Mijn heer en lieste hartge

De brieven van Margaretha Turnor

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen ↩︎
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar ↩︎
  • 3
    Onbekend ↩︎

Een verdwaalde brief

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 juni 1680
Lees hier de originele brief

Er is wat verwarring over de brieven van Godard Adriaan. De jonge Godert van Beusichem, zoon van secretaris Nicolaas van Beusichem, heeft Margaretha laten weten dat hij een brief van Godard Adriaan aan haar heeft doorgestuurd. Maar deze heeft ze nooit ontvangen. Navraag bij de post mocht helaas niet baten. Margaretha heeft niet kunnen achterhalen ‘waer die heen is gedwaelt’, dus ze vervolgt de update die ze Godard Adriaan in haar vorige brief gaf over de herbouw. Ze hebben in Amerongen 3 à 4 dagen redelijk goed weer gehad, dus er is lekker doorgewerkt.

[reca. 30e. Junij.]
Ameronge den 22/12
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
den jongen beusekom schrijft mij voorleeden
dijnsdach met de post geschreefve te hebbe en
Een meesiefve van uhEd gesonde te hebbe de welck
ick niet heb ontfange, heb aende poste daer
naer doen verneeme dan niemant weet
daer van, waer die heen is gedwaelt kan
ick niet weeten, so dat uhEd laeste vande
5 deeser is, die ick heeden achdage heb
beantwoort, seedert hebbe wij hier drij a
4 dage taemelijck goet weer gehadt inde
welke niet in ons werck so op de steen=
=oven als aent metselen en timeren nie
is versuijmt, [en hoope de metselaers die]

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Middelmanekens

Er wordt hard gewerkt bij de steenoven en de metselaars en timmerlieden schieten al aardig op. De muren vorderen gestaag. Als de werklieden zo door kunnen gaan, kan men de balken en kap gaan plaatsen. Meester Schut heeft hiervoor 3 extra knechten gestuurd, omdat de timmerlieden in Amerongen niet goed weten hoe dit moet. Margaretha schrijft in dit deel van de brief over ‘middelmanekens’ van de vensters. Zou ze hiermee de verticale scheidingen van hout of steen in kruiskozijnen bedoelen die gangbaar waren in de 17de eeuw? Tegenwoordig hebben we het over de middenstijlen. Volgens Margaretha kunnen ze in ieder geval niet van hardsteen gemaakt worden, omdat daar niet genoeg voorraad van is. Maar de secretaris heeft een oplossing. In plaats van hardsteen, kunnen ze metselstenen gebruiken en deze vervolgens met kalk bestrijken. Dan lijkt het net hardsteen.

Eerste brieffragment middelmakens
Tweede brieffragment middelmakens

hier sijn van Amsterdam noch 3 timer=
=mans knechts gekoome die schut heeft ge
sonde om de kap te helpe rechte, daer de
timerlie hier weijnich raet toe wiste,
nu sal ick Een steen houde van wttrecht moete
laete koome om de hartsteen stucke tot
de Eene schoorsteen en de middel maneken
vande vensters gereet te maecken, daerse
niet lange werck aen sulle hebbe, want
so de seeckreetaris seijt is hier so veel hart
=steen niet tot al de middelmanekens
maer moete Een deel van metselsteen

gemaeckt en met seegerberger kalck gestreeck
worde dat dan ock als hartsteen sal
staen, [dat spronse inde haech doot is]

Tekening van het stalgebouw van Kasteel Amerongen. Een breed gebouw van één verdieping met een zadeldak met drie koekoeken. Aan weerszijden een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een puntdak met bovenop het dak een schoorsteen, de paviljoens. Ieder paviljoen heeft boven twee ramen en beneden een deur met een trapje en een raam. In elk dak zit een koekoek. Het stalgebouw in het midden is symmetrisch: in het midden drie ramen, dan een smalle deur, een raam, een brede deur en nog een raam. Boven het middelste raam zit een koekoek en boven elke brede deur zit er één. Midden op het zadeldak zit een torentje met een klok.
Stallen met torentje, anoniem, rond 1927. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Tekening is gemaakt toen de klok op het stalgebouw gezet is. De rest is nog zoals het in de 17e eeuw gebouwd is. De ‘middelmanekens’ zijn niet van natuursteen of baksteen, maar van hout.

Update uit Den Haag

Margaretha onderbreekt het verslag van de bouwwerkzaamheden even voor wat gezondheidsupdates uit Den Haag. Johan Spronssen, tweede griffier van de Staten-Generaal, is namelijk dood. Zijn ambt is daarmee opgeheven en dat betekent dat griffier Hendrik Fagel het werk alleen moet doen. Ook met Gijsbert van den Hoolck, Gedeputeerde ter Staten-Generaal uit Utrecht, gaat het helemaal niet goed. Hij heeft een soort beroerte gehad en er is weinig hoop dat hij weer helemaal opknapt. Dat blijkt te kloppen want in september 1680 zal hij overlijden.

Brieffragment update uit Den Haag

[staen,] dat spronse inde haech doot is
en sijn griffiers Amt gemortifiseert is
heb ick met de laeste post vergeeten te
schrijfve, nu is fagel alleen grieffier
vander hoollijck lach ock inde haech heel
kranck had Een speesi van Een beroerte
door al sijn d leeden, doch was Een
weijnich beeter maer niet veel hoop tot
op te koomen, [ick hoor noch niet of den]

Zeventien leden van de Staten-Generaal vergaderen aan een rechthoekige tafel. Een griffier noteert de besluiten in een boek. Aan de muur een wandtapijt met een jachtscène en de portretten van Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Links een schilderij van een ridder. Onderaan twee keer twee regels tekst in het Frans. De prent maakt deel uit van een boek over het bezoek van Maria de Medici aan de Nederlanden om de bemiddeling te verzoeken tussen haar en haar zoon Lodewijk XIII.
Vergadering van de Staten-Generaal, anoniem, 1639. Collectie: Rijksmuseum

Het Encker

In een P.S. op een los briefje komt Margaretha nog even terug op het stuk land op het Encker dat Joan Carel Smissaert voor hen wil kopen. Ze heeft Godard Adriaan hier op 17 juni ook over geschreven, maar ze weet dus niet wat hij hiervan vindt. Morgen zal Smissaert samen met de heer Van Beeck van het Domkapittel bij haar langskomen om de koop te bespreken. Cornelis Verweij heeft haar gezegd dat het een goede koop zou zijn als ze het stuk land voor 400 of 500 gulden kunnen krijgen. Daar moet ze dan maar op vertrouwen.

p s merge sal den k dom heer van beeck met
den heere smitse hier bij mij komen om
weegens het lant opt Encker daer ick
heeden acht dage van heb geschreefve
te spreecken sal sien of wij de koop
Eens konne werde, korneelis verweij
meent als wijt voor 4 a 5 hondert gulde
koste krijge dat het wel sou sijn

PS op los briefje
Foto van een open schuifraam met daarvoor twee bureau lampen. Door het raam heb je een wijds uitzicht over de landerijen erachter met bossages en een watertje.
Foto vanuit een (huidig) kantoor op de tweede verdieping naar het westen toe, foto Annemiek Barnouw, 2020. Het weiland bij de bossages is Het Encker.

Geaffectioneerd

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 juni 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is twee dagen naar Den Haag geweest om zaken te regelen. Er ligt nog een rekening van 4000 gulden, maar ze krijgt het geld maar niet los. Ze heeft nu met de financiële topman van de Republiek, ontvanger Cornelis de Jonge-van Ellemeet geregeld dat die rekening gesplitst wordt. Hij heeft er één rekening voor Utrecht van gemaakt en de rest moeten ze maar bij Holland zien te krijgen. Ze had pech, want het was pinksteren, dus alle heren die ze ook nog had willen spreken waren juist níet in Den Haag. Gelukkig gaat Van Heteren woensdag naar Den Haag, dan zal ze hem een duidelijke opdracht geven. Net als vier jaar geleden is er gedoe over de defroyementen, de onkostenvergoedingen.

Brieffragment financiën in Den Haag

[rec.a 23.en Junij. ]
Ameronge den 16/6
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 5 deeser heb ick inde haech
sijnde ontfange, waer ick twee dage ben geweest
om te sien hoe ick het bewuste aquiet1Acquit: vereffening van een schuld of rekening daer
tot wttrecht geen hoop toe was om ten volle
betaelt te krijge, bij den ontfanger Ele=
=meeteOntvanger-generaal2Cornelis de Jonge van Ellemeet gesplitst te bekoome, het welcke
hij gedaen heeft en mij Een aquiet in
plaets van 4000f ter som vande 1690f op
wttrecht gegeefve de resteerende 2310f
sulle wij op hollant moeten ont sien te ont
=fange, vermidts de pinstere waeren de
meeste heere wt den haech so dat ick daer
niemant van heb konne spreecke [als]

Brede straat met wat hoge bomen. Het eerste huis links is twee verdiepingen hoog en meer dan tien ramen breed. Daarachter een huis met een fronton, daarvoor staat een koets. Verderop staat op de straat een pomp. Op straat lopen mensen en er staat een koets. De bomen staan vol in blad.
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.

En weg is het weer

Gelukkig heeft ze het geld van Utrecht (1690 gulden) gekregen. Normaal schrijft ze dan een memorie die ze bijsluit, maar nu is het gewoon onderdeel van de brief. Het zijn ook niet heel veel posten, alleen de turf voor de steenoven was al 1311 gulden. En voor de 2310 gulden die ze al dan niet van Holland krijgt, is het nog even puzzelen: Godard Adriaan heeft geld nodig en Temminck heeft geld voorgeschoten. Dan is ook dat geld alweer op.

Gelukkig ligt er ook nog een kans. Goede vriend Joan Carel Smissaert is komen zeggen dat het Domkapittel waarschijnlijk wat land afstoot in het dorp en dat ziet Margaretha wel zitten. Nou heeft hij aangeboden het voor hun te willen kopen. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het er nog steeds mee eens is. Het gaat om een stuk land op het Encker. Op een kaart uit 1696 wordt dit stuk land genoemd. In de legenda staat het land onder “Landereijen het Huijs te Amerongen gehoorende”, dus kennelijk is de koop gelukt.

Brieffragment land van het Domkapittel

[selfs behoef legge 550f,] gistere tot
wttrecht sijnde quamden heere smitser
mij segge dat als merge bijt kapittel
vande dom soude gereesolveert worde
Eenige kleijne perseeltges landerije te ver
koope ep dewijlle ick hem volgens uhEd
last voordees had versocht de 3 1/2 of 4
merge lant opt Encker dat de maijoor
ijannquint van gerit de kruijf in pacht
heeft overgenoome, welcke pacht ijaere
nu wt sijn, voor ons te koope sou hij sien
het daer heen te deerijeere3Vermoedelijk een variant van dirigeren in de betekenis van richten het selfve lant
mee verkocht soch worde en hijt voor ons
koope dat ick hem versocht heb te wille
doen hoope uhEd noch van die intensie
is en daer wel ingedaen te hebbe, [ick]

Plattegrond met links duidelijk het kasteelterrein. Rechts daarvan drie stukken land. In het middelste en grootste stuk staat B. Encker.
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Rechts naast het Kasteelterrein B Encker.

De jacht

Margaretha weet zeker dat ze haar man al geschreven heeft dat Willem III drie keer is wezen eten en zelfs een keer een nacht op Amerongen geslapen heeft. En alles was (natuurlijk) naar wens. Nu is hij met Mevrouw de Prinses in het jachtslot in Dieren. Hij is natuurlijk aan het jagen en dat gaat er zo heftig aan toe, dat zoon Van Ginkel al een paard kwijt geraakt is…

Margaretha schrijft meestal op een dubbelgevouwen blad en als ze de laatste pagina gaat beschrijven, draait ze soms opeens het vel om en gaat overdwars verder.

Brieffragment jacht. In de afbeelding twee fragment van briefpapier met verschillende breedte.

[is en daer wel ingedaen te hebbe,] ick
weet niet beeter of heb uhEd geschreefe

dat sijn hoocheijt hier drije mael heeft gegeete en een nacht gesla
pen was heel wel te vreede, is nu met Mevrou de prinses
tot dieren, daer hij seer sterck ijaecht en de heer van
ginckel al Een ofa paert door heeft verlooren, en tis
noch maer Een begin, [de seeckreetaris seijt uhEd alle]

Een hert wordt ingesloten door honden en ruiters te paard die van links en van rechts komen. Boven de hoofden van de ruiters zie je nog net delen van de plattegrond.
Fragment van Platte grond van de heerlijkheijt van Roosendaal buyten Arnhem : na de voetmaet afgetekent, 1718. Tekening Barend Elshof. Collectie Gelders Archief.

Meer pinksterleed

Margaretha heeft weinig over de bouw geschreven, want de secretaris heeft aangegeven dat hij Godard Adriaan elke twee weken geschreven heeft. Kennelijk is ook dat niet aangekomen, dus ze brengt even het laatste nieuws. Door de pinksteren en Margaretha’s afwezigheid zijn de werklieden weer eens niet opgeschoten. Ze verwacht dat de metselaars over twee weken zo ver zijn dat de balken op de eerste verdieping gelegd kunnen worden.
Door het wisselvallige weer is het nog niet gelukt om de steenoven te stoken. Margaretha is bang dat ze dit jaar de steenoven maar één keer zullen kunnen stoken. Nu maar hopen dat dat genoeg stenen oplevert. In bovenstaande kaart ligt de steenoven in veld C.

Brieffragment vordering bouw

[noch maer Een begin,] de seeckreetaris seijt uhEd alle
veertien dage geschreefve te hebbe waerom ick te min vande
timeraesge geschreefve hebt en moet tot mijn leet weese segge
datter met de pinster weeck en in mijn apsensi int werck
niet veel gevordert is so ickt aen sien hebbende metselas
noch ontrent de veertiendage werck Eerse de balcke vansde
Eerste verdiepine leggen, die varijabelle weer doet den
steenoven ock niet veel vordere vrees wij maer Eens
sulle konne afstoocken doch hoope mij daermee tot ons
behoef genoech steen sulle hebbe, [dit is alt geen ick]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

Romantiek

Normaal zou dit blog hier eindigen, want meer heeft Margaretha niet geschreven. De standaardafsluiting van Margaretha’s brieven kennen we inmiddels wel, dus dat is niet echt blogwaardig. Maar deze keer springt Margaretha volledig uit de band. Normaal sluit ze de laatste zin af met “blijfve” en dan volgt nog “Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff”

Deze brief “blijft” ze niet alleen, maar deze keer kan Godard Adriaan er verzekerd van zijn dat ze “blijft zolang ze leeft”. En in plaats van alleen “uw getrouwe wijff” vindt ze zichzelf nu “uw getrouwe en geaffectioneerde wijff”. In de brief is geen spoor te vinden van waar die plotselinge affectie vandaan komt.

Afsluiting brief

[behoef genoech steen sulle hebbe,] dit is alt geen ick
weet te schrijfve, als uhEd verseeckere te sijn en sal
blijfve so lange ick leef

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe en geafexsioneerde wijff
M Turnor

Vrouw stopt een brief in de holte van een boom. Ze kijkt over haar schouder of er niemand mee kijkt.
Brievenbus van de geliefden, George Baxter naar Jessie McLeod, 1856. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Acquit: vereffening van een schuld of rekening ↩︎
  • 2
    Cornelis de Jonge van Ellemeet ↩︎
  • 3
    Vermoedelijk een variant van dirigeren ↩︎

Willem en Mary

In de tijd dat Godard Adriaan thuis was, is er nog een grote gebeurtenis geweest: Stadhouder Willem III is getrouwd. Godard Adriaan schreef nog over het vertrek van de prins aan Johan Maurits van Nassau Siegen.

Oranje en Stuart

Stadhouder Willem III was de zoon van de Engelse prinses Mary en daardoor een kleinzoon van koning Charles I van Engeland. Koning Charles II van Engeland was dus zijn oom. De betrekkingen tussen het huis van Oranje en het Britse koningshuis waren wat wisselend van aard. In de jaren dat Cromwell aan de macht was en Charles II als balling rond zwierf door Europa, was de latere koning regelmatig aan het hof in Den Haag. Maar in 1672 trok hij als bondgenoot van de Franse koning Louis XIV tegen de Republiek ten strijde. Die strijd liep voor de Engelse koning niet zo goed af en zijn parlement maakte hem wel duidelijk dat het handiger was om de Republiek als bondgenoot te hebben.

Portret ten voeten uit van koning-stadhouder Willem III (1650-1702). Willem III staat centraal op het schilderij in een donker harnas met zijn lichaam naar links gedraaid en met zijn hoofd naar rechts. Hij heeft donker, golvend haar tot over zijn schouders. In zijn rechter hand heeft hij een commandostaf. Zijn linkerhand staan in zijn zij. Aan zijn linker heup hangt een zwaard. Op een rotspartij rechts van Willem III staat de helm van zijn harnas. Links achter Willem III een doorkijkje naar een veldslag met paarden. Het schilderij bevindt zich in een geornamenteerde, vergulde houten lijst met ornamenten.
Portret van stadhouder Willem III (1650-1702), naar Caspar Netscher, ca. 1675-1680. Collectie Kasteel Amerongen.

De juiste troonopvolger

Religie speelde daarbij een grote rol. De broer van de koning, James, was katholiek geworden en dat maakte hem bepaald niet populair bij de bevolking. Zijn dochters, Mary en Anne, waren opgevoed als leden van de Anglicaanse kerk. Aangezien Charles geen wettige nakomelingen had, waren Mary en Anne potentiële troonopvolgers. Koning Charles wilde Mary graag uithuwelijken aan de Franse dauphin maar het parlement was tegen. Stadhouder Willem III was in hun ogen een betere kandidaat.

Portret van een gezin met twee jonge kinderen. Links een vrouw in een bruine jurk. Naast haar staat een klein meisje in een donkere jurk, de vrouw heeft haar linker hand op haar rug en houdt met haar rechterhand de linkerhand van het meisje vast. Links een iets groeter meisje in een blauwe jurk met in haar handen een bloemen krans. Rechts een man met lange krullen in rood-wit-blauwe kleren. In zijn linkerhand houdt hij een maarschalksstaf en met zijn rechterhand wijst hij naar de tekst op een zuil onder een globe: "Duke and dutches of York with princes Marey and Ann". Op de voorgrond een zwartwitte hond, op de achtergrond een heuvellandschap met een kasteel.
De hertog en hertogin van York met hun twee dochters, Peter Lely en Benedetto Gennari, 1668-1685. Collectie: Royal Collection Trust.

Het huwelijk

In 1677 was Mary 15 jaar oud, Willem was 27. Mary had haar neef waarschijnlijk al wel eens langs zien komen: pokdalig, geen schoonheid en bepaald geen feestbeest. Voor een 15-jarig meisje niet de prins op het witte paard maar Mary had niets te kiezen. Het huwelijk vond plaats op 4 november 1677, ’s morgens om 9 uur, in St James palace in London. De reis naar de Republiek had de nodige vertraging vanwege het slechte weer. En toen de overtocht dan uiteindelijk lukte, was de Maas bevroren en moest het bruidspaar landen in Ter Heijde en in de vrieskou gaan lopen naar paleis Honselaarsdijk. Een moeizaam begin, maar op 14 december vond de feestelijke intocht in Den Haag plaats.

Het huwelijk van prins Willem III met Maria II Stuart te Whitehall in Londen, 14 november 1677. Voltrekking van de ceremonie door de bisschop van Londen. Links Karel II koning van Engeland met koningin, rechts Jacobus II, de hertog van York met hertogin. Bovenaan in medaillons portretten van de ouders van de prins: Willem II en Maria Henrietta Stuart. Links afgezanten en ambassadeurs van de Republiek.
Huwelijk van prins Willem III met Maria Stuart, Carel Allard (uitgever), 1677. Collectie Rijksmuseum.

Mary in de Republiek

Ondanks het moeizame begin van de relatie werd Mary al snel verliefd op haar echtgenoot. Ze was vrolijk en vriendelijk van karakter en dat viel in de Republiek ook zeer in de smaak. Eén van de buitenverblijven van Willem III, Hof te Dieren, lag in de naaste omgeving van kasteel Middachten, waar Philippota veel verbleef. Als de prins een jachtpartij organiseerde op het Hof te Dieren, was Van Ginkel van de partij en dan voegde Philippota zich bij de dames die prinses Mary gezelschap hielden. Mary en Philippota gingen vriendschappelijk met elkaar om. Maar of ze nu hartsvriendinnen waren? Philippota was katholiek en in die zin een vreemde eend in de bijt bij de protestantse hofhouding. Daarnaast, Philippota kreeg zonder problemen kind na kind terwijl Mary tot haar grote verdriet kinderloos bleef.

Een uitgebreid buiten. Links een gebouw van zeven ramen breed, rechts in een rechte hoek erop twee puntdaken met klokgevels. Daar tussen een klein torentje.
Het Hof te Dieren (in 1795 afgebrand) jachtslot van Stadhouder Willem II en Stadhouder Willem III, anoniem, 1770-1795. Collectie Gelders Archief.

Mevrouw de prinses

In de brieven van Margaretha zal Mary “Mevrouw de prinses” genoemd worden. In de vroegere brieven is die titel voorbehouden aan Amalia van Solms, maar die is in 1675 overleden.

Jonge vrouw zit naar links gedraaid. Ze draagt een rode jurk met een breed décolleté. Om haar nek een parelketting. Haar haar is opgestoken maar bovenop haar hoofd heeft ze bruine krullen. Achter haar staat een vaas met rozen.
Queen Mary II, Sir Peter Lely, 1677. Collectie: National Portrait Gallery.

Beelden, ballen en klapmutsen

Voor de herbouw van Kasteel Amerongen was een hoop materiaal nodig. In de brieven van Margaretha aan haar man lezen we over kalk, hout, steen en turf. Er moest per slot van rekening weer een functioneel kasteel gebouwd worden. Maar het oog wil ook wat. Op 11 april 1680 ontvangt Godard Adriaan een brief van ene Jochem Fopma uit Bremen, een handelaar in bewerkte steen. Hierin wordt gesproken over ‘beelden en ballen’, en over bijbehorende ‘klapmutsen’. Dat zijn sierstukken om een muur mee af te dekken. Over welke beelden en ballen Jochem Fopma het heeft, wordt uit de betreffende brief niet duidelijk, maar het kan bijna niet anders dan om de beelden Fortitudo en Prudentia gaan die samen met twee grote stenen ballen bij de trap naar de bovenbrug staan. Het had nog flink wat voeten in aarde om de pronkstukken van Bremen naar Amerongen te krijgen. Aan de hand van het briefarchief van Kasteel Amerongen hebben we deze interessante reis eens in kaart gebracht.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over beelden, ballen en dekstenen

[17 courant uijt Berlin hem toegesonden,] begeerende
dat ick dit aen UE mocht beantwoorden, alsmeede
bij eerste goe occasie d’affsendingh de twee vaerdige
Beelden & bewerckte decksteen voor sijn Ex.ie den
H.re van Amerongen te bevorderen
twelck hebbe aengenoomen nae vermoogen te doen, ondertusschen sijn hier meede gearriveert de twee geordineerde stucken steens totte twee Ballen;
die souden, indien sijn HoochEd. beliefde, nu
vervaerdight (terwijl doch gheen scheepen tot noch
toe parat sijn) konnen meede gesonden worden,
als oock de vier klapmutsen die totte Beelden en
Ballen vereijscht worden, ende van streckstucken
moeten sijn [waerop Mr Prangh resolutie wacht,]

25 maart 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan van Reede
Foto van het bordes van Kasteel Amerongen vanaf de zijkant. Op de voorgrond rozen die over de muur groeien, daarachter een bal op een pilaar. Achter de bal een standbeeld van een vrouw met een pilaar in haar hand. Achter haar nog een onduidelijk standbeeld.
Rozen, bal en Fortitudo bij Kasteel Amerongen, foto: Annemiek Barnouw, 2020.

April: de beelden zijn verstuurd per boot

Op 29 april ontvangt Godard Adriaan een brief van dezelfde Jochem Fopma uit Bremen. Hij schrijft dat hij na 7 april de gelegenheid had om de beelden alvast per boot te versturen. Ondanks dat hij daartoe nog geen opdracht had ontvangen en de ballen en klapmutsen nog niet klaar zijn, heeft hij dat gezien de waterstand in de Vaart maar gedaan. De beelden heeft hij op een ‘boecken bael’ vastgebonden en met stromatten beschermd. De kosten worden helaas wel wat hoger, want Meester Prang moest zelf met nog iemand de rivier af komen om te helpen.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over ballen beelden en dekstenen

Ick heb dan de twee vaerdige beelden jeder op een boecken
bael wel vast gebonden en met stromatten bewaert,
neffens de decksteen, 4 klapmutsen op de muijr en de geordineerde vloersteen, t’saemen in’t schip van Obbo
Jelles van Worckom gelaeden en aen S.r A.T. Jacobs1Temminck
geconsigneert, waervan ick dito S.r aenstaende Woensdag
per post oock advijs sal geeven; de beelden sijn tot
Vegesack neffens ‘t ander goet wel en onbeschadigt
‘t scheep gekomen, maer de kosten komen wat hooch
want Mr Prangh met noch een persoon selffs daerom
naer beneeden geweest sijn2de rivier af gekomen; en ick heb den schipper, die
een nieuw Schmack voert3smakschip, het goet ten hoochsten gerecommandeert

22 april 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Tekening van een baai met op de voorgrond een weggetje en een landtong met koeien erop. Rechts een haven met allemaal zeilschepen en aan de linkerkant nog een stukje land met een molen. Midden in de baai varen zeilschepen en één stoomschip
Vegesack bij Bremen, Anton Radl, inkttekening gemaakt voor ‘Ansichten der Freien Hansestadt Bremen’ door Adam Storck, 1822. Collectie Staats- und Universitätsbibliothek Bremen.

Jan Prang

Steenhouwer Jan Prang is een oude bekende van de familie Van Reede. In 1676 kwam hij al van Bremen naar Amerongen om allemaal hardstenen elementen (vloerstenen, trappen, de lijst om het huis, onderdelen voor de schoorstenen) ter plekke passend te maken. Kennelijk is er nu voor gekozen om Jan Prang in Bremen te laten werken en dan de afgewerkte stenen naar Amerongen te sturen. In dit brieffragment lijkt het of Meester Prang de standbeelden ook gemaakt heeft. Het is zeker niet onmogelijk, maar eerder maakte hij elementen voor het huis, het zou ook kunnen dat hij alleen zorg draagt voor de verzending. De dekstenen, klapmutsen en de ballen passen wel bij het beeldhouwwerk dat hij eerder voor Kasteel Amerongen geleverd heeft.

Een grof uitgehouwen steen met daarin heel duidelijk VII gekerfd.
De onderkant van één van de dekstenen, foto: Annemiek Barnouw, 2026. Momenteel worden de brug en de muur voor het kasteel gerestaureerd, daarom zijn de dekstenen van de muur gehaald. Op de onderkant zie je de aanwijzing die waarschijnlijk door Jan Prang in Bremen in de steen gekerfd is. Zo was in Amerongen duidelijk welke steen waar moest liggen.

Augustus: oplopende kosten

Als de beelden onderweg zijn, wordt het een paar maanden stil rondom de beelden, ballen en klapmutsen. Godard Adriaan blijkt vragen te stellen over de oplopende kosten. Op 9 augustus krijgt hij een brief van Fopma waarin hij uitlegt dat de prijzen fluctueren. Omdat hij zelf geen voorraad steen meer had, moest hij nieuwe kopen. Daarnaast worden de ballen en klapmutsen van een harder, en dus duurder, steensoort gemaakt. Maar Fopma is bereid er een mooi prijsje van te maken als Godard Adriaan hem aanbeveelt als opvolger van zijn overleden oom. Een brutaal mens heeft de halve wereld toch? Zeker gezien het bijzondere Post scriptum van de brief. Het lijkt er namelijk op dat er in de tussentijd niet zoveel voortgang is geboekt met de ballen en klapmutsen. Meester Prang is een reislustig heerschap en pas teruggekomen uit Osnabruck. Hij zal nu pas weer verder gaan met de ballen en klapmutsen.

Een steenhouwer aan het werk op straat. Naast hem op de grond ligt een grote winkelhaak. Op de achtergrond de Porta Romana te Florence.
De steenhouwer, Carlo Lasinio, 1769-1838. Collectie: Rijksmuseum.

Oktober: meer vertraging

Weer verstrijken er een paar maanden en de ballen en klapmutsen zijn nog altijd niet op weg naar Amerongen. Er is meer vertraging opgetreden. Op 12 oktober leest Godard Adriaan in een nieuwe brief van Jochem Fopma dat hij voornemens was de ballen en klapmutsen een maand eerder al naar Amerongen te laten verschepen. Meester Prangh was echter weer naar Osnabrück, waar 4 van zijn knechten ziek zijn geworden, dus dat gooide roet in het eten. Aan Jochem Fopma ligt het absoluut niet. Hij heeft veel ander werk weggehaald bij Meester Prangh, dus de ballen en klapmutsen moeten nu met 4 dagen echt wel klaar zijn.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan

dat ick niet getwijffelt had, oft de bewuste bollen
en klapmutsen souden ten minsten voor 1/m naer Amsterdam
sijn gescheept, maer Mr Prangh sijn Voijage naer Osnabrugh
alwaer vier van sijn knechts sieck sijn heeft mijn voornemen
belett, ‘kheb echter sedert sijne t’huijscomst alle devoir
gedaen, om hem onaengesien veel ander noodig werck, daedelijck
tot voltrecking van dit begonne langduijrige werck te brengen
en is daermeede soo verre geavanceert dat de laeste der Bollen
neffens de laeste der klapmutsen binnen 4 dagen
konnen
vaerdig sijn, als wanneer ick niet manqueeren sal om die,
belieft het Godt, met eerste goe occasie volgens ordre te
versenden

27 september 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Ingekleurde prent van drie mannen in een steenhouwers werkplaats. Één van de mannen tekent iets uit op een blok steen, de tweede zit op het blok steen waar hij naast zich iets uit hakt. Een derde man staat achter een groot blok staan peinzend toe te kijken. Op de voorgrond een scheef gezakte kruiwagen. Onder de prent staat 'Hoe nuttig, kindren! is de man, Die zulk een steen bewerken kan."
De Steenhouwer, anoniem, fragment uit een pagina met zes ambachten uit Meijers Prenten, uitgegeven door De Ruyter & Meijer, Amsterdam, 1878. Collectie Rijksmuseum.

December: van boot naar appelwagen

De ballen en klapmutsen worden in oktober door Jochem Fopma vanuit Bremen verzonden naar Adriaan Temminck in Amsterdam. Hem kennen we ook uit de brieven van Margaretha. Op 24 december krijgt Godard Adriaan een brief van Temminck. Hij heeft de lading ontvangen, maar er is een probleem. Er varen geen schepen op de Rijn dus hij kan de ballen en klapmutsen niet verder per boot naar Amerongen versturen. Gelukkig heeft hij een oplossing. Hij verstuurt de lading naar ‘oom Synapius’ in Amersfoort. Dit is wellicht een oom van Temminck, die in dezelfde kringen verkeerde als Godard Adriaan. In Amersfoort moeten de ballen en klapmutsen vervolgens op appelwagens geladen worden. Die komen uit de Betuwe en passeren door Amerongen.

De Breemer steen bestaende in 2 groote ronde bollen 4 vierkante klapmutsen en 1 waeter off geutsteen hebbe ick int begin vant vriesent weer hier ontfangen, en alsoo door het leegewaeter gans geen scheepen op den rijn conde vaeren, soo hebbe alles op Amersfoort gelaeden en aen oom Senapius geadresseert met ordre om alles op de appelwaegens (die daer uijt de Betuw coomen en door Amerongen passeeren) te laeden, geleijck oock Haer HoogEdele mijn schrijft dat ditto steen daer wel gecoomen

(Van deze brief is nog geen scan beschikbaar)

Pagina met drie schetsen. Linksboven twee gezadelde paarden voor een raam, rechtsboven een groep mannen die iets voortslepen dat aan touwen zit, midden onder een boeren wagen met daarop stenen, voortgetrokken door vier paarden. Ernaast loopt een man met een zweep. Rechts onder de letters DC. Boven de tekening staat 'Croquis par divers artistes'. Onder de prent staat Decamps.
Wagen met keien getrokken door paarden, Alexander-Gabriel Decamps, 1830-1831. Uit: Schetsen door diverse kunstenaars. Collectie: Rijksmuseum.

Aankomst in Amerongen

Op 27 december ontvangt Godard Adriaan dan het verlossende woord van Margaretha. De ballen en klapmutsen zijn aangekomen in Amerongen. Reden voor blijdschap zou je denken, maar dat blijkt niet uit de brief van Margaretha. Het lijkt er op dat het plan met de appelwagens is mislukt. Ze schrijft dat ze de lading zelf met wagens uit Amersfoort heeft laten halen. Alles is onbeschadigd aangekomen, op één klapmuts na. Die mist een stukje. Verder hoopt ze vooral dat al het steen uit Bremen nu is aangekomen, want het is allemaal al duur genoeg. Hoe de reis van de beelden Fortitudo en Prudentia verliep, is niet duidelijk. Zij werden per slot van rekening al in april 1680 verstuurd vanuit Bremen. Hoe dan ook, in december zijn alle pronkstukken, minus een klein stukje klapmuts, in Amerongen. En daar zijn ze nog steeds te bewonderen.

Brieffragment hardstenen bollen

tot Amsterdam is de 4 groote klapmutse
en de twee groot hartsteene bolle van breeme
aengekoome, die teminck omt lage water
niet voort heeft konne krijgen is genootsaeckt
geweest die tscheep op Amersfoort te sende die
ick met wagens van daer heb laeten haele
en sijn deselfve onbeschadicht hier gebrocht
wtgesondert datter vant Eene klapmuts
en kleijn stuckge af is, hoope wij nu het laeste
steen van breeme hier hebbe, die reeckenine
loopen hooch, so doens die aen alle kanten,

14 december 1680, Margaretha aan Godard Adriaan
Foto van Kasteel Amerongen. Een hoog, bakstenen vierkanten huis met twee schoorstenen. Voor het huis een trap naar een bordes. Aan weerszijden van de trap twee standbeelden. Daarnaast twee ruimtes en dan twee pilaren met daarop ronde ballen. De pilaren gaan over in een muur, waarover struiken groeien. Voor de pilaren twee kanonnen en helemaal op de voorgrond een gouden zonnenwijzer.
Kasteel Amerongen vanuit het oosten, foto: Annemiek Barnouw, 2020. Aan weerszijden van de centrale trap de beelden, rechts daarvan op de pilaren de ballen. Onder de beelden en de ballen liggen de klapmutsen en de dekstenen sluiten de muur af.

Godard Adriaan over Margaretha

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Godard Adriaan van Reede 19 oktober 1677 Den Haag
Ontvangen Johan Maurits van Nassau-Siegen 21 oktober 1677
Lees hier de originele brief
De brief is te vinden in de scans 191, 193, 195

Margaretha is maar druk met dat hele bouwproject. Eerst het huis zelf en nu alle bijgebouwen. Godard Adriaan mag in zijn handjes knijpen dat hij zo’n hardwerkende, praktische en zuinige vrouw thuis heeft zitten! Toch?

Eind 1673, begin 1674 schrijft hij aan iedereen die het maar horen wil dat hij Johan Maurits van Nassau-Siegen als architect aangesteld heeft. Dat moeten we niet te letterlijk nemen, maar hij is duidelijk in zijn nopjes met deze verbinding met “Vorst Maurits”. In 1677 schrijft Godard Adriaan hem over de voortgang van de bouw.

Portret tot de knieën van een kalende man met grijzig haar tot in zijn nek. Hij heeft een flinke snor een kneveltje. Hij leunt met zijn rechterarm op een pilaar en in zijn hand houdt hij een brief. Links heeft hij een handschoen aan en hij heeft zijn hand in zijn zij. Onder een zwarte overjas draagt hij een harnas met daaroverheen een blauwe sjerp en een Johanniter(?) kruis. Op de achtergrond een symmetrische tuin met vijvers een half rondlopende galerij en aan het eind van de lange zichtlijn een huis.
Jan de Baen, Portret van Johan Maurits (1604-1679), graaf van Nassau-Siegen, 1668-1670. Collectie Mauritshuis.

Doorluchtige Vorst

Godard Adriaan heeft een brief van Johan Maurits gekregen en hij is duidelijk als een kind zo blij, want ondanks dat ze een tijd geen contact gehad hebben valt hij nog in de gunst bij de doorluchtige vorst. Hij wil dan ook graag preuves (bewijzen) geven, hij wil dus eigenlijk een soort verantwoording afleggen.

Aanhef van brief van Godard Adriaan aan Johan Maurits

Doorluchtige Hoochgeboren Vorst.

U Vorstelijke Genades hoochgeeerde missivie
van de ix deses is mij voor twee
dagen eerst alhier gewerden, waaruijt
ick met sondelinge aangenaamheijt
verneme desselfs goede dispositie1Dispositie: gezondheid, ende
dat hij mij sijne gunste ende genade noch
belieft te continueren, na dat ick het
ongeluck hebbe gehadt van deselve in
anderhalf jaar niet te sien, of dat mij
occasie is aan de hant gekomen, van
uVorstelijke Genade van mijn gehoorsamen
dienst preuves te geven:

Ten voeten uit portret van een trotse man met een harnas aan. Hij heeft zijn rechter hand in zijn zij, zijn linker hand leunt op zijn helm met rode en witte veren die naast hem op een tafel ligt. Hij heeft lang pluizig haar, een hoog voorhoofd en een snor.
Godard Adriaan van Reede (1622-1691), Jurriaen Ovens, 1659. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox
Dame met een heel hoog voorhoofd en een flinke bos krullend haar tot op de schouder. Ze draagt een zwart fluwelen lijfje en overrok. Een witte bedenking op de wijde hals en witte manchetten. Onder de overrok een glimmende rok met goud en zilver en motiefjes.
Margaretha Turnor (1613-1700), Jurriaen Ovens, 1661. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox

De swackheit van hare sexe

In de volgende alinea geeft hij alle eer voor het bouwen aan zijn vrouw, maar dat doet hij wel op bijzondere wijze. Want hij begint met de zwakheid van het vrouwelijk geslacht, een geslacht dat zelden iets goed of considerabels in de wereld verricht heeft. Nou ja, zijn vrouw dus, die heeft bij zijn afwezigheid een huis gebouwd! En dan schrijft hij niet dat ze dat goed gedaan heeft, maar dat hij daar niet mee kan instemmen!

Eerste brieffragment over Margaretha
Tweede brieffragment over Margaretha

De Vrouw van Amerongen, die de
swackheijt van hare sexe is onder
worpen ende welke sexe selden ijets
goets of considerabels in de werelt
verrichte heeft bij mijn absentie in
Duijtslant ondernomen een huijs
tot Amerongen te bouwen, daar van

ick haar geen approbatie2Approbatie: goedkeuring can geven
voor ende aleer het selve bij UVorstelijke
Genade is opgenomen [ende of wel sijn]

Een cartoon van een pronte dame met een corset en een rok met allemaal ruches. Ze heeft één hand aan haar wang en de andere hand houdt ze open hangend voor haar borst. Ze heeft geen voeten.
Det Svage Køn (het zwakke geslacht), Valdemar Møller, 1933. Collectie: Det Kgl. Bibliotek (Kopenhagen)

Complimenten van de prins

Maar dat is nog niet alles! De Prins van Oranje is tien dagen geleden met een klein gevolg langs geweest om het nieuwe huis te bekijken. En hij prees de wijze waarop het huis opgebouwd was en de rol die Margaretha daarin gespeeld heeft. Daardoor loopt Margaretha volgens haar man nu een voet hoger…

Brieffragment compliment van de prins

[Genade is opgenomen;] en of wel sijn
Hoocheijt die mij voor tien dagen
d’eer heeft gedaan neffens den grave
van Osserij3Niet bekend ende andere Heeren hetselve
te komen sien. de ordonantie4Ordonnantie: wijze waarop iets is geregeld daarvan
mitsgaders5Mitsgaders: daar bovenop, bovendien de Conduite vande Vrouw
van Amerongen daaromtrent gehouden
seer prees ende waarop Sij nu een
voet te hoger treet, [soo heb ick]

Op een koffiebruin paard dat zijn knieën hoog optrekt zit een lange slanke man fier rechtop. Hij heeft lange krullen, droevige ogen en een grote neus. Hij draagt een zwarte hoed met witte veren. Een bewerkte jas en lange zwarte laarzen.
Stadhouder Willem III te paard naar links, anoniem, 1688 – 1698. Collectie Rijksmuseum.

Stallen

Godard Adriaan zegt dat hij niet zal bevestigen wat de Prins gezegd heeft, uit angst dat Margaretha bij zijn volgende afwezigheid stallen of andere dienstgebouwen rond het bassecour (het voorplein) zal zetten. Dat zal hem “de beurs plat en het hoofd berooid” maken.

Brieffragment bouw stallen

[voet te hoger treet,] soo heb ick
evenwel mijn adveu6Uit het Frans: De term wordt onder andere gebruikt voor de getuigenis die men aflegt over wat een ander heeft gezegd of gedaan. daarop niet willen
geven, uijt vreese datse soo hooch
moedigh soude werden, ende bij dier
gelijcke mijne absentie wel wederom
met het bouwen van stallen ende
servitien7Van het Frans “service” of servitie; in deze context dienstgebouwen. op de bassecourt noch ijets
aanvangen, dat mij de beurs plat
en het hooft beroijt soude maken;

Uitnodiging

Hierna heeft Godard Adriaan eigenlijk nog één verzoek aan Johan Maurits. Hij nodigt hem uit om zijn huis te komen bekijken en misschien zou hij dan een “holla” in willen stellen. Een holla (denk hola!) is een aansporing of aanmaning om ergens mee op te houden of zich te matigen. Denkt hij nou dat Margaretha wel naar Johan Maurits zal luisteren? Nou ja, als hij er dan toch is heeft hij misschien nog wel (goedkope) tips voor die gebouwen rond het bassecour…
Bovendien zou Godard Adriaan het ook wel leuk vinden om samen naar Soestdijk te gaan, want daar moet nog best wat gebeuren.

Godard Adriaan wil zó graag dat Johan Maurits komt, dat mocht hij besluiten te komen, hij niet in Amerongen op hem zal wachten, maar dat hij dat op de weg zal doen. En dat is best een belofte in een tijd dat je niet even kon appen dat je er bijna was.

daarom ik van harten wenste dat
wij het geluck mochten hebben
uVorstelijke Genade aldaar eens te sien

op dat hij daar een holla8Hola: Als aansporing, aanmaning om op te houden, zich (wat) te matigen in wilde
stellen ende reformeren int gebouw
ende ordonneren tgeene noch aan de
bassecourt resteert, dat van groot=
gemack ende geringe kosten mochte
wesen, waar na ick seer verlange
te meer, op dat ick alsdan de eer
mochte hebben van met UVorstelijke Genade
oock eens naar Soestdijck tegaan
alwaar t’een ende t’ander subject
mijns oordeel noch al vrij wat te
doen staat; ende soo haast ick sal
konnen vernemen dat u Fürstlichte Genade
dispositie9Dispositie: gezondheid sal toelaten een keer na
dese quartieren te doen, sal ick
mij niet alleen tot Amerongen
laten vinden maar deselve opde
wech komen opwachten.

Aquarel van een tuin tegen een heuvel op. Op de voorgrond een weg langs een muur, op de weg een koets en een groep deftig geklede mensen die door een hek in een muur naar de tuin lopen. Links staat een hoge pilaar met daarop het beeld van een ridder. Op de voorgrond zijn drie ronde vijvers, elke volgende steeds een niveau hoger. In de eerste zit een fontein, in de tweede een kleiner standbeeld en in de derde een groot standbeeld. Boven de derde vijver een halfrond, wit bouwwerk, met een gang met pilaren. Daarboven een weiland in het bos waar herten lopen. De tuin wordt links en recht omzoomd door grote bomen.
Amphitheater te Kleef, naar het Zuiden gezien, Jan van Call, 1675 – 1685. Collectie Rijksmuseum. De door Johan Maurits aangelegde tuin in Kleef. Johan Maurits was wat de betreft de bouw een groot voorbeeld voor Godard Adriaan.

William & Mary

Godard Adriaan eindigt zijn brief het feit dat zoon Van Ginkel Willem III begeleid heeft naar Hellevoetsluis en dat hij daar wacht op de terugkeer van de prins.
Godard Adriaan hoopt dat het bezoek van de Prins aan Engeland wat goeds voor de Christenheid en voor de vrede mag betekenen. Het gaat hier om het huwelijk tussen Stadhouder Willem III en de Engelse prinses Mary Stuart op 4 november 1677. We zullen Mary ook tegen gaan komen in de brieven van Margaretha. Meestal noemt ze haar “mevrouw de prinses”.

Sijn Hoocheijt is eergister avont
van hier over Helvoetsluijs naar
Engelant vertrocken met een
tamelicke goede wint, ende heeft den
Heer van Ginkel d’eer dat hij

hem onder sijne Suite nevens andere
mede opwacht. Godt geve dat uijt
dese reijse wat goets ten besten
van de Christenheijt mach proflueren10Proflueren: zijn oorsprong hebben
ende daar door de diergewenste vrede
eenmaal bekomen werden; [in wiens]

Dubbelportret van Willem III en Mary II. Onder een gekroond baldakijn met twee engeltjes twee cartouches met links Willem III naar rechts gekeerd en rechts Mary e. De cartouches zijn gekroond en tussen de kronen staat een monogram van W en M. Pnder de catrouches het wapen van Groot Brittanië, vastgehouden door twee engeltjes.
Willem III en Mary II, Robert White, ca. 1689. Collectie Royal Collection Trust.

Afsluiting

Voor de volledigheid voeg ik ook de afsluiting van de brief toe. Het is interessant om te lezen met hoeveel zwier en omhaal zo’n afsluiting geschreven wordt. Bovendien wordt in de afsluiting pas duidelijk dat het prachtige handschrift waarschijnlijk van zijn secretaris is, want het handschrift van de ondertekening is nogal anders. Een hoeraatje voor de secretaris!

[eenmaal bekomen werden,] in wiens
H. protectie ick uVorstelijk Genade bevele
ende mij inde continuatie van sijn hoge
gunste ende blijve

Doorluchtige Hoochgeboren Vorst;

Uwe Vorstelijke Genade
Ootmoedigen Dienaar

Godert Baron van Reede
…. Tot Amerongen

Hage den 19. October
1677.

Duiding

Voor ons 21ste-eeuwers is het lastig Godard Adriaans mening over Margaretha’s bouwactiviteiten te duiden. Was dit gebruikelijke mannen onder elkaar praat? Of was dit misschien toen ook al brallerig? We weten dat Godard Adriaan van een praktische grap hield en dat Godard Adriaan en Margaretha van een goed glas wijn hielden. Zouden ze de brief misschien samen geschreven hebben bij een glas wijn? Het zou wel de leukste verklaring zijn.

  • 1
    Dispositie: gezondheid ↩︎
  • 2
    Approbatie: goedkeuring ↩︎
  • 3
    Niet bekend ↩︎
  • 4
    Ordonnantie: wijze waarop iets is geregeld ↩︎
  • 5
    Mitsgaders: daar bovenop, bovendien ↩︎
  • 6
    Uit het Frans: De term wordt onder andere gebruikt voor de getuigenis die men aflegt over wat een ander heeft gezegd of gedaan. ↩︎
  • 7
    Van het Frans “service” of servitie; in deze context dienstgebouwen. ↩︎
  • 8
    Hola: Als aansporing, aanmaning om op te houden, zich (wat) te matigen ↩︎
  • 9
    Dispositie: gezondheid ↩︎
  • 10
    Proflueren: zijn oorsprong hebben ↩︎

Hout uit Pruisen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 juni 1680
Lees hier de originele brief

Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.

Brieffragment hoog water

Amerongen, 18/8 mei 1680
[reca. 6. Junij s.n.]
Ameronge den
18/8 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge
tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser
sal segge dat het water op den rhijn weer teene=
=mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer
op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so
houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo
ch water sulle krijge om dat de winter so veel
donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft
moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]

Vlak rivierlandschap, aan de oever van het water staan enige koeien, het meest linkse dier drinkt.
Rivierlandschap met koeien, Albert Cuyp, 1645-1650. Collectie Rijksmuseum.

Boter, kaas en Pruisische balken

De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.

Brieffragment vloerbalken

moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de
gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft
ontfange kan niet bedencke die so lange op wech
is, hoop se noch te rechte sal koomen,
wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst
en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij
uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte
so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot
salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,

Foto van een helemaal lege grote zaal. Er staan geen meubels, maar er hangen wel kroonluchters. De luiken zijn open en de zon schijnt op de houten vloer.
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?

Hollandse geldzorgen

Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?

Brieffragment belastingen voor het leger

sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure
hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid
daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt
had, dan wiert van men heere van hollant
versocht gistere merge haer vergaderin noch
bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en
gaet en maendach weer naer den haech om
dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn
het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck
vande finans niet wel konne verstaen daer moet
gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen
wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander
reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]

De hofvijver met daarin de gebouwen van het Binnenhof met de weerspiegeling van de gebouwen op het water. Op de achtergrond bomen en de grote of St Jacobskerk.
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.

Buitenlands nieuws

Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.

Eerste brieffragment buitenlands nieuws
Tweede brieffragment buitenlands nieuws

[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat
den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur
naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat
hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen
en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam
naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat
sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van
sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock
van Een houlijck tuschen de soon vande bischop

van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin
=ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits
in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een
maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn
weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]

Plattegrond van Parijs met de omliggende velden.
Plattegrond van Parijs, naar Johannes de Ram, ca. 1668-1685. Collectie Rijksmuseum.

Fritsje heeft heimwee

Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.

Brieffragment droevige Frits

[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa
niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt,
preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige
dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij
seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt
volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en
beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de
Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij
kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op een terras met een balustrade zitten onder een klimplant een oudere man, een jongere vrouw en een kind aan tafel. Rechts van de tafel staat een jongen met iets in zijn hand. Op de voorgrond een vaatje met twee kannen erin. Op de achtergrond een heuvel met daarop een kasteel.
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    proviand ↩︎
  • 2
    verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) ↩︎
  • 3
    groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal ↩︎
  • 4
    Dieren ↩︎
  • 5
    militie: leger ↩︎
  • 6
    personele belasting: persoonsgebonden belasting ↩︎
  • 7
    reëel; reële belasting is een belasting op zaken ↩︎
  • 8
    Pieter van Wassenaer van Starrenburg ↩︎
  • 9
    Ambassadeur ↩︎
  • 10
    Jacob van Wassenaar van Obdam ↩︎
  • 11
    Denemarken ↩︎
  • 12
    De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg ↩︎
  • 13
    Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af ↩︎
  • 14
    Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III ↩︎
  • 15
    Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje ↩︎
  • 16
    Joan Carel Smissaert ↩︎
  • 17
    De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist ↩︎

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog ↩︎

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief ↩︎
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit ↩︎
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip ↩︎

Pagina 2 van 33

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén