Mijn heer en lieste hartge

Persoon: Brandenbrug (Frederik Willem I van) Pagina 1 van 2

Van alles wat!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!

Aanhef en Margarethe had graag antwoord gehad

[reca. 22.e Januarij]
Ameronge den
13/3 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter
rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij
antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe

Margaretha wacht op antwoord

Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!

En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?

Brieffragment huur personeel steenoven

om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de
aenstaende soomer weer steen sulle backe
het welcke mijns oordeels nootsaecklijck
waer, als wij maer raet tot het gelt
konne vinde, het wort nu hooch tijt omt
volck aen te neeme want Elck begint
al naer werck voor teegens de soomer
wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

Diplomatie

Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.

Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.

[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met
de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock
noch al ten beste sal gaen, en dat de dis
posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd
haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]

Ovaal portret van keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg, een buste voor een ongedefinieerde achtergrond. Over een harnas draagt een blauwe sjerp en een modieuze witte sjaal. Hij draagt een volumineuze bruine krullenpruik en heeft een brede, smalle snor, donkere priemende ogen en een stevige onderkin.
Keurvorst Friedrich Wilhelm, Jacques Vaillant, 1680-1685. Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.

Het lokale nieuws

Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.

Brieffragment Duel van de heer van Leefdaal

dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer
van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal
uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en
vrou van deure die niet veel vreuchde van haer
kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de
suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is
blijft met Een kint sitte salt ock quaet
genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]

Twee mannen duelleren met een floret, hun handen zijn dicht bij elkaar, de punt van elk wapen vlak voor het gezicht van de ander. Op de achtergrond een stadsgezicht met een gracht met een brug erover, wat bomen en een kerk. Links een paar treden met daarop een soort altaar met een boek en een kelk. Daarnaast staat een engel met zijn neus in een grote doek.
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.

Een weerbericht, de beste wensen en een PS

Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.

Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.

Brieffragment hoogwater en nieuwjaarsbrieven
Brieffragment nieuwjaarswens

[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so
gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt
en de binne weijde blanck van water
staen, hierneffens gaen de nieuw
ijaerst briefve van onse liefve kindere
goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als
die van groote papa wil drincken
most ock Een nieu ijaers brief senden

ick neffens al de kindere wensche uhEd alle
geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so
doen wij met deselfs prermissie aende heer
blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve

Op een trapje zit een jongen op een lei te schrijven. Naast hem wijst een staande jongen in zijn papieren. Op een baal zit een jongetje in een boekje te lezen, naast hem zit een eekhoorn. Bovenop het trapje zit een vos en op de voorgrond liggen boeken, een inktpot en meetinstrumenten. Op de achtergrond drie commedia dell'arte figuren.
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.

PS

En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.

Brieffragment Johan van Reede van Renswoude

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van heeteren
schrijft wt den
haech dat de heer
van rhijnswoude
inde haech bedt leegerich
is aen Een koorts en
dat hem door dockter
straete Een Ader is
gelaete daer sijn hE sich
niet Erger bij bevindt
tis Een out man die niet
veel koortse sou konne wtstaen

In een vertrek houdt een apotheker of arts een flesje in de hand en neemt kruiden van een jongen aan. Rechts een man in bed, van wie een ader wordt gelaten. Links een ruimte met distillatietoestellen.
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Affaires: Zaken, bekommernissen
  • 2
    Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
  • 3
    Besognes: Zaken, bezigheden
  • 4
    Jacob van Leefdaal
  • 5
    Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
  • 6
    Duel
  • 7
    Jacomina van Utenhove
  • 8
    Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd
  • 9
    Kade
  • 10
    Godard Adriaan jr.
  • 11
    Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden
  • 2
    Willem van der Straaten
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel
  • 5
    aanbevolen
  • 6
    Karel Valckenaar
  • 7
    Zijne Hoogheid
  • 8
    Willem van der Straaten
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn
  • 11
    Van Heteren
  • 12
    december
  • 13
    in het begin
  • 14
    op het laatst
  • 15
    doel, bedoeling
  • 16
    Staten-Generaal
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
  • 18
    de eer
  • 19
    na
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan
  • 23
    Dieren
  • 24
    Ursula Philippota
  • 25
    Den Haag
  • 26
    vrede
  • 27
    voorraad

Wat is dit voor een oorlog?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 21 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 april 1677
Lees hier de originele brief

Het Rampjaar lijkt weer even terug in deze brief, waar de emoties vanaf spatten: zoon Godard blijkt bij de verloren Slag bij Kassel op het nippertje aan de dood ontsnapt. Margaretha heeft een brief van hem uit Sas van Gent waarin hij eigenhandig schrijft dat hij gezond is. Zijn paard is er slechter aan toe en zijn wapenrusting is zeer beschadigd want hij is vier of vijf keer geraakt. Zo gevaarlijk was het dus! Zijn kamerling Roelof Verweij is zwaar gewond aan zijn heup en bijna alle officieren uit zijn regiment zijn dood, gewond óf gevangen door de Fransen.

Brieffragment Van Ginkel

[rec. 26. dito]
Ameronge den
21 April 1677
Mijn heer en lieste hartge
seedert mijne laeste hoope ick dat uhEd briefve van onse
soon sult hebbe ontfange, die de heere sij in alle Euwijcheijt
gedanck gesont wt de bataelgebataille: slag is gekoome, so ick heede
wt sijn brief met Eijgener hant geschreefve ho vande
15 deeser van ontrent sas van gent geschreefve heb
gesien, hij heeft 4 a 5 schuete op sijn aenhebbende
wapen gekreechge en sijn paert gequetst daer
aen men kan sien wat perijckelperikel: gevaar hij heeft wt gesta[en]perikel uitgestaan: gevaar doorstaan
roelof verweij sijn kamerlin is door in door sijn
heup gequetst meest al de offisiers van sijn
reesgement sijn doot gequetst of gevange, [hij]

Kaart met de slagordes van de troepen bij de slag bij Kassel op 11 april 1677 tussen het Franse leger onder Filips I de hertog van Orleans en de prins van Oranje. De veldslag gezien van bovenaf. Op de voorgrond rechts een borstbeeld van de hertog van Orleans op een voetstuk, met geketende gevangenen, wapens en vaandels.
Kaart met de slagordes van de troepen bij de slag bij Kassel op 11 april 1677 tussen het Franse leger onder Filips I de hertog van Orleans en de prins van Oranje, Anoniem, 1677. Collectie Rijksmuseum.

Beter Goed dan Bloed verliezen

Godards compagnie is rond de dertig paarden kwijt, wat hem veel geld zal gaan kosten. Maar “beter in ’t goed als in ’t bloed” : liever je bezittingen verliezen dan je leven (of dat van je familie). Ze kunnen God niet vaak genoeg danken dat hij hun zoon zo genadig heeft gespaard. “Och, mijn liefste hartje, wat is dit voor een oorlog”, jammert Margaretha, “ waarin zo lichtvaardig met mensenvlees wordt omgesprongen”. Ze beklaagt Willem III die volgens haar misleid was. Moge God de genen vergeven die dit veroorzaakt hebben. “Och hadden wij de vrede maar”, verzucht ze, maar ze heeft weinig hoop dat die snel komt.

Brieffragment beter goed dan bloed

[reesgement sijn doot gequetst of gevange,] hij
heeft weer wt sijn kompangi wel 25 a 36 paerde
verlooren dat al weer groote koste voor hem sal
sijn, noch beeter int goet als int bloet , wij konne
godt niet genoech dancke die hem so genadelijck heef
bewaert, och mijn lieste hartge wat is dit voor Een
oorlooch int welcke men het mensche vleijs so licht
waecht, sijn hoocheijt is te beklage die so geabuseertAbuseren: misleiden
wort godt wilt haer vergeefve die oorsaeck van
al dees onheijlle sijn, och hadde wij de b vreede maer
sieder nu so weijnich aprehensieapprehensie: vrees, verwachting toe, [gistere is den]

De cavalerie voert een charge uit. Op de grond liggen dode soldaten en een dood paard. Een geharnaste ruiter schiet op een ruiter met een zwaard. Op de achtergrond vinden meer gevechten plaats.
Ruitergevecht, Pieter Post, 1631. Collectie Mauritshuis

Crisisoverleg in Wezel

Gisteren ochtend om zeven uur was er een korte ontmoeting op de Grebbedijk tussen Cornelis Tromp en raadspensionaris Fagel. De raadspensionaris was met spoed op weg naar Wezel om daar de keurvorst van Brandenburg te spreken. Tromp kwam daar net vandaan. Fagel had haast omdat de keurvorst van plan was vandaag al weer naar Berlijn terug te keren om zich bij zijn leger te voegen. Tromp maakt van de gelegenheid gebruik om naar de bouwwerkzaamheden in Amerongen te kijken. Hij wil zelf ook “aan het timmeren”. Want van Tromps huis in ’s-Graveland is net als van Amerongen na het Rampjaar weinig meer over.

Brieffragment Graaf Tromp

[sieder nu so weijnich aprehensie toe,] gistere is den
heer graef trompCornelis Tromp hier bij mij geweest hij sach ons gebou,
wil ock aent timmeren hij quam van weeselWezel, vestingstad in Duitsland al
waer hij met den heere keurvorst van brandenburch heef
gesproockeCornelis Tromp was van 1676-1678 opperbevelhebber van de Deense vloot. Denemarken was opdat moment samen met Brandenburg betrokken in een oorlog tegen Zweden (Schonense Oorlog 1674-1679) die van meeninge was vandaech weer
van weesel naer berlijn en bij sijn ArmeArmee: leger te gaen
den heer raet pensionarisraadspensionaris Fagel ontmoete tromp gister
merge ontrent 7 Euren op de grebbendijck die
ginck om de keurvorst noch te spreecke en wilde
dien avont noch tot weesel sijn, daer hij sijn tijt
toe van doen hadt, [met de post van heede heb ick]

Portret van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (1629-1691). Op de achtergrond een zeegezicht met zijn vlaggenschip De Gouden Leeuw in een vuurgevecht, geschilderd door Willem van de Velde de Jonge. Tromps rechterhand met commandostaf rust op de vuurmond van een kanon. Het schilderij is in dezelfde stijl vervaardigd als de serie portretten van Engelse admiralen door Peter Lely, bekend als "The Flagmen of Lowestoft".
Portret van luitenant-admiraal Cornelis Tromp, Willem van der Velde II, ca. 1675. Collectie Het Scheepvaartmuseum.

Gewelven en schoorstenen

Tromp viel met zijn neus in de boter, want juist gisteren zijn Rietvelt en zijn mannen begonnen aan de gewelven onder de grote zaal. Ongelofelijk hoeveel werk het bouwen van de schoorstenen kost. Acht metselaars zijn er aan bezig. Overigens heel knap zonder elkaar in de weg te zitten. De steenhouwers werken aan het hardsteen. Eén van hen heeft een bloedzweer en moet het bed houden. Dat houdt het werk wel op, moppert Margaretha. De zakelijke bouwvrouw is weer even haar zakelijke zelf.

Brieffragment metselaars

[geen briefve van uhEd gehadt,] Rietvelt heeft gister
aende wulfsels vande kelders ondert groot salet Eerst
begonne men sou niet geloofve wat werck der
aende schoorstene wt te haelle vast is, daer sijn
noch 8 truijfelsmetselaars (troffelen = mestselen) aen gebleefve die haer werck heel
wel vinde sonder malkandere inde weech te sijn, de
steenhouders wercke noch aende hartsteene tot de schoo
=rsteene, prangs Eene knecht heeft Een bloetsweer
Effe boven sijn ooch dat hem so inkoomedeertincommodeeren:hinderen, plagen dat
hij meest te bedde leijt wenste hij wel wel waer
want sien sij noch al lang werck aendie steene
sulle hebbe, [ick heb noch tot het neegosiEere]

In een ovaal zijn verschillende mensen aan het werk. Helemaal links een man met een zak op zijn schouder, voor hem een geknielde man naast een ton met morel die een muurtje metselt. Daarnaast die op een balk zit waarin hij een beitel slaat en daarachter een man die met een kozijn bezig lijkt te zijn. Op de achtergrond een gemetseld huis met een hoge schoorsteen en het houten skelet van een huis in aanbouw.
Gevelsteen met De Metselaar en De Timmerman, Herengracht, Muiden. Foto: F. Ferro. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Hoop op gezinshereniging

Maar het zakelijke laagje is nog maar dun, veel weidt ze verder niet uit over de feiten die ze aanstipt: er is nog geen geld (kan er aan liggen dat het Pasen was), het vormen van de stenen bij de steenoven gaat langzaam vanwege regen en wind, het vijfde schip met hardsteen is nog niet gearriveerd. Maar oh, wat is ze blij met de brief van Godard Adriaan waarin hij aankondigt dat hij misschien half mei wel thuis komt! Ze hoopt maar dat er niet weer een nieuwe opdracht tussendoor fietst. God mag geven dat zowel vader als zoon ieder op zijn tijd weer in goede gezondheid in Amerongen zullen terugkeren en ze elkaar in vreugde zullen mogen begroeten.

Eerste brieffragment thuiskomst Godard Adriaan
Tweede brieffragment thuiskomst Godard Adriaan

[sal,] ick heb met blijschap wt uhEd laeste gesien
de hoop die deselfve geeft van in half meij thuijs
te sijn hoop niet datter ondertusche weers
Eenige nieuwe ordere of komissie sulle uhE
toegesonde worde, [van heetere heeft de ordinans]

[…]

[heeft,] voort is hier alles wel, hoope de heer
almachtich sal geefve uhEd en onse soon inge=
=sontheijt Elck t sijner tijt bij ons sulle koome
en dat wij malkaldere in vreuchde mooge ont
moete, ondertusche blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een zeventiende-eeuws interieur wordt een man bij thuiskomst begroet door zijn vrouw, kind en hond. Twee mannen dragen een kist binnen. Links op de voorgrond staan drie kisten.
Man wordt begroet bij thuiskomst, Franciscus Bernardus Waanders, 1847. Collectie Rijksmuseum.

Prins, keurvorst, admiraal

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 17 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 maart 1677
Lees hier de originele brief

De brief van Godard Adriaan van 10 maart jl. heeft Margaretha op 14 maart deels beantwoord. Ze had haast – de postbode stond ongeduldig te wachten – dus het is een kort briefje geworden. Nu heeft ze de tijd om uitgebreider antwoord te geven. Maar niet voordat ze het laatste nieuws heeft behandeld.

De prins is te laat

Margaretha is al een tijdje wakker. Ze stond om acht uur ’s ochtends klaar om prins Willem III te verwelkomen. De prins heeft haar deze morgen rond zes uur laten weten dat hij rond acht uur langs wilde komen voor een ontbijtje – waarschijnlijk heeft hij een bode gestuurd –, maar om elf uur was hij er nog steeds niet! Als de prins dan tegen het middaguur arriveert, blijkt de vertraging allemaal de schuld te zijn van admiraal Cornelis Tromp, die de prins op Soestdijk een bezoek heeft gebracht. Zouden ze tot in de vroege uurtjes gepraat hebben over Tromps avonturen op de Deense zeeën of de bouw van zijn nieuwe buitenplaats? Of zouden ze een paar glaasjes te veel hebben gedronken…? Margaretha gaat er verder niet op in. En ach, de prins is er eindelijk, en daar gaat het om.

Brieffragment Willem III

deesen merge ontrent ses Euren liet sijn hoocheijt
mij segge teegens acht Euren hier te sulle sijn
om wat te ontbijten, heeft te nacht op soesdijck
geslaepe daer den nieuwe graef tromp1Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’. bij hem
quam, en oorsaeck was dat sijn hoocheijt
Eerst ontrent Elf Euren hier quam, en dat
metter haest, met intensie om deesen avont
noch te kleef te sijn om den heere keurvorst
te spreecke, so hij daer is, so niet daer hij
geen seeckerheijt van had maer hoopte
het tot Aernhem te hooren, wilde sijn hooc
deesen avont weer tot renckom2Renkum sijn om
so voort naert randevoes en inde kampan
te gaen, so hij voort naer kleef gaet, gaet
hij van daer op de graef3Grave en breeda, hij scheen
seer begeerich te sijn den heere keurvorst
te spreecken[, en so ick int verschiet hoorde]

Voor een open raam zit een vrouw aan een tafel. Naast haar staat een inktpot en liggen ganzenveren op tafel. Ze heeft haar rechter hand onder haar kin, haar hoofd omhoog, maar ze kijkt recht vooruit naar beneden. Een man staat naast de tafel en wijst op de tekst op een beschreven blad, met zijn andere hand maakt hij een beweging omhoog.
Man en vrouw bij een tafel4Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, Abraham Dircksz. Santvoort, 1666. Collectie Rijksmuseum.

Schoonse Oorlog

En toch… Te laat komen is één ding, maar dan heeft de prins ook nog eens haast! Willem III wil vanavond nog richting Kleef – hemelsbreed zo’n 60 kilometer verwijderd van Amerongen – om de keurvorst te woord te staan. Het is blijkbaar erg belangrijk om Friedrich Wilhelm zo snel mogelijk te spreken. Dit heeft alles te maken met de Schoonse Oorlog, een strijd die uitgevochten werd op land en op zee en grotendeels samenviel met de Hollandse Oorlog. Brandenburg was sinds het voorjaar van 1674 onderdeel van de Quadruple Alliantie, terwijl Zweden partij had gekozen voor Frankrijk. De aartsrivaal van Zweden, Denemarken, werd gesteund door de Republiek. De opperbevelhebber van de Deense vloot kwam uit de Republiek: admiraal Cornelis Tromp.

Voorstelling in drie afzonderlijke scènes waarin de gecombineerde Deense en Hollandse vloten de Zweedse vloot verslaan, 11 juni 1676, voor de Zweedse kust bij Öland. Boven het jagen door de Hollandse vloot onder Cornelis Tromp, daaronder twee scènes van de zeeslag. De schepen in de voorstelling met opschriften aangeduid. Linksonder een cartouche met zeewezens en de titel.
De gecombineerde Deense en Hollandse vloten verslaan de Zweedse vloot bij Öland, 1676, Romeyn de Hooghe (mogelijk), 1676. Collectie Rijksmuseum.

Tussen neus en lippen door vertelt Willem III dat Tromp niet veel goed nieuws had meegebracht uit Denemarken. De Zweden boeken enige successen, en men vreest dat de Fransen Valencijn (Valenciennes) definitief zullen veroveren voordat het ontzettingsleger ter plaatse is. De Henegouwse stad wordt al sinds november 1676 belegerd. Margaretha hoopt, zoals ze al zo vaak heeft gehoopt, dat het God de Heere en prins Willem III lukt om het land en ons allen te bewaren…

Eerste brieffragment Valenciennes
Tweede brieffragment Valenciennes

[te spreecken,] en so ick int verschiet hoorde
had tromp niet veel goede tijdine meede ge
brocht maer geseijt dat de sweede voort ginge
met haer progresse inde kampange te doen,
veelle hier vreese dat de franse valenschien5Valencijn, Valenciennes

wech sulle hebbe eer ons volck ter deegen opt ran
devoes6rendez vous is, de heere wil sijn hoocheijt ons lant en al
het onse bewaere[, de graef van hoorn blijft met]

Nog niet huiswaarts

Nogmaals heeft Margaretha aan Willem III gevraagd wanneer haar man nu eindelijk eens thuis mag komen, maar de prins had er geen antwoord op. Hij zei wel dat het niet lang meer zal duren voordat Godard Adriaan de officiële orders krijgt om huiswaarts te keren.

Brieffragment thuiskomst Godard Adriaan

[, ]ick vraechde sijn hoocheijt of uhEd nu al ordere
had om apseluijt thuijs te mooge koome, hij seijde
neen maer dat het nu Evenwel niet lange sou
dueren of deselfve sou daer toe ordere krijgen

Vervoer van bouwmaterialen

Na bijna anderhalf kantje volgeschreven te hebben, komt Margaretha er eindelijk aan toe om de brief van Godard Adriaan van 10 maart wat uitgebreider te beantwoorden. Temminck heeft de 3000 gulden ontvangen.

Brieffragment geld

[, ]uhEd aengenaeme vande 10 deeser heb ick met de laeste
post vermidts die hier stondt en wachte met der haest
ten deelle beantwoort, sal dan nu voort seggen
dat ick niet twijfele of teminck sal uhEd hebbe
geschreefve dat hij de 3000 f ten volle heeft ontfa
die hem voorleedene donderdach door beusekom
sijn gesonde, [nu sal ick de scheepe met hartsteen]

Binnenkort verwacht Margaretha de schepen met hardsteen. Tenminste… Het heeft wel flink gestormd. Margaretha hoopt er maar het beste van. Ze heeft aan de Utrechtse tolmeesters gevraagd haar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen wanneer de schepen aankomen. Het hout dat de hele winter aan de vaart heeft gelegen, moest bij Remmerden gelost worden. Naast dat dit onhandig was, was het ook nog eens hartstikke duur. Hopelijk gaat het met het hardsteen beter. De turf voor de steenoven is van latere zorg, al denkt Margaretha er wel al over na. Schipper Jan Jansen uit Groningen kan haar vast wel vertellen waar ze de goedkoopste turf kan kopen.

Eerste brieffragment bouwmaterialen

[sijn gesonde,] nu sal ick de scheepe met hartsteen
verwachte sij hebbe naer mijn gissine wel voorde
wint gehadt maer Een groote storm, dat mij
bekomert en verlange te hoore dat die behoude
hier te lande moogen aengekoome sijn, ick heb te
wttrecht op den tol last gegeefve dat so haest sij se
verneemen het mij ter Eerste sulle laeten weeten
ick sal de seekreetaris dan aende vaert bij haer sende
om haer tot de minste koste te rechte te helpen
ondertuschen hoope ick dat water dat nu weer
sterck aent valle is, so veel wech sal valle dat
men te wiel of Elst sal konne losse, het leste
schip dat al de winter aende vaert met hout voor

Tweede brieffragment bouwmaterialen

ons geleechge heeft, hebbe wij te remerde moete lossen
dat niet alleen ongemacklijck maer ock kostelijck
voor ons valt, so haest de scheepe koome salmen
sijn best doen, omse los te maecke en sal ick haer
vrachte betaelle, sal blijde sijn dat al de steen
hier voor uhEd vertreck van breeme is, so heefter
niemant Eenige talmerij meede, voorde turf
tot de steen oven sal ick wel in tijts sorchge
dragen en met de schipper ijan ijanse van
greuninge daer van spreecken waer die so
goede koop sou ons heel wel koomen, ick sal daer
niet in versuijme[, hoope als uhEd weer vande]

Aan de oever van een rivier liggen een aantal zeilschepen, de meesten met gestreken zeilen. Aan de kant van het water ligt er één met het zeil half gehesen. Het schip is volgeladen met turf. Er zijn mensen (mannen én vrouw) hard bezig met de lading. Aan de oever staan twee mannen, de ene wijst naar het schip.
Met turf beladen boten aan de oever van een rivier, Jan van de Velde, 1623-1641. Collectie Herzog August Bibliothek / Herzog Anton Ulrich Museum.

Metselaars

Margaretha wil ook weer snel met Rietvelt om de tafel gaan zitten. De daglonen voor werklieden zijn momenteel ontzettend hoog, maar de metselaars moeten binnenkort weer aan de slag. Ze wil met Rietvelt kijken hoeveel metselaars er nodig zijn.

Brieffragment daghuren

[so kout is bedrijfvense niet] en de dachhuere 
loope seer hooch het voorleedene ijaer heb ick
alleen aen metselaers en operliedens dach
huere al over de 8000f betaelt, ick schrijf
nu aen rietvelt dat hij Eens overkomt om
met hem vant werck te spreecken en te over
legge met hoe veel truijfels men weer beginne
sal, en voorts datter toe hoort ,

Een metselaar met onder zijn arm een bak en koevoet, aan zijn riem een meetlat. Italiaans vers in ondermarge.
Metselaar, Giuseppe Maria Mitelli (vermeld op object), 1660. Collectie Rijksmuseum.

Hoge heerlijkheid

Oja, Willem III heeft vandaag tijdens het ontbijt gezegd dat Zeist en Driebergen, waar Willem Adriaan van Nassau-Odijk heer van is, een hoge jurisdictie, een hoge heerlijkheid, zouden worden. Willem III liet duidelijk blijken het daar niet mee eens te zijn. Hij vond het onzin dat ‘in sulcken kleijne provinsie alles so tot hoochge sjurijdixsie’ wordt gemaakt, maar het was allemaal buiten hem om gegaan. Margaretha dacht dat de prins zélf Nassau-Odijk gerecommandeerd had, maar dat bleek niet te kloppen. Willem III antwoordde dat hij slechts had gesproken over een middelbare jurisdictie…

Eerste brieffragment Hoge Heerlijkheid Zeist
Tweede brieffragment Hoge Heerlijkheid Zeist

sijn hoocheijt vandaech aen tafel sittende quamme
te spreecke vande heer van oudijck7Willem Adriaan van Nassau-Odijk, dat hij seijst en

driedtberge tot Een hoochge sjuridixsi8Hoge jurisdictie, ofwel Hoge Heerlijkheid sou hebbe, het welcke sijn=
hoocheijt apsoluijt in proobeerde en seij dat seet niet hoorde te doen
in sulcken kleijne provinsi alles so tot hoochge sjurijdixsie te
maecken wat de provinsie weesen sou, maer dat sijt buijten
hem doen en haddens derhem kenisse van gegeefve dat hijt sou
teegen gesproocken hebbe, ick seij dat sijt ten respeckte vande heer
van oudijck sulle daen om sijn hoochs wil die ick meende het ge
reeckomandeert te hebbe, hij seijde neen niet tot Een hoochge
sijurijsdixsi maer wel tot de middele sjurijsdixsi, so dat
hijt apseluijt seijde te in proobeere, al hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Gezicht op Slot Zeist: een twee-en-een-half raam hoog, zeven ramen breed classicistisch huis met twee zijvleugels met een verdieping. het huis en de zijvleugels omsluiten een vierkante binnen plaats die toegankelijk is via een brug. Op de binnenplaats rijtuigen, ruiters en figuren.
Slot Zeist, Hendrick Hulsbergh (vermeld op object), ca. 1679 – 1729. Collectie Rijksmuseum.

Een kist vol suiker

Nadat Margaretha haar brief heeft ondertekend, schiet haar nog iets te binnen. Suiker! Godard Adriaan heeft gezegd dat de kleinkinderen suiker met wijn moeten drinken om sneller van de hoest af te komen, dus nu zijn alle kinderen spontaan aan het hoesten. Godard Adriaan mag wel een hele kist vol suiker meebrengen…

Een meisje van een jaar of drie poseert naast een kinderstoel. Ze is mooi aangekleed en draagt gouden sieraden. Haar ouders waren duidelijk in goeden doen – ze konden hun dochter zelfs laten portretteren door Govert Flinck, een van Rembrandts beste leerlingen. Op de kinderstoel ligt wat snoep, gemaakt van suiker uit Brazilië. Het verbindt de luxe wereld van het meisje met de harde werkelijkheid van de mensen op de suikerrietplantages. Een werkelijkheid die vaak onzichtbaar was in de Republiek en de Hollandse schilderkunst.
Meisje bij een kinderstoel (waarop wat suiker ligt), Govert Flinck, 1640. Collectie Mauritshuis

Ze kan het niet laten om in haar slotwoord een sneer uit te delen aan Cornelis Tromp en diens vrouw Margaretha van Raephorst, die recent door de Deense koning tot graaf en gravin zijn verheven. Volgens Margaretha past het haar ‘als een ring in een varkensneus’, haar versie van ‘als een vlag op een modderschuit’.

Afsluiting

al onse kinderkens
bedancke uhEd seer
dat hij so goede sorchge
voor haer draecht, maer nu groote papa seijt dat se suijcker
de wijn moete drincke alsij hoeste mach hij wel Een heelle kist
met suijcker mee brenge want nu alle gaer hoeste sonde op
te houde
graef trom, met sijn gemaelin sijn met haer graefschop
wel verheefve dat haer genade past als Een ring in Een
sonde komperaesie9Vergelijking, verckens neus

Portret van Cornelis Tromp, luitenant-admiraal-generaal. Kniestuk, staande voor rotsen. Hij draagt een borstkuras versierd met een leeuw, de rechterhand in de zij. Op de achtergrond een zeeslag.
Portret van Cornelis Tromp (1629-1691), Jan Mijtens, 1668. Collectie Rijksmuseum
Portret van Margaretha van Raephorst, de echtgenote van Cornelis Tromp. Staand, ten halven lijve voor geboomte. Een jonge zwarte 'bediende' hangt een parelsnoer om de pols van de witte vrouw.
Portret van Margaretha van Raephorst (1625-1690), Jan Mijtens, 1668. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’.
  • 2
    Renkum
  • 3
    Grave
  • 4
    Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is
  • 5
    Valencijn, Valenciennes
  • 6
    rendez vous
  • 7
    Willem Adriaan van Nassau-Odijk
  • 8
    Hoge jurisdictie, ofwel Hoge Heerlijkheid
  • 9
    Vergelijking

Maart roert zijn staart

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 maart 1677
Lees hier de originele brief

Na zijn bezoek aan de Keurvorst van Brandenburg in Minden is Godard Adriaan nu in Bremen. Hij heeft goede verhalen over de ontvangst door de Keurvorst. Margaretha hoopt dat hij nu snel van zijn missie ontheven zal worden en weer naar huis kan komen. Ook voor de Utrechtse politiek zou dat goed zijn, want het is een zootje. Thuis in Amerongen lijkt het hoge water gelukkig weer te gaan zakken.

Opening brief

Ameronge den
3 maert 1677
[recp: 8. dito]

Mijn heer en lieste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 febrijwa
te sien deselfve weer wel tot breeme is aengekoome
en bij den heere keurvorst so wel onthaelt is,
hoope hij sijn volkoome demisi nu sel hebbe en dat
ick met de laeste post sal hooren van uhEd weeder
komst daer wel naer verlange, [aengaende ons werck]

Hoogwater in de boomgaard

Het is nu de tijd om jonge boompjes te planten. De beukhagen zien er goed uit, dus daar is het volgens de hovenier en Teunis niet nodig. Fruitbomen in de grond zetten moet wel, maar daar is nog niets van gekomen vanwege de enorme wateroverlast. Al het werk dat moet gebeuren is zo overhoop geraakt, dat men niet weet waar men moet beginnen. En dan is er ook nog een zieke! Maar nu het water weer zakt gaan ze hun best doen.

Brieffragment hoog water en boomgaard

[komst daer wel naer verlange,] aengaende ons werck
alhier van in te pooten, inde beucke hechge so den
hoofenier en teunis seijt, sijn daer weijnich of
of geen in doot gegaen of in te poote, tot noch toe
hebbe wij geen fruijt boome die alleen inde booga
in te poote sijn, heeft men tetnocte niet in
konne doen, doort hoochge water, nu salme al
doen so veelt moogelijck is, het water valt nu weer
en sal men niet versuijme te doen so veel men kan
tis waer alt werck komt so overhoop dat men niet
weet wat men Eerst beginne sal, en ott more is
sieck ick sal Een ander in sijn plaets gebruijcken ,

In een tuin wordt een klimplant gesnoeid, bomen geplant en gespit. Op de achtergrond wordt er op het land gewerkt (ploegen, zaaien).
Welke werkzaamheden in Maart rond het huis uitgevoerd moeten worden. Uit: Georgica curiosa: das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität, Düsseldorf

Financieel wanbeheer in Utrecht

In Utrecht wordt volgens Margaretha reikhalzend naar de terugkeer van de heer van Amerongen uitgekeken. Ze maken er een potje van en het gaat er zo grof aan toe, dat je schrikt als je het hoort. De Staten van Utrecht hebben zich bij een dinertje laten overhalen tot een schikking in een geschil over onroerend goed met de Graaf van Waldeck. De Staten zijn daarbij tienduizenden guldens kwijt geraakt. Vervolgen geven ze rustig tweeduizend gulden cadeau aan de dochter van de heer van Zuijlen. De burgers zijn woest, want ondertussen wordt er geen rente uitgekeerd op leningen bij particulieren en de belastingen zijn torenhoog. De compagnieën met soldaten die Utrecht moet betalen, hebben al een jaar geen betalingen gehad. En dat terwijl die arme mannen al heel snel weer op veldtocht moeten.

Brieffragment financiën Utrecht

[pille gaef voor sijn outste dochter gegeefve] overt
Een Ent ande spreeckt de gemeentede burgers so dat niet
te seggen is, en dat om datter geen rente betaelt
en worden als nu onlans Een half ijaer daerse
so veel ten achteren sijn, de kompangie sijn
ock Een vol ijaer ten achteren en de bloeijen1Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
moeten weer so vroech int velt hoe kan dat gaen
en men moet sulcke swaere schattine geefve
ten is voorde arme gemeente niet op te brenge

Een schets van een tentenkamp met eenvoudige tenten en soldaten daar omheen. Sommiges zitten in de tent, sommigen in het veld, er zijn er een paar te paard. Achter de tenten een huifwagen en in de verte een kerktoren.
Gezicht op een kampement van het leger van Willem III bij Lembeek, Vlaams-Brabant, Josua de Grave, 1675-08-02. Collectie: Rijksmuseum.

Corruptie en onrecht

Bovendien is het duidelijk dat de gebruikelijke baantjesverkoop tot corruptie, afpersing en onrecht leidt. Margaretha vertelt wat “onze Jan Fik” is overkomen. Jan Fik probeerde een ruzie te sussen tussen zijn mannen en een herbergier in Nieuwersluis. Daarbij kreeg hij zelf klappen en vervolgens werd hij opgepakt door de Maarschalk van Abcoude (een soort politiecommissaris) die hem 100 dukaten aftroggelde en hem gevangen liet zetten in Utrecht. Jan Fik ging verhaal halen bij de procureur-generaal van het Hof van Utrecht. Toen die de Maarschalk daar op aan sprak werd hij woest. Dat maarschalksambt had hem zo veel geld gekost, dat hij het er ook weer uit moest zien te halen.

Brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

[hem ijan fick gebonden binne wttrecht,] waer
over ijan fick hem aende prockureur generael
beklaechde, die den Maerschalck daer over
aen sprack en tot Antwoort bequam dat
hij sijn Amt so dier om gelt had gekocht
dat hij ter weer most sien wt te haellen

Een man vecht met twee mannen om een grote zak waar geld uit valt. Achter de man haalt een vierde man geld uit de tas die op zijn rug hangt. Op de grond zit een kind het geld op te rapen dat valt. Erboven staat een tekst: Dein gelt nit also hart verschliess/ Das gutt er will / des niet geniess / So soll es auch niet sein als frey / Das solchs eim yeden offen seyn / Recht muttelmass steht wol dabey.
Over verloren geld, Hans Weiditz, ca. 1520, uit: “OFFICIA M.T.C. EJn Bůch So Marcus Tullius Cicero der Römer zů seynem Sune Marco von den tugentsamen ämptern […]”, Augsburg 1533, um 1520. Collectie Kunsthalle Bremen- Der Kunstverein in Bremen

Als de procureur-generaal zou bepalen dat hij die 100 dukaten bij het Hof zou moeten inleveren, dan zou hij daar wel spijt van krijgen. Hoe durfde hij partij te kiezen tegen de Maarschalk, en vóór een armzalig mannetje! Margaretha weet niet hoe het verder afgelopen is, maar ze vindt het geen wonder dat de mensen klagen dat ze hun recht niet kunnen halen. Als Godard Adriaan thuis komt zal hij wel meer horen dan ze hier kan opschrijven.

Tweede brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude
Derde brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

als hij gekondemneert wiert die honde duij
katons2honderd dukatons weer ondert hof te legge dorst tol
die hem weegens de Maerschalck in dit werck
bemoeijde wel segge dat hij wel maecken sou
dat het de prockureur generael sou rou
=we dat hij hem partijdich teegens de maer
schalck toonde watter aen so Een poepge3Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander
geleege was en diergelijcke meer, in soma
hoet nu daer voort mee gegaen is weet ick
niet altoos Elck klaecht Even seer datse

datse tot goen recht konne koomen, als uhE
hier komt sult al met wonder veel hoore dat me
niet al schrijfve kan , [de heere wil ons alle]

Tekening van de schans van buitenaf. Recht voor ons een ophaalburg en de grote aarden wallen die daar bovenuit steken. Om de wallen heen, inde gracht, staan palen of een lage palisade. Voor de schans zit iemand te vissen en er staan twee mannen. Eén man staat op de ophaalbrug. Boven de wallen uit steken een paar daken.
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1700, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.

Buiig Weer

Margaretha verlangt erg naar Godard Adriaans thuiskomst, maar ze schrijft toch in een PS dat ze hoopt dat hij zijn thuisreis niet met dit buiige en onbestendige weer over water zal maken. Dat is vanuit Bremen wel de snelste weg (over de Waddenzee en de Zuiderzee naar Amsterdam).

Afsluiting

[niet al schrijfve kan,] de heer wil ons alle
bewaere, in wiens heijlige bescherminge uhEd be
veelle, blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick hoope niet dat
uhE huijs koomende
sijn reijse over water
in dit buijichge en
ongestadige weer sal neemen
dat te sorchlijck sou weesen

Afbeelding van een zee met woeste golven met daarop diverse zeilschepen. Op de voorgrond een stuk land waarop een paar mannen staan toe te kijken.
Storm op zee, Matthieu van Plattenberg, ca. 1640. Uit: “Seestücke und Landschaften”, uitgegeven door Jean Morin. Collectie Kunsthalle Bremen-Der Kunstverein in Bremen.
  • 1
    Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
  • 2
    honderd dukatons
  • 3
    Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander

Een hete zomer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 juli 1667 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

De laatste brief van Godard Adriaan dateert van 25 juni. Margaretha hoopt dat hij Van Reede van Drakenstein snel zal antwoorden op diens op 4 juli meegestuurde brief in verband met het getouwtrek tussen vroedschap en ridderschap in de Staten.

Prebenden en prelatuurschappen

De samenstelling van de Staten is niet het enige voorwerp van koehandel en handje klap waar leden van de ridderschap bij betrokken zijn. Ook voor het uitgeven en verkrijgen van prebenden en prelatuurschappen bestaat een levendige markt, waar de Van Reedes actief aan deelnemen. Oorspronkelijk bedoeld voor het levensonderhoud van geestelijke kapittelheren en kloosterzusters, worden ze nu, na de reformatie, verdeeld onder jongere zonen en adellijke dames. Niet alleen het ontvangen, maar ook het uitgeven van een prebende of prelatuurschap kan geld opleveren. Een aanbieding die Godard Adriaan onlangs aan een bepaalde vrouw heeft willen doen is blijkbaar op niets uitgelopen. De heer van Ewijk zal rondvragen naar een ander en denkt dat hij wel iemand weet. Hij heeft iemand ontmoet die voor de van Limburg Stierums op zoek is. Voor de definitieve verdeling van de prebenden begint de tijd trouwens te dringen, want het jaar is al bijna om.

Brieffragment over prebenden en prelaturen

[opt spoedichste antwoort op,] wat de proofve1Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen)
en het prelatuerschap2prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op belanckt3betreft uhEd voorslach
sal met die vrou niet aengaen Euwijck sal nae
Een ander om hoore van ochte meent hij tot het
Een ent ander wel Eimant sal weete
daer was Een die hem voor Een vande stieroms4Van Limburg Stierum last
had gegeefve of hij wat wist salder voort
naer verneeme maer meent voorde prelatuer
schap niet bove de vijf duijsent gulde sou krijge
men sal de proofve haest moete konfereere
alsoot ijaer haest om is, [onse soon is naer]

Een combinatie van vier lage lage gebouwen achter elkaar aan een weg, in het midden een toren en daarachter een hoger gebouw. Links een beschut laantje richting een theekoepel. Op de weg een koets en een paar mensen. Voor het gebouw staan vier bomen.
Gezicht op de overgebleven gebouwen van de abdij Oudwijk, Abraham Rademaker, 1710-1730. Collectie Het Utrechts Archief. Margaretha had in 1660-1661 het prelatuurschap van Oudwijk.

Laatste maand

Godard is inmiddels vertrokken naar de afgesproken plek van zijn regiment. Margaretha leeft erg mee met Ursula. Je merkt dat ze de eerste zwangerschap van haar schoondochter best spannend vind. Eigenlijk gaat het heel goed, gezien de tijd dat ze al in verwachting is. Ze is nu in haar laatste maand. Margaretha hoopt dat de Heer haar een genadige verlossing zal geven en wou maar dat de bevalling (‘het werk’) al achter de rug was.

Eerste brieffragment over heer en vrouw Van Ginkel
Tweede brieffragment over heer en vrouw Van Ginkel

onse soon is naer
sijn randevoos5Rendez-vous:afgesproken plaats alwaer hij naerder ordere
moet verwachte, sijn vrou is noch heel wel
naer den tijt is nu in haer leste maent
de heer wil haer hEd Een genadige verlossin
geefve ick wensche dat werck al door te sijn

In een stad staat een zwangere vrouw naast een slager die bij zijn hakblok staat. Op het blok ligt vlees en een grote bijl. De slager geeft een stuk vlees aan de zwangere vrouw. Achter de slager staat nog een vrouw, achter het hakblok een jongen. Boven de slager hangt een stok met haken waar ook nog vlees aan hangt.
Zwangere vrouw ontvangt een stuk ossenvlees, Caspar Luyken, 1710. Collectie Rijksmuseum.

Hitte en droogte

Er heerst al acht dagen zo’n enorme hitte dat het niet te harden is. Het is zo droog, dat alles verschroeit. Margaretha verwacht dat er in de herfst geen appelen of peren te oogsten zullen zijn, en er zijn ook weinig tot geen kersen. Ze denkt dat ‘die van Wijck’ daarom wel niet zal komen. Misschien bedoelt ze hiermee een kersenkoopman uit Wijk bij Duurstede, of eentje met de naam Van Wijck, die jaarlijks een deel van haar kersen komt kopen?

Brieffragment over het weer

tis hier nu achdage herwaerts sulcken wtter
maeten6uitermate, buitengewone hette en droochte geweest dat niet is
te harte7dat het niet is te harden alles verbrant en verdroocht inde
hoofve wij sulle weer geen appeele noch peere
hebbe karse8kersen sijnder ock weijnich of haest geen
dat die van wijck qualijck sal koomen

Marmeren borstbeeld omgeven door vier festoenen van vruchten (druiven, perziken, pruimen, kersen, peren, sinaasappels en appels). Tussen de vruchten vliegen vlinders.
Illusionistische sculptuur van een vrouwenhoofd in een cartouche versierd met festoenen van vruchten, Joris van Son, 1655 – 1665. Collectie Rijksmuseum. Een dergelijke rijke oogst zit er dit jaar voor Margaretha niet in.

Werk aan muur en gracht ligt stil

De hitte slaat ook toe bij de mannen die bij het kasteel aan het werk zijn aan de gracht bij de doelen. Ze zijn met z’n tienen, maar kunnen weinig klaar spelen. De metselaar die aan de muur van de hof zou beginnen is nog niet gearriveerd. Waarschijnlijk begint hij maandag.

Brieffragment over de gravers en de metselaars

de graefvers sijn vast aent werck inde
graft inde doelle dat sijnde met haer tiene
in doch konne door de groote hette niet veel
doen, den metselaer sou ock aende muer
vande hof begine maer is noch niet gekoo
= men geloofve hij met de nieuwe weeck beginne
sal [ Eergistere sijnde beededach heeft men]

Twee mannen zijn aan het werk aan een nieuw gebouw. Er staat het frame van een deur en van een raam. De man rechts legt stenen en metselt. De man links staat voor een grote stapel stenen met een lange stok. Zou hij kalkmortel maken?
Metselaars, Jan Gillisz. van Vliet, 1635. Collectie Rijksmuseum.

Vreugdevuur wordt hellevuur

Een verloren fruitoogst en een onverhoopte bouwvakvakantie zijn nog niet eens de ergste gevolgen van de droogte in de buurt. Een overwinningsvuur in Veenendaal tijdens biddag (waarschijnlijk vanwege de succesvolle tocht van de Nederlandse vloot naar Chatham) is uitgelopen op een ramp. Er ging iets mis met de brandende pektonnen. Dertig huizen zijn afgebrand! Vreugde- noch hellevuur op Amerongen, want Margaretha had geen pektonnen ontvangen. Dus ‘wij hebben ons hier stil gehouden’.

Brieffragment over pektonnen

Eergiste sijnde beededachbiddag heeft men
ficktoorije9Victorie (wrsch. vanwege tocht naar Chatham) int veenVeenendaal gebrant waerdoor een swaer
brant is ontstaen en inde dartich
huijse gans afd gebrant sijn. Wij hebbe ons
hier stil gehoude also mij geen picktone10pektonnen. Het branden van pektonnen was het vuurwerk van de 17e eeuw. sijn gesonde hebben wij niet gebrant

Het volk te Brussel belet het ontsteken van een vreugdevuur van opgestapelde pektonnen opgericht door Sasburgh, de Nederlandse gezant namens de Staten-Generaal, ter viering van de overwinning op de Engelsen in de Vierdaagse Zeeslag, 1666. Bedrukt op achterzijde met tekst in het Nederlands.
Sabotage van de pektonnen bestemd voor de viering te Brussel van de overwinning in de Vierdaagse Zeeslag, 1666, Jan Luyken, 1696 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Condoleance aan de keurvorst

De Staten van Holland hebben de heer van ‘s-Gravenmoer, Adam van der Duijn, naar de keurvorst van Brandenburg gestuurd om hem te condoleren met het overlijden van zijn vrouw Louise Henriëtte. Hij is net langs Amerongen gekomen. Van der Duijn krijgt daar 50 gulden per dag onkostenvergoeding voor. Dat heeft-ie mooi voor elkaar! Klinkt in Margaretha’s woorden, ‘wat een heel fraaie opdracht voor hem is’, enige afgunst door? Zou ze liever haar man in die rol zijn opwachting aan het Brandenburgse hof hebben zien maken? Tja, hij is niet beschikbaar want is met een andere opdracht naar Denemarken.

Brieffragment over het overlijden van de keurvorstin

de heer van schravenmoer11Adam van der Duijn, heer van ‘s-Gravenmoer is van weegen men
heere van hollant12vanwege de Staten van Holland op vijftich gulde daechs in komissi aende keurvorst van brandenbur13Friedrich Wilhelm
om die te kondoleere gesonde14In verband met het overlijden van zijn vrouw, Louise Henriette van Nassau , datr al Een
fraije komisie voor hem is, hij isser al heen
en hier gepasseert, [men seijt der goede hoope]

Zilveren penning. Voorzijde: borststuk vrouw binnen omschrift. Keerzijde: opschrift onder keurvorstelijke kroon
Gedenkpenning vanwege het overlijden van Louise Henriette van Oranje, gemalin van Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg, door Johann Liebmann, 1667. Collectie Rijksmuseum.

Einde aan het vergieten van christenbloed?

Met de onderhandelingen in Breda schijnt het de goede kant op te gaan. Er is goede hoop op het sluiten van de vrede. Margaretha hoopt dat de grote God dat wil geven. Ze verlangt er erg naar dat het vergieten van al dat christenbloed eens op mag houden en beveelt ook haar man in de bescherming van de Allerhoogste aan. In een ps laat Ursula Godard Adriaan ootmoedig groeten, en meldt dat haar zus bij haar moeder in Arnhem is gearriveerd.

Eerste brieffragment Breda
Vervolg Breda en afsluiting brief

[en hier gepasseert,] men seijt der goede hoope

tot het sluijten van de vreede te breeda het welcke dien groote
godt wil geefve en ick wel naer verlange opdat aldat vergiete van so veel kristenbloet Eens mach opholde, hier
meede beveelle uhEd int schutin de bescherming des alderhoochste blijfvend

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
en dieners MTurnor

de vrou van ginckel
presenteert haeren
ootmoedige dienst aen
uhEd, nicht van Raesfelt
is te Aernhem bij haer
moeder

Op de voorgrond en links sloepen met zeelieden en soldaten. Uiterst links het fort Sheerness dat is ingenomen door de Nederlanders. In het water liggen twee grote schepen met een Engelse vlag die in Brand staan. Daarnaast liggen er een paar Nederlandse schepen. Overal zit je mannen: in het wand, op de boeg, over boord springen...
De Hollanders steken Engelse schepen in brand tijdens de Tocht naar Chatham, 20 juni 1667, Jan van Leyden, 1667 – 1669. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen)
  • 2
    prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op
  • 3
    betreft
  • 4
    Van Limburg Stierum
  • 5
    Rendez-vous:afgesproken plaats
  • 6
    uitermate, buitengewone
  • 7
    dat het niet is te harden
  • 8
    kersen
  • 9
    Victorie (wrsch. vanwege tocht naar Chatham)
  • 10
    pektonnen. Het branden van pektonnen was het vuurwerk van de 17e eeuw.
  • 11
    Adam van der Duijn, heer van ‘s-Gravenmoer
  • 12
    vanwege de Staten van Holland
  • 13
    Friedrich Wilhelm
  • 14
    In verband met het overlijden van zijn vrouw, Louise Henriette van Nassau

Enerverende tijden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 30 juni 1667 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Eindelijk weer in Amerongen! Margaretha is met haar zoon en de hoogzwangere Philppota aangekomen. Ze maakt zich nogal zorgen, want het is Philippota’s eerste zwangerschap en ‘ze loopt nogal op het eind’. Tegenwoordige is een bevalling eigenlijk alleen een roze wolk en vergeten we voor het gemak alle minder aangename zaken die er omheen hangen. Tot in de twintigste eeuw was de dood in het kraambed één van de belangrijkste doodsoorzaken van vrouwen. Vooral bij het eerste of tweede kind was de kans op overlijden hoog. Gelukkig komt ook Philippota’s moeder naar Amerongen: met twee ervaren vrouwen moet het lukken. Toch voel je Margaretha’s zorgen.

Brieffragment over de zwangerschap van Philippota

Amerongen den 30 ijuin 1667

Mijn heer en lieste hartge

gistere avont sijn wij met de vrou van ginckel en
onse soon hier gekoomen het welcke mijns oordeels
tijt is wantse begint al heel pijnlijck te gaen hoe
wel naer haer reeckenin sij noch wel ontrent
Een maent of vijf weecke sal moeten gaen nu
sij hier is ben ick so veer gerust en moete wij met
paesijensie1Patientie: geduld afwachte wat de heer almachtich
ons geefven sal, de vrou van Middachte2Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota sal so
se seijt binne veertiendaege volge en ock hier koome
ick sal met godt wel sorchge drage voort doope
vant kint en wat daer toe dient, wij doen noch
dagelijcks ons beste ontrent de Persoon vande vrou
van ginckel dan dewijlle sij so opt leste van haer
dracht is moete wijt al met diskreesie in alles gaen
ick hoop noch als het beste, [hierkoomende ontfan]

Schilderij van een oudere vrouw die de hand vast houdt van een jonge, hoogzwangere vrouw. De zwangere vrouw kijkt treurig naar beneden. Op de achtergrond een landschap met een meertje en een heuvel. In de lucht vliegt de Heer vergezeld door drie engeltjes.
De visitatie, Rafael, 1517. Collectie El Museo Nacional del Prado, Madrid

Als alles maar aankomt

Met Godard Adriaan gaat het goed en daar is Margaretha zeer verheugd over. Het tinnen servies is overgekomen, maar het schilderij van Cromwell sukkelt nog een beetje. Margaretha hoopt dat dat eindelijk is aangekomen, net als de goede tijding over de vloot! Margaretha maakt niet veel woorden vuil aan de tocht naar Chatham. Ze gaat ervan uit dat Godard Adriaan de officiële verslagen wel binnen zal krijgen. Maar Admiraal van Ghent en de Ruwaard van Putten (Cornelis de Wit) verdienen volgens Margaretha alle eer.

Brieffragment over brieven, tin en Cromwell
Brieffragment over de tocht naar Chatham

ick hoop noch als het beste, hierkoomende ontfan
ge ick u uhEd schrijfve vande 21 deeser tis ons
van harte lief daer wt te sien uhEd welvaerent
heijt hoope het selfve lange sal kontiniweere ,
tis goet dat uhEd het tin Entelijck heeft ont
fange doet mij leet dat de selfve daer so lange
meede ontrijft is geweest dan dat is nu over
de schilderij van kromwel hoope ick niet dat
so lange onderweechge sal sockelen maer dat

uhEd die nu al heeft, alsmeede de goede tijdin
van onse scheeps vloote , die ick niet twijfele of
sal uhEd de pertikulaerijteijte daer van
wt den haechge geschreefve sijn waer toe mij
reefereere uhEd kan dencke hoe men hier daer
in verheucht is, hier heeft den Admirael gent
en de ruwert van putte geen kleijne Eere in
geleijt, de heer die hier voor gedanckt moet sijn
wil onse wapenen voort seegenen en geefve
wij nu te beeter tot Een gewenste vreede
moogen geraecken, [ick heb hier de heer sij]

Tekening van een oorlogsschip met een bijzonder rijkversierde achtersteven. Bovenin is het wapen van Engeland te herkennen dat door een Leeuw en een Eenhoorn gedragen wordt. De masten zijn niet afgemaakt. Onder de afbeelding staat De Royale Charles. Lange 170 Wijt 42 voet.
Schip de Royal Charles, Abraham Storck, 1672. Collectie Rijksmuseum

De dood van de prinses

Thuis is verder alles goed, het is niet zo droog als op Middachten en Margaretha kan nu aan de slag met de opdracht van Godard Adriaan: de muur repareren en de gracht uitgraven. Ze eindigt de brief met de dood van de vrouw van de keurvorst: Louise Henriette van Oranje, de oudste dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Louise Henriette was kort te voren nog bij haar moeder in Den Haag geweest, dus dat bedoelt Margaretha waarschijnlijk met de moeilijke reis. Kort voor haar dood schreef Louise Henriette: ‘ik heb wel geen reden om naar mijn dood te verlangen; ik bemin de keurvorst, mijn heer, hartelijk en zo ook mijn lieve kinderen; maar ik wil gaarne mijn God gehoorzaam wezen’. Louise Henriette was de oermoeder van de Brandenburgse en Pruisische vorsten en uiteindelijk de Duitse keizers. Margaretha zou trots geweest zijn, als ze geweten had dat een nazaat van Louise Henriette nog anderhalf jaar in haar kasteel zou wonen.

Brieffragment over de dood van de keurvorstin.

ick kan niet segge so bedroeft ick en meest
alle mensche om de doot vande goede keurvors
tin van brandenburch ben, sij most noch
voort lest van haer leefve hier so melankolijck
den heelle winter sitte en so Een moijlijcke reijs
hebbe, dit gaet onse kindere in haer affaerees
ock teegen, dan de wil des heere moet geschie
de in wiens heijlige bewaerine uhEd beveele
en blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en
dieners M Turnor

In het midden staat de keurvorst met een grote bos lanf krullend haar een brokaten gewaard en een hermelijnenmantel. Rechts naast hem zijn vrouw in een zwart fluwelen jurk die afgezet is met hermelijn. Op haar schoot heeft ze een naakte baby die naar zijn broer gewend is die naast hen staat. Aan de andere kant van de keurvorst de beoogde troonopvolger Karl Emil die een podium beklimt met de kroon in zijn handen. Op de achtergrond twee pilaren met daar tussen een fluwelen gordijn. Boven aan het schilderij de drie jong gestorven kinderen van het stel als engeltjes: een jongetje en een tweeling.
Keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg (1620-1688) met zijn eerste echtgenote Louise Henriette van Oranje-Nassau (1627-1667), hun zonen Karl Emil (1655-1674) en Friedrich (1657-1713) en de kort tevoren geboren Ludwig (1666-1687). Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.
  • 1
    Patientie: geduld
  • 2
    Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota

Dagelijks leven in oorlogstijd

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 juni 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juni 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Deze brief begint net als veel brieven met een overzicht van de brieven die ontvangen zijn. Anders dan een paar maanden geleden, komt de post tegenwoordig keurig op tijd aan. Als het goed gaat, is het eigenlijk geen onderwerp meer om over te schrijven, maar Margaretha noemt het deze keer toch maar even. Godard Adriaan heeft een brief bijgesloten voor zijn zoon, die Margaretha ook maar even gelezen heeft. We weten niet wat er in staat, maar ze vindt het wel nodig liefste hartje even te waarschuwen. Hij weet niet hoe het hier is, en je kan niet alles aan het papier toevertrouwen. Ach, kon ze hem maar even een uurtje spreken…

Brieffragment over het schrijven, doorsturen en ontvangen van brieven

[rec. 7. Junij in Hamburg]


haech den
2 ijuini 1673


Mijn heer en lieste hartge


uhEd schrijfvens van de 26 meij heb ick
ter rechter tijt ontfange, en de ingeleijde
aende heer van ginckel gesonde ick vinde
deselfve wel heel wel gestelt maer mijn
lieste hartge wij moete wel voorsichtich sijn
uhEd kan hem niet inmaesgeneer1Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van hoet
hier is dat hij de briefve alleen las en
hielt waert wel, maer derf alle de pen
niet vertrouwe wenste uhEd Eens maer
Een Eur te konne spreecke d welcke
niet weesen kan, [hoope als deese komisie]

Het regelwerk

Margaretha zou willen dat de missie van haar man nu eens voorbij was. Ze heeft gehoord dat ze er zelfs in de Staten Generaal over gesproken hebben. Wat betreft het nog openstaande geld is ze al eens naar Amsterdam geweest. Daar zit ‘ontvanger’ Uytenboogaard2De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen. Een ontvanger int de belastingen en kan het geld uitkeren bij het overhandigen van een assignatie. Margaretha heeft nog steeds geen geld, dus eigenlijk moet ze weer eens naar Amsterdam. Ze heeft alleen een probleem: haar vers bevallen schoondochter durft ze niet alleen te laten. Later in de brief komt ze er op terug: Uytenboogaard heeft laten doorschemeren dat er mogelijk geld beschikbaar is. Misschien kan ze dan over 14 dagen om de volgende ordinantie vragen…

De dreiging blijft. Nu schijnt de vijand van vier kanten tegelijk aan te willen vallen. Alle posten schijnen goed voorbereid te zijn, maar Margaretha kan nog geen uur rustig op bed liggen van al die alarmen.

Eerste brieffragment over naar Amsterdam
Tweede brieffragment over naar Amsterdam

[generael van gesproocken,] ick had
al Eens naer Amsterdam geweest om

te sien of gelt vande ontfanger wtdenboo=
gaert koste krijge maer derf niet van
hier en de kraem vrou met alde kinden
alleen hier laeten dewijlle aende poste
seeckere advijsen sijn dat den vijant
voorneemens is vier vande selfve te
gelijck t Ackateere hoewel men seijt
die alle wel versorcht en versien sijn
kan me niet weeten hoet gaen mocht
tis wel bedroeft in sulcke gestadige
allarm te sitten men leijt niet Een
r uer gerust ofs op sijn bedt, sijn

Een serieus kijkende man, naar rechts gewend met een grijs sikje en een snor. Hij is in het zwart, met een zwart kapje op en een eenvoudige witte vierkanten kraag met een kanten randje. Hij heeft zijn hand op zijn buik.
Portret van een man, vermoedelijk Augustijn Wtenbogaert (1577-1655), Govert Flinck, ca. 1643. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwersluis

Wat het rusten wat zou moeten helpen, is dat Zijn Hoogheid, Stadhouder Willem III, waakt. Dat de Staatse troepen de post op Nieuwersluis hebben ingenomen, zint de Fransen allerminst. Er wordt rond Breukelen flink gevochten en Gunterstein wordt zo beschoten dat de muren naar beneden vallen.

Brieffragment Willem III en Nieuwersluis

[r uer gerust ofs op sijn bedt,] sijn
=hoocheijt treckt ock en reijst gestaedich
vande Eene post opt dander die post
die wij aende nieuwersluijs hebbe ge
noomen inkomodeert den vijant seer
beschietense op gundersteijn datter
stucke van muere vant huijs valle
en belette haere wercke diese te
breuckelen opwerpe te maecke, [de]

Gezicht op het omgrachte kasteel Gunterstein te Breukelen uit het noorden, met links een gedeelte van de voorburcht en rechts op de achtergrond de Vecht, vóór de verwoesting in 1672.
Gezicht op het omgrachte kasteel Gunterstein te Breukelen uit het noorden, met links een gedeelte van de voorburcht en rechts op de achtergrond de Vecht, vóór de verwoesting in 1672.Kasteel Gunterstein, Willem van Drielenburg, 1655-1665. Collectie Het Utrechts Archief. Dit is een digitale reproductie van het schilderij dat op een schoorsteenboezem in het tegenwoordige huis is bevestigd.

De Fransen samen met…

Ook de oorlogsontwikkelingen buiten de Republiek houden Margaretha bezig. Iedereen heeft het over de Keurvorst die achter de rug van de Republiek om een verdrag sloot met de Fransen. Van de eigen vloot horen ze niets. Wel gaat het gerucht dat de Engelse en de Franse vloot geconjugeerd zijn: dat ze samen gegaan zijn tot één grote vloot.

Brieffragment over de keurvorst en over de Engelse en Franse vloot

uhEd kan niet geloofve hoe groot en
kleijne hier vant doen vande keurvorst
spreecken men schrickter van te hoore
bij konsequensie krijge wij ock al vrij
wat, van onse scheeps vloote hoore wij
niets als dat somige wille segge dat
de Engelse met de franse soude ge
konsgingeert3Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen sijnde doch niet seeckers

Een bord van acht bij zes Delftsblauwe tegeltjes met schepen. De meesten zijn verschillend: verschillende schepen, kalme zee, ruige zee, tuigage...
Veld van achtenveertig tegels met schepen, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Opgeluchte PS

Margaretha eindigt haar brief met de gebruikelijke huishoudelijke mededelingen: neef Van Wulven is in Rotterdam en moeder en kind maken het goed. Groene kaasjes zijn onderweg naar Duitsland en is het blikken servies al aangekomen?

Kennelijk is Ursula Philippota inmiddels uit haar kraambed opgestaan en is tijdens het schrijven van de brief uit bed gebleven. Daardoor is Margaretha duidelijk opgelucht in de PS. Als de kraamvrouw 11 dagen na de bevalling een hele middag op kan zijn, dan kan ze ook mee in de koets als ze onverhoopt moeten vluchten.

Twee panoramaglazen in een houten vatting. Links: een span paarden, waarvan een paard met ruiter, trekt een rijtuig met man en vrouw. Achter het rijtuig loopt een man met staf. Rechts: een gesloten koets met drie span paarden. Op één van de voorste paarden zit een ruiter, op de bok zit een koetsier.
Toverlantaarnplaat met twee rijtuigen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Brieffragment met de opgeluchte ps

sulle sijn, de groene kaes heb ick gesonde
hoop het blickwerck wel overgekoome is
, sal hier meede Eijndige blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de vrou van
ginckel die nu
11 dage kraems
is, is de heere sij
gedanckt so wel
alstder op aen
sou koome dat godt
verhoede souse wel
inde koetse konne sitte
sij is al heelle naer middage op

  • 1
    Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van
  • 2
    De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen
  • 3
    Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen

Aanval op komst? Aanval op komst!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 mei 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 juni 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha houdt het bij een korte brief vandaag. Ze begint met de melding dat het gelukkig goed gaat met haar schoondochter en kersverse kleinkind. En een gelukje: de aanval die dreigde, heeft nog niet plaatsgevonden.

Dreiging

Maar het gevaar is nog niet verdwenen, aangezien de vijand zich nog wel aan het voorbereiden is voor een aanval. Wel gaat het verhaal rond dat het eigen leger zich hier goed op voorbereid, het zou bijna onmogelijk zijn om door de verdediging heen te breken, maar Margaretha herinnert zich dat ze dit eerder heeft gehoord en dat de geschiedenis haar iets anders heeft geleerd. Oh god, en hoe moet dat toch met de bescherming van die schare kleinkinderen?

Brieffragment over aanval en verdediging

Rec. 3e. Junij in Hamburgh

haech de 29
meij 1673

Mijn heer en lieste

godt niet genoech konne dancke,] tot noch toe sijn wij
hier in rust en hebbe de vijantte op onse post noch
niet geatenteert1Attenteren: ondernemen hoewel men seijt sij alle preeperaesi
daertoe hebbe gemaeckt se hebbe Een bruch overden
rhijn tuschen Ameronge en wijck geslage men seijt
sij haere vergader plaets tot seijst hebbe en ock
op de heij bij naerde en dat se Amersfoort slechte
onse poste seijt me dat alle so wel versorcht en ver
=sien sijn dat naer menselijckerwijse onmoogelijck
is dat ser door konne, dan wij hebbe Een ijaer her
=waerts so veel gesien dat onmoogelijck scheen, dat
men daer niet gerust op kan sijn maer sitte in
geduerige vrees ick insonderheijt met al de kindere
en noch so Een versse kraemvrou [daer toe de heer]

Van Ginckel in Gorinchem

Haar zoon zit nog in Gorinchem. Daar voert de graaf van Hoorn het bevel. Naar de mening van Margaretha heeft de graaf zeker voldoende moed, maar of hij genoeg bekwaamheid bezit om zo’n belangrijke positie te bekleden, daar is ze niet zeker van. Margaretha vreest aan de lopende band. Het vertrouwen gunt ze alleen de almachtige Heer.

Allegorie van de dapperheid, Christian Bernhard Rode, 1788. Collectie Rijksmuseum.

De dromen van de Zonnekoning

Het gerucht over een mogelijke alliantie tussen de keurvorst van Brandenburg en de koning van Frankrijk wordt nu als waar beschouwd. Margaretha raakt politiek in de war. De Republiek heeft de keurvorst zo veel betaald voor het leger en nu het leger zo dichtbij is, sluit hij een vrede met de Fransen. Zonder het zijn bondgenoten te vertellen! Ze vraagt zich af waar het Lodewijk XIV eigenlijk om te doen is. De meeste mensen denken dat de koning van Frankrijk zijn zinnen heeft gezet op de titel Keizer van het Heilige Roomse Rijk. De keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekozen door de Duitse Keurvorsten, in 1658 had Lodewijk al een poging gedaan, maar was niet gekozen. Droomt Lodewijk XIV van een verzwakt Oostenrijk om zo de titel over te nemen?

Brieffragment over de vrede tussen de keurvorst en de zonnekoning

[hoope ick dat ons bij sal staen,] men hout hier nu
voorseecker dat de keurvorst met de koninck van
vranckrijck is geackordeert daer men hier seer over
roept dewijlle hij sulcke groote som gelts vande
staet heeft heeft getrocken , tsijn voorwaer onbegrijp
lijcke dinge dit dus buijten kennise van sijn gealiijeerde
te doen, ick vreese wij niet beeter met spange ock
sulle vaeren want hadden sij int sin gehadt te bree
=cke met vranckrijck souden de scheepe die so rijcklij
gelade met gelt en andere waere in haer havens
lagen wel aengehoude hebbe, nu t gaet wonderlijck
aen alle kante toe, nochtans geloofve veelle dat het
vranckrijck meest omt huijs t oostenrijck te doen
is en om roomskeijser te sijn , godt de heere weet
alles, [uhEd schrijfvens vande 23 heb ick ontfange]

Vlag van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk met op een wit veld een dubbele zwarte adelaar onder een keizerskroon en met in de poten een zwaard en scepter, om de hals het ordeteken van het Gulden Vlies en op de borst een wapenschild met wederom het wapen van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk met in het midden op dit wapenschild een blanco wapenschildje waar het wapen van de regerende koning of keizer ingetekend kon worden. Vlag op vlaggensteng en mastvoet.
Vlag van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk, anoniem, 1667 – 1670. Collectie Rijksmuseum.

Geen brief zonder kaas

Gelukkig heeft Margaretha onlangs nog een brief van haar man ontvangen, waar ze dankbaar voor is. Ze hoopt dat er snel geld geregeld kan worden, zodat zijn troepen snel ter plaatse kunnen zijn. En natuurlijk mag er geen brief voorbijgaan zonder een vermelding van een kaasje. Ze heeft een aantal kazen met Teminck meegestuurd, in de hoop dat ze snel in Hamburg aankomen.

Een tafel met in het midden een halve brokkelkaas met daarop een schoteltje boter. Links een bord met twee grotere vissen (haringen?) en daarachter een brandertje met kleinere visjes (sardientjes?). Rechts naast de kaas staat een tinnen kan, en een berkemeyer (glas met wijn) met daarnaast een bordje met schijfjes gedroogde worst. Voor de worst liggen op een servet witte broodjes.
Tafel met servies, kaas, worst en vis, Alexander Adriaensen, Collectie Museo del Prado, Madrid.

Toch een aanval!?

En plots krijgt ze tijdens het schrijven nog bericht dat de vijand klaar staat om de posten tot Alphen aan de Rijn aan te vallen. God mogen haar en de haren beschermen! Hopelijk schenkt de Heer het leger moed. En wenst ze dat de vijand te schande wordt gebracht. Ze moet er niet aan denken, stel dat het vijandelijke leger toch doorbreekt? Wat te doen?

Eerste brieffragment over de aanval op Alphen aan den Rijn
Tweede brieffragment over de aanval op Alphen aan den Rijn

[te bestelle,] so int schrijfve wort mij geseijt
datter seeckere advertensie2Advertentie: kennisgeving, bericht sijn dat den vijant
gereet staet om alle Eure onse post tot
Alfhen te Atackeere3Attaqueren: aanvallen, de heer almachtich wil
ons bewaeren en ons volck manlijcke harte

geefven en onse vijanden te schande doen keere
of se quaeme door te breecken wat sou ick doen
ick hoop alleen op dien groote en almoogende
godt, in wiens bescherminge uhEd beveelle en
blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

  • 1
    Attenteren: ondernemen
  • 2
    Advertentie: kennisgeving, bericht
  • 3
    Attaqueren: aanvallen,

Het deugt daar niet…

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 april 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 mei 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met drie à vier tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat.

Bij stukjes en beetjes

Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.

Eerste pagina van de brief

rec. 2e may in Hamburg
wt Amsterdam
den 28 April 1673

Mijn heer en lieste hartge

hier koomende wist den ontfanger nergens minder
van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor
so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te
voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens
banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb
hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij
gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul
4410f heeft betaelt ende resteerende penin
ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde
toekoomende weeck te betaelle, maer tot de
betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f
kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel
Een maent of twee sal aenloope Eer mij die
betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor
hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt
lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick
blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent
gul genoome te hebbe men sou niet geloofve
wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie
krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal
niet versuijme het selfve so veel inte vorderen

Christus passeert met zijn leerlingen de tollenaar Matteüs en vraagt hem hem te volgen. Matteüs staat op van zijn bank en verlaat de tafel waar hij belasting int. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de Bijbeltekst in Mat. 9:9. Deze prent maakt deel uit van een album.
Roeping van (de tollenaar) Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum

Financiële verantwoording

Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.

Brieffragment over het geld voor Den Haag

alst doenlijck sal sijn, bidt niet qualijck te neeme
dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent
gul mee naer den haech sal neeme om aldaer
de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin
te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine
inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije
vande lest ontfangene 6000f wat daer meede
betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick
hier in hande van onsen drost om als hijt verde
=re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome
het saeme aen teminck sal telle het welcke
dan de som van vier duijsent sul sal sijn so
haest salder geen gelt vande leste ordinansi
ontfange worde of salt almeede in hande van
teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt
sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke
wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]

Alles naar de pakzolder

Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.

Eerste brieffragment over pakzolder
Tweede brieffragment over pakzolder

[wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet
dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier
naest de deur tot Een maeckelaer genaemt
raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de
maent gehuert heb voor 5f ter maent
altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons
en de vrou van ginckels silver koffers met sil=
=ver En ons kastge met transporte briefve
en noch twee vande kistges met vande nodichste
briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin

houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne
Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa
=ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier
nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer
betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn
goet noch niet inden haech wagen, 5f ter
maent kan gaen, [men is hier seer bekomert]

Links de achtergevels van de Engelsche huizen en de Doelensluis; in het midden de huizen staande aan de Doelenstraat; geheel rechts op achtergrond de Halvemaansbrug met daarachter het Diaconie Weeshuis en rechts op voorgrond, hoek Kistenmakergracht. Techniek: ets in kleurendruk (Teyler-procedé), ten dele handgekleurd.
De Binnen Amstel, gezien vanaf de Muntsluis ca. 1690 Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Friesland in gevaar, Brandenburg haakt af

Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.

Brieffragment over alle aanvallen op de Republiek

[maent kan gaen] men is hier seer bekomert
en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in
te breecken daer om daer volck gesonde sal
worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde
plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle
niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de
heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige
verlossine geefve, de sweetse Ambasadeurs seijtme
dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer
Acken, men kontiniweert noch te segge dat de
keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend heeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou
=we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede

Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.
Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.

Amsterdam laat het hoofd hangen

Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.

Gezicht over het IJ op de Amsterdam met van links naar rechts het Oost-Indisch Zeemagazijn op Oostenburg, de pakhuizen bij ‘s Lands Werf op Kattenburg, de Oosterkerk op Wittenburg en rechts het poortgebouw van ‘s Lands Werf. Op de voorgrond een roeiboot en daarachter een paar zeilschepen. Het IJ is vol met boten en bootjes. Net geen Sail Amsterdam.
Gezicht over het IJ op de oostzijde van de stad, Pieter Idserts Portiers, ca. 1750. Collectie Stadsarchief Amsterdam
Eerste brieffragment over de Amsterdamse kooplieden
Tweede brieffragment over de Amsterdamse kooplieden

uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en
hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees
stat meest bedurfven is de kooplie weeten
niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich
die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge
brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om
dat hamburch sonder defensi is, het minste

datter sal koome dat die stat sal wt geplondert
worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle
blijfve, [de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet]

Oorlogsvloot voor Pampus

De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.

Brieffragment over de oorlogsschepen

[blijfve] de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet
maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus
daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder
wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck, [het doet]

Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.
Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710. Collectie Rijksmuseum.

Sommelsdijkje zwanger van Labadie?

We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.

Brieffragment over de labadisten

[de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van
someldijcks9Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een
woort gehoort salder nae verneeme so haest ick
weer inden haech koom maer geloof niet datsij
wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat
juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is
swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe
ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,

“Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.

Bruin getekend medaillon met daarin het portret van een man met een mager gezicht met een flinke neus en een kleine kin met een baardje. Hij heeft een soort bloempotkapsel. Hij draagt een cape waar hij net zijn rechterhand in steekt. Onder de cape een jasje met veel knoopje en een witte, eenvoudige kraag. Links boven de medaillon een doornenkrans, rechtsboven een lauwerkrans. Onder de medaillon hulstblaadjes een kastanje in de bolster en een roos. Onder het portret staat geschreven: LABADIE Door Larisse geteekent naar 't leeven. Met een haal en een inktvlek aan het eind.
Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan
  • 2
    Ordinantie: regeling, verordening
  • 3
    Binnen Amstel
  • 4
    Friesland
  • 5
    aanvallen,
  • 6
    Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend
  • 7
    Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st)
  • 8
    Pampus
  • 9
    Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk
  • 10
    Maria van Aerssen van Sommelsdijk
  • 11
    Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte

Pagina 1 van 2

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén