[rec.a 14e. Julij] Ameronge den 6 ijuli en 26 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge
Geldtellende oude vrouw in een interieur, Willem Pieter Hoevenaar, 1818-1863. Collectie Rijksmuseum.
Traktatie voor het hof van Brandenburg
Geldzorgen of niet, Margaretha is tevreden over de ontvangst die Godard Adriaan heeft gehouden voor het prinselijk hof van Brandenburg.
Dat gaat dan in ieder geval om prins Frederik III van Hohenzollern en zijn echtgenote, prinses Elisabeth Henriëtte van Hessen-Kassel. Frederik, die later bekend zou worden als Frederik I van Pruisen, was de zoon van Louise Henriëtte van Nassau die weer de dochter was van prins Frederik Hendrik en Amalia van Solms.
wt uhEd aengenaeme vande 26/16 ijuni sien ick dat uhE Eenige heere Ambasadeurs Eerst ende prinse en pris prinsese van brandenburch heeft getrackteert dat heel goet is, de Eer en reespeckt vande staet en van uhEd Persoon moet bewaert sijn,
Tijdens een diner worden nieuwe gasten verwelkomd, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.
Geldzorgen
Tja, dat geld. In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze blij was dat Godard Adriaan naar raadspensionaris Fagel had geschreven, maar het heeft nog niets opgeleverd. Van Heeteren heeft haar zelfs gemeld dat er in Holland geen geld te krijgen is, zelfs niet de 2310 gulden waar ze nog recht op hebben. Komende dinsdag komen de Staten van Holland weer bij elkaar en hopelijk levert dat wat op. Margaretha zou er het liefst zelf naar toe willen gaan! Ongetwijfeld had ze de heren Staten de wind van voren gegeven, als het haar gelukt was de vergaderzaal binnen te komen. Maar ze kan zo moeilijk weg van Amerongen.
mij verlanckt seer wat antwoort uhEd vande heer raet pensionaris fagel sal bekoome opt suijsget vandeselfs betaeline, van heetere schrijft mij dat alsnoch geen Apreehensie is in hollant gelt te krijge ijae selfs de resteerende 2310 f niet, toekoomende dijnsdach sulle men heere van hollant weer bij Een koomen men sou sien t daer voor te brenge en sien wat men dan kan krijge, ick sou wel naer den haech gaen maer kan seer qualijck van hier [ock ontsien ick]
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Dakpannen, turf en hooi
Ondertussen is Margaretha al aan het rekenen waar het geld aan besteed moet worden, het lijkt er veel op dat ze er slapeloze nachten van heeft. Godard Adriaan heeft voor zijn huishouden zeker 500 gulden in de maand nodig. Ze heeft zelf geld nodig voor het lood, de dakpannen en het werkvolk, en ze moet Krijn van Kampen nog betalen voor twee scheepsladingen turf voor de steenoven. Godard Adriaan moet het haar vooral niet kwalijk nemen dat ze haar zorgen zo openlijk uit! Er is hard gewerkt, er is ook gehooid, maar het gaat allemaal niet snel. Die mooie dubbele bogen boven de ramen van de stal en het koetshuis, het is prachtig, maar het kost veel tijd. Niettemin, er zijn er al acht gemaakt! Hopelijk kunnen ze maandag beginnen met het leggen van de balken. Er komen nog vier of misschien wel zes timmerlieden uit Amsterdam, ze hebben dan zeker twaalf zo niet zestien timmerlieden tegelijk aan het werk en o jee! Dat kost ook weer geld.
[honder gul,] ben nu seer bekomert waer ick niet alleen gelt sal haelle om weer voor uhEd onder teminck te legge maer ock om hier t loot de panne en voort het werck volck te be taelle ock moet krijn van kampe om noch twee samoreuse turf tot de steenoven wt moete, bidt niet qualijck te neeme ick dit so opentlijck schrijf, [wij hebbe deese weeck]
Margaretha heeft haar brief nog niet afgesloten of ze bedenkt dat er nog een nieuwtje is. De maarschalk van Abcoude is overleden. De heer van Zuilen, dat is dan Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft het ambt verkregen voor zijn zoon. Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken is op dat moment drie jaar oud. Kennelijk hoefde die maarschalk niet echt daadkrachtig op te treden. En o ja, niet te vergeten, nog kusjes van Godertge en zijn zusjes!
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor de Maerschalck van Abkoude is overleeden de heer van suijlen heeft sijn amt voor sijn soon gekreege datter Een offen en deffensiefve aliansi tuschen Engelant en spange is gesloote sal uhEd hebbe verstaen godertge met al sijn susters kusse groote pappa ootmoedich de hande met preesentasi van haeren dienst
Portret van Godard Adriaan van Reede van Herreveld. Godfried Kneller, 1691. Collectie Kasteel Amerongen. Godertge op volwassen leeftijd.
Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.
[rec. a 7. Julij] Ameronge den 29/19 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.
Werkgever
Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.
[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Onkostenvergoedingen
Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!
[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert te betaelle seggen dat sij ock inde post van de= froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir =meert so dat dit niet alleen hapert maer sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo vinsie van overijsel en greunine op dit loopende ijaer niet niet op haer post van defroijemente hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste, maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]
Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.
Dubbele bogen
Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.
[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die deese weeck hier is geweest is gistere weer naer Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien het welcke komt door die dubbelde boochge die sij booven de vensters en deure vande stal en koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn boven de vensters int voorste pavelijoen gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer quaet weer gehadt dat al wat verhindert heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.
Wegvliegend geld
Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.
[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn maer nu bevint sich datter wel bij de 700f aen loot sal moeten sijn want der noch over de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer 400f buijten onse gissine gaet so gaet het al in meer dingen, tis niet moogelijck dat men so Effen op alles sijn staet in dit werck kan maecken, wij sijn hier nu in en moetender doer, hoope het nu haest ten Eijnde
sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]
Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.
[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]
De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.
[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]
Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.
aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge wilneemen, blijfvende Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.
ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen in welcken geval ick wenste de portiere om wt en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en dan heb ickt noch quaet genoech om in of wt te koomen
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….
[reca 15en Januarij] Ameronge den 6 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen , ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke =burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer= =cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid sijn part vant bekende reeckenmeesters plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]
Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.
dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst
teegens den staet heeft sal gestilt worden, en uhEd noch wat goets te beste van ons liefve vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.
Eind goed, al goed
Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.
[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]
Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.
Veel gezondheid en voorspoed
Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…
[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet te wensche blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.
ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so quaet op de prins van oransge, is dat sij hem niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer maecke most,
Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.
ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had of deselfve wel wat van hier gewenst maert was te veer te sende, hoope sijn goet van berlijn n breeme nu sal hebbe gekreeche, ben van harte verblijt de affaerees bij uhEd so wel staen.
Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd ↩︎
21
Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… ↩︎
Het Rampjaar lijkt weer even terug in deze brief, waar de emoties vanaf spatten: zoon Godard blijkt bij de verloren Slag bij Kassel op het nippertje aan de dood ontsnapt. Margaretha heeft een brief van hem uit Sas van Gent waarin hij eigenhandig schrijft dat hij gezond is. Zijn paard is er slechter aan toe en zijn wapenrusting is zeer beschadigd want hij is vier of vijf keer geraakt. Zo gevaarlijk was het dus! Zijn kamerling Roelof Verweij is zwaar gewond aan zijn heup en bijna alle officieren uit zijn regiment zijn dood, gewond óf gevangen door de Fransen.
[rec. 26. dito] Ameronge den 21 April 1677 Mijn heer en lieste hartge seedert mijne laeste hoope ick dat uhEd briefve van onse soon sult hebbe ontfange, die de heere sij in alle Euwijcheijt gedanck gesont wt de bataelgebataille: slag is gekoome, so ick heede wt sijn brief met Eijgener hant geschreefve ho vande 15 deeser van ontrent sas van gent geschreefve heb gesien, hij heeft 4 a 5 schuete op sijn aenhebbende wapen gekreechge en sijn paert gequetst daer aen men kan sien wat perijckelperikel: gevaar hij heeft wt gesta[en]perikel uitgestaan: gevaar doorstaan roelof verweij sijn kamerlin is door in door sijn heup gequetst meest al de offisiers van sijn reesgement sijn doot gequetst of gevange, [hij]
Kaart met de slagordes van de troepen bij de slag bij Kassel op 11 april 1677 tussen het Franse leger onder Filips I de hertog van Orleans en de prins van Oranje, Anoniem, 1677. Collectie Rijksmuseum.
Beter Goed dan Bloed verliezen
Godards compagnie is rond de dertig paarden kwijt, wat hem veel geld zal gaan kosten. Maar “beter in ’t goed als in ’t bloed” : liever je bezittingen verliezen dan je leven (of dat van je familie). Ze kunnen God niet vaak genoeg danken dat hij hun zoon zo genadig heeft gespaard. “Och, mijn liefste hartje, wat is dit voor een oorlog”, jammert Margaretha, “ waarin zo lichtvaardig met mensenvlees wordt omgesprongen”. Ze beklaagt Willem III die volgens haar misleid was. Moge God de genen vergeven die dit veroorzaakt hebben. “Och hadden wij de vrede maar”, verzucht ze, maar ze heeft weinig hoop dat die snel komt.
[reesgement sijn doot gequetst of gevange,] hij heeft weer wt sijn kompangi wel 25 a 36 paerde verlooren dat al weer groote koste voor hem sal sijn, noch beeter int goet als int bloet , wij konne godt niet genoech dancke die hem so genadelijck heef bewaert, och mijn lieste hartge wat is dit voor Een oorlooch int welcke men het mensche vleijs so licht waecht, sijn hoocheijt is te beklage die so geabuseertAbuseren: misleiden wort godt wilt haer vergeefve die oorsaeck van al dees onheijlle sijn, och hadde wij de b vreede maer sieder nu so weijnich aprehensieapprehensie: vrees, verwachting toe, [gistere is den]
Gisteren ochtend om zeven uur was er een korte ontmoeting op de Grebbedijk tussen Cornelis Tromp en raadspensionaris Fagel. De raadspensionaris was met spoed op weg naar Wezel om daar de keurvorst van Brandenburg te spreken. Tromp kwam daar net vandaan. Fagel had haast omdat de keurvorst van plan was vandaag al weer naar Berlijn terug te keren om zich bij zijn leger te voegen. Tromp maakt van de gelegenheid gebruik om naar de bouwwerkzaamheden in Amerongen te kijken. Hij wil zelf ook “aan het timmeren”. Want van Tromps huis in ’s-Graveland is net als van Amerongen na het Rampjaar weinig meer over.
[sieder nu so weijnich aprehensie toe,] gistere is den heer graef trompCornelis Tromp hier bij mij geweest hij sach ons gebou, wil ock aent timmeren hij quam van weeselWezel, vestingstad in Duitsland al waer hij met den heere keurvorst van brandenburch heef gesproockeCornelis Tromp was van 1676-1678 opperbevelhebber van de Deense vloot. Denemarken was opdat moment samen met Brandenburg betrokken in een oorlog tegen Zweden (Schonense Oorlog 1674-1679) die van meeninge was vandaech weer van weesel naer berlijn en bij sijn ArmeArmee: leger te gaen den heer raet pensionarisraadspensionaris Fagel ontmoete tromp gister merge ontrent 7 Euren op de grebbendijck die ginck om de keurvorst noch te spreecke en wilde dien avont noch tot weesel sijn, daer hij sijn tijt toe van doen hadt, [met de post van heede heb ick]
Tromp viel met zijn neus in de boter, want juist gisteren zijn Rietvelt en zijn mannen begonnen aan de gewelven onder de grote zaal. Ongelofelijk hoeveel werk het bouwen van de schoorstenen kost. Acht metselaars zijn er aan bezig. Overigens heel knap zonder elkaar in de weg te zitten. De steenhouwers werken aan het hardsteen. Eén van hen heeft een bloedzweer en moet het bed houden. Dat houdt het werk wel op, moppert Margaretha. De zakelijke bouwvrouw is weer even haar zakelijke zelf.
[geen briefve van uhEd gehadt,] Rietvelt heeft gister aende wulfsels vande kelders ondert groot salet Eerst begonne men sou niet geloofve wat werck der aende schoorstene wt te haelle vast is, daer sijn noch 8 truijfelsmetselaars (troffelen = mestselen) aen gebleefve die haer werck heel wel vinde sonder malkandere inde weech te sijn, de steenhouders wercke noch aende hartsteene tot de schoo =rsteene, prangs Eene knecht heeft Een bloetsweer Effe boven sijn ooch dat hem so inkoomedeertincommodeeren:hinderen, plagen dat hij meest te bedde leijt wenste hij wel wel waer want sien sij noch al lang werck aendie steene sulle hebbe, [ick heb noch tot het neegosiEere]
Maar het zakelijke laagje is nog maar dun, veel weidt ze verder niet uit over de feiten die ze aanstipt: er is nog geen geld (kan er aan liggen dat het Pasen was), het vormen van de stenen bij de steenoven gaat langzaam vanwege regen en wind, het vijfde schip met hardsteen is nog niet gearriveerd. Maar oh, wat is ze blij met de brief van Godard Adriaan waarin hij aankondigt dat hij misschien half mei wel thuis komt! Ze hoopt maar dat er niet weer een nieuwe opdracht tussendoor fietst. God mag geven dat zowel vader als zoon ieder op zijn tijd weer in goede gezondheid in Amerongen zullen terugkeren en ze elkaar in vreugde zullen mogen begroeten.
[sal,] ick heb met blijschap wt uhEd laeste gesien de hoop die deselfve geeft van in half meij thuijs te sijn hoop niet datter ondertusche weers Eenige nieuwe ordere of komissie sulle uhE toegesonde worde, [van heetere heeft de ordinans]
[…]
[heeft,] voort is hier alles wel, hoope de heer almachtich sal geefve uhEd en onse soon inge= =sontheijt Elck t sijner tijt bij ons sulle koome en dat wij malkaldere in vreuchde mooge ont moete, ondertusche blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Man wordt begroet bij thuiskomst, Franciscus Bernardus Waanders, 1847. Collectie Rijksmuseum.
Er zijn twee brieven van Godard Adriaan bezorgd! Wel allemaal een dag later dan gewoonlijk. Margaretha vermoedt dat de postbezorging langer duurt vanwege het vriesweer. Ondanks de vorst is het mooi en bovendien droog weer. Fijn, dan kunnen de werklieden tenminste doorwerken aan de dakgoten.
beijde uhEd aengenaeme vande 2 en 5 deeser heb ick ont fange, de briefve koome nu alle Een dach laeter alse pleechge1Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk geloof het door de vorst toekomt, het vriest hier sterck doch is schoon en drooch weer dat hier op ons werck te weete int legge vande gooten ent soudeere2Solderen vande selfve datse vandaech hebbe begonne te doen heel wel komt en naer wensch is[, so heeft het]
Goddelijke zegen
Margaretha is erg dankbaar voor het mooie weer dat ze tot nu toe hebben gehad. Uiteraard moet God daarvoor bedankt worden. Margaretha bidt dat God nog even doorgaat met het geven van zijn Goddelijke zegen.
[te doen heel wel komt en naer wensch is,] so heeft het weer ons op alles tot deeser Eure toe gedient daer wij godt niet genoech voor konne dancke, en bidde dat hij daer voort sijnen godlijcke seegen toe wil geefe
Oude vrouw in gebed, bekend als ‘Het gebed zonder end’, Nicolaes Maes (1634–1693), olieverf op doek, ca. 1656. Collectie Rijksmuseum.
Liever kwijt dan rijk
Margaretha begint al die werklieden om zich heen ook wel een beetje zat te worden. Gelukkig zijn de timmerlieden en metselaars nu klaar. De timmerlieden had ze gisteren nog even aan het werk gezet. Al het hout moest bij elkaar gebracht en ergens opgeslagen worden. Margaretha heeft, op advies van Schut, de opdracht gegeven om het hout op de plekken neer te leggen waar het uiteindelijk moet komen te liggen. Dat is trouwens niet veel meer, dat hout. Er is zóveel voor de kap gebruikt! Maar nu zijn alle werklieden weg, en dat vindt Margaretha geen enkel probleem.
al de metselaers en timerlie hebben haer afscheijt en sijn afbetaelt, de metselaers al inde voorleedene weeck en de timerlie gistere, ick heb ock alt hout dat overich is van alle kanten bij Een laete brenge en in goede bewaerine laete legge, dat niet veel is, uhEd sal hem verwonderen datter so weijnich hout over is maert tis ongelooflijck wat hout der tot de kap gegaen is, alde deelle heb ick opt huijs Elck daerse legge moete laete brenge en legge, schut oordeelt datse daer beeter drooge sulle als onder de loots
en men kander sich nu noch mee van diene met over de booven kamers met gemack te konne gaen, ick kan niet segge hoeblijde ick ben al dat volck voor deese tijt vande hals quijt te sijn3Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is ben die gaste wel moede
Kelders onder de voorburcht
Schut is bezig onder meer de grachten te ontwerpen. De tekeningen krijgt Godard Adriaan binnenkort opgestuurd. Godard Adriaan heeft blijkbaar ook zijn mening gegeven over de kelders onder de voorburcht. Wat hij daar precies over geschreven heeft is onbekend, maar Margaretha is er in ieder geval erg mee in haar nopjes. Maar ze houdt nog wel een grote slag om de arm. Door het verhogen van de voorburcht zouden ze kelders namelijk wel waterdicht blijven, maar zouden de grachten en de ‘hoofve’, waarschijnlijk de binnenplaats, aanzienlijk lager komen te liggen. En dat zou problemen kunnen opleveren. Gelukkig heeft het geen haast; er hoeft niet op stel en sprong een beslissing genomen te worden.
hij schut is beesich om de teijckenin vande singels ent verdere te maecke het welcke uhEd met de naeste post sal toegesonde worde, uhEd konsiderarsie4Consideratie: overweging weegens de kelders ondert voorburch gevalle mij heel wel, maer vrees daer noch al speekulaesie5Speculatie: beschouwing op sule valle somige meene alst voorburch so veel gehoocht wort dat de kel= =ders die der onder soude koome water vrij sulle sijn, dat het Een mistant door dien de singels de hoofve ende steech so veel lager sou koome, sal geefven, dan daer is noch geen haest bij[, hoope uhEd Eerme]
Kasteel Beverweerd vanuit het zuiden, Cornelis Pronk, 1731. Collectie Het Utrechts Archief. De voorburcht lag altijd voor het kasteel, maar achter de poort. Aan de voorburcht lagen belangrijke bijgebouwen zoals bijvoorbeeld de stallen. Op deze tekening van Kasteel Beverweerd zie je links het kasteel en via de brug kom je op een ommuurd terrein met wat gebouwen: de voorburcht.
Hardsteen
Voordat Margaretha overgaat op een ander onderwerp, moet ze nog één ding kwijt over de bouw van het huis: het is fantastisch dat Godard Adriaan het hardsteen heeft aanbesteed en volgens de werkbazen was het ook nog eens heel goedkoop! Ze hoopt wel dat de opdracht van Godard Adriaan niet verlengd wordt; hij moet eens met eigen ogen zien hoe het loopt met de (her)bouw van zijn voorouderlijk huis.
[dan daer is noch geen haest bij,] hoope uhEd Eerme so verkomt weer hier en bijt werck sal sijn, dat uhEd de hartseen so trape als ander heeft aenbesteet is heel goet, en so de baesen hier oordeelen heel goet koop, dat uhEd weer nieuwe ordere sijn toe gesonde hoope niet dat de komissie sal verlenge want voorde soomer deselfve wel Eens sal diene hier te sijn[, bij ockasie dat de fabrijckmeester]
De een z’n dood is de ander z’n brood
Architect Daniël Stalpaert is overleden. Of Margaretha hem persoonlijk kende is niet bekend. Waarom stelt ze Godard Adriaan dan op de hoogte van zijn dood? Omdat Schut heeft gevraagd of Godard Adriaan een brief wilde sturen aan Gillis Valckenier, één van de burgemeesters van Amsterdam, om Schut aan te bevelen. Stalpaert was namelijk stadsarchitect van Amsterdam – een functie die speciaal voor hem gecreëerd was, en die Schut héél graag wilde overnemen. Margaretha verwijst naar de functie als ‘fabrieksmeester’, een benaming die voortkomt uit de naam van het stedelijk bouwbedrijf in de 17de eeuw: stadsfabriek. Schut aast dus op, zoals we het tegenwoordig zouden noemen, een functie als Hoofd Publieke Werken. Het mocht uiteindelijk niet baten; de functie bleef vacant. Pas in 1746 werd er weer iemand aangesteld als stadsarchitect van Amsterdam.
[hier te sijn,] bij ockasie dat de fabrijckmeester van Amsterdam genaemt stalpert6Daniël Stalpaert doot is ver= soeckt onse Meester henderick schut dat uhE hem door Een brief aende burgemeester valckenier7Gillis Valckenier
beliefde te reeckomandeere tot de vakante plaets van fabrijckmeester van die stat geloof het hem wel diene sal en kan tot noch toe niet sien of hij is Een vroom Eerlijck man
Neef Welland heeft een brief aan Godard Adriaan verstuurd en heeft de inhoud kennelijk met Margaretha gedeeld. Margaretha is er nog al ontdaan van, al wordt niet duidelijk waarom. Ze begrijpt niet hoe een man van aanzienlijke stand zo diep kan zinken. Ze vreest dat ze nu wel moet geloven wat er over hem gezegd wordt, namelijk dat hij het meeste van zijn verstand uit boeken heeft. Wat neef Welland ook heeft geflikt, Margaretha had het nóóit van hem verwacht. Ze hoopt dat hij zich bedenkt en dat hij de goede raad die hij krijgt opvolgt.
nu moet ick segge in lange ijaeren niet meer ge= supreeneert8Supprimeren (?): Verdrukken te sijn als in den brief vande heer van wellant aen uhEd geschreefven, ist mooge= lijck dat Een man van kondijsie9Conditie: Van aanzienlijke stand tot sulcken ver val kan koomen, hier wt sou ick wel moete geloofe het geene van hem geoordeelt wort dat is dat sijn meeste verstant dat hij heeft hij wt de boecken halt ick beken Evenwel dit van hem noijt verwacht te hebben had altijt gedocht hij meer Ambijsie had nu sien ick wij op geen vriende Eenige staet konne maecken, doch wil noch hoope hij hem sal bedencke en goeden raet volgen[, de heer van ginckel die]
Uil met bril en boeken, Cornelis Bloemaert (II) (vermeld op object), ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.
Het salaris van Van Ginkel
Zoon Van Ginkel ligt overhoop met de Gecommitteerde Raden van Holland; ze willen Van Ginkel niet het geld geven waar hij als commissaris-generaal recht op heeft. Ze betwisten zelfs de Staat van Oorlog! Hij is naar Den Haag vertrokken om te eisen waar hij recht op denkt te hebben. Hij neemt ook een door Godard Adriaan aan Welland gerichte brief mee. Als hij dan toch in de Hofstad is, kan hij die brief mooi persoonlijk aan Welland overhandigen. Margaretha is erg benieuwd naar diens reactie. Dan nog even terug naar het salaris van Van Ginkel: zoonlief heeft via via gehoord dat raadpensionaris Fagel er debet aan is dat hij tegengezeten wordt. Margaretha heeft hem aangeraden Gebrandt Sas van den Bossche in de arm te nemen. Ze maakt zich wat zorgen om de daadkrachtigheid van haar zoon.
[t qaelijcks koomen,] de heer van ginckel is ver witticht dat den heere raet pensionaeris hem in sijn verkreegene tracktement soude teegen sijn, het welcke niet kan geloofven, doch heb hem geraede dat hij den heere sas10Gerbrandt Sas van den Bossche inde arm soude neeme en voort alle meddelen11Middelen die te be dencke sijn soude gebruijcke, dit moet voorde komste van sijn hoocheijt die noch in seelant is afgedaen worde, wat aengaet het traech schrijfve vande heer van ginckel daer heeft uhE gelijck in, ick secht hem dickmaels, ock schijnt dat hij wat schu schrupeloos12Schrupeloos: twijfelmoedig is om sijn hooch in somige saecke veel aen te spreecke of moeijlijck mee te valle[, het wil met den]
Godard van Reede, Graaf van Athlone enz. Veldmaarschalk der Vereenigde Nederlanden, Jacob Houbraken, 1749-1754. Collectie Kasteel Amerongen. Meer over deze prent.
1
Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk ↩︎
Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is ↩︎
April 1674: de wilgen lopen uit, vogels bouwen hun nest. De Fransen zijn al weer vijf maanden weg, de gijzelaars zijn teruggekeerd en hebben de sneeuw van hun ongewenste winterse reis van zich afgeschud. Maar Utrecht is niet in een feeststemming: de provinciekas is leeg, en die van de steden ook. Bovendien is de militaire bezetting van de Fransen meteen in november afgelost door een Hollandse bezetting van de Staten-Generaal. Als vermeende “sleuteldragers” zijn de Utrechters uit de Unie gezet en onder curatele gesteld.
Waaierblad van perkament(?) waarop met tempera aan de voorzijde een ‘Floralia’ met Vestaalse maagden en op de achterzijde een medaillon met twee spelende, naakte kinderen en een gedichtje, tussen twee cornucopias, vogels en vlinders, anoniem, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.
Een nieuwe lente, een nieuwe wind
Maar dan lijkt er toch verandering te komen: prins Willem III komt naar Utrecht. Zal Utrecht haar oude soevereiniteit terugkrijgen? Dat alle oude regenten op hun eigen kussen terug kunnen keren, verwacht eigenlijk niemand. Om de Utrechtse goede wil te tonen is de Statenkamer aan het Janskerkhof van binnen en van buiten versierd met fris lentegroen en oranje linten. Veel helpt het niet: ter gelegenheid van de komst van de prins worden zes van de acht geëligeerden1sinds de reformatie adellijke vervangers van de geestelijke stand vervangen. Zeven leden van de ridderschap en 25 van de 40 vroedschapsleden van de stad Utrecht ondergaan hetzelfde lot.
In de wind lopende figuren op een rij, Harmen ter Borch, 1648. Collectie Rijksmuseum.
Kleine steden vergeten
De stadsbesturen van de kleinere steden heeft men nota bene over het hoofd gezien. Maar ook zij zullen de dans niet ontspringen. Overal wordt het gros van de oude ambtsdragers vervangen door nieuwe. Er komen zelfs nieuwelingen van buiten de provincie. Al snel gaat het gerucht gaat dat sommigen de weg moeten vragen naar de stadhuizen en de Statenkamer!
Ontvangst van Prins Willem III in 1674 in de Statenkamer van Utrecht ter gelegenheid van zijn aanstelling tot erfstadhouder. Collectie: Centraal Museum
Macht van de stadhouder
Maar een stuk heftiger dan de vervanging van een heleboel regenten in één keer, is de invoering van een nieuw regeringsreglement. De macht van de stadhouder bij het benoemen van nieuwe regenten in de toekomst wordt volgens dat reglement veel groter dan deze ooit geweest is. Elk jaar opnieuw moeten vroedschapsleden hopen op hun herbenoeming. Bij de geëligeerden is dat elke drie jaar. Het is dus de kunst om in de gunst van de prins te blijven, die tijdens zijn bezoek ook wordt benoemd tot erfstadhouder. Theoretisch zouden de nieuwbenoemde statenleden tégen het regeringsreglement kunnen stemmen. Helaas was er geen tijd om het goed te lezen en zijn ze veel te bang dat Utrecht alsnog uit de Unie wordt gegooid. Zover zou het echter nooit gekomen zijn. Willem heeft Utrecht veel te hard nodig als tegenwicht tegen Holland in de Staten-Generaal.
Exit Welland, Wulven en Van Weede
De oude heer van Renswoude wordt president van de Staten als geheel. Onder degenen die het veld moeten ruimen zitten, niet geheel onverwacht, neef Welland, de heer van Wulven, en de heer van Weede van Dijkveld. Aan de loyaliteit van Godard Adriaan wordt echter niet getwijfeld. Hij behoudt zijn plek in de ridderschap. Sterker nog: zijn plaats is vast geserveerd voor zoon Godard, mocht vader komen te overlijden! Margaretha mag tevreden zijn, de trouwe diensten aan de Staten-Generaal en ook aan de prins zijn niet voor niets geweest. Godard Adriaan betreedt samen met Renswoude en burgemeester Nellesteyn het bordes als het nieuwe regeringsreglement voor Utrecht op 16 april 1674 wordt afgekondigd door raadspensionaris Fagel.
Afkondiging van het nieuwe regeringsreglement te Utrecht vanaf de trap op het Janskerkhof, 16/26 april 1674, anoniem, 1674. Collectie: Centraal Museum Utrecht.
1
sinds de reformatie adellijke vervangers van de geestelijke stand ↩︎
Godard Adriaan heeft geschreven dat hij klaar staat om te vertrekken! Hij wacht alleen nog op antwoord op zijn brief aan de griffier en de raadpensionaris over zijn demissie. Margaretha heeft Coenraad van Beuningen, de voorzitter van de commissie die de brief in behandeling heeft, er maar eens op aangesproken en die zei dat de commissie niet wist dat de opdracht van Willem III alleen de werving betrof. Ze spreken af dat ze allebei bij de raadspensionaris zullen informeren, wat Margaretha onmiddellijk gedaan heeft.
[=fier wacht,] ick heb vernoome hoet daermeede is, wort bericht dat die in hande van gekoomiteerdees1Gecommiteerden: afgevaardigden in het bestuur van Holland sijn gestelt daer den heere van beuninge2Coenraad van Beuningen de Eerste in die komissie is, ik heb hem daer overweese spreecke die seijt de heere niet te hebbe geweete uhEd die last van sijn hoocheijt alleen hadt tot de werfvine en dat hij met de raet pensionaeris daer van soude spreecke vont goet ick ock het selfve soude doen het welcke gedaen hebbe [die]
De raadpensionaris3Gaspar Fagel beloofde Willem III er over te spreken, wat hij echter nog niet heeft gedaan. Omdat hij gewoonlijk nogal traag is, verwacht Margaretha niet snel resultaat. Ze hoopt dus maar dat de prins inmiddels zelf wel de brief die Godard Adriaan rechtstreeks aan hem had gericht, heeft beantwoord.
[selfve soude doen het welcke gedaen hebbe] die mij belooft heeft sijn hoocheijt die Eergister hier gekoome is daer van te sulle spreecke dat hij noch niet gedaen heeft, en gelijcke hij vrij wat lansaem4langzaam in al sijn affaerees5in al zijn affaires: in alles wat hij doet is vrees ick dat hijt hier ock wel in sal sijn, daerom ick te meer verlange of uhEd van sijn hooch heijt selfs op dat susijet6subject, onderwerp geen antwoort heeft bekoome en wat, van beuninge is te
Embleem met slak, fragment van een blad met meer emblemata van Anthonie de Winter, 1697 – 1718. “Langzaam, maar zeker”, maar zo zeker is Margaretha niet van de raadpensionaris! Collectie Rijksmuseum.
Prins leidt leger naar Brabant
Ondertussen is het Staatse leger van voor Naarden opgebroken. De Spaanse ruiterij die overal waar ze kwam grote overlast veroorzaakte, is ingescheept om naar Brabant te gaan. Daar gaat ook de Nederlandse ruiterij heen, waar Willem III over hen allemaal het bevel zal voeren. Slechts vier ruiterregimenten blijven met de infanterie achter in Holland onder commando van de graaf van Waldeck.
[demissie wil niet langer wt blijfve,] ons leeger is van voor naerde7Naarden opgebroocke, de spaense ruijterij om de groote overlast die overal daerse koome doen, sijn geambergueert8Embarqueren: Inschepen, ook troepen terugtrekken , so men seijt gaense naer brabant met al onse ruijterij behalfve 4 rees gemente9regimenten die hier te lande neffens de infante =rij die ondert komande vande graef van nassou waldeck blijfve, sijn hoocheijt seijt me dat mee
naer brabant gaet en overt heelle leeger aldaer so wel over de spaense als donsede onzen sal komandeere, [onse ruijterij marscheere te lande]
Charges van voetvolk en ruiterij, Jacques Callot, 1602 – 1635. Collectie Rijksmuseum.
Door de regen naar Bergen op Zoom
Het is maar de vraag of de tocht van onze ruiterij naar het zuiden met alle paarden zal lukken, want door de eindeloze regen van de laatste tijd zijn de wegen bijna onbegaanbaar. Eindbestemming is Bergen op Zoom waar ze verdere bevelen af zullen wachten.
[komandeere,] onse ruijterij marscheere te lande vinde sulcke onwtspreeckelijcke weege dat men vreest sij daer niet door sulle koome door alde kontiniweelle10voortdurende reegen die wij meest alledage hebbe, al dit volck heeft haer randevoes11rendez-vous: samenkomst tot berge op soom12Bergen op Zoom sulle daer op naerder13nader ordere wachte, [de heer van Ginckel]
Ook van Ginkel gaat mee en heeft het geluk dat hij de voorhoede mag aanvoeren. Hij is in Nieuwersluis geweest en vond zijn compagnie in betere toestand dan verwacht. Maar bij de monstering kwam een vaandrig met acht of negen man niet opdagen, en drie of vier mannen die wel in de buurt waren verschenen niet op het appèl.
[niet en verstaen] sijn kompangi is onlans ge= monstert daer 3 a 4 man die present waere hebbe vergeeten aente laete trecke, en meer andere abuijse, sijn vaendrager komt ock met die 8 a 9 man die hij mee brenge sou niet daer hij heel om verleegen is, [de 25]
Tegel, veelkleurig beschilderd met een vaandeldrager, 1625 – 1700. Collectie Rijksmuseum. Een vaandrig is een vaandeldrager.
Daarnaast is de luitenant dodelijk ziek. Van Ginkel schijnt al een vervanger op het oog te hebben. Geen Duitser, want die snappen toch niet zo goed hoe het hier in ons land werkt.
Drie Duitsers, sledes in de achtergrond, Johann Wilhelm Baur, 1636. Collectie Rijksmuseum.
Regiment een rommeltje
De berichten over het verworven regiment van Godard Adriaan zijn niet al te best. Er zijn nog steeds veel zieken. Van Ginkel is best te spreken over de officieren, maar uit andere hoek verneemt Margaretha dat ze de soldaten niet betalen, terwijl ze zelf wel op tijd het geld krijgen. Het plan is nu om er een pagadoorPagador: van het Spaanse pagador = betaler. Hier geldschieter heen te sturen die de soldaten rechtstreeks uitbetaalt.
Van Ginkel heeft zelf geen tijd om zijn vader te schrijven, zo druk is hij met de organisatie van de troepenverplaatsingen. Met de volgende post misschien. In Rotterdam (waar Margaretha en andere familieleden blijkbaar heen zijn geweest) hebben ze elkaar even een paar uur kunnen ontmoeten. Uiteraard laat Margaretha niet onvermeld dat Mompeljan veel aan zoonlief over laat.
in soma14in somma: opgeteld, samengevat, kortom daer is geen order in dat reesge= =ment, met deese mers15mars heeft de heer van ginckel so veel te doen dat hem onmoge= lijck is geweest te schrijfve salt met de naeste post doen, wij hebbe hem vandaech te rotterdam gesproocke daer hij Een Eur of twee bij ons is geweest, mompelijan16Armand de Caumont, marquis de Montpouillan neemt het vrij wat gemacklijck op, laet het meest op de heer van ginckel aenkoome
Gezicht op een legerkampement bij Nijvel, Wallonië, Barend Klotz (mogelijk), 1674. Collectie Rijksmuseum
1
Gecommiteerden: afgevaardigden in het bestuur van Holland ↩︎
Naarden is heroverd! Typisch dit, Margaretha verstuurt net haar vorige brief waarin ze nog negatief is over het beleg van Naarden. Daarna komt er bericht. Jawel, Naarden is heroverd! Na een beleg van acht dagen en voortdurende beschietingen voor vier dagen is de vesting eindelijk weer in Staatse handen.
Verslagen
Dinsdagavond 12 september wordt het akkoord gesloten: de Fransen geven zich over en de 2600 Franse militairen moeten de stad de dag erna voor “de klocke tien Eure” verlaten. Veel van hen trekken naar Arnhem, dat nog in Franse handen is. Hun wapens mogen ze meenemen mits ze minstens zes weken niet tegen de Republiek of Willem III ten strijde trekken. De Hertog van Luxemburg moet zich maar eens tweemaal bedenken of hij zijn aanvallen in de Republiek wil doorzetten. Toch schijnt hij nog een flink leger in Utrecht te hebben
[heeft begine te beschiete ov gemaeckt], nu hoope mij dat den hartooch van lutsenburch1François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg hem ock wel sal bedencke Eer hij op ons sal afkoome en so hijt doet hebbe wij nu de arme weer lijber2Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben. tis seecker dat hij Een aensienlijcke macht van volck bij Een streckt het welcke meest leijt te vechte te oijeck3Odijk te werckhoofve4Werkhoven en daer ontrent te wttrecht is ock gepropt vol volck men seijt sij int geheel ontrent de 20000 man konne wt maecke, en dat sij al de bruchge op den krome
rijn hebbe afgebroocke, [sijn hoocheijt treckt noch meest]
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 1673, Romeyn de Hooghe, 1673. Collectie Rijksmuseum.
Overwinning
De Staatsen hebben eindelijk een grote overwinning behaald na meer dan een jaar oorlog: het leger heeft heldhaftig gevochten en zelfs minder mannen verloren dan in eerste plaats gezegd werd. Overal heerst vreugde en stadhouder Willem III en het Staatse leger genieten immense populariteit. Margaretha is met name te spreken over hoe Willem III geen kwaad met kwaad vergeldde en de Franse soldaten genade toonde. Al dit smaakt naar meer: wat voor plannen heeft Willem III liggen voor de toekomst?
[rhijn hebbe afgebroocke,] sijn hoocheijt treckt noch meest alt volck van de poste bij hem en leijt de burgers wt de steede daer weer in plaets, wat sijne ver dere deseijne5Desein: plan, doel sijn staet te verwachte en godt wel vierichlijck6Vuriglijk: Met veel inzet, toewijding, geestdrift, volharding; ijverig, toegewijd, enthousiast. te bidde dat hij wil kontini= weere het selfve te seegene en al het onse bij te staen, ick kan niet segge wat Een vruechde hier onder alle mense overt veroveren van deese stat is, de onse hebbe seer furijeus gevochte en met Een wtneemende koraesge7Courage: Kloekmoedigheid, dapperheid, stonde gereet om te storme, maer sijn niet wel te vreede dat me de vijande niet inde kerck heeft gesloote gelijck sij de onse het voorleedene ijaer hebbe gedaen, dan sijn hoocheijt doet in mijne sin wel dat hij geen quaet met quaet en loont8Mogelijk variant op kwaad met kwaad vergelden hoope de heere hem te meerder in sijn verdere deseijns9Desein: plan, doel sal seegene, wij hebbe ock nergens nae so veel volck
Muzikanten en dansende soldaten in een herberg, Hans Ulrich Frank, 1656. Collectie Rijksmuseum
Nieuwe opdrachten voor Godard Adriaan?
Toch is Margaretha niet enkel positief over Willem III: het lijkt er namelijk op dat hij Godard Adriaan een nieuwe bevelen wil geven terwijl Godard Adriaan al wel zijn demissie – zijn ontslag van de huidige opdracht – heeft gekregen. De demissie schijnt zonder het weten van Willem III afgegeven te zijn dus wat er nu gaat gebeuren is een beetje een raadsel. Uiteraard hoopt Margaretha dat Godard Adriaan snel weer naar Den Haag komt om samen met de familie te zijn. Nu maar hopen dat daar niet een stokje voor gestoken wordt.
wij hoope met godts hulpe merge weer nae den haech te gaen, sulle uhEd met verlange int gemoete sien, dus veer geschreefve hebbende ontfan ick uhEd aengenaeme vanden 8 deeser waer in sien het geene wel gevreest heb dat is dat uhEd van sijn hoocheijt weer Eenige beveelle ontrent de werfvine soude aende hant gedaen worde, dat men uhEd sijn demissie heeft gesonde geloof wel dat buijte kenisse van sijn hoocheijt is geschiet, [men]
Uyttenboogaard
Gelukkig heeft Margaretha ook nog goed nieuws te melden aan Godard Adriaan wat betreft de afhandeling van zijn zaken. Eindelijk krijgt ze namelijk een som van 2500 guldens van Johannes Uyttenboogaard voor Godard Adriaans diensten. Uyttenboogaard doet wel alsof hij Margaretha en Godard Adriaan hier een enorme gunst mee doet. Dat terwijl Godard Adriaan hard gewerkt heeft voor dit bedrag. Ach, Margaretha kan niet te boos zijn op Uyttenboogaard: hij had bij Naarden een fraai buitenhuis met op het terrein een mooi bos staan wat door de oorlog flink geruïneerd is.
Johannes Uyttenboogaard, ‘De goudweger’, Rembrandt van Rijn, 1639. Collectie Boymans van Beuningen. Rembrandt was regelmatig te gast op Uyttenboogaards buiten Kommerrust.
Utrecht en Gelderland
De oorlog is nog lang niet gewonnen of Margaretha hoort al geruchten over de toekomst van de Republiek. Men hoopt dat Willem III ook stadhouder van Utrecht en Gelderland wordt. Dit gerucht is al spannend genoeg omdat het de macht van Willem III immens veel zou vergroten, maar het is schijnbaar niet verwonderlijkste wat Margaretha heeft gehoord. De plannen die ze hoort zijn zo vreemd, dat ze deze niet aan een brief durft toe te vertrouwen. Godard Adriaan moet maar snel naar de Republiek terug komen ,want het politieke landschap gaat veel veranderen in de komende tijd.
p s so hort wort mij in konfidensi geseijt dat men hoop heeft tot de provinsie van wttrecht en gelderlant en alsme daer toe soude geraecke sijnder van opijnie dat sijn hoocheijt daer in ijder wel Een stat= =houder mochte stelle, hier sijn al wondere konsepte op die men de pen niet kan vertrouwe, daer om mijns oordeels het wel goet sou sijn dat uhEd hier waert sal al vreemt toe hoore watter al om gaet mij verlanckt wat Antwoort uhEd op sijn briefve van sijn hoocheijt den raetpensionaris10Raadspensionaris Gaspard Fagel ende griffier fagel11Griffier Hendrik Fagel sal bekoome
Portret van een schrijvende vrouw, Carel de Moor (II), 1666 – 1738. Collectie Rijksmuseum.
1
François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg ↩︎
2
Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben. ↩︎
In haar vorige brief meldde Margaretha dat er schoten gehoord waren. Helaas moet ze deze brief meedelen dat het net zo plotseling als het begon weer opgehouden is. Men dacht dat de vloten weer een zeeslag leverden, maar het laatste nieuws is dat het bij een slag gebleven is, die we gewonnen hebben. En daar heeft ze God voor gedankt.
rec.1Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen 20 Junij in Hamburgh2Handschrift van Godard Adriaan
haech den 16 ijuin 1673
Mijn heer en lieste hartge het viement3Ook wel vehement: hevig schiete dat men bij mijne laeste seijde weederom gehoort te sijn en men meende de scheeps vlooten voor de tweede mael aen malka =nderen waeren is op Een onseecker segge teenemael verwdweene en ist tot noch toe bijt eerste slaen gebleefve, daer bij wij volgens mijne voorgaende de avontaesge4Avantage: voordeel hebbe gehadt daer godt voor gedanckt moet sijn, [ick had volge]
Ze krijgt behalve medeleven weinig los. De heer van Asperen brengt het onderwerp nog op in een vergadering maar komt terug bij Margaretha met het harde antwoord dat er gewoon geen contant geld te vinden is in het land om haar te betalen. Al het geld wat de Staten-Generaal binnen krijgt stroomt meteen weg naar het leger en alle andere zaken die betaald moeten worden.
[daer godt voor gedanckt moet sijn ,] ick had volge toe seggine en belofte vande ontfanger wtdenboo gaert gemeent gelt te krijge maer in plaets van dat laet hij mij schrijfve wel tienduijsent gul ind post van defroijemente5Defroyement: onkostenvergoeding over betaelt te hebbe over sulcks mij niet Een stuijver kost geefve tenwaere de heere gekomiteerde rade Een Exstroordinarise subsidie hem liete toekoome hetwelcke ick bij moste versoecke, daer ick nu deese heelle weeck van smergens te ses Eure tot savonts toe om op de been ben geweest, en verscheijde heere over heb gesproocke den r p6Gaspar Fagel, raadspensionaris is hoe vroech of laet ick koom niet thuijs te vinde of als hij al thuijs is doet hem Exskuseere en niet aen
te treffe voor al die ick heb konne spreecke sijnde geweest den heer van Asperen7Philip Jacob van den Boetzelaer den heere tulp van Amsterdam8Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag den heere van nael twijck van dort9Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk, uit Dordrecht den heere van gorckom10Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet. gaefve mij alle seer beleefde woorde en seijde haer best te wille doon, maer seijde alle en voornaemlijck Asperen en tulp vrij wat ronder wt11Vrij wat ronder uit: ronduit dat niet moogelijck is voor hollant ver midts dandere provinsie niet betaelde het te konne op brenge12Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart dat sij haer beste soude doen en alst niet weesen kost dat hij tup13Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn hoopte en versocht ick alsnoch paesijensie soude hebbe, waer op ick alles reeplijseerde14Repliceren: antwoorden wat tot ons Erlange15Erlangen: verwerven, verkrijgen diende, nu ben ick gistere avont weer bij den heer van Asperen gewee weest om te hoore wat daer dien merge in was gedaen also hij aengenoomen had het inde vergaderin voorte brenge, het welcke hij seijde gedaen te hebbe, maer ock hoewel alde heere ons geneegen waer het niet moogelijck was alsnoch Eenich gelt te geefve, datter so veel koste aent lant gedaen wierde dat al kontant gelt most sijn dat niet moogelijck was langer op te
brenge, [seijde ock met de r p daer over gesproocke]
Het zijn niet enkel de financiën die stroef lopen, ook de terugkeer van Godard Adriaan blijft maar spaak lopen. Dit keer met een wel heel erg unieke reden: Godard Adriaan heeft helemaal niet verzocht om naar huis te komen!
Tenminste, dat is wat de heer Van Asperen Margaretha probeert te vertellen. Wat een klinkklare onzin! Het is inmiddels al vier maanden geleden sinds Godard Adriaan een bericht aan Willem III stuurde met de vraag of hij terug mocht komen. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, is wel heel raar aangezien van Asperen ook vertelt dat Godard Adriaans verblijf in het buitenland nogal duur aan het worden is en het niet zeker is of de Republiek het wel kan betalen. Het is toch ook van de zotte! Deze redenering gebruikten Margaretha en Godard Adriaan maanden eerder om de Staten-Generaal en Willem III ervan te overtuigen om Godard Adriaan terug te laten komen en toen moest hij nog op zijn post blijven.
Duidelijk is hier iets fout aan het gaan in de bureaucratie, maar waar? En hoe is het op te lossen?
[brenge,] seijde ock met de r p16Gaspar Fagel, raadspensionaris daer over gesproocke te hebbe die van gelijcke seijde dat ick noch Een nige tijt paesijensie moste hebbe, of hij heer van Asperen verder met de heer r p onsent weege had gesproocke of niet is mij onbekent maer seijde mij ick moet v17Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd… inkonfidensie segge dat ick vrees de heer van Ameronge langer wt sal blijfve als wij hem sulle konne betaelle, wij sijn verwondert dat hij niet versoeckt thuijs te koome waer op ick antwoorde uhEd het selfve al over 4 maende versocht hadt en so aen sijn hooch als aenden staet, dat ickt selfve wt uhEd naem noch booven de briefve die uhEd daer over had geschreefve aen sijn hoocheijt hadt versocht en tot antwoort bekoome dat het doen noch niet kost weesen, hem teegemoet voerenderen dat uhEd sonder gelt niet buij =tens lants koste sijn, dat ick dewijlt weese most noch wel Een korte tijt paesijensie soude hebbe maer badt hij toch sorch wilde drage mij die ordinansi mocht worde voldaen het welcke mij belooft heeft, ick sal met laete aen te houde en sien daer van voldaen te worde maer hoet in toekoomende sal gaen weet ick voorwaer niet, vrees sij difukulteij
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum. (Het kan ook de route kaart zijn die Margaretha moet volgen om geld uit betaald te krijgen voor het werk van haar man)
Krappe kas
Die krappe kas waardoor Godard Adriaan niet betaald kan worden, leidt ook bij de milities tot problemen. De pagadoors krijgen geen geld meer en dus worden de soldaten niet meer betaalt. Het lijkt wel of de Republiek failliet dreigt te gaan.
Om dit tegen te gaan hebben de Staten van Holland besloten om de 100e penning en 200e penning weer te gaan innen. Meer vermogensbelastingen dus. Dit was in januari ook al gebeurd en het bleek toen redelijk goed te werken. Hoe hoog de inkomsten deze keer zullen uitvallen is een beetje een raadsel want de waarde van goederen in Holland is ingestort sinds de oorlog begonnen is. Uit andere gewesten zal weinig tot niets gaan komen, deze zijn nog steeds bezet door de Fransen.
sulle maecke ordinansi te passeere, ick kan segge dat van ijder hoor der groote schaersheijt van gelt is, hoe het noch met de betaeline vande meliesi salsgaen vreest men seer, de meeste pagadoors18Pagador: betaler wildender weer wt scheijde, men heere van hollant sijn vergadert en beesich om weer den 100 ste penin in gift en den 200 pen19200ste penning: Vermogensbelasting bij forme van kapijtaelle leeninge in te willge hoe dat gaen sal weet ick niet de liede trecke hier in hollant de meeste niet en dandere heel weijnich van haer goet20Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, Een vreede diende ons best tis uhEd niet te schrijfve hoet hier is, [uhEd]
Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar naast een openstaande geldkist, Abraham van Strij (I), 1763 – 1826. Collectie Rijksmuseum
De grote mond van Welland
Margaretha’s brief eindigt met een klein nieuwtje over neef Welland: hij is de oorzaak van zijn eigen ongeluk. Zouden zijn avances bij Juffrouw van der Wijlle mislukt zijn misschien? Wat hij precies gedaan of gezegd heeft schrijft Margaretha niet maar haar conclusie is niet mals. Als hij nu maar had geluisterd naar wat zij van de winter zei…
[het selfve toch wel te overdencke ,] wat de heer van wellant aengaet die is selfs vrij wat oorsaeck van sijn ongeluck met sijn mont niet te konne snoere dat ick hem deese winter genoech vermaent en ge seijt heb uhEd sou niet geloofve hoemen sien moet wat en waermen Eits seijt, ick wenste uhEd alles wist maer kant so niet schrijfve, hiermeede blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
P.S. Victorie!
Begint Margaretha haar brief nog met een aarzelende mededeling, de ps begin ze met een opgelaten kreet van blijdschap! De genade Gods waar ze eerder om smeekte is gekomen en de Republiek heeft de Tweede Slag bij Schooneveld gewonnen! De precieze details zijn nog wat vaag omdat het nieuws zo vers is maar één ding is voor Margaretha zeker: deze grootste overwinning zal bijdragen aan de vrede waar iedereen al zo lang naar smacht.
p s so aenstonts kome briefve van luijte Admi tromp21Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp wt onse vloot hoe dat de selfve weer slaechs sijn geweest gelijcke uhE wt de kopije daer van hier neffens geaende kan sien wij konne godt niet genoech dancke voor sijne genade, maer is be =droeft donse door gebreck vande kruijt het welcke men voor de gemeente22Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. versust weer naer schoonevelt moste keere so schijnt hebbe donse noch moet omse noch Eens aen te legge, tis voorwaer Een groote vicktvorije voort lant nu heeft men hoop om t in korte tot Een goeije en gewenste vreede te geraecke het welcke ons dien groote godt wil geefven inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle
Tweede Victorieuse Zee-slag, door de Nederlanders tegen de Franse en Engelse Zee-machten bevochten, den 14 Iuny Ao. 1673, Anoniem, 1673. Collectie: British Museum
Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag ↩︎
Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, ↩︎
Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. ↩︎
Margaretha is blij dat de post weer een beetje loopt. Brieven komen weer sneller, maar er mist nog wel wat. In Den Haag zijn ze druk met de brandschatting voor Middachten. Kennelijk heeft Kinschot daar wat mee te maken, maar die is in Groningen. Voordat er iets betaald kan worden, moet Van Ginkel kunnen bewijzen dat hij de rechten heeft op het kasteel. Die papieren zijn vlak voor het rampjaar in veiligheid gebracht, maar zitten dus ergens in een kist tussen de opgeslagen spullen in Amsterdam. Dus Van Ginkel moet naar Amsterdam om eens in de papieren te duiken.
[ontfange,] de quitansie vande heer en vrou van ginck sal niet in versloft worde dat die tot noch toe niet is genoomen, is de oorsaeck dat men kinschot niet heeft konne te spreecke koomen dier noch te greunine is, en ten anderen dat de heer van ginckel sijn pampiere die te Amsterdam sijn moet nae sien of hij geen ocktroij vant hof van gelderlant of den leen heer aldaer heeft om sijn goet te mooge beswaeren , ock sijn de oblijgaesie die wij van hem hebbe almeede te Amsterdam [en sal mijns oordeels]
Op een kruk zittende jongeling met een document in zijn handen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1799. Collectie Rijksmuseum
Voorraad
Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha gevraagd om een Parmezaanse kaas te bestellen. Hij is nog niet aangekomen, maar ze wil wel vast weten wat ze ermee moet doen. Margaretha heeft nog wel wijn liggen in de kelder van wijnkoper Brant, maar zodra ze die gaat consumeren, moet ze er accijns over betalen. En het gaat om nogal wat wijn, daarnaast heeft ze het over de voorraad boter. Ze goochelt een beetje met oude maten: een aam (155 liter) een okshoofd (220 liter), een verendeel (veerdeel: vier keer een hoeveelheid). Dat veerdeel blijft vrij cryptisch. Als ik het omreken op basis van haar betalingen is het veerdeel 80 pond. En dan is een oud pond iets minder dan ons pond: 480 gram, toch nog ruim 38 kilo boter. Dat boter, kaas en wijn zo groot ingekocht werden, was bij de rijkere bevolking van de Republiek niet ongebruikelijk.
Ook heeft Godard Adriaan om een blikken servies gevraagd, dat wordt nu gemaakt en daarna zal Margaretha het zo snel mogelijk naar Hamburg sturen.
[moet ,] de permisaense kaes sal ick verwachte ock wat uhEd daermeede belieft gedaen te hebbe, inde kelder van brant de wijnkoope hebbe wij Een oxshooft1Een okshoofd was ongeveer 220 liter en een stuck van twee aeme2Een aam was ongeveer 155 liter rinse wijn legge, die ick daer omden swaere inpost te ontgaen niet weetende waer wij die sulle geniete doen legge, franse wijn
heb ick niet alst oxshooft daer van drincke dat al opgeleijt is, die kost hier booven den inpost 90 en hondert gul het oxshooft, voo koutou3Ze bedoelt een Coteaux: dit is waarschijnlijk een zoete witte wijn van de hellingen (coteaux=hellingen) wijn, voor de booter heb ick 36f het verendeel dat is 9 stuij het pont sonder den inpost betaelt de kaes gelt hier het hondert pont 20f , het blick serviese heb ick bestelt te maecke kan voor in laest vandeese weeck niet gereet sijn salt dan so haest alst doenlijck is sien op hamburch te bestelle, [nu weer]
Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).
Nogmaals de Acte van Garantie
Margaretha zit toch nog in haar maag met het verzoek van raadpensionaris Fagel om de brand en de aanvraag voor vergoeding voorlopig stil te houden. Ze heeft alles nog eens goed bestudeerd en ze is tot de conclusie gekomen dat ze gewoon recht hebben op die vergoeding. Het is haar ook eindelijk gelukt om de raadpensionaris’ broer, griffier Fagel, te spreken en hij is het helemaal met haar eens dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling op de hoogte moeten zijn. Margaretha heeft de griffier gevraagd of hij hier met zijn broer over zou willen spreken. Hij is zo druk dat ze niet durft hem lastige te vallen en ze durft ook niks buiten hem om te doen, vooral omdat het zo’n goede vriend van Godard Adriaan is. Margaretha belooft dat zodra ze antwoord van de griffier heeft, ze hun zoon en Zijn Hoogheid informeert. De prins heeft immers beloofd te helpen. Margaretha vermoedt dat haar eigen invloed beperkt is. Konden ze nu maar vast een deel van de vergoeding krijgen.
[van onse affaerees alhier,] terwijlle men so veel vande vreede handelin4De voorbereiding voor de vredesbesprekingen spreeckt ben ick niet gerust int segge van de r p fagel5Raadspensionaris Gaspar Fagel dat ick alsnoch van ons ongeluck int afbrande van onse huise soude stilswijge ent selfve den staet niet bekent maecken, maer heb de ackte van garant Eens met bedaerde sinne naer gesien en bevonde dat die teenemael spreeckt op de goedere ondert gebiet vande genee raEliteijt toe behoorende de geende die int vijants dienst sijn en blijfve beloofvende in kas6Cas: geval van vreede handelin te versorchge uhEd persoon en verseeckert en onse schade soude vergoet worde, daerom mij dunckt niet langer te moeten stilstaen ben gistere bij den griffier fagel7Griffier Hendrik Fagel geweest en hemt selve voorgehou =de en versocht den heere r p hier over te spreecke vermidts sijn meenichvuldige affaerees8Affaires: zaken dat ick hem niet derfde moij lijck valle en niet gaeren Eits soude buijte sijn kenisse tenteer weetende dat hij Een sonderlin goet vrient van uhEd en ons huijs is daer in ick badt dat hij wilde konti niweere, den griffier heeft dit aengenoome te sulle doen enmijn antwoort te brenge heb hem het reequest9Request: verzoek in de vorm van een geschreven stuk dat ick hier over soude preesenteere in hande gegeefve om sijn broer te laete sien, hij oordeelde ick groot gelijck hadt nu te spreecke op dat de pleijne potensiaerise10Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een ander gemachtigd is te handelen daer Eenige last van mochte krijge, so haest11Haast: snel ick antwoort van hem heb sal de heer van ginkel sijn hoocheijt hier over spreecken en sijne behulpelijcke hant hier in versoecken sal mijn best doen doch vrees der veel moijte voor mijn aanvast sal sijn konne wij maer onse schade alwaert ten deelle vergoet krijgt soude godt dancken en dencke diet sijn quijt is kant niet al weer krijgen [, tis mij seer lief te hoor]
Met Godard Adriaan gaat het gelukkig steeds beter, alleen nu is zijn secretaris Blanche niet helemaal fit. Er zijn brieven van de keizer binnen gekomen. Hij geeft aan dat hij teleurgesteld is over de militaire acties van zijn leger en dat hij bij een volgende inzet aan zal geven dat ze het beter moeten doen. Als de Prins van Oranje vraagt om een inzet. Hij zal de Keurvorst dan ook verzoeken om hetzelfde te doen. Hij vraagt de Republiek alleen wel om niet in te stemmen met een wapenstilstand. Margaretha lijkt hier tevreden mee te zijn, want ze gaat door met het nieuws uit Engeland. Zou Margaretha niet weten dat het juist de gezant van de Keizer was die de militaire acties frustreerde of is ze, vooral omdat ze weet dat de post geopend wordt, de wijste en laat niet het achterste van haar tong zien?
[over hamburch of Sel sal neeme,] vandaech sijnde briefve vande keij= =ser gekoome die sijn misnoechge met sijn eijgen hant geschreefve toont overt ageere12Ageren: militair optreden, krijgshandelingen verrichten van sijn keijserlijcke troepees datse niet beeter gedaen hebbe so geseijt wort met verseeckerin dat hijse sal intoekoomende doen ageere daer sijn hoocheijt en den staet sal goetvinde en den keurvorst daertoe versoecke het selfve van gelijcke te doen alleen versoeckende wij tot geen stilstant van wapenen soude verstaen, [wt Engelant]
En nog een keer de Acte van Garantie
Vlak voor de brief weg gaat, kan Margaretha al terugkomen op de Acte van Garantie. Om het hele verhaal kwijt te kunnen, stopt ze een extra papiertje bij de brief. De griffier heeft de raadpensionaris gesproken en die heeft de papieren gelezen. Hij blijft alleen bij zijn mening dat Margaretha nog geen actie moet ondernemen. Hij belooft dat hij er persoonlijk voor zal zorgen, dat de Acte van Garantie uitgevoerd zal worden vóór de vrede getekend wordt. Daar legt Margaretha zich voorlopig bij neer. Ze informeert haar zoon en Stadhouder Willem III vooralsnog niet, maar wacht wel op expliciete orders van haar man.