Mijn heer en lieste hartge

Categorie: Diplomatie Pagina 1 van 2

Getuigenis van de brand

Lees hier de originele verklaring in het Regionaal Archief Zuid Utrecht

Op 18 mei 1675 leggen Johan Quint en Godard van den Doorslagh op verzoek van Godard Adriaan een verklaring af als getuigen van de brand, wat daar aan vooraf ging, en de geleden schade. Ze zijn plaatsvervangend drost en schout (Quint) en secretaris (Van den Doorslagh) van het gerechtsbestuur van de hoge heerlijkheid Amerongen.

1672: geen vuiltje aan de lucht

Portret van Filips I, hertog van Orléans in een ovale randomlijsting van lelies en laurierbladeren. In de hoeken Franse lelies.
Portret van Filips I, hertog van Orléans, Pieter van Schuppen, naar Charles Le Brun, 1670. Collectie Rijksmuseum.

Ze beginnen helemaal aan het begin, zomer 1672. Kort na de Franse inval lijkt het allemaal nogal mee te gaan vallen. Koning Lodewijk bezoekt Amerongen, en zijn broer, de Hertog van Orleans, blijft zelfs enige dagen overnachten op het kasteel. Gedurende zijn verblijf gedraagt zijn gevolg zich keurig, ‘geen de minste schade’, niets aan het handje.

Verklaring over de Hertog van Orleans

[den]

hartogh van Orleans sijn logement op’t huijs t’ Amerongen heeft genomen, en gedurende sijn verblijff aldaer, sulcken strickten ordre onder ’t volck was, dat doen ter tijt aen ‘tselve huijs, hoven ende tuynen, mitsgaders des heeren van Amerongens goederen en plantagien geen de minste schade was gedaen, [Daer na als wij neffens]

Ophitsing

Waarom vonden ze het nodig om in de verklaring te vermelden dat de soldaten zich in 1672 netjes gedroegen? Zeer waarschijnlijk om extra te benadrukken dat de actie in maart 1673 geen standaard handelswijze was, maar een doelbewuste actie met een bepaalde reden: namelijk als sanctie voor het feit dat Godard Adriaan namens de Staten-Generaal op diplomatieke missie naar Berlijn was om bondgenoten te werven. Die beschuldiging wordt duidelijk bij een bezoek door Van den Doorslagh aan de secretaris van de Hertog van Luxemburg :

Verklaring over het ophitsen van de Duitsers

[…], vraegden mij denselven
secretaris naer den heer van Amerongen, en horende dat ick
mij daer van ignorant hielde1dat ik deed of ik het niet wist, wenckte mij met sijn vinger
en seijde wij weten wel dat hij in Duijtslant is, ende de Duitse
vorsten tegens onsen koningh ophitst en diergelijcke
woorden […]

Studie van een voor de borst gehouden arm, met wijzende vinger.
De beschuldigende vinger. Detail van Studie van een arm, Giuseppe Cesari, 1578 – 1640. Collectie Rijksmuseum.

Eerdere ontkenningen hadden niet geholpen. Van den Doorslagh krijgt bij dat bezoek nog wel een beschermingsbrief (sauvegarde) mee voor het dorp, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Dat heeft hij zelf in eerste instantie niet door, maar Margaretha wel zodra ze de brief leest.

Offer voor het landsbelang

Mede met deze getuigenverklaring kan Godard Adriaan aantonen dat de vernietiging van zijn bezit direct verband houdt met zijn diplomatieke werkzaamheden voor de Staten-Generaal. En dat is nodig om bij diezelfde Staten-Generaal een (gedeeltelijke) vergoeding los te krijgen. Het landsbelang kostte hem zijn kasteel, dus de opbouw van het kasteel mag het land ook wat kosten. De link met de diplomatieke missie komt in de verklaring veelvuldig terug. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de komst van zeer ongewenste logees.

Verklaring over de twee kapiteins
Verklaring confiscatie van goederen

[…] Ende na dat bij de
France publicq geworden was dat den heere van
Amerongen wegens haer ho:2hoog mo:3mogende de heeren Staten-
Generael sich in Duijtslant onthield4in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was, sijn twee
capitainen met hare compagnien van ‘t regiment La Reijne

op’t huijs te Amerongen komen logeren, en hebben
tselve in possessie genomen, verjagende de onderdanen
daer van daen, seggende dat alle de goederen
van den heer van Amerongen waren geconfisqueert
om dat niet op sijn huys was gekomen […]

Een heer zit achter een tafel met een glas wijn aan zijn mond. Op de achtergrond een wandtapijt en een bediende met een gevuld bord. Op de voorgrond eet een hondje een hapje mee.
Fragment uit: Smaak, Abraham Bosse, ca. 1635 – ca. 1636. Collectie Rijksmuseum.

Arme Amerongers

Die logees zijn een slimme zet van de Fransen want zo wordt de kip met de gouden eieren niet meteen geslacht, maar eerste kaalgeplukt en leeggezogen. De Amerongers moeten hen van eten en drinken voorzien: brood, vlees, wijn en wat niet al. Net zo lang tot er voor de inwoners en hun kinderen zelf ook niets meer te eten is en ze hongerig moeten wegtrekken. Tijd voor de kapiteins om maar weer eens elders kijken.

Verklaring over het eten door de ingekwartierde soldaten

[… ] lieten door hare sergeanten
en soldaten alle dagen broot, vlees, boter en
andere spijse de inwoonders affhalen, so lange
dat de inwoonders ten deele begonden met hun
kinderen honger te lijden, om datse geen spijse konden
bekomen. Waer over sij moesten op anderen plaetsen trecken, En die capitainen niets meer vindende sijn
doen ook vertrocken. […]

Ruïneren en verbranden

Pas dan moet ook het kasteel er aan geloven. Twaalf ruiters van de lijfwacht van de Hertog van Luxemburg komen eind februari 1673 met de opdracht het kasteel te vernietigen. Bossen hout en stro worden door het hele huis en in de torens verspreid en bovenin aangestoken. Het huis brandt tot de grond toe af.

Verklaring over het ruïneren en verbranden van het kasteel

[…] Daarna is in
Februarij 1673 een Edelman ofte Officier
genaemt La Fosse van de Lijffgarde van den Hartogh
van Luxenburg met 10 a 12 Ruijters op den
Huijse en Slote van Amerongen gekomen, seggende
tegens die opgesetenen die daer weder opgevlucht
waren, dat zij ordre hadde om t selve huijs te
ruineren en te verbranden, ende dat ider daer van
soude trecken, en hebben deselfde Franssen al voort
bossen hout en strooij gedragen, boven in de Toorens
en door het geheele Huijs, en het bovenste eerst aen
brandt gesteecken en van boven tot beneden geheel
afgebrandt […]

Alle gebouwen op de voorburcht vallen ook ten prooi aan de vlammen, ondanks pogingen van de Amerongers om dat tegen te houden door een som geld te bieden. De getuigen laten niet na de reactie van de Franse officier te citeren waarin de link met Godard Adriaans opdracht duidelijk is:

Verklaring over het vruchteloos aanbieden van geld
Verklaring dat Godard Adriaan tegen de koning van Frankrijk werkt

[al mede affgebrant,] niet tegenstaande dat de
inwoonders te vooren een groote somme gelts
presenteerde, dat het niet gebrandt soude worden
maar dien officier sijde dat hij geen verschoninge
vermochte te doen, onder andere, om dat den heer

van Amerongen tegens de interesse van den koninck
van Vranckrijck ageerde.  […]

Kaalgevroten en omgekapt

Met de omringende landerijen wisten de uitvoerders van de wraak van de koning ook wel raad. Ze werden gebruikt als nieuwe weidegronden voor een groot deel van het vee dat elders in de provincie gestolen was: honderden karrepaarden, tientallen ossen en duizenden schapen kwamen de boel kaalvreten, en alle bomen en struiken werden omgehakt.

Verklaring over het vee in Amerongen

[van Vranckrijck ageerde] Na welcke tijt
op de goederen ende weijlanden van welgemelte Heere
van Amerongen sijn gekomen, eerst eenige honderden
karpeerden5karrepaarden, daer na ontrent 50: a 60: ossen en
ettelijcke duijsenden schapen, die men doen seijde dat den
Intendant Robert toe behoorden6waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren, ende wierden doen ook
de bosschen ende plantagien van meergemelte heere van
Amerongen affgekapt. [Hier ons gevraegdt]

Cirkelvormig gezicht op een landschap met een kudde schapen. Op de voorgrond rent een vrouw achter een hond aan die twee zwijnen wegjaagd.
Landschap met kudde schapen, Albert Flamen, 1648 – 1683. Collectie Rijksmuseum

Schade: Meer dan 100.000 gulden

Quint en Van den Doorslagh zeggen in hun getuigenis desgevraagd geen precieze inschatting van de schade te kunnen geven. Maar op hun ‘vromigheid’ verklaren ze dat ze na raadpleging van deskundigen zoals timmerlieden en metselaars op een bedrag van meer dan honderdduizend gulden komen. Van die timmerlieden en metselaars is ook een eigen verklaring bekend, waar meer details over de soort schade in zijn opgenomen. Die gaan we nog zien.

[daer aenbehorende, wel zouden estimeren.] Soo hebben
wij stelve soo pertinent niet konnen doen. Maer
verklaren bij onse vroomigheijt na dat wij ‘tselve
met verscheijde timmerluijden en metselaers hadden
overleijd, dat onses oordeels diergelijcken, soo als
het voors. huijs en voorburgh, voor het affbranden
is geweest, wel over de hondert duijsent gulden
soude kosten, […]

Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen. Over een weg komt een koets aangereden en er loopt een man met een hond die zijn hoed vast houdt. De kale bomen buigen in de wind.
Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen, Izaak Jansz. de Wit, naar Jacob Cats, 1807. Collectie Rijksmuseum

Eén vijand minder

Op 19 februari 1674 werd de Tweede Vrede van Westminster gesloten. Eindelijk was de vrede waar Margaretha zo naar had verlangt daar. Althans…

Grof geschut

De in augustus 1673 gevormde Quadruple Alliantie maakte van de Hollandse Oorlog een Europese oorlog. De Republiek bracht nu grof geschut mee naar de onderhandelingstafel. Wilde de Zonnekoning praten over vrede? Prima, maar dan kregen de nieuwe bondgenoten van de Republiek óók een stoel aangeboden. De Franse onderhandelaars konden hier niet mee akkoord gaan, en in de herfst van 1673 leek het er zelfs even op dat de Keulse Vredeshandel in zijn geheel zou worden afgebroken.

Met het Franse voorstel om een deel van de generaliteitslandenDe gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg. af te staan óf Spanje te overtuigen een aantal plaatsen aan Frankrijk af te staan, gingen de geallieerden niet akkoord. Vervolgens lieten de Fransen niets meer van zich horen. Toch gingen de onderhandelingen door. Niet met Frankrijk en niet in Keulen, maar met Engeland in Londen.

Meij 16 1673 arriveeren de Sweedse Mediateuren tot Aaken de bestemde Handelplaats alwaar den 18 dito haar Ho Moge Gevolmachtigde Solemneel worden ingehaalt. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

Junij 6, 1673 deden de Franse ministors tot keulen haar publijke intreden en vervolgens de sweedse Engelse en Nederlandse Gesanten om in het Comvent der Carmeliten de Tractaten aan te vangen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

De Kuelse Handelinge zijnde sonder gevolg depecheren haar Ho Mog. d ordres aan den Marq. del Fresno Spaans afgesant tot Londen om van een seperate Vrede te handelen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

De weg naar vrede

De overwinningen op zee in de zomer van 1673 en de veroveringen van Naarden en Bonn, had de Republiek bepaald geen windeieren gelegd. Een invasie op de Hollandse kust was er in het tweede oorlogsjaar wederom niet gekomen, en de Fransen moesten de Republiek noodgedwongen ontruimen. Het wapengekletter had de weg naar vrede vrijgemaakt.

Geen geld meer voor Karel

Karel II werkte met Lodewijk XIV samen om het katholicisme en absolutisme in Engeland te herstellen. Deze opvatting had zich in de hoofden van veel Engelsen genesteld. Dat de broer van de koning, de hertog van York, in september met een katholieke vrouw was getrouwd en de bruidsschat door de Zonnekoning was betaald, hielp bepaald niet mee. Daarnaast zagen de Engelsen een oorlog tegen Spanje — die er ongetwijfeld zou komen nu bondgenoot Frankrijk de oorlog aan Spanje had verklaard — niet zitten. Het Engelse parlement weigerde nog langer geld beschikbaar te stellen voor de oorlog tegen de Republiek. De Spaanse ambassadeur in Engeland, markies Del Fresno, bemiddelde tussen de partijen en op 19 februari 1674 werd de vrede beklonken.

De Marques del Fresno als Gevolgmagtigde van desen staat sluijt met de Engelse Heeren Commissarisen den 19 Febr 1674 den Vrede tusschen Engelandt en de Vereenigde Provincien. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

De koning verklaart in sijn Parlament dat volgens der selver advijs den Vrede met de Heeren Staten Generael geslooten heeft. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

De Vreede wort aan de Hr Staten en Sijn Hooght gebootschapt beswoorden geratificeert en gepubliceert. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

Niet veel later, respectievelijk op 22 mei en 11 april, verlieten ook Münster en Keulen de Franse partij. En Frankrijk? De oorlog verplaatste zich na de ontruiming van de Republiek naar de Zuidelijke Nederlanden. Het duurde nog vier jaar voordat de Vrede van Nijmegen een einde maakte aan de Hollandse Oorlog.

In het midden een gracht met daarop een ponton met een draak die vuur spuwt. Op de gracht een paar bootjes. Op de kade staan stellages met pektonnen te branden. Daarboven in een lauwerkrans de Vrede, de Hollandse Leeuw en twee provinciemaagden. Links en rechts de Overwinning en de Faam met medaillons met portretten van de belangrijkste personen.
Fragment uit Vreugdevuren te Den Haag bij de Vrede van Westminster, 1674, Isaac Sorious, 1674. Collectie Rijksmuseum

Bezorgde moeder

DatumPlaats
Geschreven3 januari 1661Amerongen
Geadresseerde:
Constantijn Huygens
Ontvangen13 januari 1661
Lees hier de originele brief

De brief die Margaretha Turnor op 3 januari 1661 schrijft, is haar vroegst bekende brief. Ze schrijft hem niet aan haar man, maar aan Constantijn Huygens, heer van Zuilichem.

De Spaanse missie

Waarom schrijft Margaretha aan Constantijn Huygens? Daarvoor moeten we terug naar oktober 1660. Op dat moment vertrok namelijk de eerste officiële Staatse missie sinds de Vrede van Münster in 1648 naar Spanje. Het doel van de missie is om koning Filips IV geluk te wensen met het huwelijk van zijn dochter Maria Theresia met de Franse koning Lodewijk XIV. Het huwelijk is een bezegeling van de in 1659 tussen Spanje en Frankrijk gesloten Vrede van de Pyreneeën. Met het overbrengen van die gelukswensen wil de Republiek uiteraard een hoger doel bereiken, namelijk het hernieuwen van een aantal eerder gemaakte afspraken op het gebied van staatszaken.

Een elegant gezelschap staat in een kerk voor het altaar. In het midden een bisschop die de infante Maria Theresia van Oostenrijk, gekleed in een hermelijnen mantel met fleur de lis en Lodewijk XIV, gekleed in een mantel met het Maltezer kruis, trouwt. Voor hun een tafel met twee stoelen die ook bekleed zijn met fleur de lis.
Edmé Jeaurat (naar Charles le Brun), Het huwelijk van Maria Theresia, dochter van Filips IV van Spanje in 1660, 1731. Collectie Scottish National Gallery Of Modern Art (Modern Two) (Print Room)

In het gevolg van Godard Adriaan

Eén van de drie ambassadeurs die op 3 december 1660 in Madrid gearriveerd is, is Godard Adriaan van Reede. Hij wordt niet alleen vergezeld door zijn 16-jarige zoon, Godard van Ginkel, maar ook door Lodewijk Huygens, de zoon van Constantijn. Voor beide zonen geldt de missie als onderdeel van hun opvoeding. De inmiddels 29-jarige Lodewijk spreekt Spaans en kan dus af en toe optreden als vertaler, maar heeft verder geen officiële taak en wordt ook niet betaald. Maar ach, vader Huygens was allang blij dat zijn derde zoon mee kon op deze gezantschapsreis. Misschien hoefde hij dan niet langer in de schaduwen van zijn succesvolle oudere broers, Constantijn jr. en Christiaan, te staan.

Portret ten voeten uit van een jonge man in een harnas en hoge leren laarzen. Hij heeft langkrullend haar en draagt om zijn nek een sjaaltje.
Godard van Reede van Ginkel, Jurjen Ovens, 1661. Collectie Kasteel Amerongen.

Afscheid nemen bestaat niet

Lodewijk Huygens had veel vrije tijd en hield al sinds het begin van de reis een dagboek bij. Het dagboek is bewaard gebleven. Daardoor weten we onder meer dat Margaretha haar gezin in oktober 1660 tot aan het vertrek van het gezantschap vanuit Hellevloetsluis heeft vergezeld. Onderweg van Den Haag naar Hellevoetsluis speelde het gezelschap, onder wie Lodewijk, een kaartspelletje. Het afscheid viel zowel de vertrekkenden als de achterblijvers zwaar, aldus Lodewijk: er vloeiden veel tranen. Maar Lodewijk beschrijft een saillant detail. Probeerde Godard van Ginkel zich groot te houden tegenover zijn reisgenoten? Volgens Lodewijk huilde Godard namelijk tranen met tuiten wanneer hij in de richting van zijn moeder keek, maar lachte hij smalijk wanneer hij zich omdraaide naar zijn reisgezelschap.

Alvorens verder te gaan kan ik me niet bedwingen om hier hier nog een nogal zeldzaam en vermakelijk voorval in herinnering te brengen dat plaatsvond bij het vertrek van mevrouw Van Amerongen. Het was namelijk zodat als mijnheer Van Ginckel haar zoon, een edelman met een nogal vrolijk karakter, naar de ene kant keek om afscheid van zijn moeder te nemen, dan zag hij haar samen met haar nichtje staan huilen. Ik had zo even al verteld dat ze dat deden Keek hij naar de andere kant, dan zag hij zijn metgezellen van wie dat soort afscheid misschien niet zo hoefde. Op hetzelfde moment dat hij van de ene naar de ander kant keek, deed hij dan hen en dan ons na. Draaide hij zich nar de zijde van zijn moeder, dan huilde hij namelijk tranen met tuiten en op hetzelfde ogenblik dat hij zich naar ons keerde, begon hij minstens zo smakelijk lachen. Hij deed dat iedere keer als hij zich van de een naar de ander wendde zonder dat hij zichzelf daarbij in de hand had.

Maurits Ebben (red.), Lodewijk Huygens’ Spaans journaal. Reis naar het hof van de koning van Spanje, 1660-1661 (Zutphen, 2005).
Families zwaaien naar de vertrekkende schepen, op de voorgrond het verwelkomen van de teruggekeerde familieleden en geliefden. Bedrukt op achterzijde met tekst in het Nederlands.
Afscheid en terugkeer op de kust, Willem Basse, 1632 – 1634. Collectie Rijksmuseum

De thuisblijvers

Margaretha Turnor en Constantijn Huygens delen hetzelfde lot: ze zijn thuisblijvers en moeten hun zonen missen. Uit haar brief van 3 januari 1661 blijkt dat Margaretha reageert op een eerdere brief van Huygens. Blijkbaar heeft de heer van Zuilichem haar al eerder een brief geschreven, misschien onderhielden ze al langer een briefwisseling en is alleen deze brief bewaard gebleven. Hoe het ook zij, de thuisblijvers hebben elkaar opgezocht en vertrouwen hun zorgen aan het papier en aan elkaar toe.

Omdat Margaretha herhaalt wat ze in een ontvangen brief van Constantijn gelezen heeft, weten we ongeveer wat er in die brief gestaan moet hebben. Er stond waarschijnlijk iets in over het verloop van de reis, want Margaretha is er zeer content mee te horen dat de reis niet over ‘de bergen en kwade wegen’ was gegaan. Constantijn had zijn lotgenoot met zijn woorden gerustgesteld.

Brieffragment over Margaretha's zorgen.

uEd schrijfvens is mij seer wel behandich
waer voor uEd hoochlijck bedancke te
meer doordien die mij heel wel te pas
quam, als de kontreije in spange diede
heere Ambassadeurs moeste passeere
niet kenende was ick seer bekomert
en aprehendeerde de reijs overde berge
en quade weege van die seer, waer
van uEd mij het kontrarije door deselfs
schrijfve beliefde te segge, heeft mij een
=nige gerustheijt gegeefve, [sedert heb]

Bekwaam en modest

Margaretha deelt ook een aantal complimenten uit. Ze schrijft haar lotgenoot dat Godard Adriaan in een brief heef laten weten ‘zeer gelukkig’ te zijn met het gezelschap van Lodewijk Huygens; de zoon van Constantijn is zeer ‘bekwaam en modest’.

Zou Margaretha hopen dat haar lotgenoot in een volgende brief complimenten aan Godard Adriaan uitdeelt? We zullen het helaas misschien wel nooit weten, want er zijn – zover bekend – geen andere brieven van Margaretha aan Constantijn Huygens bewaard gebleven.

Brieffragment over de compliment van Godard Adriaan over Lodewijk Huygens

[schrijfve heeft besocht,] vint sich
doort geselschap van men heer uEd
soon geluckich want kan mij niet genoech
scrhrijfve van sijn Ed bequ
=aem en modest leefven[, seijt ock]

Een schilderij met zes cartouches. In het midden een oudere man, Constantijn Huygens. Hij heeft een spits gezicht met een snor en een klein baardje. Hij heeft donker halflang haar met veel volume. Hij is in het zwart gekleed met een kantenkraag. Zijn linker hand houdt hij voor de borst, waardoor je het kanten manchet ziet. Om zijn middelvinger draagt hij een ring. Midden boven een portret van een jong meisje, Constantijns dochter Suzanna, in een wit jurkje en een wit kapje op. Op het jurkje zitten roze strikjes en op het kapje een roos. De andere vier cartouches zijn voor de vier zoons. Links boven Constantijn jr., rechts boven Christiaan, links onder Lodewijk, rechts onder Philips. Afgezien van Philips dragen de jongens donkerbruin met een witte kraag. Philips draagt een groen fluwelen cape en een baret met een witte veer. Tussen de cartouches zijn in bruin putti en vruchten geschilderd. Op een schild onderaan het schilderij staat ECCE / HÆREDITAS / DOMINI. / Anno. 1640
Adriaen Hanneman Portret van Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn vijf kinderen, 1640, Adriaen Hanneman. Collectie Mauritshuis.

Friese hoofden

DatumPlaats
Geschreven28 augustus 1673Den Haag
Ontvangen2 september 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

De brief begint met Margaretha’s reactie op commentaar dat ze van Godard Adriaan gehad heeft. Waarop hij commentaar had weten we niet, maar waar Margaretha eerder nog wel eens haar excuses aanbood, doet ze dat nu niet. Het was haar goed recht te schrijven wat ze schreef en ze zegt er geen woord meer over! Zo.

brieffragment uitbrander Godard Adriaan

uhEd schrijfvens vande 22 deeser heb ick ontfange, het
doet mij leet daer wt te sien uhEd so qualijck neemt
het geene ick tot Enckele waerschouwine heb ge=
schreefve , waer toe ick oordeelle niet alleen verplicht
maer ock gerechticht te weese doch sal hier niet
meer van segge, [ick verstaen haer hooch Mo]

Regelement voor ambassadeurs

De Hoogmogende HerenDe afgevaardigden van de provincies in de Staten Generaal hebben een nieuw regelement gemaakt voor de uitlandse ministers en dat lijkt nogal wat gedoe te geven. De informatie die Margaretha geeft over het reglement is niet heel helder. Dat kan drie oorzaken hebben: ze formuleert rommelig, ze begrijpt het zelf niet of het is voor iedereen onduidelijk. Om te beginnen schijnen de Hoogmogenden Godard Adriaan alle informatie toegestuurd te hebben met de vraag of hij terug wil komen. Maar Margaretha waarschuwt: ze bedoelen niet dat hij thuis mag komen, maar ze willen de nieuwe regels niet zomaar toezenden. En ze waarschuwt ook dat hij een beetje rekening moet houden met die nieuwe regels en zich daar vast naar moet voegen.

[meer van segge,] ick verstaen haer hooch Mo
met de laeste post uhEd haer reesolusieResolutie: besluit hebbe toe
gesonde waer bij versocht wort opt spoedichste
Een keer herwaerts te doen waer op mij wat
naerder heb geinformeert maer so ick bericht
werde ist selfve niet met intensie om uhEd
weerderwaerts te sende, maer om dat se niet
wel wiste met wat fatsoen sij uhEd de nieu
=we reesolusie opt nieuwe gemaeckte reegle=
ment voorde wt lantsevoorde wt lantse: voor de uitlandse, ofwel voor de ministers in het buitenland menistreesMinisters: In toepassing op den vertegenwoordiger van een staat bij eene vreemde mogendheid of op eene internationale conferentie; ook publiek minister geheeten. Thans (1906) alleen nog in den titel van ministerresident, en in den hoogeren van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, in rang volgende op dien van gezant. soude
toesende geschiet, waer op uhEd belieft ver=
=dacht te sijn en sijn affaereesAffaires: zaken aldaer
wat naer te deerijgeereDirigeren: inrichten , [deese merge is den]

In de PS blijkt dat ze dacht de resolutie met de vorige brief gezonden had, dat was niet zo, dus sluit ze hem nu bij. Het nieuwe reglement wordt naar alle ambassadeurs gestuurd, maar dus niet naar Godard Adriaan.

Een stoet met mensen te paard komt een heuvel op, rechts boven en vooraan een hollander met een grote zwarte hoed naast een man met een tulband op.
De Nederlandse ambassadeur op weg naar Isfahan, Jan Baptist Weenix, 1653 – 1659. Collectie Rijksmuseum

Geld

Er zal ook eens geen gedoe om geld zijn. Eén van de officiers van de troepen die Godard Adriaan geworven heeft, heeft aan de Staten een brief geschreven dat hij nog geen geld ontvangen heeft van Godard Adriaan. Caspar van Kinschot waarschuwt Margaretha voor deze brief en geeft aan dat ze haar man moet waarschuwen. Hij gaat ervan uit dat Godard Adriaan nog geen actie hoeft te ondernemen, dat kan ook nog als hij thuiskomt.

De lachende kop is iets naar links gewend. Hij draagt helm en harnas; een sjaal is losjes over de schouders gedrapeerd. Een palmblad bedekt horizontaal rug en snijrand. Een haakje vooraan op het harnas.
Borstbeeldje van een soldaat (schaakpion), Adriaen van der Werff, ca. 1678 – ca. 1722. Collectie Rijksmuseum

Friezen hebben wondere hoofden

Van de vloot heeft Margaretha nog niets gehoord, want de gedeputeerden zijn nog niet terug. Over de voortgang van de oorlog in Friesland weet ze des te meer te vertellen. Het schijnt in Friesland te haperen. En ze weet ook hoe het komt: de Friezen hebben wondere hoofden. Er ligt een flinke troepenmacht van Bommen Berend (de bisschop van Münster) en de Fransen, maar de Friezen wilden niets weten van een waterlinie. Dat was het advies geweest van de gecommitteerden die daar geweest waren. Als er iets gebeurt, is het dus hun eigen schuld.

Twee vrouwen in Friese klederdracht, de rechter vrouw verkoopt boter uit een doosje. Onderdeel van een gebonden uitgave van de reeks van vierentwintig platen van Nederlandse klederdrachten in het Koninkrijk der Nederlanden aan het begin van de negentiende eeuw door Maaskamp, 1829.
Friese boterverkoopster, Ludwig Gottlieb Portman, naar Carel Jacob van Baar van Slangenburg, naar Jan Willem Pieneman, 1829. Collectie Rijksmuseum

De Friezen hadden zeker wel aan hun waterlinie gewerkt, alleen was er daar net zoveel gedoe over als in Utrecht en Holland. Een groot probleem was dat het water dat voor de Friese waterlinie gebruikt werd, uit de Zuiderzee kwam en dus zout was. Geen wonder dat de Friese boeren daar niet blij mee waren.

Brieffragment betaling geworven troepen

[gekoome,] in vrieslant vreest me dat het hapert
men seijt dat de Munsterse die net 5 a
6000 franse so men seijt versterckt sijn
in vrieslant somige segge in oostvrieslant
andere int ander vrieslant ingevalle sou
=de sijn, daer gaen weer Eenige ruijterij na
toe alste maer niet te laet koome, de
vriese hebbe wondere hoofde , wij hebbender onse
gekomiteerdees gehad daer kinschot Een
w van is geweest om haer te perswadeerePersuaderen: Overtuigen
dat sijt daer de meeste prijckelPerikel: Dreigend gevaar was onder
water soude sette maer sij hebbe niet gewilt
so dat soder nu Eits overkomt het haer Eijge
schult sou sijn, [tis wel bedroeft men hoort]

Kaas

Tijd om af te ronden. Het is niets dan ellende, gelukkig geeft de vloot nog wat hoop. Mag de Heer haar lieve man maar een goede reis geven en zorgen dat ze elkaar gezond weerzien.

PS: De Parmezaanse kaas!!! Dit feuilleton loopt dus al sinds april! De laatste keer dat ze erover schreef was in mei en toen had ze nog niks van de kaas gehoord. En nu is dan eindelijk de tweede kaas aangekomen en hij is groot…

Kennelijk heeft Godard Adriaan een Christoffel in dienst, want zijn vader heeft Margaretha geschreven…

Brieffragment met afsluiting en parmezaanse kaas

[schult sou sijn,] tis wel bedroeft men hoort
alwat te lande raeckt niet als swaericheij
ter see konne wij godt niet genoech dancke
voor sijne genade, die uhEd Een geluckige
en spoedige reijs wil geefve dat wij deselfve
in gesontheijt hier mooge sien ondertusche
blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
gistere heb ick
weer van breeda Een schoone groote permesaense kaes gekreechge
veel grooter als de Eerste, stoffels vader
schrijft in lange geen briefve van sijn soon
gehadt te hebbe

Een vrij onduidelijk schilderij. Rechts staat trots een stuk parmezaanse kaast op een tinnen bord en daarnaast liggen een abrikoos en een mandarijn. Op de voorgrond een dode fazant en wat kleine vogels. Links hangen twee grijze vogels (duiven?).
Stilleven met wild en een stuk parmezaanse kaas, Bartolomeo Arbotori. Collectie Museo del Parmigiano Reggiano

Ambassadeursroddels en geldnood

DatumPlaats
Geschreven14 juli 1673Den Haag
Ontvangen19 juli 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

De bekende tienduizend gulden is weer waar Margaretha haar brief begint. Weer is er geen vooruitgang te melden. Waarom ze er dan toch over blijft schrijven? Om Godard Adriaan op de hoogte te houden natuurlijk en om te laten zien dat ze hard werkt om betaald te krijgen. Het moet voor Godard Adriaan wat geweest zijn: iedere brief van vrouwlief die hij kreeg begon met steeds hetzelfde slechte nieuws. Toch fluit Godard Adriaan Margaretha hier kennelijk niet over terug, zoals hij dat bij andere zaken waar Margaretha iets te uitgebreid over doorging wel deed. Schijnbaar is dit onderwerp van groot belang voor hem. Begrijpelijk wel, het is tenslotte zijn salaris.

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 7 deeser heb ick ontfange,
de state van hollant sijn vergadert, den ontfa
wt den boogaertOntvanger-generaal Johannes Uittenboogaard wort hier verwacht die de raet
pensionarisRaadspensionaris Gaspard Fagel belooft heeft te sulle spreecke
weegens onse betaeline van de bekende tien
duijsent gul, ick wacht daer op met het
versoecke van weer Een ordinansi, vrees
=sende dat als ick die weer versoecke sij noch
difisielder sulle weesen om deese te behaelle
maer so haest ick hoore wat hoop den ontfanger
mij tot de betaeline van deese geeft sal ick
weer Een versoecke, het gelt is niet te krijge 
uhEd sou niet geloofve hoe slecht het met de
betaelline gaet, en hoe scherp se overde be=
=taeline vande schattine maene, ick meende
en wist niet beeter of had met de betaelin
van de Eerste kapitaele leenin overt ijaer 1673
voldaen, en nu van weeck sendense mij wees
Een deurwaerder om de tweede kapijtaele
leenine overt selfve ijaer bine 24 Eeure

Salaris krijgt Godard Adriaan niet maar leningen moeten wel terugbetaalt worden. Zo was er van de week nog een deurwaarder langsgekomen die geld wilde. Had Margaretha hem niet afbetaald, was het bedrag als straf verdubbeld. Heel de Republiek is in geldnood en iedereen moet moeite doen om rond te komen. Zo ook de Staten-Generaal: de eerder aangekondigde honderdste penning moet in augustus weer betaald worden, net als de belasting op onroerende goederen.

Echter, niet iedereen heeft zin om dit te betalen wanneer de betalingen aan het leger zo slecht lopen en het geld daarnaast gestopt gaat worden in het versterken van steden die dan na tien of elf dagen toch wel in de handen van de vijand vallen. Het pessimisme zit er goed in bij de bevolking.

voor waer niet hoet gaen sal, so onwillich
worden de liede alse hoore dat de betaelin
so slecht voor de meeliesie gaet en dat de
steede die so veel van fortifiseere koste
en van alles so wel versien sijn so in 10
a 11 daege over in hande vande vijant
gaen, men derft niet segge maer se roepe
seer over de spaense, de heer almachtich
weet alles, met de naeste post sal ick
uhEd de meemoorije vande mij laest ontfan
gene twee duijsent gul sende op dat deself
kan sien wat ick daer van heb betaelt
so ick hier geen gelt ontfan weet ick geen
raet het wort tijt om alderhande provijsie

De geldnood heeft ook nog een ander nadelig gevolg: Margaretha kan niet op tijd voorraden voor de winter in slaan. Met name hout en turf zijn duur geworden. De constante regen is slecht voor de turf en heeft ook nadelige gevolgen voor het hooi. Margaretha vraagt zich af waar de ruiters nog hooi voor hun paarden vandaan zullen halen, wanneer er zo veel hooiland onder water staat en de regen de rest verpest. Het blijkt weer eens dat de Hollandse Waterlinie zowel een zegen als een vloek is.

[voorde winter te doen] turf en hout is seer
dier ten doet niet als reegenen dach op dach
dat niet goet opt hoeijhooi of turf is, soot so
voort gaet weet ick niet waerse hoeij voor
de ruijters sulle haelle, daer staet so veel
hoeij lant onder water en dat drooch leijt
wort vande reegen bedurfven, [sijn hoocheijt]

Het staatse leger trekt uit

Dat er hooi nodig is voor paarden mag blijken uit de rol die de ruiterij heeft gekregen van Stadhouder Willem III: ze zijn de Langstraat in gestuurd, een gebied tussen Breda en de Meierij van Den Bosch. Willem III is bezig met het formeren van een leger in het zuiden van Holland maar helaas is hij niet de enige die daarmee bezig is. Ook de Fransen zijn bezig met de voorbereidingen van snode plannen: menig takkenbos wordt naar de stad Woerden gesleept met een onduidelijk doel. In Utrecht zijn de Franse plannen een stuk duidelijker: daar willen ze simpelweg driehonderdduizend gulden van de inwoners hebben. Alsof het niets is…

[sijn hoocheijt] doet vast Een leeger formeere so men seijt
gaet onse ruijterij s naer de langestraetDe Langstraat is een gebied ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Tegenwoordig valt dit onder Noord-Brabant maar destijds hoorde dit gebied bij Holland.
derworde ock veel scheepe geprestPressen: Personen, of in dit geval schepen, tot den krijgsdienst dwingen., de heer
almachtich wilt voorneeme seegenen,
te woerde seijt me dat ock groote preepe
raesie gemaeckt worde datter meenichte
vande tackebosse gebrocht sijn die wel Eens
so lan als ordinaeriseOrdinaris: Gewoon(lijk), ick vreese sij alweer
wat voor sulle hebbe, tot de vreede seijt me
dat gans geen apreehensieApprehensie: Bevatting / besef hebben van is. Kan ook beducht, bezorgd betekenen. De context is onduidelijk, de heer wil ons
bij staen te wttrecht willense weer drijmael
hondert duijsent gul vande inwoonders hebbe
en dat voor kontrebuijsie over de maende
van meij en ijuini lestleeden, [de heer van]

Antieke topografische kaart van West-Brabant, destijds onderdeel van het gewest Holland met daarop de cultuur-historische regio's te zien. Links op de kaart ligt de Baronie van Breda, dan de Langstraat, dan het Land van Altena en vervolgens een deel van het gewest Gelderland.
Kaart van “Hollandiae pars meridionalior vulgo Zuyd-Holland” (met aanduiding van De Langstraat: Baardwijk, Waalwijk, Besoijen, Sprang, Vrijhoeve, Capelle, Waspik), z.j. Auteur: Nic Visscher. Via Streekarchief Langstraat Heusden Altena. De Langstraat is het lichtgekleurde deel links van de groene Baronie van Breda en rechts van het roze Land van Altena

Diplomatieke rivaliteiten

Er heerst geldnood, de oorlog woedt door en het leven is onzeker maar ondanks al deze narigheid neemt Margaretha toch nog even de tijd voor roddels over Godard Adriaans rivaal, ambassadeur Daniël Oem van Wijngaarden, heer van Werkendam. De rivaliteit – van Margaretha’s kant tenminste – is al een tijdje gaande: al in maart 1672 schreef Margaretha over hem in weinig positieve bewoording en met enige jaloezie. Werkendam mocht namelijk een koets, zijn vrouw en een stel dienaren meenemen op missie naar Denemarken. Destijds was Werkendam al ambassadeur extraordinair terwijl Godard Adriaan nog maar ambassadeur ordinaris was.

Schandalig dus. Het laatste bericht over Werkendam was weinig positief: hij heeft een rommeltje gemaakt van zijn opdracht. Toch is Werkendam nu nieuwe eer ten dele gevallen: hij is door de Deense koning Christiaan V benoemd tot baron en is geridderd. Gelukkig niet tot de orde van de olifant merkt Margaretha op. Godard Adriaan is sinds 1660 ridder in deze orde die de hoogst mogelijke ridderorde in Denemarken is. Heeft hij toch nog een stapje voor op Werkendam.

[van meij en ijuini lestleeden,] de heer van
rhins wouJohan van Reede van Renswoude gistere bij mij sijnde seijde gehoort
te hebbe dat den heer van werckendamDaniël Oem van Wijngaarden vande
koninck van deenmerckeChristiaan V was baron ge
=maeckt en Een ordere had bekoomen
dan geloofde niet het die vande oliphant was

Om de situatie nog wat spannender te maken: Werkendam heeft deze buitenlandse titel ontvangen zonder dat de machthebbers in de Republiek hier iets van wisten. Dat nemen ze Werkendam uiteraard kwalijk en Margaretha lijkt hier nogal van te genieten. Of er daadwerkelijk gevolgen zullen volgen is onwaarschijnlijk maar het is toch wel licht vernederend voor Werkendam. Het zijn de kleine pleziertjes in het leven die er toe doen…

en dat hij dit buijten kenisse van den staet soude aengenoome
hebbe, het welcke sijn hEd meende seer qualijck soude
genoome worde, hij staet hier noch niet wel datter geen
goet toe sal doen, dan hij moet sijn doen verantwoorden,

Plafondschildering in de hal van Kasteel Amerongen, onderaan de olifant als teken van De Orde van de Olifant.

Troepen in beweging

Het lijkt er wel op dat niet alleen de ruiterij van Willem III zich nabij Den Bosch bevindt: zoon Godard van Ginkel schrijft dat de Franse voorhoede al nabij Heeze en Leende is. Een oogje houden op Heeze en Leende is belangrijk aangezien daar Godard Adriaans nichtje en haar man dame en heer zijn. Veel schrijft Van Ginkel er blijkbaar niet over: de Franse troepen lijken zonder veel problemen te zijn gepasseerd. Wat er verder volgt is iets wat enkel God weet – en Margaretha in haar volgende brieven natuurlijk.

so komt Een brief vande heer van ginckel wt gorckom die schrijft
daer advijseAdvies: Mondeling of schriftelijk geuit oordeel te sijn dat de franse weer afkoome en de voor
troepees al hees en leenDe heerlijkheid Heeze en Leende noemt ze niet toevallig. Hier woonde de dochter van Godard Adriaans zus Catharina. Deze Anna Margaretha was getrouwd met Albert Snouckaer van Schauburg, heer van Heeze en Leende. Deze heerlijkheid was bovendien een protestantse enclave in katholiek Brabant. gepasseert waeren so dat me gelooft
sij noch Eits sulle atenteereAttenteren: ondernemen waert hem nu weer gelde sal
vrees ick dat mij haest sulle hooren de heere wil ons bij staen 
en bewaeren, inwiens heijlige bescherminge w uhEd be=
veelle, blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Niets schrijvenswaardigs

DatumPlaats
Geschreven10 juli 1673Den Haag
Ontvangen15 juli 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

Volgens Margaretha is er niets schrijvenswaardigs gebeurd. Maastricht is verloren en Lodewijk XIV zou al weer naar Parijs vertrokken zijn, hoewel in de ps blijkt dat hij nog bij Visé ligt. Willem III trekt zijn leger samen beneden de rivieren en bij de Engelsen rommelt het. Velen hopen op vrede. Maar waarom is Van Reede van Renswoude blijven zitten met zijn hoed op?

Willem III naar De Langstraat

Gezien het feit dat Lodewijk al weer onderweg naar Parijs zou zijn met een deel van zijn leger, gelooft men niet dat hij deze zomer nog tot extra aanvallen op de Nederlandse grenzen over zal gaan. Toch trekt prins Willem een groot deel van zijn leger samen in De Langstraat (omgeving Waalwijk en Raamsdonk), onder de Maas. Wat zijn plan daarbij is zal de tijd leren.

Brieffragment Willem III naar De Langstraat

[naer parijs gegaen,] soot so is gelooft me niet
dat hij deese soomer op onse frontiere Eitsiets
sal atenteereAttenteren: ondernemen , nietemin treckt sijn hoocheijt Een
gros van Een leeger bij Een het welcke so men
seijt haer inde langestraetDe Langstraat was Hollands, maar valt inmiddels onder Noord-Brabant sulle vergaere
daer se overmerge naer toe soude gaen,
wat het deseijnDessein: plan is sal ons den tijt leeren, [de]

Kaart van het gebied in Brabant tussen Heusden, Waalwijk en Geertruidenberg. Met de tocht van het Staatse leger van Ernst Casimir door Brabant en de legering in de Langestraat (de weg bij Waalwijk en Besoijen), 1625. Onder de plaat gedrukt een tekst in 3 kolommen in het Nederlands.
Bijna vijftig jaar eerder: Fragment uit een afbeelding van de tocht van het leger van Ernst Casimir door Brabant en de legering in de Langestraat, 1625, anoniem. Collectie Rijksmuseum

Muiderberg verlaten

Bovendien is er ook beweging bij Franse troepen elders in het land. Ze schijnen een zelf opgeworpen verdedigingswerk op de Muiderberg verlaten te hebben. Margaretha is bang dat dat betekent dat ze de legeronderdelen gaan hergroeperen, waardoor de Nederlanders extra op hun hoede moeten zijn. Velen denken dat er vrede komt.

Brieffragment Muiderberg

[wat het deseijn is sal ons den tijt leeren,] de
vijant die Een schans of Eenich foortres
op de muijer berchMuiderberg hadt gemaeckt hebbe so me
seijt het selfve verlaeten, en soude het vande
onse weer om veer geschoote sijn, wat dit vande
vijant segge wil kan men niet dencken ten
waere sij almee Een gos gros van Een
leeger bij Een wille trecken waerom wij op
ons hoede moeten sijn, veel sijn van opijnie
dat wij nu wel tot Een vreede sulle geraecke

Tekening van op de voorgrond en links een kaal landschap. Strand/duinachtig. Helemaal links een ruïne met een toren. Rechts de Zuiderzee met daarop een paar vage scheepjes. Aan de horizon liggen Muiden en Amsterdam.
Gezicht van Muiderberg op Weesp, Muiden en Amsterdam, Wenceslaus Hollar, 1634 Collectie Rijksmuseum

Engelse admiraal op zijspoor

Ondertussen is er in Engeland onrust ontstaan rond James Stuart, hertog van York, en broer van koning Charles II. Toen deze hoogste admiraal van de marine bij het parlement om zijn nieuwe aanstellingsakte vroeg om de Engelse vloot weer aan te kunnen voeren, is deze hem geweigerd. Niet lang geleden is namelijk de Test Act aangenomen, die voorschrijft dat wie in Engeland een ambt wil bekleden, het avondmaal moet mee vieren in de Anglicaanse kerk. Als goed katholiek heeft James dat afgeslagen.

Brieffragment James II

men seijt ock datter in Engelant Eenige desensiedissentie: verschil van mening soude
sijn dat den hartooch van jorckJames Stuart II, Hertog van York, van 1685-1688 koning van Engeland beegeerende vant
parlement sijn Ackte om opt konins vloot te
komandeere en te gaenJames was tot 1673 Lord High Admiral van de Engelse marine. In 1673 weigerde hij de eed van de Test Act te doen en zoals Margaretha bedoelt de eucharistie van de Anglicaanse kerk te ontvangen. Hierdoor maakte hij eigenlijk bekend dat hij katholiek was, deselfve seijde volgens
de preevileesie vant rijckMargaretha heeft het hier over de Test Act hem dat niet konde
geefve voor en al Eer hij neffens andere litmaete
komuniseerde en belijdenis vande gereeformeerde
reeligie deede het welcke hij weijgert te doen
en sij hem tot alle bedieninge van Eenige schars
=geesverantwoordelijkheden vant rijck so lange hij en alle andere daer in kontiniweert
onbequaem achten, dit sal daer int rijck al vrij ontstelte
=nis veroorsaecke, [van onse scheeps vloot hoore]

Portret van een serieus kijkende man met een dun snorretje, donkere ogen en een grote bos rossigbruine krullen. De achtergrond is bruin.
Portret van James Stuart, hertog van York (1633-1701), later koning James II van Engeland, door Sir Peter Lely, circa 1665-1670. Collectie National Portret Gallery Londen, NPG 5211.

Heer houdt hoed op

De vertegenwoordigers van de vier provincies in de Staten-Generaal hebben inmiddels allemaal een eed tot geheimhouding afgelegd met betrekking tot de vredesonderhandelingen in Keulen. Ze stonden allen met opgestoken vingers. Alleen de heer van Renswoude, vertegenwoordiger van Utrecht, bleef zitten en hield zijn hoed op. Wat dat wel mocht betekenen? Met de vier provincies bedoelt Margaretha de niet-bezette provincies Holland, Zeeland, Groningen en Friesland. Het is bekend dat Lodewijk XIV de onderhandelingspositie van Johan van Reede van Renswoude afwees omdat hij hem als inwoner van het bezette Utrecht als zijn eigen onderdaan beschouwde.

Hoed van zwart vilt, met brede rand, gevlochten koord van wit-blauw zilverdraad. Afkomstig van Hendrik Casimir I, graaf van Nassau-Dietz, gesneuveld bij Hulst 1640.
Hoed van Hendrik Casimir I, anoniem, 1612 – 1640 Collectie Rijksmuseum
Brieffragment geheimhouding

de heere vande vier provinsie ter geeneraeliteijt hebbe alle haeren Eet van seeckreetiegeheimhoudingseed
over de saecke vande vreedehandelin met op gesteeckene
vingeren gedaen, behalfve de heer van rhijnswou die
preesent was maer met sijn hoet opt hooft bleef sitte
dat men niet weet hoet daer meede is of wat het bedietbeduidt, betekent

Het gevoel. Een man loopt, gebogen onder het gewicht van de enorme hoed die hij op zijn rug draagt, naar links. Uit de hoed steken de kop en nek van een vogel. De nek van de vogel is doorboord met een mes. De prent maakt deel uit van een serie met de vijf zintuigen.
Man met enorme hoed op zijn rug, Cornelis Saftleven, 1645 – 1706 Collectie Rijksmuseum

Benen en banen

Bovenstaande vermeldt Margaretha in haar ps, waarin ze ook een aantal benoemingen opsomt, de stand van de gewonden en wie er overleden is. Graaf d’ Estrades is door Lodewijk XIV, die toch nog in de buurt van Maastricht is gebleven, benoemd tot commandant van die stad. De gewonden, Graaf van Dohna, Adriaan van Gent en de heer van Weede zouden nu buiten gevaar zijn, ‘de tweede zijn been kwijt, en het andere zijn kuit eraf’.

Brieffragment over Maastricht en benen

[uhEd getrouwe wijff
en dieners M Turnor]

vandaech met de
poste seijt me dat
de koninck noch niet naer parijs is maer met sijn volck tusche viseeVisé
en Maestricht noch leijt, da straedeLouis Godefroi d’Estrades koman=
deert in Maestricht, de graef van donaWilhelm Albrecht, graaf van Dohna, ooster
=weeAdriaan van Gendt, heer van Oosterwedde en weeGeorge Johan van Weede sijn so pesterJoan Pesters schrijft buijte prij
=ckelperikel: gevaar de de tweede sijn been quijt en vant tande de kuijt af

Portret van een oudere man met een getekend gezicht. Hij heeft lichte ogen en een prominente neus. Zijn haar is donker en hij heeft lange krullen. Hij draag een wit kanten befje.
Portret van Louis Godefroi d’Estrades, Wallerant Vaillant, ca. 1647 – 1677. Collectie Rijksmuseum

De heer van WerkendamDaniël Oem van Wijngaarden zou als gezant zijn teruggeroepen uit Denemarken en vervangen worden door een ander. Dat zou volgens geruchten Godard Adriaan zijn, wat Margaretha niet gelooft. In Utrecht is de secretaris van de Staten van Utrecht Van de Poll overleden. In normale tijden zou zijn functie zijn vervallen aan de heer van Zuilen.

Brieffragment over Daniël Oem van Wijngaarden

men seijt ock dat den heer van werckendamDaniël Oem van Wijngaarden te wt deenmerckDenemarken
weer komt en datter Een ander soude gesonde worden
datter gesproocke wort van uhEd daer toe te versoecke
het welcke niet wel kan aeneemen
beusechem schrijft mij dat den ontfanger seeckreetaris
vande state van wttrect vande pol te wttrecht aen
sieckte overleeden is, wiens amt naer den ouden sleur
aenden heer van suijlen soude vervalle sijn volgens
sijn soer[?]soer: zuster

Boter, kaas en wijn

DatumPlaats
Geschreven9 april 1673Den Haag
Ontvangen15 april 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha is blij dat de post weer een beetje loopt. Brieven komen weer sneller, maar er mist nog wel wat. In Den Haag zijn ze druk met de brandschatting voor Middachten. Kennelijk heeft Kinschot daar wat mee te maken, maar die is in Groningen. Voordat er iets betaald kan worden, moet Van Ginkel kunnen bewijzen dat hij de rechten heeft op het kasteel. Die papieren zijn vlak voor het rampjaar in veiligheid gebracht, maar zitten dus ergens in een kist tussen de opgeslagen spullen in Amsterdam. Dus Van Ginkel moet naar Amsterdam om eens in de papieren te duiken.

Brieffragment over de voortgang van de betaling van de brandschatting op Middachten

[ontfange,] de quitansie vande heer en vrou van ginck
sal niet in versloft worde dat die tot noch toe
niet is genoomen, is de oorsaeck dat men kinschot
niet heeft konne te spreecke koomen dier noch
te greunine is, en ten anderen dat de heer van
ginckel sijn pampiere die te Amsterdam sijn moet
nae sien of hij geen ocktroij vant hof van gelderlant
of den leen heer aldaer heeft om sijn goet te mooge
beswaeren , ock sijn de oblijgaesie die wij van hem
hebbe almeede te Amsterdam [en sal mijns oordeels]

Op een kruk zit een jonge man aandachtig naar een papier te kijken. Zijn rechter voet staat op een voeten bankje en zijn laars is een beetje afgezakt. Zijn linker voet staat een klein stukje naar voren.
Op een kruk zittende jongeling met een document in zijn handen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1799. Collectie Rijksmuseum

Voorraad

Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha gevraagd om een Parmezaanse kaas te bestellen. Hij is nog niet aangekomen, maar ze wil wel vast weten wat ze ermee moet doen. Margaretha heeft nog wel wijn liggen in de kelder van wijnkoper Brant, maar zodra ze die gaat consumeren, moet ze er accijns over betalen. En het gaat om nogal wat wijn. Ze goochelt een beetje met oude maten: een aam (155 liter) een okshoofd (220 liter), een verendeel (veerdeel: vier keer een hoeveelheid). Dat veerdeel blijft vrij cryptisch. Als ik het omreken op basis van haar betalingen is het veerdeel 80 pond. En dan is een oud pond iets minder dan ons pond: 480 gram, toch nog ruim 38 kilo boter. Dat boter, kaas en wijn zo groot ingekocht werden, was bij de rijkere bevolking van de Republiek niet ongebruikelijk.

Ook heeft Godard Adriaan om een blikken servies gevraagd, dat wordt nu gemaakt en daarna zal Margaretha het zo snel mogelijk naar Hamburg sturen.

Brieffragment over de Parmezaanse kaas en de hoeveelheid wijn.

moet , de permisaense kaes sal ick verwachte ock wat
uhEd daermeede belieft gedaen te hebbe, inde kelder
van brant de wijnkoope hebbe wij Een oxshooftEen okshoofd was ongeveer 220 liter en
een stuck van twee aemeEen aam was ongeveer 155 liter rinse wijn legge, die ick
daer omden swaere inpost te ontgaen niet weetende
waer wij die sulle geniete doen legge, franse wijn

Brieffragment over wijn, kaas en boter en inflatie

heb ick niet alst oxshooft daer van drincke dat al opgeleijt
is, die kost hier booven den inpost 90 en hondert gul
het oxshooft, voo koutouZe bedoelt een Coteaux: dit is waarschijnlijk een zoete witte wijn van de hellingen (coteaux=hellingen) wijn, voor de booter heb ick
36f het verendeel dat is 9 stuij het pont sonder den
inpost betaelt de kaes gelt hier het hondert pont 20f
, het blick serviese heb ick bestelt te maecke kan voor in
laest vandeese weeck niet gereet sijn salt dan so haest
alst doenlijck is sien op hamburch te bestelle, [nu weer]

Op een tafel ligt in het midden op een tinnen bord een brokkelige halve kaas. Daarop staat een schoteltje met boter. Links voor ligt een brood met anderhalve sinaasappel en wat groenvoer (postelijn? raapstelen? groen blad met witte stengels). Voor de kaas ligt op het randje van de tafel een mes en rechts van de kaas een bord met hompen ham. Achter het groenvoer staat een sierlijke goud met glazen kelk, daarnaast een stenen kruik met een lid, een roemer met lichtrode wijn en rechts een grote schelp als kelk gemonteerd op een (vergulden?) voet.
Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

Nogmaals de Acte van Garantie

Margaretha zit toch nog in haar maag met het verzoek van raadpensionaris Fagel om de brand en de aanvraag voor vergoeding voorlopig stil te houden. Ze heeft alles nog eens goed bestudeerd en ze is tot de conclusie gekomen dat ze gewoon recht hebben op die vergoeding. Het is haar ook eindelijk gelukt om de raadpensionaris’ broer, griffier Fagel, te spreken en hij is het helemaal met haar eens dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling op de hoogte moeten zijn. Margaretha heeft de griffier gevraagd of hij hier met zijn broer over zou willen spreken. Hij is zo druk dat ze niet durft hem lastige te vallen en ze durft ook niks buiten hem om te doen, vooral omdat het zo’n goede vriend van Godard Adriaan is. Margaretha belooft dat zodra ze antwoord van de griffier heeft, ze hun zoon en Zijn Hoogheid informeert. De prins heeft immers beloofd te helpen.

Brieffragment over de Acte van Garantie

[van onse affaerees alhier,] terwijlle men so veel vande
vreede handelinDe voorbereiding voor de vredesbesprekingen spreeckt ben ick niet gerust int segge
van de r p fagel dat ick alsnoch van ons ongeluck int
afbrande van onse huise soude stilswijge ent selfve den
staet niet bekent maecken, maer heb de ackte van garant
Eens met bedaerde sinne naer gesien en bevonde dat die
teenemael spreeckt op de goedere ondert gebiet vande genee
raEliteijt toe behoorende de geende die int vijants dienst
sijn en blijfve beloofvende in kasCas: geval van vreede handelin
te versorchge uhEd persoon en verseeckert en onse schade soude vergoet worde, daerom
mij dunckt niet langer te moeten stilstaen ben gistere
bij den griffier fagel geweest en hemt selve voorgehou
=de en versocht den heere r p hier over te spreecke vermidts
sijn meenichvuldige affaereesAffaires: zaken dat ick hem niet derfde moij
lijck valle en niet gaeren Eits soude buijte sijn kenisse
tenteer weetende dat hij Een sonderlin goet vrient van
uhEd en ons huijs is daer in ick badt dat hij wilde konti
niweere, den griffier heeft dit aengenoome te sulle
doen enmijn antwoort te brenge heb hem het reequestRequest: verzoek in de vorm van een geschreven stuk dat
ick hier over soude preesenteere in hande gegeefve om
sijn broer te laete sien, hij oordeelde ick groot gelijck
hadt nu te spreecke op dat de pleijne potensiaerisePlenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen daer
Eenige last van mochte krijge, so haestHaast: snel ick antwoort van
hem heb sal de heer van ginkel sijn hoocheijt hier over spreecken en sijne behulpelijcke hant hier in versoecken

Boter op zijn hoofd

Medaillon met een emaille portretje van de Keizer: lang donker krullend, een rechte snor bijna van oor tot oor en een klein kneveltje op zijn kin. Een stevige rechte neus en de kenmerkende, naar voren stekende, Habsburgse kin. Hij draagt een gouden harnas en een grote kanten kraag.
Keizer Leopold I, Peter Boy d.Ä., ca. 1695. Collectie: Gemäldegalerie Berlijn

Met Godard Adriaan gaat het gelukkig steeds beter, alleen nu is zijn secretaris Blanche niet helemaal fit. Er zijn brieven van de keizer binnen gekomen. Hij geeft aan dat hij teleurgesteld is over de militaire acties van zijn leger en dat hij bij een volgende inzet aan zal geven dat ze het beter moeten doen. Als de Prins van Oranje vraagt om een inzet. Hij zal de Keurvorst dan ook verzoeken om hetzelfde te doen. Hij vraagt de Republiek alleen wel om niet in te stemmen met een wapenstilstand. Margaretha lijkt hier tevreden mee te zijn, want ze gaat door met het nieuws uit Engeland. Zou Margaretha niet weten dat het juist de gezant van de Keizer was die de militaire acties frustreerde of is ze, vooral omdat ze weet dat de post geopend wordt, de wijste en laat niet het achterste van haar tong zien?

Brieffragment over de excuses van Keizer Leopold

[over hamburch of Sel sal neeme,] vandaech sijnde briefve vande keij=
=ser gekoome die sijn misnoechge met sijn eijgen hant geschreefve toont
overt ageereAgeren: militair optreden, krijgshandelingen verrichten van sijn keijserlijcke troepees datse niet beeter gedaen
hebbe so geseijt wort met verseeckerin dat hijse sal intoekoomende doen
ageere daer sijn hoocheijt en den staet sal goetvinde en den keurvorst
daertoe versoecke het selfve van gelijcke te doen alleen versoeckende
wij tot geen stilstant van wapenen soude verstaen, [wt Engelant]

En nog een keer de Acte van Garantie

Vlak voor de brief weg gaat, kan Margaretha al terugkomen op de Acte van Garantie. Om het hele verhaal kwijt te kunnen, stopt ze een extra papiertje bij de brief. De griffier heeft de raadpensionaris gesproken en die heeft de papieren gelezen. Hij blijft alleen bij zijn mening dat Margaretha nog geen actie moet ondernemen. Hij belooft dat hij er persoonlijk voor zal zorgen, dat de Acte van Garantie uitgevoerd zal worden vóór de vrede getekend wordt. Daar legt Margaretha zich voorlopig bij neer. Ze informeert haar zoon en Stadhouder Willem III vooralsnog niet, maar wacht wel op expliciete orders van haar man.

Geen man, geen geld, geen hoop op vrede

DatumPlaats
Geschreven31 maart 1673 Den Haag
Ontvangen5 april 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan blijft in Hamburg

Tekening van een poort. Links staat dwars op de poort een huisje of schuur. De poort is hoog met ronde boog, Door de poort gaan net een man op een paard en een lopende man (met hond?). Boven de poort zit overdwars een overkapte loopbrug tussen twee ronde torens. De linker toren zit achter het huisje, on der de rechter toren zit een afgesloten luit. Helemaal links zien we dat er naast het huisje een aarden wal of dijk loopt: er staan hekken die schuin omhoog gaan. Bijna uit beeld staat een boom en op de achtergrond links zien we nog een gevel. Voor op de weg staat het monogram AW.
Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690 Collectie Rijksmuseum

Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.

Brieffragment over de rustwagen

ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeckGeorg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een
keer herwaerthierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick
dencken sal want gistere bij ockasiegelegenheid dat ick den heer
griffier fagelHendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke
seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger
ginckhoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem
briefve aen uhEd had gesonde en belast die op
hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet
anders wiste of den graef van waldeck wort
noch deese weeck weer hier verwacht, daer om

Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.

Verbroken zegels

Gravure van een stapel papieren met daaraan allerhande zegels. Ernaast ligt een zegelring. De zegels liggen waarschijnlijk in de zon, want ze beginnen te smelten. Op de achtergrond een klassieke tuinvaas.
Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714 Collectie Rijksmuseum

Overigens verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…

Brieffragment over de correspondentie

[gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state
volckoome kontentementtevreden so van uhEd neegoosgasinegotiatie: onderhandelingen
als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot
tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan
te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van
de briefve van brasserTheodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd
korespondeert, maer seijt te bemercke dat de
briefve worde geintersipiEertintercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck
die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde
was open geweest en wel plomp bot weer toege
daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd
gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe
waer in uhEd sijn demissieontslag, verlof of om Een keer her
waerts te doen versocht heeft, so dat die daer
uhEd inde mijne van mensioneertmentioneren:vermelden hetselfve aende
griffier versocht te hebbe niet moet ter hande
gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]

Geen geld voor Margaretha…

Zware houten tafel. de vier poten zijn met elkaar verbonden met latten, daarboven zitten sierlijke ronde vormen. Onder het tafelblad zit een grote kist, met daarop twee rechthoeken als versiering. De hoeken zijn geschubt. Voor op de 'onderlist' zit een zwart slot.
Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660 Collectie Rijksmuseum

Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.

Brieffragment over het ontvangen van geld door Margaretha en haar drost.

met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de
tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi
vande derde heb ick onder den drost van Ameron
geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den
ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor
Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange
seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne
stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt
weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet
tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe
langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]

… en ook niet voor van Ginkel

Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.

Tekening van een water dat links van ons een bocht naar links maakt. Recht voor ons staat een poortgebouwtje met daarachter een houten brug die aan de overkant een ophaalbrug heeft. Rechts in de verte staat een molen. De brug gaat naar een hoog eiland, waar midden op een groot plomp gebouw ligt met een soort dubbele ui dak. In de eerste ronde ui zitten allemaal dakkapelletjes en daarboven zit een kleinere ui als een kers op de taart. Op het eiland staan verder wat bomen en een klein huisje. De oever van het eiland is afgezet met houten hekken.
Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks, 1637 – 1678 collectie Rijksmuseum
Brieffragment betaling Van Ginkel

[langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel
met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor
waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch
niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit
=meester noch als kolonel, waer wil dit noch
heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van
gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en
en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil
ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]

Wat vrede konnen wij maken?

Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.

Brieffragment vrede

[hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel
konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een
koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer
dat spangeSpanje staet opt point om met vranckrijckFrankrijk te breecken
haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men
heeft het so lan geseijt, [farije die gouverneur van Maestricht is]

Welland moet wieberen

Plattegrind net een gebied in groen gekleurd. Midden in het gebied is een dorp getekend: een kerk met huizen eromheen en veel groen. Net buiten het dorp ligt een molen. Verder liggen er in het gebied verspreide woningen. In de kaart zijn wegen ingetekend en de suggestie van afscheidingen van weilanden. Rechtsonder liggen meerdere huizen dicht bij elkaar als een soort dorp. Links net naast het groene gebied staat een kerk getekend waarbij staat Serooskerke en een familie wapen dat wit is met drie rode hondekoppen (familie Van Tuyll van Serooskerken). Midden boven staat ook een familiewapen boven een rode band met drie witte ruiten, het stuk daaronder zwart met een witte cirkel met een kruis erin. De tekst is slecht leesbaar. Rechts boven ligt ook  een kerk en daar staat Renesse bij. Daarachter: schoon dorp met hooge boomen en boogaerde. Daarboven een rood familiewapen met een gouden leeuw en onleesbare tekst ernaast. Onder Renesse nog een gebouw: het huis van Moermont.
Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658 Collectie Rijksmuseum

Neef van Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?

Brieffragment over Welland

[het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellantGoderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
is Entelijck Eens naer seelantZeeland gegaen, al de werlt van wttrechtal de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht
gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweertgesalueerd: begroet behalfven
hij, sien niet dat hij der nae trachter naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle
ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter
de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke
so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt
hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het
waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier
brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste
post te hoore in wat Ent vande werltaan welk eind van de wereld: waar in de wereld

uhEd is, hoope de heer almach
=tich deselfve sal geleijde, blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Verlangen naar vrede en naar Godard Adriaan

DatumPlaats
Geschreven27 maart 1673Den Haag
Ontvangen1 april 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

De laatste brief van Margaretha is van 19 maart 1673. Ze schrijft in de brief van 27 maart dat ze haar man acht dagen geleden heeft geschreven, dus er zijn geen brieven verloren gegaan.

Margaretha heeft genoeg te vertellen. Ze steekt meteen van wal: met veel bidden en moeite is het Margaretha gelukt om geld te krijgen. Van de 6000 ontvangen guldens heeft ze er – uiteraard met toestemming van Godard Adriaan – 5000 aan Van Ginkel gegeven voor de brandschatting voor Middachten. Zal het genoeg zijn…?

Brieffragment over het geld

Mijn heer en lieste hartge
heeden achtdaech schreef ick uhEd dat ick naer Amsterda
ginck om de betaeline van beijde de ordenansie te be=
vordere, doen ick daer quam was den ontfanger nae
den haech dat mij 2 a 3 dage naer hem deedt wachte
met veel bidde en moijte heeft hij mij deene ordina
=nsie ter som van 6000f betaelt seijde met de traene
inde oochge hem onmoogelijck te sijn op dander als
noch Eenich gelt te konne geefve ock geen tijt te
konne stelle wanneer, uit deese 6000f heb ick volgens
uhEd goetvinde de heer van ginckel 5000f gedaen
tot betaeline vant bewuste waer voor sij geackordeert
sijn waer onder harvelde en alle haere verdere
goederen begreepen sijn, de heer almachtich wil
geefve datse daer meede voor verdere schade be
vrijt mooge weesen doch twijfele daer seer aen

Verlangen naar Godard Adriaan

Hoewel Margaretha’s laatste brief van 19 maart is, heeft ze maar liefst drie brieven van haar man ontvangen. Ze is ‘van ganscherharte verblijt’ te horen dat Godard Adriaan weer beter is; ze is is erg ongerust geweest. Het is fijn te horen dat Godard Adriaan zo goed verzorgd is, maar gelukkig is hij nu weer in Hamburg – daar zijn medicijnen beschikbaar. Bovendien is hij nu veel dichterbij! Margaretha verlangt er zo naar haar lieve man weer eens te spreken… Misschien, als ze eens naar Friesland gaat, dat ze overstapt zodat ze naar Hamburg kan afreizen om haar man kan zien…

Brieffragment over het verlangen naar Godard Adriaan

hier koomende heb ick gistere 3 van uhEd aenge=
naeme briefve ontfange als sijnde van den 13
14 en 17 deeser waer onder Een door de burgers van
weesel, die hier van donderdach af hebbe gegaen
en konne sijn hoocheijt die sij uhEd brief wel hebbe
over geleevert doch niet verder te spreecke konne
koomen, ick ben van ganscherharte verblijt uhEd
weer beeter is en kan niet segge hoe ongerust ick
ben geweest wij sijn den heere volckersemOnbekend en voor al
den goede heer en vrou van EllereWolfgang Ernst von Eller zu Lauterbach en Juliane Charlotte von Kalkum genannt Leuchtmar wel ten hoochste
ver oblijgeertVerobligeren: verplichten voor de goetheijt die haer hEd aen uhE
hebbe beweesen, doch ben blijde uhEd tot hamburch
is om dat deselfve daer beeter van meedesijne
kan gedient sijn als ock dat hij so veel naerder
is, waer die reijs te doen als van hier naer vriesla
soude Eens overstappe want kan niet segge hoe
seer ick verlange uhEd Eens te mooge spreecken

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit  Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Inflatie

Als Margaretha haar man spreekt, wil ze het in ieder geval hebben over huishoudelijke zaken. Alles is namelijk zo ongelooflijk duur! De belastingen rijzen de pan uit en de betalingen aan de milities lopen achter. Officieren krijgen niet eens één stuiver, en dat terwijl diegenen die zijn aangesteld om de betalingen voor het leger te regelen, de pagadoors, er allemaal prima bij lopen…

Brieffragment over inflatie

weet niet hoe ickt in onse domistijcke affaerees noch
stelle sal, alles is hier ongelooflijcke dier daer toe
loopen de schattine Exstreem hooch, de betaeline
vande meeliesie seer slecht de pagadoors maecken der
niet van geefve noch nergens nae Een maent
op Een de Eerste maent maer sestien hondert
gul daer konne de ruijters niet heel wt betaelt
worden de offisiers krijgen niet Een stuijver,
en deese schoone pagadoors trecke sulcken gelt

Gravure van een rijke man die met zijn gezelschap in een interieur met hoge ramen en gobelins aan de muur aan een feestelijke maaltijd zit. Links een bediende. Door de deuropening is te zien hoe de arme Lazarus wordt weggejaagd.
Feestmaal van de rijke man (Dives) met Lazarus bedelend aan de deur, Abraham Bosse, 1637 – 1638. Collectie: Rijksmuseum

De oorlog die niet wil lukken

Gravure van een stadsmuur waar soldaten tegenop proberen te klimmen. Ze hebben ladders bij zich met grote haken aan de bovenkant, die ze aan de muur kunnen hangen. Ze klimmen naar boven met hun schilden en zwaarden. Bovenop de muur worden ze opgewacht door soldaten, die stenen, bijlen, pijl en boog, zwaarden en wat ze maar kunnen vinden, gebruiken om de klimmers tegen te houden.
Het gebruik van stormladders op een prent van Jan Luyken uit 1683. Collectie: Rijksmuseum

Godard Adriaan zou niet kunnen geloven hoe slecht de mensen in de Republiek over het leger van de Republiek en over de keurvorst spreken, die inmiddels weer richting Berlijn is vertrokken. Er is geen enkele hoop meer. We kunnen alleen nog vertrouwen op God, die ons in onze ellendige staat wil bijstaan. De oorlog dient ons niet.

Laatst is er nog een poging gedaan om Harderwijk op de vijand te heroveren. Die aanslag was volgens horen zeggen zeer goed gepland. Kolonel Palm, die zijn dapperheid had getoond tijdens de aanval op Woerden, voerde het commando. Toen de aanvallers de stadswallen naderden, bleek dat enkele schepen waarmee de militairen naar Harderwijk gebracht moesten worden, te laat waren. En ze schijnen ook nog eens de stormladders te zijn vergeten! Daarnaast dachten de aanvallers dat de aanval ontdekt was. De aanval moest worden afgeblazen en de militairen trokken onverrichter zake terug. Een gevluchte inwoner van Harderwijk was niet blij met kolonel Palm, de officieren en de schippers. Kort samengevat: het wil gewoon niet lukken.

Brieffragment over de oorlog die niet wil lukken

de meliesie verloopt seer, uhEd kan niet geloofve hoe de
mense spreecke, en nu de keurvorst weer naer berlijn
is ontsacktOntzakken: ontglippen, ontgaan ons al de moet en hebbe geen hoop meer
als alleen op godt die ons in onsen Elendigen
staet wil bijstaen, den oorlooch dient ons niet
wij hebbe weer Een aenslach op harderwijck inde
voorleedene weeck gehadt die so geseijt wort heel
wel was aen geleijt, daer den kolonel palmFrançois Abrahamszoon Palm die so
wel voor woerde gedaen heeft het komande hadt
doense dicht onder de stats walle quaeme bleefvender
Eenige scheepe met volck die te laet quaeme achter en so
geseijt wort waeren de storm leere vergeeten
en se inmaesgeneerendeImagineren: zich inbeelden haer dat het in de stat
ondeckt was, niet teegenstaende dat de Eene
stats poort genoechsaem doordiensij de stat
demoolijeere,Demolieren: slopen, slechten open lach, sijn donse sonder de
minste atackeAttaque: aanval te doen onverichter saecken
weerom gekeert en met de kous opt hooft weer
thuijs gekoome, Een burger wt de stat die de
aenslach hadt gepracktiseert is met sijn vrou en
kinder daer wt gevlucht, beschuldicht palm seer
palm sijn offisiers en de schippers in somaIn somma: samengevat ten
wil met ons niet lucken[, men spreeckt seer]

Plattegrond van Harderwijk in vogelvluchtperspectief. Boven een gezicht op de stad, gezien vanaf de Zuiderzee. Rechtsboven een legenda met de namen van kerken en gebouwen
Plattegrond van en gezicht op Harderwijk, Nicolaes van Geelkercken, 1653 – 1672. Collectie: Rijksmuseum

Liever vrede

Vrede is op dit moment eigenlijk de enige optie. Voor de vredeshandelingen was de stad Keulen aangewezen, maar dat weet Godard Adriaan ongetwijfeld al. Uit Holland worden Hiëronymus van Beverningh en Johan van Reede van Renswoude aangewezen. Zeeland wordt vertegenwoordigt door Justus de Huybert óf Willem Adriaan van Nassau-Odijk, Friesland door Willem van Haren en Stad en Lande door Johan IJsbrands. In Van Beverningh hadden weinig lieden vertrouwen. Johan van Reede was niet veel beter, en was bovendien te oud voor zulk belangrijk werk. Ach, Margaretha hoopt gewoon dat de heren snel aan het werk gaan en dat het snel zal leiden tot een goede vrede. Ze ziet anders ‘geen wtkomste ter werlt’.

Brieffragment over de vredesonderhandelingen in Keulen
Brieffragment over de afgezanten namens de republiek

[wil met ons niet lucken,] men spreeckt seer
van vreede dat ons het beste waer, de stat
van keullen gelijck uhEd sal verstaen hebbe, is
tot de bij Eenkomste daertoe vast gestelt, men
seijt dat weegens deese staet omderwaerts te
sende voorgeslage, worde, wt hollant den heere
beeverineHiëronymus van Beverningh en rhijnswoudeohan van Reede van Renswoude wt seelant den heere huijbertJustus de Huybert of oudijckWillem Adriaan van Nassau-Odijk
wt vrieslant, den heere haereWillem van Haren vande stat en lande den heere
ijsebrantse,Johan IJsbrands vande Eerste hebbe de gemeente geen goede opijnie
den Eerste betrouwense niet te veel en den tweede seggense
niet veel beeter behalfve datse segge hij te out is om sulcke
wichtige werck te verichte, ick wenste men maer aent werck
was en wij de hoop tot Een goeije vreede lagen sien anders geen
wtkomste ter werlt[, de heer van ginckel is naer sijn garnesoen]

Tekst krantenbericht: 's Gravenhage den 30 Maert. op heden, soo men hoort, is haer Ed: Groot Mog: Vergaderingh gescheyden op Reces tot nae de Feest-da-gen. Men spreeckt veel van een apparente stilstant van Wapenen: en verwacht men alle uren de Paspoorten van de respective Coningen &c. voor de Heeren die na Ceulen sullen gaen. Men weet noch niet seecker, wie nevens de Heeren van Beverningh, van Renswoude en Hairen derwaerts sullen gaen : dan den Treyn verstaet men niet groot sal wesen. De Missive van desen Staet aen den Coningh van Groot-Brittagne soude zijn in civile Termen ,  soo over de Handelplaets, als de Stilstant van Wapenen
Krantenfragment over de afgezanten voor de Keulse Vredehandel uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 1 april 1673. Via Delpher.nl

Over en weer

Er wordt heel wat over en weer gezonden. Van Ginkel heeft paarden ontvangen van Godard Adriaan, en zal binnenkort ook nog manden met zadels ontvangen. Margaretha zelf verlangt vooral naar de komst van Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg en Phillipp Jacob von Emmerhaus om te horen wanneer Godard Adriaan nu eindelijk eens naar huis komt… Oja, zou haar lieve man dan niet twee vaten Franse wijn kunnen meenemen? Die is hier zo ongelooflijk duur! Margaretha sluit haar brief af, maar voegt nog wel een P.S. toe: als de vrede echt doorgaat, wens ik dat je zo snel mogelijk hier komt. Ze verlangt niet alleen naar vrede, maar ook naar de aanwezigheid van haar ‘heer en lieste hartge’.

[wtkomste ter werlt,] de heer van ginckel is naer sijn garnesoen
sal met de paerde daer uhEd van schrijft wel blijde sijn
siet ock de mande met saels die van Hamburch hier soude
koome alledaech int gemoet hoewel den jongen teminck
seijt daer niet van gehoort te hebbe, ick verlange seer nae
de komste vande graef van waldeck en den overste Eppe om
te hoore wat hoop der is tot uhEd overkomste, de franse wijn
is hier so dier men moet hondert gul boven den inpost voor Een
oxshoof toesaene die goet is geefve, daerom ick dachte so
uhEd te water van Hamburch hier quaemt of hij niet
Een oxshooft of twee sou konne vande hamburch meede
brenge alles is hier te ongelooflijck dier, nu sal ick dees Eijn
=dige en met verlange blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

so de vreede voort gaet
wenste uhEd te meer hier
sal anders met den heere beeverline en rhijns wou spreecke op dat
se uhEd daer bij gedencke en dat wij daer in niet vergeete worde
en hierna noch meerder swaericheijt voor den
dienst die uhE doet

We zien een paard van de achterkant. Het paard is gezadeld en kijkt naar links. Aan zijn linkerkant staat een soldaat met een grote hoed en een zwaard op een steen. Zijn rechterhand ligt op het zadel. Boven aan de tekening staan geschreven "1631 de 14 januarij"
Man die het zadel van een paard verschikt, Gerard ter Borch (II), 1631. Collectie: Rijksmuseum

Middachten

DatumPlaats
Geschreven17 maart 1673Den Haag
Ontvangen7 april 1673Hamburg
Lees hier de originele brief

Er is ook geen moment dat Margaretha kan ontspannen. Ze is nog nauwelijks bekomen van het afbranden van haar kasteel in Amerongen of er komt slechte tijding uit Middachten.

Bos

Volgens berichten uit Gelderland wordt het Middachter bos omgehakt. Het schijnt ook dat de intendant het bos verkocht heeft aan iemand die meent er recht op te hebben. Ook over Harreveld, dat ook van zoon Van Ginkel en zijn vrouw is, wordt nu een brandschatting geëist. De bijzonder goed ingevoerde nicht, de vrouwe van Nieuwenheim, wordt weer ingezet. Er zit weer niks anders op dan het lot in de handen van de Heer te leggen.

Eerste brieffragment over Middachten
Tweede brieffragment over Middachten

[men weet niet hoe of wat men doen sal,] so men wt
gelderlant schrijft sijnse int Middachtense bos
al aent hacke en soude dien gienediegenen die de preetensi
op die middachtense goederen maeckt het selfve bos vande inten
=dant voor 5000f gekreechgen hebben , over harveltHarreveld
Eijschense ock swaere kontreebuijsie, de vrou van
nieuwenheijm is naer wtrrecht om met den inten
intendant te spreecke en sien of sijt kan af
maecken, het sou Een swaeren slach sijn dat sijn
bos geruweeneert wiert en wat sou mender toe
doen , dit sijn swaere besoeckine dan moetent met
gedult drage en de wtkomste vanden heere verwachte

ditt aen geene middelen ontbreeckt om ons weer te
seegenen alst sijne godlijcke wille is, op wiens
barmharticheijt en goedertierentheijt wij ons moete
vertrouwe, [de pagadoors sulle van dach tot dach de]


Zwartwitfoto van een man met een kistje in zijn hand. We zien hem op zijn rug en hij kijkt naar een gigantische omgehakte boom. De stomp van de boom is bijna zo groot als de man zelf. De boom ligt in de kijkrichting van de man.
Omgezaagde bomen langs de Middachter Allee, De Steeg, Zilver Rupe, 1945. Collectie: Gelders Archief

Rechten op Middachten

Zoon Van Ginkel wordt Heer van Middachten door zijn huwelijk met Ursula Phlippota van Raesfelt, zij was de erfdochter van Reinier van Raesfelt, haar vader. Op verschillende momenten in de vererving van Middachten en de bijbehorende goederen (bijvoorbeeld Harreveld en de zogenaamde Münsterse goederen), zijn er mensen die vinden dat zij onheus bejegend zijn. Reinier van Raesfelt erft samen met zijn zus Middachten van zijn tante, maar een andere neef van die tante roept dat het testament gemanipuleerd is. De (familie van) deze Godert Egberts blijft aanspraken maken op Middachten. Reinier had zijn zwager, die ook aanspraak maakte, al in 1633 afgekocht. Daarnaast had hij nog een bastaardzoon, die zich ook achtergesteld voelde door de ‘echte’ familie van zijn vader. Voor al deze mensen was de inval van de Fransen een mogelijkheid om oude rekeningen te vereffenen.

Oude tekening van een omgracht kasteel. De gracht loopt rond, met daar omheen bomen. Het huis staat midden in de gracht. Op de ommuurde voorburcht staan aan weerszijde van de oprijlaan twee gebouwen met trapgevels. Recht tegenover het kasteel, bij de eerste brug staat een poortgebouw. Aan de voorkant hebben de muren van de voorburcht torens.
Fragment uit Het kasteel Middachten : met ontwerp voor een buiten de slotgracht gelegen plein voor de poort van de voorburcht, N. Ritz van Geelkerck[en], 1652. Archief Huis Middachten.

Soldij

Ondanks de aanstelling van de pagadoorsvan het Spaanse pagador = betaler. Hier geldschieters. schiet de uitbetaling van soldaten en officieren ook nog niet op. De hoge officieren worden helemaal niet betaald. Vooral de officieren die hun huizen in Utrecht en Gelderland hebben en niet door Holland betaald wordenVan Ginkel was overgestapt naar Hollandse dienst, dat is kennelijk niet alle officiers gelukt, die hebben het zwaar.

Uiteraard krijgen ook Margaretha’s eigen financiële perikelen in deze brief weer uitgebreid de ruimte. Uitbetaling van de ordinanties zit er, ondanks de beloftes, nog steeds niet in.

Brieffragment over soldij

[vertrouwe,] de pagadoors sulle van dach tot dach de
meeliesie betaelle doch geschiet niet en alse al gelt
geefve salt noch geen maent sols sijn wat ree
kruijteerine konnense daer mee doen, geen
tracktemente vande hoochge offiesiers worde betael
die al haer goet int sticht en gelderlant hebbe gelate
en hier niet betaelt worde sijnder niet
wel aen, [den ontfanger wt den boogaert stelt]

Gravure van twee soldaten bij een tafel. De een probeert de andere weg te houden bij de tafel waarop geld ligt. Achter de tafel zitten mannen die zichzelf erg belangrijk lijken te vinden. Eén van hen schrijft in een boek.
Soldaten die hun soldij uitbetaald krijgen (fragment van: Illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet), Romeijn de Hooghe, 1672. Collectie: Rijksmuseum

Klein nieuws

Er is ook hartverwarmend nieuws. De oude heer Temminck, de bankier die de zaken van de Van Reedes in Amsterdam behartigt, heeft Margaretha bij hem thuis uitgenodigd. Dat waardeert ze zeer.

Ovaal geschilderd portret van een beetje een blekige jonge man. Hij heeft dik golvend haar tot op zijn schouders. Zijn gezicht is lang en smak. Hij heeft een relatief klein bovenlijf. Hij draagt een kuras, met daaronder een gele wambuis en poffende manchetten. Met zijn rechter hand leunt hij op een wandelstok.
Ulrik Frederik Gyldenløve, Wolfgang Heimbach, 1661. Collectie: Deens Nationaal Historisch Museum. Bron: Wikipedia

De vrouw van neef Van Wulven “blijft nogal liggen”, gelukkig zijn haar man en haar broer nu wel bij haar. De Heer van Wulven heeft inmiddels wel zijn meubels terug, maar hij moest er wel 1500 gulden voor betalen.

Gerechtigheid

Helemaal aan het eind van haar brief haalt Margaretha nog even uit. Hoewel het geen christelijke deugd is, leek Margaretha een beetje afgunstig ten opzichte van Daniël Oem van Wijngaarden toen hij zijn missie in Denemarken begon. Zou het haar goed doen dat ze nu kan schrijven dat hij het verbruid heeft? Hij heeft op eigen houtje met de Koning van Denemarken onderhandeld en beloften gedaan die hij niet kan waarmaken. Hij heeft contant geld beloofd, terwijl de opdracht was om met (staats-)obligaties te betalen. En hij ligt ook nog overhoop met de halfbroer van de koning. Niet erg handig voor een diplomaat. Ze schijnen hem uit de regering te willen zetten.

Brieffragment over Daniel Oem van Wijngaarden

men roept hier
seer over den heer
van werckendamDe heer van Werkendam: Daniël Oem van Wijngaarden
die so geseijt wort
soude teegens de intensie vanden staet geneegoosgeerNegotieren: Politieke onderhandelingen voeren
hebbe, hebbende den koninckKoning Christiaan V van Denemarken belooft het tracktaet in
kontante peninge te voldoen, daer sijn last is geweest
om die met oblijgaesieObligatie: Schuldbekentenis te voldoen, men spreeckt
hier seer s, den jonge bemont isser naer toe om de raet
=tefikasie wt te wissele en nu komt dit voor den dach
ock leijt hij heel overhoop met den heere guldeleuwUlrik Frederik Gyldenløve, bastaardzoon van Frederik III ,
men spreeckt hier van hem heel wt de reegeerin
te sette te weete wercken
dam

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén