Al lang niets op dit blog gelezen? Dat klopt! Ook Godard Adriaan heeft te lang naar zijn zin geen informatie meer gekregen, want heeft blijkbaar een mopperbrief gestuurd. Maar dát is niet terecht, vindt Margaretha in deze brief van 3 augustus. In haar vorige brief heeft hij kunnen lezen dat ze al weer terug is van haar (in haar ogen) nuttige reisje naar Den Haag. En acht dagen geleden heeft ze hem toch echt een overzicht gestuurd van de belangrijkste inkomsten en uitgaven voor de herbouw en van de aankoop van een stukje land.

Aanhef en laatste brief

[rec. 11. Augusti 1680]
Ameronge den 3
Augusti en 24 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 24 ijuli heb ick ontfange, wt mijne
voorgaende sal deselfve hebbe gesien mijn weederkomste
wt den haech al hier. Meende wel te doen met die keer
naer den haech, ick heb heeden acht dagen uhEd Een
korte meemoorije gesonde vant gelt dat ick seedert sijn vertreck tot verval van onse timeraesge en aenkoop
van lant en diergelijcke heb ontfange en weer wt
gegeegve[, waer wt deselfve sal sien dat ick bij on=]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Nogmaals de berekening

Daarin had Godard Adriaan kunnen lezen dat ze 900 gulden meer heeft uitgegeven dan ze binnen heeft gekregen uit pacht en normale inkomsten. Maar de totale uitgaven bedragen zeker geen 12.000 gulden, zoals haar man blijkbaar denkt! Zelfs niet wanneer je de ongeveer 2000 gulden meerekent die Temminck in Amsterdam aan kalk en aan meester Schut aan hout heeft uitgegeven. Volgens haar ligt het totaal voor de herbouw inclusief stenenbakkerij dit jaar tot nu toe eerder rond de 9000 gulden. Maar, toegegeven, er liggen nog wat onbetaalde rekeningen. Een eindje verderop in de brief schrijft ze dat het prima is dat Godard Adriaan om de volgende ordinantie van 4000 gulden gaat vragen, maar dat ze daar voorlopig geen geld voor kunnen verwachten.

Berekening inkomsten uitgaven

[gegeefve,] waer wt deselfve sal sien dat ick bij of on=
trent de 900f meer heb wtgegeefve als ontfange dat
wt het inkoome van ons pachte en ordinaerisse
ontfan is betaelt, ock dat het geheelle wtgeef op
veel naer geen 12000f bedraecht gelijck uhEd
schrijft, ijae selfs niet met het geen teminck tot
Amsterdam so voor inkoop van kalck als aende
meester schut voor inkoop van hout heeft betaelt
dat ontrent de 2000f naer mijn gissine sal sijn doch
heb noch daer van geen reecknin van die 2000
is noch booven hoet het geene ick uhEd heb toegesonden
so dat naer mijn gissine dit ijaer tot die tijt so aende timerae
=ge als steenoven ontrent de 9000f is betaelt doch
ben alweer vrij wat schuldich dat betaelt
moet werden, [ick weet niet beeter of schrijf op al]

Gezicht vanuit het Klein Kapittelhuis op het Munsterkerkhof te Utrecht uit het zuidoosten, met de drie schipkapellen van de Domkerk met daarvoor de secretarie van het Domkapittel, de Domtoren en in het midden de Heilige Kruiskapel.
Gezicht vanuit het Klein Kapittelhuis op het Munsterkerkhof (nu Domplein) te Utrecht, Jan de Beijer, 1745 (fotoreproductie). Collectie Het Utrechts Archief. Rechts voor de secretarie van het Domkapittel.

Nogmaals het land

Ze weet niet beter dan dat ze elke vraag van Godard Adriaan nauwkeurig beantwoordt. Heeft hij niet gewoon een beetje te veel aan zijn hoofd waardoor hij steeds vergeet wat ze schrijft? Het aangekochte stuk land van het kapittel van de Dom is dus ’t Encker, herhaalt ze nog maar eens een keer. Dat ligt achter De Doodslag en dat was precies wat Godard Adriaan hebben wilde. Het aankoopbedrag is 400 gulden en het koopcontract zal bij de volgende kapittelvergadering worden opgemaakt. Volgens haar hebben ze er een koopje aan.

[afbeelding: Gezicht vanuit het Klein Kapittelhuis op het Munsterkerkhof te Utrecht uit het zuidoosten, met onder andere de drie schipkapellen van de Domkerk met daarvoor de secretarie van het Domkapittel en daarachter de Domtoren. Collectie Het Utrechts Archief

Brieffragment over het stuk land

[moet werden,] ick weet niet beeter of schrijf op al

uhEd briefve pertinente1pertinent: nauwkeurig, duidelijk, juist antwoort gelijck ock opt
subsjeckt2subject: onderwerp vande koop vant lant heb gedaen, maer
geloof uhEd door sijn meenichvuldige3vele affaereeszaken
dickmael4dikwijls, vaak vergeet wat ick schrijf, het lant dan
dat ick vant kapittel vande dom gekocht heb
ist lant opt Encker achter den doot slach5Doodslag gelijck
uhEd begeert heeft, de koop is voor 400f de koop
=seel sal geschreefve worde op deerste vergaederin
vant kapittel, tis seecker dat mij daer koop
aen hebbe, [wt overijsel heeft de heer van ginckel]

Plattegrond met links duidelijk het kasteelterrein. Rechts daarvan drie stukken land. Direct naast het kasteel een stuk land met de letter C, in het middelste en grootste stuk land staat B. Encker. Helemaal rechts landstuk A. Tussen de stukken land en de weg ligt een smalle stuk waarin staat 'Den Doodslag'.
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. De strook langs de weg heet Den Doodslag.

Nogmaals Overijssel

Ondertussen is ook zoon Godard ingeschakeld om te kijken of hij niet misschien iets van de uitblijvende bijdrage van de provincie Overijssel los kan peuteren via mensen die hij daar kent. Hij heeft echter nog geen antwoord. Margaretha mokt dat het met die vrienden is zoals met veel anderen: Als ze iets van jou willen, weten ze je te vinden, maar als jij hen een keer nodig hebt, dan is er niemand thuis.

Brieffragment Overijssel

[aen hebbe,] wt overijsel heeft de heer van ginckel
die met sijn vrou weer nae Middachte is noch
geen antwoort bekoome tis met die vriende
als met meer die als uhEd vandoen hebbe wel
soecke en konne vinde maer alsmense weer
van doen hebbt isser niemant thuijs, [dat uhEd]

Zilveren munt. Voorzijde: op kort bloemenkruis gekroond gevierendeeld wapenschild. Jaartal boven kroon. Kop op wapenschild "HOL".
Overijsselse florijn van 28 stuiver, Provincie Overijssel, 1685. Collectie Rijksmuseum.

En nu door

De timmerlieden hebben de kap van de stallen al klaar. Komende week gaan ze de latten vast slaan waar de dakpannen op komen te hangen. Uit Amsterdam verwacht Margaretha het lood te krijgen voor de goten en andere voorzieningen. Ondertussen zijn de metselaars al aan het laatste paviljoen aan de kant van het bleekveld bezig, maar het zal nog wel tot het einde van de week duren voordat ze de muren zo hoog hebben dat de balken voor de vloeren van de eerste verdieping gelegd kunnen worden.

Brieffragment voortgang stalgebouw

de kap hebbe de timerli nu op de stal en sulle
inde aenstaende weeck daer de latten op slaen omde
panne op te hangen het loot tot de gooten en
ande verwacht ick van Amsterdam, de metselaers
sijn al aent leste pavelijoen naert blijckvelt toe
het welcke noch int laest vande toekoomende weeck
sal sijn Eersij de hoochte hebbe, om de balcke vande
bove kamers te legge, [dat de heer suijlis]

Reliëf van Jozef met Maria met een kind op een ezel met op de achtergrond een stad. Links boven staat een man in een werkruimte te schaven, links onder is een man aan het hakken, rechts boven is een man een wiel aan het maken en rechtsonder is een kuiper
Vlucht naar Egypte en Jozef als timmerman, wagenmaker en kuiper, anoniem, 1600-1625. Collectie Rijksmuseum.

De kas van de Staten-Generaal

Tot slot nog even een sneer naar de Staten-Generaal: Godard Adriaan heeft vast wel gehoord dat Willem van Nassau Zuylestein naar de koning van Frankrijk is gestuurd om hem te feliciteren met zijn overwinningen, en dat Cornelis Moeringh uit Gouda naar Denemarken is uitgezonden? Dáár konden de Hollanders blijkbaar wel geld voor vinden! Het gaat er wonderlijk aan toe, hier in de provincie en daarbuiten. Moge God ons allen bij staan, wiens heilige bescherming ze ook haar man toewenst.

Brieffragment over de kas van de Staten-Generaal

[bove kamers te legge,] dat de heer van suijlis
=steijn6Willem-Hendrik van Nassau-Zuylestein weegens den staet om de koninck van

vranckrijck te kompleemonteere7complimenteren over sijn gekonkes
=teerde8geconquesteerde: veroverde lande sa en moerin9Cornelis Moeringh in van tergou naer deenmercke
is, sal uhEd hebbe gehoort daer hebbe de hollande
wel gelt toegevonde soot schijnt, t gaet hier in
en buijten de provinsie seer wonderlijck toe de
heer almachtich wil ons alle bij staen in wiens
heijlige bewaerine uhEd beveelle blijfve

Man met een harnas aan tegen een bijna ondergegane zon. Hij heeft zjin rechter hand in zijn zij, met zijn rechter hand leunt hij op zijn helm. Het schilderij zit in een gouden lijst met bladeren en schelpen.
Willem van Nassau-Zuylestein, Roelof Koets II. Collectie Groninger Museum.NB Bij het Groninger Museum staat Godard Adriaan van Reede van Herreveld, de schoonzoon van Willem van Nassau-Zuylestein als geportretteerde genoteerd. Achter op het schilderij staat Willem van Nassau-Zuylestein.

En nogmaals het stukje land

De echte afsluiting zit in een ps-je met wat gedetailleerde uitleg over de wijze van exploitatie van het stukje land op ‘T Encker. Het van het Domkapittel gekochte perceel wordt gepacht door Gerrit de Kruijff, zoon van de overleden pachter Jan de Kruijff, en is nu in gebruik bij Jan Quint en Cornelis Verweij.

Afsluiting en nogmaals het land

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
p s het gekochte lant
vant kapittel vande
dom is gerit de kruijf
soon vande overleedene ijan
de kruijf pachter van
en nu ijan quint en korneelis
verweij bruijckers van

In een vlak landschap zijn links mensen met zeisen koren aan het maaien. In het midden een groepje bomen en rechts een paar wandelende mensen op weg naar het bos in de verte.
Augustus, Hermanus Numan, 1754-1820. Collectie Rijksmuseum.