Er is wat verwarring over de brieven van Godard Adriaan. De jonge Godert van Beusichem, zoon van secretaris Nicolaas van Beusichem, heeft Margaretha laten weten dat hij een brief van Godard Adriaan aan haar heeft doorgestuurd. Maar deze heeft ze nooit ontvangen. Navraag bij de post mocht helaas niet baten. Margaretha heeft niet kunnen achterhalen ‘waer die heen is gedwaelt’, dus ze vervolgt de update die ze Godard Adriaan in haar vorige brief gaf over de herbouw. Ze hebben in Amerongen 3 à 4 dagen redelijk goed weer gehad, dus er is lekker doorgewerkt.
[reca. 30e. Junij.] Ameronge den 22/12 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge den jongen beusekom schrijft mij voorleeden dijnsdach met de post geschreefve te hebbe en Een meesiefve van uhEd gesonde te hebbe de welck ick niet heb ontfange, heb aende poste daer naer doen verneeme dan niemant weet daer van, waer die heen is gedwaelt kan ick niet weeten, so dat uhEd laeste vande 5 deeser is, die ick heeden achdage heb beantwoort, seedert hebbe wij hier drij a 4 dage taemelijck goet weer gehadt inde welke niet in ons werck so op de steen= =oven als aent metselen en timeren nie is versuijmt, [en hoope de metselaers die]
Er wordt hard gewerkt bij de steenoven en de metselaars en timmerlieden schieten al aardig op. De muren vorderen gestaag. Als de werklieden zo door kunnen gaan, kan men de balken en kap gaan plaatsen. Meester Schut heeft hiervoor 3 extra knechten gestuurd, omdat de timmerlieden in Amerongen niet goed weten hoe dit moet. Margaretha schrijft in dit deel van de brief over ‘middelmanekens’ van de vensters. Zou ze hiermee de verticale scheidingen van hout of steen in kruiskozijnen bedoelen die gangbaar waren in de 17de eeuw? Tegenwoordig hebben we het over de middenstijlen. Volgens Margaretha kunnen ze in ieder geval niet van hardsteen gemaakt worden, omdat daar niet genoeg voorraad van is. Maar de secretaris heeft een oplossing. In plaats van hardsteen, kunnen ze metselstenen gebruiken en deze vervolgens met kalk bestrijken. Dan lijkt het net hardsteen.
hier sijn van Amsterdam noch 3 timer= =mans knechts gekoome die schut heeft ge sonde om de kap te helpe rechte, daer de timerlie hier weijnich raet toe wiste, nu sal ick Een steen houde van wttrecht moete laete koome om de hartsteen stucke tot de Eene schoorsteen en de middel maneken vande vensters gereet te maecken, daerse niet lange werck aen sulle hebbe, want so de seeckreetaris seijt is hier so veel hart =steen niet tot al de middelmanekens maer moete Een deel van metselsteen
gemaeckt en met seegerberger kalck gestreeck worde dat dan ock als hartsteen sal staen, [dat spronse inde haech doot is]
Stallen met torentje, anoniem, rond 1927. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Tekening is gemaakt toen de klok op het stalgebouw gezet is. De rest is nog zoals het in de 17e eeuw gebouwd is. De ‘middelmanekens’ zijn niet van natuursteen of baksteen, maar van hout.
Update uit Den Haag
Margaretha onderbreekt het verslag van de bouwwerkzaamheden even voor wat gezondheidsupdates uit Den Haag. Johan Spronssen, tweede griffier van de Staten-Generaal, is namelijk dood. Zijn ambt is daarmee opgeheven en dat betekent dat griffier Hendrik Fagel het werk alleen moet doen. Ook met Gijsbert van den Hoolck, Gedeputeerde ter Staten-Generaal uit Utrecht, gaat het helemaal niet goed. Hij heeft een soort beroerte gehad en er is weinig hoop dat hij weer helemaal opknapt. Dat blijkt te kloppen want in september 1680 zal hij overlijden.
[staen,] dat spronse inde haech doot is en sijn griffiers Amt gemortifiseert is heb ick met de laeste post vergeeten te schrijfve, nu is fagel alleen grieffier vander hoollijck lach ock inde haech heel kranck had Een speesi van Een beroerte door al sijn d leeden, doch was Een weijnich beeter maer niet veel hoop tot op te koomen, [ick hoor noch niet of den]
In een P.S. op een los briefje komt Margaretha nog even terug op het stuk land op het Encker dat Joan Carel Smissaert voor hen wil kopen. Ze heeft Godard Adriaan hier op 17 juni ook over geschreven, maar ze weet dus niet wat hij hiervan vindt. Morgen zal Smissaert samen met de heer Van Beeck van het Domkapittel bij haar langskomen om de koop te bespreken. Cornelis Verweij heeft haar gezegd dat het een goede koop zou zijn als ze het stuk land voor 400 of 500 gulden kunnen krijgen. Daar moet ze dan maar op vertrouwen.
p s merge sal den k dom heer van beeck met den heere smitse hier bij mij komen om weegens het lant opt Encker daer ick heeden acht dage van heb geschreefve te spreecken sal sien of wij de koop Eens konne werde, korneelis verweij meent als wijt voor 4 a 5 hondert gulde koste krijge dat het wel sou sijn
Foto vanuit een (huidig) kantoor op de tweede verdieping naar het westen toe, foto Annemiek Barnouw, 2020. Het weiland bij de bossages is Het Encker.
Margaretha is twee dagen naar Den Haag geweest om zaken te regelen. Er ligt nog een rekening van 4000 gulden, maar ze krijgt het geld maar niet los. Ze heeft nu met de financiële topman van de Republiek, ontvanger Cornelis de Jonge-van Ellemeet geregeld dat die rekening gesplitst wordt. Hij heeft er één rekening voor Utrecht van gemaakt en de rest moeten ze maar bij Holland zien te krijgen. Ze had pech, want het was pinksteren, dus alle heren die ze ook nog had willen spreken waren juist níet in Den Haag. Gelukkig gaat Van Heteren woensdag naar Den Haag, dan zal ze hem een duidelijke opdracht geven. Net als vier jaar geleden is er gedoe over de defroyementen, de onkostenvergoedingen.
[rec.a 23.en Junij. ] Ameronge den 16/6 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 5 deeser heb ick inde haech sijnde ontfange, waer ick twee dage ben geweest om te sien hoe ick het bewuste aquiet1Acquit: vereffening van een schuld of rekening daer tot wttrecht geen hoop toe was om ten volle betaelt te krijge, bij den ontfanger Ele= =meeteOntvanger-generaal2Cornelis de Jonge van Ellemeet gesplitst te bekoome, het welcke hij gedaen heeft en mij Een aquiet in plaets van 4000f ter som vande 1690f op wttrecht gegeefve de resteerende 2310f sulle wij op hollant moeten ont sien te ont =fange, vermidts de pinstere waeren de meeste heere wt den haech so dat ick daer niemant van heb konne spreecke [als]
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.
En weg is het weer
Gelukkig heeft ze het geld van Utrecht (1690 gulden) gekregen. Normaal schrijft ze dan een memorie die ze bijsluit, maar nu is het gewoon onderdeel van de brief. Het zijn ook niet heel veel posten, alleen de turf voor de steenoven was al 1311 gulden. En voor de 2310 gulden die ze al dan niet van Holland krijgt, is het nog even puzzelen: Godard Adriaan heeft geld nodig en Temminck heeft geld voorgeschoten. Dan is ook dat geld alweer op.
Gelukkig ligt er ook nog een kans. Goede vriend Joan Carel Smissaert is komen zeggen dat het Domkapittel waarschijnlijk wat land afstoot in het dorp en dat ziet Margaretha wel zitten. Nou heeft hij aangeboden het voor hun te willen kopen. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het er nog steeds mee eens is. Het gaat om een stuk land op het Encker. Op een kaart uit 1696 wordt dit stuk land genoemd. In de legenda staat het land onder “Landereijen het Huijs te Amerongen gehoorende”, dus kennelijk is de koop gelukt.
[selfs behoef legge 550f,] gistere tot wttrecht sijnde quamden heere smitser mij segge dat als merge bijt kapittel vande dom soude gereesolveert worde Eenige kleijne perseeltges landerije te ver koope ep dewijlle ick hem volgens uhEd last voordees had versocht de 3 1/2 of 4 merge lant opt Encker dat de maijoor ijannquint van gerit de kruijf in pacht heeft overgenoome, welcke pacht ijaere nu wt sijn, voor ons te koope sou hij sien het daer heen te deerijeere3Vermoedelijk een variant van dirigeren in de betekenis van richten het selfve lant mee verkocht soch worde en hijt voor ons koope dat ick hem versocht heb te wille doen hoope uhEd noch van die intensie is en daer wel ingedaen te hebbe, [ick]
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Rechts naast het Kasteelterrein B Encker.
De jacht
Margaretha weet zeker dat ze haar man al geschreven heeft dat Willem III drie keer is wezen eten en zelfs een keer een nacht op Amerongen geslapen heeft. En alles was (natuurlijk) naar wens. Nu is hij met Mevrouw de Prinses in het jachtslot in Dieren. Hij is natuurlijk aan het jagen en dat gaat er zo heftig aan toe, dat zoon Van Ginkel al een paard kwijt geraakt is…
Margaretha schrijft meestal op een dubbelgevouwen blad en als ze de laatste pagina gaat beschrijven, draait ze soms opeens het vel om en gaat overdwars verder.
[is en daer wel ingedaen te hebbe,] ick weet niet beeter of heb uhEd geschreefe
dat sijn hoocheijt hier drije mael heeft gegeete en een nacht gesla pen was heel wel te vreede, is nu met Mevrou de prinses tot dieren, daer hij seer sterck ijaecht en de heer van ginckel al Een ofa paert door heeft verlooren, en tis noch maer Een begin, [de seeckreetaris seijt uhEd alle]
Margaretha heeft weinig over de bouw geschreven, want de secretaris heeft aangegeven dat hij Godard Adriaan elke twee weken geschreven heeft. Kennelijk is ook dat niet aangekomen, dus ze brengt even het laatste nieuws. Door de pinksteren en Margaretha’s afwezigheid zijn de werklieden weer eens niet opgeschoten. Ze verwacht dat de metselaars over twee weken zo ver zijn dat de balken op de eerste verdieping gelegd kunnen worden. Door het wisselvallige weer is het nog niet gelukt om de steenoven te stoken. Margaretha is bang dat ze dit jaar de steenoven maar één keer zullen kunnen stoken. Nu maar hopen dat dat genoeg stenen oplevert. In bovenstaande kaart ligt de steenoven in veld C.
[noch maer Een begin,] de seeckreetaris seijt uhEd alle veertien dage geschreefve te hebbe waerom ick te min vande timeraesge geschreefve hebt en moet tot mijn leet weese segge datter met de pinster weeck en in mijn apsensi int werck niet veel gevordert is so ickt aen sien hebbende metselas noch ontrent de veertiendage werck Eerse de balcke vansde Eerste verdiepine leggen, die varijabelle weer doet den steenoven ock niet veel vordere vrees wij maer Eens sulle konne afstoocken doch hoope mij daermee tot ons behoef genoech steen sulle hebbe, [dit is alt geen ick]
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg, David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.
Romantiek
Normaal zou dit blog hier eindigen, want meer heeft Margaretha niet geschreven. De standaardafsluiting van Margaretha’s brieven kennen we inmiddels wel, dus dat is niet echt blogwaardig. Maar deze keer springt Margaretha volledig uit de band. Normaal sluit ze de laatste zin af met “blijfve” en dan volgt nog “Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff”
Deze brief “blijft” ze niet alleen, maar deze keer kan Godard Adriaan er verzekerd van zijn dat ze “blijft zolang ze leeft”. En in plaats van alleen “uw getrouwe wijff” vindt ze zichzelf nu “uw getrouwe en geaffectioneerde wijff”. In de brief is geen spoor te vinden van waar die plotselinge affectie vandaan komt.
[behoef genoech steen sulle hebbe,] dit is alt geen ick weet te schrijfve, als uhEd verseeckere te sijn en sal blijfve so lange ick leef
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe en geafexsioneerde wijff M Turnor
Brievenbus van de geliefden, George Baxter naar Jessie McLeod, 1856. Collectie Rijksmuseum.
Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.
Amerongen, 18/8 mei 1680 [reca. 6. Junij s.n.] Ameronge den 18/8 meij 1680
Mijn heer en lieste hartge tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser sal segge dat het water op den rhijn weer teene= =mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo ch water sulle krijge om dat de winter so veel donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]
De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.
moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft ontfange kan niet bedencke die so lange op wech is, hoop se noch te rechte sal koomen, wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?
Hollandse geldzorgen
Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?
sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt had, dan wiert van men heere van hollant versocht gistere merge haer vergaderin noch bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en gaet en maendach weer naer den haech om dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck vande finans niet wel konne verstaen daer moet gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.
Buitenlands nieuws
Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.
[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock van Een houlijck tuschen de soon vande bischop
van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin =ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]
Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.
[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt, preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
1
proviand
2
verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst)
3
groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal
4
Dieren
5
militie: leger
6
personele belasting: persoonsgebonden belasting
7
reëel; reële belasting is een belasting op zaken
8
Pieter van Wassenaer van Starrenburg
9
Ambassadeur
10
Jacob van Wassenaar van Obdam
11
Denemarken
12
De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg
13
Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af
14
Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III
15
Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje
16
Joan Carel Smissaert
17
De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist
Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.
rec.a 19e Maij Amerongen den 11/1 meij 1680
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij als van swaericheijt en dat men hier met geen werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde welcke ons werck so wel op de steen oven alst metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge= vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf
Het water zakt
Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.
[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat van daech de sluijse heb doen open sette waer door de binne weije die voort meerendeel vant wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt maert gras is so swart en vol slib en stinckt so seer datter geen mense haer beeste op derfve brenge, daerse seer over lamenteere want sijn wt gevoert en weete geen wech met de beeste,
Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.
ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver= =tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin =ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede some gelt aende heer teminck tot Amsterdam sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul tot betaeline van uhEd te treckene wissels in hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]
Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.
[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is aengekoome en voort op wech is om hier te brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of waerse moete sijn weete niet sal daer over aende heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]
De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.
den heer van ginckel is noch inde haech, heeft mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het werck van preedikant bij de en kerckenraet bij de hant te neeme en sien wat daer in te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog so tot leijden als Elders daer over sou spreecke om te sien hoe wa daer met de beste forme en manier af sulle koome, maer vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende weeck naer soesdijck en voort naerde veelu gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel dan moet present sijn en op passe, [weet]
[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick en mij te geloofve en te vertrouwe dat so veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni =heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen Een sijde stelle en hem wt gront van mijn hart vergeefve, en niet liefver sien als dat al dit werck in minne mocht bij geleijt worde welcke aende heer van ginckel deese winter
verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome is niet wt Een partiekuliere pasie die ick teegens den preedikant of kerckenraet heb maer op uhEd begeerte en ock het segge van deen en dande die meende sulcke prosiduere bij den heer niet hoorde geleede te worden
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.
Laatste mededelingen
Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.
de heer van rheijnsou daer so een brief van ontfange begeert sijn vloersteen inde haech salse sijnhEd daer sien te bestelle, en blijfve
Mijn heer en lieste hartge
godertge komt en begeert ick sijn oot moedige dienst sal preesenteere aen groote papa en vrage hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke dat den heer blansche en jeneken niemant toch goede sorchge voor groote papa sulle drage dat hij wel gedient mach worde Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke haere oot moedigen dienst, den ontfange de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f te konne betaelle als inde tijt van Een maent
Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.
[rec. 29. Januarij.] Ameronge den 20/10 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom mende maendach geinstaleert werden, het lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie van van heetere wt den haech krijch sal ick de duijsent duijketons tot wttrecht bij den ontfanger de leuw ontfange en verweij daer wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.
Weersomslag
Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.
heeft konne beginne, wij hebbe deese winter tot noch toe seer sachtges door gebracht met mistige en donckere daege weijnich sneuwe en vorst, dan deese weeck Een ongemeene storm wt den weste daer gevreest heb van te sulle hooren, met Een wassent water dat ontrent Een voet ondert nieuwe klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent
valle quam waer door men geloofde dat Eenich door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het welck men seijt booven doesburch te weesen onse duijve gaete sijn noch onder water ent selfve is weer aent wasse is deese nacht op den rhijn weer twee duim gewasse, dat veel voor ons is, is dat met dien stercke wint wt het weste niet Een dropel water door Eenige van onse ven= =sters is geslage maer sijn alle seer dicht bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer weer is bidt verseeckert te sijn dat niet versuijmt sal worde int graefve of Eenich ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.
Horizontale neerslag
Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers
Pachters
Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:
het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.
Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.
[ock so doet], kon noch geen bouman tot onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie het huijs van korneelis tijse en het lant daer achter ent lant vand huijch verweij aen roellof de voerman verhuert voor 3 ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu= =nisse die op de steenoven heeft gewerckt met het lant dater aen hoort verhuert voor 36f int ijaer, het lant achter den haes dat den oude ijanquint gebruijckt heeft aen henderick wijne verhuert voor 18f int ijaer, maer weer hier teegens is de pacht vande lange waert wt en wille de pachters die niet weer in huer hebbe als met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat ick niet doen wil hebt haer al 20f min als voor dees gelaete, het welcke sij niet wille aeneemen, so dat vrees wij die waert aen ons sulle [moete houde hebse]
Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven. Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.
[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht dage Een swaere overval van sieckte bestaende in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee =ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]
Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.
Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.
[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt ick met haer naer den haech had gegaen maer ben gereesolveert deese winter hier in stillich heijt te passeere en teegens paesche voor Een korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet wil gaen, haer man is inde haech omt gou= vernement van wttrecht te versoecke mij verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]
Margaretha is even van de lijn geweest. Ze was acht dagen van huis, waarschijnlijk naar Den Haag. Bij terugkeer in Amerongen is er goed en slecht nieuws.
Meer schepen met hardsteen
Het goede nieuws is dat ze daar steenhouwer Jan Prang heeft getroffen die net met de volgende twee schepen met hardsteen uit Bremen in Edam was aangekomen. Ook die hebben dus, God zij dank,de storm overleefd en dat brengt het totale aantal veilig binnengekomen schepen met hardsteen op vier, samen met de twee die al bij de Vaart in Vreeswijk liggen en waar de nieuwe nu ook naar toe varen. Nu nog wachten op nummer vijf en zes.
Ameronge den 9 April 1677 [rec. 12 dito]
Mijn heer en lieste hartge ick ben gistere weer hier gekoome alwaer alles wel heb gevonde en ock ijan prang die Eergistere met noch Een knecht hier is gekoomende seijt dat dertwee scheepe met hartsteen met hem tot Edam behoude en wel waeren aen gekoomen daer hij se heeft gelaeten dan gelooft die nu alledaech aende vaert staen te koomen, dan sulle wijder vier hier hebbe en konne godt niet genoech dancke daer die sulcken storm hebbe wtgestaen dat sij behoude sijn overgekoome hoope de resteerende twee scheepe almeede wel sulle arijveere, [merge verwachte ick rietvelt met]
Minder goed nieuws is dat de storm en het hoge water een deel van de steenoven heeft vernield. Die moet dus eerst opnieuw worden opgemetseld. Tot nu toe was het toch te koud weer om de stenen te vormen, en in de tussentijd zorgt Margaretha wel dat er vast aarde heen wordt gebracht. Dan is er straks weer baksteen voor Rietveld en zijn mannen om de gewelven te maken.
merge verwachte ick rietvelt1Cornels Rietvelt, de bouwmeester met sijn volck die aent werck sulle gaen, tis hier alledaech suer kout weer dat ons belet aent vorme vande steen te beginne maer laet vast Aerde daer toe rijde, en kalck beslaen voorde metselaers, te weete voor rietvelt het heelle achterhooft vande steen oven is doort hoochge water en stercke winde omveer gestort die ick weer moet laeten op metselen en in leem sal laete legge, [so sijn ock al de tuijne op de waerde]
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum
Drijvende tuinen?
Door het hoge water zijn ook alle “tuinen” in de uiterwaarden gaan drijven. Hoewel wij bij zo’n zin al snel een drijvende moestuin voor ons zien, gebruikt Margaretha het woord tuin hier waarschijnlijk in zijn andere betekenis, die van hek of afrastering. Het herstel zal een lieve duit gaan kosten, maar ja, ze zijn de enigen niet, iedereen heeft er last van. In de acht dagen dat Margaretha afwezig was heeft het werk zich trouwens wel opgestapeld. Als de kat van huis is…. Het stijgende rivierwater biedt Margaretha wel hoop dat de nieuwe lading hardsteen niet hoeft te worden overgeladen omdat de diepgang van de schepen niet verminderd hoeft te worden.
[metselen en in leem sal laete legge,] so sijn ock al de tuijne2Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits. op de waerde3uiterwaarden
gaen drijfve daer wij vrij wat koste aen hebbe maer wat kamen doen wij sijnt alleen niet tis over al so gestelt, ick vindt hier de hande vol werck, tis van daech acht dage dat ick wt gegaen ben, in die tijt isser haest niet gedaen, nu moetenser weer reppen, het water op de reevier is weer fraeij aent wasse4steigen hoope de twee laeste scheepe met de hartsteene sulle konne op koomen sonder die te verscheepen, [ick heb laest vergeeten]
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg, David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.
[heeft ontfange twee hondert gul,] uhEd sal ver= =staen hebbe hoe dat sijn hoocheijt alde heere int Eerste lidt heeft gekontiniweert5continueren: laten zitten en den heer van dijck =velt in plaets vande heer nieupoort weer int Eerste lidt geset, het Eerste was so niet gemeent maer geloof de 40000f die de graef van waldeck heeft gekreechge daer veel toe heeft gedaen, het gaet daer so vreeslijck toe dat Een schrick is te hoore, de heer almachtich wil de heere reegente wijsheijt en voorsichticheijt en voor al sijne vreese geefve in wiens bescherminge uhEd beveelle blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
1
Cornels Rietvelt, de bouwmeester
2
Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits.
Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met drie à vier tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat.
Bij stukjes en beetjes
Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.
rec. 2e may in Hamburg wt Amsterdam den 28 April 1673
Mijn heer en lieste hartge
hier koomende wist den ontfanger nergens minder van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul 4410f heeft betaelt ende resteerende penin ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde toekoomende weeck te betaelle, maer tot de betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel Een maent of twee sal aenloope Eer mij die betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent gul genoome te hebbe men sou niet geloofve wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal niet versuijme het selfve so veel inte vorderen
Roeping van (de tollenaar) Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum
Financiële verantwoording
Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.
alst doenlijck sal sijn, bidt niet qualijck te neeme dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent gul mee naer den haech sal neeme om aldaer de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije vande lest ontfangene 6000f wat daer meede betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick hier in hande van onsen drost om als hijt verde =re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome het saeme aen teminck sal telle het welcke dan de som van vier duijsent sul sal sijn so haest salder geen gelt vande leste ordinansi ontfange worde of salt almeede in hande van teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]
Alles naar de pakzolder
Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.
[wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier naest de deur tot Een maeckelaer genaemt raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de maent gehuert heb voor 5f ter maent altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons en de vrou van ginckels silver koffers met sil= =ver En ons kastge met transporte briefve en noch twee vande kistges met vande nodichste briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin
houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa =ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn goet noch niet inden haech wagen, 5f ter maent kan gaen, [men is hier seer bekomert]
Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.
[maent kan gaen] men is hier seer bekomert en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in te breecken daer om daer volck gesonde sal worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige verlossine geefve, de sweetse Ambasadeurs seijtme dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer Acken, men kontiniweert noch te segge dat de keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekendheeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou =we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede
Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.
Amsterdam laat het hoofd hangen
Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.
uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees stat meest bedurfven is de kooplie weeten niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om dat hamburch sonder defensi is, het minste
datter sal koome dat die stat sal wt geplondert worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle blijfve, [de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet]
Oorlogsvloot voor Pampus
De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.
[blijfve] de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck, [het doet]
Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710. Collectie Rijksmuseum.
Sommelsdijkje zwanger van Labadie?
We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.
[de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van someldijcks9Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een woort gehoort salder nae verneeme so haest ick weer inden haech koom maer geloof niet datsij wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,
“Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.
Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
1
De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan
2
Ordinantie: regeling, verordening
3
Binnen Amstel
4
Friesland
5
aanvallen,
6
Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend
7
Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st)
8
Pampus
9
Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk
10
Maria van Aerssen van Sommelsdijk
11
Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte
Margaretha begint haar brief maar weer eens met het klagen over de post. Het duurt maar en het duurt maar en Franco Bisdommer speelt de vermoorde onschuld. Er is iets wat niet klopt, maar Margaretha komt er maar niet achter wat.
tis toch in deese meer als bekomerde tijde wel bedroeft dat de briefve so lansaem overkoome ick vreese wel datter Eits onder schuijlt maer kander niet achter koomen, heb bisdomer verscheijde reijse daer over ge sproocke ent hem geseijt, die hooch en laech antwoort datter sijn leefve aen hinck se niet seeckerder noch beeter en weet te bestelle [hij leevertse de post die]
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.
Geld
En natuurlijk komt de niet gevoerde slag van de Brandenburgse troepen tegen Turenne weer aan bod. De legers willen alleen maar vechten op het moment dat de subsidies betaald moeten worden. Het draait allemaal alleen maar om geld. Eerlijk is eerlijk, ze gooit er wel weer een paar mooi ‘Margarethiaanse’ gezegdes tegenaan. Waarom gebruiken we “Een lege beurs maakt een berooid hoofd” en “Ze bijten in de stok zonder te zien wie hem werpt” eigenlijk niet meer?
[maer dat het noch al als voor deese is,] teegens dat de maent vande subsijdi peninge verschijnt dan schijnens wat te wille doen als dat over is so hapert het aent Een of aent ander, so spreeckt het volck dickmael met onverstant en bijten inde stock sonder te sien wie die werpt , het schijnt dat Een leege beurs Een beroijt hooft maeckt dat ick vrees der niet op sal beeteren, want men geeft veel en siet geen hoop van Eenich ontset der vijande, [de kapijtaelle leenine die voor ons]
Over geld gesproken: Margaretha’s (en dus ook Godard Adriaans) financiële situatie blijft complex. Margaretha heeft de schulden allemaal afbetaald, maar er komen weer belastingheffingen aan. Honderden guldens is ze kwijt. De zadels zijn ook helemaal afbetaald. In Utrecht worden nu inwoners belast voor hun familieleden die veilig achter de waterlinie zitten. Komen je broers niet thuis? Jammer! 1.400 gulden. Zit je zus in Rotterdam? Ook al is ze getrouwd met een Rotterdammert? Pech! 18.000 gulden. Heb je je vrouw en kinderen in veiligheid gebracht? Kassa! 24.000 gulden. Je zal maar onder zo’n koning moeten leven.
Een los huus of los hoes. Een boerderij uit Herreveld. Collectie: Openluchtmuseum. Bron: Collectie Gelderland.
Oogst
Ursula Philippota is eigenaresse van het Huis Herreveld (Achterhoek) met bijbehorende landerijen. De rentmeester heeft de opbrengst van het landgoed voor 400 gulden verkocht. Helaas zijn de Fransen erachter gekomen en willen zij die 400 gulden hebben. Plus 1.800 gulden boete. Nu wordt verwacht dat Van Ginkel dat betaalt, maar waarvan? Alleen de Heer kan nog helpen.
[=luckich sijn,] de heere vande kloese1Jacob Schimmelpenninck van der Oye heeft vande rent= meester broen weegens de heere van ginckel van koorn dat van harevelde quam en verkocht was ontrent 400 f ontfange, dit is ondeckte of de franse sijnt te weete gekoome, hebben den heere vande kloese boofve die 400 f noch 1800 f tot boete doen geefve dit pretendeert hij vande heer van gincke weerom te hebbe, waer hij dit gelt ock bij Een sal krijge weet ick niet in soma2kortom tis niet als swaericheijt aen alle kante, de heere wil ons te hulpe koome ick sie anders geen wtkomst
Hete brij
Margaretha heeft nog niks gehoord van de secretaris die bij de Fransen om uitstel en een lager bedrag ging vragen.
[sende,] ick heb noch geen antwoort vande heer weesel noch van seeckreetaris op mijn briefve waer in versocht s dat sij bij den intentant veertien daege wtstel s tot de gedreijchde Ex sekusie3Executie: uitvoering van vonnis van Ameronge of in het beloofve vande 3000 f soude versoecke, of mijn brief niet overgekoome is weet ick niet hoor vant teen noch tander niet Een woort, wil noch al het beste hoope, [nu komt weer tijdine dat het parle]
Amsterdam of Den Haag
De oude vraag duikt weer de kop op: waar is het veilig? Het schijnt dat het parlement in Londen vergadert en dat Koning Karel II een vloot op laat tuigen en dat hij in het voorjaar ergens wil landen. Is Den Haag veilig genoeg? Moet Margaretha dan toch maar weer een huis zoeken in Amsterdam?
beste hoope, nu komt weer tijdine dat het parle =ment tot londen vergadert sijnde met groote animeusiteijt4Animositeit: vijandelijkheid begeert den koninck Een aensien lijcke scheeps vloot sal doen equipeere om teegens
het voorjaar in see te brenge , daertoe sij een merckelijcke som ter maent voor acht maende lan hebbe gekonsenteert, so dat =men niet twijfelt of sij sulle soecke te lande hoet ons dan hier gaen sou staet te vreesen en weet niet of ick sal durfve wagen of weer een huijs in Amsterdam hueren,
Ondertussen in Friesland
Volgens Margaretha liggen ze in Friesland overhoop. Ze schijnen een akkoord gesloten te hebben zonder medeweten van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, weduwe van de Friese stadhouder en regentes voor haar minderjarige zoon. Albertine Agnes heeft ondertussen wel een volksopstand voorkomen en het stadhouderschap van haar zoon veilig gesteld.
in vrieslant hebbense heel over hoop gelegen dat bedroeft is in deesen tijt, nu seijt me het ackoort gemaeckt is en dat sijt volkoome eens sijn dit is in d apsensi vande vorstin ge ackordeert [te gronninge hebbense den heere rengers twee]
Een schelm
In Groningen wordt ene Johan Osebrandt Rengers op de pijnbank gelegd. Deze vriend van Johan de Witt wordt verdacht van verraad. Hoewel hij in werkelijkheid blijft ontkennen, heeft hij in Margaretha’s versie bekend gecorrespondeerd te hebben met de bisschop. Daarvoor moest hij wel twee keer op de pijnbank! Wat een schelm!
[ackordeert] te gronninge hebbense den heere rengers twee mael op de pijnbanck gehadt die bekend heeft dat hij met den bischop heeft gekorespondeert denck wat en schelm [nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben]
Ze kan niet zeggen hoe blij ze is dat Godard Adriaan verzocht heeft om naar huis te komen! Naar zijn getrouwe wijff…
[schelm] nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben dat uhEd versoeckt hier te mooge koome wij sulle den anderen al veel verhaelle hebbe, ondertusche blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
Zo. Hèhè, poepoe, nounou. Het geld van de eerste ordinantie ter waarde van 6000 gulden is binnen! Margaretha is ervoor naar Amsterdam gegaan en is ten dele tevreden. Het is echt niet mogelijk om de tweede ook gelijk uitbetaald te krijgen, maar de ontvanger heeft beloofd dat dat geld begin maart komt. De belangrijkste rekeningen kan Margaretha betalen. Het is misschien handig om wat zilver om te wisselen voor goud, dat kan ze makkelijker meenemen als ze moet vluchten. De belastingen komen er ook weer aan. Geen woord over de brandschatting.
Feestvierende soldaten
Die arme neef van Wulven1Hieronymus van Tuyll van Serooskerken! Hij kwam thuis en toen zaten er 26 soldaten die hij moest trakteren. Zijn beste wijn werd gebruikt om vis in te koken! De reden? Hij had een paar stoelen van de heer van Amelisweerd in zijn huis staan. En het is strafbaar om spullen te bewaren voor gevluchte mensen. Toen hij verhaal ging halen bij de intendant, zij deze dat hij niet moest zeuren, want dat hij anders nog vijftig soldaten zou krijgen. Daarop werd hij gevangen gezet. Hij is inmiddels wel weer vrij, maar heeft wel 6000 gulden moeten betalen.
[verpondine vande huijse,] hier koomende seijt mij den heer van suijle briefve van wttrecht te hebbe hoe dat den heer van wulfve in sijn huijs wt ge weest sijnde quam en vonter sesentwintich soldaete in die hij middach en avont met vers gestooft en gebrade fleijs en vande beste rinse wijn
moest trackteere die sij met keetels overt vier hingen en koockten haer vis daer in, en dit om dat hij Eeni =ge stoelle vanden heer van Ameeliswaert in sijn huijs had, sij hebbe voordees doen afkundige dat niemant Eenich gevlucht goet in sijn huijs mach berge of most tent aengeefve, nu dit quam den heer van wulfe heel wat vreemt voor die ginck aenstonts naer den intendant en deed sijn beklach daer over seijde hij Een geregent van die provinsi was dat men hem so niet behoorde te trackteeren, waer op tot Antwoort kreech dat sij geen reegente en kende dat sij daer de reegente waere dat hij heer van wulfve niet veel soude segge of Eert ve avont sou sijn hem noch vijftich soldaeten daer bij soude sende, daer op hebbense hem in sijn kamer met vollenhoofve door soldaete doen bewaeren, nu seijt me dat hij weer los is, doch dat hij ses duijsent gul heeft moeten geefven, [onse]
Ook in Amerongen gaat het niet goed. De secretaris zit gevangen in verband met een wanbetaling over de sauvegarde voor het dorp Amerongen. Over de afgelopen twee maanden had er nog 760 gulden betaald moeten worden. Het zint Margaretha niks. Het gaat slecht in het dorp, er is bijna niemand meer. Huibert van Velpen, die er nog wel is, durft overdag niet in huis te zijn. Hij verschuilt zich dan achter heggen en struiken.
[hij ses duijsent gul heeft moeten geefven,] onse seeckreetaris godert doorslach hoor ick hier dat sij ock om de wan betaelin vande brant schattin vast die sij ter som van 760f over twee maende van ons dorp wille hebbe, vast hebe geset dat mij seer bekomert en weet niet wat hier in sal doen, het dorp sijn meest al de mensen wt dat kan niet geefve huijbert van velpe derf bij daech niet in sijn huijs blijf vebercht hem achter hechge en struijcke, och wat miseerij is dit, en wie siet noch Eens Een wtkomst, [den heer schadee heeft door den]
Utrecht en Gelderland
Als je van de bezette gebieden naar Holland wilt, moet je een borg betalen zodat je terug komt naar Utrecht of Gelderland. Dat geldt zelfs voor vrouwen. Vrouwen en kinderen die in veiligheid gebracht zijn achter de waterlinie, moeten weer naar de provincie komen. Als ze dat niet doen, staan er zware straffen op.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
De militaire plannen van de Prins van Oranje zijn door de wisselvalligheid van het weer in duigen gevallen. Het is de vraag wanneer hij weer wat kan ondernemen. En die arme mensen in Utrecht en Gelderland, die verlangen naar verlossing als een visje naar het water.
[komt hij der wt ]sij laeten niemant wt wttrecht of gelderlant gaen sonder borch te stelle datse weer sulle koome ijae ock geen vrouwe, nu de burgemeester hamel2Nicolaas Hamel seijt me dat in wttrecht gemist wort of hij wt geraeckt is weetense niet nu hebbense weer Een plakaet laeten wt gaen waer bij se begeere dat al de vrouwe en kinder die buijten die provinsie sij daer weer in moete koome op swaere peene, [het heeft sijn hooch]
[hoopen] ondertuschen sitten die arme mense int sticht van wttrecht en gelderlant en ver lange als Een visge naert water om verlost te mooge worden, [hier in deese stat heeft me]
Ieren en Schotten
In Amsterdam zijn Ieren en Schotten opgepakt die door intendant Robbert betaald waren om de schepen die in de stad aan wal liggen in brand te steken. De stad is aan een ramp ontkomen.
[te mooge worden,] hier in deese stat heeft me ock Eenige schotte en ijeren gevange die so sij selfs al bekent hebbe om gekocht waeren van prins robbert om hier al de scheepen die aende wal legge ent oostindis huijs aen brant te steecken dat geen kleijne schae sou geweest [sijn de heer almachtich wil ons en]
Het Damrak naar het noorden gezien, Jacob Isaacksz. van Ruisdael, 1670-1675. Collectie Amsterdam Museum. Het Damrak was de laatste binnenhaven van Amsterdam.
Vrees en angst
Kennelijk is Margaretha bang dat Godard Adriaan ondanks al deze verhalen de ernst van de situatie niet begrijpt. Vanuit Den Haag lijkt het alsof de situatie in Amsterdam beter is, maar nu ze daar is weet ze beter. Ze benadrukt dan ook dat het niet uit maakt waar je zit: iedereen zit in vrees en angst en je bent nergens veilig. Ze hoopt, nee, ze bídt dat de verhalen over een overwinning van het Duitse leger waar zijn. Dat zou in ieder geval hoop geven: de mensen zijn zo wanhopig dat ze liever alles wat ze hebben achterlaten, dan zo te leven.
[der niet van kan weeten,] waer men is men sit in vrees en anckts en nergens haest seecker, hoewel men hier noch duijtse troeppees hebe gedaen dimen seijt so nae aende vijant geweest te sijn dat qualijck moogelijck is of moeten aen dat se 3000 van tureijnens volckeren totaEliter hebbe ge= slaechge, hetwelcke de heer wil geefve dat waer mochte sijn och dat sou wat moet geefve, de mense worde so dis= =peraet datse segge liefver alles te laete wat sij inde werlt hebbe als so langer te leefven, [de heer almachtich]
Margaretha is met de vier kleinkinderen in Den Haag aangekomen. En wat fijn! Den Haag is hun eigen huis, daar is ze thuis. Bovendien lagen daar twee brieven van haar man. Wat is ze blij te lezen dat het hem goed gaat.
Haar zoon Godard is gisteren een halve dag langs geweest, hoewel hij daarna weer snel naar zijn kwartier terug moest. Hij kon haar niet veel vertellen over de gang van het leger van zijne hoogheid. Mogelijk marcheren ze naar Maastricht, zodat de Maas omsloten kan worden, maar ze weet er het bescheijt niet van (ze weet het niet zeker). Moge de Heer maar met ze zijn en het succes beter dan bij Woerden en Naarden.
[lotteringe soude gaen,] de heer van ginckel is gistere hier geweest doch maer Een halfve dach, is weer nae sijn quartier, heeft patent1Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan om van daech met loefvingi2Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont en meest aldere kompangie ruijterij te marscheere waer heen weet men niet somige segge naer maestricht of die kant om de maes te sluijte doch hat rechte bescheijt weet3Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten men niet, int leeger van sijn hoocheijt wort ock groote preeperaesie ge maeckt tot het Een deseijn4Dessein: plan oft ander, [de heer]
Utrecht blijft voorlopig Frans
Margaretha maakt zich ontzettend druk over hoe het ze de komende winter zal vergaan. Iedereen is seer swaerhoofdich en aprehendeere (vrezen) zeer dat Utrecht nog lang onder Franse bezetting zal blijven. Er zijn zo’n 15.000 tot 16.000 Fransen in het land en binnen Kuijlenburg (Culemborg) zeker nog 4.000.
de, och ick ben weer so bekomert hoet ons deese winter noch gaen sal Een ijder is seer swaerhoof =dich en Aprehendeere5Apprehenderen: duchten, vrezen seer dat wttrecht so lange frans blijft, hier int lant houtmen voor seecker
dat noch wel 15 a 16000 franse sijn binne kuijlenburch6Culemborg is noch over de 4000 man, en sij vechten seer alster opt aen komt, [noch heb ick de ordinansi van ses]
Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum. Dit huis lag op een steenworp afstand van Kasteel Amerongen. Het landgoed bestaat nog steeds, het huis is aan het eind van de tweede wereldoorlog gebombardeerd.
Zuylestein
Nadat Margaretha haar man op de hoogte gehouden heeft van haar vorderingen om de vergoeding voor zijn werk te krijgen, sluit ze haar korte brief af. Ze bedenkt zich kennelijk en schrijft er nog een pagina bij. De troepen van die arme Zuylestein moeten verdeeld worden. Weer zit er geen echte promotie voor haar zoon in. Hij wordt in naam eerste brigadier, maar hij heeft natuurlijk meer verdiend. Gelukkig heeft Zijne Hoogheid iedereen die het horen wilde verteld over Van Ginkel’s heldendaden bij Vreeswijk. Aan het eind van de brief merk je toch dat Margaretha best ontdaan is over de dood van de buurman in Amerongen: de mensen spreken kwaad van hem en zeggen dat hij dronken was. Kennelijk is ze blij dat hij de laster zelf niet mee krijgt, want ze eindigt met: ‘hij is gelukkig dat hij dood is’.
sijn hoocheijt heeft het gouvernement van Breeda aen den jonge rhijngraef7Karel Florentijn van Salm so men seijt gegeefve ent reesgement van de heer van suijlisteijn8Frederik van Nassau-Zuylestein aende graef van waldijck9Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg , de graef van hoorn10Willem Adriaan van Horne seijtme dat noch Een kompagni heeft gekreegen, voor die liede reegent het nu gout de heer van ginckel is mij vandaech geseijt dat sijn hoocheij de Eerste breegadier heeft gemaeckt als men hem geen mercke ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe, hier koomende seijt men mij dat sijn hoocheijt aende gekomiteerde raede van hollant heeft gescheefven hoe wel hem den heer van ginckel heeft gedrage niet alleen inde acksi aende vaert11Vaartse Rijn bij Vreeswijk maer ock hoe dat hij in de tijt van 14 dage sijn wercke hem aen be= voolle heeft heel loflijck opgemaeckt daer andere wel Een maent en langer over hebbe gewerckt, dit wort bij men heere van hollant so mij geseijt wort heel wel en tot groot lof van hem op genoome tis ongelooflijck so qualijck men hier vande heer van suijlisteijn spreeckt veel segge dat hij heel droncke was doen den aenval op sijn quartier geschiede hij is geluckich dat hij doot is
1
Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan
2
Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont
3
Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten