De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Hond

Het verlies van een hond

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 september 1680
Lees hier de originele brief

Het blijft onrustig met brieven die laat of helemaal niet aankomen. Uit zijn brief van de 28ste maakt Margaretha op dat Godard Adriaan haar vorige brief weer niet gekregen heeft. Ze snapt werkelijk niet waar de brieven blijven en maakt nog maar eens duidelijk dat ze nog nooit in gebreke is gebleven hem over iets te schrijven. Wat geld betreft, is er geen update, behalve de hoop dat er wat voortgang komt nu Van Heeteren weer in Den Haag is.

Brieffragment brieven en geld

[rec. 15en 7ber.]

Ameronge den
9 septem 1680
en 28 Augusti

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 28 pasato sien ick met
verwonderin dat de mijne niet is overgekoome
ick heb noijt post gemanckeert te schrijfve, kan
niet dencke waer de brijefve blijfve, hoope die
noch te rechte sal koomen, nu van heetere inde
haech is verwachte ick te hoore wat voort ganck
de petiesie supletoor heeft daerse noch tot
wttrecht niet van en weeten, sonder het selfve
ick geen raet sien om Eenich gelt voor uhEd
te bekoomen, [in ons werck alhier hebbe de]

Voor een raam zit een vrouw aan tafel een brief te schrijven. Op de tafel ligt een tafelkleed, aan de andere kant van de tafel staat een lege stoel. Achter de vrouw staat haar meid in het bruin. Ze kijkt naar buiten. Aan de muur hangt een schilderij.
Vrouw die een brief schrijft, Johannes Vermeer, ca. 1670. Collectie: National Gallery of Ireland.

Het dak op

Dan nog maar een update over de bouw. Die vordert gestaag. De metselaars zijn bezig met de schoorstenen. Daarna kunnen de leidekkers, gelukkig met Gods hulp, het dak op om de leistenen te leggen. Ook de timmerlieden en steenhouwer zijn nog druk met hun onderdelen van het paviljoen. Dinsdag hoopt Margaretha de steenoven op te kunnen stoken. De laatste week hebben ze in Amerongen buitengewoon mooi weer gehad. Ze hoopt dat hen nog twee weken gegund is om de steenoven zijn werk goed te kunnen laten doen.

Eerste brieffragment over de bouw
Tweede brieffragment over de bouw

[te bekoomen,] in ons werck alhier hebbe de
metselaers de schoorsteen int voorste pavelijoen
teenemael wt gehaelt en volmaeckt so dat
de leijdeckers toekoomende maendach met
godts hulpe daer het leijdack op sulle
begine te legge, de timerlie sijn noch aent
sette vande kap opt achterste pavelijoen
daer niet veel aen mankeert, de metse=
laers sulle nu aent wt haelle vande schoor
steene int laeste of achterste pavelijoen
gaen, de steen houder werckt noch aende lijst
op de schoorsteen,
vant voorseijde pavelijoen, toekoomende

dijnsdach hoope wij aent onderstoocke van onsen
steen oven te gaen, wij hebbe nu deese gansche
weeck wt neement schoon weer met groote
hette gehadt mochten wijt noch so 14 dage
int affstoocke vande oven houden waer
wel te wenschen maer vrees voor neen
het wort te laet int ijaer en al wat godt 
belieft, [men begint hier van veel siecken te] 

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.

Verlies van mensen

Margaretha schrijft dat het later in het jaar wordt en dat er veel zieken zijn. Wat volgt is een opsomming van zieken en overledenen. De oude Gijsbertje van Oort heeft 4 dagen dood gelegen, maar zij was al bijna 100 jaar oud. Wat Margaretha een groter verlies vindt, is dat de zoon van Magere Arie, die op Waijensteijn woont, is overleden. Hij laat een vrouw en 4 kinderen achter en was een harde werker. Dan volgt er iets opmerkelijks. Margaretha schrijft dat het met ‘onse stome’ ook niet goed gaat. Ze laat hem nog zoveel mogelijk doen, maar hij komt niet voor de middag uit zijn kamer. Hadden Godard Adriaan en Margaretha een dove/doofstomme knecht?

Brieffragment over alle zieken en doden

[belieft,] men begint hier van veel siecken te
hoore, weet niet of ick uhEd heb geschreefe
dat de oude gijsbertge van oort doot is
die maer drij a 4 dagen heeft geleegen
sij was dicht bij de hondert ijaer out,
ock is den soon vande mageren Arije tijs
Arijse die op waijesteijn woont doot daer
is meer verlies aen hij laet Een vrou met
4 kinderen naer, en was Een naerstich1Naarstig: vlijtig
man, maeij aende kaeij die op onse groote
boogaert woont leijt ock heel Elendich aent
water, onse stome gaet ock seer qualijck
komt niet voor smiddaechs wt sijn kamer
ick laet hem so veel goets doen als ick
kan, [sijn hoocheijt is weer naer den]

In een bed met rode gordijnen, een rode sprei en witte lakens en kussens, ligt een klein kindje in het wit met haar oogjes dicht. Het lijkt of dit meisje ligt te slapen, zo rustig en mooi ligt ze er bij. Maar wakker zal ze niet meer worden – ze is overleden.
Portret van een overleden meisje, waarschijnlijk Catharina van Valkenburg, Johannes Thopas, 1682. Collectie Mauritshuis.

Verlies van een hond

Margaretha ratelt in haar brieven alle informatie af waarvan ze vindt dat Godard Adriaan het moet weten. Je hoort haar soms bijna een lijstje afgaan in haar hoofd; geld, bouw, politiek, zieken en overledenen. Zou dat ervoor zorgen dat het bericht dat Margaretha zelf het meest na aan het hart ligt, pas wordt geschreven in een PS? Na de mededeling dat de heer Brakel uit de Raad van Staten ook is overleden, weet Margaretha namelijk niets meer te schrijven. Of toch wel. In de PS schrijft ze dat hun grote hond Webbe dood is. Tijdens de jacht is hij in een gat gesprongen en heeft hij zijn nek gebroken. Hij was op slag dood. De twaalfjarige Fritsje heeft er vreselijk om gehuild en ook Margaretha is verdrietig om het verlies van de hond.

Brieffragment over de heer van Brakel en hond Webbe

[wt te sijn,] den heere brackel2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden die inde raet
van staten was is ock overleeden, nu
weet ick niet meer te schrijfve, blijff

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick moet uhEd ock segge dat onsen groote
hont webbe op de jacht sijnde in Een holle
wech springende sijn neck heeft gebroocke
en hartsteecken doot is gebleefve, daer
fritsge om heeft gekreeten dat hij niet te
stille was mij ijamert ock het beest

Portret van drie kinderen, links een zittend meisje met bloemen op schoot en een elegante okergele jurk aan en opgestoken haar. Haar linkerhand houdt de bloemen vast, haar rechter hand heeft een lint vast. Over haar linker been hangt een blauwe doek. Voor haar op de grond liggen geplukte bloemen. In het midden een jonge man met haar over de oren en een halflange groene jas aan, daaronder een ruim zittende witte blouse. in zijn rechter hand heeft hij een roze anjer in zijn linker hand een paar witte bloemen. Over zijn schouder hangt een bruine doek. Rechts een jongen met hetzelfde soort haar en een okergele lange jas aan. Daaronder draagt hij een grijze jas en een witte blouse. Over zijn rechter schouder hangt een rode doek. Hij heeft zijn linker hand op de kop van een hazewindhond en in zijn rechterhand houdt hij pijl en boog. Links op de achtergrond Kasteel Amerongen in een Italiaanse fantasietuin.
Ursula Christina Reiniera (1719-1747), Godard Adriaan (1716-1736) en Frederik Willem (1717-1747) van Reede, 1749, J. Fournier. Foto: Elsevier Stockmans. Collectie Kasteel Amerongen. De kinderen van Frederik Christiaan van Reede (Fritsje) met hun jachthond.

  • 1
    Naarstig: vlijtig ↩︎
  • 2
    Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden ↩︎

Nog meer narigheid in Naarden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 september 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 september 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha hoort dagelijks van schermutselingen tussen de twee troepen rondom Naarden. Omdat ze zich grote zorgen maakt om haar zoon, heeft besloten nog twee dagen in Amsterdam te blijven. Samen met haar schoondochter logeert ze daar, zodat ze het nieuws over Naarden beter kunnen volgen. De drost is kort bij het leger geweest en heeft verteld dat haar zoon elk kwartier druk is en geen rust heeft, overdag niet en ’s nachts ook niet.

Nieuws uit Naarden

Het lijkt erop dat de Fransen wachten op versterking van buitenaf en er kunnen inderdaad troepen uit Overijssel of Zeist komen. In Naarden wordt er van binnenuit met musketten geschoten: een wanhopige poging tot verdediging. Maar het is zeker dat de vijand bijna al zijn troepen heeft samengebracht en het leger over de IJssel heeft gestuurd. Men zegt dat ze nu ongeveer 14.000 man sterk zijn.

Brieffragment over de schoten vanuit Naarden

die van binne schiete weijnich met kanon maer
heel seer met muskette hebbe haer vaendels op de
stats walle geset, het schijnt zij op ontset hoope,
tis seecker dat de vijant ontrent seijst al sijn
macht bij Een treckt sij hebbe haer voclk wt over=
ijssel en daer ontrent ontboode so veel se daer
konne misse, men seijt sij te seijst wel over de 14000
man sterck sijn, [donse hebbe Eergistere weer Een]

Gewonden, gevangen en doden

Twee dagen geleden was er een schermutseling. De troepen van Willem III bestonden uit ongeveer 200 man en hadden de overhand. Maar het noodlot sloeg toe, toen de vijand met ongeveer 2000 man een hinderlaag opzette. De Staatse troepen werden omsingeld, maar er werd dapper gevochten en velen konden ontsnappen. De majoor van het regiment is zwaar gewond geraakt, en er vielen ook doden. Aan beide kanten zijn mannen gevangen genomen.

Eerste brieffragment gewonden, gevangenen en doden
Tweede brieffragment gewonden, gevangenen en doden

[man sterck sijn,] donse hebbe Eergistere weer Een
reijnkontre1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. gehad wij waere maer over de twee
hondert die Een troep vande vijant ontmoete en

haer sloechge, doch sij hebbende noch ontrent 2000 man
in ambuskade2Embuscade: hinderlaag legge daerdonse niet op verdacht
waeren quame en omsingeldeese, daer donse haer
door sloechge en dapper vochte ent meest ontkoome
sijn troxses3Onbekend de Maijoor vant reesgement vande heer
van langeraeck4Frederik Hendrik van den Boetzelaar die donsevolck komandeerde is
swaerlijck gequetst de ritmeester heemskercke5Onbekend
doot en so gevangene als doode ontrent de sestich
gebleefve men seijt vande vijant niet min gebleef
sijn donse hebbe ongemeen wel gevochte maer
men geeft vrij wat schult aen ons offisiers dat
sij niet voorsichtiger geweest sijn van konschape6Kondschap: Kennis, inlichtingen
te neeme, [nu so komt schravemoor die hier bij bur]

Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond het transport van kanonnen. In het midden knielt de burgemeester van Naarden voor de prins die wordt omringd door zijn staf van officieren. In de verte het beleg en de bestorming van de stad.
Belegering en verovering van Naarden in 1673, Jan Luyken, 1680. Collectie Rijksmuseum.

Vijandelijke troepen opkomst

Maar dat was twee dagen geleden. Deze nacht hebben de troepen een deel van Naarden ingenomen, waar hevig gevochten is en opnieuw zijn veel mannen aan beide zijden gesneuveld. Er is bericht dat er nog veel meer vijandelijke troepen vanuit Utrecht richting Naarden gaan. Margaretha vreest voor het leger; een ontsnappingsroute lijkt bijna onmogelijk, dus zal er tot de dood gevochten moeten worden als Naarden zich niet overgeeft. Het zal veel inspanning vergen, en ze kan amper haar pen vasthouden van zorgen.

Zoetelende vrouw

Het goede nieuws is dat haar man heeft geschreven dat hij snel thuis zal zijn. Ze bidt tot God dat de reis spoedig en zonder problemen zal verlopen. Het zou goed zijn als hij eindelijk thuis is, want als zijn regiment zonder kolonel blijft, vreest ze dat het ten onder zal gaan. De ene officier heeft geen flauw idee waar hij mee bezig is en gebruikt geweld, de andere laat sjoemelt met geld en zijn vrouw zoetelt bij Nieuwersluis. Zoetelen is een mooi woord voor het drijven van een handeltje in proviand.

Brieffragment over de zoetelende vrouw

[=we en hoope,] wt uhEd vande 5 deeser sien ick deselfve
staet maeckt om nu in korte thuijs te sijn godt de
heere wil uhEd Een geluckige en spoediege reijse geefe
het sal wel goet sijn dat deselfve hier waert want
so sijn reesgement langer sonder kornel blijft
vreese ick dat het selfve heel te niete sal gaen want
weddel7Georg Ernst von Wedel so ick hoor slaet en smijt onder de offisiers
met onverstant en staet hier ock maer tamelijck
wel te hoof, kapteijn Miltenaer8Onbekend die teminck so
wel voor sijn gelt alst geene uhEd hem heeft gedaen
heeft doen maene en aenspreecke heeft hem niet
gegeegve seijt noch paesijensi te moete hebbe tot dat
hij weer gelt ontfanckt, sijn vrou soetelt9Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde aende
nieuwer sluijs verkoopt bier en alderhande Eet
waere aende soldate, [lorijn de luijtenant vande heer]

Vrouw zit achter tafeltjes met kannetjes en ze spreekt drie mannen met hoeden, en zwaarden aan die voor haar tafeltje staan.
Fragment uit Drankverkopers, anoniem, naar Cornelis de Wael, 1613 – 1667. Collectie Rijksmuseum.

Het arme beest

En dan, het verdrietige nieuws dat nog eens bovenop alle ellende komt: het hondje Citroen is overleden. Het arme beest wilde vier dagen niet eten en was erg ziek. Ze had een zweer aan haar buik. Ook de kleinkinderen Frits en Tietje zijn erg bedroefd. Maar het is duidelijk dat het voor Margaretha zelf ook enorm zwaar valt. Ze heeft veel vriendschap voor het hondje gevoeld.

Naschrift over Citroentje

onse Arme sijtroen, naer datse
4 dage niet heeft wille Eeten
en heel sieck was issij aen Een
sweer in diessij onder aenden
buijck had gistere merge hier ge=
storfve, is van frits en tietge
beweent, mij jamert het
arme beest noch daer ick
so veel vrienschape van ge=
=hadt heb

Een jonge vrouw zit op een stoel en laat haar hand besnuffelen door een klein hondje dat tegen haar linkerknie opspringt. In de rechterhand houdt zij een stokje.
Jonge vrouw met een hondje, Eberhard Cornelis Rahms, naar Eglon van der Neer, 1861. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. ↩︎
  • 2
    Embuscade: hinderlaag ↩︎
  • 3
    Onbekend ↩︎
  • 4
    Frederik Hendrik van den Boetzelaar ↩︎
  • 5
    Onbekend ↩︎
  • 6
    Kondschap: Kennis, inlichtingen ↩︎
  • 7
    Georg Ernst von Wedel ↩︎
  • 8
    Onbekend ↩︎
  • 9
    Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde ↩︎

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén