De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Postproblemen

Nog meer vis en nog lager water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Er is weer eens een brief te laat aangekomen. En nog wel de brief van 28 september waarin Margaretha het over een eerdere verloren brief heeft. Inderdaad zien we in de aantekening van Godard Adriaan op die brief dat deze op 7 oktober is ontvangen. Hij is blijkbaar op een ander manier bezorgd dan normaal, of gewoon bij de vaste contactpersoon Franco Bisdommer blijven liggen en pas later opgestuurd.

Brieffragment missende brief

[rec. 22. Octobr]

Amerongen den
19/9 ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 9 deeser sien ick met
verwonderin dat de mijne vande 28 septem
met Een ander als den ordinaerisse post en
so veel laeter is bestelt geweest kan niet
dencken waer dat bij komt of die moet bij
bisdomer1Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten vergeete sijn geweest en dat hijse
doen nae heeft gesonden, [volgens het schrijfe]

Aan een tafel zit een vrouw voorover gebogen een brief te schrijven met een veer. De bode die achter de vrouw staat, wacht tot ze klaar is, waarna hij de brief kan gaan bezorgen. Op tafel ligt een bruinig tafelkleed en een luit. Op een groen kussen voor de tafel ligt een bruinwit hondje te slapen.
De briefschrijfster, Frans Mieris (I), 1680. Collectie Rijksmuseum.

Bezoek in Berlijn

Zoals al werd gefluisterd, is prins Willem III inderdaad op bezoek gegaan bij de keurvorst in Berlijn en Potsdam, heeft Margeretha van zoon Godard gehoord. Die was mee in het gevolg. Ze is wel erg benieuwd wat voor antwoord de prins heeft gegeven op het verzoek van haar man om zo langzamerhand weer naar huis te mogen.

Brieffragment Willem III in Berlijn

[doen nae heeft gesonden,] volgens het schrijfe
vande heer van ginckel in dato den 11/1 deeser
aen mij geschreefve sal sijn hoochijt nu tot berlijn
of potsdam al sijn geweest of noch sijn, mij
verlanckt wat antwoort hij uhEd op sijn
versoeck van thuijs te mooge koomen sal ge=
geefve hebben, [hoewel de peetisie ter som]

In een open ruimte ligt een groot gebouw. Op dfe voorgrond een vlakte met verschillende koetsen, wandelaars en ruiters. Dan een gracht en een breed gebouw met in het midden een toegangspoort. Het eind van het gebouw heeft twee paviljoens. Verder naar achteren een hoger gebouw met drie elegante torentjes. Links en rechts zijn nutstuinenen ingericht en op de achtergrond loopt een kanaal met schepen.
Gezicht op het Potsdamer Stadtschloss, Peter Schenk (I), 1675-1711. Collectie Rijksmuseum.

De reis van zijne Hoogheid naar Berlijn geeft nog steeds aanleiding tot allerlei geruchten (grote “mompeling”) aan het thuisfront. Maar welke? Margaretha laat zich er niet over uit. Het zal vast niet alleen een kraamvisite zijn. De keurvorst is weer grootvader geworden. Helaas heeft hij zelf weer erg veel last van jicht. Hij zou het vast fijn hebben gevonden als hij een kleinzoon in plaats van een kleindochter had gekregen. Maar wat niet is, kan nog komen.

Brieffragment jicht en geruchten

[met gout gewerckt derest heel van sijde,] dat den
heere keurvorst weer aent poodegra2Podagra: jicht set doet mij leet en jam
mert mij seer, had de keur prinse Een prins mooge
voor Een prinses3De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. hebbe gehadt geloof dat also aengenaem soude
geweest sijn , dan die kan noch koomen, deese reijs van sijn
hoocheijt is niet sonde groote monpelin4Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… onder veelle, [dat den heer]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

Slepende kwesties

Er volgt een opsomming van de bekende zaken waar Margaretha telkens maar weer achteraan moet rennen zonder dat er veel schot in zit. Van de provincie Utrecht lijkt nog steeds geen geld te komen, neef Wellant heeft al twee weken niets van zich laten horen, en ze zou ook graag af zijn van een zaak tegen zwager Carel-Alexander van Berck. Gelukkig zijn er ook de concrete bezigheden in en om het kasteel waar wél resultaten worden geboekt. Daar gaat de rest van de brief over.

Betere vloerdelen en ijzerwerk

Godard Adriaan gaat proberen om betere Pruissische vloerdelen te sturen. De lijntjes naar de Pruissische bossen vanuit Berlijn zijn immers kort. Wat Margaretha nu ter beschikking heeft is niet best. Net zulk slecht hout als de pruissische delen in het klein salet in hun huis in Den Haag. Die zitten vol blaasjes (bobbels of noesten?): onhandig en het staat ook niet mooi. Margaretha zal ook blij zijn als het ijzerwerk voor ‘de balie’ binnen zal komen. Wat voor balie ze precies bedoeld is onduidelijk, het kan een leuning, een hek of een reling zijn.

Brieffragment hout en ijzer

dat uhEd andere en beetere pruijse deelle sal
sien te sende waer seecker goet want die hier
sijn sijn seer slecht en is van dien aert van
hout als de pruijse deelle die inde haech in ons
kleijn salet legge en haer met blaesges ge
duerich so ruijch op werpen, dat als uhE
weet seer moilijck is, en niet wel staet
sal blijde sijn als wijt ijserwerck tot de baelie5balie: leuning, hek, ballustrade, reling
hier hebbe sulle, [hier neffens gaet de]

Foto vanaf de onderbrug van Kasteel Amerongen richting de kade. In de balustrades van de onderbrug hangen spinnenwebben.
Balustrade op de onderbrug, 2020. Balustrades op de onderbrug en op de kade zijn goed te zien en dateren uit de bouwperiode van het huis.

Bremer vloerstenen

Als bijlage stuurt Margaretha een overzichtje van de Bremer vloerstenen waarmee haar man de huizen op de voorburcht wil laten plaveien. Het moeten er enkele tientallen meer zijn, voor het geval er een paar breken. Ook graag vast geslepen en recht afgekant. Jan Prang heeft de vorige lading niet goed afgekant: veel te scherp en te dun, waardoor ze snel afbraken.

Brieffragment Bremer vloersteen

[hier hebbe sulle,] hierneffens gaet de
meemoorije vande breemer vloersteen so
uhEd die huijse op t voorburch daer meede belieft geleijt
te hebbe, salder noch wel 30 a 40 booven
dit getal meer diene te sijn om voort breeck
, en toch alle gesleepe, het kant rechte ge=
=loof dat hier best sal gedaen worde ijan
prang heeft d onse niet wel gekantrecht
heeft de kante al te scherp en te dun af
gehouwe die breecke te licht af ,

Steenhouwer die bezig is het met houwen van steen voor het bouwen van een huis. Boven de afbeelding staat: De Steenhouwer Hoewel verspreid, Nochtans bereid. Onder de afbeelding staat: De Stenen worden vast behouwen, Om't machtig Huis meed' op te bouwen; Gelijk des Heeren Jesu werck, De Steenen, hier en daar geleegen Bereid, en vleid en schickt ter deegen, Tot Opstal van zijn eeuw'ge kerck.
Steenhouwer, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Fraai tafelkleed

Godard Adriaan wil nog meer weten over de Oost-Indische kist. Margaretha vindt echter dat ze alles al wel gezegd heeft. Nou goed dan, toch een nadere specificatie van het tafelkleed. Dat is fraai, en de kroon en de griffioenen van het familiewapen zijn van gouddraad en de rest van het wapen van zijde.

[sijn,] nu weet ick niet of heb uhEd meesiefve in alles beant
woort, dat ick de oostindische preesente in alles wel heb
bevonde heb ick met de laeste post geschreefve het taefel
kleet is fraeij de kroon en grifelijoene van ons wapen sijn
met gout gewerckt derest heel van sijde, [dat den]

Een suikerpot van Chinees porselein, onderdeel van een incompleet koffie- en theeservies. De buikige suikerpot staat op een ronde, ingesnoerde voet en heeft twee oortjes. Aan twee zijden het Van Reede familiewapen in een gouden lijst, gedragen door twee witte griffioenen, staande op een verguld omrand wolkendek met groen, blauw en roze. Boven het wapen een gekroonde helm met zwart dekkleed en zwarte vleugels als helmteken. Bij beide handvatten, organisch gevormd, een `vergulde bladertak met rode besje. De suikerpot heeft aan de bovenkant een smalle gouden bies.
Suikerpot van Chinees porselein met Van Reede wapen, ca. 1790. Collectie Kasteel Amerongen.

Viskuil uitmodderen

Het bericht over de vis in de vorige brief heeft kennelijk Godard Adriaans grote interesse. Hij heeft opdracht gegeven om de gracht nog wat verder uit te modderen met een kuil om daar de gevangen vis beter in te kunnen bewaren. Margaretha heeft vorig week nog een keer een mooi zooitje laten vangen. In de Rijn staat nu minder dan een meter water (3 voet), en hij blijft zakken.

Eerste brieffragment vis
Tweede brieffragment vis

de kuijlle tot konservaesie vande vis sal ick lae
=ten inde grafte volgens uhEd begeerte wt modde
=ren, ick heb inde vooleedene weeck op den rhijn
die teegenwoordich geen 3 voet water heeft

en noch al wech valt laeten visse hebbe Een schoone soij vis
gevange die meest inde grafte heb geset so dat die nu wel
van vis is versien konne wijse maer behouden daer toe mij
beste sal doen, [den heer van Eck laet sijn kribbe weer ver]

Aan een rivier zijn mannen bezig met vissen. Links haalt een man een lijn met haken met daarin vissen binnen, daarnaast stoppen mannen de gevangen vissen in een ton. in de rivier zet een man een fuik en plaatst een man een een net. Rechts op de voorgrond een bootje met met daarin een fuik en twee mannen die zich daarom kommeren. Op de achtergrond koeien in een weide, een landhuis en een kerk.
Visvangst met fuiken en vislijnen, Philips Galle, 1582-1633. Collectie Rijksmuseum.

Slag om de rivier

Niet alleen de Van Reedens, maar ook hun buren beschouwen de rivier als hun achtertuin, waar je niet alleen vis in vangt, maar waarvan je ook de loop zoveel mogelijk naar je hand probeert te zetten. Of het nu is om afkalving van jouw oever te voorkomen, of om je aanvaarroute te verbeteren. De stroomopwaarts gesitueerde buurman Johan Willem van Eck, heer van Lievendaal, heeft de kribben aan zijn kant verlengd, dus nu doet Margaretha iets vergelijkbaars aan haar kant en lijkt het evenwicht weer hersteld. Overgebleven stenen en misbaksels uit de reeds ontmantelde steenoven komen hier goed van pas.

Brieffragment kribben in de rijn

, den heer van Eck6Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. laet sijn kribbe weer ver
lenge, dat ons geen vordeel geeft, waerom ick deese weeck bij
de 80 voijer7een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? vande saeme geloopene boncke of steen en stucke
van steen vande steenoven, achterons ridtse8Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul aende bollekrib of zandplaat inde
rhijn heb laeten brengen dat Elck seijt Een goet werck te
sijn,

tekening van de rijn met aan weerszijden kribben. Ingetekend zijn de zandplaten en op verschillende plekken de diepte in de rijn. Onderaan ligt Amerongen. Ook het eigendom van de oevers is genoteerd. Aan de zuidkant, in de Betuwe, staat "Graeff van culenborch Landt", aan de noordkant, bij Amerongen staat "De Nobelweert, toecomende den Heer Graeff van Cuilenborch. Rechts is de Lekdijk ingetekend met een klein stukje land van "De Erffgenamen van Jan Verweij" en dan weer van "G.v. Cuijlenborch"
De Rijn bij Amerongen, N. Wiborch en I. van Geelkerk[en], 1662. Onderdeel van Kaarten van de ondiepten in den Rijn tussen Schenkenschans en Vreeswijk, 1662. Collectie Gelders Archief.

Werk aan de winkel

Ze sluit af met een indirecte aanmoediging om naar huis te komen: In Utrecht wordt door de mensen erg naar zijn terugkeer uitgekeken zodat hij dan allerlei zaken met van Weede van Dijkvelt in orde zal brengen, wat volgens Margaretha nog een heel werk zal zijn. Er is weer iemand overleden, en het lijkt er op dat Ursula Philipota weer zwanger is. Het gaat nu goed met haar, ze staat op het punt om te vertrekken. De groeten aan de heer Blanche!

Brieffragment laatste mededelingen

, dat den heer
van dijckvelt9Everard van Weede uhEd so beleeft heeft geschreefve is goet tot
wttrecht wilme dat uhEd met hem alles weer te recht sal
brenge daer werck aen sal sijn, den goede ouden heer
van kanenburch10Elbert van Isendoorn à Blois is overleede diens, doot beklaecht wort
de vrou van ginckel is weer wel geloof sij swanger is, is noch
hier maer vertreckt , ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met uhEd permisse11Met uw permissie: met uw goedvinden
mij gebiedenis12Gebiedenis: Eerbiedige groet aende heer majoor Blansche

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten ↩︎
  • 2
    Podagra: jicht ↩︎
  • 3
    De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. ↩︎
  • 4
    Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… ↩︎
  • 5
    balie: leuning, hek, ballustrade, reling ↩︎
  • 6
    Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. ↩︎
  • 7
    een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? ↩︎
  • 8
    Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul ↩︎
  • 9
    Everard van Weede ↩︎
  • 10
    Elbert van Isendoorn à Blois ↩︎
  • 11
    Met uw permissie: met uw goedvinden ↩︎
  • 12
    Gebiedenis: Eerbiedige groet ↩︎

Post, thee, stenen en reiskoetsen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Tegenwoordig klagen we vooral over zoekgeraakte pakjes, maar Margaretha werd vooral geconfronteerd met zoekgeraakte brieven. Het is weer zover. Uit de brief die Godard Adriaan haar op 16 september heeft geschreven, maakt ze op dat haar brief van 18 augustus niet is aangekomen.

Brieffragment post

[rec.a 7. october]
Ameronge den
28/18 septem 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd aengenaeme vande 16 deeser sien ick
dat de mijne vande 18 Augusti noch niet was
te recht gekoomen, kan niet dencken waer die
heen is gesockelt, [wat belanckt de oostindise ]

De Oost-Indische kist

De Oost-Indische kist waar Margaretha al op 2 september over schreef, is in Utrecht aangekomen en Margaretha heeft daar de inhoud van geïnspecteerd. Bovenop vond ze ‘Indiaense tronies’, portretstudies dus van mensen uit het huidige Indonesië. Verder theeketeltjes en porseleinen kopjes. Veel verder was ze niet gegaan, heel begrijpelijk, want zo’n breekbare lading moet goed verpakt zijn voordat de kist naar Amerongen gebracht kon worden.

De herkomst van de kist is meer dan ooit mysterieus. Op 2 september schreef Margaretha dat Casembroot de kist had gestuurd maar nu denkt ze dat ene Boudaen hem heeft gestuurd. Ze had Temminck gevraagd om naar het Oost-Indische pakhuis te gaan voor de kist, maar dat was voor niets geweest. Hoe dan ook, de kist was aangekomen.

Brieffragment oostindische kist

[heen is gesockelt,] wat belanckt de oostindise
kassa heb ik tot witrecht geopent en daer
booven in gesien bevonden ses schilderije van
indiaanse troonije voort tee keeteltges en
diergelijcke porseleijne kopges met Eenige
andere diergelijcke raerijteijte heb de kast
niet heel ontpackt wat daer noch onder
in mochte legge weete niet hebse weer
toegedaen en int jngense schip naer
Ameronge gesonden [dat doort laeghe ]

Interieur met twee vrouwen aan een tafel aan de thee voor het raam. De vrouw links laat haar thee afkoelen in een schotel. Op tafel staat het theeservies, er ligt ook een plank met speelkaarten. Door een groot raam uitzicht op straat met huizen aan een gracht.
Interieur met twee vrouwen die thee drinken, anoniem, 1700-1799. Collectie Rijksmuseum.

Thee

In Nederland was thee in deze tijd nog steeds een exclusieve drank. Pas in 1610 was de eerste lading thee in Nederland aangekomen. Artsen schreven het voor als medicijn. Thee was duur en alleen rijke mensen konden het betalen. Pas in de achttiende eeuw was het voor een grotere groep mensen betaalbaar.

In elke stad kwamen speciale theewinkels waar allerlei soorten thee te koop waren. Maar thee was nog steeds duur en een theekistje was niet voor niets voorzien van een slot.

Rechthoekige theekist met drie binnenbussen; aan de korte zijden messing oren; messing verstevigingshoeken aan de bovenrand van de doos en de onderrand van de deksel. De vier zijden en de deksel van de kist zijn gedecoreerd met in hoog reliëf gesneden bloemranken. Steeds is een centraal veld omgeven door een brede ornamentale band gevuld met servetwerk. De rechthoekige (tinnen?) binnenbussen zijn bekleed met ivoor. Ze hebben een ronde, vlakke dop. Eén van de binnenbussen staat naast het kistje. Het kistje staat open en heeft een blauwe bekleding.
Theekistje van ivoor, 1775-1800. Collectie Rijksmuseum.

De reizen van de Prins

Margaretha vermoedt dat zijne hoogheid inmiddels in Celle is. Ze vraagt of hij nog naar Maagdenburg komt en of Godard Adriaan hem daar nog zal spreken om te horen wanneer hij weer thuis komt. Het gaat haar allemaal weer om geld. Kennelijk hebben de Staten van Holland hun bijdrage aan de Staten Generaal betaald zodat er weer uitbetalingen naar de diverse provincies zullen komen. In ieder geval heeft Temminck een bedrag van 4000 gulden onder zijn beheer, dus Godard Adriaan hoeft zich geen zorgen te maken.

Foto van een ruiterstandbeeld van een man die zijn paard met ferme hand in toom houdt. De mond van het paard staat open. Het paard is in draf afgebeeld, de staart lijkt in beweging te zijn. De man is historisch gekleed. Hij draagt een hoed en laarzen met grote sporen.
Willem III prins van Oranje te paard voor Kasteel Amerongen. Op de achtergrond het Noorderpaviljoen.

Van kelders tot reiskoetsen

Ondertussen gaat de bouw vrolijk verder. Er is een put gemaakt in de kelder van het paviljoen, er gaat gewerkt worden aan de gewelven van de kelder onder het koetshuis en aan de zolder boven de stal. Het kostte ook weer geld want de leidekkers hadden lood te kort en lood is niet goedkoop, Margaretha moest negenhonderd gulden betalen. Maar de steenoven deed haar werk uitstekend en Margaretha verwacht er morgen of overmorgen weer een flinke lading stenen uit te kunnen halen. En zoals gebruikelijk gaat ze dan van het ene moment op het andere weer op een ander onderwerp over. Temminck heeft kennelijk al eerder drie Berlijnse reiskoetsen ontvangen voor bepaalde heren maar nu heeft hij er nog twee bij en hij weet niet waar die naar toe moeten. Wat Godard Adriaan met deze kennis moet?

En daarmee moest ‘mijn heer en liest hartge’ het weer een weekje doen!

Brieffragment Berlijnse koetsen

[afgestoockt sal sijn,] Sinijoor
Teminck schrijft mij, weer boven de
3 voorgaen berlijnse kalesse die voorde
heere smitser1Joan Carel Smissaert kasgepijn2Onbekend en noch Een
ontfange, nu noch twee heeft gekree
gen soude Een letter schrifts niet
weetende waerse weese moete of waer
hij daer meede sal blijfve, en is den
goede man daer mee verleege, tis wonde
dat se hem het goet so los toesende
sonde daer van te adverteeren, ick
hoop uhEd den heer van ginckel sult
sien, hiermeede blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

den heer van
dijckvelt is weer
naer bruijsel

Gravures van een landschap met daarin een koets en diverse mensen. Links staan twee mensen te praten, rechts loopt een man, in de verte een rioter op een paard. Achter op de koets is een wapen met een kasteel afgebeeld en het jaar 1653. In de verte ligt een stad.
Reiskoets, Evert Rijnvisch, 1653. Collectie Rijksmuseum.

Naar huis of niet naar huis

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 21 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 september 1680
Lees hier de originele brief
Deze brief zit in een ander archiefnummer (HUA1001.2826) dan de andere brieven van Margaretha.

Het blijft aanmodderen met brieven die later of helemaal niet aankomen. Margaretha verzekert Godard Adriaan er nog maar eens van dat ze echt met de laatste post geschreven heeft. Er ligt namelijk 4000 gulden bij Temminck in Amsterdam waar Godard Adriaan helemaal zelf over kan beschikken. Dat is toch goed nieuws?

Brieffragment post en geld

[reca. 29e. 7ber]

Ameronge den 21/11
septemb 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vander 11 deeser heb ick ter rechter tijt
ontfange het doet mij leet uhEd so veel bekomeringe
ontrent het gelt heeft ick heb geen kopije van mijn
briefve gehoude, maer bidt verseeckert te sijn ge
lijcke met de laeste post heb geschreefve so leijt teege
woordich tot uhEd behoef onder teminck tot
Amsterdam de som van vierduijsent gul die
uhEd int geheelle of ten deellle naer deselfs
wel gevalle sal beliefve en kan trecke, [ick]

In een soort blauwe golf zit een man met een wijnglas in zijn linkerhand en met de wijsvinger van zijn rechterhand wijst hij omhoog. Eronder staat "De beker van het najaar is met weemoed gevuld" en daaronder in potlood "October".
De beker van het najaar is met weemoed gevuld, Willem Arondéus, 1930. Collectie Rijksmuseum.

Een roddel uit Utrecht

Margaretha hoopt nog steeds op geld van de staat, maar toen ze laatst in Utrecht was, hoorde ze een roddel die weinig hoopvol stemt. In Utrecht wordt geklaagd dat men de predikanten niet kan betalen. Dat is gek, want dat moet mogelijk zijn uit de rente van een kapitaal van maar liefst 40.000 gulden. Wat blijkt; de rentmeester, die zijn baantje aan Willem III te danken heeft, vindt dat hij dat geld naar eigen inzicht mag besteden. Met als gevolg dat de predikanten iedere keer kunnen fluiten naar hun geld. Margaretha weet niet wat er waar is van het verhaal, maarja het wordt gezegd…

Eerste brieffragment roddel uit Utrecht
Tweede brieffragment roddel uit Utrecht

[soecke te houden,] datse tot wttrecht klagen
haer preedikante niet te konne betaellen
so ick laest tot wttrecht sijnde berich ben, ist niet [e]

vreemt want de peninge die tot betaeline vande
preedikante sijn geordineert, worden de rent
=the van Een kapitael van 40000f daer de
proosdij die den rentmeester vande domeijne
van sijn hoocheijt gekreechgen heeft meede be
=swaert is, en hij sustineert die sonde Eenige
laste onbeswaert te trecke, wt betaelt worde
als dierlgelijcke laste wt het preedikante haer
gelt betaelt worde moeten sij te kort schieten
, wat vant Een Ent ander waer is weet ick niet
altijd het wort so geseijt, [de heer van ginckel]

In een ruimte zit aan een ronde tafel. De tafel ligt vol papieren en er staat een veren pen in een inktpot. Achter hem staat een kast met een slot en voor de tafel staat een kist met een slot. Bij de tafel staat ook een krukje. Een man meldt zich bij de tafel met een papier in de hand. De man achter de tafel gebaart (kan zowel "gaat u zitten" als "geef mij dat papier maar" zijn). Bij de deur staat een derde man. Door de deur heen hebben we uitzicht op een straat met een huis met een tuin en diverse mensen op straat.
Gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.

Truijfels

Na het vertrek van Godard van Ginkel, is er al weer het nodige gebeurd op bouwplaats Amerongen. Er zijn nog 4 metselaars aan het werk in het laatste paviljoen. Margaretha noemt ze, net zoals hier, ‘truijfel’; oud-Nederlands voor ‘troffel’, het gereedschap van de metselaar. Margaretha hoopt dat ze aan het eind van volgende week aan de gewelven van de kelders kunnen beginnen. Ook de timmerlieden zijn bezig aan het laatste paviljoen en de leidekkers zijn aan het werk op het dak van het eerste paviljoen.

Eerste brieffragment werklieden
Tweede brieffragment werklieden

[stont,] seeder sijnde 4 metselaers wel verstae
nde truijfels en 4 operlie aent wthaelle vande
schoorstene int lasest of tweede pavelijoen
Effen wt het dack gekoome, hoope deslfve int
laest vande toekoomende weeck teenemael ge
opgehaelt en gedaen te hebbe, sullende
sij dan aent wilfve vande kelders gaen,

de vier timerlie die wij n ock maer int
werck hebbe, hebbe nu ock het laeste pa=
velijoen toe geplanckt daers de dack vens
ters in setten, de leijdeckers sijn aent decke
vant leijdack opt voorste oft Eerste pavelijoen

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum

Naar huis?

In brieven vol met berichten over geld en bouwwerkzaamheden, zou je het bijna over het hoofd zien. Maar in anderhalve regel krijgen we ineens een klein inkijkje in het huwelijk van Godard Adriaan en Margaretha. Waar in de vorige brief nog sprake was van een verlengde missie in Berlijn, heeft Godard Adriaan nu verzocht naar huis te mogen gaan. En dat is iets waar Margaretha ook naar verlangt. Zouden ze elkaar oprecht missen? Of is Margaretha er wel klaar mee om alles alleen te moeten regelen in Amerongen? We zullen er niet achter komen, want de brief gaat meteen weer door met praktische zaken. Tot duidelijk is of Godard Adriaan naar huis mag, wacht Margaretha nog maar even met de beloofde provisie.

Brieffragment thuiskomst

, uhEd schrijft te wille versoecke om thuijs
te koome waer naer verlange, en als dat
kost sijn sou ick de begeerde provijsie niet
sende warom noch een post of twee voor
die te sende sal afwachten, ondertuschen
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

In een kamer met een blauw getegelde vloer en een balustrade met uitzicht op een landschap hangen twee schilderijen. Op één van de schilderijen staat een jonge vrouw afgebeeld. Midden in de kamer staat een stoep waarop cupido zit. Hij kijkt smachtend naar het schilderij, zijn boog en pijlenkoker liggen voor hem op de grond. Onder de afbeelding staat Penser contente.
Smachtende cupido, rond 1640, Album Amicorum Marie de la Planck, onbekende kunstenaar. Collectie Bibliotèque Nationale de France.

Dragonder

In de PS zet Margaretha nog snel wat zaken onder elkaar. Het is in Amerongen gelukkig mooi weer gebleven, wat goed nieuws is voor de steenoven. Ze brengt haar groeten over. En tot slot presenteren alle lieve kinderen, zélfs het dragonder Godertge, hier ongeveer 6 jaar oud, aan opa hun ootmoedige dienst. Als dat geen reden is om graag naar huis te willen komen.

Naschrift

de doot vande
Advokaet vermeer sal
beusekom uhEd hebbe geschreefve
wij hebbe nu Eenige dagen herwaerts
seer schoon weer opt afstoocke van
onse steen oven gehadt, dat heel wel komt
met uhEd preemissie versoeck mij groetenis
aende heer blansche en jeneken, al onse liefve
kindere tot den draechonde inkluijs preesenteere
haere ootmoedige dienst a vhEd

Kinderen met een muizenval. In een stenen venster met gordijn houdt een jongetje in zijn linkerhand een muizenval omhoog, met zijn rechterarm houdt hij een kat vast. Naast hem een meisje die naar de val wijst, achter haar een huilende jongen. Voor het venster een plant in een pot.
Kinderen met een muizenval, Domenicus van Tol, 1660-1676. Collectie Rijksmuseum.

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Het verlies van een hond

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 september 1680
Lees hier de originele brief

Het blijft onrustig met brieven die laat of helemaal niet aankomen. Uit zijn brief van de 28ste maakt Margaretha op dat Godard Adriaan haar vorige brief weer niet gekregen heeft. Ze snapt werkelijk niet waar de brieven blijven en maakt nog maar eens duidelijk dat ze nog nooit in gebreke is gebleven hem over iets te schrijven. Wat geld betreft, is er geen update, behalve de hoop dat er wat voortgang komt nu Van Heeteren weer in Den Haag is.

Brieffragment brieven en geld

[rec. 15en 7ber.]

Ameronge den
9 septem 1680
en 28 Augusti

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 28 pasato sien ick met
verwonderin dat de mijne niet is overgekoome
ick heb noijt post gemanckeert te schrijfve, kan
niet dencke waer de brijefve blijfve, hoope die
noch te rechte sal koomen, nu van heetere inde
haech is verwachte ick te hoore wat voort ganck
de petiesie supletoor heeft daerse noch tot
wttrecht niet van en weeten, sonder het selfve
ick geen raet sien om Eenich gelt voor uhEd
te bekoomen, [in ons werck alhier hebbe de]

Voor een raam zit een vrouw aan tafel een brief te schrijven. Op de tafel ligt een tafelkleed, aan de andere kant van de tafel staat een lege stoel. Achter de vrouw staat haar meid in het bruin. Ze kijkt naar buiten. Aan de muur hangt een schilderij.
Vrouw die een brief schrijft, Johannes Vermeer, ca. 1670. Collectie: National Gallery of Ireland.

Het dak op

Dan nog maar een update over de bouw. Die vordert gestaag. De metselaars zijn bezig met de schoorstenen. Daarna kunnen de leidekkers, gelukkig met Gods hulp, het dak op om de leistenen te leggen. Ook de timmerlieden en steenhouwer zijn nog druk met hun onderdelen van het paviljoen. Dinsdag hoopt Margaretha de steenoven op te kunnen stoken. De laatste week hebben ze in Amerongen buitengewoon mooi weer gehad. Ze hoopt dat hen nog twee weken gegund is om de steenoven zijn werk goed te kunnen laten doen.

Eerste brieffragment over de bouw
Tweede brieffragment over de bouw

[te bekoomen,] in ons werck alhier hebbe de
metselaers de schoorsteen int voorste pavelijoen
teenemael wt gehaelt en volmaeckt so dat
de leijdeckers toekoomende maendach met
godts hulpe daer het leijdack op sulle
begine te legge, de timerlie sijn noch aent
sette vande kap opt achterste pavelijoen
daer niet veel aen mankeert, de metse=
laers sulle nu aent wt haelle vande schoor
steene int laeste of achterste pavelijoen
gaen, de steen houder werckt noch aende lijst
op de schoorsteen,
vant voorseijde pavelijoen, toekoomende

dijnsdach hoope wij aent onderstoocke van onsen
steen oven te gaen, wij hebbe nu deese gansche
weeck wt neement schoon weer met groote
hette gehadt mochten wijt noch so 14 dage
int affstoocke vande oven houden waer
wel te wenschen maer vrees voor neen
het wort te laet int ijaer en al wat godt 
belieft, [men begint hier van veel siecken te] 

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.

Verlies van mensen

Margaretha schrijft dat het later in het jaar wordt en dat er veel zieken zijn. Wat volgt is een opsomming van zieken en overledenen. De oude Gijsbertje van Oort heeft 4 dagen dood gelegen, maar zij was al bijna 100 jaar oud. Wat Margaretha een groter verlies vindt, is dat de zoon van Magere Arie, die op Waijensteijn woont, is overleden. Hij laat een vrouw en 4 kinderen achter en was een harde werker. Dan volgt er iets opmerkelijks. Margaretha schrijft dat het met ‘onse stome’ ook niet goed gaat. Ze laat hem nog zoveel mogelijk doen, maar hij komt niet voor de middag uit zijn kamer. Hadden Godard Adriaan en Margaretha een dove/doofstomme knecht?

Brieffragment over alle zieken en doden

[belieft,] men begint hier van veel siecken te
hoore, weet niet of ick uhEd heb geschreefe
dat de oude gijsbertge van oort doot is
die maer drij a 4 dagen heeft geleegen
sij was dicht bij de hondert ijaer out,
ock is den soon vande mageren Arije tijs
Arijse die op waijesteijn woont doot daer
is meer verlies aen hij laet Een vrou met
4 kinderen naer, en was Een naerstich1Naarstig: vlijtig
man, maeij aende kaeij die op onse groote
boogaert woont leijt ock heel Elendich aent
water, onse stome gaet ock seer qualijck
komt niet voor smiddaechs wt sijn kamer
ick laet hem so veel goets doen als ick
kan, [sijn hoocheijt is weer naer den]

In een bed met rode gordijnen, een rode sprei en witte lakens en kussens, ligt een klein kindje in het wit met haar oogjes dicht. Het lijkt of dit meisje ligt te slapen, zo rustig en mooi ligt ze er bij. Maar wakker zal ze niet meer worden – ze is overleden.
Portret van een overleden meisje, waarschijnlijk Catharina van Valkenburg, Johannes Thopas, 1682. Collectie Mauritshuis.

Verlies van een hond

Margaretha ratelt in haar brieven alle informatie af waarvan ze vindt dat Godard Adriaan het moet weten. Je hoort haar soms bijna een lijstje afgaan in haar hoofd; geld, bouw, politiek, zieken en overledenen. Zou dat ervoor zorgen dat het bericht dat Margaretha zelf het meest na aan het hart ligt, pas wordt geschreven in een PS? Na de mededeling dat de heer Brakel uit de Raad van Staten ook is overleden, weet Margaretha namelijk niets meer te schrijven. Of toch wel. In de PS schrijft ze dat hun grote hond Webbe dood is. Tijdens de jacht is hij in een gat gesprongen en heeft hij zijn nek gebroken. Hij was op slag dood. De twaalfjarige Fritsje heeft er vreselijk om gehuild en ook Margaretha is verdrietig om het verlies van de hond.

Brieffragment over de heer van Brakel en hond Webbe

[wt te sijn,] den heere brackel2Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden die inde raet
van staten was is ock overleeden, nu
weet ick niet meer te schrijfve, blijff

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick moet uhEd ock segge dat onsen groote
hont webbe op de jacht sijnde in Een holle
wech springende sijn neck heeft gebroocke
en hartsteecken doot is gebleefve, daer
fritsge om heeft gekreeten dat hij niet te
stille was mij ijamert ock het beest

Portret van drie kinderen, links een zittend meisje met bloemen op schoot en een elegante okergele jurk aan en opgestoken haar. Haar linkerhand houdt de bloemen vast, haar rechter hand heeft een lint vast. Over haar linker been hangt een blauwe doek. Voor haar op de grond liggen geplukte bloemen. In het midden een jonge man met haar over de oren en een halflange groene jas aan, daaronder een ruim zittende witte blouse. in zijn rechter hand heeft hij een roze anjer in zijn linker hand een paar witte bloemen. Over zijn schouder hangt een bruine doek. Rechts een jongen met hetzelfde soort haar en een okergele lange jas aan. Daaronder draagt hij een grijze jas en een witte blouse. Over zijn rechter schouder hangt een rode doek. Hij heeft zijn linker hand op de kop van een hazewindhond en in zijn rechterhand houdt hij pijl en boog. Links op de achtergrond Kasteel Amerongen in een Italiaanse fantasietuin.
Ursula Christina Reiniera (1719-1747), Godard Adriaan (1716-1736) en Frederik Willem (1717-1747) van Reede, 1749, J. Fournier. Foto: Elsevier Stockmans. Collectie Kasteel Amerongen. De kinderen van Frederik Christiaan van Reede (Fritsje) met hun jachthond.

  • 1
    Naarstig: vlijtig ↩︎
  • 2
    Onbekend, heer van Brakel is Karel Pieck, maar die is nog maar 18. Zijn vader is in 1675 overleden… De enige die ooit in de Raad van State zat die in 1680 overleed is Dirk Gerritsz Meerman uit Delft, maar hij was al in 1672 uit de Raad van State. Bovendien geen link met Brakel gevonden ↩︎

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen ↩︎
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar ↩︎
  • 3
    Onbekend ↩︎

De stilte wordt doorbroken

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 februari 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 februari 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft al een poos geen brieven ontvangen van haar geliefde Godard Adriaan. Net zoals de schrijfsters van deze blog is het Margaretha ook niet helemaal duidelijk waarom ze niks van hem ontvangt, maar ze gist wel naar verklaringen. Ze geeft aan er bij de laatste twee postmomenten geen brieven van Godard Adriaan bij zaten. Het laatste bericht wat ze heeft gekregen is de brief die Godard Adriaan heeft geschreven op 13 februari geweest.

Aanhef brief

Ameronge den 
24 febrijwa 1677 
[rec 1 marti]

Mijn heer en lieste hartge 
met de twee laeste poste heb ick geen briefve va 
uhEd gehadt so dat de laeste is vande 13 deeser 
geweest, [deesen dach heb ick wt de korante] 

Waar blijven al die brieven toch?

Voordat Margaretha in de pen is geklommen heeft ze de krant gelezen. In de krant van vandaag heeft Margaretha gelezen dat Godard Adriaan samen met de heer Poul van Klingenberg1Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein naar het zuiden zal reizen om met de keurvorst van Brandenburg te spreken. Als het klopt wat Margaretha in de krant heeft gelezen, vermoedt ze dat Godard Adriaan haar niet heeft kunnen schrijven vanwege het reizen.

Brieffragment Godard Adriaan op reis

[geweest,] deesen dach heb ick wt de korante
gesien dat uhEd neffens den heere klinen=
berch naer minde soude gaen om met den 
heere keurvorst van brandenburch te spreecke 
so dat waer is, soude het selfve wel oorsaeck
konne weese dat uhEd met de laeste post 
niet heeft geschreefve, [ick heb uhEd voor] 

Margaretha heeft duidelijk behoefte aan contact met haar man, ze schrijft dat ze afgelopen zaterdag nog een brief heeft verstuurd en wel via de Amersfoortse post. Ook op de 22ste heeft ze een brief de deur uit gedaan en die ging via de Haagse post. De brieven waar Margaretha naar verwijst zijn helaas niet in de archieven terug te vinden. Wie weet zijn ze ook nooit bij Godard Adriaan aangekomen.

In een chique interieur zit een dame weggezakt op een stoel aan een tafel. Op de tafel staan schrijfspullen en ze heeft nog een ganzenveer in haar hand. Achter haar staan een man en een vrouw om haar te helpen. Links staan twee heren. De voorste heeft zijn handen gevouwen en kijkt naar beneden. De achterste kijkt ons aan en lijkt te glimlachen. Hij heeft zijn wijsvinger bij zijn mond.
Dame raakt buiten bewustzijn tijdens het schrijven van een brief, Reinier Vinkeles (I), 1779. Collectie: Rijksmuseum.

Plannen van Willem III

In die laatste brief heeft ze uitgebreid beschreven dat zijne hoogheid Willem III zondag bij is komen eten en wat er toen is besproken, want dat benoemt ze nu nogmaals. Waarschijnlijk is Willem III die week naar Groningen vertrokken, om via een omweg in Kleef met de keurvorst te spreken.

Eerste brieffragment over Zijn Hoogheid
Tweede brieffragment Zijn Hoogheid

=teert op den haech heb gesonde waer in ick 
schreef dat sijn hoocheijt die voorleeden 
sondach hier bij mij heeft gegeeten naer

gardunine2We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn is met intensie so geseijt wort om 
int weer om koome tot kleef den heere 
keurvorst te ontmoete of te vinde ,

Leger

Willem III heeft aangegeven aan Margaretha dat hij binnen twee weken weer terug zal komen en dan ook een beslissing zal maken of hij ten oorlog trekt. Margaretha denk dat het door de kou en de wintermaanden het lastig zal zijn om een heel leger, zowel te voet als te paard, te verzamelen. Vooral de cavalerie zou het in deze tijd van het jaar lastig hebben. Waarschijnlijk was zoon Godard ook bij het etentje, want hij is al aan het kijken hoe waar hij paarden kan krijgen. Gelukkig heeft hij nog die paarden van Blanche, mocht het zover komen.

Brieffragment over het verzamelen van het leger

vals sijn hoocheijt nu weer komt hetwelck 
hij meende binne veertiendaege te sijn 
maeckt hij staet so selfs seijde naer 
de kampange3campagne: de tijd dat een leger te velde is te gaen, dat alt krijs 
volck4krijgsvolk so wel te voet als te paer seer 
qualijck sal koomen so vroech int ijaer 
insonderheijt5inzonderheid: vooral de ruijterij, de heer van 
ginckel is geluckich dat hij die paerde 
van blansche6Isaäc de Blanche heeft [men seijt de paerde] 

Op een zwart paard dat naar rechts stapt zit een man met een hoed met veren, een lange jas en korte laarsjes met flinke sporen. Hij heeft zijn rechthand in zijn zij en de teugels in zijn linker hand. Op de achtergrond wordt een veldslag gevoerd. Onder de prent staat: Wilhelm Henrick. Prins van Orange en Nassau etc:
Ruiterportret van Willem III, prins van Oranje-Nassau, Jan Luyken, 1685. Collectie Rijksmuseum.

Uitgeschreven

Margaretha weet niet wat ze nog meer moet melden. Het zal waarschijnlijk allemaal in de brieven staan die ze eerder deze week heeft geschreven. Toch wil ze Godard Adriaan laten weten dat alles goed gaat in Amerongen. Als afsluiting nog een opmerking over het gure koude weer, maar ja het is winter dus het zij zo.

Eerste brieffragment alles gaat goed en vuil weer
Tweede brieffragment alles gaat goed en vuil weer

[sijn,] ick weet van hier niet te schrijfe
daer om dees maer is om te segge dat
hier noch alles de heere sij gedanckt
wel is, wij hebbeier meest alledaech
heel vuijl weeren somtijt Een nacht

wat vorst tis noch winter t moet wat doen,

hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff

M Turnor

In een landschap met rechts een rivier staat een huis met daarnaast een grote ronde oven die rookt. Links op de rivier twee mensen in een roeibooitje. De roeier moet hard zijn best doen om vooruit te komen, de ander zit weggedoken in zijn jas. Op het pand langs de rivier lopen wat mensen, bij één van de zeilschepen die aan de kant ligt wordt vracht gelost. De bomen buigen vervaarlijk naar links en ook de regen heeft duidelijk last van de wind.
Landschap met kalkoven bij regen, Jan van de Velde (II), 1603-1641. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein ↩︎
  • 2
    We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn ↩︎
  • 3
    campagne: de tijd dat een leger te velde is ↩︎
  • 4
    krijgsvolk ↩︎
  • 5
    inzonderheid: vooral ↩︎
  • 6
    Isaäc de Blanche ↩︎

Geen nieuws van het zuidelijk front

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 september 1676 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 9 september 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is nog steeds in Den Haag. Er doen onheilspellende geruchten over Maastricht de ronde, en ze heeft nog niets van Van Ginkel gehoord, dus heeft ze besloten nog even in de hofstad te blijven. Want wat nu als zoonlief een brief naar Den Haag stuurt, terwijl Margaretha net weer is vertrokken richting Amerongen? Margaretha is als de dood dat ze een brief van haar zoon mist. De laatste was van 26 augustus. Trouwens, niemand heeft brieven gehad. Zelfs de Staat niet! Of misschien wel, maar er wordt heel geheimzinnig over gedaan. De geruchten over Maastricht blijven voorlopig geruchten.

Brieffragment over gebrek aan nieuws

haech den Eerste
septem 1676

rec: 9 dito

Mijn heer en lieste hartge
de quade en onseeckere tijdine en geruchte die
hier nu drije dage aen Een van ons leeger dat
voor Maestricht leijt of heeft geleechge, is oor=
=saeck dat noch deese twee dage hier ben ge=
=bleefve, op hoope vande briefve vande heer van
ginckel te krijge, die wij tot noch toe niet hebbe
bekoome noch ock niemant pertikuliers1Particulier: hier in de betekenis van “in het algemeen”, dus hier in de betekenis: ik heb geen brieven gehad, maar in het algemeen heeft niemand brieven gehad, ook de staat heeft geen brieven gehad., men
seijt ock selfs den staet niet, en so men heere
de state die hebbe gekreechge wordense seer
geseekreeteert2Secreteren: geheimhouden dade laeste briefve vande heer
van ginckel sijn vande 26 Augusti, [de luijckse post]

Het aanreiken van een brief in een voorhuis. In een vertrek bij het raam zit een vrouw met een hondje op schoot. Rechts nadert een man met een brief in de hand. Links staat een hond en zicht door de openstaande deur naar buiten, waar op straat aan een gracht (Kloveniersburgwal?), een kind met een zweepje speelt.
Het aanreiken van een brief in het voorhuis, Pieter de Hooch, 1670. Collectie Rijksmuseum.

Foute boel

Waar bestaan die geruchten uit? Men beweert dat de Luikse post opgehouden is en dat er 6000 vijandelijke militairen binnen Maastricht zijn gekomen. Hierop zou Willem III het beleg van Maastricht hebben opgebroken en richting Tongeren zijn getrokken om zich met zijn troepen bij de troepen van Waldeck en de Spaanse troepen te voegen, waarna ze slag zouden leveren tegen de Fransen. Maar hier is zoals gezegd helemaal geen zekerheid over. Het enige dat Margaretha zeker weet, is dat er iets niet helemaal goed zit.

Eerste brieffragment over troepen in het zuiden
Tweede brieffragment over troepen in het zuiden

[van ginckel sijn vande 26 Augusti,] de luijckse post
most gistere al hier sijn geweest dan men
seijt die op gehoude is, en datter ses duijsent
man vande vijant binne Maestricht soude
gekoome sijn, waer op sijn hoocheijt met de
beleegerin soude op gebroocke sijn en naer
tongeren den vij om met het bij hebbende

volck vande graef van waldijck3Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg en de spaense
te konsijongeere4Conjugeren: samenvoegen de vijant die af komt te
gemoet te gaen en slach te leeveren, doch
gelijck voorseijt heb is hier de minste seecker=
heijt niet van, maer wel datter Eits is dat
niet wel is[, de heer almachtich wil sijn hooch]

Gezicht op de versterkingen van de stad in vogelvluchtperspectief. Op de voorgrond de prins met zijn staf. Bovenaan portretten in medaillons van de graaf van Hornes en prins Willem III. Op het blad onder de plaat de titel en de legenda.
Beleg van Maastricht, 1676, anoniem, 1676. Collectie Rijksmuseum.

Kopzorgen

Uiteraard hoopt Margaretha dat de Heer almachtig het land en zijne Hoogheid bewaart, maar ze maakt zich ook ernstige zorgen om haar zoon. Naast dat ze geen idee heeft hoe het staat met de belegering van Maastricht, is ze bang dat haar zoon rode loop (dysenterie) krijgt of heeft. Zweder van Boetzelaar is daar al aan gestorven!

Brieffragment over bezorgdheid om Van Ginkel

[niet wel is,] de heer almachtich wil sijn hooch
en ons lant bewaeren, de raet pensionaris
is buijten op ter lee , ick hoope vandaech
noch briefve van h van ginckel te ontfange
want ben seer ongerust so omt Een alst
ander de roode loop renneert seer in ons
leeger en is den heer van leuwen5Zweder van Boetzelaar daer aen
gestorfven, so dat ick bekomert ben,

Margaretha herhaalt nogmaals dat er echt geen brieven bezorgd zijn en wil misschien toch vandaag nog richting Amerongen vertrekken.

Brieffragment over vertrek naar Amerongen

doch krijch briefve of geen meen van daech
noch te vertrecke en met godts hulpe merge
t Ameronge te sijn[, uhEd aengenaeme vande]

Op een tafel ligt een boekje met daarop een paar papieren in een mapje. Daar bovenop ligt een schede. Aan de rechterkant is een roemer van het boek gevallen, op de voorgrond een ganzenveer die gebruikt is om mee te schrijven en iets van een napje. Links op de achtergrond een lege kaarsenstandaard. Alle onderdelen van dit Vanitas stilleven duiden op de vergankelijkheid en het verstrijken van tijd.
Pieter Claesz, Stilleven met een schedel en schrijfgerei. Collectie The Metropolitan Museum of Art.

Postproblemen

Er is sowieso iets raars aan de hand met de postbezorging. Eerder in de brief schrijft Margaretha al dat de Luikse postbezorging tijdelijk wordt opgehouden. Maar ook Godard Adriaan lijkt haar brieven niet allemaal goed te ontvangen. Ze heeft er vier geschreven, maar in zijn brief van 28 augustus vermeldt Godard Adriaan niet dat hij deze allemaal ontvangen heeft. En het personeel is ook nog steeds niet aangekomen!

Eerste brieffragment over brieven van Godard Adriaan
Tweede brieffragment over brieven van Godard Adriaan

[t Ameronge te sijn,] uhEd aengenaeme vande
28 pasato heb ick gistere ontfange kan
mij niet genoech verwondere dat hij geen
tijdine van sijn volck heeft die nu lange

tot breeme moete aengekoome sijn, ock maeckt
uhEd geen mensie van mijn briefve ontfange
te hebbe, dit is de vierde die ick deselfve heb
geschreefve[, de oblijgasie op de generaelijteij]

Hout

Ondertussen is ze ook nog druk bezig met de herbouw van het kasteel. Er moet hout vanuit het Duitse Harburg naar Amsterdam gezonden worden. Maar Margaretha informeert ook naar hout dat ze misschien zouden ontvangen van Johann Georg II Anholt-Dessau, kortweg de prins van Anholt. Godard Adriaan zal hierover vast wel iets gehoord hebben van de bouwmeester. Margaretha hoopt in ieder geval van wel, want het hout zou zeer goed van pas komen.

Brieffragment over hout

[noch te sien,] ick hoope deselfve bij van weede6Cornelis van Weede ordere sal ge=
=stelt hebbe dat het hout van haerburch naer Amsterdam
mach gesonde worde dewijlle de scheeps vrachte so wel
te geniete sijn, en dat uhEd vande boumeester7Michiel Mattheus Smits sult ge
hoort of verstaen hebbe hoet met het hout vande prins
van Aenholt8Johann Georg II Anholt-Dessau staet kost me daer noch van bekoome
soude goet sijn en ons seer wel te passe koomen,

Met de meeste bekommering van de wereld

Margaretha heeft haar brief al afgesloten, maar voegt er toch nog iets aan toe. Met Philipotta en de kleine Agnes gaat het gelukkig hartstikke goed. Met Margaretha gaat het wat minder, want ze heeft nog steeds geen brieven ontvangen en maakt zich ernstige zorgen. ‘Met de meeste bekommering van de wereld’ besluit ze toch maar naar Amerongen te vertrekken.

Afsluiting

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

de vrou van ginckel
die met het kraem
kintge heel wel naer
den tijt is preesenteert
haer dienst aen uhEd
ick gae met de meeste bekomerin vande werlt van hier
tot noch toe geen briefve bekoome hebbende

Een jonge vrouw zit met haar naaiwerk bij het raam, met naast haar een dienstmeisje dat bij de wieg knielt.
De jonge moeder, Gerrit Dou, 1658. Collectie Mauritshuis.
  • 1
    Particulier: hier in de betekenis van “in het algemeen”, dus hier in de betekenis: ik heb geen brieven gehad, maar in het algemeen heeft niemand brieven gehad, ook de staat heeft geen brieven gehad. ↩︎
  • 2
    Secreteren: geheimhouden ↩︎
  • 3
    Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg ↩︎
  • 4
    Conjugeren: samenvoegen ↩︎
  • 5
    Zweder van Boetzelaar ↩︎
  • 6
    Cornelis van Weede ↩︎
  • 7
  • 8
    Johann Georg II Anholt-Dessau ↩︎

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén