Het blijft onrustig met brieven die laat of helemaal niet aankomen. Uit zijn brief van de 28ste maakt Margaretha op dat Godard Adriaan haar vorige brief weer niet gekregen heeft. Ze snapt werkelijk niet waar de brieven blijven en maakt nog maar eens duidelijk dat ze nog nooit in gebreke is gebleven hem over iets te schrijven. Wat geld betreft, is er geen update, behalve de hoop dat er wat voortgang komt nu Van Heeteren weer in Den Haag is.

[rec. 15en 7ber.]
Ameronge den
9 septem 1680
en 28 AugustiMijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 28 pasato sien ick met
verwonderin dat de mijne niet is overgekoome
ick heb noijt post gemanckeert te schrijfve, kan
niet dencke waer de brijefve blijfve, hoope die
noch te rechte sal koomen, nu van heetere inde
haech is verwachte ick te hoore wat voort ganck
de petiesie supletoor heeft daerse noch tot
wttrecht niet van en weeten, sonder het selfve
ick geen raet sien om Eenich gelt voor uhEd
te bekoomen, [in ons werck alhier hebbe de]

Het dak op
Dan nog maar een update over de bouw. Die vordert gestaag. De metselaars zijn bezig met de schoorstenen. Daarna kunnen de leidekkers, gelukkig met Gods hulp, het dak op om de leistenen te leggen. Ook de timmerlieden en steenhouwer zijn nog druk met hun onderdelen van het paviljoen. Dinsdag hoopt Margaretha de steenoven op te kunnen stoken. De laatste week hebben ze in Amerongen buitengewoon mooi weer gehad. Ze hoopt dat hen nog twee weken gegund is om de steenoven zijn werk goed te kunnen laten doen.


[te bekoomen,] in ons werck alhier hebbe de
metselaers de schoorsteen int voorste pavelijoen
teenemael wt gehaelt en volmaeckt so dat
de leijdeckers toekoomende maendach met
godts hulpe daer het leijdack op sulle
begine te legge, de timerlie sijn noch aent
sette vande kap opt achterste pavelijoen
daer niet veel aen mankeert, de metse=
laers sulle nu aent wt haelle vande schoor
steene int laeste of achterste pavelijoen
gaen, de steen houder werckt noch aende lijst
op de schoorsteen,
vant voorseijde pavelijoen, toekoomendedijnsdach hoope wij aent onderstoocke van onsen
steen oven te gaen, wij hebbe nu deese gansche
weeck wt neement schoon weer met groote
hette gehadt mochten wijt noch so 14 dage
int affstoocke vande oven houden waer
wel te wenschen maer vrees voor neen
het wort te laet int ijaer en al wat godt
belieft, [men begint hier van veel siecken te]

Verlies van mensen
Margaretha schrijft dat het later in het jaar wordt en dat er veel zieken zijn. Wat volgt is een opsomming van zieken en overledenen. De oude Gijsbertje van Oort heeft 4 dagen dood gelegen, maar zij was al bijna 100 jaar oud. Wat Margaretha een groter verlies vindt, is dat de zoon van Magere Arie, die op Waijensteijn woont, is overleden. Hij laat een vrouw en 4 kinderen achter en was een harde werker. Dan volgt er iets opmerkelijks. Margaretha schrijft dat het met ‘onse stome’ ook niet goed gaat. Ze laat hem nog zoveel mogelijk doen, maar hij komt niet voor de middag uit zijn kamer. Hadden Godard Adriaan en Margaretha een dove/doofstomme knecht?

[belieft,] men begint hier van veel siecken te
hoore, weet niet of ick uhEd heb geschreefe
dat de oude gijsbertge van oort doot is
die maer drij a 4 dagen heeft geleegen
sij was dicht bij de hondert ijaer out,
ock is den soon vande mageren Arije tijs
Arijse die op waijesteijn woont doot daer
is meer verlies aen hij laet Een vrou met
4 kinderen naer, en was Een naerstich1Naarstig: vlijtig
man, maeij aende kaeij die op onse groote
boogaert woont leijt ock heel Elendich aent
water, onse stome gaet ock seer qualijck
komt niet voor smiddaechs wt sijn kamer
ick laet hem so veel goets doen als ick
kan, [sijn hoocheijt is weer naer den]

Verlies van een hond
Margaretha ratelt in haar brieven alle informatie af waarvan ze vindt dat Godard Adriaan het moet weten. Je hoort haar soms bijna een lijstje afgaan in haar hoofd; geld, bouw, politiek, zieken en overledenen. Zou dat ervoor zorgen dat het bericht dat Margaretha zelf het meest na aan het hart ligt, pas wordt geschreven in een PS? Na de mededeling dat de heer Brakel uit de Raad van Staten ook is overleden, weet Margaretha namelijk niets meer te schrijven. Of toch wel. In de PS schrijft ze dat hun grote hond Webbe dood is. Tijdens de jacht is hij in een gat gesprongen en heeft hij zijn nek gebroken. Hij was op slag dood. De twaalfjarige Fritsje heeft er vreselijk om gehuild en ook Margaretha is verdrietig om het verlies van de hond.

[wt te sijn,] den heere brackel2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden die inde raet
van staten was is ock overleeden, nu
weet ick niet meer te schrijfve, blijffMijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnorick moet uhEd ock segge dat onsen groote
hont webbe op de jacht sijnde in Een holle
wech springende sijn neck heeft gebroocke
en hartsteecken doot is gebleefve, daer
fritsge om heeft gekreeten dat hij niet te
stille was mij ijamert ock het beest

- 1Naarstig: vlijtig ↩︎
- 2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden ↩︎
Geef een reactie