Margaretha houdt het bij een korte brief vandaag. Ze begint met de melding dat het gelukkig goed gaat met haar schoondochter en kersverse kleinkind. En een gelukje: de aanval die dreigde, heeft nog niet plaatsgevonden.
Dreiging
Maar het gevaar is nog niet verdwenen, aangezien de vijand zich nog wel aan het voorbereiden is voor een aanval. Wel gaat het verhaal rond dat het eigen leger zich hier goed op voorbereid, het zou bijna onmogelijk zijn om door de verdediging heen te breken, maar Margaretha herinnert zich dat ze dit eerder heeft gehoord en dat de geschiedenis haar iets anders heeft geleerd. Oh god, en hoe moet dat toch met de bescherming van die schare kleinkinderen?
Rec. 3e. Junij in Hamburgh
haech de 29 meij 1673
Mijn heer en lieste
godt niet genoech konne dancke,] tot noch toe sijn wij hier in rust en hebbe de vijantte op onse post noch niet geatenteert1Attenteren: ondernemen hoewel men seijt sij alle preeperaesi daertoe hebbe gemaeckt se hebbe Een bruch overden rhijn tuschen Ameronge en wijck geslage men seijt sij haere vergader plaets tot seijst hebbe en ock op de heij bij naerde en dat se Amersfoort slechte onse poste seijt me dat alle so wel versorcht en ver =sien sijn dat naer menselijckerwijse onmoogelijck is dat ser door konne, dan wij hebbe Een ijaer her =waerts so veel gesien dat onmoogelijck scheen, dat men daer niet gerust op kan sijn maer sitte in geduerige vrees ick insonderheijt met al de kindere en noch so Een versse kraemvrou [daer toe de heer]
Van Ginckel in Gorinchem
Haar zoon zit nog in Gorinchem. Daar voert de graaf van Hoorn het bevel. Naar de mening van Margaretha heeft de graaf zeker voldoende moed, maar of hij genoeg bekwaamheid bezit om zo’n belangrijke positie te bekleden, daar is ze niet zeker van. Margaretha vreest aan de lopende band. Het vertrouwen gunt ze alleen de almachtige Heer.
Het gerucht over een mogelijke alliantie tussen de keurvorst van Brandenburg en de koning van Frankrijk wordt nu als waar beschouwd. Margaretha raakt politiek in de war. De Republiek heeft de keurvorst zo veel betaald voor het leger en nu het leger zo dichtbij is, sluit hij een vrede met de Fransen. Zonder het zijn bondgenoten te vertellen! Ze vraagt zich af waar het Lodewijk XIV eigenlijk om te doen is. De meeste mensen denken dat de koning van Frankrijk zijn zinnen heeft gezet op de titel Keizer van het Heilige Roomse Rijk. De keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekozen door de Duitse Keurvorsten, in 1658 had Lodewijk al een poging gedaan, maar was niet gekozen. Droomt Lodewijk XIV van een verzwakt Oostenrijk om zo de titel over te nemen?
[hoope ick dat ons bij sal staen,] men hout hier nu voorseecker dat de keurvorst met de koninck van vranckrijck is geackordeert daer men hier seer over roept dewijlle hij sulcke groote som gelts vande staet heeft heeft getrocken , tsijn voorwaer onbegrijp lijcke dinge dit dus buijten kennise van sijn gealiijeerde te doen, ick vreese wij niet beeter met spange ock sulle vaeren want hadden sij int sin gehadt te bree =cke met vranckrijck souden de scheepe die so rijcklij gelade met gelt en andere waere in haer havens lagen wel aengehoude hebbe, nu t gaet wonderlijck aen alle kante toe, nochtans geloofve veelle dat het vranckrijck meest omt huijs t oostenrijck te doen is en om roomskeijser te sijn , godt de heere weet alles, [uhEd schrijfvens vande 23 heb ick ontfange]
Vlag van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk, anoniem, 1667 – 1670. Collectie Rijksmuseum.
Geen brief zonder kaas
Gelukkig heeft Margaretha onlangs nog een brief van haar man ontvangen, waar ze dankbaar voor is. Ze hoopt dat er snel geld geregeld kan worden, zodat zijn troepen snel ter plaatse kunnen zijn. En natuurlijk mag er geen brief voorbijgaan zonder een vermelding van een kaasje. Ze heeft een aantal kazen met Teminck meegestuurd, in de hoop dat ze snel in Hamburg aankomen.
En plots krijgt ze tijdens het schrijven nog bericht dat de vijand klaar staat om de posten tot Alphen aan de Rijn aan te vallen. God mogen haar en de haren beschermen! Hopelijk schenkt de Heer het leger moed. En wenst ze dat de vijand te schande wordt gebracht. Ze moet er niet aan denken, stel dat het vijandelijke leger toch doorbreekt? Wat te doen?
[te bestelle,] so int schrijfve wort mij geseijt datter seeckere advertensie2Advertentie: kennisgeving, bericht sijn dat den vijant gereet staet om alle Eure onse post tot Alfhen te Atackeere3Attaqueren: aanvallen, de heer almachtich wil ons bewaeren en ons volck manlijcke harte
geefven en onse vijanden te schande doen keere of se quaeme door te breecken wat sou ick doen ick hoop alleen op dien groote en almoogende godt, in wiens bescherminge uhEd beveelle en blijfve Mijn heer en lieste hartge
Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met drie à vier tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat.
Bij stukjes en beetjes
Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.
rec. 2e may in Hamburg wt Amsterdam den 28 April 1673
Mijn heer en lieste hartge
hier koomende wist den ontfanger nergens minder van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul 4410f heeft betaelt ende resteerende penin ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde toekoomende weeck te betaelle, maer tot de betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel Een maent of twee sal aenloope Eer mij die betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent gul genoome te hebbe men sou niet geloofve wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal niet versuijme het selfve so veel inte vorderen
Roeping van (de tollenaar) Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum
Financiële verantwoording
Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.
alst doenlijck sal sijn, bidt niet qualijck te neeme dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent gul mee naer den haech sal neeme om aldaer de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije vande lest ontfangene 6000f wat daer meede betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick hier in hande van onsen drost om als hijt verde =re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome het saeme aen teminck sal telle het welcke dan de som van vier duijsent sul sal sijn so haest salder geen gelt vande leste ordinansi ontfange worde of salt almeede in hande van teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]
Alles naar de pakzolder
Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.
[wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier naest de deur tot Een maeckelaer genaemt raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de maent gehuert heb voor 5f ter maent altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons en de vrou van ginckels silver koffers met sil= =ver En ons kastge met transporte briefve en noch twee vande kistges met vande nodichste briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin
houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa =ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn goet noch niet inden haech wagen, 5f ter maent kan gaen, [men is hier seer bekomert]
Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.
[maent kan gaen] men is hier seer bekomert en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in te breecken daer om daer volck gesonde sal worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige verlossine geefve, de sweetse Ambasadeurs seijtme dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer Acken, men kontiniweert noch te segge dat de keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekendheeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou =we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede
Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.
Amsterdam laat het hoofd hangen
Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.
uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees stat meest bedurfven is de kooplie weeten niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om dat hamburch sonder defensi is, het minste
datter sal koome dat die stat sal wt geplondert worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle blijfve, [de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet]
Oorlogsvloot voor Pampus
De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.
[blijfve] de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck, [het doet]
Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710. Collectie Rijksmuseum.
Sommelsdijkje zwanger van Labadie?
We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.
[de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van someldijcks9Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een woort gehoort salder nae verneeme so haest ick weer inden haech koom maer geloof niet datsij wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,
“Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.
Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
1
De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan
2
Ordinantie: regeling, verordening
3
Binnen Amstel
4
Friesland
5
aanvallen,
6
Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend
7
Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st)
8
Pampus
9
Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk
10
Maria van Aerssen van Sommelsdijk
11
Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte
Margaretha begint haar brief met een ogenschijnlijk vrij oninteressant bericht. Godard van Ginkel is naar Gorinchem vertrokken om zijn regiment op orde te brengen. Zijn stalmeester, Kemp, heeft een paard van Isaäc de Blanche verkocht. Het was het slechtste paard en Kemp heeft hier 29 rijksdaalders voor kunnen vangen. Margaretha noteert ook voor hoeveel geld het paard heeft gegeten: 12 gulden in 15 dagen, oftewel 16 stuivers per dag. Er is ook nog een goed paard, maar het lukt in eerste instantie niet om deze te verkopen.
Twee paarden, één urinerend, de ander hinnikend, en een staande man, Philips Wouwerman, na ca. 1646. Collectie Rijksmuseum.
De militie
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg heeft verscheidene garnizoenen geïnspecteerd om de militie te monsteren. Er wordt gezegd dat de graaf van Waldeck van mening is dat de regimenten die het best betaald worden nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan… Hopelijk zijn de troepen die Godard Adriaan aan het werven is snel compleet. Men heeft goede hoop, aldus Margaretha, maar ze vreest wel dat andere machthebbers ook naarstig op zoek zijn naar verse manschappen.
[weer komt,] de graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg is in verscheij =de gernesoene2Garnizoenen gegaen om onse meliesi te monstere sijn so geseijt wort vint hij somige reesgemente die best betaelt sijn seer slecht het is bedroeft dat het lant so bestoolle wort daert so benoodicht is, men heeft hier al gehoopt het volck dat bij uhEd geworfve wort nu haest kompleet soude sijn, geloof daer te veel volck voor andere potentaete3Potentaten: machthebbers (neutraler dan we het nu zouden gebruiken) gesocht wort[, de]
Margaretha vreest de komst van Condé. Hij wordt in Utrecht verwacht en heeft daar onderdak nodig. Maar bij het huisvesten van een prins ga je niet over één nacht ijs. Als locatie voor deze prins is het Janskerkhof gekozen, maar geen van de daar aanwezige huizen is groot genoeg. Rondom het Janskerkhof lagen tot in de 16e eeuw huizen die bewoond werden door de kannuniken van St. Jan. In de loop van de 16e eeuw komen deze huizen in handen van burgers. Op de afbeelding is duidelijk te zien dat de huizen aan de noordzijde diepe voortuinen hebben die lopen tot aan de immuniteitssloot aan het Janskerkhof.
Overzicht van de immuniteit van St. Jan te Utrecht uit het zuiden gezien met in het midden het Janskerkhof met de Janskerk (Janskerkhof) en rechts de Drift, Berch, J.R. van den, landmeter/cartograaf, 1604. Collectie Het Utrechts Archief
Aletta Pater, de latere vrouw van burgemeester Jacob Martens, en haar zwager, burgemeester Johan van Nellesteyn, kopen de voortuin van één van die huizen en zij bouwen daarop twee aan elkaar grenzende huizen: nu Janskerkhof 15a en Janskerkhof 16. Deze huizen samen zouden genoeg ruimte kunnen bieden voor een prinselijke pied-à-terre. Beide burgemeesters waren inmiddels naar de andere kant van de waterlinie gevlucht. De tussenwand werd eruit gesloopt en hierdoor ontstond één groot huis. Misschien ziet Margaretha dit als een voorbode voor wat Condé allemaal nog meer gaat slopen. Een goede vrede zou welkom zijn, maar die is er nog lang niet. Gaat die vrede er überhaupt ooit komen?
[volck voor andere potentaete gesocht wort,] de prins van kondee4Louis II van Bourbon, prins van Condé wort alledage tot wtrecht verwacht het huijs vande de heere nellisteijn5Johan van Nellesteyn en martens6Jacob Martens sijn tot
de meure door Een geslaechge en tot Een huijs of loosgement voor hem gepreepareert, ick apreehendeere7Apprehenderen: vrezen sijn komste seer hadde wij Een goede vreede waer ons best maer hoe koome wij daer noch toe[, Eergistere op daenkomste]
Gezicht op de voorgevels van de huizen Janskerkhof 15 (rechts), 15A en 16 uit het zuidwesten, G.J. Lauwers, 1950-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.
Ambassadeurs en onderdanen
Het lijkt er niet op. De Zweedse ambassadeurs hebben bekend gemaakt dat Lodewijk XIV er niet op zit te wachten dat Johan van Reede van Renswoude als ambassadeur zou onderhandelen over vrede. Volgens de Franse koning is Van Reede van Renswoude als inwoner van het door de Fransen bezette Utrecht namelijk een onderdaan van Frankrijk. En dan zou het heel raar zijn als hij namens de Republiek zou onderhandelen over vrede. Van Reede van Renswoude is zeer onaangenaam verrast, maar Margaretha heeft vernomen dat Hollandse regenten erop zullen aandringen dat hij tóch mee mag.
[koome wij daer noch toe,] Eergistere op daenkomste van de franse briefve hebbe de sweetse Ambassadeurs men heere de state bekent gemaeckt dat den konin van vranckrijck niet verstaet den heer van rhijnswou8Johan van Reede van Renswoude in de Ambasade weegens deese staet sal gaen dewijlle hij Een onderdaen van hem is, dat hij niet begeert sijn Ambassadeurs met sijn onder daene die van Een andere staet koome sulle be= =soeijngeere9Besogneren: beraadslagen, onderhandelen, dit seijt me heeft sijnhEd seer gesupre =neert10Surpreneren: verrassen, verwonderen, doch so mij van Een hollants reegent geseijt is soude bij men heere van hollant daer op aengehoude worde dat hij mochte mee gaen
De keurvorst legt de wapens neer
De secretaris van de keurvorst heeft geschreven dat de keurvorst een wapenstilstand van drie maanden met Frankrijk heeft gesloten. De keurvorst beloofde zich afzijdig te houden in de oorlog tussen Frankrijk en de Republiek. Iedereen is boos op Gerard Bernhard van Pöllnitz. Hij heeft zoveel subsidiepenningen gekregen! Ach, men heeft altijd wat te klagen…
[antwoort op koomt,] noch is hier gister avont tijdin gekoome vande keurvorst seekreetaris vande keur
vorst van brandenburch genaemt kolombie die schrijft dat den heere keurvorst stilstant van wapene voor drie maende met vranckrijck gemaeckt heeft daer al ses weecke van om soude sijn , hier roept men nu weer op nieu dat den heere penits11Gerard Bernhard van Pöllnitz so veel supsidie peninge noch heeft gekreechge, in soma hier valt altijt wat te segge[, hoe salt ons]
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Acte van garantie
Margaretha heeft Gaspar van Kinschot gesproken over de Acte van Garantie. Van Kinschot raadt net als Gaspar Fagel af om een memorie over de Acte van Garantie naar de Staten Generaal te sturen. Hij gaat nog wel even voor Margaretha nakijken hoe het precies volgens het Gelders recht zit met de obligatie of schuldbekentenis van Van Ginkel. Gelukkig komt Godard Adriaan snel thuis. Ten minste, als het waar is dat de keurvorst een wapenstilstand heeft gesloten.
noch gaen, ick heb den pensionaris kinschot12Gaspar van Kinschot ge sproocke weegens onse ackte vande garant en ock vande oblijgaesi13Obligatie: schuldbekentenis die de heer van ginckel ons pas =seere sou, opt Eerste is hij volkoomentlijck int advijs vande heere raetpensionaris14Gaspar Fagel dat ick als noch soude swijge en geen reequest of memoorij aende state generael preesenteere seggende het selfe noch ontijdich te sijn, opt tweede heeft hij mij belooft nae te sulle sien hoe de gelderse rechte legge en in wat forme die oblijgaesi tot bundichste sal konne ingestelt worde so dat waer is dat de keurvorst stilstant van wapenen heeft vermoede ick dat uhEd wel in korte mocht thuijs koome[, den ontfanger]
[beeste meer weetender geen raet mee,] het doch =tertge vande heer van wulfve dat ick hier had gebrocht om inde rou te kleede is den derde dach dat sij hier is sieck geworde heeft Een kon tiniweelle koorts met Een verheffin, hoope de goede godt haer sal verleene wat haer salich is en uhEd in sterckte en gesontheijt laete toe neemen , dit wenst van harte
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijf MTurnor
[so komt kemp]
PS: Het tweede paard is ook verkocht
Aan het eind van de brief komt Margaretha in een PS op de paardenhandel terug: Kemp meldt dat hij ook het tweede paard heeft verkocht. Voor 30 rijksdaalders, één rijksdaalder meer dan hij kreeg voor het ‘slechte’ paard. Het veevoer is zo duur… Gelukkig, zo schrijft Margaretha eerder in haar brief, wordt het snel beter weer en kan het vee heerlijk van het verse gras genieten. Het leuke van deze brief is dat de memorie – vergelijkbaar met een bonnetje – bewaard is gebleven.
so komt kemp segge dat hijt tweede paert van blansge verkocht heeft voor 30 rij rijxsdael het kost niet meer gelde heeft der mo noch veel moijte toe gedaen, het voer is hier so dier dat mense niet langer dorst houde
Memorie van de verkoop van twee paarden van Isaäc de Blanche, ontvangen op 19 en 21 april 1673. Bron: HUA, inv. nr. 1001, toeg. nr. 2723
1
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
2
Garnizoenen
3
Potentaten: machthebbers (neutraler dan we het nu zouden gebruiken)
Het is een weekje stil rondom de brieven van Margaretha. We weten dat zij actief bezig is met het proberen de toezegging voor het geld van de Acte van Garantie los te krijgen. Godard Adriaan zit ondertussen ook niet stil. Godard Adriaan heeft van alle belangrijke brieven minuten (kopieën) bewaard. De enige brief aan zijn vrouw waar hij minuten van heeft bewaard, is de brief direct nadat hij van de brand gehoord heeft.
De brief van 3 maart van zijn vrouw ontvangt hij de tiende en hij schrijft gelijk terug. Waarschijnlijk was zijn keuze van woorden hierbij zo belangrijk, dat hij een minuut gemaakt heeft. Misschien in dit geval een kladje voor hij de definitieve brief schreef. Dit is ook een van de weinige brieven die Margaretha bewaard heeft, dus de brief zit twee keer in het archief.
Familiehuis
Wat bijzonder is om te lezen, is dat ze allebei eenzelfde insteek hebben. Godard Adriaan memoreert hoeveel tijd en energie ze in het huis gestopt hebben om het mooi en aanzienlijk te maken. Hiermee bevestigt hij wat Margaretha al op 17 februari schreef, een brief die hij op 24 februari ontvangen heeft. Alleen bouwt Margaretha voort op de generaties Van Reede die het huis eerder hadden en Godard Adriaan kijkt vooruit naar het nageslacht.
Het soude mij bedroeven, bij aldien ick op godt niet en vertrouwde, die ick weete dat alles ten besten ende tot onse salicheijdt dirigeert, uijt UHoEd schrijvens vanden 3e martij te sien, het ruineren ende afbranden van onse goederen ende huijsen tot Amerongen, ende waer voor UHoEd ende ick met soo onverdrietigen arbeijdt nu 30 jaeren aenden anderen hebben getobt, om hetselve in een goeden ende aensienelijcken staet ” te brengen; [hetwelcke als]
God spreekt Job toe vanuit een storm. Hans Holbein (II), 1538. Collectie Rijksmuseum
De Heer geeft, de Heer neemt
Ze kiezen allebei voor het zelfde fragment van Job 1:21: “De Heere heeft gegeven, en de Heere heeft genomen; de naam des Heeren zy geloofd”. Godard Adriaan gebruikt het op 10 maart, Margaretha op 13 maart. Zij heeft zijn brief dan nog niet gelezen. Bij Godard Adriaan is de aanleiding dat hij gelooft dat ze zich te veel met het wereldse en te weinig met het geene dat daar boven is bezig gehouden hebben. Margaretha draait het om. Voor haar is Job de hoop waarmee ze vooruit kijkt: als het Gods wil is, zullen ze genoeg middelen hebben om het huis weer op te bouwen en anders hoopt ze op een huisje in de hemel.
[staet ” te brengen;] hetwelcke als ick naerdencke, hoe wij ons tot meermaelen daermede hebben becommert, ende meer met het weereldse als het geene daer boven is, besich gehouden, soo vinde ick, dat wij over dit ongeval weijnigh reeden van claegen souden hebben, maer veel eer mogen seggen, godt de heere heeft het gegeeven, ende hij heeft het wederom genomen, sijnen naeme blijve eeuwigh verheerlijckt
De regelmodus
Net als zijn vrouw schiet ook Godard Adriaan in de regelmodus. Ook hij is met de Acte van Garantie bezig en schrijft de nodige brieven. Er gaan ook brieven naar anderen uit, waarin hij alvast vooruit loopt op de herbouw. Hij schrijft aan ene Resident Le Maire in Denemarken op 17 maart een brief waarin hij onder andere al bouwmateriaal aan het regelen is.
[vaderlandt getrouw blijf,] wordt het vreede soo sal ick mijn huijs met godts hulpe weer opbouwen; is het soo groot niet als voor heenen, dat icker ten minste een verblijf hebbe, ende hoop ick dat ick dan soo veel genade sal verwerven bij sijn Ma.t van Denemarcken, dat hij mij daer toe met twee scheepen met houdt wil subvenieren, gelijck oock den Curf.t van Brandenb. en Mevrouw den Curfurstinne mij hebben belooft, datse mij ijser, calck, ende eijcken houdt daer toe sullen vereeren, als de saecken eens we derom in rust sijn
Margaretha
Waar Margaretha zich zorgen maakt over de gezondheid van haar man, maakt Godard Adriaan zich zorgen over de geestelijke gesteldheid van zijn vrouw. Op dezelfde 10 maart dat hij de brief van zijn vrouw ontvangt, schrijft hij zijn zoon het volgende:
de vrouw van Amerongen, hoop ick niet, dat sij in het verlies van onse goederen, haer te veel sal ontstellen, want het sijn weereldse saecken die haer selven redden
Wat zou het fijn zijn als ze elkaar weer eens gewoon in de ogen konden kijken.
Omhelzend paar, no. 6, Heinrich Aldegrever, naar Hans Schäufelein, 1538. Collectie Rijksmuseum
Al eerder schreef Margaretha over gedonder met de post. Nu schrijft ze dat ze gisteravond drie brieven van Godard Adriaan heeft ontvangen. Het zijn oude brieven; twee van begin februari en één van 30 januari. Zou er misschien iemand zijn die de brieven ophoudt…?
Een andere postdienst
Ondertussen krijgt Willem III brieven van de keurvorst van Brandenburg van veel recentere datum dan de brieven die Margaretha van Godard Adriaan ontvangt. Margaretha besluit haar brieven met de Brandenburgse gezant Matthias Romswinckel mee te geven.
[wel moeijelijck,] met gelooft hier datter Eimant onder moet speelle die de briefve op houde en uhE daermeede Een part soecke te speelle, want so ick bericht wort krijcht sijn hoocheijt wt het leeger vande keurvorst briefve die wel Een post verser sijn als die van uhEd koome, ick sal nu de mijne met romswinckel sien te sende, en sien ofse beeter sulle bestelt worden[, nu moet ick tot mijn leet]
Margaretha moet zich verontschuldigen voor het slechte nieuws: intendant Louis Robert eist nu echt drieduizend gulden van de Van Reedes. Wanneer de Franse ambtenaar het geld niet ontvangt, zal hij het huis in Amerongen in vlammen doen opgaan. Margaretha’s smeekbede heeft dus geen enkele zin gehad. Zoon Van Ginkel heeft aangeraden het bedrag te betalen, maar Margaretha twijfelt. De intendant beweert dat het bedrag maar eenmalig dient te worden betaald, maar geeft tegelijkertijd aan dat hij dat niet zwart op wit kan zetten. Louis Robert is immers ook afhankelijk van de wil van de Zonnekoning.
[sulle bestelt worden,] nu moet ick tot mijn leet weesen alweer van swaericheijt spreecken, hierkoo= =mende viend briefve van de seeckreetaris van Ameronge en vande prockereur generael, daer de heer van ginckel uhEd de kopijen van heeft met de laeste post gesonde, die segge dat den intendant perforse1Parforce: met (alle) geweld drije duijsent gul van ons wil hebbe of wil met de Exsckusi van ons huijs te doen springe en voort alles te ruweeneere voort gaen, ick ben
[alles te ruweeneere voort gaen,] ick ben ten hoochste bekomert niet weetende wat hier in sal doen den heer van ginckel sou niet gaere sien dat sij tot d Exsekusi soude koomen hij meent wij daer die 3000f aen hoorde te wagen, de intendant seijt dat het maer voor Eens te geefve sal vrij sijn doch wil daer geen verseeckerin vandoen seijt het opt woort van koninck moet aen laete koo =me se segge ock dat onse ackte van garant als der op Aen sou koome maer Een acksi sou sijn daer mij het naer loope meede sulle hebbe ick kan niet segge hoe benaut ick hier over ben [sou ock wel licht het gelt geefve om ons]
Wat wil Godard Adriaan?
Margaretha weet zich geen raad. Als ze wist dat Godard Adriaan van mening is dat ze het geld moeten betalen om het huis te behouden, dan zou Margaretha dat in een oogwenk doen. Maar ze heeft geen tijd om zijn advies af te wachten en besluit bij goede vrienden te rade te gaan.
[ben] sou ock wel licht het gelt geefve om ons huijs te konserveere so ick wist uhEd aengenam sou sijn, daer is geen tijt om uhEd advijs af te wachte sal met goede vriende te rade gaen
Verse rekruten
Ondertussen heeft Willem III in de vergadering van de Ridderschap voorgesteld om de oude regimenten te ontbinden en verse rekruten uit Duitsland aan te nemen. Hier is niet iedereen het mee eens; er wordt flink over gemopperd. Margaretha zegt het niet met zo veel woorden, maar het is duidelijk dat haar man verantwoordelijk gaat zijn voor het werven van nieuwe rekruten. Het is een korte brief geworden. De stalmeester van Georg-Friedrich von Waldeck-Eisenberg is namelijk met spoed door Willem III naar Godard Adriaan gestuurd en staat op het punt te vertrekken. Margaretha geeft de voorliggende brief dus niet met Romswinckel mee, maar met de stalmeester van de graaf van Waldeck.
sijn hoocheijt heeft inde va vergaderin van rider schap, alhier geprooponeert2Proponeren: ter tafel brengen om de oude reesge =ment die heel wat gedevaeliseert3Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend) sijn te kasseere4Casseren: afzetten, uit ambt ontzetten en weere nieuwe aenteneeme die wt duijtslant soude koomen, hier murmereere veel seer over, brenger dees is de stalmeester vande graef van waldijck die Espres van sijnhoo aen uhEd wort afgesonde en so vertreckt daerom dees moet Eijndige blijf Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
P.S.: Hoe gaat het met u?
Op het laatste moment besluit Margaretha toch nog even snel te vragen hoe het er voor staat met de Brandenburgse troepen. En oh ja, niet onbelangrijk, hoe gaat het eigenlijk met Godard Adriaan?
sal seer naer uhEd briefve verlange hoet daer met de leegers van heere keurvorst sal sijn, en insonderheijt5Inzonderheid: voornamelijk met uhEd, de heer almachtich wil twerck tot onsen beste seegene en uhEd bewaere
1
Parforce: met (alle) geweld
2
Proponeren: ter tafel brengen
3
Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend)
Jawel, er is goed nieuws. Eindelijk lijkt er schot in de oorlog te zitten! Margaretha’s lieve vaderland heeft eindelijk een beetje geluk. Na maanden wachten komt het leger van de Keurvorst eindelijk de kant van de Republiek op! Hopelijk wordt dit leger gezegd door de Heer en slaagt het plan om de Republiek te bevrijden.
Ook het Staatse leger lijkt niet stil te zitten. Er zijn weer schoten gehoord maar wat er precies gaande is weet Margaretha nog niet. Ze heeft sowieso niet veel tijd om te schrijven op het moment. Nog even een gebed dat de Heer Godard Adriaan zal beschermen en weg gaat ook deze brief met de post.
De Grote Keurvorst, Friedrich Wilhelm, als veldheer tijdens de slag, Wilhelm Camphausen (1818-1885). Collectie onbekend. Bron: Kunsthaus Lempertz
Mijn heer en lieste hartge seedert het af sende van mijne van heede ge schreefve ontfange die van uhEd vande 26 ijanwarij die nu verser is en Eer overge koome als in lange gehad heb, men is hier verheucht met de op tocht vande keer keurvorsts leeger het welcke de heer al= =machtich wil seegene en wel laeten ge =lucke alle sijne deseijne1dessein: plan ten beste van ons liefve vaderlant, het welcke wel in noot is, ock die van sijn hoocheijt die met meest al ons vo krijsvolck op is men heeft hier deesen avont seer hooren schieten dan men weet niet van waer of wat het is men verlanckt seer naer de wtkomst vant deeseijn, daer worde meest al de wagens en sleen op geprest2pressen: Dieren of zaken ten bate van het gemeenebest, inzonderheid voor militair gebruik, opeischen, al het volck vlucht meest wt den haech de
almachtich wil ons bij staen, het jamert mij seer uhEd weer op moet de heer hoop ick sal deselfve voor alle ongeluck in gesontheijt bewaere, nu sal ick met inpaeseijensie3inpatentie: ongeduldigheid verlange naer uhEd briefve om te hoore het suckses vande deseijns vande keurvorst, het gelt sal ick aen romswinckel4Matthias van Romswinckel, diplomaat van de Keurvorst in Den Haag betaelle so haest het heb ontfange, nu moet ick om kortheijt des tijts Eijndige blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
1
dessein: plan
2
pressen: Dieren of zaken ten bate van het gemeenebest, inzonderheid voor militair gebruik, opeischen,
3
inpatentie: ongeduldigheid
4
Matthias van Romswinckel, diplomaat van de Keurvorst in Den Haag
Vier dicht beschreven kantjes, een P.S en nog twee later toegevoegde blaadjes: de brieven van Margaretha worden steeds langer terwijl de winter gaat strengen en de dreiging toeneemt. Ook boven Amerongen komen donkere wolken te hangen, hoewel het voorlopig nog overeind zal blijven staan. Dit in tegenstelling tot een kasteel veel verder zuidelijk…
Garnizoen van Maastricht neemt Valkenburg in
Willem III is met het leger Maastricht gepasseerd en op weg naar Tongeren. Ook vijf regimenten van het garnizoen van Maastricht moeten zich gereed houden met proviand voor vijf dagen.
[rhijn al soude gepasseert sijn], de briefve van Maestricht brenge vandaech meede dat sijn hoocheijt wt lant van guijlijck1Het land van Gulik (Jülich), ten oosten van Heerlen opgebroocke en Maestricht passeert om ist niet met het heelle leeger met Een gedeelte naer tongere2Tongeren, Vlaamse plaats 20 km ten zuidoosten van Maastricht te gaen 5 reesgemente wt Maestricht was aengeseijt haer op de tromslach gereet te houde en haer voor 5 dage te proviandeere,
Margaretha neemt aan dat haar man gehoord zal hebben dat datzelfde garnizoen een paar dagen eerder Valkenburg heeft ingenomen.
[toelaetinge niet en geschiet, moet zijn], dat het garnisoen van Maestricht valckenburh3Valkenburg heeft ingenoome sal uhEd hebbe gehoort, [nu aen=]
De Duitse troepen zijn helaas nog steeds niet over de Rijn. Margaretha is echter zeer verheugd te horen dat haar echtgenoot een brief van dank van officiële zijde heeft ontvangen voor het feit dat hij de Keurvorst überhaupt zo ver heeft gekregen om tegen de Fransen in het geweer te komen. Een belangrijk deel van zijn missie is dus geslaagd, terwijl Dijkveld in Engeland minder succesvol is geweest.
tis mij seer lief dat uhEd sul =cken oblijgante brief van danckseggin heeft ontfange dit geeft geen kleijn kon =tentement maer wel groote gerusticheijt
en konne godt niet genoech dancke dat uhEd sijn doen met geen attestasie4verklaring omtrent de feiten hoeft te defendeere5verdedigen gelijck ick sie dat den heer van dijckf6Everard van Weede van Dijkveld doet
Portret van Everard van Weede, Jacob Houbraken, naar Aert Schouman, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum
Water wegmalen onder het ijs
Koning Winter blijft dreigen. Gisteren en eergisteren heeft het weer flink gevroren. Margaretha hoort zeggen dat men het ijs op elk gewenst moment onder water kan laten lopen, daar waar de vijand er overheen zou kunnen komen. Bovendien kan men het water er onder vandaan malen. Ze moet het nog zien en is er niet gerust op. Maar gelukkig is het nu weer ‘vuil dooiweer’.
[hoe meer beschuldicht,] gistere en Eergistere begost7begon het hier scherp te vriese, daer door me seer bekommert was hoewel geseijt wert dat men de passaesge daer de vijant door sou moete koome alle Eure8alle uren, elk moment het water over t ijs kan doen loope, ent water ondert ijs wech maelle, dan dit is maer segge alst ter op aen quam sout te besien staen, nu de heer wil ons bewaere, het is weer vuijl doeij weer, [t is mij seer lief dat uhEd sul]
Amerongen in gevaar
De zoon van Teunis Huibertse heeft geschreven dat het in Amerongen ondertussen weer een poosje rustig is geweest omdat er geen troepen meer doorheen zijn getrokken. Hij heeft een sauvegarde gekregen: een (aantal) Franse solda(a)t(en) die hij moet onderhouden met zeven gulden in de week en die er dan (hopelijk) voor zorgen dat hij niet door andere Fransen wordt uitgekleed. Een maffiose beschermingsregeling dus. Daarnaast heeft hij een schriftelijke verklaring van bescherming gekregen, die hij Margaretha heeft toegestuurd en waarvan hij denkt dat deze ook voor het Kasteel geldt. Maar Margaretha leest er het tegenovergestelde in: de sauvegarde geldt voor huizen, meubelen en vee van het dorp Amerongen, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Ze had liever gehad dat het kasteel helemaal niet genoemd was! Ze vermoedt dat de secretaris niet goed Frans verstaat, of in ieder geval geen Franse drukletters begrijpt. “Daardoor vrees ik dat ze niets goeds met ons huis in de zin hebben, en dat ik daar nooit meer terug zal komen”
doch dat hij Een savegarde9Sauvegarde: bescherming van goederen of personen heeft bekoome die sij seeve gul sweecks10zeven gulden per week op sijn Eijgekost en dranck ock Een schrijftelijck die hij heeft laete drucke en mij Een gedruckte kopij van toegesonde hij seijt speesiael de konservasie11het behoud vant huijs te Ameronge daer in begreepe te hebbe, maer nu ick die wel nae sien bevinde niet min als ons huijs daer in begreepe, maer ter kontra =rije12in tegendeel, se is voor de huijse meubele en beestiaele13veestapel van Ameronge, behalfve voort kasteel dat sij wt druckelijck daer in sette, het waer mijns oordeels beeter geweest het kasteel daer niet in genoemt waer, het is int frans het welck geloof de seekreetaris niet verstaen heeft of noch int gedruckte niet en verstaet, hier door vrees ick datse noch al niet goets met ons huijs int sin hebbe en ick daer noijt weer op sal
In een P.S. komt ze er weer op terug, na tussen neus en lippen door even gemeld te hebben dat het met alle kinderen weer goed gaat. Ze citeert de letterlijke Franse tekst.
de kindere sijn alle de heer sij gedanckt weer wel inde savegarde14Sauvegarde: bescherming van goederen of personen is wtdrucklijck met deese woorde le village d ameronge maijson meubles bestiaux E fourages, al la reserve du chateau du d lieu nous deffendons tres Expressement a tous gens de guerre qui sont sous notre commendement de ne rien prendre enlever15het dorp Amerongen [met] huis, meubels, dieren en voorraden, met uitzondering van het kasteel ter plaatse, nemen wij uitdrukkelijk in bescherming tegen soldaten die onder ons bevel staan, om niets weg te nemen Etc voeraesge16fourage:voorraad (van o.a. veevoer) hoeft geen savergerde want dat is altemael wech
Ze stelt bitter vast dat voor de voorraad niet eens een sauvegarde nodig was, want alles is toch weg. Hun hele agrarische bedrijf in Amerongen is opgedoekt. Alle dieren, op één na, zijn verkocht, omdat ze er geen voer meer voor konden krijgen. Al het personeel is afbetaald en uit dienst. Wat Teunis Huijbertse zelf nog doet zal voortaan in daghuur zijn. Op wat over is zal hij zo goed mogelijk proberen te letten.
ons menaesge17ons bedrijf is te Ameronge teenemael op gebroocke alde beeste op Een naer verkocht want sij kosten18konden daer geen voer voor houd of krijgen, altvolck is af betaelt en wt onsen dienst gegaen, tgeene teunis voor taen sal doen sal in dach huer sijn hij heeft aengenoomen op alles te sulle lette en sien so veelt moogelijck is noch te konserveere t geene daer noch over =rich is, men seijt sijnhoocheijt het kasteel te valckenburch19Valkenburg, Zuid-Limburg heeft doen springe20Op 6 december liet Willem III het kasteel opblazen en de stadswallen verwoesten. Het was voor de Fransen de uitvalsbasis voor de inname van Maastricht. Willem III wilde dat voorkomen. Helaas, in juni 1673 werd Maastricht alsnog door de Fransen ingenomen.
Kasteel Valkenburg opgeblazen
En dan, zonder overgang, volgt er nog een regeltje van grote betekenis over een heel ander kasteel: Willem III heeft Valkenburg in de lucht laten vliegen! Ze maakt er verder geen woorden aan vuil, maar achteraf kun je er een voorafspiegeling van het lot van haar eigen kasteel in lezen. Alleen staan hier de daders aan de andere kant. In het geval van Valkenburg was het ook nog eens tevergeefs: Maastricht werd in 1673 alsnog door de Fransen ingenomen, iets wat Willem III met de vernieling van voorpost Valkenburg had willen voorkomen.
Landschap met ruïne van Kasteel Valkenburg, Paulus Lauters, ca. 1840. Collectie Rijksmuseum
1
Het land van Gulik (Jülich), ten oosten van Heerlen
2
Tongeren, Vlaamse plaats 20 km ten zuidoosten van Maastricht
3
Valkenburg
4
verklaring omtrent de feiten
5
verdedigen
6
Everard van Weede van Dijkveld
7
begon
8
alle uren, elk moment
9
Sauvegarde: bescherming van goederen of personen
10
zeven gulden per week
11
het behoud
12
in tegendeel
13
veestapel
14
Sauvegarde: bescherming van goederen of personen
15
het dorp Amerongen [met] huis, meubels, dieren en voorraden, met uitzondering van het kasteel ter plaatse, nemen wij uitdrukkelijk in bescherming tegen soldaten die onder ons bevel staan, om niets weg te nemen
16
fourage:voorraad (van o.a. veevoer)
17
ons bedrijf
18
konden
19
Valkenburg, Zuid-Limburg
20
Op 6 december liet Willem III het kasteel opblazen en de stadswallen verwoesten. Het was voor de Fransen de uitvalsbasis voor de inname van Maastricht. Willem III wilde dat voorkomen. Helaas, in juni 1673 werd Maastricht alsnog door de Fransen ingenomen.
De brief van vandaag is heel bijzonder: de adressering is bewaard gebleven!
Margaretha neemt een apart velletje papier om om haar brief te doen. Ze vouwt het zorgvuldig om de brief heen en sluit de brief dan af met zegellak. Ook de adressering is van een eenvoud die we nu niet meer kennen: meneer van Amerongen bij de keurvorst in het leger. En desondanks komen de brieven langzamerhand weer beter aan.
De arts
Het gaat steeds beter met Welland, hij blijft nog op zijn kamer, maar de koorts is weg en hij krijgt weer trek. En hoe!
Margaretha’s angst is waarheid geworden: Tietge heeft de pokjes. De arts van Welland heeft er naar gekeken en die zegt ook dat het een kwaaie aard van pokjes is. Margaretha is duidelijk: ze luistert niet naar de arts, ze houdt zich gewoon aan de oude sleur. Is dit een sneer naar Welland die juist zo aan de arts hangt?
den heer van wellant is heel aent beeteren doch hout noch sijn kamer de koorts heeft hem ver laete ock krijcht hij smaeck int Eeten en ver lanckt daer middach en avont naer, onse liefve tietge heeft de pockges is heel vol wt geslage se sijn als punte van spelde so kleijn en wille niet wel op koomen den docktoor van wou die over de heer van wellant gaet seijt het Een seer vuijllen aert van pockges is, datse so quaelijck op koome bekomert mijn seer, wij gebruijck geen raet vande docktoor maer volgen den oude sleur, sij is gesont van harte nu se wtgeslage sijn, ick hou de andere kinde =ren daer heel af, so lan de 9 dage niet om sijn isser niet van te segge de heere
hoope ick salse weeder tot gesontheijt brenge of geefve wat haer en ons salich is, [hoewel]
Het is weer niet gelukt om geld te krijgen, maar er is gelukkig wel een brief van haar zoon! En die brief komt uit Bernouw, ten zuidoosten van Eijsden. De mannen hebben het zwaar: eindeloos marcheren, slapen onder de blauwe hemel en er is nauwelijks hooi en stro voor de paarden meer te vinden. Nu hebben ze een paar dagen welverdiende rust. Waar ze heen gaan? Het blijft gelukkig geheim.
[vaeren sal te verwachte staen,] vandae hebbe wij briefve vande 18 deeser van de heer van ginckel gekreechge, wt barnau1Berneau/Berne/Bernouw ten zuidoosten van Eijsden Een half eur van navange2Navagne, Fort Navagne bij Eijsden, ook bekend als de Elvenschans , sijn hoocheijt lach op Eijsde ent hooft quartier int dorp tot Eijsde, ons volck so ick hoore was al vrij wat gefatigeert hebbe dach op dach gemarscheert en snachts onder den blauwen heemel moete rusten, daerse quamen weijnich voeraesge3Fourage: millitaire term, hooi en stro voor de paarden gevonde, so hebbe daerse nu sijn seedert heeden acht dagen gerust het welcke noot= saecklijck was, het deseijn4Dessein: doel van sijn hoocheijt wort noch heel geseeckreeteert5Secreteren: geheim houden dat goet is,
Eindelijk gevechten!
Wat betreft de troepen van de keurvorst hoopt Margaretha dat ze inmiddels bij de Rijn zijn. Bovendien is ze blij dat er eindelijk gevochten is. Het fijne van de gevechten komen we uit haar brieven niet te weten. We weten ook niet of Margaretha zich een beeld kan maken van hoe het er bij de veldtocht aan toe ging. Het diplomatieke spel ging ook tijdens de veldtocht door. Godard Adriaan had te maken met een belangrijke tegenkracht: Raimondo Montecuccoli, ervaren militair en geslepen diplomaat. Hij werkte voor de Keizer van het Heilige Roomse Rijk en had één opdracht: zorgen dat er niet gevochten werd. En hij was hierin erg succesvol.
Het leger van de Keurvorst bestond ook niet alleen uit Brandenburgse troepen, maar ook uit troepen van de keizer onder Montecuccoli’s bevel. In dat leger was de Hertog van Lotharingen, Karel IV, vertegenwoordigd met ongeveer 2.500 ruiters. Lodewijk XIV had twee jaar tevoren Lotharingen ingelijfd. Hertog Karel IV wilde dus maar wat graag tegen de Fransen vechten. Het lukt zijn soldaten om in gevecht te raken met Franse troepen en succesjes te behalen. Waarschijnlijk doelt Margaretha op deze gevechten. Helaas werd dit eigen initiatief van de Hertog van Lotharingen half november door Montecuccoli de kop ingedrukt.
men is hier verblijt overt reijnkonder6Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. datter tuschche den heere keurvorst en volckere en de franse is geweest, te meer om datse nu feijtelij hebbe geageert7Ageren: krijgshandelingen verrichten , men hoopt de keurvorst met sijn volckeren nu over den rhijn sal sijn, en dat me nu alledaech wat goets sal hooren konde8Louis II van Bourbon, prins van Condé gelooft men niet dat noch so naer bij uhEd kan sijn, de heer almachtich wil den heere keurvorst uhEd ent ganse leeger bewaer het selfve vicktoorije en overwininge geefe daer hier wel hartelijck voor gebeeden wort
Schaatsen
Bij de serie “klein nieuws” hoort inmiddels het platbranden van dorpen: deze keer was Abcoude aan de beurt. Het was nu een militaire actie. In de Kasteel van Abcoude zaten Staatse militaire, die probeerden de Fransen eruit te krijgen. Dat is gelukkig niet gelukt. Verder wil de Vrouw van Ginkel nog steeds naar Gelderland en zijn de koopvaardijschepen uit de oost behouden binnen gekomen.
In de serie “bijzonder nieuws” vertelt Margaretha dat de Fransen schaatsen hebben aangeschaft. Dat is vast niet vanwege de originele Hollandse ijspret. Ze hoopt maar dat ze de winter rustig doorkomt en in Den Haag kan blijven.
[meer van hoope sij goede raet sal volgen,] en wij met rust deese winter hier sulle mooge blijfve, men seijt den vijant meenichte van ijspoore9IJssporen: metalen punten die je onder je schoenen, klompen of laarzen kunt binden om grip te krijgen op het ijs en schaetse laet maecken, [vermeer]
Er is voor Margaretha weinig nieuws om te melden aan Godard Adriaan, maar zoals beloofd slaat ze geen post over. Na de Slag bij Naarden blijft het stil. Willem III is weer naar Zwammerdam “of daer on trent” getrokken met zijn leger en er schijnt iets op handen te zijn. Wat dat is, dat weet Margaretha niet.
Gezicht op het kwartier van prins Willem III te Bodegraven, Valentijn Klotz (manier van), 1672. Collectie: Rijksmuseum
de quade tijdine die wt poo =len komt maeckt hier onder de koopliede geen kleijne ontsteltenis en vreest men dat de keijser1De Oostenrijkse keizer Leopold I daer door so veel te doen mochte krijge dat ons die volckere mocht
ontrocke worden, andere segge weer dat dat geen noot sal sijn dewijlle so geseijt wort de muskovijter2Moskovieten: het Tsaardom Rusland stond ook wel bekend als het Tsaardom Moskovië den pool te hulpe sal koome
Voor de Republiek lijkt deze verre oorlog die zich afspeelt in Oekraïne op het oog niet heel relevant. Toch zien de kooplieden — en Margaretha — hier wel reden voor zorgen. De oorlog woedt dicht bij de grenzen van het Heilige Roomse Rijk, waar Leopold I over heerst. Bovendien liggen gebieden van de Keurvorst van Brandenburg ook relatief dichtbij het oorlogsgewoel. Deze twee Duitse vorsten zouden bij een Ottomaanse doorbraak op hun eigen gebieden moeten letten en minder aandacht en troepen over hebben voor de Republiek. Die langverwachte Brandenburgse troepen zouden dan toch nog weggetrokken worden.
Na het delen van dit onheilspellende nieuws gaat Margaretha snel weer over tot de orde van de dag. Godard Adriaans salaris, wat ze nu al maanden probeert te innen, is immers nog steeds niet binnen.
1
De Oostenrijkse keizer Leopold I
2
Moskovieten: het Tsaardom Rusland stond ook wel bekend als het Tsaardom Moskovië
De brief die Margaretha stuurt aan Godard Adriaan op 8 februari 1672 begint met alledaagse zaken: ze beschrijft wie inmiddels hun schulden aan de familie heeft afgelost en van wie ze nog steeds geld tegoed hebben. De “bekende” 5000 gulden is nog steeds niet betaald. Bekend omdat dit bedrag al open staat sinds voor Godard Adriaan naar Berlijn vertrok en Margaretha het bijna iedere brief wel noemt.
Diplomatieke perikelen
Met de alledaagse zaken uit de weg gaat Margaretha over op, voor ons, interessantere zaken: Godard Adriaans voortgang als diplomaat aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg.
tis mij seer lief te hoore dat den heere keur = vorst kontiniweert1continueren, voortduren in sijn geneegentheijt tot deesen staet het welcke wij wel van noode hebbe so ick hoore hanckt de gunst vande vorste van sel en luijnenburch2de Duitse Hertog van Celle en Lunenburg daer heel aen die haer naer den keurvort van brandenburch wille reeguleere, men seijt dat den Ambassadeur doenin3De Engelse ambassadeur George Downing naer geen presentaesie die hem vandeesen staet werde gedaen en wil luijsteren maer seijt hij weerom ontboode is en op sijn vertreck staet, dat ock den koninck van vranckrijck aen onsen Amba de groot4Staatse ambassadeur Pieter de Groot, gestationeerd in Parijs soude geseijt hebbe dat hij sijn meesters geen dienst daer meer koste doen oversulcks wel soude doen te ver trecke, so dat die twee rijcke als Enlant
en vranckrijck naer alle Aprehensi begrip, vrees het Eens sijn en ons beijde sulle atackeere aanvallen, daerom ick noch beducht5angstig, benauwd ben of wij in den haech al verseeckertveilig sulle weesen, [de vrou van ginckel]
Op 25 januari schrijft Margaretha al dat ze overweegt om naar Amsterdam te gaan in plaats van Den Haag maar ze geeft geen specifieke reden hiervoor. Die krijgen we nu wel: dat Frankrijk en Engeland een verbond hebben gesloten in het Verdrag van Dover is bekend geworden. Een diplomatische oplossing met Frankrijk lijkt niet meer een realistische kans, zo zegt Lodewijk XIV aan de Staatse ambassadeur in Parijs. De Republiek heeft hard steun nodig.
Margaretha is dus ook blij om te vernemen dat de Keurvorst Godard Adriaan genegen is. De steun van de Keurvorst is van vitaal belang. Deels omdat de keurvorst een groot leger bijeen zou kunnen krijgen en deels omdat andere Duitse edelen, zoals de Hertog van Celle en Lunenburg, zijn voorbeeld zouden volgen. Hopelijk is God met hen, zo eindigt Margaretha de brief.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen. Waarschijnlijk had Margaretha de Keurvorst graag zo zien aankomen…
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep