Margaretha schrijft deze brief uit Middachten, en dat is niet voor niets: maandag is Philippota bevallen van een gezonde en welgeschapen dochter! Cornelia Willemijn is gisteren gedoopt in de kerk in het nabijgelegen Ellecom. Nu het vastentijd is wordt daar sowieso elke vrijdag gepreekt. Cornelia Willemijn is vernoemd naar een zuster van Godard Adriaan, en een jong overleden broertje van Philippota.
[reca. 14 april]
Middachte den 6 April 1680 Mijn heer en lieste hartge
met de laeste post heb ick geen briefve van uhEd gehadt so dat de laeste is geweest vande 20 maert , ick ben voorleeden maendach hier gekoome al waer de vrou van ginckel dien nacht van Een gesont en wel geschape dochter was ge leechge, dewelcke gistere merge inde kercke tot Elckom1Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten daer me nu inde vaste sijnde, alle vrij dage preeckt sij haer kristlijcke doop heeft ontfange met de naem van korneelia wilmijna2Cornelia Willemijn, naer uhEd suster de vrou van wulfve3Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666) en de broer vande vrou van ginckel sali4Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger [de heere almachtich wilse in alle]
Het gaat prima met moeder en kind, God zij dank. Als het zo blijft, hoopt Margaretha volgende week wel weer naar Amerongen te kunnen, om te zorgen dat het werk daar door blijft gaan. Het is de hele week mooi weer geweest, dus hopelijk zijn de wegen nu een beetje opgedroogd.
[kristelijcke deuchde laet opwassen,] het kint en de kraemvrou sijn heel wel naer den tijt daer wij godt niet genoech voor konne dancken, soot so blijft hoope ick inde toekoomende weeck weer naer Ameronge te gaen, en ons wercke so veel vorderen alst
moogelijck is, wij hebbe aldeese weeck seer schoon en warm weer gehadt hoope dat de weechge wat sal doen op droochge [den heere steen]
Moeder toont een pasgeboren baby aan een bejaarde vrouw, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.
Promotie in zicht?
Van het leven naar de dood: Ludolf van Steenhuizen is overleden, en Johan de Bye, heer van Allebrantsweerd, ligt op sterven. Godard van Ginkel kan nu solliciteren naar de functie van Ludolf van Steenhuizen, die luitenant-generaal van de cavalerie was. Hij twijfelt nog of hij in persoon naar Den Haag zal gaan, of gewoon prins Willem III zal schrijven. Margaretha vind het spannend, want ze vreest concurrentie van kolonel Johan Thibault Webbenom, die een streepje voor lijkt te hebben.
[wat sal doen op droochge ]den heere steen =huijse5Ludolf van Steenhuizen luijtenant generael va de kavaelijerijcavalerie is overleeden, de heer van Albrantswaert6Johan de Bye seijtmen dat leijt en sterft, door dEerst sijn doot sal de heer van ginckel weer Een solisitant moete sijn omt luijtenantgenee raelschap hij staet in beraet of selfs daer =om naer den haech wil gaen of daerover aen sijn hoocheijt schrijfve, mij sal verlange hoet hier mee sal gaen vreese webbenom7kolonel Johan Thibault Webbenom inde voorbaet sal sijn, [dus verde int]
Cavalerie maakt zich klaar voor de belegering van een stad, Sebastien Leclerc (II), 1673-1693. Collectie Rijksmuseum.
Koorts
Terwijl ze zit te schrijven komt er net een brief van Godard Adriaan binnen, van 27 maart. Daar zat ze al op te wachten, want de laatste was van 20 maart. Helaas leest ze dat Godard Adriaan ziek is. Ja, ja, de zachte (‘weeke’) winter en het onstuimige weer in maart, daar werd je snel ziek van. Zelf heeft ze het ook te pakken gehad, en daar wijdt ze nu eens flink over uit. Ze was drie weken lang niet lekker en heeft de ‘anderdaagse’ koorts gehad. De koorts duurde telkens een heel etmaal en liep dan hoog op, zodat ze tussen twee aanvallen in nauwelijks tijd had om bij te komen. Nu gaat het wel wat beter.
[te sien deselfve niet wel is], deese weecke winter en onstuijmige maert veroorsaeckt veel sieckte, ick ben ock bij de 3 weecke heel niet wel geweest heb den anderendaech =se koorts gehad die mij meer als 24 Euren aen Een kontiniweerde en so ver =roochde8verrooken: verdampen, verhitten dat ick weijnich reespijt tuschen
beijde had, nu heeft mij de koorts verlaete en begin weer bij te koome, [ben met uhEd bekomert]
Het lijkt er op dat het zojuist binnengekomen bericht van haar man iets bij de net van de koorts herstelde oma getriggerd heeft. Ze laat zich aan het einde van haar brief wat meer van haar kwetsbare kant zien. Niet vreemd, zo bovenop de emoties rond de bevalling en de spanning om haar zoons carrièrekansen. Ze maakt zich zorgen over haar man en verlangt al naar de volgende post. Het maakt haar verdrietig dat ze zo ver van elkaar zitten, vooral als Godard Adriaan iets ernstigs zou overkomen. Moge God hem ‘goede beterschap’ geven!
[begin weer bij te koome,] ben met uhEd bekomert sal seer naer de naeste post verlange tis bedroeft als uhEd wat overkomt dat men so ver van Een is de heer almachtich wil de selfve goede beeterschap geefe, inwiens be= scherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor de raetsheer ripperda9George Ripperda de heer en vrou van ginckel preesenteere haeren dienst aen uhEd
Alcoyne bidt voor de veilige terugkeer van Ceyx, Crispijn van der Passe, 1602-1607. Collectie Rijksmuseum.
1
Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten
2
Cornelia Willemijn
3
Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666)
4
Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger
Het geld vliegt er nog steeds uit. Margaretha heeft onlangs 4000 gulden ontvangen, maar dat bedrag slinkt snel. Er is al zo’n 1890 gulden betaald aan kalk, hout en de zaagmolenaar. Nu moet ze van het resterende bedrag ook weer een aantal grote uitgaven bekostigen. De metselaars moeten betaald, evenals de timmerlui. Samen met de dagwerkers die in de winter werkzaamheden hebben verricht, komt dat op meer dan 1500 gulden.
[reca. 7 april]
Ameronge den 30 maert 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme vande 20 deeser is mij tot wttrecht sijnde behandicht, ick heb nu volgens mijn laeste schrijfve aen teminck wt de laest ontfangene 4000f gesonde 1890f, en wt het resteerende, de metse= laers en al de timerli van alles ock de raemte die de timerlie deese winter hebbe gemaeckt en wat sij alle tot dato dees aen ons hebbe verdient ten volle betaelt, dat saeme met de dachhuerders dat sij ock deese winter hebbe verdient so int sant schiete1zand scheppen als int door grae fve van dam op desteech overde 1500f be= draecht, [nu moet ick gaen gaedere teegens]
Zesde levensfase van zestig jaar met man die zijn geld telt met zijn vrouw, Assuerus van Londerseel, 1598-1602. Collectie Rijksmuseum.
Sparen
Margaretha geeft aan dat ze toch een beetje moet gaan sparen, want er komen nog meer uitgaven aan. Binnenkort komt het ‘steenovenvolk’, de arbeiders die stenen maken, en Margaretha verwacht een dure lading turf; 1200 gulden maar liefst. Gelukkig duurt dat nog even, want door de hevige regenval kan men voorlopig niet aan het werk. De steenoven staat namelijk midden in het water.
[draecht,] nu moet ick gaen gaedere2gaderen: bijeenbrengen, verzamelen teegens dat het steenovens volck aent werck komt en ock voor turf die voor Eerst overde 1200f sal bedraechge, dan dat heeft voor Eerst geen haest want het weer moet seer veranderen Eermen aent vormen komt, alles staet hier blanck ondert waeter dat seer schielijck Een was gekreechgen heeft, de steenove kanmen niet bij staet rontom onder waeter, [tis deerlijck]
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.
Eieren in de gracht
Het stijgende water zorgt dus nog steeds voor overlast. Margaretha schrijft dat het zielig is om te zien hoe duiven rond de gaten in de kasteelmuur vliegen. Deze staan voor een groot deel onder water, waardoor hun eieren in de gracht drijven. Men zegt dat het water in de Nederrijn aan het dalen is, maar in de gracht stijgt het nog steeds. Als het water niet snel zal dalen, gaat de korenoogst verloren. Maar, schrijft ze, het is Gods werk, dus meer dan geduld kunnen we niet hebben.
[niet bij staet rontom onder waeter,] tis deerlijck
te sien hoe die arme duijfve om de gaete die inde meur gemetselt sijn vliechge welcke gaete voort meerendeel ondertwaeter staen daer meenichte van Eijre wt doorde graft drijfve, het waeter seggense is op de reevier aent valle maer inde graft wast het noch, hoope het aent valle sal blijfve so niet is alt koorn verlooren, tsijn godts wercke daer wij in paesijensie moete hebbe
Het is Margaretha ter ore gekomen dat de keurvorstin van Brandenburg een prachtig cadeau heeft gekregen van de koning van Frankrijk. Dat is misschien fijn voor de keurvorstin, maar minder voor de positie van de Heer van Amerongen aldaar. Nederland is al zo slordig met het terugbetalen van leningen aan de keurvorst. De dure etentjes en cadeaus van de Franse ambassadeur helpen natuurlijk niet. Het zou fijn zijn als Nederland ook eens zoiets zou ondernemen.
[ nergens in versuijmt worden, dt] dat Me vrou de prinses keurvorstin so schoonen preesent heeft vande koninck van vranckrijck gekreechge hoore ick
gaerne alst maer in uhEd neegoosijaesie niet hinderlijck is, daer bij isme hier so sloef3slof: laks int betaelle vant geene wij schuldich sijn dat geen goet kan doen, dat den Ambassa= =deur van vranckrijck sulcke kostlijcke feestijn heeft gedaen, is heel goet voor Een Ambassadeur van sulcke rijcke en Machtichge koninck en daer sulcke preesente voor of naer sijn gegaen, maer niet wel voor den heer van Ameron ten waer dat men heere de state ock Eerst sulcke aensienlijck preesente liete voor afgaen ge en haer Ambassadeur dan ock, daer wat naer trackteerde
Van de politieke beslommeringen aan het hof van Brandenburg, gaat Margaretha meteen door met de lokale politiek. Er is weer sprake van een rechtzaak; deze keer met de drost. Waar het om gaat, is niet helemaal duidelijk, maar er wordt een hoop advies gevraagd her en der. Het bericht eindigt met de mededeling dat de drost er serieus werk van gaat maken. Hij laat zelfs een rechtsgeleerde uit Utrecht naar de zaak kijken en neemt een advocaat in de arm. Wordt ongetwijfeld vervolgd…
[van Ameronge so ten beste raet] wat sint mijne laeste inde saeck tuschen onse drost en bellegarde is gedaen sal uhEd wt het neefens gaende dat ick door seeckreetaris heb laete opstelle en belast uhEd te sende, konne sien, het welcke den drost meent seer partijdich in door ons gerecht gegaen te sijn sij hebbent opt Advijs van klerck en bergeijck teegens t A dvijs van becker en vande dusse aengegaen, den drost wilt ter niet bij laete gaet naer wttrecht wil noch advijse van ge pracktiseerde rechtsgeleerde en ock Een n advokaet aeneemen die sijn saeck bepleijte sal hier int gerecht
Margaretha besluit haar brief met een lief bericht aan Godard Adriaan. Komende dinsdag wordt hij namelijk 58 jaar! Zij wenst hem alle geluk, gezondheid en voorspoed. Niet alleen voor dit jaar, maar nog vele jaren. Ze hoopt dat ze snel in goede gezondheid weer bij elkaar mogen komen.
nu wat ande toekoomende dijnsdach sal uhE 58 ijaeren met godts hulpe out sijn, inde welcke uhEd alle geluck gesontheijt en heijl van ganscher harte toewensche en niet alle dit ijaer maer noch veelle ijaeren naer dees dat wij ock alst godt belieft weer in gesontheij bij den andere mooge koomen ist ons salich
Stilleven van een banket, navolger van Osias Beert, 1620-1650. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha heeft de brief van 6 maart ontvangen en ze is helemaal blij. Godard Adriaan is weer beter! En de keurvorst ook. Dat de gezondheid maar lang mag duren.
[reca. 24. Martij] Ameronge den 16/6 maart 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 6 deeser sien ick dat deselfve weer wel is daer van harte om verblijf ben alsmeede dat den heere keurvorst beeter was het Een Ent ander hoope godt lange sal laete kontiniweere, [het grauwe koetspaert]
Probleempaarden
Maar die paarden! Het is en het blijft een ellende. Het grauwe koetspaard is niet sterk genoeg om de kar met stenen te trekken. De twee paarden die Godard Adriaan als koetspaarden had gedacht, die waren kreupel. Margaretha doet niet aan rusthuizen voor oude paarden dus ze zijn verkocht. Er zijn nu nog drie paarden over plus de oude witte ruin die de kar met stenen moet trekken. Margaretha hoopt dat die het deze zomer nog uithoudt!
[den jongen ruijn dande het blesge] nu sijnder noch de drie die inde karre gebruij worde en den oude witte ruijn die weer inde steen kar sal gaen hoope hij dat deese soomer noch sal wt houde so dat wij
dit ijaer geen kar paerde hoope vandoen te hebbe ten waere ons Een mocht koome te ontvalle, [maer ben beesich met twee koets]
Interieur van een stal met paarden en figuren, Wouter Verschuur, 1850-1875. Collectie Rijksmuseum.
Nieuwe koetspaarden
Ondertussen kijkt Margaretha toch wel vast rond naar nieuwe koetspaarden. Ze heeft er al eentje gekocht en ze is op zoek naar een tweede. Niet te jong graag, met zes of zeven jaar zijn die paarden rustig genoeg om voor een koets te draven. Nou ja, ze wil ze ook graag gebruiken om de ploeg te trekken, je rijdt tenslotte niet iedere dag in je koets. Ondertussen moet ze ook op zoek naar een andere koetsier want de huidige koetsier heeft koorts.
[ontvalle,] maar ben beesich met twee koets paerde voor mij te koope saer Een toe gekocht heb en hoope hier noch Een toe te sulle vinde wilse niet jonger als 6 a 7 ijaer out hebbe om dat van meeninge ben die mee inde ploech te gebruijcken, den jongen korneelis heeft noch al de koorts daerom ick naer Een koetsier sal moeten om hoore
De landbouw in Holland, Claes Jansz. Visscher (II), 1608-1610. Collectie Rijksmuseum.
Een tegenvaller
Margaretha slaagt er niet in om land te verpachten. Wat is nu weer het probleem? Veel boeren stoppen met hun bedrijf. Ze noemt er een paar die alles hebben verkocht, van de ploeg en de paarden tot de wagen. Het gaat niet alleen om boeren maar ook om functionarissen als ‘syndicus’ Gerhard Schagen uit Wijk bij Duurstede. Hoe moet dat nu? Als het land braak blijft liggen, brengt het niets op maar er moet wel belasting op worden betaald en die wordt echt niet minder.
, ick kan noch geen lant meer verhueren de liede hier schaffe veel haer bouwerij af korneelis verweij de majoor ijan quint hebbe ploech wage en paerde en alles ver kocht sijnt bouwe moe so heeft ock de sin dekus1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn schage te wijck gedaen, alst so voort gaet vrees ick dat hier veel lant woest sal blijfve legge, en de schattine Even hooch waer salt van betaelt worde,
Boerderijen tussen boven, Gillis van Scheyndel (I), 1605-1653. Collectie Rijksmuseum.
Vorderingen van de bouw
Temminck heeft twee schuiten kalk gekocht voor 68 stuivers de hoed. Het was wel een beetje duur, schrijft Margaretha, maar voor minder was het niet te krijgen. Nu is een hoed ongeveer 12 hectoliter en 68 stuivers is drie gulden en veertig cent, voor ons klinkt het als een koopje, maar Margaretha leefde in andere tijden. In totaal gaat het om 700 gulden, in 1680 een hoop geld. Een beetje positief nieuws, het houtwerk voor in de stal en in de paviljoens is al gemaakt, van vurenhout. Voor de buitenramen zal eikenhout gebruikt worden. En Schut is bezig met de koop van hout voor onder het leidak en het pannendak. Dat gaat bij elkaar zo’n 800 gulden kosten. Temminck heeft de zaagmolenaar betaald, dat gaat om ongeveer 290 gulden. Margaretha heeft net 4000 gulden ontvangen, maar dat verdwijnt snel op deze manier. Het hout dat in Amsterdam ligt, dat Margaretha nog wilde gebruiken is ook volgens de secretaris te slecht om te gebruiken.Het zit vol kwasten en het is krom. Dat kan dus beter maar verkocht worden. Elke cent is welkom.
[het gekochte hout, de saech blocke die van ons noch tot Amsterdam legge seijt schut en ook de seeckreetaris dat ons nergens toe konne die =net ijae selfs niet om latten af te saechge om ondert panne dack te legge om datse te vol quaste en te krom sijn so datse toe boere huijse selfs onbequaam zijn en ons best is die te verhandelen
Gezicht op een zaagmolen buiten de Utrechtsepoort, Cornelis Buys, 1756-1826. Collectie Rijksmuseum.
Het weer zit wel erg tegen
Margaretha klaagt steen en been over het weer. Het waait, het sneeuwt, het hagelt, het regent, het onweert. De wegen zijn modderpoelen, er kan geen aarde weggereden worden, er kan geen steen aangevoerd worden voor de metselaars. Kortom, de werklui krijgen zo niets voor elkaar. Margaretha voelt zich duidelijk schuldig want dit kost allemaal geld. Als het even kan, belooft ze, dan zorgt ze dat het werk doorgaat. Daar moet Godard Adriaan het dan maar even mee doen.
wij hebbe hier alle daech sulcke onstuijmige weer van wint hagel sneuwe en reegen ijae ock donder en blixsem, dat geen weegen op droochgen en wij aen geen werck konne koomen, [de]
Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.
[reca. 17en Martij] Ameronge den 9 maert 168
Mijnheer en lieste hartge tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.
Leidse lasten
Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.
tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij doet mij leet men heeft ons hier heel ander van hem doen geloofve, en is de heer van ginckel gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine 8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.
Storm, wind en regen
Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….
, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch weer gehadt maer nu weer niet als storm win en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer sijn en wij met geen werck voort konne so haest het weer toelaet salder niet versuijmt worden,
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.
Geen kalk te koop
Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.
de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang aen teminck last gegeefve om in te koopen maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko
en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en Een goede som daerwt aen teminck tot be taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]
Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.
, de heer en vrou van ginckel sijn weer naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme sal nu haest aenschieten godt wil ons Een gesont en wel geschaepe kint verleenen,
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.
Niets meer te zeggen…
Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.
[hebbe] voort weete niet meer te segge als dat ick ben
Men heer en lieste hartge uhEd gebo getrouwe wijff M Turnor de doot van docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden sal uhEd hebbe verstaen
1
praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur
2
daarheen
3
onderzoeken, beproeven
4
duur
5
De Leeuw
6
Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.
[rec. 10e. Martij] Ameronge den 2 maert 1680
Mijn heer en lieste hartge naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Alexander van Berck
Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Welland
Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.
Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.
[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.
Geld voor land: Moersbergen
Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.
met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet
De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.
weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent =meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende 80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b
Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.
Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.
Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!
[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van daech heeft het volck begonne aent karre ent wt graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom =tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge= set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen
Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?
de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]
De praeceptor
Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
ps de preesepter van fritsge is genaemt haerinckhuijse schijnt verstant te hebbe en kenisse inde poolesije als inde teeoligie, wenste uhEd hem hadt gesien
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.
[reca. 3e. Martij] wttrecht den 26/16 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese verleede weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.
Paardenmarkt
Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.
[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.
Geld en hout
Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.
Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.
, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele
om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot 24 int getal tot Amsterdam van ons legge en so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke kan teegens deelle om op de stal te legge verwis =selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.
Rekenmeester en Procureur-generaal
Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.
Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.
den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit =ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko =mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen, vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,
Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.
[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft dier en worde door franse seer op gekocht, en die wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt worde, voor uhEd wit of grau paert met het dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden, wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer geen dienst van trecke, hier meede blijf Men heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.
[reca. 26.februarij] Ameronge den 14/4 febrij 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange, daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,
Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.
[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij noch beeste ge moete koope omt sant te bescha =eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu =eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge= boode wort dat ick gereesolveert ben noch al Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]
Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.
ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese ben met daer Eenen dach geweest, alwaer teminck en schut heb gesproocke van al onse affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae selfs niet tot de deelle die ondert leijdack moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle moeten weesen
heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.
Resthout
Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.
[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope] en overleijt wat men verders met de 24 blocke hout die daer noch aende saech moolle legge sal doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10 f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te houde, en voor Eerst daer wt te saechge de latte die ondert panne dack van noode sule sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel tot boere huijse die wij noch int dorp sulle metter tijt moete timere wel te pas koome , sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Kwaliteitshout
Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.
[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel dient gelet te worde dat de pruijse deelle recht gesaecht worde want dat die anders te veel int kant rechte vande selfve verliese daer sulle ock al Eenige meer als tot het belegge van breete vant salet moete sijn voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.
Paardenmarkt
Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.
[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet of waer tot Amsterdam geweest dat ick met schut gesproocke heb is de reijs wel waert de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis =teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel vandaech, doch d heer van ginckel komt int laest vande toekoomende weeck weer om
Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.
[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou =de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech spreeckt van Een Ambassaede naer spange en naer deenmercke te sende de Eerste wort gesproocke vande heer van dijckvelt te sende en, de ander van uhEd voort naer deenmercke ,den heer van someldijck seijt me dat naer vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn, hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Jicht
De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.
dat de liede seer swaer sal valle, het doet mij van harte leet men heer de keurvorst weer aent poodegra leijt de heer almachtich wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve
hoochEdelgeboore heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
van boumeester hoor ick niet geloof hij noch te breeda is
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.
Onverwachte gasten
Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.
[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach hier met de heer van ginckel koomende vondt ick hier de heer en vrou van bransenburch met de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer in wachte, [en laete toekomende maendach Een]
Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!
[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert =ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort nat en vuijl weer de wech is te diep daer kan onmoogelijck geen kar door, tis hier alledaech seer vuijl en nat weer hebbe weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.
Baantjesjacht
Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.
[doen,] den avokaet becker die gistere met rentmeester vande domeijne hier was seijde dat de prockereur generael weesel seer verswackte en geen hoop van leefven hadt datter ock waere die sijn hoocheijt om dat Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]
In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?
[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
hier is wtermaete vreuchde met de nieuweijaere onder onse jonckheijt geweest met de naeste post sal frits en Anna groote papa bedancke
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari
Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.
[reca. 12. Februarij] wt wttrecht den 4 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste =ren de bewuste duijsent duijckatons ter som van 3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]
ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be= taellen dat met den vijftichsten peninck bij de 1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt laete leggen, [ick meende hier met den rent]
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.
Erfpacht
Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.
seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick
van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn , daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij =men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae =len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is, ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.
Echt spitgebraad
Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.
[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij =vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele doet het genoech wil alledaech spitte gebraet Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt sijn sieckte komt en spitte gebraet moet Eeten, [de heer van ginckel die teegen woordich]
Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.
[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich
met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede slants van wttrecht, inde staete kamer ver toont, men heere de state liete hem door haer sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te hebbe, wij konne godt niet genoech dancken voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]
De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?
[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko= ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur s en insonderheijt over den heer van dijckvelt klaechge dat hij volgens konins begeerte niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol =bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt had aende staet heeft geschreefve, wdaer men hier ock niet wel over te vreede soude sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.
Twijfel
Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.
daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge= schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij hem voort sal gedrage, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Opgaande zon
Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.
Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.
maer Eenen brief vande selfve in seedert sijn vertreck ontfange te hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt dunckt gistere kreech sijn soon Een van uhEd, ick seijde dat deselfve met de opgaende son hielt dat Juff beusekom so niet verstaet sij alle preesenteere haeren dienst aen uhEd, en ick mij hartlijcke groetenis aen den heer Majoor blansge en jenken13Jenneke
Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?
Elk meent meester van het zijne te zijn
Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.
Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange waer op tot Antwoort dient dat wel wenste de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de 4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome had konne betaelt worde, maer die peninge hebbe nergens nae bereijckt de schulde die hij weegens onse timeraesge doen maels hadde, ock hadde wij doen die reecknin niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich waeren, het doet mij leet dat de reecknine so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]
(Ondersteboven: ons godertge de heer sij gedanck weer wel doch siet noch als een doeij so bleeck en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.
Goede huisvrouw
Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.
[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes ge niet is gemaeckt al datter gedaen is, is op uhEd begeerte en ordere geschiet, ick heb van heetere weegens het gelt van blan sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock seer beschroomt Eenich volck int werck te stele
sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is want is ongelooflijck hoe de mense die wij schuldich sijn moeijlijck valle om gelt, tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en kostent nergens krijgen, ick wenste so seer als Eimant dat wij dat kapitael koste af losse en ons pant weer in ons macht hebbe, maer sien daer geen raet toe voor dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.
Water, zand, wind
In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.
het water is weer aent valle doch valt seer slapges en sijn onse duijfve gaete noch onder water, het water is dit mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge weest, dewijl men geen sant aerde kan rijde laet ick sant voor metselaers rijde
so datter niet versuijmt wort noch de paerde leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle aende moolenaer van mouricks broer ver huert voor 34 340f int ijaer midts dat hij die van seijlle en touwe die bij naer weer moste vernieut worde moet onder houde[, men hoort hier]
De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…
Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde
De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.
D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.
Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.
Terug naar Margaretha
Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…
[moet onder houde,] men hoort hier godt beeter niet als van swaericheit veroor saeckt door de scherpe meemoorie die doorde franse Ambassadeur geduerich worde in gegeefven, het welcke bij veelle seer ge= Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich maeckt, godt almachtich wil alles ten beste schicken, ons voor weer in uhEd ap sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.
Eer en aanzien
Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!
[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een seer oblijgante manier het goevernement van wttrecht in voechge het den heer van Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven daer wel niet veel aen vast is maer is noch al Een Eer en aensien,
Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.
Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.
hier is weer Een spul vande ander werck met de preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste voor korsmis opt raethuijs neffens het ge= =recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had en Evert dewael beschoncke of droncke was, soude door klaes van velpe seer aen gedronge sijn geweest om te segge waerom hij niemant wt de kercken raet tot schee pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een leugenaer was die leugens int kerckenboe geschreefven hadt en Een man was die geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]
De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.
[geen konschensie hadt,] waer op hem dit sanderendaech indachtich gemaeckt sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver socht bij velpe te gaen en te versoecke de wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt aende preedikant of kerckenraet niet wil de segge of bekent maecken, het welcke de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe om te doen, en velpe geraporteert heeft donderdaechs daer aen inde kerckenraet of wel Eerst aende preedikant, waer op dit neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]
Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.
[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese man bij den dronck heeft geseijt seggender wel meer nuchtere en daer doet niet teegens maer daer den tuijnt laechst is wil men t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt dat se Evert dewael wille ruijneere, de seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert de wael droncke opt raethuijs was doen hij dit seijde dat hij daerom geen attestaesie dien avont wilde schrijfve om datse meest al droncke waeren, en nu seggense in dit neefvensgaende dat hijt met voorbedachten raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,
De goddeloze kerkenraad
De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.
nu wort ock geseijt dat den preedikant met sijn kerckenraet voorneemens sijn vande stoel af te leesen dat alle litmaeten sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer wt blijfven, ick had liefver wie weet wat te doen als bij sulcken godloosen kerckenraet te kompareeren die haer niet ontsien de armemensche met sulcke valsheede als in dit neefensgaende staet te beschuldigen, [dat ick so wel bij de gelde was als niet ben sou naer den haech]
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.
Een beetje dom
Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…
[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van aent klasses wil Apelleere , sij doen dien man groote koste en moeijt aen, tis waer ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge ent niet behoore so te spreecke, dan de man is ock so getreen dat wt de overvloet vant hart de mont droncke sijnde dickmael spreeck hoewel de waerheijt niet altijt geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel weete het uhEd niet als faesgerije die hij niet keeren kan sal geefve, te schrijfve op dat hij mochte weeten wat hier om gaet hoope deselfve niet qualijck sal neeme ick hem hiermeede so lange op houde,
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep