt
op wil rijde bedanckt groote papa seer bidt alle
daech voor hem dat hij haest gesont mach worde en
weer thuijs koomen, het welcke godt wil geefve, blijf
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff

M Turnor

de graef van
waldeck is gistere
gearijveert

  • 1
    ontriefd ↩︎
  • 2
    neef Carel van Reede van Drakestein ↩︎
  • 3
    zakiger ↩︎
  • 4
    Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn ↩︎
  • 5
    Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg ↩︎
  • 6
    Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ↩︎
  • 7
    Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid, ↩︎
  • 8
    Lodewijk XIV ↩︎
  • 9
    Raseren: met de grond gelijk maken ↩︎
  • 10
    Tantefèèr: druktemaker ↩︎
  • 11
    Abraham van Wesel ↩︎
  • 12
    Raadpensionaris Gaspard Fagel ↩︎
  • 13
    Raadpensionaris ↩︎
  • 14
    Gaspard van Kinschot ↩︎
  • 15
    Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters ↩︎

Niet genoeg geld en niet genoeg verstand

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 maart 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 maart 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Er zijn woorden gevallen tussen de Prins van Oranje, Raadpensionaris Fagel en Pölnitz. Margaretha heeft Pölnitz zelf gesproken en niet alleen hij is er nog vol van, het zit ook Margaretha hoog. Wat er precies gebeurd is wordt niet duidelijk uit haar brief. Maar we kunnen er wel een redelijke inschatting van maken.

In de Republiek wordt al tijden geklaagd dat het leger van de Keurvorst pas iets doet als ze de subsidies binnen hebben. De waarheid ligt genuanceerder: de Republiek houdt zich niet aan de betalingsafspraak. De Keurvorst is al een tijdje bezig de stekker uit het hele avontuur te trekken en Godard Adriaan weet dat. Hij weet ook dat de Keurvorst vindt dat de Republiek al heel veel gehad heeft aan deze veldtocht. Door deze tocht zijn immers veel Franse soldaten uit de Republiek naar Duitsland getrokken, waardoor hun positie in de Republiek verzwakt is. Godard Adriaan kan wel raden, of weet heel goed, met welke boodschap Pölnitz naar de Republiek gestuurd was. Een boodschap die de Prins van Oranje niet zinde…

Brieffragment Pölnitz en Willem III

[gesonde,] den heere penits1Gerard Bernhard Pölnitz is hier het geene
tusche sijn hoocheijt de r p fagel2Gaspard Fagel en hem
is gepasseert sal uhEd buijten twijfel wt
het schrijfve vande heere overste webbenom3Johan Thibault Webbenom
die ick uhEd met de laeste post heb gesonden
hebbe gesien, so ick van verscheijde hoore en
ock wt den heere penits die mij heeft besocht
kost mercke heeft het al vrij wat hooch ge
=gaen en sijn hoocheijt hem klaer wt gesproocke
ick wenste het wat meer tusche de 4 a 8
oochge waerre geweest en dat het so rucht=
baer niet en was, ijder heeft er de mont vol
van, [daer bij heeft den jonge penits te weete]

Een hoge zuilengalerij met hele hoge zuilen en bogen. Op de achtergrond een groene tuin. Links rent een jongen weg, Amalia van Solms staat in het midden, links van haar staat haar man, Frederik Hendrik en rechts van haar en achter haar staat een groep chique geklede mannen met een paar honden.
De hofcultuur aan het Oranje-hof. Galerij van een paleis met ornamentale architectuur en zuilen, Dirck van Delen, 1630-1632. Collectie Rijksmuseum (v.l.n.r. prins Frederik Hendrik, Amalia van Solms, de Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz en zijn zoon Hendrik Casimir I)

Geld en verstand

Pölnitz was getrouwd met een (bastaard-)dochter van Prins Maurits en dus familie van Amalia van Solms. Kennelijk had hij zijn zoon meegenomen en was deze mee op familiebezoek. Aan het hof van Amalia van Solms laat deze jonge Pölnitz van zich horen. Hij heeft tegen freule Katharina von Dohna, de nicht van Amalia van Solms, gezegd dat de Hollanders niet genoeg geld hebben voor oorlog en niet genoeg verstand voor vrede. En dan te bedenken dat hij ook nog graag een compagnie zou willen hebben. Margaretha betwijfelt of dat op deze manier gaat lukken.

Eerste regel van het brieffragment over de jonge Pölnitz
Brieffragment over de jonge Pöllnitz


[van,] daer bij heeft den jonge penits4Waarschijnlijk Willem Lodewijk von Pölnitz te weete

den soon vanden af gesante opt hoff van de
prinses teegens freelle5Freule katrijn van dona6Catharina van Dohna onder ande
=re diskoerse7Discours:Wat je tijdens een gesprek zegt, gesprek geseijt dat wij geen gelt hebbe om
te oorloochge en niet verstants genoech om de
vreede te maecke, het welcke mijns oordeels hem
niet paste te segge, deese man soeckt hier noch
Een kompangi te hebbe of dat der de middel
toe is twijfel ick seer aen, [de vreede staet ons]

Een ingekleurde gravure van Paleis Honselaarsdijk. Honselaarsdijk ligt net rechts van het midden, Het is een symmetrische huis met daarom heen een symmetrische aangelegde tuin. Links en rechts zijn twee binnenplaatsen met bijgebouwen erom heen. De tuin loopt naar achter door maar raakt zijn symmetrie kwijt. Afgezien van een laan als zichtlijn naar de duinen en de zee, wordt het bos. Rechts langs de tuin loopt een weg met aan weerzijden een bomenrij.
Paleis Honselaarsdijk in vogelvlucht, circa 1684-1690. Abraham Begeyn en Abraham Blooteling. Collectie Koninklijke Verzamelingen.

Amsterdam of Den Haag

De huur van het pand aan de Nieuwe Heerengracht loopt binnenkort af. Margaretha weet nog steeds niet wat te doen. De kosten lopen zo op als ze weer een huis huurt. Maar íedereen heeft een huis in de stad, dat is toch het veiligst. Margaretha zet de verschillende opties op een rijtje. Een heel huis huren is duur, maar ze zou het idee wel fijn vinden als haar kramende schoondochter daar veilig zou zijn. Dat voordeel heeft ze met een pakzolder niet. Ze kan ook alles naar Den Haag brengen en er maar het beste van hopen…
Ze is in duizend beraden.

Brieffragment over Amsterdam

[komste voor ons,] wij sijn maer ses weecke tot
meij het huijs daer te Amsterdam ons goet
staet is verhuert, ick weet niet wat ick doen
sal of weer Een huijs daer te huere daer toe ick
de koste ontsien, of Een pack solder omt goet
op te sette of en dan ben ick met het kraeme
vande vrou van ginckel bekomert, of dat
ick tgoet hier sal brenge en wage het Een met
tander, ben in duijsent beraet meest al de
liede hebbe huijse inde steede en haer goet daer
gebrocht, ick salt noch Een maent insien en
uhEd goetvinde afwachte, hiermeede Eijnde
gende blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Combinatie van drie afbeeldingen. Linksboven een hijsrad op een zolder, links onder een steile zoldertrap me een afsluitbare deur en rechts een geveltekening van een grachtenpand met een klokgevel. Onderaan een luik naar de kelder en een trap naar de voordeur. Naast de voordeur twee grote ramen. Op de eerste en tweede verdieping zitten drie ramen naast elkaar, op de vierde verdieping twee ramen met een luik er tussen en in de top van de gevel één luik met daarboven een hijsbalk.
Voorbeeld van een grachtenpand met een pakzolder. In de gevel zit een hijsbalk en op zolder een hijsrad, zodat je niet alle spullen via de zoldertrap naar boven hoeft te brengen. Collectie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, BT-005176, 508.585 en 508.582

Naschrift

De brief ligt klaar om te versturen en dan komt er een brief van Godard Adriaan binnen. Hij blijkt niet geheel gezond. Wat wil je ook met zo’n veldtocht? Margaretha drukt hem op het hart niet verder met de Keurvorst mee te reizen, maar in Minden te blijven tot hij beter is. Gelukkig is dat precies wat Godard Adriaan gedaan heeft, want deze brief ontvangt hij twee weken laten in in Hamburg.

Brieffragment over de zieke Godard Adriaan

Mijn lieste hartge
naert schrijfve van dees ontfange vhEd vande
10 deeser waerwt met hartelijcke leetweese sien
uhEd indisposijsie dit bedroeft mij meer als
Eits het goet is met godts hulpe te verwine
als ick uhEd maer in gesontheijt mochte behoude
och hoe verlange ick naert aenkoome vande
naeste post, met siecke leede te reijse sal imers
niet wel sijn hoope uhEd so voorsichtich sult sijn
en laete de keurvorst reijse, blijfve te minde
wtruste, [ick hebt voorwaer wel gevreest dat]

En als ze dan toch weer aan het schrijven is, houdt ze hem ook nog even op de hoogte over de Acte van Garantie voor hun afgebrande huis. Ze herhaalt daarbij de voorkomendheid van de Prins en de maning tot geduld van de broers Fagel.

Ook vermeld ze dat de Heer en Vrouw van Ginkel erg dankbaar zijn voor het geld voor de brandschatting, ze hadden geen idee hoe ze dat geld anders bij elkaar hadden moeten krijgen. Margaretha maakt zich wel zorgen en is bang dat het bos al verkocht is aan de kapers uit de familie.

Gravure van een ruïne. Er staan nog een paar muren overeind en de schoorsteen. Er staat een muur waar we dwars door de ramen kijken. Aan de linkerkant staat het koetshuis nog overeind, heer zitten wel gaten in het dak. Op de straat er omheen, staan een paar vrouwen bij een man die op de grond ligt. Recht staan een paar heren met hoge hoeden te kletsen met bajonetten in hun hand. in het midden is een vrouwspersoon te zien, het is onduidelijk wat ze doet.
Het afgebrande huis van minister Van Maanen in Brussel, 1830. Mogford 1830-1831. Collectie Rijksmuseum

Dan is het tijd om de brief voor de tweede keer af te sluiten. En nu moet ze opschieten! Ze zal met groot verlangen naar de brieven van haar man verlangen…

Oh, trouwens, dat van die jonge Pölnitz… Dat was aan het hof en er waren allemaal mensen bij!

Tweede afsluiting

[sijn,] hiermeede sal ick met groot ver=
lange naer uhEd briefve verlange en blijfve
met haest

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MT
het geen den
jonge penits
geseijt heeft soude opt hof op
de voorkamer van sijnhoocheijt
in presensi van meenichte van
van mense geschiet sijn

  • 1
    Gerard Bernhard Pölnitz ↩︎
  • 2
    Gaspard Fagel ↩︎
  • 3
    Johan Thibault Webbenom ↩︎
  • 4
    Waarschijnlijk Willem Lodewijk von Pölnitz ↩︎
  • 5
    Freule ↩︎
  • 6
    Catharina van Dohna ↩︎
  • 7
    Discours:Wat je tijdens een gesprek zegt, gesprek ↩︎

De olifant in de kamer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 maart 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1673 Minden
Lees hier de originele brief

De brief die Godard Adriaan op 10 maart 1673 ontvangt is een lange brief. Maar Margaretha heeft ook veel te vertellen, ook al is er sinds haar vorige brief niet veel meer duidelijk geworden over Kasteel Amerongen. Het doet haar ‘vande gront mijns harte leet’ dat ze haar man, die in grote onzekerheid in het Duitse Minden verblijft, geen duidelijkheid kan verschaffen over zijn have en goed. Maar zodra ze nieuws heeft, begint ze van alles te regelen: typisch Margaretha.

Niks, noppes, nada

Niemand schrijft over de reusachtige olifant in de kamer: de vermoedelijke brand van het kasteel. Geen woord. Geen letter. Noch uit Utrecht, noch uit Amerongen. Margaretha wordt door eenieder volledig in het ongewisse gelaten.

Brieffragment niemand zegt iets

[kontiniweert] en nochtans schrijft mij noch van
wttrecht noch van Ameronge niemant Een woort
daer over ick mij niet genoech kan verwonderen
wat en aen wien ick schrijf krijch niet Een letter tot
Antwoort heb aende preedikant kepel1Dominee Bernhard Keppel aen weesel2Abraham van Wesel aende
seekreetaris3Secretaris Van den Doorslagh geschreefve en hoor van niemant Een woort

Van horen zeggen

Via via heeft Margaretha toch enige snippertjes informatie kunnen bemachtigen. In een brief uit Amsterdam leest ze dat Jan Evertsen, de zoon van Evert Jansen, die in Amerongen woont, heeft geschreven dat kasteel Amerongen volledig is afgebrand. Ook de voorburcht zou de Franse vernielzucht niet overleefd hebben. Enkele andere gebouwen, waaronder het huis van de hovenier en de woning van Teunis Huijbertse, konden gespaard worden. Nu móét Margaretha de onheilstijdingen wel geloven… De olifant in de kamer blijkt een olifant in een porseleinkast te zijn, en hij draagt een Frans uniform.

Brieffragment volledig afgebrand

onsen drost van kleef schrijft mij van Amsterdam
dat ijan Evertse de soon van Evert ijansen die tot Ameronge
int santvoort4Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel woont hem van daer
schrijft dat ons huijs te Ameronge met het voor
burch teenemael is afgebrant, dat sij het huijs
van joost van omeren den hoofeniers huijs teunis
huijbertsens huijs ent huijs van den drost ock wilde
aensteecke maer dat sij dat met twintich rijxsdal
hebbe afgekocht, sonder dat hij verdere pertikulierij
=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve en kan niet
segge hoe bedroeft ick ben , [de heer van ginckel sal]

Tekening van een olifant als een dikke man in (Frans) uniform. Hij heeft een krullenpruik op met een grote hoed. Hij draagt een jas met grote manchetten, die open hangt. Om zijn middel een riem met daaraan een zwaard. In zijn rechterhand houdt hij een speer.
Dierensatire, Egbert van Heemskerck (II), 1674 – 1744 (detail). Collectie Rijksmuseum

Typisch Margaretha

Maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet meteen ook van alles begint te regelen. Tuurlijk, ze is bedroeft, maar ze heeft inmiddels ook al weer contact opgenomen met de Prins van Oranje en ze is tevens bij griffier Hendrik Fagel en diens broer raadpensionaris Gaspar langs geweest. Hoewel ze het niet met zoveel woorden schrijft, is het evident dat het over de vergoeding voor het afgebrande huis in Amerongen gaat. Veel kan ze daar verder nog niet over schrijven, want ze moet eerst weten wat er precies vernietigd is. Hebben de plantages de Franse vernielzucht overleefd? Margaretha regelt ook maar meteen dat er een speciale bode richting Amerongen wordt gestuurd om inlichtingen te verzamelen. Was Godard Adriaan maar thuis… Helaas lijkt her erop dat dat die hoop inmiddels vervlogen is.

Brieffragment reactie van Willem III op de brand
Brieffragment overige informatie

[=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve] en kan niet
segge hoe bedroeft ick ben, de heer van ginckel sal
uhEd schrijfve het beleeft en siviel antwoort dat
sijn hoocheijt hem op dat subijeckt heeft belast aen mij
te segge, dan dit sijn maer tot noch toe maer woorde
wil hoope het Efeckt daer op sal volgen, ick ben
ock bij den heer griffier fagel geweest hebt hem ock

bekent gemaeckt die aengenoome heeft den heere rp
daer over te spreecke, verder kan ick hier niet in
doen voor dat ick al de pertikulaerijteijte weet, ock
hoet met de plantaesie staet ofse die ock hebbe
gehouwe, of onbeschadicht gelaeten , den Espresse
die de heer van ginckel naer Aernhem heeft ge
sonde heb ick gelast op Ameronge aen te gaen
en hem op alles te informeere , ick wenste wel
uhEd nu hier waert dan sien daer voor Eerst
geen hoop toe gelijck uhEd wt het schrijfve vande heer
van ginckel sal sien, [kost deselfve noch met den]

Tekening van een man met lang krullend haar. Hij heeft een befje om en een cape over zijn schouder. Hij buigt bescheiden. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en met zijn rechterhand overhandigt hij een brief. Voor hem staat een hondje (King Charles Spaniel?) blij te springen.
Bode brengt een brief, Jan van Somer, 1655 – 1700 (detail). Collectie Rijksmuseum

Bijzondere haat

Margaretha is nog net zo bezorgd of die Acte van garantie wel iets waard is als in september. Om haarzelf moed in te praten schrijft ze maar dat het huis wel in brand gestoken moet zijn vanwege een specifieke haat van de Fransen jegens Godard Adriaan. Bij niemand treden de Fransen immers zo rigoreus op? Van Johan van Reede van Renswoude hebben de Fransen bijvoorbeeld 2000 gulden geëist, maar hij heeft niet betaald. En er gebeurt niets…
Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken, de heer van Wulven, is voor 6000 gulden aangeslagen. Hij wordt er van verdacht zijn spullen ergens verborgen te houden of te hebben ingemetseld. Hij heeft zijn hele huis leeggehaald en heeft niet eens meer een bed om op te slapen! Tot overmaat van ramp schijnen de goederen in Zeeland ook geconfisqueerd te zijn. Achter de waterlinie geldt hij namelijk als verrader omdat hij in Utrecht blijft. Terwijl ze het zo opsomt realiseert ze zich dat hij er ook wel ellendig aan toe is. Gelukkig is er een klein lichtpuntje voor hem: het gaat met zijn vrouw iets beter…

Eerst brieffragment over de anderen die het minder zwaar (lijken) te hebben.
Tweede brieffragment over de anderen die het minder zwaar (lijken) te hebben.

[salt wel moete overlegge,] tis seecker dat sij dit
wt Een pertikulijere5Particuliere: bijzondere, specifieke haet die sij teegens uhE
ten opsichte van sijn komissie hebbe gedaen, want


niemant so rijgereus getrackteert wort den heere van
rhijnswou6Johan van Reede van Renswoude hebbense 2000 f geEijst de welcke hij niet
gegeefve heeft en niet weer om aengesproocke wort,
den heer van wulfve7Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken wort weer op nieu 6000 f
geEijst om dat hij Eenich van sijn Eijgen goet ver
burge of Eiwers8Iewers: ergens in gemetselt heeft, en hebbe
al sijn meubelen so deeger9Deger: geheel, volkomen wt sijn huijs gehaelt
dat hij niet een bedt om op te slaepen heeft ge=
houde, in seelant seijt den heer van oudijck10Willem Adriaan van Nassau Odijk datsij
ock al den heer van wulfvens goet hebbe gekonfis=
=keert so dat waer is, sijn sij wel te beklage en der
Elendich aen, ick ben bij de vrou van wulfve11Anna van Renesse van Moermont ge
weest sij was wat beeter[, uhEd briefve vande]

Geld

Margaretha probeert er alles aan te doen om te zorgen dat zij en haar man het geld krijgen waar ze recht op hebben. Ze belooft haar man dat ze naar Amsterdam zal afreizen zodra ze de ordinantie binnen heeft. In totaal heeft ze twee ordinanties, die bij elkaar opgeteld 12000 gulden waard zijn. Ze wil zo veel ontvangen als mogelijk is, want ‘hoe langer hoe erger men aen gelt sal raecken’.

Brieffragment over geld

[briefve,] ick sal met het gelt doen volgens uhEd
ordere, verwachte deese weeck noch Een ordinan
die inhande vande gekomiteerde raden is om de
kontree ordinansi op te maecke so haest ick die
heb sal daermeede naer Amsterdam gaen om te
sien of ick kost het gelt van beijde die ordienansi
het welcke ter som van 12000 f sal sijn saeme kan
krijgen, moet so veel ontfange alst mogelijck is
want hoe langer hoe erger men aen gelt sal
raecken[, de heer en vrou van ginckel bedancke]

Zuinig leven

Margaretha belooft dat ze zo zuinig mogelijk probeert te leven, maar ze verzoekt hem er wel rekening mee te houden dat haar huishouden momenteel uit 28 à 30 man bestaat en dat alles ongelooflijk duur is.

Brieffragment over zuinig leven

ick bidt weest verseeckert dat ick so seer op Alles menaesgeere12Menageren: sparen alst
Eenichsins moogelijck is, dan uhEd belieft te dencke dat hier Een
swaere huijshoudine is wij sijn meest 28 en 30 mense sterck en
alles is so wttermaete dier dat ongelooflijck is[, den heer van]

In een vertrek weegt een vrouw geld, terwijl haar man naast haar zit met een stokbeurs op schoot. Vanuit een venster slaat de Dood, met in de hand een zandloper, het tafereel gade.
Paar weegt geld, Frans van der Steen, naar David Teniers, 1643 – 1672> Collectie Rijksmuseum

PS: Je nieuwe rustwagen komt eraan!

Van de winter is Godard Adriaan zijn rustwagen kwijtgeraakt. Nu het bijna lente is, komt er dan eindelijk een nieuwe rustwagen. Griffier Hendrik Fagel zal het gaan regelen. Het duurde zo lang omdat degene die verantwoordlijk was voor de nieuwe rustwagen, Daniël van Hogendorp, zes weken afwezig is geweest.

Brieffragment over rustwagen

de tweede rustwage
seijt den griffier fagel te sulle
besorchge datse uhEd sal goetgedaen
worde, het is so lan in hande vande heere hoogendorp13Daniël van Hogendorp geweest
die wel sesweecke of langer apsent is geweest, dat oorsaeck
is het niet is afgedaen

  • 1
    Dominee Bernhard Keppel ↩︎
  • 2
    Abraham van Wesel ↩︎
  • 3
    Secretaris Van den Doorslagh ↩︎
  • 4
    Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel ↩︎
  • 5
    Particuliere: bijzondere, specifieke ↩︎
  • 6
    Johan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 7
    Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 8
    Iewers: ergens ↩︎
  • 9
    Deger: geheel, volkomen ↩︎
  • 10
    Willem Adriaan van Nassau Odijk ↩︎
  • 11
    Anna van Renesse van Moermont ↩︎
  • 12
    Menageren: sparen ↩︎
  • 13
    Daniël van Hogendorp ↩︎

Geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 januari 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1673 Lippstadt
Lees hier de originele brief
NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.

Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:

Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.

Brieffragment over de declaratie en het verkrijgen van de toestemming

beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met
de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere
behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een
merckelijcke som aent lant ten achtere kost men
maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om
te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men
heere van hollant daer is, daer wij den heere
valckenier van Amsterdam wel voor veroblij
=geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be
hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]

Inkomsten

Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.

Een schilderij van grote ruimte met daarin aan de rechterkant één balie en aan de achterkant twee balies. Boven de balies aan de achter kant zitten twee ramen in vieren gedeeld met kleine ruitjes. Aan de muren hangen planken met daarop boeken en heel veel papieren. Er hangen ook papieren aan de muur en boven, tegen het plafond, hagen witte zakken. De balies staan op een verhoginkje. Bij elke balie staat een klerk en bij elke balie staan mensen te wachten en in het midden van de ruimte is een soort rij met mensen van allerlei pluimage: mannen, vrouwen, kinderen, rijk, arm. Er lopen ook een paar honden. Op de grond liggen ook allemaal papieren.
Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum. Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren.

Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.

Brieffragment over de verlegde ordinantie

hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste
ordinans die inde maent van septem lest leede
bij de heere vanden raet verleent, en door van
heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt
bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft
maer tot noch toe niet konne vinde, daerom
genootsaeckt ben aende heere vande raet Een
duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb
en sij niet weijgeren maer wille voorde ver=
miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer
ick mij wat in beswaert vinde vermits die
niet bij mij maer van Een ander verleijt is
niet weetende in wiens hande die sou mooge
raecke, de heere van den raet segge noijt ande

Tweede brieffragment over de verlegde ordinantie en de borg

in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen
duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen
wtkomst ter werlt en sien of sal moete
voor die ses duijsent gul borchge worde so het
welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met
mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris
souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi
=nansi in sijne hande moet weese maer derft
hem niete vergenVergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en
ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde

Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het ongekroonde wapen van de provincie Utrecht. Tekst rondom: MO NO ARG PRO CON FOE BELG TRAJ Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1664
Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664

Uitgaven

Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.

Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons3Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.

Brieffragment over de dukatons

heb van den oude van heeteren hondert duij=
katons geleent, ick lecht so nau in alles over
alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de
huijshoudin hooch ben sterck van menaesge
en alles is so dier4Duur dat ickt in mijn leefve noijt

Brieffragment over de kosten van levensonderhoud

beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13
stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder
voor geefve, Een Entvoogel5Eend voordees 6 stuij nu
12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij
nu 26 stuijvers en so alles naer venant6Navenant , hoende
=re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in
huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke7Kostelijk: duur
winter met al de siecke die nacht en dach vier8Vuur
en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij
voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende
aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]

Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het gekroonde wapen van de provincie Holland. Tekst rondom: MON NOV ARG CONI BELG PROV HOLLAND Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Onder het generaliteitswapen het wapen van Amsterdam. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1672
Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672

Godard Adriaan, de huisvrouw

Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.

Brieffragment over Godard Adriaans huishoudvaardigheden

[toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer
treesovier burch die ick heeden heb weesen
sien preesenteert sijnen diens aen uhEd
tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie
voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet
nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou
sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]

Lees verder bij Gruwelen

  • 1
    Consent: toestemming ↩︎
  • 2
    Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is ↩︎
  • 3
    Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers ↩︎
  • 4
    Duur ↩︎
  • 5
    Eend ↩︎
  • 6
    Navenant ↩︎
  • 7
    Kostelijk: duur ↩︎
  • 8
    Vuur ↩︎

Een belegering in de winter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 december 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 januari 1673
Lees hier de originele brief

In haar vorige brief had Margaretha een brief van Welland opgenomen. Welland had geschreven dat de Spanjaarden met Frankrijk gebroken hadden. Oftewel: de Spanjaarden zouden officieel partij hebben gekozen voor de Republiek en zelfs al een offensief en defensief verbond gesloten hebben. Goed nieuws! Of toch niet?

Het beleg van Charleroi

Helaas blijkt ook het nieuws over het verbond met Spanje te goed om waar te zijn. Maar het is ‘abuijs en so breet niet’, aldus Margaretha. Hoewel Spanje nog niet officieel met Frankrijk gebroken heeft, lijken de Spanjaarden wel op de hand van de Republiek te zijn. Margaretha weet te vertellen dat de Spanjaarden Charleroi berend hebben! De stad is in handen van de Fransen en wordt gebruikt als bevoorradingsplaats voor het Franse leger. Charleroi veroveren… Wat zou dat een mooie opsteker zijn voor de Republiek, zo aan het eind van het jaar! Prins Willem III heeft zich inmiddels met een deel van het Staatse leger bij de Spanjaarden gevoegd. Dat is goed nieuws! Of toch niet? Margaretha spreekt haar vrees uit. Ze gelooft dat ‘deese plaats seer veel volck sal koste’: de gouverneur van de vesting zal Charleroi tot de laatste man willen verdedigen…

Brieffragment over Charleroi

Mijn heer en lieste hartge
met mijne laeste heeft de heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha uhEd ge
=schreefve dat de spaense tegens vranckrijck gebroo
cke en met ons Een liege garantij offensijf en de=
fensijf soude gemaeckt hebbe2Een offensief en defensief verdrag het welcke hem wt
Maestricht geschreefve is, doch tis abuijs en so breet
niet, maer wort geseijt hetselfve op goede voet te
staen, dat de spaense scharleroij berent hebbe en
sijn hoocheijt voort met sijn leeger daer bij is gekoome
is waer, en dat hij voorleede sondach Een kontersch
=erp3Conterscherp/Contrescarp: een talud aan de buitenzijde van een (vestinggracht) in had hout men ock seecker, en dat de gouver=
=neur van scherleroij die bine tongere was met 60
man door Eene senisterheijt4Van sinister/sinisterlijk: op slinkse wijze is inde stat gekoome
staet mij niet aen, hij is so geseijt wort Een vande
braefste5Dapperste/moedigste offisiers die int fransen dienst is
ick en veel wijse liede vreese deese plaets seer
veel volck sal koste om dat dien gouverneur het
tot de wtterste toe sal wille deffendeere [, al mijn]

Gezicht op de vesting te Charleroi. Op de voorgrond enige militairen. Deze prent maakt deel uit van een groep van twaalf prenten, merendeels geëetst en uitgegeven door Gaspar Bouttats, met gezichten op vestingen en steden veroverd door de Fransen en de bisschop van Munster in 1672.
De vesting te Charleroi, veroverd door de Fransen of Munstersen, Gaspar Bouttats, 1672. Collectie Rijksmuseum.

Kou

Is het wel een goed idee om nu aan een beleg te beginnen? Het is ontzettend koud: ‘Mensen moete van koude vergaen en doot vriesen’, uit Margaretha haar zorgen. Zo koud is het in jaren niet geweest de wateren zijn reeds bevroren. Wat zal er gebeuren als het Franse leger de weersomstandigheden ten volle benut? In Utrecht verwacht men dat de Fransen nog dit jaar van plan zijn om Holland binnen te vallen. Margaretha hoopt dat de Heer almachtig het kwade voornemen van de vijand wil beletten en de inwoners van Holland voor een overval wil bewaren. Toch bereiden de Hollanders zich voor op het ergste: met degens, roers (vuurwapens) en bijlen. Maar in hoeverre zal dit helpen wanneer God verhoedde de Fransen aanvallen? Margaretha is niet erg hoopvol: iedereen zal alleen zijn eigen huis beschermen, en de rest aan de vijand overgegeven.

Brieffragment over het weer en de belegering
Brieffragment mogelijke aanvallen

harde en felle weer, och ist nu tijt om beleegerin
te doen de mense moete van koude vergaen en doot
vriesen ock ist onmoogelijck datse met Een schop of spae
inde aerde konne, tis hier so fel en scherp kout als ick
in Eenige ijaere beleeft heb al de watere legge toe
men schrijft wt wttrecht datse daer noch starck
voor hebbe dit saijsoen te wille waerneeme en in hollant
te wille koome, de heer almachtich wil haer quaet
voorneeme belette en ons voor Een overval be=
waere men sit hier in groote vrees, alde burge
=rij en de sepooste is aengeseijt haer met Een deege
Een roer en Een bijl gereet te houde maer als
der op aen sou koome dat godt verhoede wil
wat sout helpe Elck sou naer sijn Eijgen huijs
loope en de rest ten beste geefve[, de griffier fagel]

Een soldaat, ten voeten uit, naar rechts, met een roer (een bepaald type vuurwapen) steunend op zijn linkerschouder. In zijn linkerhand behalve de kolf van het roer ook een brandende lont.
Soldaat die zijn roer op zijn schouder draagt, Jacob de Gheyn (II) (atelier van), naar Jacob de Gheyn (II), ca. 1597 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

Geld

Gelukkig valt er ook nog iets positiefs te melden: griffier Hendrik Fagel de broer van raadpensionaris Gaspar Fagel heeft aangegeven bezig te zijn een nieuwe rustwagen voor Godard Adriaan te regelen. Hendrik heeft tevens, op verzoek van Margaretha, zijn broer gesproken over de betaling van de ordinantie. Maar de kasteelvrouwe verwacht niet dat de raadpensionaris zich aan zijn woord zal houden. Vervolgens begint Margaretha over de Staten van Holland. Er sijpelt sarcasme door in haar woorden: de Staten van Holland hebben eindelijk door dat de militie in dit weer niet zonder geld kan. Er zijn verbeteringen doorgevoerd waardoor de soldij voortaan op tijd betaald wordt.

Eerste brieffragment uitbetaling soldij
Tweede brieffragment over uitbetalen soldij

[loope en de rest ten beste geefve,] de griffier fagel
heeft mij doen segge beesich te sijn met het
versoeck tot Een rustwage voor uhEd geloof hij
daer toe al konsent heeft bekoome, o ock dat hij
den heer r p fagel op mijn versoeck heeft ge
sproocke weegens de betaeline van beijde uhE
ordinansie die hem belooft heeft mij deese
weeck kontentement te doen hebbe so hij woort
hout salt heel goet sijn maer hij heeft het so dick
mael en so lan belooft dat icker geen staet op

kan maecke, men heere de state van hollant beginne
nu te dencke dat haer meliesi in dit weer niet
sonder gelt konne sijn, hebbe die voorsienine ge
daen dat al haer meliesie betaelt wort
tot dees loopende maent en de ordinansie die
in dees maent vervalle sijn sullense laete
loope sonder op te maecke deese maent wt en die
tot den leste deesem in kluijs op maecke en betaelle
en dan voortaen alle maent voort pront betael
dat wel Een goede saeck sal sijn[, maer de track]

Ziekte en beterschap

Godard Adriaan moet ongerust zijn geweest toen hij de woorden van Margaretha las. In haar brief van 22 december schrijft ze dat ze een aantal dagen last heeft gehad van ‘een seer swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn aensicht en tande’. Ook had ze ontzettende hoofdpijn, vond ze zichzelf niet om aan te zien, was haar oog gezwollen en had ze rode plekken rond haar mond. Waarschijnlijk had ze last van een huidinfectie door stafylococcen (mogelijk streptokokken). Een combinatie met gordelroos (vaak getriggerd door een andere aandoening of verminderde weerstand) is ook mogelijk. Gelukkig is Margaretha ten tijde van het schrijven van de huidige brief weer aan de beterende hand. Met Reiniera gaat het ook stukken beter, maar nu begint Antge weer uitslag te krijgen. Gelukkig is het kindje er (nog) niet ziek van. Margaretha zou niet weten wat ze moet doen als ze zou moeten vluchten. In de kou, met de zieke kinderen…

Tweede brieffragment over de zieken

[te bedancke,] ick heb Ettelijcke dage Een seer
swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn
aensicht en tande met Exstreeme pijn int
hooft gehadt ijae so dat ick niet toonbaer ben
mijn Een ooch is bij naest toe sien maer met

het Een ooch so is die sij geswolle en rontom mijn
mont met viericheijt wt geslage, met de roos aent
geswolle ooch, dant hart is de heer sij gedanckt
gesont nu de pijn over is weet ick niet waer ick
ben , het kint raniertge is haest weer wel maer
nu begint Antge weer wt te slaen doch isser
sonder lin niet sieck van hoop het maer wint
of steenpockges sulle sijn, gist dat wij Eens
met dit harde weer moste vluchte sou niet weete
hoe ickt met de siecke kinderen sou maecke, de
heer hoope ick salter niet toe laete koome[, gistere]

Het laatste nieuws

Margaretha sluit haar brief af met slecht nieuws uit Amerongen. Uit een brief van de secretaris heeft ze vernomen dat er vorige week vier doden zijn gevallen. Tot overmaat van ramp is de predikant, Keppel, ook nog eens ziek…

In een Post Scriptum voegt Margaretha nog toe dat ze hoopt snel iets van Van Ginkel te horen. Ook is ze benieuwd naar het verloop van het Beleg van Charleroi en wil ze graag weten waar Godard Adriaan van de winter zal verblijven. Daarna volgt het allerlaatste nieuws over het Beleg van Charleroi, afkomstig uit de brieven uit Maastricht. Maar men weet niet meer wat waar is. Er wordt zo veel gelogen, het is een schande…

Postscriptum

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor
de vrou van ginckel
met haer liefve
kindere preesenteere
haere dienst aen uhEd
ons verlanckt seer hoet met de heer van ginckel
is en hoet met scharleroij staet, ock waer uhE
noch sijn winter quartier sal hebbe dat nu
wel tijt wort[, men is hier noch blijde dat de gou
=verneur van scharleroij doort quartier vande
spaense en niet door ons volck is gebroocke en inde
stat gekoome hij had 80 man bij hem doch maar 40
a 50 inde stat gebrocht

  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha ↩︎
  • 2
    Een offensief en defensief verdrag ↩︎
  • 3
    Conterscherp/Contrescarp: een talud aan de buitenzijde van een (vestinggracht) ↩︎
  • 4
    Van sinister/sinisterlijk: op slinkse ↩︎
  • 5
    Dapperste/moedigste ↩︎

Complimentjes maar geen salaris

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 november 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 16 november 1672 Rüsselsheim
Lees hier de originele brief

Margaretha’s brief aan Godard Adriaan van 10 november is lang en is grotendeels gewijd aan de bureaucratie van Den Haag. Margaretha jaagt nog steeds achter Godard Adriaans salaris aan, maar lijkt maar geen geluk te hebben. Ze wordt keer op keer van het kastje naar de muur gestuurd en lijkt nog geen stap dichter bij die felbegeerde, welverdiende vergoeding te zijn.

Complimentjes van de Staten-Generaal

Geld krijgt Godard Adriaan niet van de Staten-Generaal, maar wel complimenten. De heren der Staten-Generaal bedanken Godard Adriaan voor het werk wat hij doet aan het hof van de Keurvorst. Ook spijt het hen, dat Godard Adriaan al in geen tijden brieven van hen heeft ontvangen. Griffier Fagel had afgesproken met Godard Adriaan dat hij hem op de hoogte zou houden van wat er speelt in Den Haag, maar dat is niet gebeurd. Fagel claimt wel dat het niet zijn schuld is, natuurlijk. Om de pijn wat te verzachten weet Margaretha te vertellen dat Fagel inmiddels wel heeft toegezegd zélf achter Godard Adriaans vergoeding aan te gaan. Of het dan echt gaat gebeuren, blijft natuurlijk de vraag. Fagel roept dit namelijk al langer.

Brieffragment over de complimentjes van de Staten Generaal

doch heeft den grifier fagel mij be=
looft daer nu sorchge vooor te drage en t selfe
ter generaEliteijt voor te brenge, ock mij ge
seijt uhEd met deese post de reesoluijsie van
haer hooch Mo1Hoog Mogende Heren: leden van de Staten-Generaal alle die der sijn toe te sende, protesteert
seer dat hem leet doet uhEd geen meer briefve
krijcht, dat het selfve sijn schult niet is, seijde
ock dat haer hooch Mo so wel voldaen sijn
over de meemoorije die uhEd aende keurvorst
heeft overgeleefvert gelijck deselfve wt de
brief van haer hooch Mo in dato vande v24
ockto sal hebbe gesien, [ick dancke godt dat het]

Tekening van mensen die aan de oever van de rivier zitten. Links een zeilboot, daarachter een roeiboot. Aan de overkant een kerk en een paar huizen.
Gezicht op het dorp Jaarsveld, Roelant Roghman, ca. 1646 – ca. 1647. Collectie Rijksmuseum

Oorlogsnieuws

De Franse troepen houden het niet bij het plunderen en platbranden van Waverveen: ook Lexmond en Jaarsveld zijn aan de beurt. Lexmond is uitgeplunderd en in Jaarsveld hebben de Fransen een kerk met een huis afgebrand en het dorp geplunderd. Vianen blijft ongeschonden: de vrijstad Vianen maakt officieel geen deel uit van de Republiek en is dus neutraal is de oorlog.

Terwijl de Fransen huishouden op het platteland is het leger van Willem III nergens te bekennen. Gerucht gaat dat het naar Luik op weg is.

Brieffragment over de aanval van de Fransen

so voort laete kontiniweere, viaenne2Vianen is nuijterael
en de franse hebbe lexmont teenemael wtgeplo=
= ndert en ijaersfelt3Jaarsveld de kerck met Een huijs afgebrant
en vangelijcke teenemael wt geplondert, sijnhoo4Zijn Hoogheid, Willem III
is met sijn bij hebbende krijsvolckere daer de heer
van ginckel bij is Eergistere opgebroocke waer
sij heene gaen weet men noch niet men seijt
wel naer luijck maer ick gelooft niet, de heer

Tekening (gewassen pentekening) van het 18e eeuws Lexmond:: een pleintje met bomen en een pomp, daarachter de kerk. Rechts een rijtje huizen en links een poortje en een huis. De andere huizen zijn verborgen achter de bomen. Het is een zonnige dag.
Gezicht op Lexmond, Cornelis Pronk, 1733. Collectie Rijksmuseum

Ook op zee is er nieuws. Een vloot bestaande uit dertig dubbel bemande fregatten en talloze branders is uitgevaren onder leiding van Michiel de Ruyter. Margaretha en ieder om haar heen hopen dat hier in de komende dagen goed nieuws uit komt. Ook hoopt ze dat er binnenkort iets meer bekend wordt over de aankomst van het leger van de Keurvorst. Dat is nu al maanden onderweg en lijkt maar weinig dichterbij te komen.

Brieffragment over de vloot en Michiel de Ruyter

almachtich wilse geleijde en voor haer trecke, den Admirael
de ruijter5Michiel de Ruyter is ock met dartich frijgatte die dobbelt gemant6dubbel bemand sijn   
en Ettelijcke branders7Brander: Een schip, geheel en al ingericht en met vuurwerken en allerlei spoedig brandbare stoffen toegeladen ten einde ’s vijands schepen aan boord te leggen en ze in brand te steken. in see daer men alledaech verwacht
en hoopt wat goets van te hoore, vant leeger van de keurvorst 
verlanckt men nu ock te hoore wat koers die neeme, den heer
van wellant heb ick hier sieck gevonde en is noch heel
niet wel heeft Een loop  en Een kleijn koortsge ohoope het
haest beeteren sal, hier meede blijfve

Het ongeluk is nog niet klaar met neef Welland8Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha: na alle rampspoed van het afgelopen jaar is hij nu ook nog ziek geworden. Margaretha hoopt dat het snel beter zal gaan met hem. Voor nu valt het gelukkig mee, Welland heeft alleen een beetje koorts.

  • 1
    Hoog Mogende Heren: leden van de Staten-Generaal ↩︎
  • 2
    Vianen ↩︎
  • 3
    Jaarsveld ↩︎
  • 4
    Zijn Hoogheid, Willem III ↩︎
  • 5
    Michiel de Ruyter ↩︎
  • 6
    dubbel bemand ↩︎
  • 7
    Brander: Een schip, geheel en al ingericht en met vuurwerken en allerlei spoedig brandbare stoffen toegeladen ten einde ’s vijands schepen aan boord te leggen en ze in brand te steken. ↩︎
  • 8
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha ↩︎

Drama

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 november 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 november 1671 Rüsselsheim
Lees hier de originele brief

In de afgelopen periode herhaalde Margaretha vaak haar verhalen in de brieven. Daar zat een praktische reden achter: ze wilde geen brief overslaan en ze wist niet welke brieven haar man wel en welke hij niet gekregen had. In deze brief heeft ze niet de luxe zichzelf te herhalen: er gebeurt opeens zoveel tegelijk… En het is een drama.

Geld

Het meest verontrustende is dat tijdens de veldtocht met de keurvorst Godard Adriaans rustwagen verdwenen is en vervangen moet worden. De zekerheid van een slaapplaats bij het eindeloze reizen en het slechte weer is onontbeerlijk. Hij heeft die rustwagen dus echt nodig. Hij heeft de raadspensionaris al benaderd en nu spreekt ook Margaretha Gaspar Fagel hierover aan. De relatie tussen die twee loopt inmiddels niet zo goed meer. Margaretha moet nog steeds geld krijgen voor het werk van haar man. Volgens de heren van de Staten van Holland is het geld betaald en is het aan Fagel om een uitbetaling te doen. Fagel belooft al zes weken dat hij werk zal maken van de betaling en heeft haar de laatste keer laten afwimpelen met de mededeling dat hij weet van haar zaak. Margaretha weet niet wat ze ervan moet denken.

Eerste brieffragment over het krijgen van geld
Tweede brieffragment over het krijgen van geld

weegens de versochte ses duijsent gul is noch
niet gedaen se segge het alleen staet aenden
heere raet pensionaris fagel die weegens men
heere van hollant aende generaelijtijt moet
voorbrenge en segge dat hollant inde post
van defroijemente1Defroyement: Onkostenvergoeding over heeft betgelt2Begelden: Betalen en ver
=soecke dat het geene sij nu so aen uhEd als
anders sulle avanseere3Avanceren: voorschieten het selfve haer opt
toekoomende ijaer mach werde goet gedaen
dit heeft hij heer raetpensionaris nu meer
als ses weecke geleede aengenoome en belooft
te doen maer stelt het van dach tot dach
wt daer komt niet van ick heb hem gesocht
doen ick laest hier was hier over te spreecke

dan liet mij segge ick hem woude Exskuseere dat
hij mijn saeck wel wiste, en anders niet, ick sal
hem Evewel alweer soecke te spreecke en sien
watter van sal koomen, weet niet wat ick sege
of dencke sal, [dat uhEd so weijnich briefve van]

Informatie

Als diplomaat is het belangrijk dat je vanuit je thuisland voldoende informatie krijgt. Kennelijk heeft Godard Adriaan in zijn brief geklaagd, dat de informatievoorziening vanuit de Republiek spaak loopt. Zelfs van zijn oom en politieke partner in Utrecht, Johan van Reede van Renswoude, lijkt geen informatie te komen. Margaretha heeft wel gehoord hoe het kan komen, maar durft het bijna niet hardop te zeggen. Ze gebruikt een afkorting. Misschien in de hoop dat een ongewenste meelezer er overheen leest?

Brieffragment over het gebrek aan infromatie bij Godard Adriaan

[of dencke sal,] dat uhEd so weijnich briefve van
hier krijcht en van die sijn oom4Johan van Reede van Renswoude so placht te ont=
sien is mij in groote konfidensi geseijt dat hem aen
uhEd te schrijfve Espres van s h5Sijn Hoocheijt, Zijne Hoogheid, de prins van Oranje zelf… is verboode sonder
dat ick de reedenen daer van kan verneemen,

Margaretha gebruikt dit ongeloofwaardige nieuws om een bruggetje te maken. Ze heeft eerder wel naar Godard Adriaan gereageerd dat ze hem alleen maar op de hoogte wil houden, want dat hij zich niet kan voorstellen hoe het hier echt aan toe gaat. Dat heeft ze nu met deze openbaring wel bewezen! Dit is gelijk voor haar een aansporing om een klaagzang aan te heffen over hoe zwaar zij het heeft, zeker met die vier arme kleine kinderen…

Brieffragment over Margaretha's bekommeringen

uhEd vindt vreemt dat ick in mijn briefve somtijts
overt Een ent ander klaechge maer hij weet niet
hoet hier in alles staet, och och die verseeckert
mocht weesen hier deese winter te mooge blijfve
en gerust op sijn bedt te mooge ruste, vier sulcke
kleijne onnoosele g soete kindere en Een swan
gere vrou geeft mij geen kleijne bekomerin
doch stel alleen mijn vertrouwe op dien al=
moogende en barmhartige godt die ick hoope
mij ten beste sal redde, [den vijant heeft weer]

Gravure van brandende huizen aan een vaart. Er zijn op verschillende plekken soldaten en een ongewapende burger valt neer. Er wordt geschoten vanaf een schip.
Gezicht op het dorp Waverveen tijdens de plundering en brandstichting door de Fransen in 1672. Isaäc Sorious, 1672). Collectie Het Utrechts Archief

Waverveen

Dat die angst van Margaretha niet ongegrond is, heeft de vijand weer eens bewezen. Ze hebben het dorp Waverveen platgebrand en om haar verhaal extra kracht bij te zetten schrijft ze over een vrouw die nog maar 24 uur daarvoor bevallen was, die met haar kindje verbrand is.

Brieffragment over Waverveen

mij ten beste sal redde, den vijant heeft weer
voorleedene vrijdach snachts Een dorp genaemt
waefvereveen Een half eur vanden wthoorn
op acht plaetse aen brant gesteecken dat gans
af gebrant is Een kraem vrou die 24 Eure
kraems was met haer kintge verbrant, dit
sijn imers seer schricklijcke dinge diemen
dagelijcks hoort daermen wel vervaert van
mach sijn, [de vrou van de kloese schrijft aende vrou]

Het is natuurlijk de vraag of Godard Adriaan dit verhaal geloofde, of dat hij ook hier denkt dat zijn vrouw overdrijft. Het platbranden van Waverveen was inderdaad een gruweldaad, maar de kraamvrouw en haar baby kwamen niet om. Uiteindelijk worden er 59 huizen verwoest en is er een tiental doden.

Gelderland

Een volgend punt van zorg is hoe Margaretha kan voorkomen dat haar schoondochter, Ursula Philippota, naar Gelderland gaat. Haar schoondochter krijgt een brief van een bekende waarin staat dat de Fransen in Gelderland het goed van een aantal Staatsgezinde edelen en burgers zonder uitstel wil verwoesten. Het huis van Ursula Philippota’s man, de heer Van Ginkel, wordt hierbij expliciet genoemd. Middachten is het familiehuis van Ursula Philippota, waar haar familie al eeuwen woont. Hierdoor is Ursula Philippota zo ongerust geworden en ze vraagt zich af of ze dit zou kunnen beletten door naar haar huis in Gelderland af te reizen. Margaretha doet wat ze kan om haar daarvan te weerhouden.

De veldtocht

Ondertussen is de Heer van Ginkel zelf onderweg met een gigantisch leger. Men zegt dat ze naar Luik gaan. Margaretha tekent de bewegingen van de troepen even uit.

Brieffragment over de troepen

[roosendael is in gelderlant,] de heer van ginck
kel is mee met de ruijterij daer tien duijsent
tevoet bij sijn en 14000 te paert, men seijt
nu dat die naert lant van luijck sulle gaen
hoope der sorch sal gedrage worde dat de
poste hier bewaert sulle blijven, men seijt
dat lutsenburch6François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg met 3000 ruijterij naer
weesel is en datter noch so te kuijlenburch7Culemborg
als te wttrecht en voort int sticht onrent de tien duijsent
man is, turaeijne8Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne hout men hier so sterck
niet als geseijt wort, de raetefikasie9Ratificatie: officiële bekrachtiging van overeenkomst vande
keijser is vandaech gekoome daermen wel
meede te vreede is, [hoe lameer op sijn]

Quaps

In deze brief geen woord over de ziekenboeg in huis. Alleen de Vrouw van Ginkel is inmiddels twee brieven “quaps”. Kwaps betekent onwel of misselijk. Waarschijnlijk heeft Margaretha dus gelijk en is ze inderdaad zwanger.

  • 1
    Defroyement: Onkostenvergoeding ↩︎
  • 2
    Begelden: Betalen ↩︎
  • 3
    Avanceren: voorschieten ↩︎
  • 4
    Johan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 5
    Sijn Hoocheijt, Zijne Hoogheid, de prins van Oranje zelf… ↩︎
  • 6
    François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg ↩︎
  • 7
    Culemborg ↩︎
  • 8
    Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne ↩︎
  • 9
    Ratificatie: officiële bekrachtiging van overeenkomst ↩︎

Huishouden in beweging

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 november 1672 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 11 november 1672 Russelsheim
Lees hier de originele brief

Alles lijkt in beweging te zijn in deze brief: zoon Godard en Willem III staan op het punt met onbekend doel te vertrekken, de troepen van de Keurvorst zouden eindelijk eens in beweging moeten komen en Margaretha wil deze week de hele huishouding naar Den Haag verhuizen. Zilver en waardevol linnen laat ze voorlopig in Amsterdam.

Brieffragment over verhuizing

[de heere wilt noch laete kontiniweere,] ick hoop
merge met godts hulpe met de vrou van
ginckel en voort de heelle menaesge naer den
haech te gaen hoope wij daer sulle mooge blijf
=ven laet ons koffer met silver en dat
vande vrou van ginckel en voort ons meest
en beste linne voort meer ander goet dae
van Een inventaris is gemaeckt hier blijfve, [mij ver]

Stilleven op de hoek van een tafel: tinnen schenkkan en borden met een geschilde citroen, mes en olijven, een berkenmeier met wijn en een zilveren pronkbeker.
Stilleven op de hoek van een tafel: tinnen schenkkan en borden met een geschilde citroen, mes en olijven, een berkenmeier met wijn en een zilveren pronkbeker. Gerret Willemsz. Heda, 1642. Collectie Rijksmuseum

Ze springt van de hak op de tak, want opeens gaat het weer over de zadels. Ze heeft gehoord dat die vier dagen na het verzenden al in Hamburg aangekomen waren. En dat is volgens Margaretha al wel bijna twee maanden geleden (in werkelijkheid zijn de zadels op 1 oktober verzonden). En ze blijft maar proberen Raadspensionaris Fagel te spreken over de ordinantie van het geld dat haar man nog tegoed heeft. Maar daar zit dus absoluut géén beweging in.

Het huishouden

Die verhuizing dat is nog wel een organisatorische uitdaging, want ze heeft nogal een huishouden om zich heen verzameld met Ursula Philippota en de kleinkinderen. Bovendien is neef Welland1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha nog steeds in Den Haag. En dat begint Margaretha inmiddels een beetje te irriteren.

Eerste brieffragment over het huishouden
Tweede brieffragment over het huishouden

[dat seer difisiel is,] uhEd belieft vrij verseeck
=kert te sijn dat ick mij inde haech so naeu sal be=
helpen s en so veel meenaesgeere2Menageren: sparen of ontzien, Margaretha heeft hier een werkwoord gemaakt van het woord ‘menage’ dat gebruikt werd voor ‘zuinig beheer der inkomsten’. Dit is één van de betekenissen van het woord (zie hieronder bij ‘menage’) alst mooge
=lijck sal sijn het sal ock wel van noode weese
want heb al Een groote menaesge3Menage betekent hier ‘huishouding’, het werd in de 17e eeuw op beide manieren gebruikt (zie hierboven bij ‘menageren’) de heer van
wellant is ock bij ons in den haech met 3 knechts
hij weet niet waer hij blijfve sal kan in geen
ordinaris4Ordinaris: Plaats waar men voor een vasten prijs kan eten, eethuis. Komt van ordinaris tafel: open tafel. gaen Eeten bij deese tijt, en derft
ock niet wel naer seelant gaen, ick heb hem
versocht sijn knechts kostgelt te wille geefve
en geseijt dat mijn huijs en tafel voor sijn
Persoon tot sijne dienst is, maer al die knechts
dat mij dat te swaer soude valle alst waer is
heb van ons Eijgen met onse kindere Een groote
meenaesge, en wort out aldie ruijsie5ruzie sou
mij niet dienen behalfve de groote koste daer
ick ock niet teege kan, och och uhEd sou niet
geloofve hoet hier gaet de voornoemde neef
isser al qualijck aen wenste om veel dat hij

die komisie bij den kooninck niet gedaen hadt
dan dat is te laet, [den heer van Albrants=]

Het huis in Den Haag is niet klein, maar als je al het personeel mee telt, was het toch een vol huis. Alleen Welland heeft al drie knechten. In een andere brief zegt Margaretha dat de zieke kamenier Angenis en Visbach van Philippota zijn. Margaretha’s grote toeverlaat in de huishouding is Sophia Visbach. Zou dat familie van Philippota’s Visbach zijn, of is het gewoon dezelfde persoon, maar is het handiger dat ze bij Philippota hoort als ze ziek is? Ook Margaretha zal een kamenier hebben en er is een keukenmeid Dorit. Uit latere brieven blijkt ook nog dat Philippota een lakei heeft. De ménage telt dan inderdaad al aardig op.

Welland

Wat is er met Welland aan de hand? Margaretha’s pleegzoon loopt een beetje met zijn ziel onder de arm. Nog geen jaar geleden leek zijn carrière zo mooi van start te gaan als geëligeerde in de staten van Utrecht. Met de invasie door de Fransen en zijn taak als afgezant naar de Lodewijk XIV, kwam zijn carrière abrupt tot stilstand. Nu heeft hij zich kennelijk vol zelfmedelijden in Den Haag verschanst. Wat moet hij? Hij zou naar Zeeland kunnen gaan, hij immers is heer van Welland en Zoelekerke. Zijn vader heeft hem daar goederen nagelaten, maar wat heeft hij daar verder? Sinds zijn 14e is hij opgegroeid bij Godard Adriaan en Margaretha… Margaretha weet niet zo goed wat ze met deze jongeman moet.

Interieur van een herberg met triktrakspelers. Op de voorgrond een wieg en een moeder die haar kind de borst geeft.
Herberg met triktrakspelers, Egbert van Heemskerck (I), 1669. Collectie Rijksmuseum

Uit eten: de ordinaris

Margaretha verzucht dat ze haar neef toch niet in een ordinaris kan laten eten. Een ordinaris is een plek waar je voor een vast bedrag aan kon schuiven en mee kon eten wat de pot schafte. De mogelijkheden om buitenshuis te eten waren in de tweede helft van de 17e eeuw in principe ruim voor handen. Er waren altijd al de herbergen, maar er ontstaan halverwege de eeuw ook gespecialiseerde eet- en koffiehuizen. Naast de genoemde ordinaris, waren er bijvoorbeeld ook gaarkeukens: plekken waar ‘bier en wijn en allerhande gare kost’ verkocht werd. Anders dan bij een ordinaris kon je bij een gaarkeuken de hele dag terecht. Herbergen, gaarkeukens en ordinarissen had je in soorten en maten. In een luxere herberg kon je bijvoorbeeld ook in die tijd al op je kamer eten (roomservice!) en om specifieke gerechten vragen.

Margaretha zegt dat Welland in deze tijd niet bij een ordinaris kan gaan eten. Kennelijk was het het probleem niet zo zeer dat het om een publieke eetgelegenheid ging. Het tijdstip lijkt het grootste probleem te zijn. Het zou kunnen dat de inflatie van het Rampjaar ook de ordinarissen parten had gespeeld. Dat zou betekenen dat de weinige die er nog waren exorbitant duur geworden waren.

Specifieke informatie over buitenshuis eten tijdens het Rampjaar of eetgelegenheden in Den Haag in de 17e eeuw heb ik zo snel niet gevonden. Interessant (en goed geschreven) is het proefschrift van Maarten Hell over De Amsterdamse herberg (1450-1800).

  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha ↩︎
  • 2
    Menageren: sparen of ontzien, Margaretha heeft hier een werkwoord gemaakt van het woord ‘menage’ dat gebruikt werd voor ‘zuinig beheer ↩︎
  • 3
    Menage betekent hier ‘huishouding’, het werd in de 17e eeuw op beide manieren gebruikt (zie hierboven bij ‘menageren’) ↩︎
  • 4
    Ordinaris: Plaats waar men voor een vasten prijs kan eten, eethuis. Komt van ordinaris tafel: open tafel. ↩︎
  • 5
    ruzie ↩︎

Pagina 2 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén