Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.
[reca. 3e. Martij] wttrecht den 26/16 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese verleede weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.
Paardenmarkt
Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.
[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.
Geld en hout
Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.
Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.
, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele
om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot 24 int getal tot Amsterdam van ons legge en so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke kan teegens deelle om op de stal te legge verwis =selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.
Rekenmeester en Procureur-generaal
Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: er lijken nog steeds twee mensen in de race: Dokter van der Straaten3Willem van der Straaten en de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Maar volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten worden. Kan Godard Adriaan Dukenburg niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft?
Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.
den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit =ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko =mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen, vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,
Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.
[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft dier en worde door franse seer op gekocht, en die wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt worde, voor uhEd wit of grau paert met het dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden, wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer geen dienst van trecke, hier meede blijf Men heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.
[reca. 26.februarij] Ameronge den 14/4 febrij 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange, daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,
Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.
[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij noch beeste ge moete koope omt sant te bescha =eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu =eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge= boode wort dat ick gereesolveert ben noch al Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]
Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.
ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese ben met daer Eenen dach geweest, alwaer teminck en schut heb gesproocke van al onse affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae selfs niet tot de deelle die ondert leijdack moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle moeten weesen
heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.
Resthout
Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.
[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope] en overleijt wat men verders met de 24 blocke hout die daer noch aende saech moolle legge sal doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10 f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te houde, en voor Eerst daer wt te saechge de latte die ondert panne dack van noode sule sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel tot boere huijse die wij noch int dorp sulle metter tijt moete timere wel te pas koome , sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Kwaliteitshout
Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.
[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel dient gelet te worde dat de pruijse deelle recht gesaecht worde want dat die anders te veel int kant rechte vande selfve verliese daer sulle ock al Eenige meer als tot het belegge van breete vant salet moete sijn voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.
Paardenmarkt
Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.
[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet of waer tot Amsterdam geweest dat ick met schut gesproocke heb is de reijs wel waert de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis =teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel vandaech, doch d heer van ginckel komt int laest vande toekoomende weeck weer om
Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.
[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou =de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech spreeckt van Een Ambassaede naer spange en naer deenmercke te sende de Eerste wort gesproocke vande heer van dijckvelt te sende en, de ander van uhEd voort naer deenmercke ,den heer van someldijck seijt me dat naer vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn, hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Jicht
De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.
dat de liede seer swaer sal valle, het doet mij van harte leet men heer de keurvorst weer aent poodegra leijt de heer almachtich wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve
hoochEdelgeboore heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
van boumeester hoor ick niet geloof hij noch te breeda is
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.
Onverwachte gasten
Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.
[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach hier met de heer van ginckel koomende vondt ick hier de heer en vrou van bransenburch met de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer in wachte, [en laete toekomende maendach Een]
Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!
[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert =ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort nat en vuijl weer de wech is te diep daer kan onmoogelijck geen kar door, tis hier alledaech seer vuijl en nat weer hebbe weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.
Baantjesjacht
Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.
[doen,] den avokaet becker die gistere met rentmeester vande domeijne hier was seijde dat de prockereur generael weesel seer verswackte en geen hoop van leefven hadt datter ock waere die sijn hoocheijt om dat Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]
In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?
[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
hier is wtermaete vreuchde met de nieuweijaere onder onse jonckheijt geweest met de naeste post sal frits en Anna groote papa bedancke
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari
Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.
[reca. 12. Februarij] wt wttrecht den 4 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste =ren de bewuste duijsent duijckatons ter som van 3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]
ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be= taellen dat met den vijftichsten peninck bij de 1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt laete leggen, [ick meende hier met den rent]
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.
Erfpacht
Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.
seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick
van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn , daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij =men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae =len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is, ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.
Echt spitgebraad
Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.
[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij =vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele doet het genoech wil alledaech spitte gebraet Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt sijn sieckte komt en spitte gebraet moet Eeten, [de heer van ginckel die teegen woordich]
Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.
[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich
met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede slants van wttrecht, inde staete kamer ver toont, men heere de state liete hem door haer sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te hebbe, wij konne godt niet genoech dancken voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]
De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?
[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko= ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur s en insonderheijt over den heer van dijckvelt klaechge dat hij volgens konins begeerte niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol =bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt had aende staet heeft geschreefve, wdaer men hier ock niet wel over te vreede soude sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.
Twijfel
Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.
daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge= schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij hem voort sal gedrage, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Opgaande zon
Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.
Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.
maer Eenen brief vande selfve in seedert sijn vertreck ontfange te hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt dunckt gistere kreech sijn soon Een van uhEd, ick seijde dat deselfve met de opgaende son hielt dat Juff beusekom so niet verstaet sij alle preesenteere haeren dienst aen uhEd, en ick mij hartlijcke groetenis aen den heer Majoor blansge en jenken13Jenneke
Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?
Elk meent meester van het zijne te zijn
Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.
Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange waer op tot Antwoort dient dat wel wenste de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de 4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome had konne betaelt worde, maer die peninge hebbe nergens nae bereijckt de schulde die hij weegens onse timeraesge doen maels hadde, ock hadde wij doen die reecknin niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich waeren, het doet mij leet dat de reecknine so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]
(Ondersteboven: ons godertge de heer sij gedanck weer wel doch siet noch als een doeij so bleeck en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.
Goede huisvrouw
Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.
[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes ge niet is gemaeckt al datter gedaen is, is op uhEd begeerte en ordere geschiet, ick heb van heetere weegens het gelt van blan sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock seer beschroomt Eenich volck int werck te stele
sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is want is ongelooflijck hoe de mense die wij schuldich sijn moeijlijck valle om gelt, tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en kostent nergens krijgen, ick wenste so seer als Eimant dat wij dat kapitael koste af losse en ons pant weer in ons macht hebbe, maer sien daer geen raet toe voor dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.
Water, zand, wind
In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.
het water is weer aent valle doch valt seer slapges en sijn onse duijfve gaete noch onder water, het water is dit mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge weest, dewijl men geen sant aerde kan rijde laet ick sant voor metselaers rijde
so datter niet versuijmt wort noch de paerde leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle aende moolenaer van mouricks broer ver huert voor 34 340f int ijaer midts dat hij die van seijlle en touwe die bij naer weer moste vernieut worde moet onder houde[, men hoort hier]
De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…
Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde
De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.
D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.
Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.
Terug naar Margaretha
Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…
[moet onder houde,] men hoort hier godt beeter niet als van swaericheit veroor saeckt door de scherpe meemoorie die doorde franse Ambassadeur geduerich worde in gegeefven, het welcke bij veelle seer ge= Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich maeckt, godt almachtich wil alles ten beste schicken, ons voor weer in uhEd ap sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.
Eer en aanzien
Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!
[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een seer oblijgante manier het goevernement van wttrecht in voechge het den heer van Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven daer wel niet veel aen vast is maer is noch al Een Eer en aensien,
Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.
Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.
hier is weer Een spul vande ander werck met de preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste voor korsmis opt raethuijs neffens het ge= =recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had en Evert dewael beschoncke of droncke was, soude door klaes van velpe seer aen gedronge sijn geweest om te segge waerom hij niemant wt de kercken raet tot schee pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een leugenaer was die leugens int kerckenboe geschreefven hadt en Een man was die geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]
De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.
[geen konschensie hadt,] waer op hem dit sanderendaech indachtich gemaeckt sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver socht bij velpe te gaen en te versoecke de wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt aende preedikant of kerckenraet niet wil de segge of bekent maecken, het welcke de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe om te doen, en velpe geraporteert heeft donderdaechs daer aen inde kerckenraet of wel Eerst aende preedikant, waer op dit neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]
Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.
[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese man bij den dronck heeft geseijt seggender wel meer nuchtere en daer doet niet teegens maer daer den tuijnt laechst is wil men t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt dat se Evert dewael wille ruijneere, de seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert de wael droncke opt raethuijs was doen hij dit seijde dat hij daerom geen attestaesie dien avont wilde schrijfve om datse meest al droncke waeren, en nu seggense in dit neefvensgaende dat hijt met voorbedachten raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,
De goddeloze kerkenraad
De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.
nu wort ock geseijt dat den preedikant met sijn kerckenraet voorneemens sijn vande stoel af te leesen dat alle litmaeten sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer wt blijfven, ick had liefver wie weet wat te doen als bij sulcken godloosen kerckenraet te kompareeren die haer niet ontsien de armemensche met sulcke valsheede als in dit neefensgaende staet te beschuldigen, [dat ick so wel bij de gelde was als niet ben sou naer den haech]
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.
Een beetje dom
Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…
[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van aent klasses wil Apelleere , sij doen dien man groote koste en moeijt aen, tis waer ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge ent niet behoore so te spreecke, dan de man is ock so getreen dat wt de overvloet vant hart de mont droncke sijnde dickmael spreeck hoewel de waerheijt niet altijt geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel weete het uhEd niet als faesgerije die hij niet keeren kan sal geefve, te schrijfve op dat hij mochte weeten wat hier om gaet hoope deselfve niet qualijck sal neeme ick hem hiermeede so lange op houde,
Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.
[rec. 29. Januarij.] Ameronge den 20/10 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom mende maendach geinstaleert werden, het lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie van van heetere wt den haech krijch sal ick de duijsent duijketons tot wttrecht bij den ontfanger de leuw ontfange en verweij daer wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.
Weersomslag
Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.
heeft konne beginne, wij hebbe deese winter tot noch toe seer sachtges door gebracht met mistige en donckere daege weijnich sneuwe en vorst, dan deese weeck Een ongemeene storm wt den weste daer gevreest heb van te sulle hooren, met Een wassent water dat ontrent Een voet ondert nieuwe klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent
valle quam waer door men geloofde dat Eenich door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het welck men seijt booven doesburch te weesen onse duijve gaete sijn noch onder water ent selfve is weer aent wasse is deese nacht op den rhijn weer twee duim gewasse, dat veel voor ons is, is dat met dien stercke wint wt het weste niet Een dropel water door Eenige van onse ven= =sters is geslage maer sijn alle seer dicht bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer weer is bidt verseeckert te sijn dat niet versuijmt sal worde int graefve of Eenich ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.
Horizontale neerslag
Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers
Pachters
Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:
het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.
Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.
[ock so doet], kon noch geen bouman tot onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie het huijs van korneelis tijse en het lant daer achter ent lant vand huijch verweij aen roellof de voerman verhuert voor 3 ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu= =nisse die op de steenoven heeft gewerckt met het lant dater aen hoort verhuert voor 36f int ijaer, het lant achter den haes dat den oude ijanquint gebruijckt heeft aen henderick wijne verhuert voor 18f int ijaer, maer weer hier teegens is de pacht vande lange waert wt en wille de pachters die niet weer in huer hebbe als met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat ick niet doen wil hebt haer al 20f min als voor dees gelaete, het welcke sij niet wille aeneemen, so dat vrees wij die waert aen ons sulle [moete houde hebse]
Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven. Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.
[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht dage Een swaere overval van sieckte bestaende in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee =ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]
Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.
Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.
[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt ick met haer naer den haech had gegaen maer ben gereesolveert deese winter hier in stillich heijt te passeere en teegens paesche voor Een korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet wil gaen, haer man is inde haech omt gou= vernement van wttrecht te versoecke mij verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]
Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!
[reca. 22.e Januarij] Ameronge den 13/3 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe
Margaretha wacht op antwoord
Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!
En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?
om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de aenstaende soomer weer steen sulle backe het welcke mijns oordeels nootsaecklijck waer, als wij maer raet tot het gelt konne vinde, het wort nu hooch tijt omt volck aen te neeme want Elck begint al naer werck voor teegens de soomer wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.
Diplomatie
Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.
Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.
[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock noch al ten beste sal gaen, en dat de dis posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]
Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.
dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en vrou van deure die niet veel vreuchde van haer kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is blijft met Een kint sitte salt ock quaet genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.
Een weerbericht, de beste wensen en een PS
Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.
Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.
[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt en de binne weijde blanck van water staen, hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als die van groote papa wil drincken most ock Een nieu ijaers brief senden
ick neffens al de kindere wensche uhEd alle geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so doen wij met deselfs prermissie aende heer blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.
PS
En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
van heeteren schrijft wt den haech dat de heer van rhijnswoude inde haech bedt leegerich is aen Een koorts en dat hem door dockter straete Een Ader is gelaete daer sijn hE sich niet Erger bij bevindt tis Een out man die niet veel koortse sou konne wtstaen
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.
1
Affaires: Zaken, bekommernissen
2
Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
3
Besognes: Zaken, bezigheden
4
Jacob van Leefdaal
5
Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….
[reca 15en Januarij] Ameronge den 6 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen , ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke =burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer= =cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid sijn part vant bekende reeckenmeesters plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]
Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.
dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst
teegens den staet heeft sal gestilt worden, en uhEd noch wat goets te beste van ons liefve vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.
Eind goed, al goed
Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.
[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]
Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.
Veel gezondheid en voorspoed
Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…
[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet te wensche blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.
ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so quaet op de prins van oransge, is dat sij hem niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer maecke most,
Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.
ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had of deselfve wel wat van hier gewenst maert was te veer te sende, hoope sijn goet van berlijn n breeme nu sal hebbe gekreeche, ben van harte verblijt de affaerees bij uhEd so wel staen.
veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
4
raadspensionaris Gaspar Fagel
5
aanbevolen
6
Karel Valckenaar
7
Zijne Hoogheid
8
Willem van der Straaten
9
Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
10
Kolere: woede, gramschap, toorn
11
Van Heteren
12
december
13
in het begin
14
op het laatst
15
doel, bedoeling
16
Staten-Generaal
17
verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
18
de eer
19
na
20
Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
21
Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
Benieuwd naar de kerstverhalen van Margaretha Turnor? Wel, dan kom je van een koude ker(st)mis thuis. Want die zijn nauwelijks tot niet te vinden in de vele brieven die zij stuurde aan haar man Godriaan Adriaan van Reede. Had de kerst geen speciale betekenis? Was het niet belangrijk genoeg om te vermelden in de brieven aan haar man? En Nieuwjaar, werd dat dan wel gevierd?
De tijd van de Reformatie
De katholieke schrijver Joost van den Vondel (1587-1679) noemde Kerstmis nog ‘de hoogste feest van ’t jaer’. Een tijd voor ’te danssen en bancketeeren’. Maar daar kwam in de loop van de 16de en 17de eeuw verandering in. Door de Reformatie verdween de uitbundigheid waarmee de kerst eerder werd gevierd. Ooit was de viering van ‘dikkevretsavond’ op kerstavond nog een uitgelaten en overvloedig feest, maar bij praktisch alle hoogtijdagen trad er een versobering op. Calvijn predikte wel over de geboorte van Christus, maar alleen op de zondag die het dichtst bij 25 december lag. De kerstdag zelf was gewoon een werkdag.
De bijbel op de weegschaal, anoniem, C. Valk (uitgever), 1675-1726. Collectie Rijksmuseum. Spotprent op de katholieke kerk, thematiek van ca. 1560.
Kerstmis of kerst?
In 1574 probeert de Dordtse Synode kerstmis als feest af te schaffen, maar in 1578 zit het alweer in de liturgie. Ook het woord Kerstmis zelf viel in ongenade. Want dit werd geassocieerd met de (rooms-katholieke) mis met eucharistieviering. En natuurlijk deden protestanten daar niet aan. Dus ‘mis’ als achtervoegsel wordt geschrapt, het is alleen kerst of kerst met een ander achtervoegsel. Het is twee keer dat Margaretha in haar brieven kersavont en kersdach noemt. Maar meer dan de preek en het uitdelen van het avontmael vermeldt ze niet in die brief. Kerst lijkt voor de familie in stilte voorbij te gaan. Dat betekent niet dat niemand kerst viert… Verder van huis, in Engeland, was kerstmis tussen 1644 en 1660 zelfs helemaal verboden, door toedoen van de puritein Oliver Cromwell (1599-1658).
Op 24 december 1683 schrijft Margaretha aan haar man: tis van daech kersdach in hollant, de kinderen wille niet versuijme haer schuldige plicht af te legge, waerom hier neffens de nieu ijaers briefve gaen. Blijkbaar was dat het moment dat de kinderen van haar zoon Godard van Reede (van Ginkel) hun nieuwjaarswensen aan hun groote papa schreven. Bovendien benoemt Margaretha dit ook echt als een serieuze aangelegenheid oftewel een plicht. En weer staat er in die brief geen woord over hoe de kerst in huiselijke kring gevierd werd.
Vanaf 1680 (tot 1690) schrijft Margaretha rondom oud en nieuw enkele woorden over het nieuwe jaar, vaak als een soort naschrift of PS. Bijvoorbeeld op 6 januari wenst ze haar man: Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet. Een week later stuurt ze ook de nieuwjaarswensen mee van de (klein)kinderen: hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere. Zelfs Godertge (Godard Adriaan jr. die dan net in oktober 5 is geworden) wil per se iets meesturen.
Dienstbaarheid en gehoorzaamheid
Kenmerkend is dat steevast al die nieuwjaarswensen afsluiten met woorden zoals: Uw onderdanigste diena(a)r(es) en gehoorzaamste dochter/zoon. Op deze wijze toonden de (klein) kinderen hun liefde, dienstbaarheid en gehoorzaamheid aan hun Hoog Edele geboren heer en Hoog geëerde groote vader in de Van Reede familie. Waarschijnlijk golden deze waarden in menige, gereformeerde 17de-eeuwse familie in de Republiek als belangrijk. De nieuwjaarswensen schijnen ook een manier te zijn geweest om aan ouders en grootouders te laten zien hoe ver zij met schrijven gevorderd waren.
hoog Edele Geboren heer een hoog ge-eerde groote vader
UhEG onderdanigste dinares en gehoorsaamste dochter
A.U. V. Reede
ameronge den 21 junij 1690
Anna van Reede aan haar grootvader, 21-6-1690
In het Frans
Een jaartje later meldt Margaretha in de afsluiting van haar brief dat: al onse liefve kindere die beginne te studeere om haer nieuw ijaers briefve aen groote papa int frans te schrijfve. Heel slim had Margaretha eind 1680 een Franse meid in dienst genomen. Handig, want dan konden de kleinkinderen al wat oefenen in die taal. Trots vermeldt Margaretha tussen neus en lippen door nog dat Godertge alles verstaat wat de Franse meid zegt en al heel veel zelf spreekt. Zo kwam de lat ook steeds een stukje hoger te liggen bij het schrijven van de nieuwjaarswensen. Helemaal onderaan krabbelt Margaretha nog even snel dat er seer naer groote papaes nieuwe ijaere verlanckt wordt.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
neef lant die weer hier is preesenteert sijn ootmoedige dienst aen uhEd so doen al onse liefve kindere die beginne te studdeere om haer nieuw ijaers briefve aen groote papa int frans te schrijfve
Margaretha Turnor aan haar man, 31-12-1681
Geschenken
Margaretha maakt ook duidelijk in haar brieven waarom haar kleinkinderen zo verlangen naar het nieuwjaar. Want dat is het moment dat groote papa zijn beurs open trekt voor sijn liefve kintskindere. Het lijkt erop dat Godard Adriaan in principe alleen de kleinkinderen die bij Margaretha in huis waren een dukaat schonk. Want eind 1683 blijken de kleinkinderen van Middachten ook hun nieuwjaarsbrieven te willen sturen aan groote papa. Als een soort nazending vanuit Amerongen. Tekenend is de analyse van de nuchtere en rechtschapen Margaretha hierop: tis al omt hebbe te doen. Precies dat is tegen de calvinistische moraal van die tijd.
Momenteel, met de blik van nu, denk je al snel: is dat erg? Welk kind verlangt nu niet naar het krijgen van muntjes of cadeautjes? Maar in die tijd lag het anders. Vermijd hebzucht, vermijd luiheid, werk hard, wees sober, wees bescheiden en ingetogen, wees zuinig. Dit en meer hoorde allemaal bij de calvinistische moraal van de 17de eeuw. In de brieven van Margaretha herken je die waarden. Zo is het lezen van de brieven een heerlijke onderdompeling in de 17de-eeuwse cultuur. Bovendien besef je hoe die waarden nog ten dele nog doorwerken in het hedendaagse Nederland. Maar…. voor Margaretha was Kerst dus niet het ‘hoogste feest van het jaar’.
Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.
[reca. 25e xber. in Berlin] Ameronge den 16/6 deesem 1679
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear =rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]
Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.
[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet is gesont en fris maert been noch met doecke bewonden en vrij wat dick, doch naert segge vande smits heeft geen noot en sal in korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.
Noodzakelijk
Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:
De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen
Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.
[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge= noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht dat drooch en bequaem is niet te bekoomen , de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen, de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht
en met sant overkleet, so dat die wech nu goet is, nu sal men met het Eerste vriesent weer de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.
Bijtertje
Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.
[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd Een brief vande heer smitser gesonden die seer instantelijck aenhout en versoeckt met het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen te worden, wenste uhEd beliefde Eens door Een letterken te schrijfve of deselfe daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee =kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn versoeck geefven, [waermeede Eijndige]
Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.
versoeck geefven, waermeede Eijndige blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
frits godert en haer susters preesenteere haer ootmoedige dienst aen uhEd dat ons Neef henderick van reede voorleede maendach sesie int lidt van ridderschap tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe verstaen
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep