De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Leidekker

Naar huis of niet naar huis

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 21 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 september 1680
Lees hier de originele brief
Deze brief zit in een ander archiefnummer (HUA1001.2826) dan de andere brieven van Margaretha.

Het blijft aanmodderen met brieven die later of helemaal niet aankomen. Margaretha verzekert Godard Adriaan er nog maar eens van dat ze echt met de laatste post geschreven heeft. Er ligt namelijk 4000 gulden bij Temminck in Amsterdam waar Godard Adriaan helemaal zelf over kan beschikken. Dat is toch goed nieuws?

Brieffragment post en geld

[reca. 29e. 7ber]

Ameronge den 21/11
septemb 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vander 11 deeser heb ick ter rechter tijt
ontfange het doet mij leet uhEd so veel bekomeringe
ontrent het gelt heeft ick heb geen kopije van mijn
briefve gehoude, maer bidt verseeckert te sijn ge
lijcke met de laeste post heb geschreefve so leijt teege
woordich tot uhEd behoef onder teminck tot
Amsterdam de som van vierduijsent gul die
uhEd int geheelle of ten deellle naer deselfs
wel gevalle sal beliefve en kan trecke, [ick]

In een soort blauwe golf zit een man met een wijnglas in zijn linkerhand en met de wijsvinger van zijn rechterhand wijst hij omhoog. Eronder staat "De beker van het najaar is met weemoed gevuld" en daaronder in potlood "October".
De beker van het najaar is met weemoed gevuld, Willem Arondéus, 1930. Collectie Rijksmuseum.

Een roddel uit Utrecht

Margaretha hoopt nog steeds op geld van de staat, maar toen ze laatst in Utrecht was, hoorde ze een roddel die weinig hoopvol stemt. In Utrecht wordt geklaagd dat men de predikanten niet kan betalen. Dat is gek, want dat moet mogelijk zijn uit de rente van een kapitaal van maar liefst 40.000 gulden. Wat blijkt; de rentmeester, die zijn baantje aan Willem III te danken heeft, vindt dat hij dat geld naar eigen inzicht mag besteden. Met als gevolg dat de predikanten iedere keer kunnen fluiten naar hun geld. Margaretha weet niet wat er waar is van het verhaal, maarja het wordt gezegd…

Eerste brieffragment roddel uit Utrecht
Tweede brieffragment roddel uit Utrecht

[soecke te houden,] datse tot wttrecht klagen
haer preedikante niet te konne betaellen
so ick laest tot wttrecht sijnde berich ben, ist niet [e]

vreemt want de peninge die tot betaeline vande
preedikante sijn geordineert, worden de rent
=the van Een kapitael van 40000f daer de
proosdij die den rentmeester vande domeijne
van sijn hoocheijt gekreechgen heeft meede be
=swaert is, en hij sustineert die sonde Eenige
laste onbeswaert te trecke, wt betaelt worde
als dierlgelijcke laste wt het preedikante haer
gelt betaelt worde moeten sij te kort schieten
, wat vant Een Ent ander waer is weet ick niet
altijd het wort so geseijt, [de heer van ginckel]

In een ruimte zit aan een ronde tafel. De tafel ligt vol papieren en er staat een veren pen in een inktpot. Achter hem staat een kast met een slot en voor de tafel staat een kist met een slot. Bij de tafel staat ook een krukje. Een man meldt zich bij de tafel met een papier in de hand. De man achter de tafel gebaart (kan zowel "gaat u zitten" als "geef mij dat papier maar" zijn). Bij de deur staat een derde man. Door de deur heen hebben we uitzicht op een straat met een huis met een tuin en diverse mensen op straat.
Gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.

Truijfels

Na het vertrek van Godard van Ginkel, is er al weer het nodige gebeurd op bouwplaats Amerongen. Er zijn nog 4 metselaars aan het werk in het laatste paviljoen. Margaretha noemt ze, net zoals hier, ‘truijfel’; oud-Nederlands voor ‘troffel’, het gereedschap van de metselaar. Margaretha hoopt dat ze aan het eind van volgende week aan de gewelven van de kelders kunnen beginnen. Ook de timmerlieden zijn bezig aan het laatste paviljoen en de leidekkers zijn aan het werk op het dak van het eerste paviljoen.

Eerste brieffragment werklieden
Tweede brieffragment werklieden

[stont,] seeder sijnde 4 metselaers wel verstae
nde truijfels en 4 operlie aent wthaelle vande
schoorstene int lasest of tweede pavelijoen
Effen wt het dack gekoome, hoope deslfve int
laest vande toekoomende weeck teenemael ge
opgehaelt en gedaen te hebbe, sullende
sij dan aent wilfve vande kelders gaen,

de vier timerlie die wij n ock maer int
werck hebbe, hebbe nu ock het laeste pa=
velijoen toe geplanckt daers de dack vens
ters in setten, de leijdeckers sijn aent decke
vant leijdack opt voorste oft Eerste pavelijoen

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum

Naar huis?

In brieven vol met berichten over geld en bouwwerkzaamheden, zou je het bijna over het hoofd zien. Maar in anderhalve regel krijgen we ineens een klein inkijkje in het huwelijk van Godard Adriaan en Margaretha. Waar in de vorige brief nog sprake was van een verlengde missie in Berlijn, heeft Godard Adriaan nu verzocht naar huis te mogen gaan. En dat is iets waar Margaretha ook naar verlangt. Zouden ze elkaar oprecht missen? Of is Margaretha er wel klaar mee om alles alleen te moeten regelen in Amerongen? We zullen er niet achter komen, want de brief gaat meteen weer door met praktische zaken. Tot duidelijk is of Godard Adriaan naar huis mag, wacht Margaretha nog maar even met de beloofde provisie.

Brieffragment thuiskomst

, uhEd schrijft te wille versoecke om thuijs
te koome waer naer verlange, en als dat
kost sijn sou ick de begeerde provijsie niet
sende warom noch een post of twee voor
die te sende sal afwachten, ondertuschen
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

In een kamer met een blauw getegelde vloer en een balustrade met uitzicht op een landschap hangen twee schilderijen. Op één van de schilderijen staat een jonge vrouw afgebeeld. Midden in de kamer staat een stoep waarop cupido zit. Hij kijkt smachtend naar het schilderij, zijn boog en pijlenkoker liggen voor hem op de grond. Onder de afbeelding staat Penser contente.
Smachtende cupido, rond 1640, Album Amicorum Marie de la Planck, onbekende kunstenaar. Collectie Bibliotèque Nationale de France.

Dragonder

In de PS zet Margaretha nog snel wat zaken onder elkaar. Het is in Amerongen gelukkig mooi weer gebleven, wat goed nieuws is voor de steenoven. Ze brengt haar groeten over. En tot slot presenteren alle lieve kinderen, zélfs het dragonder Godertge, hier ongeveer 6 jaar oud, aan opa hun ootmoedige dienst. Als dat geen reden is om graag naar huis te willen komen.

Naschrift

de doot vande
Advokaet vermeer sal
beusekom uhEd hebbe geschreefve
wij hebbe nu Eenige dagen herwaerts
seer schoon weer opt afstoocke van
onse steen oven gehadt, dat heel wel komt
met uhEd preemissie versoeck mij groetenis
aende heer blansche en jeneken, al onse liefve
kindere tot den draechonde inkluijs preesenteere
haere ootmoedige dienst a vhEd

Kinderen met een muizenval. In een stenen venster met gordijn houdt een jongetje in zijn linkerhand een muizenval omhoog, met zijn rechterarm houdt hij een kat vast. Naast hem een meisje die naar de val wijst, achter haar een huilende jongen. Voor het venster een plant in een pot.
Kinderen met een muizenval, Domenicus van Tol, 1660-1676. Collectie Rijksmuseum.

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Het verlies van een hond

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 september 1680
Lees hier de originele brief

Het blijft onrustig met brieven die laat of helemaal niet aankomen. Uit zijn brief van de 28ste maakt Margaretha op dat Godard Adriaan haar vorige brief weer niet gekregen heeft. Ze snapt werkelijk niet waar de brieven blijven en maakt nog maar eens duidelijk dat ze nog nooit in gebreke is gebleven hem over iets te schrijven. Wat geld betreft, is er geen update, behalve de hoop dat er wat voortgang komt nu Van Heeteren weer in Den Haag is.

Brieffragment brieven en geld

[rec. 15en 7ber.]

Ameronge den
9 septem 1680
en 28 Augusti

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 28 pasato sien ick met
verwonderin dat de mijne niet is overgekoome
ick heb noijt post gemanckeert te schrijfve, kan
niet dencke waer de brijefve blijfve, hoope die
noch te rechte sal koomen, nu van heetere inde
haech is verwachte ick te hoore wat voort ganck
de petiesie supletoor heeft daerse noch tot
wttrecht niet van en weeten, sonder het selfve
ick geen raet sien om Eenich gelt voor uhEd
te bekoomen, [in ons werck alhier hebbe de]

Voor een raam zit een vrouw aan tafel een brief te schrijven. Op de tafel ligt een tafelkleed, aan de andere kant van de tafel staat een lege stoel. Achter de vrouw staat haar meid in het bruin. Ze kijkt naar buiten. Aan de muur hangt een schilderij.
Vrouw die een brief schrijft, Johannes Vermeer, ca. 1670. Collectie: National Gallery of Ireland.

Het dak op

Dan nog maar een update over de bouw. Die vordert gestaag. De metselaars zijn bezig met de schoorstenen. Daarna kunnen de leidekkers, gelukkig met Gods hulp, het dak op om de leistenen te leggen. Ook de timmerlieden en steenhouwer zijn nog druk met hun onderdelen van het paviljoen. Dinsdag hoopt Margaretha de steenoven op te kunnen stoken. De laatste week hebben ze in Amerongen buitengewoon mooi weer gehad. Ze hoopt dat hen nog twee weken gegund is om de steenoven zijn werk goed te kunnen laten doen.

Eerste brieffragment over de bouw
Tweede brieffragment over de bouw

[te bekoomen,] in ons werck alhier hebbe de
metselaers de schoorsteen int voorste pavelijoen
teenemael wt gehaelt en volmaeckt so dat
de leijdeckers toekoomende maendach met
godts hulpe daer het leijdack op sulle
begine te legge, de timerlie sijn noch aent
sette vande kap opt achterste pavelijoen
daer niet veel aen mankeert, de metse=
laers sulle nu aent wt haelle vande schoor
steene int laeste of achterste pavelijoen
gaen, de steen houder werckt noch aende lijst
op de schoorsteen,
vant voorseijde pavelijoen, toekoomende

dijnsdach hoope wij aent onderstoocke van onsen
steen oven te gaen, wij hebbe nu deese gansche
weeck wt neement schoon weer met groote
hette gehadt mochten wijt noch so 14 dage
int affstoocke vande oven houden waer
wel te wenschen maer vrees voor neen
het wort te laet int ijaer en al wat godt 
belieft, [men begint hier van veel siecken te] 

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.

Verlies van mensen

Margaretha schrijft dat het later in het jaar wordt en dat er veel zieken zijn. Wat volgt is een opsomming van zieken en overledenen. De oude Gijsbertje van Oort heeft 4 dagen dood gelegen, maar zij was al bijna 100 jaar oud. Wat Margaretha een groter verlies vindt, is dat de zoon van Magere Arie, die op Waijensteijn woont, is overleden. Hij laat een vrouw en 4 kinderen achter en was een harde werker. Dan volgt er iets opmerkelijks. Margaretha schrijft dat het met ‘onse stome’ ook niet goed gaat. Ze laat hem nog zoveel mogelijk doen, maar hij komt niet voor de middag uit zijn kamer. Hadden Godard Adriaan en Margaretha een dove/doofstomme knecht?

Brieffragment over alle zieken en doden

[belieft,] men begint hier van veel siecken te
hoore, weet niet of ick uhEd heb geschreefe
dat de oude gijsbertge van oort doot is
die maer drij a 4 dagen heeft geleegen
sij was dicht bij de hondert ijaer out,
ock is den soon vande mageren Arije tijs
Arijse die op waijesteijn woont doot daer
is meer verlies aen hij laet Een vrou met
4 kinderen naer, en was Een naerstich1Naarstig: vlijtig
man, maeij aende kaeij die op onse groote
boogaert woont leijt ock heel Elendich aent
water, onse stome gaet ock seer qualijck
komt niet voor smiddaechs wt sijn kamer
ick laet hem so veel goets doen als ick
kan, [sijn hoocheijt is weer naer den]

In een bed met rode gordijnen, een rode sprei en witte lakens en kussens, ligt een klein kindje in het wit met haar oogjes dicht. Het lijkt of dit meisje ligt te slapen, zo rustig en mooi ligt ze er bij. Maar wakker zal ze niet meer worden – ze is overleden.
Portret van een overleden meisje, waarschijnlijk Catharina van Valkenburg, Johannes Thopas, 1682. Collectie Mauritshuis.

Verlies van een hond

Margaretha ratelt in haar brieven alle informatie af waarvan ze vindt dat Godard Adriaan het moet weten. Je hoort haar soms bijna een lijstje afgaan in haar hoofd; geld, bouw, politiek, zieken en overledenen. Zou dat ervoor zorgen dat het bericht dat Margaretha zelf het meest na aan het hart ligt, pas wordt geschreven in een PS? Na de mededeling dat de heer Brakel uit de Raad van Staten ook is overleden, weet Margaretha namelijk niets meer te schrijven. Of toch wel. In de PS schrijft ze dat hun grote hond Webbe dood is. Tijdens de jacht is hij in een gat gesprongen en heeft hij zijn nek gebroken. Hij was op slag dood. De twaalfjarige Fritsje heeft er vreselijk om gehuild en ook Margaretha is verdrietig om het verlies van de hond.

Brieffragment over de heer van Brakel en hond Webbe

[wt te sijn,] den heere brackel2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden die inde raet
van staten was is ock overleeden, nu
weet ick niet meer te schrijfve, blijff

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick moet uhEd ock segge dat onsen groote
hont webbe op de jacht sijnde in Een holle
wech springende sijn neck heeft gebroocke
en hartsteecken doot is gebleefve, daer
fritsge om heeft gekreeten dat hij niet te
stille was mij ijamert ock het beest

Portret van drie kinderen, links een zittend meisje met bloemen op schoot en een elegante okergele jurk aan en opgestoken haar. Haar linkerhand houdt de bloemen vast, haar rechter hand heeft een lint vast. Over haar linker been hangt een blauwe doek. Voor haar op de grond liggen geplukte bloemen. In het midden een jonge man met haar over de oren en een halflange groene jas aan, daaronder een ruim zittende witte blouse. in zijn rechter hand heeft hij een roze anjer in zijn linker hand een paar witte bloemen. Over zijn schouder hangt een bruine doek. Rechts een jongen met hetzelfde soort haar en een okergele lange jas aan. Daaronder draagt hij een grijze jas en een witte blouse. Over zijn rechter schouder hangt een rode doek. Hij heeft zijn linker hand op de kop van een hazewindhond en in zijn rechterhand houdt hij pijl en boog. Links op de achtergrond Kasteel Amerongen in een Italiaanse fantasietuin.
Ursula Christina Reiniera (1719-1747), Godard Adriaan (1716-1736) en Frederik Willem (1717-1747) van Reede, 1749, J. Fournier. Foto: Elsevier Stockmans. Collectie Kasteel Amerongen. De kinderen van Frederik Christiaan van Reede (Fritsje) met hun jachthond.

  • 1
    Naarstig: vlijtig ↩︎
  • 2
    Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden ↩︎

Van kisten tot steenovens

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 september 1680
Lees hier de originele brief

Het is rustig met de brieven, maar Margaretha meldt aan Godard Adriaan dat ze zijn brief van 21 augustus heeft ontvangen. Ze begint meteen over de kist uit Oost-Indië die Casembroot heeft gestuurd en die nog niet is aangekomen. Jan Casembroot is een connectie van Godard Adriaan en zijn zoon is koopman in Perzië. Heeft Godard Adriaan in zijn brief de komst van de kist aangekondigd? In ieder geval, voor zover Margaretha weet, staat de kist in het Oost-Indisch pakhuis in Amsterdam en ze heeft Temminck gevraagd ervoor te zorgen dat de kist naar Utrecht wordt verstuurd.

Brieffragment Oostindische kist

[rec.a 8. 7ber.]

Ameronge den
2 septem 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 21 Augusti is mij ter rech
=ter tijt behandicht, de kasse1Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden wt oostin die vande
heer kasenbroot2Waarschijnlijk Jan de Casembroot gesonde is noch tot wttrecht
niet aengekoomen, mijn wort geseijt dat die
tot Amsterdam int oostindis packhuijs soude
staen waer over aen teminck heb geschreefe
en versocht so se daer is, op wttrech ten huijse
van teminck beusekom te sende, [met onse timer ]

Kist van petohout met koperen beslag. Het meubel heeft vlakke wanden; aan de hoeken, aan de onderkant, rond het sleutelgat op het voorbord en op de zijkanten is het versierd met opengewerkt koperen beslag in moreske-ornament. Om de slotplaat en op het deksel vier grote koperen ronde nagels. De zijwanden hebben koperen geprofileerde handvatten. Het meubel rust aan de voorzijde op zwart houten bolpoten. Het deksel heeft een geprofileerde rand.
Kist van petohout met koperen beslag, 1728. Collectie Rijksmuseum.

De bouw vordert en de steenoven wacht

Het zal eens niet over de bouw gaan! Heel plichtsgetrouw meldt Margaretha de nieuwste vorderingen. De metselaars werken aan de schoorstenen van het eerste paviljoen, de timmerlieden zijn bezig met de kap van het tweede paviljoen, de leidekkers zijn bezig met de dakramen. En als de kap van het tweede paviljoen af is, dan zal Margaretha een deel van de timmerlieden ontslaan. Laat ze het maar niet horen, dan gaan ze vast langzamer werken. Het is een paar dagen mooi weer geweest, de stenen hebben kunnen drogen. Dat is een serieus ding, je kunt geen natte stenen in de oven leggen. Margaretha hoopt dus dat het droog blijft zodat ze de steenoven vol kunnen laden en aan kunnen steken.

Eerste brieffragment vordering bouw
Tweede brieffragment vordering bouw

[bij naer gedeckt,] so haest de timerlie met het
sette vande kap sulle gedaen hebbe sal ick
Een deel van dat volck afschaffe daer
wel naer verlange, wij hebbe nu hier drij
a 4 dagen wtneement schoon weer ge
had alst godt beliefde dat wijt noch so

wat mochte houde sou op al ons werck seer wel
koomen, en insonderheijt3Inzonderheid: voornamelijk op de steenoven
daerse noch bij gebreck van droochge steen
niet met inkruijen hebbe gedaen, [doch hoop]

Een vrouw staat aan een tafel met een klomp klei in haar handen en ze houdt hem boven een steenvorm. Naast haar staat ook iemand iets te doen. Op de voorgrond verzamelt een kind hompen klei, daarachter liggen gevormde bakstenen te drogen. Op de achtergrond een rivier met boten en een dorp of stad aan het water.
De steenbakker, Jan Luyken, 1718. Collectie Rijksmuseum.

Het eeuwige probleem: de centjes

Godard Adriaan snapte ongetwijfeld precies waar Margaretha op doelde in deze brief, maar voor ons arme lezers blijft het gissen. Er is een verzoek gestuurd aan de Staten van Utrecht, Van Heteren is naar Den Haag en Margaretha wil ervoor zorgen dat Temminck over 3000 gulden kan beschikken voor de kosten van de bouw.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

ick hoor noch van geen petisie4Petitie: verzoek supleetoor5Suppletoir: aanvullend
die al aende proovinsi van wttrecht most
gesonde sijn, nu van heeteren weer inde
haech is, w verwachte te hoore hoet daer
mee gaet, volgens de reeckenin van
teminck heeft hij te boven de laeste en
al de wissels die uhEd heeft getrocke
betaelt sijnde, noch suijver in hande 2600
f, waer bij ick noch so veel sal voech
ge, tot 3000f kompleet die voort tot

uhEd behoef onder hem sonder Ergens ande ge
Empoloijeert te worde sulle blijfve, [daer]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum.

Van de hak op de tak

Hopelijk was Godard Adriaan goed wakker toen hij deze brief kreeg, Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak. Zo schrijft ze eerst dat ze actie gaat ondernemen tegen de kerkenraad die haar veel te eigenzinnig is. Zoonlief is aan het jagen met de prins, in Dieren en in Hoog Soeren. Ze hoopt dat ze heel thuis komen.

Brieffragment kerkenraad en jacht

[in sal koomen,] als de vakansie6Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert wt
is sal ick sien wat ons teegens onse
ongerijmde7Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd en opijniatere8Opiniatreren: hardnekkig volhouden kercken=
=raet te doen staet, den heer van
ginckel is Eenige tijt herwaerts seer
susijet aen sijn hoocheijt op de jacht
tot dieren en hoochsoere geweest
hoop alles daer wel vergaen sal,
tis een viement9Viement, vehement: heftig, onstuimig jaegen

Ze schrijft dat de dood van de heer Von Eller zu Laubach haar spijt, het moet een verlies zijn voor de Keurvorst. In Den Haag is ook een belangrijke heer overleden, aan de kinderpokken nog wel, en zijn functie zal waarschijnlijk naar Johan Pesters gaan. De heer van Zuilen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft een ruil gedaan met Adam van Lockhorst en is daardoor nu dijkgraaf van de Lekdijk Benedendams, de dijk die de Lopikerwaard beschermt. Voor zijn zoon heeft hij het ambt van maarschalk van Abcoude binnen weten te halen. Margaretha heeft er een mooie uitdrukking voor: ‘elk slaat zijn nootjes en het ijzer als het heet is’. En eigenlijk geeft ze hem groot gelijk.

Brieffragment nootjes en ijzer

en daer bij het Maerschalck Amt
van Abkoude voor sijn soon t sijn
al fraije saecke Elck slaet sijn
nootges ent ijser dewijlt heet is, ten
is haer niet te misprijse

Een schilderij van een heuvelachtig landschap met bomen met linksboven in het schilderij blauwe lucht met wolken. Er zijn verschillende groepjes jagers te paard te zien. Sommigen dichtbij, anderen verder weg. De ruiters dragen kleurige jassen, hoeden en laarzen. De kledij oogt 17de eeuws. In het midden valt een ruiter op een wit paard op dat zich spoedt naar een groep jachthonden die een wild zwijn aanvallen.
Willem III op zwijnenjacht, Dirk Maas, 1693. Collectie Paleis Het Loo.

De heer van Dijkveld

Margaretha sluit af met een lekkere roddel over Everard van Weede, de heer van Dijkveld. Hij is in Brussel om daar voor zijne hoogheid één of andere zaak met een prinses te regelen. Van Weede was een ras diplomaat en Godard Adriaan kende hem goed. Hij heeft nu kennelijk wat geldproblemen. Daar is Margaretha ook goed mee bekend …

Naschrift heer van Dijkeveld

Mijn heer en lieste hartge

Uhed getrouwe wijff
MTurnor

ps den heer van
dijckvelt is tot
bruijsel, om de
Affaerees van sijn hoocheijt
die daer teegens de prinses
van ijsengaren heeft waer te
neemen, men roept so dat hij vant sijn so
veel te parijs heeft verteert, dat so breet niet moe
sijn dewijl hij sujeten daer ontbiet om tapijte
voor hem te koope

  • 1
    Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden ↩︎
  • 2
    Waarschijnlijk Jan de Casembroot ↩︎
  • 3
    Inzonderheid: voornamelijk ↩︎
  • 4
    Petitie: verzoek ↩︎
  • 5
    Suppletoir: aanvullend ↩︎
  • 6
    Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert ↩︎
  • 7
    Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd ↩︎
  • 8
    Opiniatreren: hardnekkig volhouden ↩︎
  • 9
    Viement, vehement: heftig, onstuimig ↩︎

Zou hij eindelijk thuiskomen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 mei 2025 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 mei 2025
Lees hier de originele brief

Margaretha kan haar geluk niet op! Ze heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan haar op 1 mei heeft gestuurd en het ziet er eindelijk naar uit dat hij thuis komt! En er zijn genoeg zaken waar Margaretha haar man dringend bij nodig heeft.

Brieffragment thuiskomst

Mijn heer en lieste hartge
seedert mijne laeste aen uhEd heb ick die vande
selfve vande Eerste deeser ontfange, sien met
blijschap daer wt de hoope die hij heeft om sijn
demissie in korte te sulle Erlange waer naer
hartelijck verlange, hier sijn verscheijde dinge daer
uhEd sijn ooch wel Eens bij diende te hebbe, [deselfe]

Het werk vordert gestaag

Godard Adriaan moet inmiddels de bouwmeester gesproken hebben, dus hij zal nu wel een beter beeld van de bouw hebben. Margaretha verwacht weinig van het hout uit Anholt, het is nog niet eens gehakt. De bouw vordert maar langzaam. De gewelven onder het grote salet en de torenkamer zijn ‘volkomentlijck gedaen’ en de werklui zijn nu bezig met de gewelven van de keuken. De eerste schoorsteen heeft een hardstenen lijst gekregen. De leidekker heeft de goten bekleed met lood en de naden van het dak met lood afgewerkt. Hopelijk kan hij nu verder gaan met het leggen van de leien.

Op de omloop om een torenspits staat een leidekker die net een lei vast spijkert. Naast hem staat een jongen die de leien en het gereedschap aan geeft.
Leidekker, Caspar Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Ossen en tabak

Margaretha heeft de ossen die Godard Adriaan heeft gestuurd op de ‘beneedenste bolle’ laten zetten, nu het natuurgebied de Gravenbol. Daar is een ‘ongemeene schoone weij’ en dat is al te zien aan de ossen. Ze heeft Teminck nog zes ossen laten kopen, er was nog weide over. Ze hoopt dat ze met de ossen winst kunnen maken. Je hoort haar denken: elke cent is meegenomen! En ze heeft tabak laten planten. Het is groeizaam weer, maar er zijn weer beren op de weg. Het water stijgt en als dat zo doorgaat, lopen de uiterwaarden onder water. Dan moet er niet alleen voor de ossen een andere locatie gevonden worden maar ook voor het vee van andere mensen. De schippers zeggen dat het mee zal vallen en daar houdt ze zich maar aan vast.

Brieffragment ossen

de osse die uhEd heeft beliefve te sende gaen
op de beneedenste bolle daer ongemeene scho-
one weij leijt,

en men al sien datse toeneeme,
ick heb door teminck noch ses
osse doen koope die hij mij vandaech heeft
gesonde het stuck voor 46f dat niet allee
mijns oordeels maer ock al diese sien heel
goet koop vinde, wij hadde de weij noch over
hoope de heere ons met het Een Ent ander
geluck sal geefven, ick ben ock heel beesich met
toeback te pooten daer wij heel schoon en groeij-

saem weer toe hebbe, [maert water wast]

Tekening van een kruidachtige plant met lang veervormig blad en roze bloemetjes.
Tabaksplant of tabaksbloem, Anselmus Boëtius de Boodt en Elias Verhulst, 1595-1610. Collectie Rijksmuseum.

Een bruiloft bij Beusinchem

Van haar PS maakt Margaretha weer een allegaartje. Er is een bruiloft bij Beusinchem maar ze is van plan om maar één dag te gaan. Haar schoondochter, Ursula Philippota en Eleonora Sofie Bentinck gaan samen naar hun echtgenoten in het leger. En van de 3000 gulden zijn er 2000 onderweg naar Temminck in Amsterdam – maar dat wisten we al.

Het bruidspaar op de trappen naar een terras waar een altaar brandt. Op een voetstuk de twee familiewapens. Op de voorgrond riviergoden.
Bruiloftsprent, Jan Punt, 1749. Collectie Rijksmuseum.

Bittere kou, bittere armoede en de foute vrouw

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 december 1676
Lees hier de originele brief

Het is koud op Amerongen, bitter koud. Het is in jaren niet zo koud geweest. Nou ja, als Godard Adriaan het zegt, misschien is het in Bremen nog wel kouder, vooruit dan maar. Maar het heeft de afgelopen nacht op Amerongen zo hard gevroren dat het ijs meer dan een halve voet dikker is geworden. Meer dan 15 centimeter erbij dus. Ideale schaatsomstandigheden, maar daar staat Margaretha’s hoofd niet naar. De vissen in de gracht, dat is haar grote zorg! Ze heeft twee man aan het werk gezet om de bijten in de gracht open te houden zodat de vissen het overleven. Als die aan het ene eind klaar zijn met hakken, is het andere eind al weer dichtgevroren en kunnen ze opnieuw beginnen.

Aanhef brief en vorst

[rec. 27. Dito]
Ameronge den
16 deesem 1676

Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 9 deeser is mij behandicht,
en beklaechge deselfve in deese felle koude, geloof
het daer vrij felder is als hier, hoewel de vorst
ons so hart aen stast alse in Eenige ijaeren her=
waert heeft gedaen, t heeft hier deese nacht
meer als Een halfve voet dickte gevroore ent
water kontiniweert noch te valle, so dat ick
voor onse vis inde grafte vrees, twee mense hebbe
gestadich en heelen dach werck te bijten als
sijt opt, Een ent open hebbe leijt het opt ander
weer toe, veel kleijne vis stef sterfter die int
bijten aent ijs blijft hange, maer als noch weijnich
groote, [ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder]

Op het ijs staan een deftig geklede dame en heer op te schaats te kijken naar een man met een bijl in zijn hand. Voor hem een mooi rond wak in het ijs. Naast hem staat een jongen met een visnet.
Een man bijt een wak om vissen te vangen, Fragment uit: IJsvermaak bij een stad, Hendrik Avercamp, ca 1620. Collectie Rijksmuseum.

De winter van ‘76

Buisman citeert deze brief van Margaretha in ‘Duizend jaar weer, wind en water’ als bron voor de koudegolf van december 1676. Twee weken lang houdt deze strenge vorst aan. En niet alleen in Amerongen: zo is de trekvaart van Haarlem naar Leiden dichtgevroren.

Margaretha doet haar uiterste best om de vis te laten overleven. Ze wil een baggeraar uit een veengebied laten komen om kuilen in de gracht uit te baggeren. De vissen hebben in de diepte meer overlevingskans. Ze doet alles wat ze kan, maar er zijn grenzen en bovendien ‘heb ock wercks genoech de kindere warm te houde’. 

Brieffragment modderman en kinderen

[groote,] ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder
man wt t veen koomen om te sien of hij geen
wije kuijlle sou konne wt haelle om de diepte
te hebbe daer de vis haer in kost berge, in soma
ick doe al wat ick kan, moet het voort op geefve
heb ock wercks genoech de kinderen warm te houde

Heel erg vol gekriebelde ets met een hoge ruimte waar van alles staat (wieg, bezem) en hangt (Hammen). Voor het vuur waarin een ketel hangt zitten twee vrouwen met kinderen.
Interieur met kinderen en vrouwen voor de haard
toegeschreven aan Eugène François de Block, 1840 – 1842. Collectie Rijksmuseum.

Het dak

Ondertussen wordt er nog steeds gewerkt aan het huis. De leidekkers zijn bezig met het solderen van de loden goten rond het huis, dat hebben ze vandaag af. Dan moeten ze verder met het dichten van de openingen tussen de verschillende daken op het huis maar dat is ook maar werk voor een dag of twee. Verder is er voor de rest van het jaar weinig te doen. Schut en Rietvelt zijn naar Amsterdam.

Eerste brieffragment dak
Tweede brieffragment dak

gu de leijdeckers sijn noch beesich int soudeere vande
loode goote die buijten omt huijs legge krijgense
vandaech gedaen, dan moetense de kille voort

dicht maecken dat ock in Een dach al twee sal gedaen
sijn, aende rest is niet geleege, dat kan sose segge geen
schade doen, salder dan laete wt scheijde tot het
voor ijaer want tis schande so weijnich alse doen
gisteren is schut en riet velt vertrocke en naer
Amsterdam gegaen, [de teijckenin die hier neffens]

Weer tekeningen

Schut heeft voor zijn vertrek nog een tekening van de voorburcht gemaakt die Margaretha met haar brief meestuurt. Van Ginkel is van mening dat de voorburcht vierkant moet worden en heeft de tekening al bekeken. Schut was het daarmee eens en nu moet Godard Adriaan er maar eens naar kijken. Eigenlijk moet hij het ook zelf ter plaatse komen bekijken voordat er iets gedaan kan worden. Alles is nu opgeruimd en het is indrukwekkend. Van Ginkel is enthousiast, hij vindt het ‘seer manifijck en fraeij’.

Brieffragment weer tekeningen

[Amsterdam gegaen,] de teijckenin die hier neffens
gaet heeft schut voor sijn vertreck gemaeckt daer
de seekretaris uhEd hier nefens bericht van doet ,
de heer van ginckel die gistere weer naer Middach
is gegaen deese teijckenin gesien hebbende vintse wel
goet maer oordeelt dat het voorburch behoorde vier
kant inde haeck te koome, het welcke schut hetselfe
aengeweese sijnde heel goet keurde, uhEd belieft
sijn speekulasie daer op te neemen, daer is tijt ge
noech toe want daer kan mijns oordeels al heel
niet in gedaen worde voor uhEd het selfs op de
plaetse siet, nu het nieu geboude huijs opgeruijmt is
geeft het Een groote ruijmte en vindt den heer van
ginckel het seer manifijck en fraeij, [met de meule]

Een vogelvluchtperspectief van het kasteel en de tuin, waarbij duidelijk te zien is hoe de waterpartijen de tuin onderverdelen en hoe het kasteel in de gracht en ten opzichte van de voorburcht ligt. Bovenaan de afbeelding, in de landerijen, het wapen van Bentinck.
Het algehele plan van het huijs te Amerongen met zijn tuinen en plantages, Anco Wigboldus, 1941. Collectie Kasteel Amerongen. Op deze afbeelding is de vierkante, maar scheef ten opzichte van het huis liggende voorburcht goed te zien.

De molen

Margaretha heeft nog weinig tijd gehad voor de molen, maar ze gaat er achteraan. Ze zal informeren of ze de betaling in termijnen mag doen en dan beginnen met duizend gulden. Minder kan niet, want ‘die mense sijn so arm als Jop en worde van haer schuldenaers van alle kante overvalle’. Die duizend gulden zullen dus direct naar de schuldeisers gaan en mogelijk eindigt de molenaar en zijn gezin dan alsnog, zoals de Bijbelse Job1Job 2, op de mesthoop. Want Margaretha gaat op zoek naar een andere molenaar. Schut en Rietvelt hebben de molen, de rosmolen en het huis al geïnspecteerd en naar hun oordeel gaan de reparaties zo’n 400 ducatons kosten.

Eerste brieffragment molen
Tweede brieffragment molen

[ginckel het seer manifijck en fraeij,] met de meule
naer heb ick noch geen tijt gehadt sint het ontfang
van uhEd brief te spreecke sal sien hoe ickt daer
meede maecke en oft op termijne sal konne ver=
=kocht worde, altijt geloof datter Een duijsentgul
tot betaeline vande Eerste paeij sal moeten sijn
want die mense sijn so arm als Jop2Job 1:21 en worde van
haer schuldenaers van alle kante overvalle, ick heb
de wint en rosmoolle van schut en rietvelt laete besien

daermen om de wint en rosmoolle met het huijs
in gebruijcklijcke reeperaesie te brenge noch wel
bijde vier hondert duijcketons aen te koste sal
moeten hangen, dat is over de 1200f, Een goede
moolenaer geloofve wij wel krijge sulle alstmaer
so verde is, [den heer van wellant heeft aen mij ge=]

Een oude, naakte man met een grijze baard zit op een mestvaalt, zijn hoofd in zijn linkerhand die op zijn knie leunt. Een vrouw gooit een emmer water over hem heen, op de achtergrond woedt brand.
Job op de mestvaalt, Albrecht Dürer, 1505. Collectie Städel Museum, Frankfurt am Main.

Foute vrouw

Margaretha heeft een brief gehad van neef Welland met het verzoek om een goedkeuring van pater familias Godard Adriaan voor zijn huwelijk. Zijn toekomstige vrouw is immers intelligent en niet onbemiddeld. De dame in kwestie is Eleonora Constantia van der Meijden. Ze is niet van adel en ze is weduwe, maar dat zijn geen zwaarwegende bezwaren tegen het huwelijk. Wat dan wel? Eleonora heeft zich door haar eerste echtgenoot laten schaken. Ze is dus zonder goedkeuring van haar ouders getrouwd en dat schandaal is algemeen bekend. ‘Ick heb hem geantwoort niet te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie heeft als so een vrou [….] te neemen die onder sijn kondijsij is, daer hem Godt met so veel aensienlijcke middelen heeft geseegent’. Kortom, Welland, kun je nu echt niets beters krijgen? Maar Margaretha vreest dat ‘het al te verde gekoomen is’.

Brieffragment Welland en zijn lief

[so verde is,] den heer van wellant heeft aen mij ge=
schreefve versoeckt ick bij uhEd soude intersideere
dat sijn geinklineerde houlijck beliefde goet te
vinde also sij Een Persoon van seer groot verstant
en middelen is , ick heb hem geantwoort niet
te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie
heeft als so Een vrou behalfve andere reedene
te neemen die onder sijn kondijsie is, daer
hem godt met so veel aensienlijcke middelen
heeft geseegent, en versocht hij hem wel wilde
bedencken Eer hij hem hier verder ingaesgeert
op dat hem niet berout alst te laet sal sijn
, maer naert segge vande werlt die daer inde
haech so wel als te wttrecht den mont vol van
hebbe, vrees ick dat het al te verde gekoome is
, nu ick wilt beste hoopen, [opt geene de heer van]

Ets van een man met een vrouw onder de arm.
De schaking van de vrouw, Samuel van Hoogstraten, 1648-1650. Collectie Rijksmuseum.

Klein nieuws

Prins Willem is terug uit Zeeland en viel in Den Haag met zijn neus in de boter: een rel in de kerk waardoor hij genoodzaakt was om drie predikanten te schorsen. Van Ginkel heeft hem in Den Haag nog gesproken en kreeg een geruststellend bericht over zijn salaris. Geldproblemen alom….

In haar postscripten doet Margaretha nog de groeten van ‘ons kleijn geselschap’. Ze heeft Godart Adriaans brief van 12 december ontvangen en maakt daar nog even snel wat opmerkingen over. Maar ‘de post staet te vertrecke’, adieu voor vandaag!

Brieffragment Klein gezelschap

al ons kleijn geselschap tot godert in kluijs preese
teere haere dienst aen groote papa

Wervelende winter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 5 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 december 1676
Lees hier de originele brief

Een redelijk korte brief voor wat we gewend zijn van Margaretha, ze heeft Godard Adriaan immers eergisteren nog vier kantjes vol geschreven. Toen heeft ze de laatste brief die ze van Godard Adriaan heeft ontvangen beantwoordt, deze brief was van 28 november. Blijkbaar voelt Margaretha de noodzaak om haar echtgenoot nog wat dringend te verzoeken en wat laatste nieuws mee te delen over de vorderingen van het huis die in twee dagen zijn gemaakt.

Aanhef en opmerking over vorige brief

Ameronge den
5 deesem 1676
[rec: 10. dito]
Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste is geweest vande 28 Novem die ick met
de post van voorleedene woonsdach heb beantwoort

Het dak

Het dak van het nieuw gebouwde huis is volledig dicht getimmerd met planken. De middelste kap is helemaal dicht, meldt Margaretha. De kap aan de westkant is aan beide zijden grotendeels met droge planken gedekt en stevig vast gespijkerd door de werklieden. Aan een deel van de noordzijde hebben de leidekkers met het lood een goot aangelegd. Wanneer de weersomstandigheden beter worden zullen zij verder gaan met het leggen van het dak. De planken aan de oostzijde en een deel van de noordzijde liggen voorlopig alleen ‘op wervels’, omdat ze nog niet droog genoeg zijn. Een klus die in de zomer verder moet worden gezet, schrijft Margaretha. In de zomer zullen de wervels moeten worden verwijderd en de planken goed worden vastgespijkerd.

Brieffragment over planken op het dak

nu is Eens het dack vant vant nieu geboude huijs
met plancke overal dicht gedeckt, de grootste
kap dat de middelste is, ende kap aende west sij
is beijde meest met droochge deelle gedeckt en
vast gespijckert ock Een gedeelte vande noortsijde
daer de leijdeckers die aent legge vant loot inde
goote sijn als dat gedaen is, ent weer toe laet
aent leijdecke konne beginne, nu sijn de plancke
vande oost sijde ent gedeelte vande noort sijde alleen
opt dack op wervels geleijt om datse niet drooch
genoech waere die te soomer weer sulle moete
opgenoome worden, [de metselaers hebbe alle]

Foto van bijna recht boven kasteel Amerongen. In een vierkante gracht ligt een vierkant huis. Er gaat één brug naar het huis toe. Het huis heeft drie daken en voor zijn ze verbonden tot één dak. Aan de kant van de brug is een plein met groene grasvelden, een bloemenperk met het wapen van de heerlijkheid Amerongen. Aan weerszijden van het plein staan scherp geschoren taxuspyramides als pionnen op een schaakbord. Linksboven en rechts bomen, verder vooral gras en paden.
Het dak van Kasteel Amerongen vanuit de lucht, foto: Arie Reebergen, 2017.

Wervels

Margaretha schrijft dat de planken van het dak “op wervels liggen”. Dit betekent dat de planken niet direct op de spanten van het dak zijn bevestigd, maar in plaats daarvan op dwarsbalken zijn gelegd. De planken zijn daaraan bevestigd met wervels. We kunnen wervels vergelijken een vleugeltje van een vleugelmoer, maar dan van hout gemaakt. Deze wervels fungeerden als een tijdelijke bevestiging voor de planken. De planken moesten goed uitgedroogd zijn voordat ze op de definitieve manier bevestigd konden worden. Door een wervel te gebruiken beschadigde de plank minder.

Een stukje hout dat in het midden iets dikker is en een gat heeft.
Houten wervel, of sluithoutje, scharniert rond een spijker waarvoor het gat aanwezig is. Collectie Maritieme Archeologie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Winterklaar

De metselaars hebben hun werk afgerond. De timmerlieden zijn aan de west- en zuidzijde van het huis bezig om het huis in te pakken. Aan de steiger bevestigen zij planken zodat de wind, regen en sneeuw het nieuw gebouwde deel niet beschadigen. Hierdoor kan hopelijk het nieuw bevestigde hout in het huis goed drogen en wordt de kans op houtrot verminderd. Helaas kan niet het hele huis worden ingepakt. Margaretha schrijft dat ze daar helaas niet voldoende materiaal voor heeft, want dan had ze de noord- en oostzijde ook laten inpakken voor de winter.

Eerste brieffragment over de steigers in de winter
Tweede brieffragment over de steigers in de winter

[opgenoome worden,] de metselaers hebbe alle
haer afscheijt, de timerlie sijn aende mantelin
aende west en suijdt sijde omt huijs te maecke
daerse plancke tegens de maste vande steijgerin
lans heen toe slaen voorde reegen en sneuw

dat beij de baese beeter houde alst plancke dich
aende muere om dat hier de wint door kan
speelle ende muere beeter droochge, hade
wij deelle of schaelle genoech sou de noort en
oost sijde almee laete bemantelen, maer salder
geen deele toe hebbe, [nu hoope dat uhEd met ijan]

Winterlandschap. Een vierkante toren en enkele huizen langs een bevroren water in een besneeuwd landschap. Op het ijs enkele figuren met een slede, links een boerenschuur. In deze voorstelling domineren de donkere onheilspellende wolken, die van links worden beschenen door de laagstaande zon. De dik ingepakte mensen op het ijs steken nietig af tegen deze onbarmhartige natuur. In zo’n winterlandschap van Ruisdael zou een vrolijke menigte schaatsers niet op zijn plaats zijn.
Winterlandschap met donkere wolken, Jacob Isaacksz van Ruisdael, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.

Heb je hem nou al gesproken?

Margaretha is benieuwd of Godard Adriaan nou al eens met steenhouwer Jan Prang heeft gesproken en het met hem over de keuzes heeft gehad. Margaretha verzoekt Godard Adriaan zijn voorkeur wel dringend aan haar te laten weten. Het zou handig zijn als het antwoord komt wanneer Schut en Rietveld er nog zijn zodat ze het kunnen bespreken. De heren vertrekken al aan het begin van de volgende week. Hopelijk voor Margaretha houdt Godard Adriaan eens op met treuzelen en heeft de brievenpost ook niet te veel vertraging. Margaretha geeft aan dat wanneer er geen nieuwe bouwmaterialen komen, de werkzaamheden aan het huis stil zullen komen te liggen.

Brieffragment over gesprek met jan prang

[geen deele toe hebbe,] nu hoope dat uhEd met ijan
prang sal gesproocke hebbe, en de meeninge vande
meesters al hier verstaen, wenste uhEd senti=
=mente daer op te weete derwijlle schut en
rietvelt noch hier is, die int Eerst vande toekoo
mende weeck vertrecke, bij gebreck van mateer
rije sal dees Eijndige blijfve

Interieur met een vrouw die met de handen in de zij aan het schelden is. Haar man zit gekleed in vrouwenkleding op een stoel. Op de voorgrond een kakelende hen. Op de achtergrond een aap bij de schouw. In het randschrift een toelichting in het Nederlands: een lekkend dak, een rokende schouw, een kakelende hen en een scheldende vrouw in huis betekenen ongeluk en verdriet.
De scheldende vrouw en de kakelende hen, Johannes Wierix, 1566 – 1570. Collectie Rijksmuseum.

PS

Na de gebruikelijke afsluiting van Margaretha volgt natuurlijk nog een PS. De vorst houdt nog fel aan, waardoor de waterstand in de Rijn erg laag is komen te staan. Margaretha meldt dat de lading van een samoreus is overgeheveld naar een lichter. Een samoreus, ook wel bekend als een Keulse aak, is een lang en smal rivierschip met twee masten. Een lichter is een vaartuig met een kleine diepgang, deze scheepjes werden vaak gebruikt om lading van een groter vrachtschip er naar toe te brengen of te halen. Helaas is de diepgang van de lichter toch nog te veel voor de lage waterstand van de Rijn. Het scheepje kan niet voorbij Wijk bij Duurstede varen en ligt daar nu stil, laat Margaretha weten.  

Afsluiting

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

de vorst hout hier
noch fel aen
ent water
op den rhijn
valt heel wech is so laech dat de lichter diet
loot wt de samoreus vande vaert hier gebrocht heeft
leech sijnde niet voor bij wijck kan vaeren maer
moet daer blijfve leggen

Links een schip zonder zeil en mast, op de boot staan twee mannen met stokken in het water. Het schip heeft een soort ronde kajuit, waarvan delen open staan. Rechts een schip met een mast. Het grootste deel van het schip is dicht en op het schip liggen de zeilen en het tuig. Aan het schip hangt een roeibootje. Onder het linker schip staat Een Amsterdammer Lichter, onder het rechter schip Een Wieringer Lichter.
Twee schepen: een Amsterdammer lichter en een Wieringer lichter, Reinier Nooms, 1652 – 1654. Collectie Rijksmuseum.

Het dak van de slaapkamer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 oktober 1671 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1671
Lees hier de originele brief

Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha opdracht gegeven om door te gaan met de nieuwe leien van het dak. De leidekker, Jan Hendriks uit Tiel, is langs geweest en Margaretha doet verslag van zijn bevindingen.

Brieffragment over het dak van de slaapkamer

… hier heefens gaet de memoo
=rije van de leijen die uhEd mij hebt gesonde
met de antwoort van ijan henderixse den
leijdecker van tiel op de inhoudende vrage
hij meent dat wij het pannedack booven ons
slaepkamer behoorde af te laete neeme ent
selfve dack met leijen te decke om dat het
so seer int noorde staet dat de panne daer op
gans niet duerabel sijn, dieder op legge seijt hij
dat wel meer als de helft van tijt tot tijt
vernieut sijn en nu al weer meest al vergaen
, wij hebbe deesen dach sulcken Extraoordinaer
=risse hette met schoone sonneschijn gehadt…

Kennelijk was het dak (of de daken) met pannen belegd, en moesten dat echt leien worden, want dat was veel duurzamer.

In 1646/1647 tekende Roelant Roghman veel Utrechtse kastelen en hij maakte ook twee tekeningen van Amerongen. Misschien is het mogelijk om op deze tekeningen de slaapkamer van Godard Adriaan en Margaretha te vinden. Ze schrijft in haar brief dat hij onder een schuin dak op het noorden ligt.

Een kasteel met middenvoor een toren met daarin een poort. Links een gebouw met een trapgevel en daarachter nog een toren. Rechts nog twee gebouwen. Voor het kasteel staat een muur met daarin een poort.
Gezicht op huis Amerongen, gezien vanuit het oosten, Roelant Roghman, ca. 1646 – ca. 1647. Collectie Rijksmuseum.

Op deze afbeelding ligt het noorden rechts. Ze zou natuurlijk onder de kap van één van de torens kunnen slapen, maar die hebben waarschijnlijk een zolderfunctie. De enige mogelijkheden vanaf deze kant is dan het rechterbovenraam onder de trapgevel of in de uitbouw rechtsachter.

Kasteel Amerongen vanuit het noorden. Het kasteel ligt in een gracht. Links een gebouw en de kade muur met op de achtergrond een brug en een poort. Zowel links achter als rechts achter staat een toren. Op de voorgrond drie gebouwtjes, een kleine in het midden, rechts één van twee verdiepingen met een trapgevel en links een van één verdieping met een heel lang schuin dak en een schoorsteen bovenop.
Kasteel Amerongen, reproductie van tekening van Roeland Roghman, 1646-1647, Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / 030751

Vanuit het noordwesten gezien lijkt het ook goed mogelijk dat de slaapkamer aan de noordkant was bij de drie ramen links. Dat is waarschijnlijk de uitbouw die we op de vorige afbeelding vanuit het oosten zien.

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén