De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Geldzorgen Pagina 1 van 2

Kusjes van Godertge en zijn zusjes

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 juli 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 juli 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha wil graag meegaan met de tijd, maar die kalenders, het is allemaal niet zo eenvoudig en ze moet goed bij de les blijven! Ze dateert haar brief zowel 6 juli (Gregoriaanse kalender, al in gebruik in Holland en in Pruissen) als 26 juni (Juliaanse kalender, nog in gebruik in Utrecht) en kennelijk doet Godard Adriaan dat ook, want ze noemt bij zijn laatste brief 26 en 16 juni. Voor een moderne lezer wat verwarrend, maar ach, het is haar vergeven, de geldzorgen maken het leven voor Margaretha niet gemakkelijk.

Aanhef brief

[rec.a 14e. Julij]
Ameronge den
6 ijuli en 26 ijuni
1680

Mijn heer en lieste hartge

Oude vrouw gekleed in een mantel, zittend aan een tafel in een interieur, telt munten die voor haar liggen. In haar linkerhand houdt zij een buidel.
Geldtellende oude vrouw in een interieur, Willem Pieter Hoevenaar, 1818-1863. Collectie Rijksmuseum.

Traktatie voor het hof van Brandenburg

Geldzorgen of niet, Margaretha is tevreden over de ontvangst die Godard Adriaan heeft gehouden voor het prinselijk hof van Brandenburg.

Dat gaat dan in ieder geval om prins Frederik III van Hohenzollern en zijn echtgenote, prinses Elisabeth Henriëtte van Hessen-Kassel. Frederik, die later bekend zou worden als Frederik I van Pruisen, was de zoon van Louise Henriëtte van Nassau die weer de dochter was van prins Frederik Hendrik en Amalia van Solms.

Brieffragment ontvangst prins en prinses

wt uhEd aengenaeme vande 26/16 ijuni sien ick dat uhE
Eenige heere Ambasadeurs Eerst ende prinse en pris
prinsese van brandenburch heeft getrackteert
dat heel goet is, de Eer en reespeckt vande staet
en van uhEd Persoon moet bewaert sijn,

In een ruimte volgehangen met schilderijen en een kast met daarop borden en vazen staat een grote gedekte tafel. Er wordt eten geserveerd en gasten zitten om de tafel. Op de voorgrond een stel waarvan de heer het hoofd buigt naar een andere heer, beiden hebben hun hoed in de hand. Helemaal op de voorgrond een hondje.
Tijdens een diner worden nieuwe gasten verwelkomd, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Tja, dat geld. In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze blij was dat Godard Adriaan naar raadspensionaris Fagel had geschreven, maar het heeft nog niets opgeleverd. Van Heeteren heeft haar zelfs gemeld dat er in Holland geen geld te krijgen is, zelfs niet de 2310 gulden waar ze nog recht op hebben. Komende dinsdag komen de Staten van Holland weer bij elkaar en hopelijk levert dat wat op. Margaretha zou er het liefst zelf naar toe willen gaan! Ongetwijfeld had ze de heren Staten de wind van voren gegeven, als het haar gelukt was de vergaderzaal binnen te komen. Maar ze kan zo moeilijk weg van Amerongen.

Brieffragment geld en de raadspensionaris

mij verlanckt seer wat antwoort uhEd vande heer
raet pensionaris fagel sal bekoome opt suijsget
vandeselfs betaeline, van heetere schrijft mij
dat alsnoch geen Apreehensie is in hollant
gelt te krijge ijae selfs de resteerende 2310 f
niet, toekoomende dijnsdach sulle men heere
van hollant weer bij Een koomen men sou sien
t daer voor te brenge en sien wat men dan kan
krijge, ick sou wel naer den haech gaen maer
kan seer qualijck van hier [ock ontsien ick]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Dakpannen, turf en hooi

Ondertussen is Margaretha al aan het rekenen waar het geld aan besteed moet worden, het lijkt er veel op dat ze er slapeloze nachten van heeft. Godard Adriaan heeft voor zijn huishouden zeker 500 gulden in de maand nodig. Ze heeft zelf geld nodig voor het lood, de dakpannen en het werkvolk, en ze moet Krijn van Kampen nog betalen voor twee scheepsladingen turf voor de steenoven. Godard Adriaan moet het haar vooral niet kwalijk nemen dat ze haar zorgen zo openlijk uit! Er is hard gewerkt, er is ook gehooid, maar het gaat allemaal niet snel. Die mooie dubbele bogen boven de ramen van de stal en het koetshuis, het is prachtig, maar het kost veel tijd. Niettemin, er zijn er al acht gemaakt! Hopelijk kunnen ze maandag beginnen met het leggen van de balken. Er komen nog vier of misschien wel zes timmerlieden uit Amsterdam, ze hebben dan zeker twaalf zo niet zestien timmerlieden tegelijk aan het werk en o jee! Dat kost ook weer geld.

Brieffragment uitgaven

[honder gul,] ben nu seer bekomert waer ick niet
alleen gelt sal haelle om weer voor uhEd onder
teminck te legge maer ock om hier t loot
de panne en voort het werck volck te be
taelle ock moet krijn van kampe om noch
twee samoreuse turf tot de steenoven
wt moete, bidt niet qualijck te neeme ick
dit so opentlijck schrijf, [wij hebbe deese weeck]

Aan de oever van een rivier liggen een aantal zeilschepen, de meesten met gestreken zeilen. Aan de kant van het water ligt er één met het zeil half gehesen. Het schip is volgeladen met turf. Er zijn mensen (mannen én vrouw) hard bezig met de lading. Aan de oever staan twee mannen, de ene wijst naar het schip.
Met turf beladen boten aan de oever van een rivier, Jan van de Velde, 1623-1641. Collectie Herzog August Bibliothek / Herzog Anton Ulrich Museum.

Nabrander

Margaretha heeft haar brief nog niet afgesloten of ze bedenkt dat er nog een nieuwtje is. De maarschalk van Abcoude is overleden. De heer van Zuilen, dat is dan Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft het ambt verkregen voor zijn zoon. Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken is op dat moment drie jaar oud. Kennelijk hoefde die maarschalk niet echt daadkrachtig op te treden. En o ja, niet te vergeten, nog kusjes van Godertge en zijn zusjes!

Brieffragment Maarschalk van Abcoude en groetjes

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de Maerschalck
van Abkoude is overleeden
de heer van suijlen heeft
sijn amt voor sijn soon gekreege datter
Een offen en deffensiefve aliansi
tuschen Engelant en spange is gesloote
sal uhEd hebbe verstaen
godertge met al sijn susters kusse groote pappa
ootmoedich de hande met preesentasi van haeren
dienst

Een buste portret van Portret van Godard Adriaan van Reede van Herreveld. Hij staat naar rechts gekeerd en kijkt naar rechts. Hij staat voor een donkere achtergrond. Godard draagt een kuras met een jabot en een donkere pruik met krullen. Het schilderij is verwerkt in de lambrisering van de eetkamer: een withouten lambrisering rondom het ovale schilderij is met goudkleurige ranken van planten een lijst nagemaakt. Boven het portret het Van Reede wapen.
Portret van Godard Adriaan van Reede van Herreveld. Godfried Kneller, 1691. Collectie Kasteel Amerongen. Godertge op volwassen leeftijd.

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar
  • 3
    Onbekend

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Provisie: voorraad

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip

Zieke mensen, kreupele paarden en ongeschikt hout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 maart 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.

[reca. 3e. Martij]
wttrecht den 26/16
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese
verleede
weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien
uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het
beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge
tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal
konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE
niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort
in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij
ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte
al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal
sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]

Brieffragment ziekte Godard Adriaan en Jenneke
Een bleke pop van een vrouw met een strak lijfje, smalle taille en een wijde geruite rok met een geruit schort. Op haar hoofd draagt ze een kap.
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.

Paardenmarkt

Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.

Brieffragment plannen paardenmarkt

[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou
van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal
sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch
twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn
te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor
mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]

In een open koets zitten een dame en een heer, de twee schimmels voor de koets steigeren, bij het achterwiel staat een jongen in lompen. Links het koor van een kerk, rechts op de achtergrond de kerktorens van een stad.
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.

Geld en hout

Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.

Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.

Eerste brieffragment hout en pannen
Tweede brieffragment hout en pannen

, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam
teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan
koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele

om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs
raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch
al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast
dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot
24 int getal tot Amsterdam van ons legge en
so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke
kan teegens deelle om op de stal te legge verwis
=selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]

in het midden een breed gebouw met hoge boogramen en -deuren. Het heeft geen verdieping maar in het pannendak zitten drie koeken. In het midden staat een klokkenstoel. Aan weerszijde van het lange gebouw staat een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een pyramidedak met leien. Elk dak heeft een koekoek en boven op de punt staat en schoorsteen. Voor het middelste gebouw ligt een vol terras waarom de mensen genieten van de laagstaande avondzon. Op de achtergrond bomen in herfstkleuren rondom een weidelandschap. Helemaal op de achtergrond de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug.
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.

Rekenmeester en Procureur-generaal

Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.

Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.

Brieffragment procureur generaal

den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff
geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet
Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer
die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit
=ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko
=mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen,
vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel
heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,

Rond een bed staan diverse mensen. Een vrouw heeft haar arm om het hoofd van de man in bed geslagen. Aan het voeteneind staat een man in het zwart. Op een tafel voor het bed staan diverse kannen.
Dood van een man, Moses ter Borch, ca. 1662 – voor 1667. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de paardenmarkt

Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.

 Brieffragment resultaat paardenmarkt

[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer
van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor
mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft
dier en worde door franse seer op gekocht, en die
wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt
worde, voor uhEd wit of grau paert met het
dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden,
wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer
geen dienst van trecke, hier meede blijf
Men heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een man in een beige pak heeft zijn hoed en zijn zweep in zijn rechthand. Met zijn linker hand houdt hij een schimmel met bruine vlekken die opgetuigd is vast. Het paard stapt vooruit.
Ruiterportret, anoniem, 1700-1799. Collectie: Kasteel Amerongen.
  • 1
    Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye
  • 2
    Mogelijk Zaandam?
  • 3
    Willem van der Straaten
  • 4
    Carel Valckenaar

Flatterende lieden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 mei 1677
Lees hier de originele brief

Eindelijk zijn er twee brieven van Godard Adriaan aangekomen! Margaretha is blij te lezen dat de brieven van zoon Van Ginkel Godard Adriaan gerustgesteld hebben.

Een goed salaris

Van Ginkel heeft ook wel pech met al die veldslagen die hij moet leveren. Het is daarom zuur dat de gecommitteerde raden van Holland hem zijn salaris als commissaris-generaal ontzegd hebben. Nou ja, ze zullen dat nu wel moeten heroverwegen.

Brieffragment financiële situatie van Van Ginkel

[rec. 3 maij 1677]
Ameronge den
28 April 1677

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aesgenaeme vande 21 en 24 deeser sijn mij
beijde behandicht, tis mij lief uhEd tot sijn gerust
=ticheijt de briefve vande heer van ginckel heeft ont
fange, wel te recht is hij ongeluckich inde oor
= looch ijaer op ijaer sulcke slage te hebben,
en dat de gekoomiteerde raede hem dan noch
sijn tracktement al komisarisgenenael sou
de, disputeeren waer hart nu ick hoop sij
haer sulle bedocht hebbe, [ent sijn hE laete vol=]

Prent van een man in een tent die aan een tafel zit. Hij noteert iets in een boek en op tafel ligt geld. Aan de andere kant van de tafel zit een soldaat op een kist met een dolk op zijn rug. Daarnaast staat een soldaat met een zwaard aan zijn zijde en een dolk op zijn rug. De afbeelding is rond en eromheen is een soort lijst getekend met putti, engeltjes en plantachtige figuren.
Uitbetaling van soldij, Jost Amman, 1573. Collectie Rijksmuseum

Flatteren

Kennelijk zijn de daden van Van Ginkel niet onopgemerkt gebleven, want Margaretha wordt aangesproken en ze krijgt brieven over hoe mannelijk en dapper hij was en welke wonderen hij verricht heeft. Dat schrijvende komt het zuur van dat loon kennelijk weer boven: er hoeft maar een Duitser te komen die iets eist en dan gaat dat weer voor. Margaretha moet er weer aan denken dat Willem III Van Ginkel in het bijzijn van veel mensen bedankte. En wat hield hij daar aan over? Nou ja, hij moet maar wel zijn best blijven doen, dan zal in ieder geval de Heer hem belonen en hopelijk een handje boven het hoofd houden.

Eerste brieffragment roem van Van Ginkel
Tweede brieffragment roem van Van Ginkel

[=gen,] ick weet niet of de liede mij flatteere , maer
ijder seijt en schrijft mij van alle kante dat
hij hem so manlijck en dapper heeft gequeeten
en merveelgees1merveilles: wonderen heeft gedaen, tis ons wel vreuch
te hoore, maer wat loon krijcht hij der van,
laeter maer Een duijtser koome die Eits nefe
hem Eijst so moet die geprefeereert worde
en hij moet te ruch staen, het gedenckt mij
dat sijn hoocheijt de heer van ginckel koomende
vande vaert inde franse tijt, in presensie van
veel mensche Ambraseerde2Embrasseren: omarmen en bedanckte

voor den dienst die hij aen den staet en hem had ge=
daen , maer wat loon heeft hij daer voor ontfang
nu hij moet daerom niet laete wel te doen, de
heer almachtich salt beloone, en hoope ick hem
in sijn heijlige bewaeringe neemen, [ick vreese al dat]

Een jonge dame en een jonge man zijn in gesprek. De dame draagt een bruine jurk met blauwe onderrok, haar haar is opgestoken met wat krulletjes los rond haar hoofd springend. In haar linker hand heeft ze een rode veer. De heer is in het zwart met een hoed met brede rand en een cape. Zijn haar valt los over zijn schouders. Hij draagt rode laarzen en onder zijn cape steekt een degen uit. In zijn rechterhand heeft hij een paar lichte handschoenen.
Dame en heer in gesprek, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Voortgang

Na de belangrijke zaken rondom zoon Godard, is het tijd voor de algehele voortgang der dingen. De ossen, die ergens tussen Bremen en Amerongen lopen, mogen voortgaan, want Margaretha is er klaar voor: het gras op de benedenste ‘Bolle’, in de uiterwaarden is fris en groen.

Het vijfde schip met stenen, dat is gelicht op de Vaartse Rijn, is in Amerongen aangekomen en dat wordt nu gelost en de stenen naar het kasteel gereden.

De voortgang van de metselaars is minder: het opmetselen van de schoorstenen kost veel tijd en ze moeten vaak op de steenhouwers wachten. Gelukkig kunnen ze tijdens het wachten in de kelder helpen met de gewelven.

Brieffragment voortgang

[in sijn heijlige bewaeringe neemen,] ick vreese al dat
uhEd maer geen nieuwe komisie weer toegesonde
wort om datse op uhEd versoeck sijn demisie niet
en sende verlange watse doen sulle, de so gesondene
ossen sien ick alle Eure int gemoete heb daer noch
niet van gehoort, die koomende sulle wel schoone
weijde op de beneedenste bolle vinde, het vijfde
schip met vloer en hartsteen ge aende vaert gelicht
sijnde is hier wel aengekoome en sijn wij nu an
selfve te losse en op te rijden, t sijn seer schoone
vloer steene die daer wt koomen, de metse=
laers sijn noch aent wt haelle vande Eerste
schoorsteen daer veel werck aen is, dan hebbe
al de andere tot inde naeldt vant dack wt
gemetselt en moete naer de steen houders
wachte, sulle ondertusche aent wulfve vande
kelders gaen, [den heer boumeester quam]

Een vrouw in werkkleding, van opzij gezien, een met stenen gevulde kruiwagen voortduwend. Op de achtergrond staat een soldaat naast een kanon op de walmuur.
Een vrouw in werkkleding met een kruiwagen, Dirk Eversen Lons, 1622, Collectie Rijksmuseum.

Michiel Matthias Smidts

Afgelopen paasdag is de ‘bouwmeester’, Michiel Matthias Smidts, langs geweest. Smidts is bouwmeester voor de Keurvorst in Berlijn en daar kent hij Godard Adriaan van. Hij helpt vooral met de praktische zaken rondom het door de Keurvorst beloofde hout.

Smidts heeft het hele huis gezien, tot in het topje. Hij vindt het huis goed, massief en netjes gemaakt. Hij had verder niet veel te zeggen, alleen dat de deuren iets breder hadden mogen zijn. Margaretha heeft nog aan hem gevraagd hoe het met het Anholtse hout stond, maar hij zij dat dat nog niet omgehakt was. Margaretha rekent er maar niet meer op.

Eerste brieffragment bouwmeester
Tweede brieffragment bouwmeester

[kelders gaen,] den heer boumeester3Michiel Matthias Smidts quam
voorlee den paesdach hier, heeft ons heel ge=
bou tot int topge vant huijs gesien die uhE
sal segge hoe hijt gevonde heeft, seijde mij alles
wel en masijf en net gemaeckt te sijn en
dat hij der niets op wist te segge, als dat
volgens sijn opijnie de deuren wel wat
wijder hadde behooren te sijn, die 3 voet en 3 duijm

wijt sijn rhijnlantse maet, hij was seer haestich
wilde dien dach niet blijfve, ick sprack hem vant
Aenholtse hout dat hij seijde noch niet gehouwe
te sijn, so dat ick geloofve wij daer weijnich
staet op te maecken hebbe het sijn quade kanse
die so lange merren4Merren (of marren): dralen, talmen paesijnsi, [met de post]

Portret van een man die ons zijdelings aankijkt. Hij draagt een jas met knoopjes en een strik op zijn schouder. Hij heeft een kanten sjaaltje om. Hij heeft lang haar met een slag en een brede maar dunne snor. Onder het portret staat Michael Mathias Smidts Serenissimi Electoris Brandenburgici Frerici Guilelmi Magni Architectus.
Michael Matthias Smidts (1626 – 1692) door Jacques Vaillant, 1685. Collectie: Stadtmuseum Berlin © Repro: Michael Setzpfandt Berlin

Geldzorgen

Aan het eind van je geld een stukje maand over houden krijgt in de brieven van Margaretha een heel ander perspectief. Ook nu, vier jaar na het rampjaar, blijft het lastig geld te krijgen. Ook al heeft Margaretha het leurwerk met de assignaties en ordinanties nu uitbesteed aan Van Heteren, het blijft de gemoederen bezig houden.

De situatie is zo nijpend dat Margaretha twijfelt of ze de gouden koppen of obligaties als onderpand zal geven. Ze zeggen dat je in Amsterdam nog kan lenen tegen 5%… Zodra er geld is laat Margaretha 3000 gulden voor Godard Adriaan in Amsterdam leggen.

Oh en trouwens, die leuke jongen die voor Godard Adriaan wilde werken, die heeft Margaretha aangenomen. Het is alleen de vraag waar hij zit.

Eerste brieffragment knecht
Tweede brieffragment knecht

[deen manier of dander,] de knecht daer ick
voor dees van heb geschreefve, heb ick inde haech
sijnde aengenoome tot kamerlin voor uhEd

hij had belooft in 14 daege hier te koome maer verneeme hem niet
ick sal eens schrijfve hoet der meede is , en voor blijfve
Mijn heer een lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Patchwork-PS

Een goede brief heeft natuurlijk minimaal één PS, deze heeft er twee en ze zijn ook weer creatief over de pagina gedrapeerd.

In de eerste het gerucht dat het leger zich alweer aan het hergroeperen is en dat ze weer aan de bak moeten. De mensen die dat advies geven blijven waarschijnlijk zelf buiten schot.

Eerste PS leger, tekst staat overdwars

men seijt ons leeger
haest weer kompleet
se hebbe de het volck
wt de garnesoene gelicht
en de gedevaliseerde kompan
daer weer in geleijt, en dat
men sou sien den ongeluckige
slacht te reepereere ick schrick
daer aen te dencken, somen weer
so Een werck beginne godt wilt
haer vergeefve die sulle raet geefers
sijns geloof sij haer wel butens
scheuts houden

En na die PS nog de mededeling dat de twaalf ossen aangekomen zijn. Nou ja, elf. Eentje was een beetje moe dus die is in Doorn blijven liggen. Ze zijn een beetje klein, maar Margaretha laat de goede weiden gewoon hun werk doen.

Tweede PS ossen. De tekst staat rechtop, maar rechts is nog een deel van de afsluiting van de brief te zien die overdwars staat.

naert schrijfve dees koomende
ossen en sijn wel overgekoomen
tot 12 stucks daer is Een tot
door gebleefve die wat moede
was, en ick merge sal laeten
haellen, sij sijn wat kleijn
maer hoope sij wel groeijen sulle
sij koome altijt in heelle goede weij

Een koe ligt in het hoge gras, haar kop naar achteren gebogen. Tevens een studie van een schedel, vermoedelijk van een dier, tussen het gras.
Slapende koe in het gras, Cornelis Saftleven, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    merveilles: wonderen
  • 2
    Embrasseren: omarmen
  • 3
    Michiel Matthias Smidts
  • 4
    Merren (of marren): dralen, talmen

Het zit allemaal weer niet mee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 april 1677
Lees hier de originele brief

De post heeft het weer laten afweten! De laatste brief die Margaretha heeft ontvangen, is van 17 april en dat is toch alweer een week geleden.

De prijs van ossen

In ieder geval is ze heel blij met de belofte dat er ossen gestuurd zullen worden. Ze heeft voor ossen uit Twente wel prijzen van 10 dukaten en 30 florijnen moeten betalen. Omgerekend naar guldens is dat zo’n 5 gulden en meer dan 8 gulden en kennelijk is er dan niet zoveel meer op te verdienen.

Brieffragment ossen

[deeser geweest,] de osse sal ick verwachten, waer
voor uhEd bedancke die sijn wel goede koop in
gekocht ick heb voordeese voorde twentse ofges
10 duijcketons en 30f voort stuck moete geefve
hoope wij hier geluck meede sulle hebbe, [het]

Twee ossen bij een boerderij. Op de voorgrond scharrelen een paar duiven. De boerderij heeft een duiventil in het dak en er staat een hooiberg naast. Op de achtergrond nog twee ossen en in de verte een dorp.
Veestuk, Abraham van Calraet, 1660-1722. Collectie Rijksmuseum.

Een vastgelopen schip met stenen

Het vijfde schip met stenen uit Bremen is ‘gistere aen de vaert’ gekomen, de Vaartsche Rijn dus, maar daar is het door het lage water vastgelopen. Nu moeten de stenen overgeladen worden en er is een knecht van Jan Prang naar toe gestuurd om erop toe te zien dat daarbij geen stenen beschadigd raken. Het zijn prachtige stenen maar het lossen is een hele zorg.

Brieffragment schip met stenen

[derwaerts heb gesone,] ick sal blijde sijn alst
ander resteerende schip het welcke hoope
voor uhEd vertreck van breeme almeede sal
konne afgesonde worde, hier sal sijn want
der is veel moijte en talmerij int losse vande
steene aen vast, [rietvelt is aent wulfve vande]

Rietvelt is bezig met de gewelven van de kelders ‘onder tgroot salet’. De meeste metselaars zijn bezig met de schoorstenen en zij zullen moeten wachten. Als de stenen er niet op tijd zijn, kunnen ze altijd nog meewerken met de gewelven van de kelders.

Vanaf een breed water kijken we naar een ophaalbrug met daarachter een sluis en daarachter een rijtje bomen. Rechts een kade met huizen en bomen. Op de kade staan drie hutjes waar mensen staan te wachten. Aan de kade is een trekschuit bezig aan te leggen. Aan de linkerkant ligt ook een trekschuit.
Gezicht vanaf de Vaartsche Rijn op het dorp Vreeswijk met op de achtergrond de sluis, W. Writs (prent) naar Jan de Beijer (tekening), 1766. Collectie Het Utrechts Archief.

Oorlog voeren kost geld

Margaretha hoopt wel vurig dat haar man nu eindelijk thuis kan komen en dat hij geen nieuwe opdracht meer krijgt. Hij heeft nu zeker de brief van Van Ginckel gelezen over de veldslag. Het is een wonder dat hun zoon en prins Willem het hebben overleefd en ze kan God niet genoeg danken. Wat een ellende is die oorlog toch! En dan wordt er notabene nog gezeurd over het salaris van Van Ginckel, terwijl hij zijn leven waagt en ook nog zoveel paarden heeft verloren in de veldslag. Het is echt geen luxe, hij heeft dat geld hard nodig.

Brieffragment oorlog

[vijanden heeft bewaert,] och och wat oorlooch is
dit wie sou dit niet moede worde, se mooge
te weete de gekomiteerde rade van hollant
de heer van ginckel wel sijn tracktement als
komijsaris generael disputeere die so sijn
leefve waecht en weer in deese slach so veel

paerde verlooren heeft, hij kan dit ijaer
op ijaer so niet harden, sonder sijn hoochge
tracktement, [wij hebbe dubbelde reeden]

Een op de buik liggend paard van opzij gezien.
Gesneuveld paard, Jan van Huchtenburg (prent) naar Adam Frans van de Meulen, 1674-1733. Collectie Rijksmuseum.

Soldatenkleren

De PS’en van Margaretha zijn vaak verrassend. In deze PS heeft Margaretha het over twee tonnen met soldatenkleren van Monsieur De Blanche die eigenlijk in Muiden bezorgd hadden moeten worden. Maar de schipper kon ze daar niet afleveren en scheepte Margaretha ermee op. En Margaretha weet raad: ze heeft de tonnen naar Teminck in Amsterdam gestuurd. Geen groeten van de kleinkinderen dit keer!

PS

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
p s de twee
tonne met soldate
klleere van Mons
blansge heeft den schiper mee aende vaert
gebrocht vermidts hij den man daer die
tot muijde aen geadreseert sijn niet
daer heeft konne vinde, ick hebbese
naer Amsterdam aen teminck doen
sende die daer over aen mij geschreefve
heeft, noch is van heeteren inde haech
met de bekende ordinansi niet te recht
ock kan ick met het neegoosgeere vande
peninge noch niet te rechte koome

Staande tussen zijn manschappen deelt een officier bevelen uit. Rechts een soldaat met een vaandel en trom, daarnaast een man met een borstharnas. Links warmen twee mannen zich bij de haard.
Wachtlokaal met soldaten, Anthonie Palamedesz., 1647. Collectie Rijksmuseum.


Ambassadeursroddels en geldnood

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 juli 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 juli 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

De bekende tienduizend gulden is weer waar Margaretha haar brief begint. Weer is er geen vooruitgang te melden. Waarom ze er dan toch over blijft schrijven? Om Godard Adriaan op de hoogte te houden natuurlijk en om te laten zien dat ze hard werkt om betaald te krijgen. Het moet voor Godard Adriaan wat geweest zijn: iedere brief van vrouwlief die hij kreeg begon met steeds hetzelfde slechte nieuws. Toch fluit Godard Adriaan Margaretha hier kennelijk niet over terug, zoals hij dat bij andere zaken waar Margaretha iets te uitgebreid over doorging wel deed. Schijnbaar is dit onderwerp van groot belang voor hem. Begrijpelijk wel, het is tenslotte zijn salaris.

Eerste pagina van de brief
Brieffragment over verdubbeling van schuld

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 7 deeser heb ick ontfange,
de state van hollant sijn vergadert, den ontfa
wt den boogaert1Ontvanger-generaal Johannes Uittenboogaard wort hier verwacht die de raet
pensionaris2Raadspensionaris Gaspard Fagel belooft heeft te sulle spreecke
weegens onse betaeline van de bekende tien
duijsent gul, ick wacht daer op met het
versoecke van weer Een ordinansi, vrees
=sende dat als ick die weer versoecke sij noch
difisielder sulle weesen om deese te behaelle
maer so haest ick hoore wat hoop den ontfanger
mij tot de betaeline van deese geeft sal ick
weer Een versoecke, het gelt is niet te krijge 
uhEd sou niet geloofve hoe slecht het met de
betaelline gaet, en hoe scherp se overde be=
=taeline vande schattine maene, ick meende
en wist niet beeter of had met de betaelin
van de Eerste kapitaele leenin overt ijaer 1673
voldaen, en nu van weeck sendense mij wees
Een deurwaerder om de tweede kapijtaele
leenine overt selfve ijaer bine 24 Eeure

op peene van Een dubbelde som te moete betaele
het welcke ick dan weer voorde tweede mael
betaelt heb ter som van 200f, [int begin]

Salaris krijgt Godard Adriaan niet maar leningen moeten wel terugbetaalt worden. Zo was er van de week nog een deurwaarder langsgekomen die geld wilde. Had Margaretha hem niet afbetaald, was het bedrag als straf verdubbeld. Heel de Republiek is in geldnood en iedereen moet moeite doen om rond te komen. Zo ook de Staten-Generaal: de eerder aangekondigde honderdste penning moet in augustus weer betaald worden, net als de belasting op onroerende goederen.

Echter, niet iedereen heeft zin om dit te betalen wanneer de betalingen aan het leger zo slecht lopen en het geld daarnaast gestopt gaat worden in het versterken van steden die dan na tien of elf dagen toch wel in de handen van de vijand vallen. Het pessimisme zit er goed in bij de bevolking.

voor waer niet hoet gaen sal, so onwillich
worden de liede alse hoore dat de betaelin
so slecht voor de meeliesie gaet en dat de
steede die so veel van fortifiseere koste
en van alles so wel versien sijn so in 10
a 11 daege over in hande vande vijant
gaen, men derft niet segge maer se roepe
seer over de spaense, de heer almachtich
weet alles, met de naeste post sal ick
uhEd de meemoorije vande mij laest ontfan
gene twee duijsent gul sende op dat deself
kan sien wat ick daer van heb betaelt
so ick hier geen gelt ontfan weet ick geen
raet het wort tijt om alderhande provijsie

De geldnood heeft ook nog een ander nadelig gevolg: Margaretha kan niet op tijd voorraden voor de winter in slaan. Met name hout en turf zijn duur geworden. De constante regen is slecht voor de turf en heeft ook nadelige gevolgen voor het hooi. Margaretha vraagt zich af waar de ruiters nog hooi voor hun paarden vandaan zullen halen, wanneer er zo veel hooiland onder water staat en de regen de rest verpest. Het blijkt weer eens dat de Hollandse Waterlinie zowel een zegen als een vloek is.

Brieffragment over voorraad

[voorde winter te doen] turf en hout is seer
dier ten doet niet als reegenen dach op dach
dat niet goet opt hoeijhooi of turf is, soot so
voort gaet weet ick niet waerse hoeij voor
de ruijters sulle haelle, daer staet so veel
hoeij lant onder water en dat drooch leijt
wort vande reegen bedurfven, [sijn hoocheijt]

Het staatse leger trekt uit

Dat er hooi nodig is voor paarden mag blijken uit de rol die de ruiterij heeft gekregen van Stadhouder Willem III: ze zijn de Langstraat in gestuurd, een gebied tussen Breda en de Meierij van Den Bosch. Willem III is bezig met het formeren van een leger in het zuiden van Holland maar helaas is hij niet de enige die daarmee bezig is. Ook de Fransen zijn bezig met de voorbereidingen van snode plannen: menig takkenbos wordt naar de stad Woerden gesleept met een onduidelijk doel. In Utrecht zijn de Franse plannen een stuk duidelijker: daar willen ze simpelweg driehonderdduizend gulden van de inwoners hebben. Alsof het niets is…

Brieffragment over Willem III op de Langstraat

[wort vande reegen bedurfven,] sijn hoocheijt
doet vast Een leeger formeere so men seijt
gaet onse ruijterij s naer de langestraet3De Langstraat is een gebied ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Tegenwoordig valt dit onder Noord-Brabant maar destijds hoorde dit gebied bij Holland.
derworde ock veel scheepe geprest4Pressen: Personen, of in dit geval schepen, tot den krijgsdienst dwingen., de heer
almachtich wilt voorneeme seegenen,
te woerde seijt me dat ock groote preepe
raesie gemaeckt worde datter meenichte
vande tackebosse gebrocht sijn die wel Eens
so lan als ordinaerise5Ordinaris: Gewoon(lijk), ick vreese sij alweer
wat voor sulle hebbe, tot de vreede seijt me
dat gans geen apreehensie6Apprehensie: Bevatting / besef hebben van is. Kan ook beducht, bezorgd betekenen. De context is onduidelijk, de heer wil ons
bij staen te wttrecht willense weer drijmael
hondert duijsent gul vande inwoonders hebbe
en dat voor kontrebuijsie over de maende
van meij en ijuini lestleeden, [de heer van]

Antieke topografische kaart van West-Brabant, destijds onderdeel van het gewest Holland met daarop de cultuur-historische regio's te zien. Links op de kaart ligt de Baronie van Breda, dan de Langstraat, dan het Land van Altena en vervolgens een deel van het gewest Gelderland.
Kaart van “Hollandiae pars meridionalior vulgo Zuyd-Holland” (met aanduiding van De Langstraat: Baardwijk, Waalwijk, Besoijen, Sprang, Vrijhoeve, Capelle, Waspik), z.j. Auteur: Nic Visscher. Via Streekarchief Langstraat Heusden Altena. Links groen is de Baronie van Breda, het roze midden onder is het Land van Altena en het witte daartussen is de Langstraat.

Diplomatieke rivaliteiten

Er heerst geldnood, de oorlog woedt door en het leven is onzeker maar ondanks al deze narigheid neemt Margaretha toch nog even de tijd voor roddels over Godard Adriaans rivaal, ambassadeur Daniël Oem van Wijngaarden, heer van Werkendam. De rivaliteit – van Margaretha’s kant tenminste – is al een tijdje gaande: al in maart 1672 schreef Margaretha over hem in weinig positieve bewoording en met enige jaloezie. Werkendam mocht namelijk een koets, zijn vrouw en een stel dienaren meenemen op missie naar Denemarken. Destijds was Werkendam al ambassadeur extraordinair terwijl Godard Adriaan nog maar ambassadeur ordinaris was.

Schandalig dus. Het laatste bericht over Werkendam was weinig positief: hij heeft een rommeltje gemaakt van zijn opdracht. Toch is Werkendam nu nieuwe eer ten dele gevallen: hij is door de Deense koning Christiaan V benoemd tot baron en is geridderd. Gelukkig niet tot de orde van de olifant merkt Margaretha op. Godard Adriaan is sinds 1660 ridder in deze orde die de hoogst mogelijke ridderorde in Denemarken is. Heeft hij toch nog een stapje voor op Werkendam.

Brieffragment over Daniel Oem van Wijngaarden

[van meij en ijuini lestleeden,] de heer van
rhijnswou7Johan van Reede van Renswoude gistere bij mij sijnde seijde gehoort
te hebbe dat den heer van werckendam8Daniël Oem van Wijngaarden vande
koninck van deenmercke9Christiaan V was baron ge
=maeckt en Een ordere had bekoomen
dan geloofde niet het die vande oliphant was

Om de situatie nog wat spannender te maken: Werkendam heeft deze buitenlandse titel ontvangen zonder dat de machthebbers in de Republiek hier iets van wisten. Dat nemen ze Werkendam uiteraard kwalijk en Margaretha lijkt hier nogal van te genieten. Of er daadwerkelijk gevolgen zullen volgen is onwaarschijnlijk maar het is toch wel licht vernederend voor Werkendam. Het zijn de kleine pleziertjes in het leven die er toe doen…

Vervolg Daniel Oem van Wijngaarden

en dat hij dit buijten kenisse van den staet soude aengenoome
hebbe, het welcke sijn hEd meende seer qualijck soude
genoome worde, hij staet hier noch niet wel datter geen
goet toe sal doen, dan hij moet sijn doen verantwoorden,

Twee griffioenen houden een familiewapen vast met daar bovenop een kroon. Het familiewapen aan de linkerkant is wit met twee zwartwitte zigzagbanen, de rechter helft is in vieren gedeeld, waarbij links boven en rechts onder van boven geel met drie eendjes en van onder rood met drie zilveren golvende banden. Rechts boven en links onder zijn rood met twee gekruiste zwaarden. In het hart van het familiewapen een klein rood wapenschildje, met een schuine zilveren balk en links boven en rechtsonder drie fleurs de lis. Om het wapen zit een band waaraan een klein wit olifantje hangt met edelstenen op zijn zij.
Detail van de plafondschildering in de hal van Kasteel Amerongen.

Troepen in beweging

Het lijkt er wel op dat niet alleen de ruiterij van Willem III zich nabij Den Bosch bevindt: zoon Godard van Ginkel schrijft dat de Franse voorhoede al nabij Heeze en Leende is. Een oogje houden op Heeze en Leende is belangrijk aangezien daar Godard Adriaans nichtje en haar man dame en heer zijn. Veel schrijft Van Ginkel er blijkbaar niet over: de Franse troepen lijken zonder veel problemen te zijn gepasseerd. Wat er verder volgt is iets wat enkel God weet – en Margaretha in haar volgende brieven natuurlijk.

Brieffragment over de Fransen bij Heeze en Leende

so komt Een brief vande heer van ginckel wt gorckom die schrijft
daer advijse10Advies: Mondeling of schriftelijk geuit oordeel te sijn dat de franse weer afkoome en de voor
troepees al hees en leen11De heerlijkheid Heeze en Leende noemt ze niet toevallig. Hier woonde de dochter van Godard Adriaans zus Catharina. Deze Anna Margaretha was getrouwd met Albert Snouckaer van Schauburg, heer van Heeze en Leende. Deze heerlijkheid was bovendien een protestantse enclave in katholiek Brabant. gepasseert waeren so dat me gelooft
sij noch Eits sulle atenteere12Attenteren: ondernemen waert hem nu weer gelde sal
vrees ick dat mij haest sulle hooren de heere wil ons bij staen 
en bewaeren, inwiens heijlige bescherminge w uhEd be=
veelle, blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

  • 1
    Ontvanger-generaal Johannes Uittenboogaard
  • 2
    Raadspensionaris Gaspard Fagel
  • 3
    De Langstraat is een gebied ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Tegenwoordig valt dit onder Noord-Brabant maar destijds hoorde dit gebied bij Holland.
  • 4
    Pressen: Personen, of in dit geval schepen, tot den krijgsdienst dwingen.
  • 5
    Ordinaris: Gewoon(lijk)
  • 6
    Apprehensie: Bevatting / besef hebben van
  • 7
    Johan van Reede van Renswoude
  • 8
    Daniël Oem van Wijngaarden
  • 9
    Christiaan V
  • 10
    Advies: Mondeling of schriftelijk geuit oordeel
  • 11
    De heerlijkheid Heeze en Leende noemt ze niet toevallig. Hier woonde de dochter van Godard Adriaans zus Catharina. Deze Anna Margaretha was getrouwd met Albert Snouckaer van Schauburg, heer van Heeze en Leende. Deze heerlijkheid was bovendien een protestantse enclave in katholiek Brabant.
  • 12
    Attenteren: ondernemen

Zeeslagen en geldnood

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 juni 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 juni 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

In haar vorige brief meldde Margaretha dat er schoten gehoord waren. Helaas moet ze deze brief meedelen dat het net zo plotseling als het begon weer opgehouden is. Men dacht dat de vloten weer een zeeslag leverden, maar het laatste nieuws is dat het bij een slag gebleven is, die we gewonnen hebben. En daar heeft ze God voor gedankt.

Brieffragment over het schieten

rec.1Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen 20 Junij in Hamburgh2Handschrift van Godard Adriaan

haech den 16
ijuin 1673

Mijn heer en lieste hartge
het viement3Ook wel vehement: hevig schiete dat men bij mijne laeste seijde
weederom gehoort te sijn en men meende
de scheeps vlooten voor de tweede mael aen malka
=nderen waeren is op Een onseecker segge
teenemael verwdweene en ist tot noch toe
bijt eerste slaen gebleefve, daer bij wij volgens
mijne voorgaende de avontaesge4Avantage: voordeel hebbe gehadt
daer godt voor gedanckt moet sijn, [ick had volge]

De beruchte 10.000 guldens

Na het spannende nieuws over de zeeslag gaat de brief weer over op de orde van de dag. Een groot deel van deze brief wijdt Margaretha namelijk aan haar pogingen om de vergoeding van 10.000 gulden voor Godard Adriaans werk te krijgen. Er zit nog steeds weinig schot in. Na al haar eerdere pogingen om de raadpensionaris en de griffier te spreken heeft ze nu besloten om haar doel op een andere manier te bereiken. Ze is de individuele gecommiteerden van Holland gaan benaderen.

Ze krijgt behalve medeleven weinig los. De heer van Asperen brengt het onderwerp nog op in een vergadering maar komt terug bij Margaretha met het harde antwoord dat er gewoon geen contant geld te vinden is in het land om haar te betalen. Al het geld wat de Staten-Generaal binnen krijgt stroomt meteen weg naar het leger en alle andere zaken die betaald moeten worden.

Eerste brieffragment over de 10000

[daer godt voor gedanckt moet sijn ,] ick had volge
toe seggine en belofte vande ontfanger wtdenboo
gaert gemeent gelt te krijge maer in plaets van
dat laet hij mij schrijfve wel tienduijsent gul ind 
post van defroijemente5Defroyement: onkostenvergoeding over betaelt te hebbe over
sulcks mij niet Een stuijver kost geefve tenwaere
de heere gekomiteerde rade Een Exstroordinarise
subsidie hem liete toekoome hetwelcke ick bij
moste versoecke, daer ick nu deese heelle weeck
van smergens te ses Eure tot savonts toe
om op de been ben geweest, en verscheijde heere
over heb gesproocke den r p6Gaspar Fagel, raadspensionaris is hoe vroech of
laet ick koom niet thuijs te vinde of als hij
al thuijs is doet hem Exskuseere en niet aen

Tweede brieffragment over de 10000
Derde brieffragment over de 10000

te treffe voor al die ick heb konne spreecke
sijnde geweest den heer van Asperen7Philip Jacob van den Boetzelaer den heere
tulp van Amsterdam8Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag den heere van nael
twijck van dort9Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk, uit Dordrecht den heere van gorckom10Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet.
gaefve mij alle seer beleefde woorde en seijde
haer best te wille doon, maer seijde alle en
voornaemlijck Asperen en tulp vrij wat ronder
wt11Vrij wat ronder uit: ronduit dat niet moogelijck is voor hollant ver
midts dandere provinsie niet betaelde het
te konne op brenge12Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart dat sij haer beste soude doen
en alst niet weesen kost dat hij tup13Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn hoopte
en versocht ick alsnoch paesijensie soude
hebbe, waer op ick alles reeplijseerde14Repliceren: antwoorden wat
tot ons Erlange15Erlangen: verwerven, verkrijgen diende, nu ben ick gistere
avont weer bij den heer van Asperen gewee
weest om te hoore wat daer dien merge in
was gedaen also hij aengenoomen had
het inde vergaderin voorte brenge, het
welcke hij seijde gedaen te hebbe, maer
ock hoewel alde heere ons geneegen waer
het niet moogelijck was alsnoch Eenich
gelt te geefve, datter so veel koste aent lant
gedaen wierde dat al kontant gelt most sijn
dat niet moogelijck was langer op te

brenge, [seijde ock met de r p daer over gesproocke]

7 mannen met ontblote hoofden en witte kragen staan over een naakte dode man met een lendedoek gebogen. Rechts staat een man (dr. Tulp) met een hoed op en een bescheidener kraagje. Hij heeft in zijn rechterhand een schaar waarmee hij een pees of spier in de opengelegde linkerarm van de dode man wil doorknippen.
De anatomische les, Rembrandt van Rijn, 1632. Collectie Mauritshuis Den Haag

De terugkeer van Godard Adriaan?

Het zijn niet enkel de financiën die stroef lopen, ook de terugkeer van Godard Adriaan blijft maar spaak lopen. Dit keer met een wel heel erg unieke reden: Godard Adriaan heeft helemaal niet verzocht om naar huis te komen!

Tenminste, dat is wat de heer Van Asperen Margaretha probeert te vertellen. Wat een klinkklare onzin! Het is inmiddels al vier maanden geleden sinds Godard Adriaan een bericht aan Willem III stuurde met de vraag of hij terug mocht komen. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, is wel heel raar aangezien van Asperen ook vertelt dat Godard Adriaans verblijf in het buitenland nogal duur aan het worden is en het niet zeker is of de Republiek het wel kan betalen. Het is toch ook van de zotte! Deze redenering gebruikten Margaretha en Godard Adriaan maanden eerder om de Staten-Generaal en Willem III ervan te overtuigen om Godard Adriaan terug te laten komen en toen moest hij nog op zijn post blijven.

Duidelijk is hier iets fout aan het gaan in de bureaucratie, maar waar? En hoe is het op te lossen?

Brieffragment over de thuiskomst van Godard Adriaan

[brenge,] seijde ock met de r p16Gaspar Fagel, raadspensionaris daer over gesproocke
te hebbe die van gelijcke seijde dat ick noch Een
nige tijt paesijensie moste hebbe, of hij heer
van Asperen verder met de heer r p onsent
weege had gesproocke of niet is mij onbekent
maer seijde mij ick moet v17Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd… inkonfidensie
segge dat ick vrees de heer van Ameronge
langer wt sal blijfve als wij hem sulle
konne betaelle, wij sijn verwondert dat
hij niet versoeckt thuijs te koome waer op
ick antwoorde uhEd het selfve al over
4 maende versocht hadt en so aen sijn hooch
als aenden staet, dat ickt selfve wt uhEd
naem noch booven de briefve die uhEd daer
over had geschreefve aen sijn hoocheijt hadt
versocht en tot antwoort bekoome dat het
doen noch niet kost weesen, hem teegemoet
voerenderen dat uhEd sonder gelt niet buij
=tens lants koste sijn, dat ick dewijlt weese
most noch wel Een korte tijt paesijensie soude
hebbe maer badt hij toch sorch wilde drage
mij die ordinansi mocht worde voldaen het
welcke mij belooft heeft, ick sal met laete
aen te houde en sien daer van voldaen te
worde maer hoet in toekoomende sal gaen
weet ick voorwaer niet, vrees sij difukulteij

Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum.
(Het kan ook de route kaart zijn die Margaretha moet volgen om geld uit betaald te krijgen voor het werk van haar man)

Krappe kas

Die krappe kas waardoor Godard Adriaan niet betaald kan worden, leidt ook bij de milities tot problemen. De pagadoors krijgen geen geld meer en dus worden de soldaten niet meer betaalt. Het lijkt wel of de Republiek failliet dreigt te gaan.

Om dit tegen te gaan hebben de Staten van Holland besloten om de 100e penning en 200e penning weer te gaan innen. Meer vermogensbelastingen dus. Dit was in januari ook al gebeurd en het bleek toen redelijk goed te werken. Hoe hoog de inkomsten deze keer zullen uitvallen is een beetje een raadsel want de waarde van goederen in Holland is ingestort sinds de oorlog begonnen is. Uit andere gewesten zal weinig tot niets gaan komen, deze zijn nog steeds bezet door de Fransen.

Brieffragment belastingen

sulle maecke ordinansi te passeere, ick kan segge dat
van ijder hoor der groote schaersheijt van gelt is, hoe
het noch met de betaeline vande meliesi salsgaen vreest 
men seer, de meeste pagadoors18Pagador: betaler wildender weer wt
scheijde, men heere van hollant sijn vergadert en
beesich om weer den 100 ste penin in gift en den
200 pen19200ste penning: Vermogensbelasting bij forme van kapijtaelle leeninge in te
willge hoe dat gaen sal weet ick niet de liede
trecke hier in hollant de meeste niet en dandere
heel weijnich van haer goet20Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, Een vreede diende ons
best tis uhEd niet te schrijfve hoet hier is, [uhEd]

Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar; links een openstaande geldkist en een wachtende man; rechts een deur met in de omlijsting een familiewapen. Boven op een bal een maatverdeling in voeten(?).
Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar naast een openstaande geldkist, Abraham van Strij (I), 1763 – 1826. Collectie Rijksmuseum

De grote mond van Welland

Margaretha’s brief eindigt met een klein nieuwtje over neef Welland: hij is de oorzaak van zijn eigen ongeluk. Zouden zijn avances bij Juffrouw van der Wijlle mislukt zijn misschien? Wat hij precies gedaan of gezegd heeft schrijft Margaretha niet maar haar conclusie is niet mals. Als hij nu maar had geluisterd naar wat zij van de winter zei…

Brieffragment over neef Welland

[het selfve toch wel te overdencke ,] wat de heer
van wellant aengaet die is selfs vrij wat oorsaeck
van sijn ongeluck met sijn mont niet te konne snoere
dat ick hem deese winter genoech vermaent en ge
seijt heb uhEd sou niet geloofve hoemen sien moet
wat en waermen Eits seijt, ick wenste uhEd alles
wist maer kant so niet schrijfve, hiermeede
blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

P.S. Victorie!

Begint Margaretha haar brief nog met een aarzelende mededeling, de ps begin ze met een opgelaten kreet van blijdschap! De genade Gods waar ze eerder om smeekte is gekomen en de Republiek heeft de Tweede Slag bij Schooneveld gewonnen! De precieze details zijn nog wat vaag omdat het nieuws zo vers is maar één ding is voor Margaretha zeker: deze grootste overwinning zal bijdragen aan de vrede waar iedereen al zo lang naar smacht.

Brieffragment over de tweede slag bij schooneveld

p s so aenstonts kome briefve van luijte Admi
tromp21Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp wt onse vloot hoe dat de selfve
weer slaechs sijn geweest gelijcke uhE
wt de kopije daer van hier neffens geaende
kan sien wij konne godt niet genoech
dancke voor sijne genade, maer is be
=droeft donse door gebreck vande kruijt het
welcke men voor de gemeente22Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. versust
weer naer schoonevelt moste keere
so schijnt hebbe donse noch moet omse
noch Eens aen te legge, tis voorwaer
Een groote vicktvorije voort lant
nu heeft men hoop om t in korte
tot Een goeije en gewenste vreede
te geraecke het welcke ons dien
groote godt wil geefven inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle

Gravure met een scheepsslag. Verschillende schepen liggen in groepjes bij elkaar, zo nu en dan zie je scheve masten, rookwolken en vooraan ligt een zinkend schip.
Tweede Victorieuse Zee-slag, door de Nederlanders tegen de Franse en Engelse Zee-machten bevochten, den 14 Iuny Ao. 1673, Anoniem, 1673. Collectie: British Museum
  • 1
    Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen
  • 2
    Handschrift van Godard Adriaan
  • 3
    Ook wel vehement: hevig
  • 4
    Avantage: voordeel
  • 5
    Defroyement: onkostenvergoeding
  • 6
    Gaspar Fagel, raadspensionaris
  • 7
    Philip Jacob van den Boetzelaer
  • 8
    Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag
  • 9
    Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk,
  • 10
    Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet.
  • 11
    Vrij wat ronder uit: ronduit
  • 12
    Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart
  • 13
    Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn
  • 14
    Repliceren: antwoorden
  • 15
    Erlangen: verwerven, verkrijgen
  • 16
    Gaspar Fagel, raadspensionaris
  • 17
    Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd…
  • 18
    Pagador: betaler
  • 19
    200ste penning: Vermogensbelasting
  • 20
    Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…,
  • 21
    Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp
  • 22
    Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt.

Oud en moe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 april 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha begint haar brief duidelijk geïrriteerd: Tot op heden heeft ze nog geen cent ontvangen van de ordinantie! Morgenochtend wil ze naar Amsterdam gaan om te kijken of dat enig effect heeft bij de ontvanger. Als ze dan toch in Amsterdam is kan ze meteen kijken of ze de pakzolder van de buren kan huren om de spullen van het huis in Amsterdam veilig op te bergen, bedenkt ze tussendoor. Per eind mei is het huis dat ze heeft immers aan anderen verhuurd. Ze twijfelde of ze een nieuw huis moest huren, maar gezien de kosten lijkt dit een betere optie. Den Haag vindt ze nog niet veilig genoeg.

Geldzorgen

Vervolgens schrijft ze in haar brief over de enorme geldzorgen die haar plagen. Hoewel de ordinantie van 10.000 gulden bij de Raad van State inmiddels wel rond is, moet er nog bevestiging komen van de Staten van Holland. De uitbetaling in contanten van de ordonnantie van 6.000 gulden laat ook op zich wachten. Margaretha raakt somber door al deze financiële zorgen, zoals de huur van het huis in Amsterdam, belastingen en de dagelijkse kosten van het huishouden. Daarbovenop doet het haar als moeder ook pijn om haar eigen kroost te vertellen dat ze niet langer bij haar kunnen aankloppen voor financiële hulp in noodgevallen. Maar hopelijk gaat het nu wel goed met haar zoon en schoondochter, wat betreft de betaalde brandschatting voor Middachten.

Brieffragment geldzorgen

[ 400f bedraecht ] daer ick als noch geen raet toe weet
daer om uhEd wel seijt dat wij op alles de menaesge1Menage: zuinig beheer der inkomsten, het betrachten van zuinigheid
moete soecke bevinde het voor waer wel, heb ock aende heer en vrou van ginckel geseijt dat sij geen staet meer op ons sulle
konne maecke dat ick hoope haer goet nu met die brant
schattin te geefve vrij sal sijn, ick leg alles so naeu over
alst moogelijck is konsidereerende dat wij alles quijt sijn
ick wort out en uhEd met al die swaere fatigees2Vermoeidheden (van het werkwoord fatigeren)
van so lange en int felste van de winter te reijse
sal ock wel tien ijaere ouder sijn als deselfs ijaere
meede brenge, wij sijn ongeluckich dat ons deese tij=
de in onse ouderdom overkoome dan wat sulle
wij doen moeten ons de wil des alderhoochste onder
werpen hem bidde dat wij door deese sijne roede van
ons sondich leefve mooge gebeetert worden [het welcke]

Oud en moe

Het verdriet spat van het papier, want ze beklaagt zich over haar ouderdom, en die van haar vermoeide en verzwakte man, die in de kou zit. Het is een groot ongeluk dat ze op hun leeftijd deze ramp moeten doorstaan. Moge hun zondige leven maar verbeteren!

In een eenvoudig interieur zitten twee figuren te bidden aan een tafel. De voorste figuur zit op een stoofje en heeft zijn hoed afgenomen.
Biddend paar, Jan de Visscher, naar Adriaen Brouwer, 1661 – 1726, Collectie Rijksmuseum.

Amoers maken

Tussen de zorgen over geld en de oorlog door deelt Margaretha een nieuwtje over haar neef Welland in haar brief: het schijnt dat hij avances maakt bij Juffrouw van der Wijlle. Wie deze dame precies is, blijft onbekend. Margaretha is niet zeker of het een serieuze zet is van haar neef, of gewoon een pleziertje tussendoor… Welland is terug in Den Haag en heeft een beetje begrepen dat hij niet op de zak van zijn tante kan blijven teren, want hij heeft zijn onderdak elders gezocht. Alleen komt hij wel ’s avonds en ’s middags eten, terwijl Margaretha ervan uit ging dat hij bij een ordinaris zou gaan eten.

Een man probeert een vrouw te verleiden door haar oesters aan te bieden, een lustopwekkende delicatesse. De man (Van Mieris zelf) heeft succes: de vrouw (Van Mieris’ echtgenote) toont hem uitdagend haar boezem.
Het oestermaal, Frans van Mieris de Oude, 1661, Collectie Mauritshuis.

Wijn, zadels en kaas

Terwijl ze hierover schrijft, ontvangt ze een aantal pakketten. Er is wijn aangekomen en eindelijk zijn daar de manden met zadels! De zadels heeft ze zelf al op 30 september vorig jaar naar Hamburg gestuurd, omdat haar man dat vroeg. Nu zijn ze terug zodat hun zoon ze kan gebruiken. Ze is van plan om rustig van de wijn te genieten. Over boodschappen gesproken, de Parmezaanse kaas is nog steeds niet aangekomen in Breda, en ze vraagt zich af of haar man binnenkort grasboter voor haar kan regelen. Hoewel grasboter in de Republiek ook verkrijgbaar is, is de prijs ontzettend hoog. Waarom? Ze herinnert haar man aan de waterlinie, die nog steeds in stand is, waardoor veel landen en graslanden nog steeds onder water staan en veel dieren sterven door gebrek aan voedsel.

Eerste brieffragment over Welland
Brieffragment over Welland, wijn en kaas

[de heer van ginckel is noch te gorckom] de heer van wellant
is ock weer hier heeft sijn slaepstee op den dennewech ge=
noome maer komt hier middach en avont Eeten hadtge

meent hij in Een ordinaris soude gegaen hebbe, het schijnt hij de Amoers aen Juffrou vander wijlle maeckt oft hem Ernst is weet ick niet, dus int schrijfve ontfange ick de rinse bleecke3Waarschijnlijk Rheinische Bleichert, een wijn uit de buurt van Linz onder Bonn
met de mande met sadels daer voor uhEd hoochlijck
bedanck
het is al Een goet vat mooge wijt gerustelijck geniete sulle
daer verde inde soomer mee koomen ick drinck noch over
de tweede oxshooft4Oxhoofd: 231 liter wijn vande heelle winter, als nu de
nieuwe gras booter opgeleijt wort die duere kan en men
van daer 2a 300 pont die goet waer kost sende soude heel
wel koome want ongetwijfelt sal de booter hier seer dier
sijn vermidts der so veel lant noch onder water leijt
en so veel beeste bij gebreck van voer sterfven, [meeste]

In het midden op een tinnen bord een kaas, waarop een schoteltje staat met boter. Links een mandarijn, een stuk brood, een sinaasappel en schorseneren (?). Daarachter een kelk met een vergulde voet en steigerende paarden, een stenen kruik en een roemer met wijn. Rechts een kelk met een nautilusschelp en daarvoor een tinnen bord met stukjes ham.
Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

Toch nog een financiële meevaller?

Plotseling komt de klerk Vos binnenlopen. Hij vertelt Margaretha dat de 10.000 gulden is toegezegd. Ze is dankbaar jegens de Amsterdammers in de Staten van Holland. Haar harde werk lijkt effect te hebben gehad. Tenminste, er is toezegging gedaan, maar of het geld daadwerkelijk snel haar kant op komt, is nog maar de vraag…

  • 1
    Menage: zuinig beheer der inkomsten, het betrachten van zuinigheid
  • 2
    Vermoeidheden (van het werkwoord fatigeren)
  • 3
    Waarschijnlijk Rheinische Bleichert, een wijn uit de buurt van Linz onder Bonn
  • 4
    Oxhoofd: 231 liter wijn

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén