De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Steenoven Pagina 1 van 2

Weinig geld, veel vis en nog meer thee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Na alle ziekte-periekelen in haar direkte omgeving, is Margaretha erg blij in Godard Adriaans brief van 25 september te lezen dat hij gezond is. Er doen namelijk allerlei geruchten de ronde dat in het oosten en zuiden een besmettelijke ziekte rondwaart, maar uit zijn brief maakt ze op dat dat in ieder geval (nog) niet in Berlijn is.

Brieffragment besmettelijke ziekte

rec. 13e. october

Amerongen den 6
fe ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 25 septem sien ick met blijschap de
kontiniwasie1continuereing, voortzetting van deselfs gesontheijt daer dagelijcks naer
verlange te meer om dat men hier so seer roept vande kons
tesgeuse2contagieuse: besmettelijke sieckte die die boven int lant en ock tot of on=
=trent berlijn reneert3regneren: woeden, heersen , dat mij seer soude bekomeren ten
waere ick wt uhEd briefve niet kan sien tot berlijn Eenige
quade sieckte is , de heer almachtich wil deselfve bewaere
en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge, [de]

Magnifiek onthaal

Over de geweldige ontvangst (het “magnifiek onthaal”) die Willem III in Celle heeft gekregen, heeft Godard Adriaan vast al uitgebreid gehoord van hun zoon en anderen. Ze zou willen dat Godard Adriaan zijne hoogheid ook eens een keer zo groots zou mogen ontvangen. Dan zou hij allerlei nuttige dingen met hem kunnen bespreken. Maar zelfs al zou hen die gunst ten deel vallen, dan zou het financieel waarschijnlijk niet veel opleveren. Vast veel goede woorden, maar daar van “kan je niet naar de markt”, daar koop je niks voor.

Brieffragment Willem III in Duitsland

[en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge,] de
overkomste van sijn hoocheijt tot sel4Celle ent manifijck onthael5grootse ontvangst
aldaer sal uhEd hebbe wt het schrijfve vande heer van
ginckel en andere hebbe gehoort, ick wenste deselfve Een
keer bij sijn hoocheijt mochte doen om met hem so vant Een
alst ander te spreecke, hoewel vreese het tot de betael
=line niet veel sal doen sal wel goede woorde geefve, da
=men niet mee te mart kan gaen , [van heetere schrijft]

Links de achterkant van de Mariakerk op het plein allemaal marktkramen opgebouwd van stokken en doeken.
Markt op de Mariaplaats te Utrecht, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie Rijksmuseum.

Geldnood al om

Over kopen gesproken: het verzoek om aanvullende geldmiddelen voor de provincies schijnt wel in de Raad van State te zijn behandeld volgens Van Heteren, maar de uitkomst is nog niet ontvangen bij de Staten van Utrecht en Margaretha heeft er weinig vertrouwen in. In de provincie Utrecht staan veel mensen er financieel slecht voor. Bezittingen brengen weinig op, terwijl iedereen wel belasting moet betalen. Maar contant geld is er niet. Ook belastingontvanger Boscher kan zijn betalingen niet doen en vervalt in een oude gewoonte: hij stuurt wie geld van hem moet hebben door naar zijn eigen schuldeisers met het idee dat ze het dan onderling maar moeten regelen. Margaretha ziet het hoofdschuddend aan en is blij dat de 4.000 gulden voor Godard Adriaan veilig bij huisbankier Temminck liggen.

Eerste brieffragment geldproblemen
Tweede brieffragment geldproblemen

inde provinsi van wttrecht staet het godt beetert seer
bedroeft6het staat bedroefd: het staat er slecht voor de laste blijfve Even groot de mense konne van
haer goet niet maecken de schattine moete Evenwel betaelt
worden, de fenansiers7financiers klage datter geen gelt is den
ontfanger boscher seijt me klaecht niet langer renthe
te konne betaelle, veel min Eenige ander laste daer sijn kantoor mee beswaert is, doch daer wort ock geseijt dat hij sijn oude maxsijme8maxime: stelregel volcht en die gelt van hem moete hebe

[dat naer mesuer die metge van heijmenberchs dochte heeft9geheel onduidelijk wat deze zin hier doet]
sent daer mee te handele en dan isser noch gelt te krijgen
tis bedroeft datter so gaet , de vier duijsent gul
die onder teminck legge kan uhEd vaste staet op
maecken10vaste staat opmaken: op rekenen en naer sijn welgevalle trecke11opnemen

Twee mannen zitten in een vertrek aan een tafel waarop vele geldstukken, twee boeken en een stokbeurs liggen. Een van de mannen heeft een weegschaaltje in de hand, de ander wordt door de Dood (in de gedaante van een skelet) van achteren belaagd met een pijl. Aan de muur hangt een klok. Op de voorgrond staat een geldkist, waarin bovenin een beeldje ligt dat Caritas voorstelt. Onder de voorstelling is ruimte leeg gelaten voor een onderschrift.
De geldwegers en de Dood, Jacques van Gheyn II (ontwerp en atelier), Zacharias Dolendo (mogelijk prent), 1593-1597. Collectie Rijksmuseum.

Neef Welland weer

Deze algemene geldproblemen zijn een mooi bruggetje naar het wandelende geldprobleem in de familie: neef Welland. Margaretha wijdt er bijna de helft van haar brief aan! In verband met de afbetaling van drie kapitalen heef hij haar naar Utrecht laten komen met de familiejuwelen die zij voor hem in onderpand heeft. Maar eerst is hij zelf niet thuis, de volgende dag is de notaris waar de juwelen tegen geld moesten worden ingewisseld de stad uit, en uiteindelijk weigert hij het bewijs waar straks uit moet blijken dat de kapitalen zijn afgelost aan Margaretha te zullen geven. Maar zolang de notaris de stad uit is, kan er sowieso niets worden afgelost. Dit blok zullen ze dus nog wel even aan hun been hebben. Margaretha verbijt zich en probeert geduld te oefenen. Hadden ze het maar achter de rug! Volgende week moet ze er weer voor naar Utrecht, en dan zal ze alles op alles zetten om van Welland af te raken. Hopelijk neemt Godard Adriaan haar niet kwalijk dat ze hier zo uitgebreid, “wat in de breedte”, over schrijft.

Brieffragment Welland

honde[rd] gul[den] heeft gekost, insoma dit sulle wij aen ons
been moete hebbe paesijensigeduld waeren wijder maer
af ick sal hier om dees weeck weer naer wttrecht
moeten en al doen wat ick kan om van hem af te
weesen, hoop vhEd mij niet qualijck sal neeme
dat ick dit so wat int breede schrijf

Het kantoor van de notaris. Een klerk of boekhouder in onderhandeling met links een man met een geldzakje en rechts een vrouw met een jongetje met een fluit op schoot. In het midden een tafel waarop een kasboek en enkele munten liggen. Op de achtergrond een boekenkast en verzegelde documenten aan de muur.
Het kantoor van de notaris, Jan Woutersz. Stap, ca. 1629. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de Oost-Indische kist

Tijd voor iets leuks: De Oost-Indische kist is onbeschadigd vanuit Utrecht per schip aangekomen op kasteel Amerongen. In de vorige brief had ze al aangekondigd te zullen vertellen wat er verder in zit, want ze had toen alleen nog maar het bovenste laagje bekeken. Ze heeft hem nu helemaal ‘geopend en ontpackt’. De unboxing is compleet!

Theepot van porselein met een geribd, bolvormig lichaam en S-vormige tuit, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand is verdeeld in vakken met afwisselend een bloeiende plant (chrysant, pioen) en een persoon zittend op een omheind terras; de schouder met een band servetwerk afgewisseld met een bloem in een cartouche. Voorzien van een 19e-eeuws zilveren montuur en handvat door Arnoldi & Wielick, Amsterdam 1850. Kraakporselein.
Theepot met vakdecoratie met planten en mensen en een zilveren montuur, Chinees, ca. 1610-1630, zilveren montuur Arnoldi en Wielick, ca. 1850. Collectie Rijksmuseum.

Wat zou er nog meer tevoorschijn zijn gekomen? Tja…, ‘niets meer dan allerhande theekopjes en theekannetjes’ en een paar ‘fraaie rariteiten’ die je in een kabinet ten toon zou kunnen stellen. Daarnaast nog een mooi vierkant trijpen tafelkleed met hun wapens er in, maar te klein om als vloerkleed te kunnen gebruiken. Verder ‘een menigte van thee’. Al met al een mooi cadeau, maar Margaretha lijkt niet helemaal te weten wat ze er mee aan moet. Er zat ook verder geen brief bij. Ze stapt maar snel over het volgende onderwerp: vissen!

Brieffragment Oost-Indische kast

Eijntlijck is hier de kast die wt oostindie is gekoome hie
onbeschadicht aengekoome die geopent en ontpackt
heb, niet anders als alderhande tee kopges keetelt
gesketeltjes en dier gelijcke met noch Eenige fraeije raerijteijt
om in Een kabinet te sette en Een vierkant tafe
kleet van trijpt12trijp: fluweelachtige stof of diergelijcke met ons beijder wape
int midde, welcke kleet heel fraeij is, en jamer
dat het niet so groot is om voor Een partaere te
dienen, daer is ock meenichte vande tee bij, tis
al Een fraijpreesent hebbe daer geen brief bij gevonde

Oosters tapijt met de honderd antiquiteiten. Middenveld: een blauwe achtergrond is bedekt met rijen van de zogenaamde honderd antiquiteiten in beige, grijsblauw en bruin, waaronder een tafel, een bloesemtak in vierkante pot, een penseelpot, een waaier, een dambord, een bel, twee samengestrikte veren, een bolvormige vaas en een staande penseel. Rand is effen beige.
Oosters tapijt met honderd antiquiteiten, Chinees, 1600-1699. Collectie Rijksmuseum. Op dit tapijt staan wel niet de familiewapens, maar er zijn wel ‘allerhande theekopjes, keteltjes en diergelijke’ op te zien!

Karpers in de gracht

Een aanwinst waar Margaretha zelf erg over te spreken is, zijn de karpers, samen 1500 pond, die ze gekocht heeft van een schipper die voorbij kwam. Sommige zijn meer dan een voet lang! Ze heeft ze in de gracht uitgezet en als Godard Adriaan thuiskomt zal er vis genoeg zijn. Ze laat nog verder vissen in het lage water van de Rijn en de zijarmen. Waarschijnlijk zijn de vissen in het laag staande water extra makkelijk te vangen.

Brieffragment karpers

, nu wat anders, ick hier van Een schipper die
passeerde 14 a 1500 pootpond? of een andere maat kerpers gekocht en in ons
grachte geset daer wel 600 onder sij die rijcklijck
Een voet lanck sijn de resteerende minder en
naevenant hoope uhEd dit aengenaem sael sijn
en laet nu bij dit lage water inde rhijn en hancke
visse en al inde graf te sette so dat teegens uhEd
komste hoope die wel van vis te sulle sijn versien

Visstilleven. Op de hoek van een houten tafel liggen enkele verschillende soorten vissen op een aardewerken vergiet.
Stilleven met vissen, Pieter de Putter, ca. 1639-1659. Collectie Rijksmuseum.

Uitnemend schoon weer

Misschien staat het water wel zo laag omdat het zo lang mooi en droog weer is geweest. Rond Amerongen is het volgens Margaretha in ieder geval al een maand ‘uitnemend schoon weer’ geweest dus misschien gold dat ook hoger stroomopwaarts op de Rijn. Voor de steenoven was het weer in ieder geval prima. Ze hebben flink kunnen doorstoken en nu zijn ze klaar. Verder is ook alles goed, er zijn nog een paar zieken, maar niemand gaat dood, en de meesten zijn er al weer bijna bovenop.

Eerste brieffragment weer, steenoven en zieken
Tweede brieffragment weer, steenoven en zieken

, wij hebbe hier nu Een maent ontrent wtneement
schoonweer gehadt dat ons steen oven wel geluckt
heeft die affgestoockt is, voort ist noch alles

wel hier sij so hier en daer wat siecke aen heete
koortse maer sterfve weijnich sijnde haest wt of
koomender van op, [den domheer ijan van wijck]

Kuiperijen in de Domstad

Jan van Wijck, domheer van St. Pieter is overleden. Prins Willem mag nu een opvolger aanwijzen, want Van Wijck is in een ‘bisschopsmaand’ overleden, en de stadhouder is te beschouwen als opvolger van de bisschop. In andere maanden mogen de andere domheren kiezen. Ondertussen wordt er ook flink ‘gekuipt’ om het ambt van burgemeester. Gijsbert van Hoolck, die in juni een beroerte heeft gehad ligt ziek in Den Haag en zal ook snel overlijden. Als gedeputeerde wordt hij waarschijnlijk opgevolgd door Van Dinteren. Velen zijn jaloers!

Afsluiting baantjes en burgemeestersverkiezingen

[koomender van op,] den domheer ijan van wijck
is tot wttrecht overleede wiens proofve tot sin
=peeter aen sijn hoocheijt is koome te vervallen,
als hij sijn inde bischops maent gestorfven,, hier
meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
tot wttrecht kuijpt me
met kracht om burge=
meester te worde en ver
lanckt men wiet weese
sal, den heer van hoolack
seijt me dat inde haech leijt
en sterft en dat van dintere
daer in sijn plaets sal koome
daer veel s ijaloers van sijn

Een rijk versierd medaillon met een marmeren rand. Boven het medaillon een zon rondom het rood-witte wapen van Utrecht (geheel is teken van de universiteit. Boven aan weerszijden twee vliegende engeltjes en onder het medaillon de tekst" Viris amplissimis Gisberto vanhoolck theodorico veldhusio coss hoc pietatis et doctrinae sacrarium bono reiplubicae secundae auspicus fuit dedicatum A.D. XVII LL Aprilis MSCXXXVI. Daaronder het wapen van de stad utrecht, vastgehouden door twee leeuwen met een kroon erop.
Afbeelding van het schoorsteenstuk in de senaatskamer in het Academiegebouw (Domplein 29) te Utrecht, met de portretten van Dirk Jacobsz. van Veldhuisen en Gijsbert Jansz. van der Hoolck, burgemeesters van Utrecht tijdens de inwijding van de hogeschool in 1636. Foto: J. Lub, collectie: Het Utrechts Archief.

  • 1
    continuereing, voortzetting ↩︎
  • 2
    contagieuse: besmettelijke ↩︎
  • 3
    regneren: woeden, heersen ↩︎
  • 4
    Celle ↩︎
  • 5
    grootse ontvangst ↩︎
  • 6
    het staat bedroefd: het staat er slecht voor ↩︎
  • 7
    financiers ↩︎
  • 8
    maxime: stelregel ↩︎
  • 9
    geheel onduidelijk wat deze zin hier doet ↩︎
  • 10
    vaste staat opmaken: op rekenen ↩︎
  • 11
    opnemen ↩︎
  • 12
    trijp: fluweelachtige stof ↩︎

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Het verlies van een hond

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 september 1680
Lees hier de originele brief

Het blijft onrustig met brieven die laat of helemaal niet aankomen. Uit zijn brief van de 28ste maakt Margaretha op dat Godard Adriaan haar vorige brief weer niet gekregen heeft. Ze snapt werkelijk niet waar de brieven blijven en maakt nog maar eens duidelijk dat ze nog nooit in gebreke is gebleven hem over iets te schrijven. Wat geld betreft, is er geen update, behalve de hoop dat er wat voortgang komt nu Van Heeteren weer in Den Haag is.

Brieffragment brieven en geld

[rec. 15en 7ber.]

Ameronge den
9 septem 1680
en 28 Augusti

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 28 pasato sien ick met
verwonderin dat de mijne niet is overgekoome
ick heb noijt post gemanckeert te schrijfve, kan
niet dencke waer de brijefve blijfve, hoope die
noch te rechte sal koomen, nu van heetere inde
haech is verwachte ick te hoore wat voort ganck
de petiesie supletoor heeft daerse noch tot
wttrecht niet van en weeten, sonder het selfve
ick geen raet sien om Eenich gelt voor uhEd
te bekoomen, [in ons werck alhier hebbe de]

Voor een raam zit een vrouw aan tafel een brief te schrijven. Op de tafel ligt een tafelkleed, aan de andere kant van de tafel staat een lege stoel. Achter de vrouw staat haar meid in het bruin. Ze kijkt naar buiten. Aan de muur hangt een schilderij.
Vrouw die een brief schrijft, Johannes Vermeer, ca. 1670. Collectie: National Gallery of Ireland.

Het dak op

Dan nog maar een update over de bouw. Die vordert gestaag. De metselaars zijn bezig met de schoorstenen. Daarna kunnen de leidekkers, gelukkig met Gods hulp, het dak op om de leistenen te leggen. Ook de timmerlieden en steenhouwer zijn nog druk met hun onderdelen van het paviljoen. Dinsdag hoopt Margaretha de steenoven op te kunnen stoken. De laatste week hebben ze in Amerongen buitengewoon mooi weer gehad. Ze hoopt dat hen nog twee weken gegund is om de steenoven zijn werk goed te kunnen laten doen.

Eerste brieffragment over de bouw
Tweede brieffragment over de bouw

[te bekoomen,] in ons werck alhier hebbe de
metselaers de schoorsteen int voorste pavelijoen
teenemael wt gehaelt en volmaeckt so dat
de leijdeckers toekoomende maendach met
godts hulpe daer het leijdack op sulle
begine te legge, de timerlie sijn noch aent
sette vande kap opt achterste pavelijoen
daer niet veel aen mankeert, de metse=
laers sulle nu aent wt haelle vande schoor
steene int laeste of achterste pavelijoen
gaen, de steen houder werckt noch aende lijst
op de schoorsteen,
vant voorseijde pavelijoen, toekoomende

dijnsdach hoope wij aent onderstoocke van onsen
steen oven te gaen, wij hebbe nu deese gansche
weeck wt neement schoon weer met groote
hette gehadt mochten wijt noch so 14 dage
int affstoocke vande oven houden waer
wel te wenschen maer vrees voor neen
het wort te laet int ijaer en al wat godt 
belieft, [men begint hier van veel siecken te] 

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.

Verlies van mensen

Margaretha schrijft dat het later in het jaar wordt en dat er veel zieken zijn. Wat volgt is een opsomming van zieken en overledenen. De oude Gijsbertje van Oort heeft 4 dagen dood gelegen, maar zij was al bijna 100 jaar oud. Wat Margaretha een groter verlies vindt, is dat de zoon van Magere Arie, die op Waijensteijn woont, is overleden. Hij laat een vrouw en 4 kinderen achter en was een harde werker. Dan volgt er iets opmerkelijks. Margaretha schrijft dat het met ‘onse stome’ ook niet goed gaat. Ze laat hem nog zoveel mogelijk doen, maar hij komt niet voor de middag uit zijn kamer. Hadden Godard Adriaan en Margaretha een dove/doofstomme knecht?

Brieffragment over alle zieken en doden

[belieft,] men begint hier van veel siecken te
hoore, weet niet of ick uhEd heb geschreefe
dat de oude gijsbertge van oort doot is
die maer drij a 4 dagen heeft geleegen
sij was dicht bij de hondert ijaer out,
ock is den soon vande mageren Arije tijs
Arijse die op waijesteijn woont doot daer
is meer verlies aen hij laet Een vrou met
4 kinderen naer, en was Een naerstich1Naarstig: vlijtig
man, maeij aende kaeij die op onse groote
boogaert woont leijt ock heel Elendich aent
water, onse stome gaet ock seer qualijck
komt niet voor smiddaechs wt sijn kamer
ick laet hem so veel goets doen als ick
kan, [sijn hoocheijt is weer naer den]

In een bed met rode gordijnen, een rode sprei en witte lakens en kussens, ligt een klein kindje in het wit met haar oogjes dicht. Het lijkt of dit meisje ligt te slapen, zo rustig en mooi ligt ze er bij. Maar wakker zal ze niet meer worden – ze is overleden.
Portret van een overleden meisje, waarschijnlijk Catharina van Valkenburg, Johannes Thopas, 1682. Collectie Mauritshuis.

Verlies van een hond

Margaretha ratelt in haar brieven alle informatie af waarvan ze vindt dat Godard Adriaan het moet weten. Je hoort haar soms bijna een lijstje afgaan in haar hoofd; geld, bouw, politiek, zieken en overledenen. Zou dat ervoor zorgen dat het bericht dat Margaretha zelf het meest na aan het hart ligt, pas wordt geschreven in een PS? Na de mededeling dat de heer Brakel uit de Raad van Staten ook is overleden, weet Margaretha namelijk niets meer te schrijven. Of toch wel. In de PS schrijft ze dat hun grote hond Webbe dood is. Tijdens de jacht is hij in een gat gesprongen en heeft hij zijn nek gebroken. Hij was op slag dood. De twaalfjarige Fritsje heeft er vreselijk om gehuild en ook Margaretha is verdrietig om het verlies van de hond.

Brieffragment over de heer van Brakel en hond Webbe

[wt te sijn,] den heere brackel2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden die inde raet
van staten was is ock overleeden, nu
weet ick niet meer te schrijfve, blijff

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick moet uhEd ock segge dat onsen groote
hont webbe op de jacht sijnde in Een holle
wech springende sijn neck heeft gebroocke
en hartsteecken doot is gebleefve, daer
fritsge om heeft gekreeten dat hij niet te
stille was mij ijamert ock het beest

Portret van drie kinderen, links een zittend meisje met bloemen op schoot en een elegante okergele jurk aan en opgestoken haar. Haar linkerhand houdt de bloemen vast, haar rechter hand heeft een lint vast. Over haar linker been hangt een blauwe doek. Voor haar op de grond liggen geplukte bloemen. In het midden een jonge man met haar over de oren en een halflange groene jas aan, daaronder een ruim zittende witte blouse. in zijn rechter hand heeft hij een roze anjer in zijn linker hand een paar witte bloemen. Over zijn schouder hangt een bruine doek. Rechts een jongen met hetzelfde soort haar en een okergele lange jas aan. Daaronder draagt hij een grijze jas en een witte blouse. Over zijn rechter schouder hangt een rode doek. Hij heeft zijn linker hand op de kop van een hazewindhond en in zijn rechterhand houdt hij pijl en boog. Links op de achtergrond Kasteel Amerongen in een Italiaanse fantasietuin.
Ursula Christina Reiniera (1719-1747), Godard Adriaan (1716-1736) en Frederik Willem (1717-1747) van Reede, 1749, J. Fournier. Foto: Elsevier Stockmans. Collectie Kasteel Amerongen. De kinderen van Frederik Christiaan van Reede (Fritsje) met hun jachthond.

  • 1
    Naarstig: vlijtig ↩︎
  • 2
    Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden ↩︎

Van kisten tot steenovens

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 september 1680
Lees hier de originele brief

Het is rustig met de brieven, maar Margaretha meldt aan Godard Adriaan dat ze zijn brief van 21 augustus heeft ontvangen. Ze begint meteen over de kist uit Oost-Indië die Casembroot heeft gestuurd en die nog niet is aangekomen. Jan Casembroot is een connectie van Godard Adriaan en zijn zoon is koopman in Perzië. Heeft Godard Adriaan in zijn brief de komst van de kist aangekondigd? In ieder geval, voor zover Margaretha weet, staat de kist in het Oost-Indisch pakhuis in Amsterdam en ze heeft Temminck gevraagd ervoor te zorgen dat de kist naar Utrecht wordt verstuurd.

Brieffragment Oostindische kist

[rec.a 8. 7ber.]

Ameronge den
2 septem 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 21 Augusti is mij ter rech
=ter tijt behandicht, de kasse1Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden wt oostin die vande
heer kasenbroot2Waarschijnlijk Jan de Casembroot gesonde is noch tot wttrecht
niet aengekoomen, mijn wort geseijt dat die
tot Amsterdam int oostindis packhuijs soude
staen waer over aen teminck heb geschreefe
en versocht so se daer is, op wttrech ten huijse
van teminck beusekom te sende, [met onse timer ]

Kist van petohout met koperen beslag. Het meubel heeft vlakke wanden; aan de hoeken, aan de onderkant, rond het sleutelgat op het voorbord en op de zijkanten is het versierd met opengewerkt koperen beslag in moreske-ornament. Om de slotplaat en op het deksel vier grote koperen ronde nagels. De zijwanden hebben koperen geprofileerde handvatten. Het meubel rust aan de voorzijde op zwart houten bolpoten. Het deksel heeft een geprofileerde rand.
Kist van petohout met koperen beslag, 1728. Collectie Rijksmuseum.

De bouw vordert en de steenoven wacht

Het zal eens niet over de bouw gaan! Heel plichtsgetrouw meldt Margaretha de nieuwste vorderingen. De metselaars werken aan de schoorstenen van het eerste paviljoen, de timmerlieden zijn bezig met de kap van het tweede paviljoen, de leidekkers zijn bezig met de dakramen. En als de kap van het tweede paviljoen af is, dan zal Margaretha een deel van de timmerlieden ontslaan. Laat ze het maar niet horen, dan gaan ze vast langzamer werken. Het is een paar dagen mooi weer geweest, de stenen hebben kunnen drogen. Dat is een serieus ding, je kunt geen natte stenen in de oven leggen. Margaretha hoopt dus dat het droog blijft zodat ze de steenoven vol kunnen laden en aan kunnen steken.

Eerste brieffragment vordering bouw
Tweede brieffragment vordering bouw

[bij naer gedeckt,] so haest de timerlie met het
sette vande kap sulle gedaen hebbe sal ick
Een deel van dat volck afschaffe daer
wel naer verlange, wij hebbe nu hier drij
a 4 dagen wtneement schoon weer ge
had alst godt beliefde dat wijt noch so

wat mochte houde sou op al ons werck seer wel
koomen, en insonderheijt3Inzonderheid: voornamelijk op de steenoven
daerse noch bij gebreck van droochge steen
niet met inkruijen hebbe gedaen, [doch hoop]

Een vrouw staat aan een tafel met een klomp klei in haar handen en ze houdt hem boven een steenvorm. Naast haar staat ook iemand iets te doen. Op de voorgrond verzamelt een kind hompen klei, daarachter liggen gevormde bakstenen te drogen. Op de achtergrond een rivier met boten en een dorp of stad aan het water.
De steenbakker, Jan Luyken, 1718. Collectie Rijksmuseum.

Het eeuwige probleem: de centjes

Godard Adriaan snapte ongetwijfeld precies waar Margaretha op doelde in deze brief, maar voor ons arme lezers blijft het gissen. Er is een verzoek gestuurd aan de Staten van Utrecht, Van Heteren is naar Den Haag en Margaretha wil ervoor zorgen dat Temminck over 3000 gulden kan beschikken voor de kosten van de bouw.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

ick hoor noch van geen petisie4Petitie: verzoek supleetoor5Suppletoir: aanvullend
die al aende proovinsi van wttrecht most
gesonde sijn, nu van heeteren weer inde
haech is, w verwachte te hoore hoet daer
mee gaet, volgens de reeckenin van
teminck heeft hij te boven de laeste en
al de wissels die uhEd heeft getrocke
betaelt sijnde, noch suijver in hande 2600
f, waer bij ick noch so veel sal voech
ge, tot 3000f kompleet die voort tot

uhEd behoef onder hem sonder Ergens ande ge
Empoloijeert te worde sulle blijfve, [daer]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum.

Van de hak op de tak

Hopelijk was Godard Adriaan goed wakker toen hij deze brief kreeg, Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak. Zo schrijft ze eerst dat ze actie gaat ondernemen tegen de kerkenraad die haar veel te eigenzinnig is. Zoonlief is aan het jagen met de prins, in Dieren en in Hoog Soeren. Ze hoopt dat ze heel thuis komen.

Brieffragment kerkenraad en jacht

[in sal koomen,] als de vakansie6Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert wt
is sal ick sien wat ons teegens onse
ongerijmde7Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd en opijniatere8Opiniatreren: hardnekkig volhouden kercken=
=raet te doen staet, den heer van
ginckel is Eenige tijt herwaerts seer
susijet aen sijn hoocheijt op de jacht
tot dieren en hoochsoere geweest
hoop alles daer wel vergaen sal,
tis een viement9Viement, vehement: heftig, onstuimig jaegen

Ze schrijft dat de dood van de heer Von Eller zu Laubach haar spijt, het moet een verlies zijn voor de Keurvorst. In Den Haag is ook een belangrijke heer overleden, aan de kinderpokken nog wel, en zijn functie zal waarschijnlijk naar Johan Pesters gaan. De heer van Zuilen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft een ruil gedaan met Adam van Lockhorst en is daardoor nu dijkgraaf van de Lekdijk Benedendams, de dijk die de Lopikerwaard beschermt. Voor zijn zoon heeft hij het ambt van maarschalk van Abcoude binnen weten te halen. Margaretha heeft er een mooie uitdrukking voor: ‘elk slaat zijn nootjes en het ijzer als het heet is’. En eigenlijk geeft ze hem groot gelijk.

Brieffragment nootjes en ijzer

en daer bij het Maerschalck Amt
van Abkoude voor sijn soon t sijn
al fraije saecke Elck slaet sijn
nootges ent ijser dewijlt heet is, ten
is haer niet te misprijse

Een schilderij van een heuvelachtig landschap met bomen met linksboven in het schilderij blauwe lucht met wolken. Er zijn verschillende groepjes jagers te paard te zien. Sommigen dichtbij, anderen verder weg. De ruiters dragen kleurige jassen, hoeden en laarzen. De kledij oogt 17de eeuws. In het midden valt een ruiter op een wit paard op dat zich spoedt naar een groep jachthonden die een wild zwijn aanvallen.
Willem III op zwijnenjacht, Dirk Maas, 1693. Collectie Paleis Het Loo.

De heer van Dijkveld

Margaretha sluit af met een lekkere roddel over Everard van Weede, de heer van Dijkveld. Hij is in Brussel om daar voor zijne hoogheid één of andere zaak met een prinses te regelen. Van Weede was een ras diplomaat en Godard Adriaan kende hem goed. Hij heeft nu kennelijk wat geldproblemen. Daar is Margaretha ook goed mee bekend …

Naschrift heer van Dijkeveld

Mijn heer en lieste hartge

Uhed getrouwe wijff
MTurnor

ps den heer van
dijckvelt is tot
bruijsel, om de
Affaerees van sijn hoocheijt
die daer teegens de prinses
van ijsengaren heeft waer te
neemen, men roept so dat hij vant sijn so
veel te parijs heeft verteert, dat so breet niet moe
sijn dewijl hij sujeten daer ontbiet om tapijte
voor hem te koope

  • 1
    Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden ↩︎
  • 2
    Waarschijnlijk Jan de Casembroot ↩︎
  • 3
    Inzonderheid: voornamelijk ↩︎
  • 4
    Petitie: verzoek ↩︎
  • 5
    Suppletoir: aanvullend ↩︎
  • 6
    Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert ↩︎
  • 7
    Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd ↩︎
  • 8
    Opiniatreren: hardnekkig volhouden ↩︎
  • 9
    Viement, vehement: heftig, onstuimig ↩︎

Geaffectioneerd

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 juni 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is twee dagen naar Den Haag geweest om zaken te regelen. Er ligt nog een rekening van 4000 gulden, maar ze krijgt het geld maar niet los. Ze heeft nu met de financiële topman van de Republiek, ontvanger Cornelis de Jonge-van Ellemeet geregeld dat die rekening gesplitst wordt. Hij heeft er één rekening voor Utrecht van gemaakt en de rest moeten ze maar bij Holland zien te krijgen. Ze had pech, want het was pinksteren, dus alle heren die ze ook nog had willen spreken waren juist níet in Den Haag. Gelukkig gaat Van Heteren woensdag naar Den Haag, dan zal ze hem een duidelijke opdracht geven. Net als vier jaar geleden is er gedoe over de defroyementen, de onkostenvergoedingen.

Brieffragment financiën in Den Haag

[rec.a 23.en Junij. ]
Ameronge den 16/6
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 5 deeser heb ick inde haech
sijnde ontfange, waer ick twee dage ben geweest
om te sien hoe ick het bewuste aquiet1Acquit: vereffening van een schuld of rekening daer
tot wttrecht geen hoop toe was om ten volle
betaelt te krijge, bij den ontfanger Ele=
=meeteOntvanger-generaal2Cornelis de Jonge van Ellemeet gesplitst te bekoome, het welcke
hij gedaen heeft en mij Een aquiet in
plaets van 4000f ter som vande 1690f op
wttrecht gegeefve de resteerende 2310f
sulle wij op hollant moeten ont sien te ont
=fange, vermidts de pinstere waeren de
meeste heere wt den haech so dat ick daer
niemant van heb konne spreecke [als]

Brede straat met wat hoge bomen. Het eerste huis links is twee verdiepingen hoog en meer dan tien ramen breed. Daarachter een huis met een fronton, daarvoor staat een koets. Verderop staat op de straat een pomp. Op straat lopen mensen en er staat een koets. De bomen staan vol in blad.
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.

En weg is het weer

Gelukkig heeft ze het geld van Utrecht (1690 gulden) gekregen. Normaal schrijft ze dan een memorie die ze bijsluit, maar nu is het gewoon onderdeel van de brief. Het zijn ook niet heel veel posten, alleen de turf voor de steenoven was al 1311 gulden. En voor de 2310 gulden die ze al dan niet van Holland krijgt, is het nog even puzzelen: Godard Adriaan heeft geld nodig en Temminck heeft geld voorgeschoten. Dan is ook dat geld alweer op.

Gelukkig ligt er ook nog een kans. Goede vriend Joan Carel Smissaert is komen zeggen dat het Domkapittel waarschijnlijk wat land afstoot in het dorp en dat ziet Margaretha wel zitten. Nou heeft hij aangeboden het voor hun te willen kopen. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het er nog steeds mee eens is. Het gaat om een stuk land op het Encker. Op een kaart uit 1696 wordt dit stuk land genoemd. In de legenda staat het land onder “Landereijen het Huijs te Amerongen gehoorende”, dus kennelijk is de koop gelukt.

Brieffragment land van het Domkapittel

[selfs behoef legge 550f,] gistere tot
wttrecht sijnde quamden heere smitser
mij segge dat als merge bijt kapittel
vande dom soude gereesolveert worde
Eenige kleijne perseeltges landerije te ver
koope ep dewijlle ick hem volgens uhEd
last voordees had versocht de 3 1/2 of 4
merge lant opt Encker dat de maijoor
ijannquint van gerit de kruijf in pacht
heeft overgenoome, welcke pacht ijaere
nu wt sijn, voor ons te koope sou hij sien
het daer heen te deerijeere3Vermoedelijk een variant van dirigeren in de betekenis van richten het selfve lant
mee verkocht soch worde en hijt voor ons
koope dat ick hem versocht heb te wille
doen hoope uhEd noch van die intensie
is en daer wel ingedaen te hebbe, [ick]

Plattegrond met links duidelijk het kasteelterrein. Rechts daarvan drie stukken land. In het middelste en grootste stuk staat B. Encker.
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Rechts naast het Kasteelterrein B Encker.

De jacht

Margaretha weet zeker dat ze haar man al geschreven heeft dat Willem III drie keer is wezen eten en zelfs een keer een nacht op Amerongen geslapen heeft. En alles was (natuurlijk) naar wens. Nu is hij met Mevrouw de Prinses in het jachtslot in Dieren. Hij is natuurlijk aan het jagen en dat gaat er zo heftig aan toe, dat zoon Van Ginkel al een paard kwijt geraakt is…

Margaretha schrijft meestal op een dubbelgevouwen blad en als ze de laatste pagina gaat beschrijven, draait ze soms opeens het vel om en gaat overdwars verder.

Brieffragment jacht. In de afbeelding twee fragment van briefpapier met verschillende breedte.

[is en daer wel ingedaen te hebbe,] ick
weet niet beeter of heb uhEd geschreefe

dat sijn hoocheijt hier drije mael heeft gegeete en een nacht gesla
pen was heel wel te vreede, is nu met Mevrou de prinses
tot dieren, daer hij seer sterck ijaecht en de heer van
ginckel al Een ofa paert door heeft verlooren, en tis
noch maer Een begin, [de seeckreetaris seijt uhEd alle]

Een hert wordt ingesloten door honden en ruiters te paard die van links en van rechts komen. Boven de hoofden van de ruiters zie je nog net delen van de plattegrond.
Fragment van Platte grond van de heerlijkheijt van Roosendaal buyten Arnhem : na de voetmaet afgetekent, 1718. Tekening Barend Elshof. Collectie Gelders Archief.

Meer pinksterleed

Margaretha heeft weinig over de bouw geschreven, want de secretaris heeft aangegeven dat hij Godard Adriaan elke twee weken geschreven heeft. Kennelijk is ook dat niet aangekomen, dus ze brengt even het laatste nieuws. Door de pinksteren en Margaretha’s afwezigheid zijn de werklieden weer eens niet opgeschoten. Ze verwacht dat de metselaars over twee weken zo ver zijn dat de balken op de eerste verdieping gelegd kunnen worden.
Door het wisselvallige weer is het nog niet gelukt om de steenoven te stoken. Margaretha is bang dat ze dit jaar de steenoven maar één keer zullen kunnen stoken. Nu maar hopen dat dat genoeg stenen oplevert. In bovenstaande kaart ligt de steenoven in veld C.

Brieffragment vordering bouw

[noch maer Een begin,] de seeckreetaris seijt uhEd alle
veertien dage geschreefve te hebbe waerom ick te min vande
timeraesge geschreefve hebt en moet tot mijn leet weese segge
datter met de pinster weeck en in mijn apsensi int werck
niet veel gevordert is so ickt aen sien hebbende metselas
noch ontrent de veertiendage werck Eerse de balcke vansde
Eerste verdiepine leggen, die varijabelle weer doet den
steenoven ock niet veel vordere vrees wij maer Eens
sulle konne afstoocken doch hoope mij daermee tot ons
behoef genoech steen sulle hebbe, [dit is alt geen ick]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

Romantiek

Normaal zou dit blog hier eindigen, want meer heeft Margaretha niet geschreven. De standaardafsluiting van Margaretha’s brieven kennen we inmiddels wel, dus dat is niet echt blogwaardig. Maar deze keer springt Margaretha volledig uit de band. Normaal sluit ze de laatste zin af met “blijfve” en dan volgt nog “Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff”

Deze brief “blijft” ze niet alleen, maar deze keer kan Godard Adriaan er verzekerd van zijn dat ze “blijft zolang ze leeft”. En in plaats van alleen “uw getrouwe wijff” vindt ze zichzelf nu “uw getrouwe en geaffectioneerde wijff”. In de brief is geen spoor te vinden van waar die plotselinge affectie vandaan komt.

Afsluiting brief

[behoef genoech steen sulle hebbe,] dit is alt geen ick
weet te schrijfve, als uhEd verseeckere te sijn en sal
blijfve so lange ick leef

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe en geafexsioneerde wijff
M Turnor

Vrouw stopt een brief in de holte van een boom. Ze kijkt over haar schouder of er niemand mee kijkt.
Brievenbus van de geliefden, George Baxter naar Jessie McLeod, 1856. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Acquit: vereffening van een schuld of rekening ↩︎
  • 2
    Cornelis de Jonge van Ellemeet ↩︎
  • 3
    Vermoedelijk een variant van dirigeren ↩︎

Van alles wat!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!

Aanhef en Margarethe had graag antwoord gehad

[reca. 22.e Januarij]
Ameronge den
13/3 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter
rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij
antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe

Margaretha wacht op antwoord

Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!

En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?

Brieffragment huur personeel steenoven

om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de
aenstaende soomer weer steen sulle backe
het welcke mijns oordeels nootsaecklijck
waer, als wij maer raet tot het gelt
konne vinde, het wort nu hooch tijt omt
volck aen te neeme want Elck begint
al naer werck voor teegens de soomer
wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

Diplomatie

Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.

Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.

[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met
de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock
noch al ten beste sal gaen, en dat de dis
posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd
haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]

Ovaal portret van keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg, een buste voor een ongedefinieerde achtergrond. Over een harnas draagt een blauwe sjerp en een modieuze witte sjaal. Hij draagt een volumineuze bruine krullenpruik en heeft een brede, smalle snor, donkere priemende ogen en een stevige onderkin.
Keurvorst Friedrich Wilhelm, Jacques Vaillant, 1680-1685. Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.

Het lokale nieuws

Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.

Brieffragment Duel van de heer van Leefdaal

dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer
van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal
uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en
vrou van deure die niet veel vreuchde van haer
kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de
suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is
blijft met Een kint sitte salt ock quaet
genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]

Twee mannen duelleren met een floret, hun handen zijn dicht bij elkaar, de punt van elk wapen vlak voor het gezicht van de ander. Op de achtergrond een stadsgezicht met een gracht met een brug erover, wat bomen en een kerk. Links een paar treden met daarop een soort altaar met een boek en een kelk. Daarnaast staat een engel met zijn neus in een grote doek.
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.

Een weerbericht, de beste wensen en een PS

Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.

Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.

Brieffragment hoogwater en nieuwjaarsbrieven
Brieffragment nieuwjaarswens

[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so
gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt
en de binne weijde blanck van water
staen, hierneffens gaen de nieuw
ijaerst briefve van onse liefve kindere
goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als
die van groote papa wil drincken
most ock Een nieu ijaers brief senden

ick neffens al de kindere wensche uhEd alle
geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so
doen wij met deselfs prermissie aende heer
blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve

Op een trapje zit een jongen op een lei te schrijven. Naast hem wijst een staande jongen in zijn papieren. Op een baal zit een jongetje in een boekje te lezen, naast hem zit een eekhoorn. Bovenop het trapje zit een vos en op de voorgrond liggen boeken, een inktpot en meetinstrumenten. Op de achtergrond drie commedia dell'arte figuren.
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.

PS

En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.

Brieffragment Johan van Reede van Renswoude

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van heeteren
schrijft wt den
haech dat de heer
van rhijnswoude
inde haech bedt leegerich
is aen Een koorts en
dat hem door dockter
straete Een Ader is
gelaete daer sijn hE sich
niet Erger bij bevindt
tis Een out man die niet
veel koortse sou konne wtstaen

In een vertrek houdt een apotheker of arts een flesje in de hand en neemt kruiden van een jongen aan. Rechts een man in bed, van wie een ader wordt gelaten. Links een ruimte met distillatietoestellen.
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Affaires: Zaken, bekommernissen ↩︎
  • 2
    Dispositie: Vrij gebruik, beschikking ↩︎
  • 3
    Besognes: Zaken, bezigheden ↩︎
  • 4
    Jacob van Leefdaal ↩︎
  • 5
    Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal ↩︎
  • 6
    Duel ↩︎
  • 7
    Jacomina van Utenhove ↩︎
  • 8
    Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd ↩︎
  • 9
    Kade ↩︎
  • 10
    Godard Adriaan jr. ↩︎
  • 11
    Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan ↩︎

De steenoven

Zonder klei geen baksteen en zonder baksteen is in een land met vrijwel geen natuursteen een kasteel niet te bouwen. Alleen al voor het kasteel hadden Godard Adriaan en Margaretha ongeveer 1 miljoen stenen nodig. Daar zouden de bijgebouwen en de kades van de grachten nog bij komen. Al met al zal Margaretha nog een aantal jaren aan het bouwen zijn. Als we zo verder gaan met de brieven van 1679, dan komt de steenoven nog steeds terug in haar brieven.

Steenfabrieken

Op zich ligt Amerongen in een goed gebied voor baksteen, want rivierklei is uitermate geschikt om bakstenen van te maken. We kennen allemaal het beeld van de rivieren die traag door oneindig laagland gaan, met in hun uiterwaarden de steenfabrieken. Alleen komen die steenfabrieken pas in de 19e eeuw. Godard Adriaan en Margaretha hadden hier dus helemaal niets aan.

Kaart van de Nederrijn tussen Wijk bij Duurstede en Rhenen met vooral aan de Gelderse oever steenfabrieken.
Oostellijk deel van de kaart Nederrijn en Lek tussen 1800 en 1900, Blijdestijn, 2017, pagina 311. Uitgave gefinancierd door de Provincie Utrecht.

Steenovens, veldovens en veldbrand

In de 17e eeuw waren er her en der wel steenovens, maar die hadden vaak een semi-permanent karakter. Er zijn drie varianten van baksteenbakken te bedenken. De steenoven is het meest permanent, de veldoven wordt gebouwd op een plek waar tijdelijk veel stenen nodig zijn, meestal is het een ommuurde ruimte die als oven gebruikt wordt. Veldbrand is een manier van bakstenen bakken waarbij geen oven gebouwd wordt, maar de bakstenen die gebakken worden zelf onderdeel zijn van de oven.

Met de aantallen bakstenen die voor het kasteel nodig waren, was het economisch zinvol om het bakken van stenen zelf te regelen. Margaretha heeft het zelf altijd over de steenoven, maar hoogst waarschijnlijk ging het over een veldoven of misschien veldbrand. Alleen archeologisch onderzoek kan aantonen wat voor structuur gebouwd was om stenen te bakken.

Rechts voor een stapel bakstenen waar rook uit komt. Voor de stapel staat een steiger met mannen erop en bovenop staan mannen. Iemand gooit bakstenen omhoog naar de mannen op ge steiger. Rechts bouwen mannen een hoog scherm, waarschijnlijk tegen regen en wind. Schuin achter de roken stapel stenen staat een zelfde stapel stenen, alleen is daar een hoek uit, in de hoek staat een man die stenen gooit naar een man op een wagen. Op de achtergrond stapels droge stenen onder afdakjes die wachten om gebakken te worden.
Het bakken van bakstenen in de openlucht, E. Bure, 1879. In: Louis Figuier (1879). Les merveilles de l’industrie; ou, Description des principales industries modernes.

Toponiemen

We weten wel waar de steenovens geweest zijn, want het geheugen van een dorp zit vaak nog in de plaatsnamen. Vlak naast het kasteel zijn twee weilandjes die nog steeds Steenoven 1 en steenoven 2 heten. Steenoven 1 en 2 liggen net buiten de dijk die (nog steeds) om het kasteelterrein ligt. Het is dus niet verwonderlijk dat de steenovens regelmatig last van hoog water hebben.

Een kaartje van het dorp Amerongen met het kasteel. In alle velden zijn namen geschreven. Links naast Kasteel Amerongen ligt een weg en aan de overkant ligt het veld 1e en 2e Steenoven.
Fragment uit: Veldnamenkaart van Amerongen waarop aangegeven de tabaksschuren en de namen van de weilanden en bospercelen, 1970 naar origineel uit 1696. Collectie: Flehite, Oudheidkundige Vereniging Amersfoort, archief Eemland.

Stenen vormen

De eerste stap bij het maken van bakstenen is het aanvoeren en werkbaar maken van de klei. Als de klei soepel is, worden met behulp van een houten mal de stenen gevormd. Zo krijgen ze allemaal dezelfde maat. Vers gevormde stenen worden te drogen gelegd. Bij een veldoven en veldbrand gebeurt dit allemaal buiten, vandaar Margaretha’s klachten als het te veel regent. Dan moeten ze ervoor zorgen dat de drogende stenen niet nat worden.

Op de voorgrond een tafel met daarnaast een kruiwagen met daarin een spade gestoken. Achter de tafel staat een man die met een roller over een rechtshoekige vorm gaat. Links voor licht allerhande gereedschap (emmers, bezems, planken) en er loopt een jongen met een baksteen in de handen naar achtern. Achter de tafel is een vel dat vol ligt met bakstenen die te drogen gelegd worden. Rechts scheppen mensen klei in een kruiwagen. Links worden de gedroogde bakstenen opgestapeld.
Het vormen van bakstenen, E. Bure, 1879. In: Louis Figuier (1879). Les merveilles de l’industrie; ou, Description des principales industries modernes.

Ongebakken stenen in of als oven

Als de stenen gedroogd zijn, worden ze opgestapeld in de oven (veldoven) of als oven. In de praktijk moet je je voorstellen dat de stenen al dan niet binnen een stenen omheining worden opgestapeld in lange rijen met zowel horizontaal als verticaal veel lucht tussen de stenen. Deze holtes worden gevuld met turf. Nog steeds met lucht ertussen, want dat is nodig voor een goede verbranding van de turf.

Bij veldbrand worden de buitenste stenen dichtgesmeerd met leem, zodat een gesloten oven ontstaat en waar dan boven ruimte vrij gehouden wordt voor de trek en aan de voorkant zijn de tussenruimten onderin met daarin het turf open, zodat het turf aangestoken kan worden

Links de weg en direct daarnaast het spoor van de tram. Rechts liggen bossen riet ergens op. Naast de weg staat een elektriciteitspaal. Verderop de steenfabriek. De fabriek heeft geen schoorsteen.
Gezicht op de steenfabriek te Remmerden (gemeente Rhenen), met op de voorgrond de Utrechtsestraatweg en de trambaan uit Amerongen, 1908. Collectie Het Utrechts Archief. Rechts voor mogelijk rieten bescherming van de drogende stenen.

Bakken

Als de oven vol of klaar is en de weersverwachting is goed, dan wordt het turf tussen de stenen aangestoken. Een veldoven of veldbrand brandt meestal één à twee weken. Omdat een veldbrand geen muur om de oven heeft, is daar de kwaliteit van de stenen minder uniform dan bij een steenoven of veldoven. De binnenste stenen worden immers langer en heter gebakken dan de bakstenen aan de rand.

Hieronder een historische film over een Duits dorp dat ten tijde van de film (1963) nog jaarlijks gezamenlijk een veldbrand uitvoert. Voor de echte liefhebber…

Brieven waarin Margaretha over de steenoven schrijft

Zo moe… Maar echt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 5 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 juni 1677
Lees hier de originele brief

Die rare periode in het voorjaar dat je van de ene halve werk- of schoolweek in de andere rolt, die kende Margaretha ook. Heerlijk als je schoolgaand bent of werk hebt dat je kunt laten liggen, irritant als je iets gedaan wilt of moet krijgen. En Margaretha wil een huis bouwen, dus voor haar zijn biddagen en hemelvaarten irritant. Ze schrijft zelf nooit over het vieren van wat voor feestdag dan ook, maar het werkvolk is wel vrij.

Brieffragment hemelvaart

[rec.a 10 dito]
Amerong
den 5 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste vande 29 pasato heb ick voorleedene
woonsdach beantwoort, wij hebbeh deese
weeck den ordinarise beedach en ock heemel
vaerts dach gehadt dat ons deese weeck
twee dage int wercke so int Een als int
ander verhindert heeft, [hebbe wtneement]

De discipelen en Maria zitten geknield op het gras en kijken naar boven. Tegen een sterrenhemel zien we nog net twee voeten.
Hemelvaart, fragment uit: Scenes uit het leven van Christus, anoniem, ca. 1435. Collectie Rijksmuseum.

Steen en hooi

Gelukkig is het weer prachtig dus er kan wel hard gewerkt worden. Dat gebeurt bij de steenoven en in de laaggelegen weides. Bij de steenoven loopt het nu zo goed, dat Margaretha hoopt dat ze zoveel kunnen bakken dat ze genoeg bakstenen heeft om volgend jaar de voorburcht te doen. Dan hoeft ze dat jaar in ieder geval geen bakstenen te bakken. Ze is aan het eind van haar latijn.

Ondertussen moet er ook gehooid worden. Het gras waar de ossen staan is geweldig, ze heeft nooit meer hooi gezien. Het hooi is gisteren gekeerd en wordt vanavond op stapels gelegd. Het werk groeit haar een beetje boven het hoofd. Maar ze zal natuurlijk wel haar best doen.

Eerste brieffragment hooien
Tweede brieffragment hooien

[te backe het welcke wel wensche] kan nie
segge hoe moede ick dat werck ben, nu sijn
wij aent hoeije op de beneedenste bol daer de
osse gaen, inde laechte, daer seer schoon
gras wt komt, ick hebt noeijt meer gesien
het de gras dat gistere voor Eerste mael

gewent of gebroocke is, is deesen avont aen
groote oppers1Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid. tot drooch hoeij geset, het
werck komt mij nu so teffen over de hant
dat ickder geen door koome aen en sien
, sal mijn best al voort doen, [meester schu]

In een groen weiland zijn twee mensen bezig hooi op een wagen te laden. Voor de wagen staat een bruin paard. Op de achtergrond bomen en hooi op hopen.
Hooiwagen, Willem de Zwart, 1885-1931. Collectie Rijksmuseum.

Het gaat maar door

Schut is weer naar Amsterdam en die komt na pinksteren weer terug. Temminck schrijft dat er weer hout uit Hamburg komt en dat hij een schip met Friese kalk naar Amerongen gestuurd heeft. Dat is hard nodig voor het pleisteren van de gewelven in de kelders. Prang heeft de hoekstukken voor de lijst om het huis gemaakt en gaat nu verder met de stukken voor de schoorsteen. De metselaars zijn nu die hoekstenen aan het leggen en er wordt natuurlijk nog steeds gepleisterd in de kelder. Maar dat gaat langzaam en dus oefent Margaretha geduld.

Één ding is duidelijk: als ze hier doorheen komt, bouwt zo nooit van haar leven meer een huis. Ze is zo moe, dat ze niet meer schrijven kan.

Afsluiting

[int wulfve van onder de alkobij kamer, daer
is noch veel werck aen vast daer wel paes=
ijensie to van noode is, waer ick hier Eens
door kom mijn leefve niet weer aent timere
ick ben so mat2Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben van doorde so te gaen dat ick
niet meer schrijfve kan, blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een oude vrouw hangt over een boek heen met haar hoofd steunend op haar linker hand. Haar ogen zijn dicht. In haar rechterhand heeft ze een bril.
Slapende oude vrouw, Rembrandt van Rijn, ca. 1636. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid. ↩︎
  • 2
    Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben ↩︎

Onzekere tijden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 juni 1677
Lees hier de originele brief

De post heeft het niet zo nauw genomen! Pas gisteren heeft Margaretha de brief ontvangen die Godard Adriaan haar op 14 mei heeft gestuurd. Die moet ergens zijn blijven liggen. Maar ach, er is toch niet zoveel te melden over de bouw.

Brieffragment niets voorgevallen

[rec: 3 junij. 1677]
Ameronge den
29 meij 1677

Mijn heer en lieste hartge

uhEd meesiefve vande 14 deeser is mij gistere Eerst
behandicht, die iwers1Iewer, iewaers: ergens moet blijve legge sijn
de voorgaende sijn door de laeste post so
door mij als de sekreetaris beantwoort,
seedert is int werck niet veel veranderins voor
gevalle, de metselaers hebbe nu aent maecke

Jonge vrouw leest een liefdesbrief, haar arm op een tafel geleund
Jonge vrouw leest een liefdesbrief, Claude Duflos naar Jean Raoux, 1675-1725. Collectie Rijksmuseum.

Margaretha heeft het gehad met de steenoven

De metselaars hebben steigers gezet om aan drie schoorstenen te gaan werken en ze zullen het gewelf van de galerij boven de kelder aanstaande dinsdag afwerken. Dan is het woensdag biddag voor het gewas en donderdag is het Hemelvaartsdag, twee vrije dagen. En daarna is het gewelf van de alkoof aan de beurt. Het is mooi weer en de steenoven draait op volle toeren. Margaretha wenst van ganser harte dat ze deze zomer genoeg steen kunnen bakken voor de rest van de bouw. Ze is heeft zo genoeg van die steenoven en ze is zo moe, dat ze niet aan het huishouden toekomt. Nu zul je zeggen, had ze geen personeel dan, maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet op alles toezicht wilde houden.

Eerste brieffragment steenoven
Tweede brieffragment steenoven

met dit schoone weer maeckense op de steen
=oven seer veel steen, ick wenste met al mijn
hart dat wij deese soomer so veel koste maecke
dat wij genoech hadde, want sout naeste ijaer
diet leeft niet gaern weer aent steen backen

sijn, bent ongelooflijck moe, dus verre van ons domi
stijcke2Domestiek: betrekking hebbend op het huisgezin, huishoudelijk [nu wat anders sijn hoocheijt is inde haec]

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.

De oorlog gaat door

Nu wat anders, schrijft Margaretha. Over de bouw is dan wel niet zoveel spectaculairs te melden, maar ze hoort wel eens wat en dit was toch wel echt een nieuwtje. De prins van Oranje is in Den Haag geweest en vervolgens naar zijn jachthuis in Soestdijk. Daar is hij maar één nacht gebleven en nu is hij al weer in het leger. Er schijnen troepen te komen van Lunenburg. Ze heeft dat van Everard van Heekeren, de heer van Netelhorst. Hij kan zich natuurlijk vergissen, maar Margaretha hoopt van niet. Heel begrijpelijk, want het verkleint de kans dat Van Ginkel in de frontlinie staat. Het lijkt er ook op dat er voorbereidingen worden getroffen voor een belegering, in Delft zijn ze bezig met het verschepen van kanonnen. Daar schrikt Margaretha nou weer van, dat gaat mensenlevens kosten. Ze hoopt dat de zomer, het oorlogsseizoen, snel ten einde zal zijn.

Brieffragment belegering

nu spreeckt men weer sterck van Een beleegerin
daer so men seijt groote preeperaesie toe worde
gemaeckt en veel grofkanon tot delft
toe wert scheep gedaen, ick schrick het selfve
te hooren, vrees het weer so meenich Eerlijck
man sij hooft salkoste, wenste wij de
soomer al ten Ende waeren wie weet wat
wij noch al hebbe te verwachten, [van vreede]

Een statig, symmetisch huis met in het midden een brede voorgevel met daarin een breder deur (vier deuren) met daarboven een balkon. Aan weerszijden zit twee ramen. De zijvleugels zijn vier ramen breed. Het gebouw is twee verdiepingen hoog. Voor het. gebouw lopen groepjes mensen.
Paleis Soestdijk van voren gezien, anoniem, 1695. Collectie Rijksmuseum.

Geen hoop op vrede

Margaretha hoopt dat de koning van Engeland zal breken met de koning van Frankrijk. Dat zou een beslissende slag zijn, als de koning van Engeland zich aansluit bij de alliantie van de stadhouder en de Duitse staten! Maar ze voelt zelf ook wel dat dit niet waarschijnlijk is. Ondertussen is er nog geen hoop op vrede. Die oorlog, het lijkt wel of de hele wereld meevecht. Het maakt Margaretha zo bang, misschien is het einde der tijden wel nabij! Als de ‘heere almachtich’ dan maar een zalige uitkomst biedt!

Maar ook in deze turbulentie vergeet Margaretha niet om aan Godard Adriaan te melden dat ze nog steeds zijn ‘getrouwe wijff’ is.

Eerste brieffragment Voortgang oorlog
Tweede brieffragment Voortgang oorlog

heeft men noch so weijnich hoop, wij flatteere3Flatteren: gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt
ons al met Engelant dat die kroon met vran
=ckrijck sal breecke, als sijt al doen heeft
het noch sijn wtslach te verwachten, in som
=ma wie siet noch het Ent vant werck, het
schijnt de heelle werlt in voeren is, en de

laeste tijde voorhande staen , inde welcke ons de heere
almachtich Een saelige wtkomste wil geefve in
wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle blijfe
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Vier mannen te paard, gewapend met een pijl en boog, een zwaard, een weegschaal en een riek, lopen mensen onder de voet.
De vier ruiters van de apocalyps, Albrecht Dürer, 1497 – 1498. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Iewer, iewaers: ergens ↩︎
  • 2
    Domestiek: betrekking hebbend op het huisgezin, huishoudelijk ↩︎
  • 3
    Flatteren: gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ↩︎

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijse2Reis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius3onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele4Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer5Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere6Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge7Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 2
    Reis: berisping, aanmaning ↩︎
  • 3
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland ↩︎
  • 4
    Daniël van den Hengel ↩︎
  • 5
    Alcove kamer ↩︎
  • 6
    Frederik van Reede van Renswoude ↩︎
  • 7
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud ↩︎

Pagina 1 van 2

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén