Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.
[reca. 17en Martij] Ameronge den 9 maert 168
Mijnheer en lieste hartge tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.
Leidse lasten
Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.
tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij doet mij leet men heeft ons hier heel ander van hem doen geloofve, en is de heer van ginckel gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine 8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.
Storm, wind en regen
Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….
, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch weer gehadt maer nu weer niet als storm win en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer sijn en wij met geen werck voort konne so haest het weer toelaet salder niet versuijmt worden,
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.
Geen kalk te koop
Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.
de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang aen teminck last gegeefve om in te koopen maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko
en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en Een goede som daerwt aen teminck tot be taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]
Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.
, de heer en vrou van ginckel sijn weer naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme sal nu haest aenschieten godt wil ons Een gesont en wel geschaepe kint verleenen,
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.
Niets meer te zeggen…
Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.
[hebbe] voort weete niet meer te segge als dat ick ben
Men heer en lieste hartge uhEd gebo getrouwe wijff M Turnor de doot van docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden sal uhEd hebbe verstaen
1
praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur
2
daarheen
3
onderzoeken, beproeven
4
duur
5
De Leeuw
6
Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.
[reca. 26.februarij] Ameronge den 14/4 febrij 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange, daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,
Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.
[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij noch beeste ge moete koope omt sant te bescha =eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu =eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge= boode wort dat ick gereesolveert ben noch al Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]
Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.
ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese ben met daer Eenen dach geweest, alwaer teminck en schut heb gesproocke van al onse affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae selfs niet tot de deelle die ondert leijdack moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle moeten weesen
heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.
Resthout
Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.
[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope] en overleijt wat men verders met de 24 blocke hout die daer noch aende saech moolle legge sal doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10 f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te houde, en voor Eerst daer wt te saechge de latte die ondert panne dack van noode sule sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel tot boere huijse die wij noch int dorp sulle metter tijt moete timere wel te pas koome , sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Kwaliteitshout
Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.
[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel dient gelet te worde dat de pruijse deelle recht gesaecht worde want dat die anders te veel int kant rechte vande selfve verliese daer sulle ock al Eenige meer als tot het belegge van breete vant salet moete sijn voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.
Paardenmarkt
Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.
[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet of waer tot Amsterdam geweest dat ick met schut gesproocke heb is de reijs wel waert de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis =teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel vandaech, doch d heer van ginckel komt int laest vande toekoomende weeck weer om
Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.
[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou =de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech spreeckt van Een Ambassaede naer spange en naer deenmercke te sende de Eerste wort gesproocke vande heer van dijckvelt te sende en, de ander van uhEd voort naer deenmercke ,den heer van someldijck seijt me dat naer vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn, hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Jicht
De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.
dat de liede seer swaer sal valle, het doet mij van harte leet men heer de keurvorst weer aent poodegra leijt de heer almachtich wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve
hoochEdelgeboore heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
van boumeester hoor ick niet geloof hij noch te breeda is
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!
[reca. 22.e Januarij] Ameronge den 13/3 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe
Margaretha wacht op antwoord
Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!
En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?
om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de aenstaende soomer weer steen sulle backe het welcke mijns oordeels nootsaecklijck waer, als wij maer raet tot het gelt konne vinde, het wort nu hooch tijt omt volck aen te neeme want Elck begint al naer werck voor teegens de soomer wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.
Diplomatie
Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.
Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.
[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock noch al ten beste sal gaen, en dat de dis posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]
Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.
dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en vrou van deure die niet veel vreuchde van haer kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is blijft met Een kint sitte salt ock quaet genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.
Een weerbericht, de beste wensen en een PS
Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.
Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.
[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt en de binne weijde blanck van water staen, hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als die van groote papa wil drincken most ock Een nieu ijaers brief senden
ick neffens al de kindere wensche uhEd alle geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so doen wij met deselfs prermissie aende heer blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.
PS
En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
van heeteren schrijft wt den haech dat de heer van rhijnswoude inde haech bedt leegerich is aen Een koorts en dat hem door dockter straete Een Ader is gelaete daer sijn hE sich niet Erger bij bevindt tis Een out man die niet veel koortse sou konne wtstaen
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.
1
Affaires: Zaken, bekommernissen
2
Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
3
Besognes: Zaken, bezigheden
4
Jacob van Leefdaal
5
Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….
[reca 15en Januarij] Ameronge den 6 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen , ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke =burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer= =cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid sijn part vant bekende reeckenmeesters plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]
Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.
dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst
teegens den staet heeft sal gestilt worden, en uhEd noch wat goets te beste van ons liefve vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.
Eind goed, al goed
Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.
[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]
Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.
Veel gezondheid en voorspoed
Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…
[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet te wensche blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.
ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so quaet op de prins van oransge, is dat sij hem niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer maecke most,
Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.
ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had of deselfve wel wat van hier gewenst maert was te veer te sende, hoope sijn goet van berlijn n breeme nu sal hebbe gekreeche, ben van harte verblijt de affaerees bij uhEd so wel staen.
veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
4
raadspensionaris Gaspar Fagel
5
aanbevolen
6
Karel Valckenaar
7
Zijne Hoogheid
8
Willem van der Straaten
9
Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
10
Kolere: woede, gramschap, toorn
11
Van Heteren
12
december
13
in het begin
14
op het laatst
15
doel, bedoeling
16
Staten-Generaal
17
verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
18
de eer
19
na
20
Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
21
Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
Het Rampjaar lijkt weer even terug in deze brief, waar de emoties vanaf spatten: zoon Godard blijkt bij de verloren Slag bij Kassel op het nippertje aan de dood ontsnapt. Margaretha heeft een brief van hem uit Sas van Gent waarin hij eigenhandig schrijft dat hij gezond is. Zijn paard is er slechter aan toe en zijn wapenrusting is zeer beschadigd want hij is vier of vijf keer geraakt. Zo gevaarlijk was het dus! Zijn kamerling Roelof Verweij is zwaar gewond aan zijn heup en bijna alle officieren uit zijn regiment zijn dood, gewond óf gevangen door de Fransen.
[rec. 26. dito] Ameronge den 21 April 1677 Mijn heer en lieste hartge seedert mijne laeste hoope ick dat uhEd briefve van onse soon sult hebbe ontfange, die de heere sij in alle Euwijcheijt gedanck gesont wt de bataelgebataille: slag is gekoome, so ick heede wt sijn brief met Eijgener hant geschreefve ho vande 15 deeser van ontrent sas van gent geschreefve heb gesien, hij heeft 4 a 5 schuete op sijn aenhebbende wapen gekreechge en sijn paert gequetst daer aen men kan sien wat perijckelperikel: gevaar hij heeft wt gesta[en]perikel uitgestaan: gevaar doorstaan roelof verweij sijn kamerlin is door in door sijn heup gequetst meest al de offisiers van sijn reesgement sijn doot gequetst of gevange, [hij]
Kaart met de slagordes van de troepen bij de slag bij Kassel op 11 april 1677 tussen het Franse leger onder Filips I de hertog van Orleans en de prins van Oranje, Anoniem, 1677. Collectie Rijksmuseum.
Beter Goed dan Bloed verliezen
Godards compagnie is rond de dertig paarden kwijt, wat hem veel geld zal gaan kosten. Maar “beter in ’t goed als in ’t bloed” : liever je bezittingen verliezen dan je leven (of dat van je familie). Ze kunnen God niet vaak genoeg danken dat hij hun zoon zo genadig heeft gespaard. “Och, mijn liefste hartje, wat is dit voor een oorlog”, jammert Margaretha, “ waarin zo lichtvaardig met mensenvlees wordt omgesprongen”. Ze beklaagt Willem III die volgens haar misleid was. Moge God de genen vergeven die dit veroorzaakt hebben. “Och hadden wij de vrede maar”, verzucht ze, maar ze heeft weinig hoop dat die snel komt.
[reesgement sijn doot gequetst of gevange,] hij heeft weer wt sijn kompangi wel 25 a 36 paerde verlooren dat al weer groote koste voor hem sal sijn, noch beeter int goet als int bloet , wij konne godt niet genoech dancke die hem so genadelijck heef bewaert, och mijn lieste hartge wat is dit voor Een oorlooch int welcke men het mensche vleijs so licht waecht, sijn hoocheijt is te beklage die so geabuseertAbuseren: misleiden wort godt wilt haer vergeefve die oorsaeck van al dees onheijlle sijn, och hadde wij de b vreede maer sieder nu so weijnich aprehensieapprehensie: vrees, verwachting toe, [gistere is den]
Gisteren ochtend om zeven uur was er een korte ontmoeting op de Grebbedijk tussen Cornelis Tromp en raadspensionaris Fagel. De raadspensionaris was met spoed op weg naar Wezel om daar de keurvorst van Brandenburg te spreken. Tromp kwam daar net vandaan. Fagel had haast omdat de keurvorst van plan was vandaag al weer naar Berlijn terug te keren om zich bij zijn leger te voegen. Tromp maakt van de gelegenheid gebruik om naar de bouwwerkzaamheden in Amerongen te kijken. Hij wil zelf ook “aan het timmeren”. Want van Tromps huis in ’s-Graveland is net als van Amerongen na het Rampjaar weinig meer over.
[sieder nu so weijnich aprehensie toe,] gistere is den heer graef trompCornelis Tromp hier bij mij geweest hij sach ons gebou, wil ock aent timmeren hij quam van weeselWezel, vestingstad in Duitsland al waer hij met den heere keurvorst van brandenburch heef gesproockeCornelis Tromp was van 1676-1678 opperbevelhebber van de Deense vloot. Denemarken was opdat moment samen met Brandenburg betrokken in een oorlog tegen Zweden (Schonense Oorlog 1674-1679) die van meeninge was vandaech weer van weesel naer berlijn en bij sijn ArmeArmee: leger te gaen den heer raet pensionarisraadspensionaris Fagel ontmoete tromp gister merge ontrent 7 Euren op de grebbendijck die ginck om de keurvorst noch te spreecke en wilde dien avont noch tot weesel sijn, daer hij sijn tijt toe van doen hadt, [met de post van heede heb ick]
Tromp viel met zijn neus in de boter, want juist gisteren zijn Rietvelt en zijn mannen begonnen aan de gewelven onder de grote zaal. Ongelofelijk hoeveel werk het bouwen van de schoorstenen kost. Acht metselaars zijn er aan bezig. Overigens heel knap zonder elkaar in de weg te zitten. De steenhouwers werken aan het hardsteen. Eén van hen heeft een bloedzweer en moet het bed houden. Dat houdt het werk wel op, moppert Margaretha. De zakelijke bouwvrouw is weer even haar zakelijke zelf.
[geen briefve van uhEd gehadt,] Rietvelt heeft gister aende wulfsels vande kelders ondert groot salet Eerst begonne men sou niet geloofve wat werck der aende schoorstene wt te haelle vast is, daer sijn noch 8 truijfelsmetselaars (troffelen = mestselen) aen gebleefve die haer werck heel wel vinde sonder malkandere inde weech te sijn, de steenhouders wercke noch aende hartsteene tot de schoo =rsteene, prangs Eene knecht heeft Een bloetsweer Effe boven sijn ooch dat hem so inkoomedeertincommodeeren:hinderen, plagen dat hij meest te bedde leijt wenste hij wel wel waer want sien sij noch al lang werck aendie steene sulle hebbe, [ick heb noch tot het neegosiEere]
Maar het zakelijke laagje is nog maar dun, veel weidt ze verder niet uit over de feiten die ze aanstipt: er is nog geen geld (kan er aan liggen dat het Pasen was), het vormen van de stenen bij de steenoven gaat langzaam vanwege regen en wind, het vijfde schip met hardsteen is nog niet gearriveerd. Maar oh, wat is ze blij met de brief van Godard Adriaan waarin hij aankondigt dat hij misschien half mei wel thuis komt! Ze hoopt maar dat er niet weer een nieuwe opdracht tussendoor fietst. God mag geven dat zowel vader als zoon ieder op zijn tijd weer in goede gezondheid in Amerongen zullen terugkeren en ze elkaar in vreugde zullen mogen begroeten.
[sal,] ick heb met blijschap wt uhEd laeste gesien de hoop die deselfve geeft van in half meij thuijs te sijn hoop niet datter ondertusche weers Eenige nieuwe ordere of komissie sulle uhE toegesonde worde, [van heetere heeft de ordinans]
[…]
[heeft,] voort is hier alles wel, hoope de heer almachtich sal geefve uhEd en onse soon inge= =sontheijt Elck t sijner tijt bij ons sulle koome en dat wij malkaldere in vreuchde mooge ont moete, ondertusche blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Man wordt begroet bij thuiskomst, Franciscus Bernardus Waanders, 1847. Collectie Rijksmuseum.
De brief van Godard Adriaan van 10 maart jl. heeft Margaretha op 14 maart deels beantwoord. Ze had haast – de postbode stond ongeduldig te wachten – dus het is een kort briefje geworden. Nu heeft ze de tijd om uitgebreider antwoord te geven. Maar niet voordat ze het laatste nieuws heeft behandeld.
De prins is te laat
Margaretha is al een tijdje wakker. Ze stond om acht uur ’s ochtends klaar om prins Willem III te verwelkomen. De prins heeft haar deze morgen rond zes uur laten weten dat hij rond acht uur langs wilde komen voor een ontbijtje – waarschijnlijk heeft hij een bode gestuurd –, maar om elf uur was hij er nog steeds niet! Als de prins dan tegen het middaguur arriveert, blijkt de vertraging allemaal de schuld te zijn van admiraal Cornelis Tromp, die de prins op Soestdijk een bezoek heeft gebracht. Zouden ze tot in de vroege uurtjes gepraat hebben over Tromps avonturen op de Deense zeeën of de bouw van zijn nieuwe buitenplaats? Of zouden ze een paar glaasjes te veel hebben gedronken…? Margaretha gaat er verder niet op in. En ach, de prins is er eindelijk, en daar gaat het om.
deesen merge ontrent ses Euren liet sijn hoocheijt mij segge teegens acht Euren hier te sulle sijn om wat te ontbijten, heeft te nacht op soesdijck geslaepe daer den nieuwe graef tromp1Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’. bij hem quam, en oorsaeck was dat sijn hoocheijt Eerst ontrent Elf Euren hier quam, en dat metter haest, met intensie om deesen avont noch te kleef te sijn om den heere keurvorst te spreecke, so hij daer is, so niet daer hij geen seeckerheijt van had maer hoopte het tot Aernhem te hooren, wilde sijn hooc deesen avont weer tot renckom2Renkum sijn om so voort naert randevoes en inde kampan te gaen, so hij voort naer kleef gaet, gaet hij van daer op de graef3Grave en breeda, hij scheen seer begeerich te sijn den heere keurvorst te spreecken[, en so ick int verschiet hoorde]
Man en vrouw bij een tafel4Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, Abraham Dircksz. Santvoort, 1666. Collectie Rijksmuseum.
Schoonse Oorlog
En toch… Te laat komen is één ding, maar dan heeft de prins ook nog eens haast! Willem III wil vanavond nog richting Kleef – hemelsbreed zo’n 60 kilometer verwijderd van Amerongen – om de keurvorst te woord te staan. Het is blijkbaar erg belangrijk om Friedrich Wilhelm zo snel mogelijk te spreken. Dit heeft alles te maken met de Schoonse Oorlog, een strijd die uitgevochten werd op land en op zee en grotendeels samenviel met de Hollandse Oorlog. Brandenburg was sinds het voorjaar van 1674 onderdeel van de Quadruple Alliantie, terwijl Zweden partij had gekozen voor Frankrijk. De aartsrivaal van Zweden, Denemarken, werd gesteund door de Republiek. De opperbevelhebber van de Deense vloot kwam uit de Republiek: admiraal Cornelis Tromp.
De gecombineerde Deense en Hollandse vloten verslaan de Zweedse vloot bij Öland, 1676, Romeyn de Hooghe (mogelijk), 1676. Collectie Rijksmuseum.
Tussen neus en lippen door vertelt Willem III dat Tromp niet veel goed nieuws had meegebracht uit Denemarken. De Zweden boeken enige successen, en men vreest dat de Fransen Valencijn (Valenciennes) definitief zullen veroveren voordat het ontzettingsleger ter plaatse is. De Henegouwse stad wordt al sinds november 1676 belegerd. Margaretha hoopt, zoals ze al zo vaak heeft gehoopt, dat het God de Heere en prins Willem III lukt om het land en ons allen te bewaren…
[te spreecken,] en so ick int verschiet hoorde had tromp niet veel goede tijdine meede ge brocht maer geseijt dat de sweede voort ginge met haer progresse inde kampange te doen, veelle hier vreese dat de franse valenschien5Valencijn, Valenciennes
wech sulle hebbe eer ons volck ter deegen opt ran devoes6rendez vous is, de heere wil sijn hoocheijt ons lant en al het onse bewaere[, de graef van hoorn blijft met]
[, ]ick vraechde sijn hoocheijt of uhEd nu al ordere had om apseluijt thuijs te mooge koome, hij seijde neen maer dat het nu Evenwel niet lange sou dueren of deselfve sou daer toe ordere krijgen
Vervoer van bouwmaterialen
Na bijna anderhalf kantje volgeschreven te hebben, komt Margaretha er eindelijk aan toe om de brief van Godard Adriaan van 10 maart wat uitgebreider te beantwoorden. Temminck heeft de 3000 gulden ontvangen.
[, ]uhEd aengenaeme vande 10 deeser heb ick met de laeste post vermidts die hier stondt en wachte met der haest ten deelle beantwoort, sal dan nu voort seggen dat ick niet twijfele of teminck sal uhEd hebbe geschreefve dat hij de 3000 f ten volle heeft ontfa die hem voorleedene donderdach door beusekom sijn gesonde, [nu sal ick de scheepe met hartsteen]
Binnenkort verwacht Margaretha de schepen met hardsteen. Tenminste… Het heeft wel flink gestormd. Margaretha hoopt er maar het beste van. Ze heeft aan de Utrechtse tolmeesters gevraagd haar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen wanneer de schepen aankomen. Het hout dat de hele winter aan de vaart heeft gelegen, moest bij Remmerden gelost worden. Naast dat dit onhandig was, was het ook nog eens hartstikke duur. Hopelijk gaat het met het hardsteen beter. De turf voor de steenoven is van latere zorg, al denkt Margaretha er wel al over na. Schipper Jan Jansen uit Groningen kan haar vast wel vertellen waar ze de goedkoopste turf kan kopen.
[sijn gesonde,] nu sal ick de scheepe met hartsteen verwachte sij hebbe naer mijn gissine wel voorde wint gehadt maer Een groote storm, dat mij bekomert en verlange te hoore dat die behoude hier te lande moogen aengekoome sijn, ick heb te wttrecht op den tol last gegeefve dat so haest sij se verneemen het mij ter Eerste sulle laeten weeten ick sal de seekreetaris dan aende vaert bij haer sende om haer tot de minste koste te rechte te helpen ondertuschen hoope ick dat water dat nu weer sterck aent valle is, so veel wech sal valle dat men te wiel of Elst sal konne losse, het leste schip dat al de winter aende vaert met hout voor
ons geleechge heeft, hebbe wij te remerde moete lossen dat niet alleen ongemacklijck maer ock kostelijck voor ons valt, so haest de scheepe koome salmen sijn best doen, omse los te maecke en sal ick haer vrachte betaelle, sal blijde sijn dat al de steen hier voor uhEd vertreck van breeme is, so heefter niemant Eenige talmerij meede, voorde turf tot de steen oven sal ick wel in tijts sorchge dragen en met de schipper ijan ijanse van greuninge daer van spreecken waer die so goede koop sou ons heel wel koomen, ick sal daer niet in versuijme[, hoope als uhEd weer vande]
Margaretha wil ook weer snel met Rietvelt om de tafel gaan zitten. De daglonen voor werklieden zijn momenteel ontzettend hoog, maar de metselaars moeten binnenkort weer aan de slag. Ze wil met Rietvelt kijken hoeveel metselaars er nodig zijn.
[so kout is bedrijfvense niet] en de dachhuere loope seer hooch het voorleedene ijaer heb ick alleen aen metselaers en operliedens dach huere al over de 8000f betaelt, ick schrijf nu aen rietvelt dat hij Eens overkomt om met hem vant werck te spreecken en te over legge met hoe veel truijfels men weer beginne sal, en voorts datter toe hoort ,
Oja, Willem III heeft vandaag tijdens het ontbijt gezegd dat Zeist en Driebergen, waar Willem Adriaan van Nassau-Odijk heer van is, een hoge jurisdictie, een hoge heerlijkheid, zouden worden. Willem III liet duidelijk blijken het daar niet mee eens te zijn. Hij vond het onzin dat ‘in sulcken kleijne provinsie alles so tot hoochge sjurijdixsie’ wordt gemaakt, maar het was allemaal buiten hem om gegaan. Margaretha dacht dat de prins zélf Nassau-Odijk gerecommandeerd had, maar dat bleek niet te kloppen. Willem III antwoordde dat hij slechts had gesproken over een middelbare jurisdictie…
sijn hoocheijt vandaech aen tafel sittende quamme te spreecke vande heer van oudijck7Willem Adriaan van Nassau-Odijk, dat hij seijst en
driedtberge tot Een hoochge sjuridixsi8Hoge jurisdictie, ofwel Hoge Heerlijkheid sou hebbe, het welcke sijn= hoocheijt apsoluijt in proobeerde en seij dat seet niet hoorde te doen in sulcken kleijne provinsi alles so tot hoochge sjurijdixsie te maecken wat de provinsie weesen sou, maer dat sijt buijten hem doen en haddens derhem kenisse van gegeefve dat hijt sou teegen gesproocken hebbe, ick seij dat sijt ten respeckte vande heer van oudijck sulle daen om sijn hoochs wil die ick meende het ge reeckomandeert te hebbe, hij seijde neen niet tot Een hoochge sijurijsdixsi maer wel tot de middele sjurijsdixsi, so dat hijt apseluijt seijde te in proobeere, al hiermeede blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Slot Zeist, Hendrick Hulsbergh (vermeld op object), ca. 1679 – 1729. Collectie Rijksmuseum.
Een kist vol suiker
Nadat Margaretha haar brief heeft ondertekend, schiet haar nog iets te binnen. Suiker! Godard Adriaan heeft gezegd dat de kleinkinderen suiker met wijn moeten drinken om sneller van de hoest af te komen, dus nu zijn alle kinderen spontaan aan het hoesten. Godard Adriaan mag wel een hele kist vol suiker meebrengen…
Meisje bij een kinderstoel (waarop wat suiker ligt), Govert Flinck, 1640. Collectie Mauritshuis
Ze kan het niet laten om in haar slotwoord een sneer uit te delen aan Cornelis Tromp en diens vrouw Margaretha van Raephorst, die recent door de Deense koning tot graaf en gravin zijn verheven. Volgens Margaretha past het haar ‘als een ring in een varkensneus’, haar versie van ‘als een vlag op een modderschuit’.
al onse kinderkens bedancke uhEd seer dat hij so goede sorchge voor haer draecht, maer nu groote papa seijt dat se suijcker de wijn moete drincke alsij hoeste mach hij wel Een heelle kist met suijcker mee brenge want nu alle gaer hoeste sonde op te houde graef trom, met sijn gemaelin sijn met haer graefschop wel verheefve dat haer genade past als Een ring in Een sonde komperaesie9Vergelijking, verckens neus
Portret van Margaretha van Raephorst (1625-1690), Jan Mijtens, 1668. Collectie Rijksmuseum.
1
Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’.
2
Renkum
3
Grave
4
Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is
Na zijn bezoek aan de Keurvorst van Brandenburg in Minden is Godard Adriaan nu in Bremen. Hij heeft goede verhalen over de ontvangst door de Keurvorst. Margaretha hoopt dat hij nu snel van zijn missie ontheven zal worden en weer naar huis kan komen. Ook voor de Utrechtse politiek zou dat goed zijn, want het is een zootje. Thuis in Amerongen lijkt het hoge water gelukkig weer te gaan zakken.
Ameronge den 3 maert 1677 [recp: 8. dito]
Mijn heer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 febrijwa te sien deselfve weer wel tot breeme is aengekoome en bij den heere keurvorst so wel onthaelt is, hoope hij sijn volkoome demisi nu sel hebbe en dat ick met de laeste post sal hooren van uhEd weeder komst daer wel naer verlange, [aengaende ons werck]
Hoogwater in de boomgaard
Het is nu de tijd om jonge boompjes te planten. De beukhagen zien er goed uit, dus daar is het volgens de hovenier en Teunis niet nodig. Fruitbomen in de grond zetten moet wel, maar daar is nog niets van gekomen vanwege de enorme wateroverlast. Al het werk dat moet gebeuren is zo overhoop geraakt, dat men niet weet waar men moet beginnen. En dan is er ook nog een zieke! Maar nu het water weer zakt gaan ze hun best doen.
[komst daer wel naer verlange,] aengaende ons werck alhier van in te pooten, inde beucke hechge so den hoofenier en teunis seijt, sijn daer weijnich of of geen in doot gegaen of in te poote, tot noch toe hebbe wij geen fruijt boome die alleen inde booga in te poote sijn, heeft men tetnocte niet in konne doen, doort hoochge water, nu salme al doen so veelt moogelijck is, het water valt nu weer en sal men niet versuijme te doen so veel men kan tis waer alt werck komt so overhoop dat men niet weet wat men Eerst beginne sal, en ott more is sieck ick sal Een ander in sijn plaets gebruijcken ,
Welke werkzaamheden in Maart rond het huis uitgevoerd moeten worden. Uit: Georgica curiosa: das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität, Düsseldorf
Financieel wanbeheer in Utrecht
In Utrecht wordt volgens Margaretha reikhalzend naar de terugkeer van de heer van Amerongen uitgekeken. Ze maken er een potje van en het gaat er zo grof aan toe, dat je schrikt als je het hoort. De Staten van Utrecht hebben zich bij een dinertje laten overhalen tot een schikking in een geschil over onroerend goed met de Graaf van Waldeck. De Staten zijn daarbij tienduizenden guldens kwijt geraakt. Vervolgen geven ze rustig tweeduizend gulden cadeau aan de dochter van de heer van Zuijlen. De burgers zijn woest, want ondertussen wordt er geen rente uitgekeerd op leningen bij particulieren en de belastingen zijn torenhoog. De compagnieën met soldaten die Utrecht moet betalen, hebben al een jaar geen betalingen gehad. En dat terwijl die arme mannen al heel snel weer op veldtocht moeten.
[pille gaef voor sijn outste dochter gegeefve] overt Een Ent ande spreeckt de gemeentede burgers so dat niet te seggen is, en dat om datter geen rente betaelt en worden als nu onlans Een half ijaer daerse so veel ten achteren sijn, de kompangie sijn ock Een vol ijaer ten achteren en de bloeijen1Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”) moeten weer so vroech int velt hoe kan dat gaen en men moet sulcke swaere schattine geefve ten is voorde arme gemeente niet op te brenge
Gezicht op een kampement van het leger van Willem III bij Lembeek, Vlaams-Brabant, Josua de Grave, 1675-08-02. Collectie: Rijksmuseum.
Corruptie en onrecht
Bovendien is het duidelijk dat de gebruikelijke baantjesverkoop tot corruptie, afpersing en onrecht leidt. Margaretha vertelt wat “onze Jan Fik” is overkomen. Jan Fik probeerde een ruzie te sussen tussen zijn mannen en een herbergier in Nieuwersluis. Daarbij kreeg hij zelf klappen en vervolgens werd hij opgepakt door de Maarschalk van Abcoude (een soort politiecommissaris) die hem 100 dukaten aftroggelde en hem gevangen liet zetten in Utrecht. Jan Fik ging verhaal halen bij de procureur-generaal van het Hof van Utrecht. Toen die de Maarschalk daar op aan sprak werd hij woest. Dat maarschalksambt had hem zo veel geld gekost, dat hij het er ook weer uit moest zien te halen.
[hem ijan fick gebonden binne wttrecht,] waer over ijan fick hem aende prockureur generael beklaechde, die den Maerschalck daer over aen sprack en tot Antwoort bequam dat hij sijn Amt so dier om gelt had gekocht dat hij ter weer most sien wt te haellen
Over verloren geld, Hans Weiditz, ca. 1520, uit: “OFFICIA M.T.C. EJn Bůch So Marcus Tullius Cicero der Römer zů seynem Sune Marco von den tugentsamen ämptern […]”, Augsburg 1533, um 1520. Collectie Kunsthalle Bremen- Der Kunstverein in Bremen
Als de procureur-generaal zou bepalen dat hij die 100 dukaten bij het Hof zou moeten inleveren, dan zou hij daar wel spijt van krijgen. Hoe durfde hij partij te kiezen tegen de Maarschalk, en vóór een armzalig mannetje! Margaretha weet niet hoe het verder afgelopen is, maar ze vindt het geen wonder dat de mensen klagen dat ze hun recht niet kunnen halen. Als Godard Adriaan thuis komt zal hij wel meer horen dan ze hier kan opschrijven.
als hij gekondemneert wiert die honde duij katons2honderd dukatons weer ondert hof te legge dorst tol die hem weegens de Maerschalck in dit werck bemoeijde wel segge dat hij wel maecken sou dat het de prockureur generael sou rou =we dat hij hem partijdich teegens de maer schalck toonde watter aen so Een poepge3Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander geleege was en diergelijcke meer, in soma hoet nu daer voort mee gegaen is weet ick niet altoos Elck klaecht Even seer datse
datse tot goen recht konne koomen, als uhE hier komt sult al met wonder veel hoore dat me niet al schrijfve kan , [de heere wil ons alle]
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1700, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.
Buiig Weer
Margaretha verlangt erg naar Godard Adriaans thuiskomst, maar ze schrijft toch in een PS dat ze hoopt dat hij zijn thuisreis niet met dit buiige en onbestendige weer over water zal maken. Dat is vanuit Bremen wel de snelste weg (over de Waddenzee en de Zuiderzee naar Amsterdam).
[niet al schrijfve kan,] de heer wil ons alle bewaere, in wiens heijlige bescherminge uhEd be veelle, blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
ick hoope niet dat uhE huijs koomende sijn reijse over water in dit buijichge en ongestadige weer sal neemen dat te sorchlijck sou weesen
De laatste brief van Godard Adriaan dateert van 25 juni. Margaretha hoopt dat hij Van Reede van Drakenstein snel zal antwoorden op diens op 4 juli meegestuurde brief in verband met het getouwtrek tussen vroedschap en ridderschap in de Staten.
Prebenden en prelatuurschappen
De samenstelling van de Staten is niet het enige voorwerp van koehandel en handje klap waar leden van de ridderschap bij betrokken zijn. Ook voor het uitgeven en verkrijgen van prebenden en prelatuurschappen bestaat een levendige markt, waar de Van Reedes actief aan deelnemen. Oorspronkelijk bedoeld voor het levensonderhoud van geestelijke kapittelheren en kloosterzusters, worden ze nu, na de reformatie, verdeeld onder jongere zonen en adellijke dames. Niet alleen het ontvangen, maar ook het uitgeven van een prebende of prelatuurschap kan geld opleveren. Een aanbieding die Godard Adriaan onlangs aan een bepaalde vrouw heeft willen doen is blijkbaar op niets uitgelopen. De heer van Ewijk zal rondvragen naar een ander en denkt dat hij wel iemand weet. Hij heeft iemand ontmoet die voor de van Limburg Stierums op zoek is. Voor de definitieve verdeling van de prebenden begint de tijd trouwens te dringen, want het jaar is al bijna om.
[opt spoedichste antwoort op,] wat de proofve1Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen) en het prelatuerschap2prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op belanckt3betreft uhEd voorslach sal met die vrou niet aengaen Euwijck sal nae Een ander om hoore van ochte meent hij tot het Een ent ander wel Eimant sal weete daer was Een die hem voor Een vande stieroms4Van Limburg Stierum last had gegeefve of hij wat wist salder voort naer verneeme maer meent voorde prelatuer schap niet bove de vijf duijsent gulde sou krijge men sal de proofve haest moete konfereere alsoot ijaer haest om is, [onse soon is naer]
Gezicht op de overgebleven gebouwen van de abdij Oudwijk, Abraham Rademaker, 1710-1730. Collectie Het Utrechts Archief. Margaretha had in 1660-1661 het prelatuurschap van Oudwijk.
Laatste maand
Godard is inmiddels vertrokken naar de afgesproken plek van zijn regiment. Margaretha leeft erg mee met Ursula. Je merkt dat ze de eerste zwangerschap van haar schoondochter best spannend vind. Eigenlijk gaat het heel goed, gezien de tijd dat ze al in verwachting is. Ze is nu in haar laatste maand. Margaretha hoopt dat de Heer haar een genadige verlossing zal geven en wou maar dat de bevalling (‘het werk’) al achter de rug was.
onse soon is naer sijn randevoos5Rendez-vous:afgesproken plaats alwaer hij naerder ordere moet verwachte, sijn vrou is noch heel wel naer den tijt is nu in haer leste maent de heer wil haer hEd Een genadige verlossin geefve ick wensche dat werck al door te sijn
Er heerst al acht dagen zo’n enorme hitte dat het niet te harden is. Het is zo droog, dat alles verschroeit. Margaretha verwacht dat er in de herfst geen appelen of peren te oogsten zullen zijn, en er zijn ook weinig tot geen kersen. Ze denkt dat ‘die van Wijck’ daarom wel niet zal komen. Misschien bedoelt ze hiermee een kersenkoopman uit Wijk bij Duurstede, of eentje met de naam Van Wijck, die jaarlijks een deel van haar kersen komt kopen?
tis hier nu achdage herwaerts sulcken wtter maeten6uitermate, buitengewone hette en droochte geweest dat niet is te harte7dat het niet is te harden alles verbrant en verdroocht inde hoofve wij sulle weer geen appeele noch peere hebbe karse8kersen sijnder ock weijnich of haest geen dat die van wijck qualijck sal koomen
Illusionistische sculptuur van een vrouwenhoofd in een cartouche versierd met festoenen van vruchten, Joris van Son, 1655 – 1665. Collectie Rijksmuseum. Een dergelijke rijke oogst zit er dit jaar voor Margaretha niet in.
Werk aan muur en gracht ligt stil
De hitte slaat ook toe bij de mannen die bij het kasteel aan het werk zijn aan de gracht bij de doelen. Ze zijn met z’n tienen, maar kunnen weinig klaar spelen. De metselaar die aan de muur van de hof zou beginnen is nog niet gearriveerd. Waarschijnlijk begint hij maandag.
de graefvers sijn vast aent werck inde graft inde doelle dat sijnde met haer tiene in doch konne door de groote hette niet veel doen, den metselaer sou ock aende muer vande hof begine maer is noch niet gekoo = men geloofve hij met de nieuwe weeck beginne sal [ Eergistere sijnde beededach heeft men]
Een verloren fruitoogst en een onverhoopte bouwvakvakantie zijn nog niet eens de ergste gevolgen van de droogte in de buurt. Een overwinningsvuur in Veenendaal tijdens biddag (waarschijnlijk vanwege de succesvolle tocht van de Nederlandse vloot naar Chatham) is uitgelopen op een ramp. Er ging iets mis met de brandende pektonnen. Dertig huizen zijn afgebrand! Vreugde- noch hellevuur op Amerongen, want Margaretha had geen pektonnen ontvangen. Dus ‘wij hebben ons hier stil gehouden’.
Eergiste sijnde beededachbiddag heeft men ficktoorije9Victorie (wrsch. vanwege tocht naar Chatham) int veenVeenendaal gebrant waerdoor een swaer brant is ontstaen en inde dartich huijse gans afd gebrant sijn. Wij hebbe ons hier stil gehoude also mij geen picktone10pektonnen. Het branden van pektonnen was het vuurwerk van de 17e eeuw. sijn gesonde hebben wij niet gebrant
Sabotage van de pektonnen bestemd voor de viering te Brussel van de overwinning in de Vierdaagse Zeeslag, 1666, Jan Luyken, 1696 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Condoleance aan de keurvorst
De Staten van Holland hebben de heer van ‘s-Gravenmoer, Adam van der Duijn, naar de keurvorst van Brandenburg gestuurd om hem te condoleren met het overlijden van zijn vrouw Louise Henriëtte. Hij is net langs Amerongen gekomen. Van der Duijn krijgt daar 50 gulden per dag onkostenvergoeding voor. Dat heeft-ie mooi voor elkaar! Klinkt in Margaretha’s woorden, ‘wat een heel fraaie opdracht voor hem is’, enige afgunst door? Zou ze liever haar man in die rol zijn opwachting aan het Brandenburgse hof hebben zien maken? Tja, hij is niet beschikbaar want is met een andere opdracht naar Denemarken.
de heer van schravenmoer11Adam van der Duijn, heer van ‘s-Gravenmoer is van weegen men heere van hollant12vanwege de Staten van Holland op vijftich gulde daechs in komissi aende keurvorst van brandenbur13Friedrich Wilhelm om die te kondoleere gesonde14In verband met het overlijden van zijn vrouw, Louise Henriette van Nassau , datr al Een fraije komisie voor hem is, hij isser al heen en hier gepasseert, [men seijt der goede hoope]
Gedenkpenning vanwege het overlijden van Louise Henriette van Oranje, gemalin van Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg, door Johann Liebmann, 1667. Collectie Rijksmuseum.
Einde aan het vergieten van christenbloed?
Met de onderhandelingen in Breda schijnt het de goede kant op te gaan. Er is goede hoop op het sluiten van de vrede. Margaretha hoopt dat de grote God dat wil geven. Ze verlangt er erg naar dat het vergieten van al dat christenbloed eens op mag houden en beveelt ook haar man in de bescherming van de Allerhoogste aan. In een ps laat Ursula Godard Adriaan ootmoedig groeten, en meldt dat haar zus bij haar moeder in Arnhem is gearriveerd.
[en hier gepasseert,] men seijt der goede hoope
tot het sluijten van de vreede te breeda het welcke dien groote godt wil geefve en ick wel naer verlange opdat aldat vergiete van so veel kristenbloet Eens mach opholde, hier meede beveelle uhEd int schutin de bescherming des alderhoochste blijfvend
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
de vrou van ginckel presenteert haeren ootmoedige dienst aen uhEd, nicht van Raesfelt is te Aernhem bij haer moeder
De Hollanders steken Engelse schepen in brand tijdens de Tocht naar Chatham, 20 juni 1667, Jan van Leyden, 1667 – 1669. Collectie Rijksmuseum.
1
Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen)
2
prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op
3
betreft
4
Van Limburg Stierum
5
Rendez-vous:afgesproken plaats
6
uitermate, buitengewone
7
dat het niet is te harden
8
kersen
9
Victorie (wrsch. vanwege tocht naar Chatham)
10
pektonnen. Het branden van pektonnen was het vuurwerk van de 17e eeuw.
11
Adam van der Duijn, heer van ‘s-Gravenmoer
12
vanwege de Staten van Holland
13
Friedrich Wilhelm
14
In verband met het overlijden van zijn vrouw, Louise Henriette van Nassau
Eindelijk weer in Amerongen! Margaretha is met haar zoon en de hoogzwangere Philppota aangekomen. Ze maakt zich nogal zorgen, want het is Philippota’s eerste zwangerschap en ‘ze loopt nogal op het eind’. Tegenwoordige is een bevalling eigenlijk alleen een roze wolk en vergeten we voor het gemak alle minder aangename zaken die er omheen hangen. Tot in de twintigste eeuw was de dood in het kraambed één van de belangrijkste doodsoorzaken van vrouwen. Vooral bij het eerste of tweede kind was de kans op overlijden hoog. Gelukkig komt ook Philippota’s moeder naar Amerongen: met twee ervaren vrouwen moet het lukken. Toch voel je Margaretha’s zorgen.
Amerongen den 30 ijuin 1667
Mijn heer en lieste hartge
gistere avont sijn wij met de vrou van ginckel en onse soon hier gekoomen het welcke mijns oordeels tijt is wantse begint al heel pijnlijck te gaen hoe wel naer haer reeckenin sij noch wel ontrent Een maent of vijf weecke sal moeten gaen nu sij hier is ben ick so veer gerust en moete wij met paesijensie1Patientie: geduld afwachte wat de heer almachtich ons geefven sal, de vrou van Middachte2Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota sal so se seijt binne veertiendaege volge en ock hier koome ick sal met godt wel sorchge drage voort doope vant kint en wat daer toe dient, wij doen noch dagelijcks ons beste ontrent de Persoon vande vrou van ginckel dan dewijlle sij so opt leste van haer dracht is moete wijt al met diskreesie in alles gaen ick hoop noch als het beste, [hierkoomende ontfan]
Met Godard Adriaan gaat het goed en daar is Margaretha zeer verheugd over. Het tinnen servies is overgekomen, maar het schilderij van Cromwell sukkelt nog een beetje. Margaretha hoopt dat dat eindelijk is aangekomen, net als de goede tijding over de vloot! Margaretha maakt niet veel woorden vuil aan de tocht naar Chatham. Ze gaat ervan uit dat Godard Adriaan de officiële verslagen wel binnen zal krijgen. Maar Admiraal van Ghent en de Ruwaard van Putten (Cornelis de Wit) verdienen volgens Margaretha alle eer.
ick hoop noch als het beste, hierkoomende ontfan ge ick u uhEd schrijfve vande 21 deeser tis ons van harte lief daer wt te sien uhEd welvaerent heijt hoope het selfve lange sal kontiniweere , tis goet dat uhEd het tin Entelijck heeft ont fange doet mij leet dat de selfve daer so lange meede ontrijft is geweest dan dat is nu over de schilderij van kromwel hoope ick niet dat so lange onderweechge sal sockelen maer dat
uhEd die nu al heeft, alsmeede de goede tijdin van onse scheeps vloote , die ick niet twijfele of sal uhEd de pertikulaerijteijte daer van wt den haechge geschreefve sijn waer toe mij reefereere uhEd kan dencke hoe men hier daer in verheucht is, hier heeft den Admirael gent en de ruwert van putte geen kleijne Eere in geleijt, de heer die hier voor gedanckt moet sijn wil onse wapenen voort seegenen en geefve wij nu te beeter tot Een gewenste vreede moogen geraecken, [ick heb hier de heer sij]
Thuis is verder alles goed, het is niet zo droog als op Middachten en Margaretha kan nu aan de slag met de opdracht van Godard Adriaan: de muur repareren en de gracht uitgraven. Ze eindigt de brief met de dood van de vrouw van de keurvorst: Louise Henriette van Oranje, de oudste dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Louise Henriette was kort te voren nog bij haar moeder in Den Haag geweest, dus dat bedoelt Margaretha waarschijnlijk met de moeilijke reis. Kort voor haar dood schreef Louise Henriette: ‘ik heb wel geen reden om naar mijn dood te verlangen; ik bemin de keurvorst, mijn heer, hartelijk en zo ook mijn lieve kinderen; maar ik wil gaarne mijn God gehoorzaam wezen’. Louise Henriette was de oermoeder van de Brandenburgse en Pruisische vorsten en uiteindelijk de Duitse keizers. Margaretha zou trots geweest zijn, als ze geweten had dat een nazaat van Louise Henriette nog anderhalf jaar in haar kasteel zou wonen.
ick kan niet segge so bedroeft ick en meest alle mensche om de doot vande goede keurvors tin van brandenburch ben, sij most noch voort lest van haer leefve hier so melankolijck den heelle winter sitte en so Een moijlijcke reijs hebbe, dit gaet onse kindere in haer affaerees ock teegen, dan de wil des heere moet geschie de in wiens heijlige bewaerine uhEd beveele en blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
Keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg (1620-1688) met zijn eerste echtgenote Louise Henriette van Oranje-Nassau (1627-1667), hun zonen Karl Emil (1655-1674) en Friedrich (1657-1713) en de kort tevoren geboren Ludwig (1666-1687). Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.
1
Patientie: geduld
2
Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota
Deze brief begint net als veel brieven met een overzicht van de brieven die ontvangen zijn. Anders dan een paar maanden geleden, komt de post tegenwoordig keurig op tijd aan. Als het goed gaat, is het eigenlijk geen onderwerp meer om over te schrijven, maar Margaretha noemt het deze keer toch maar even. Godard Adriaan heeft een brief bijgesloten voor zijn zoon, die Margaretha ook maar even gelezen heeft. We weten niet wat er in staat, maar ze vindt het wel nodig liefste hartje even te waarschuwen. Hij weet niet hoe het hier is, en je kan niet alles aan het papier toevertrouwen. Ach, kon ze hem maar even een uurtje spreken…
[rec. 7. Junij in Hamburg]
haech den 2 ijuini 1673
Mijn heer en lieste hartge
uhEd schrijfvens van de 26 meij heb ick ter rechter tijt ontfange, en de ingeleijde aende heer van ginckel gesonde ick vinde deselfve wel heel wel gestelt maer mijn lieste hartge wij moete wel voorsichtich sijn uhEd kan hem niet inmaesgeneer1Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van hoet hier is dat hij de briefve alleen las en hielt waert wel, maer derf alle de pen niet vertrouwe wenste uhEd Eens maer Een Eur te konne spreecke d welcke niet weesen kan, [hoope als deese komisie]
Het regelwerk
Margaretha zou willen dat de missie van haar man nu eens voorbij was. Ze heeft gehoord dat ze er zelfs in de Staten Generaal over gesproken hebben. Wat betreft het nog openstaande geld is ze al eens naar Amsterdam geweest. Daar zit ‘ontvanger’ Uytenboogaard2De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen. Een ontvanger int de belastingen en kan het geld uitkeren bij het overhandigen van een assignatie. Margaretha heeft nog steeds geen geld, dus eigenlijk moet ze weer eens naar Amsterdam. Ze heeft alleen een probleem: haar vers bevallen schoondochter durft ze niet alleen te laten. Later in de brief komt ze er op terug: Uytenboogaard heeft laten doorschemeren dat er mogelijk geld beschikbaar is. Misschien kan ze dan over 14 dagen om de volgende ordinantie vragen…
De dreiging blijft. Nu schijnt de vijand van vier kanten tegelijk aan te willen vallen. Alle posten schijnen goed voorbereid te zijn, maar Margaretha kan nog geen uur rustig op bed liggen van al die alarmen.
[generael van gesproocken,] ick had al Eens naer Amsterdam geweest om
te sien of gelt vande ontfanger wtdenboo= gaert koste krijge maer derf niet van hier en de kraem vrou met alde kinden alleen hier laeten dewijlle aende poste seeckere advijsen sijn dat den vijant voorneemens is vier vande selfve te gelijck t Ackateere hoewel men seijt die alle wel versorcht en versien sijn kan me niet weeten hoet gaen mocht tis wel bedroeft in sulcke gestadige allarm te sitten men leijt niet Een r uer gerust ofs op sijn bedt, sijn
Portret van een man, vermoedelijk Augustijn Wtenbogaert (1577-1655), Govert Flinck, ca. 1643. Collectie Rijksmuseum.
Nieuwersluis
Wat het rusten wat zou moeten helpen, is dat Zijn Hoogheid, Stadhouder Willem III, waakt. Dat de Staatse troepen de post op Nieuwersluis hebben ingenomen, zint de Fransen allerminst. Er wordt rond Breukelen flink gevochten en Gunterstein wordt zo beschoten dat de muren naar beneden vallen.
[r uer gerust ofs op sijn bedt,] sijn =hoocheijt treckt ock en reijst gestaedich vande Eene post opt dander die post die wij aende nieuwersluijs hebbe ge noomen inkomodeert den vijant seer beschietense op gundersteijn datter stucke van muere vant huijs valle en belette haere wercke diese te breuckelen opwerpe te maecke, [de]
Gezicht op het omgrachte kasteel Gunterstein te Breukelen uit het noorden, met links een gedeelte van de voorburcht en rechts op de achtergrond de Vecht, vóór de verwoesting in 1672.Kasteel Gunterstein, Willem van Drielenburg, 1655-1665. Collectie Het Utrechts Archief. Dit is een digitale reproductie van het schilderij dat op een schoorsteenboezem in het tegenwoordige huis is bevestigd.
De Fransen samen met…
Ook de oorlogsontwikkelingen buiten de Republiek houden Margaretha bezig. Iedereen heeft het over de Keurvorst die achter de rug van de Republiek om een verdrag sloot met de Fransen. Van de eigen vloot horen ze niets. Wel gaat het gerucht dat de Engelse en de Franse vloot geconjugeerd zijn: dat ze samen gegaan zijn tot één grote vloot.
uhEd kan niet geloofve hoe groot en kleijne hier vant doen vande keurvorst spreecken men schrickter van te hoore bij konsequensie krijge wij ock al vrij wat, van onse scheeps vloote hoore wij niets als dat somige wille segge dat de Engelse met de franse soude ge konsgingeert3Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen sijnde doch niet seeckers
Veld van achtenveertig tegels met schepen, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Kennelijk is Ursula Philippota inmiddels uit haar kraambed opgestaan en is tijdens het schrijven van de brief uit bed gebleven. Daardoor is Margaretha duidelijk opgelucht in de PS. Als de kraamvrouw 11 dagen na de bevalling een hele middag op kan zijn, dan kan ze ook mee in de koets als ze onverhoopt moeten vluchten.
Toverlantaarnplaat met twee rijtuigen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
sulle sijn, de groene kaes heb ick gesonde hoop het blickwerck wel overgekoome is , sal hier meede Eijndige blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
de vrou van ginckel die nu 11 dage kraems is, is de heere sij gedanckt so wel alstder op aen sou koome dat godt verhoede souse wel inde koetse konne sitte sij is al heelle naer middage op
1
Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van
2
De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen
3
Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep