De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Den Haag Pagina 1 van 2

Hout uit Pruisen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 juni 1680
Lees hier de originele brief

Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.

Brieffragment hoog water

Amerongen, 18/8 mei 1680
[reca. 6. Junij s.n.]
Ameronge den
18/8 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge
tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser
sal segge dat het water op den rhijn weer teene=
=mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer
op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so
houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo
ch water sulle krijge om dat de winter so veel
donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft
moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]

Vlak rivierlandschap, aan de oever van het water staan enige koeien, het meest linkse dier drinkt.
Rivierlandschap met koeien, Albert Cuyp, 1645-1650. Collectie Rijksmuseum.

Boter, kaas en Pruisische balken

De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.

Brieffragment vloerbalken

moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de
gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft
ontfange kan niet bedencke die so lange op wech
is, hoop se noch te rechte sal koomen,
wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst
en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij
uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte
so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot
salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,

Foto van een helemaal lege grote zaal. Er staan geen meubels, maar er hangen wel kroonluchters. De luiken zijn open en de zon schijnt op de houten vloer.
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?

Hollandse geldzorgen

Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?

Brieffragment belastingen voor het leger

sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure
hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid
daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt
had, dan wiert van men heere van hollant
versocht gistere merge haer vergaderin noch
bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en
gaet en maendach weer naer den haech om
dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn
het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck
vande finans niet wel konne verstaen daer moet
gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen
wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander
reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]

De hofvijver met daarin de gebouwen van het Binnenhof met de weerspiegeling van de gebouwen op het water. Op de achtergrond bomen en de grote of St Jacobskerk.
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.

Buitenlands nieuws

Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.

Eerste brieffragment buitenlands nieuws
Tweede brieffragment buitenlands nieuws

[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat
den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur
naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat
hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen
en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam
naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat
sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van
sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock
van Een houlijck tuschen de soon vande bischop

van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin
=ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits
in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een
maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn
weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]

Plattegrond van Parijs met de omliggende velden.
Plattegrond van Parijs, naar Johannes de Ram, ca. 1668-1685. Collectie Rijksmuseum.

Fritsje heeft heimwee

Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.

Brieffragment droevige Frits

[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa
niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt,
preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige
dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij
seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt
volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en
beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de
Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij
kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op een terras met een balustrade zitten onder een klimplant een oudere man, een jongere vrouw en een kind aan tafel. Rechts van de tafel staat een jongen met iets in zijn hand. Op de voorgrond een vaatje met twee kannen erin. Op de achtergrond een heuvel met daarop een kasteel.
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    proviand
  • 2
    verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst)
  • 3
    groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal
  • 4
    Dieren
  • 5
    militie: leger
  • 6
    personele belasting: persoonsgebonden belasting
  • 7
    reëel; reële belasting is een belasting op zaken
  • 8
    Pieter van Wassenaer van Starrenburg
  • 9
    Ambassadeur
  • 10
    Jacob van Wassenaar van Obdam
  • 11
    Denemarken
  • 12
    De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg
  • 13
    Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af
  • 14
    Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III
  • 15
    Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje
  • 16
    Joan Carel Smissaert
  • 17
    De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog

Nieuw jaar, nieuwe kansen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.

Brieffragment land van Verweij

[rec. 29. Januarij.]
Ameronge den
20/10 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese
weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie
fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom
mende maendach geinstaleert werden, het
lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien
honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie
van van heetere wt den haech krijch sal ick
de duijsent duijketons tot wttrecht bij den
ontfanger de leuw ontfange en verweij daer
wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]

Een landschap vanuit een hoog punt. Op de voorgrond een wandelaar op een pad met een hond, Daarachter zit een groepje mensen in de berm. Rechts bomen, links een boerderij met daarvoor een paard en wagen. Verderop in het heuvellandschap de toren van de Andrieskerk en het dak van Kasteel Amerongen.
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.

Weersomslag

Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.

Eerste brieffragment weersomslag
Tweede brieffragment weersomslag

heeft konne beginne, wij hebbe deese winter
tot noch toe seer sachtges door gebracht met
mistige en donckere daege weijnich sneuwe
en vorst, dan deese weeck Een ongemeene
storm wt den weste daer gevreest heb van
te sulle hooren, met Een wassent water
dat ontrent Een voet ondert nieuwe
klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent

valle quam waer door men geloofde dat Eenich
door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het
welck men seijt booven doesburch te weesen
onse duijve gaete sijn noch onder water ent
selfve is weer aent wasse is deese nacht
op den rhijn weer twee duim gewasse,
dat veel voor ons is, is dat met dien
stercke wint wt het weste niet Een
dropel water door Eenige van onse ven=
=sters is geslage maer sijn alle seer dicht
bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer
weer is bidt verseeckert te sijn dat niet
versuijmt sal worde int graefve of Eenich
ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]

Een mistige foto van het kasteel. Rechts het kasteel dat nog vaag zichtbaar is. De dubbele brug is goed te onderscheiden en ook de weerspiegeling daarvan in de gracht. Links een brug en een hek, op de achtergrond zijn nog heel vaag de contouren van bomen te zien.
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.

Horizontale neerslag

Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.

Op de balken van de zolder ligt een bergje sneeuw. Op de achtergrond de dakspanten en een houten trap
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Op de zolder ligt sneeu op een houten vloer. Voor het raam zit iemand met een muts op. Her en der staan emmertjes met vegers en sneeuw.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers

Pachters

Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:

  • het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
  • het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
  • het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
  • de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.

Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.

Brieffragment Pachters en land

[ock so doet], kon noch geen bouman tot
onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie
het huijs van korneelis tijse en het lant
daer achter ent lant vand huijch verweij
aen roellof de voerman verhuert voor 3
ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe
en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het
huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu=
=nisse die op de steenoven heeft gewerckt
met het lant dater aen hoort verhuert voor
36f int ijaer, het lant achter den haes
dat den oude ijanquint gebruijckt heeft
aen henderick wijne verhuert voor 18f
int ijaer, maer weer hier teegens is de
pacht vande lange waert wt en wille de
pachters die niet weer in huer hebbe als
met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat
ick niet doen wil hebt haer al 20f min
als voor dees gelaete, het welcke sij niet
wille aeneemen, so dat vrees wij die
waert aen ons sulle [moete houde hebse]

Twee boeren in een kantoor om belasting of pacht in natura te betalen. De klerk zit aan zijn bureau en draait zich om. Tegen de muur kasten met acten en boeken. De boer rechts heeft een kip bij zich, de ander leunt op zijn stok.
De pachtbetaling, Quirijn Brekelenkam, 1660-1668. Collectie Rijksmuseum.

Een zware overval van ziekte

Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven.
Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.

Brieffragment zieke Godertje

[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm
met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht
dage Een swaere overval van sieckte bestaende
in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine
tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere
sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese
merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee
=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]

Het zieke kind. Een moeder zit met een kind op haar schoot. Links op een tafeltje staat een pot met een lepel, rechts liggen kleren en een muts op een stoel. Aan de muur hangen een landkaart op rollen en een schilderij met een kruisiging.
Het zieke kind, Gabriël Metsu, ca. 1664 – ca. 1666. Collectie Rijksmuseum.

Den Haag

Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.

Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.

Brieffragment Van Ginkel en Philippota naar Den Haag

[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de
heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt
ick met haer naer den haech had gegaen maer
ben gereesolveert deese winter hier in stillich
heijt te passeere en teegens paesche voor Een
korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun
ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet
wil gaen, haer man is inde haech omt gou=
vernement van wttrecht te versoecke mij
verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]

Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
Het huis van Godard Adriaan en Margaretha aan de Kneuterdijk in Den Haag, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen, Het Utrechts Archief.

  • 1
    assignatie
  • 2
    Klokslag: Noodpeil
  • 3
    Doorbraak

Hardsteen per schip, de steenhoven in een dip

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 april 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha is even van de lijn geweest. Ze was acht dagen van huis, waarschijnlijk naar Den Haag. Bij terugkeer in Amerongen is er goed en slecht nieuws.

Meer schepen met hardsteen

Het goede nieuws is dat ze daar steenhouwer Jan Prang heeft getroffen die net met de volgende twee schepen met hardsteen uit Bremen in Edam was aangekomen. Ook die hebben dus, God zij dank,de storm overleefd en dat brengt het totale aantal veilig binnengekomen schepen met hardsteen op vier, samen met de twee die al bij de Vaart in Vreeswijk liggen en waar de nieuwe nu ook naar toe varen. Nu nog wachten op nummer vijf en zes.

Brieffragment schepen met steen

Ameronge den
9 April 1677
[rec. 12 dito]

Mijn heer en lieste hartge
ick ben gistere weer hier gekoome alwaer alles
wel heb gevonde en ock ijan prang die Eergistere
met noch Een knecht hier is gekoomende seijt dat
dertwee scheepe met hartsteen met hem tot
Edam behoude en wel waeren aen gekoomen
daer hij se heeft gelaeten dan gelooft die nu
alledaech aende vaert staen te koomen, dan
sulle wijder vier hier hebbe en konne godt
niet genoech dancke daer die sulcken storm
hebbe wtgestaen dat sij behoude sijn overgekoome
hoope de resteerende twee scheepe almeede wel sulle
arijveere, [merge verwachte ick rietvelt met]

Buitenhaven (rede) te Edam. Op een woelige zee varen wat kleinere zeilscheepjes met de zeilen gehesen, daar tussen ligt het Amsterdamse VOC schip "De Alida" voor anker met aan weerzijden sloepjes. In het linker sloepje zitten diverse mannen. Op de achtergrond links een kade met een soort vuurtoren en rechts daarvan de skyline van Edam.
De haven van Edam, Dk. de Jong en M.Sallieth, 1780. Collectie Noord-Hollands Archief

Steenoven ingestort

Minder goed nieuws is dat de storm en het hoge water een deel van de steenoven heeft vernield. Die moet dus eerst opnieuw worden opgemetseld. Tot nu toe was het toch te koud weer om de stenen te vormen, en in de tussentijd zorgt Margaretha wel dat er vast aarde heen wordt gebracht. Dan is er straks weer baksteen voor Rietveld en zijn mannen om de gewelven te maken.

Brieffragment steenoven

merge verwachte ick rietvelt1Cornels Rietvelt, de bouwmeester met
sijn volck die aent werck sulle gaen, tis hier
alledaech suer kout weer dat ons belet aent
vorme vande steen te beginne maer laet vast
Aerde daer toe rijde, en kalck beslaen voorde
metselaers, te weete voor rietvelt het heelle achterhooft vande steen
oven is doort hoochge water en stercke winde
omveer gestort die ick weer moet laeten op
metselen en in leem sal laete legge, [so sijn ock al de tuijne op de waerde]

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum

Drijvende tuinen?

Door het hoge water zijn ook alle “tuinen” in de uiterwaarden gaan drijven. Hoewel wij bij zo’n zin al snel een drijvende moestuin voor ons zien, gebruikt Margaretha het woord tuin hier waarschijnlijk in zijn andere betekenis, die van hek of afrastering. Het herstel zal een lieve duit gaan kosten, maar ja, ze zijn de enigen niet, iedereen heeft er last van. In de acht dagen dat Margaretha afwezig was heeft het werk zich trouwens wel opgestapeld. Als de kat van huis is…. Het stijgende rivierwater biedt Margaretha wel hoop dat de nieuwe lading hardsteen niet hoeft te worden overgeladen omdat de diepgang van de schepen niet verminderd hoeft te worden.

Brieffragment wateroverlast

[metselen en in leem sal laete legge,] so sijn ock al de tuijne2Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits. op de waerde3uiterwaarden

gaen drijfve daer wij vrij wat koste aen hebbe maer
wat kamen doen wij sijnt alleen niet tis over al
so gestelt, ick vindt hier de hande vol werck, tis
van daech acht dage dat ick wt gegaen ben, in
die tijt isser haest niet gedaen, nu moetenser weer
reppen, het water op de reevier is weer fraeij
aent wasse4steigen hoope de twee laeste scheepe met
de hartsteene sulle konne op koomen sonder
die te verscheepen, [ick heb laest vergeeten]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

De Heer geve Zijn vrees aan regenten

Willem III heeft in de Staten van Utrecht alle leden van het Eerste Lid op hun post laten zitten. Alleen Gerard van de Nijpoort is vervangen door Everard van Weede van Dijkveld. Dijkveld had nog maar drie jaar geleden, kort na het rampjaar, juist het veld had moeten ruimen vanwege zijn slappe opstelling. De andere leden van het Eerste Lid waren het er niet mee eens, maar het schijnt dat de 40.000 gulden die de graaf van Waldeck heeft gekregen een rol heeft gespeeld. Het is een enorm gedoe. De Heer Almachtig moet de heren regenten maar veel wijsheid, bedachtzaamheid, en, vooral (!) vrees en ontzag voor Hem geven. En aan Godard Adriaan Zijn bescherming.

Brieffragment Utrechts wanbeheer

[heeft ontfange twee hondert gul,] uhEd sal ver=
=staen hebbe hoe dat sijn hoocheijt alde heere int Eerste
lidt heeft gekontiniweert5continueren: laten zitten en den heer van dijck
=velt in plaets vande heer nieupoort weer int
Eerste lidt geset, het Eerste was so niet gemeent
maer geloof de 40000f die de graef van waldeck
heeft gekreechge daer veel toe heeft gedaen, het
gaet daer so vreeslijck toe dat Een schrick is
te hoore, de heer almachtich wil de heere reegente
wijsheijt en voorsichticheijt en voor al sijne vreese
geefve in wiens bescherminge uhEd beveelle blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een man met een bos kroezend haar tot over zijn schouders. Hij draagt een harnas met een kanten kraagje en kanten manchetten en een sjaal om zijn middel. In zijn handen een maarschalksstaf. Hij kijk geamuseerd naar de toeschouwer, terwijl achter hem oorlog gevoerd wordt.
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Cornels Rietvelt, de bouwmeester
  • 2
    Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits.
  • 3
    uiterwaarden
  • 4
    steigen
  • 5
    continueren: laten zitten

Het deugt daar niet…

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 april 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 mei 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met drie à vier tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat.

Bij stukjes en beetjes

Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.

Eerste pagina van de brief

rec. 2e may in Hamburg
wt Amsterdam
den 28 April 1673

Mijn heer en lieste hartge

hier koomende wist den ontfanger nergens minder
van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor
so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te
voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens
banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb
hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij
gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul
4410f heeft betaelt ende resteerende penin
ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde
toekoomende weeck te betaelle, maer tot de
betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f
kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel
Een maent of twee sal aenloope Eer mij die
betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor
hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt
lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick
blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent
gul genoome te hebbe men sou niet geloofve
wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie
krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal
niet versuijme het selfve so veel inte vorderen

Christus passeert met zijn leerlingen de tollenaar Matteüs en vraagt hem hem te volgen. Matteüs staat op van zijn bank en verlaat de tafel waar hij belasting int. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de Bijbeltekst in Mat. 9:9. Deze prent maakt deel uit van een album.
Roeping van (de tollenaar) Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum

Financiële verantwoording

Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.

Brieffragment over het geld voor Den Haag

alst doenlijck sal sijn, bidt niet qualijck te neeme
dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent
gul mee naer den haech sal neeme om aldaer
de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin
te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine
inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije
vande lest ontfangene 6000f wat daer meede
betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick
hier in hande van onsen drost om als hijt verde
=re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome
het saeme aen teminck sal telle het welcke
dan de som van vier duijsent sul sal sijn so
haest salder geen gelt vande leste ordinansi
ontfange worde of salt almeede in hande van
teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt
sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke
wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]

Alles naar de pakzolder

Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.

Eerste brieffragment over pakzolder
Tweede brieffragment over pakzolder

[wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet
dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier
naest de deur tot Een maeckelaer genaemt
raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de
maent gehuert heb voor 5f ter maent
altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons
en de vrou van ginckels silver koffers met sil=
=ver En ons kastge met transporte briefve
en noch twee vande kistges met vande nodichste
briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin

houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne
Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa
=ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier
nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer
betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn
goet noch niet inden haech wagen, 5f ter
maent kan gaen, [men is hier seer bekomert]

Links de achtergevels van de Engelsche huizen en de Doelensluis; in het midden de huizen staande aan de Doelenstraat; geheel rechts op achtergrond de Halvemaansbrug met daarachter het Diaconie Weeshuis en rechts op voorgrond, hoek Kistenmakergracht. Techniek: ets in kleurendruk (Teyler-procedé), ten dele handgekleurd.
De Binnen Amstel, gezien vanaf de Muntsluis ca. 1690 Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Friesland in gevaar, Brandenburg haakt af

Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.

Brieffragment over alle aanvallen op de Republiek

[maent kan gaen] men is hier seer bekomert
en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in
te breecken daer om daer volck gesonde sal
worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde
plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle
niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de
heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige
verlossine geefve, de sweetse Ambasadeurs seijtme
dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer
Acken, men kontiniweert noch te segge dat de
keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend heeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou
=we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede

Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.
Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.

Amsterdam laat het hoofd hangen

Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.

Gezicht over het IJ op de Amsterdam met van links naar rechts het Oost-Indisch Zeemagazijn op Oostenburg, de pakhuizen bij ‘s Lands Werf op Kattenburg, de Oosterkerk op Wittenburg en rechts het poortgebouw van ‘s Lands Werf. Op de voorgrond een roeiboot en daarachter een paar zeilschepen. Het IJ is vol met boten en bootjes. Net geen Sail Amsterdam.
Gezicht over het IJ op de oostzijde van de stad, Pieter Idserts Portiers, ca. 1750. Collectie Stadsarchief Amsterdam
Eerste brieffragment over de Amsterdamse kooplieden
Tweede brieffragment over de Amsterdamse kooplieden

uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en
hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees
stat meest bedurfven is de kooplie weeten
niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich
die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge
brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om
dat hamburch sonder defensi is, het minste

datter sal koome dat die stat sal wt geplondert
worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle
blijfve, [de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet]

Oorlogsvloot voor Pampus

De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.

Brieffragment over de oorlogsschepen

[blijfve] de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet
maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus
daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder
wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck, [het doet]

Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.
Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710. Collectie Rijksmuseum.

Sommelsdijkje zwanger van Labadie?

We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.

Brieffragment over de labadisten

[de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van
someldijcks9Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een
woort gehoort salder nae verneeme so haest ick
weer inden haech koom maer geloof niet datsij
wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat
juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is
swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe
ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,

“Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.

Bruin getekend medaillon met daarin het portret van een man met een mager gezicht met een flinke neus en een kleine kin met een baardje. Hij heeft een soort bloempotkapsel. Hij draagt een cape waar hij net zijn rechterhand in steekt. Onder de cape een jasje met veel knoopje en een witte, eenvoudige kraag. Links boven de medaillon een doornenkrans, rechtsboven een lauwerkrans. Onder de medaillon hulstblaadjes een kastanje in de bolster en een roos. Onder het portret staat geschreven: LABADIE Door Larisse geteekent naar 't leeven. Met een haal en een inktvlek aan het eind.
Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan
  • 2
    Ordinantie: regeling, verordening
  • 3
    Binnen Amstel
  • 4
    Friesland
  • 5
    aanvallen,
  • 6
    Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend
  • 7
    Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st)
  • 8
    Pampus
  • 9
    Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk
  • 10
    Maria van Aerssen van Sommelsdijk
  • 11
    Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte

Om de hete brij heen draaien

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 februari 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 4 maart 1673 Minden
Lees hier de originele brief

Margaretha begint haar brief maar weer eens met het klagen over de post. Het duurt maar en het duurt maar en Franco Bisdommer speelt de vermoorde onschuld. Er is iets wat niet klopt, maar Margaretha komt er maar niet achter wat.

Brieffragment over de post

tis toch in deese meer als bekomerde tijde wel bedroeft
dat de briefve so lansaem overkoome ick vreese wel
datter Eits onder schuijlt maer kander niet achter
koomen, heb bisdomer verscheijde reijse daer over ge
sproocke ent hem geseijt, die hooch en laech antwoort
datter sijn leefve aen hinck se niet seeckerder noch
beeter en weet te bestelle [hij leevertse de post die]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Geld

En natuurlijk komt de niet gevoerde slag van de Brandenburgse troepen tegen Turenne weer aan bod. De legers willen alleen maar vechten op het moment dat de subsidies betaald moeten worden. Het draait allemaal alleen maar om geld. Eerlijk is eerlijk, ze gooit er wel weer een paar mooi ‘Margarethiaanse’ gezegdes tegenaan. Waarom gebruiken we “Een lege beurs maakt een berooid hoofd” en “Ze bijten in de stok zonder te zien wie hem werpt” eigenlijk niet meer?

Brieffragment over de Brandenburgse troepen

[maer dat het noch al als voor deese is,] teegens
dat de maent vande subsijdi peninge verschijnt
dan schijnens wat te wille doen als dat over is
so hapert het aent Een of aent ander, so spreeckt
het volck dickmael met onverstant en bijten inde
stock sonder te sien wie die werpt , het schijnt
dat Een leege beurs Een beroijt hooft maeckt dat
ick vrees der niet op sal beeteren, want men
geeft veel en siet geen hoop van Eenich ontset
der vijande, [de kapijtaelle leenine die voor ons]

Over geld gesproken: Margaretha’s (en dus ook Godard Adriaans) financiële situatie blijft complex. Margaretha heeft de schulden allemaal afbetaald, maar er komen weer belastingheffingen aan. Honderden guldens is ze kwijt. De zadels zijn ook helemaal afbetaald. In Utrecht worden nu inwoners belast voor hun familieleden die veilig achter de waterlinie zitten. Komen je broers niet thuis? Jammer! 1.400 gulden. Zit je zus in Rotterdam? Ook al is ze getrouwd met een Rotterdammert? Pech! 18.000 gulden. Heb je je vrouw en kinderen in veiligheid gebracht? Kassa! 24.000 gulden. Je zal maar onder zo’n koning moeten leven.

Blauw gestucte boerderij waar met balken (soort vakwerk). In het midden een groot raam met houten luiken en rechts daarvan een houten deur. Helemaal links een iets kleiner raam met luiken en rechts een klein raampje met luiken. De boerderij heeft een rieten dak. Ervoor een houten hekje en een moes- en kruidentuin. Achter de boerderij is bos.
Een los huus of los hoes. Een boerderij uit Herreveld. Collectie: Openluchtmuseum. Bron: Collectie Gelderland.

Oogst

Ursula Philippota is eigenaresse van het Huis Herreveld (Achterhoek) met bijbehorende landerijen. De rentmeester heeft de opbrengst van het landgoed voor 400 gulden verkocht. Helaas zijn de Fransen erachter gekomen en willen zij die 400 gulden hebben. Plus 1.800 gulden boete. Nu wordt verwacht dat Van Ginkel dat betaalt, maar waarvan? Alleen de Heer kan nog helpen.

Brieffragment over Herreveld

[=luckich sijn,] de heere vande kloese1Jacob Schimmelpenninck van der Oye heeft vande rent=
meester broen weegens de heere van ginckel van
koorn dat van harevelde quam en verkocht was
ontrent 400 f ontfange, dit is ondeckte of de franse
sijnt te weete gekoome, hebben den heere vande
kloese boofve die 400 f noch 1800 f tot boete doen
geefve dit pretendeert hij vande heer van gincke
weerom te hebbe, waer hij dit gelt ock bij Een
sal krijge weet ick niet in soma2kortom tis niet als
swaericheijt aen alle kante, de heere wil ons
te hulpe koome ick sie anders geen wtkomst

Hete brij

Margaretha heeft nog niks gehoord van de secretaris die bij de Fransen om uitstel en een lager bedrag ging vragen.

Brieffragment over de secretaris en de brandschatting

[sende,] ick heb noch geen antwoort vande heer
weesel noch van seeckreetaris op mijn briefve
waer in versocht s dat sij bij den intentant
veertien daege wtstel s tot de gedreijchde Ex
sekusie3Executie: uitvoering van vonnis van Ameronge of in het beloofve vande
3000 f soude versoecke, of mijn brief niet
overgekoome is weet ick niet hoor vant teen
noch tander niet Een woort, wil noch al het
beste hoope, [nu komt weer tijdine dat het parle]

Amsterdam of Den Haag

De oude vraag duikt weer de kop op: waar is het veilig? Het schijnt dat het parlement in Londen vergadert en dat Koning Karel II een vloot op laat tuigen en dat hij in het voorjaar ergens wil landen. Is Den Haag veilig genoeg? Moet Margaretha dan toch maar weer een huis zoeken in Amsterdam?

Eerste brieffragment huis in Amsterdam

beste hoope, nu komt weer tijdine dat het parle
=ment tot londen vergadert sijnde met groote
animeusiteijt4Animositeit: vijandelijkheid begeert den koninck Een aensien
lijcke scheeps vloot sal doen equipeere om teegens

Tweede brieffragment huis in Amsterdam

het voorjaar in see te brenge , daertoe sij een merckelijcke som
ter maent voor acht maende lan hebbe gekonsenteert, so dat
=men niet twijfelt of sij sulle soecke te lande hoet ons dan
hier gaen sou staet te vreesen en weet niet of ick sal durfve
wagen of weer een huijs in Amsterdam hueren,

Ondertussen in Friesland

Volgens Margaretha liggen ze in Friesland overhoop. Ze schijnen een akkoord gesloten te hebben zonder medeweten van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, weduwe van de Friese stadhouder en regentes voor haar minderjarige zoon. Albertine Agnes heeft ondertussen wel een volksopstand voorkomen en het stadhouderschap van haar zoon veilig gesteld.

Brieffragment over Friesland

in vrieslant hebbense heel over hoop gelegen dat bedroeft
is in deesen tijt, nu seijt me het ackoort gemaeckt is en dat
sijt volkoome eens sijn dit is in d apsensi vande vorstin ge
ackordeert [te gronninge hebbense den heere rengers twee]

Een schelm

In Groningen wordt ene Johan Osebrandt Rengers op de pijnbank gelegd. Deze vriend van Johan de Witt wordt verdacht van verraad. Hoewel hij in werkelijkheid blijft ontkennen, heeft hij in Margaretha’s versie bekend gecorrespondeerd te hebben met de bisschop. Daarvoor moest hij wel twee keer op de pijnbank! Wat een schelm!

Brieffragment over Johan Osebrandt Rengers

[ackordeert] te gronninge hebbense den heere rengers twee
mael op de pijnbanck gehadt die bekend heeft dat hij
met den bischop heeft gekorespondeert denck wat en
schelm [nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben]

Op een oude tegelvloer staat iets wat lijkt op een bank. Een grote horizontale plak met aan deze kant twee gaten en overdwars een plankje met twee openingen. Werd iemand hier op zijn buik neergelegd en staken de voeten door de grote plank en werden met het plankje zijn enkels vast gezet? Er zijn nog twee plekken waar ook van die dwarsplankjes geplaatst zouden kunnen worden, maar die zijn leeg.
Stedelijke pijnbank, midden achttiende eeuw, collectie Stedelijk Museum Alkmaar, locatie stadhuis. Bron: Elsinga, J. / collectie Regionaal Archief Alkmaar

Finale

Ze kan niet zeggen hoe blij ze is dat Godard Adriaan verzocht heeft om naar huis te komen! Naar zijn getrouwe wijff…

Afsluiting

[schelm] nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben
dat uhEd versoeckt hier te mooge koome wij sulle
den anderen al veel verhaelle hebbe, ondertusche
blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

  • 1
    Jacob Schimmelpenninck van der Oye
  • 2
    kortom
  • 3
    Executie: uitvoering van vonnis
  • 4
    Animositeit: vijandelijkheid

Vrees en angst

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 februari 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 maart 1673 Minden
Lees hier de originele brief

Zo. Hèhè, poepoe, nounou. Het geld van de eerste ordinantie ter waarde van 6000 gulden is binnen! Margaretha is ervoor naar Amsterdam gegaan en is ten dele tevreden. Het is echt niet mogelijk om de tweede ook gelijk uitbetaald te krijgen, maar de ontvanger heeft beloofd dat dat geld begin maart komt. De belangrijkste rekeningen kan Margaretha betalen. Het is misschien handig om wat zilver om te wisselen voor goud, dat kan ze makkelijker meenemen als ze moet vluchten. De belastingen komen er ook weer aan. Geen woord over de brandschatting.

Feestvierende soldaten

Die arme neef van Wulven1Hieronymus van Tuyll van Serooskerken! Hij kwam thuis en toen zaten er 26 soldaten die hij moest trakteren. Zijn beste wijn werd gebruikt om vis in te koken! De reden? Hij had een paar stoelen van de heer van Amelisweerd in zijn huis staan. En het is strafbaar om spullen te bewaren voor gevluchte mensen. Toen hij verhaal ging halen bij de intendant, zij deze dat hij niet moest zeuren, want dat hij anders nog vijftig soldaten zou krijgen. Daarop werd hij gevangen gezet. Hij is inmiddels wel weer vrij, maar heeft wel 6000 gulden moeten betalen.

Brieffragment over de heer van Wulven

[verpondine vande huijse,] hier koomende seijt mij
den heer van suijle briefve van wttrecht te hebbe
hoe dat den heer van wulfve in sijn huijs wt ge
weest sijnde quam en vonter sesentwintich
soldaete in die hij middach en avont met vers
gestooft en gebrade fleijs en vande beste rinse wijn

Tweede brieffragment over de Heer van Wulven

moest trackteere die sij met keetels overt vier hingen
en koockten haer vis daer in, en dit om dat hij Eeni
=ge stoelle vanden heer van Ameeliswaert in sijn huijs
had, sij hebbe voordees doen afkundige dat niemant
Eenich gevlucht goet in sijn huijs mach berge of most
tent aengeefve, nu dit quam den heer van wulfe
heel wat vreemt voor die ginck aenstonts naer
den intendant en deed sijn beklach daer over
seijde hij Een geregent van die provinsi was dat
men hem so niet behoorde te trackteeren,
waer op tot Antwoort kreech dat sij geen reegente
en kende dat sij daer de reegente waere dat hij
heer van wulfve niet veel soude segge of Eert
ve avont sou sijn hem noch vijftich soldaeten
daer bij soude sende, daer op hebbense hem in
sijn kamer met vollenhoofve door soldaete doen
bewaeren, nu seijt me dat hij weer los is, doch dat
hij ses duijsent gul heeft moeten geefven, [onse]

Een gravure van allemaal mannen rond een tafel en ze hebben bijna allemaal een glas wijn in de hand. Ze zijn allemaal met andere dingen bezig. Op de voorgrond een bankje waar niemand op zit, maar er staat wel een halfvolle karaf op. Op de grond ligt een fles, een glas en andere rotzooi. Op de achtergrond zijn mannen aan het vechten.
Inwijding van een nieuwe Bentvueghel, Matthijs Pool ca. 1700. Collectie Rijksmuseum

Arm Amerongen

Ook in Amerongen gaat het niet goed. De secretaris zit gevangen in verband met een wanbetaling over de sauvegarde voor het dorp Amerongen. Over de afgelopen twee maanden had er nog 760 gulden betaald moeten worden. Het zint Margaretha niks. Het gaat slecht in het dorp, er is bijna niemand meer. Huibert van Velpen, die er nog wel is, durft overdag niet in huis te zijn. Hij verschuilt zich dan achter heggen en struiken.

Brieffragment arm Amerongen

[hij ses duijsent gul heeft moeten geefven,] onse
seeckreetaris godert doorslach hoor ick hier
dat sij ock om de wan betaelin vande brant
schattin vast die sij ter som van 760f over
twee maende van ons dorp wille hebbe, vast
hebe geset dat mij seer bekomert en weet niet wat
hier in sal doen, het dorp sijn meest al de
mensen wt dat kan niet geefve huijbert
van velpe derf bij daech niet in sijn huijs blijf
vebercht hem achter hechge en struijcke, och
wat miseerij is dit, en wie siet noch Eens
Een wtkomst, [den heer schadee heeft door den]

Utrecht en Gelderland

Als je van de bezette gebieden naar Holland wilt, moet je een borg betalen zodat je terug komt naar Utrecht of Gelderland. Dat geldt zelfs voor vrouwen. Vrouwen en kinderen die in veiligheid gebracht zijn achter de waterlinie, moeten weer naar de provincie komen. Als ze dat niet doen, staan er zware straffen op.

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

De militaire plannen van de Prins van Oranje zijn door de wisselvalligheid van het weer in duigen gevallen. Het is de vraag wanneer hij weer wat kan ondernemen. En die arme mensen in Utrecht en Gelderland, die verlangen naar verlossing als een visje naar het water.

Brieffragment over Utrecht

[komt hij der wt ]sij laeten niemant wt wttrecht of
gelderlant gaen sonder borch te stelle datse
weer sulle koome ijae ock geen vrouwe, nu
de burgemeester hamel2Nicolaas Hamel seijt me dat in wttrecht
gemist wort of hij wt geraeckt is weetense niet
nu hebbense weer Een plakaet laeten wt gaen
waer bij se begeere dat al de vrouwe en kinder
die buijten die provinsie sij daer weer in
moete koome op swaere peene, [het heeft sijn hooch]

Brieffragment over het visje in het water

[hoopen] ondertuschen sitten die arme mense
int sticht van wttrecht en gelderlant en ver
lange als Een visge naert water om verlost
te mooge worden, [hier in deese stat heeft me]

Ieren en Schotten

In Amsterdam zijn Ieren en Schotten opgepakt die door intendant Robbert betaald waren om de schepen die in de stad aan wal liggen in brand te steken. De stad is aan een ramp ontkomen.

Brieffragment over de Schotten en de Ieren

[te mooge worden,] hier in deese stat heeft me
ock Eenige schotte en ijeren gevange die so sij
selfs al bekent hebbe om gekocht waeren van
prins robbert om hier al de scheepen die
aende wal legge ent oostindis huijs aen
brant te steecken dat geen kleijne schae sou
geweest [sijn de heer almachtich wil ons en]

Op de voorgrond een deel van de Dam, waar de vismarkt werd gehouden. Daarachter het Damrak, de laatste binnenhaven van Amsterdam, met op de achtergrond de schepen op het IJ. Rechts, boven de huizen, de toren van de Oude Kerk. Op de Dam is een optocht van de schutterij aan de gang, ook geheel links ziet met schutters marcheren.
Het Damrak naar het noorden gezien, Jacob Isaacksz. van Ruisdael, 1670-1675. Collectie Amsterdam Museum. Het Damrak was de laatste binnenhaven van Amsterdam.

Vrees en angst

Kennelijk is Margaretha bang dat Godard Adriaan ondanks al deze verhalen de ernst van de situatie niet begrijpt. Vanuit Den Haag lijkt het alsof de situatie in Amsterdam beter is, maar nu ze daar is weet ze beter. Ze benadrukt dan ook dat het niet uit maakt waar je zit: iedereen zit in vrees en angst en je bent nergens veilig. Ze hoopt, nee, ze bídt dat de verhalen over een overwinning van het Duitse leger waar zijn. Dat zou in ieder geval hoop geven: de mensen zijn zo wanhopig dat ze liever alles wat ze hebben achterlaten, dan zo te leven.

Brieffragment totale wanhoop

[der niet van kan weeten,] waer men is men sit in vrees
en anckts en nergens haest seecker, hoewel men hier noch
duijtse troeppees hebe gedaen dimen seijt so nae aende vijant
geweest te sijn dat qualijck moogelijck is of moeten aen
dat se 3000 van tureijnens volckeren totaEliter hebbe ge=
slaechge, hetwelcke de heer wil geefve dat waer mochte
sijn och dat sou wat moet geefve, de mense worde so dis=
=peraet datse segge liefver alles te laete wat sij inde
werlt hebbe als so langer te leefven, [de heer almachtich]

Een staand persoon, links in profiel, de handen opgeheven, het gelaat driekwart naar links.
Vrees, Pieter van den Berge, 1675 – 1737. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hieronymus van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    Nicolaas Hamel

In Den Haag

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 oktober 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 november 1672 Bergen
Lees hier de originele brief

Margaretha is met de vier kleinkinderen in Den Haag aangekomen. En wat fijn! Den Haag is hun eigen huis, daar is ze thuis. Bovendien lagen daar twee brieven van haar man. Wat is ze blij te lezen dat het hem goed gaat.

Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
Het huis aan de Kneuterdijk, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen, bron: Het Utrechts Archief.

De troepen kom in beweging

Haar zoon Godard is gisteren een halve dag langs geweest, hoewel hij daarna weer snel naar zijn kwartier terug moest. Hij kon haar niet veel vertellen over de gang van het leger van zijne hoogheid. Mogelijk marcheren ze naar Maastricht, zodat de Maas omsloten kan worden, maar ze weet er het bescheijt niet van (ze weet het niet zeker). Moge de Heer maar met ze zijn en het succes beter dan bij Woerden en Naarden.

Brieffragment over Van Ginkel

[lotteringe soude gaen,] de heer van ginckel is gistere
hier geweest doch maer Een halfve dach, is weer nae
sijn quartier, heeft patent1Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan om van daech met
loefvingi2Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont en meest aldere kompangie ruijterij te
marscheere waer heen weet men niet somige segge
naer maestricht of die kant om de maes te sluijte
doch hat rechte bescheijt weet3Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten men niet, int leeger
van sijn hoocheijt wort ock groote preeperaesie ge
maeckt tot het Een deseijn4Dessein: plan oft ander, [de heer]

Utrecht blijft voorlopig Frans

Margaretha maakt zich ontzettend druk over hoe het ze de komende winter zal vergaan. Iedereen is seer swaerhoofdich en aprehendeere (vrezen) zeer dat Utrecht nog lang onder Franse bezetting zal blijven. Er zijn zo’n 15.000 tot 16.000 Fransen in het land en binnen Kuijlenburg (Culemborg) zeker nog 4.000.

Eerste brieffragment over de bezettingsmacht

de, och ick ben weer so bekomert hoet ons deese
winter noch gaen sal Een ijder is seer swaerhoof
=dich en Aprehendeere5Apprehenderen: duchten, vrezen seer dat wttrecht so lange
frans blijft, hier int lant houtmen voor seecker

Tweede brieffragment over de bezettingsmacht

dat noch wel 15 a 16000 franse sijn binne kuijlenburch6Culemborg
is noch over de 4000 man, en sij vechten seer alster
opt aen komt, [noch heb ick de ordinansi van ses]

Tekening van een kasteel met een trapgevel midden voor, drie ramen breed, twee verdiepingen en twee in het dak. Midden in een deur die open staat en waar een bordestrap naartoe gaat. Het deel met de trapgevel staat haaks op het gebouw, we zien de zijkant van het zadeldak met links en rechts ook weer een trapgevel. Dit dat en de gevels zijn iets lager dan de voorgevel. Het deel overdwars steekt één raam uit bij de voorgevel. Achter dit gebouw staat nog een toren. Op de voorgrond een voorplein met een muur voor het kasteel. Links een torentje, rechts een poortgebouw, waarvan de helft van de poort zien. Daarachter staat ook nog een torentje.
Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum. Dit huis lag op een steenworp afstand van Kasteel Amerongen. Het landgoed bestaat nog steeds, het huis is aan het eind van de tweede wereldoorlog gebombardeerd.

Zuylestein

Nadat Margaretha haar man op de hoogte gehouden heeft van haar vorderingen om de vergoeding voor zijn werk te krijgen, sluit ze haar korte brief af. Ze bedenkt zich kennelijk en schrijft er nog een pagina bij. De troepen van die arme Zuylestein moeten verdeeld worden. Weer zit er geen echte promotie voor haar zoon in. Hij wordt in naam eerste brigadier, maar hij heeft natuurlijk meer verdiend. Gelukkig heeft Zijne Hoogheid iedereen die het horen wilde verteld over Van Ginkel’s heldendaden bij Vreeswijk. Aan het eind van de brief merk je toch dat Margaretha best ontdaan is over de dood van de buurman in Amerongen: de mensen spreken kwaad van hem en zeggen dat hij dronken was. Kennelijk is ze blij dat hij de laster zelf niet mee krijgt, want ze eindigt met: ‘hij is gelukkig dat hij dood is’.

Brieffragment over Zuylestein en de complimenten van Zijne Hoogheid voor Godard van Reede van Ginkel

sijn hoocheijt heeft het gouvernement van Breeda aen den jonge rhijngraef7Karel Florentijn van Salm
so men seijt gegeefve ent reesgement van de heer van suijlisteijn8Frederik van Nassau-Zuylestein
aende graef van waldijck9Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg , de graef van hoorn10Willem Adriaan van Horne seijtme dat noch
Een kompagni heeft gekreegen, voor die liede reegent het nu
gout de heer van ginckel is mij vandaech geseijt dat sijn hoocheij
de Eerste breegadier heeft gemaeckt als men hem geen mercke
ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe,
hier koomende seijt men mij dat sijn hoocheijt aende gekomiteerde
raede van hollant heeft gescheefven hoe wel hem den heer van
ginckel heeft gedrage niet alleen inde acksi aende vaert11Vaartse Rijn bij Vreeswijk maer
ock hoe dat hij in de tijt van 14 dage sijn wercke hem aen be=
voolle heeft heel loflijck opgemaeckt daer andere wel Een
maent en langer over hebbe gewerckt, dit wort bij men heere
van hollant so mij geseijt wort heel wel en tot groot lof van
hem op genoome
tis ongelooflijck so qualijck men hier vande heer van suijlisteijn
spreeckt veel segge dat hij heel droncke was doen den aenval op
sijn quartier geschiede hij is geluckich dat hij doot is

  • 1
    Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan
  • 2
    Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont
  • 3
    Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten
  • 4
    Dessein: plan
  • 5
    Apprehenderen: duchten, vrezen
  • 6
    Culemborg
  • 7
    Karel Florentijn van Salm
  • 8
    Frederik van Nassau-Zuylestein
  • 9
    Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
  • 10
    Willem Adriaan van Horne
  • 11
    Vaartse Rijn bij Vreeswijk

Een koortsachtige verhuizing

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 21 oktober 1672 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 oktober 1672 Bergen
Lees hier de originele brief

Oh, oh, de troepen, de troepen. Waar blijven ze? De mensen verlangen er zo naar. Zonder de troepen van de keurvorst komt er geen verlossing, zo wordt gekermd. Margaretha noemt desalniettemin het leger van Willem III een ‘schoon leeger’, dat met het laatste treffen alsnog koraesgeuslijck heeft gevochten, ofwel fier heeft gevochten.

Vuursteenpistool met roterende lopen. Het slot bestaat uit drie platen: een achterplaat met het slotmechanisme en de twee voorplaten met elk een pan en een vuurstaal; de haan is versierd met ajourwerk; het slot is gegraveerd en gebeiteld in bas-reliëf met bloemen, bloemenranken en een slang; de haanschroef heeft een kop van verguld geelkoper; signatuur op de voorplaten. De twee boven elkaar gemonteerde lopen zijn gedamasceerd in goud met drie groepen bladerranken op een geblauwde ondergrond: achterop, in het midden en bij de tromp. De kolf van palissanderhout bestaat uit twee delen: de gegroefde voorlade, aan een kant voor de laadstok, en de greep. Het ijzeren beslag is op dezelfde manier versierd als de lopen en bestaat uit twee laadstokkokers, een lusvormige trekkerbeugel met een pal voor het draailoopmechanisme, een S-vormige schroefplaat gegraveerd met twee verstrengelde slangen en een band om de kolfkap gedamasceerd met arabesken; de ebbenhouten laadstok is voorzien van een ijzeren kap met dezelfde versiering als de laadstokkokers.
Dubbelloops vuursteen-draailoop-pistool, Michel de la Pierre (toegeschreven aan), 1645 – 1650. Collectie Rijksmuseum

Problemen in Woerden

Maar het loopt zeker niet gesmeerd, ook nu heeft Margaretha weer meer informatie dan in haar vorige brief. In Woerden bleek men amper een goede kogel in bezit te hebben. Of ze waren te klein, of te groot, wat het raak schieten van de vijand nogal bemoeilijkt. Margaretha vindt dat zijne hoogheid niet fatsoenlijk wordt gediend. Angstig en onzeker blijft ze ook door de geruchten: afgelopen nacht zou er met kanonnen zijn geschoten en mogelijk zouden de Fransen bij Muiden staan. Maar zeker weten doet ze het niet.

Brieffragment over de legers van de keurvorst en van Willem III

[somige wille segge naer lotterine,] uhEd sou
niet geloofve hoe wonderlijck de liede hier
spreecke, en so verdrietich veelle worde doort lan
ter deese en achterblijfve van die troeppees
want men hier sonder de selfve geen verlossi
en siet, hoewel men hier nu Een schoon leeger
bij Een heeft en ons volck so voor inde laeste
reijnkontere1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde als aende vaert2Vaartse Rijn bij Vreeswijk ge=
toont hebbe wel en koraesgeuslijck3Courageuselijk: vol goede moed te vechte
so schijnt dat de deesorderees noch aldaer sijn
want hoewel den goede heer van Suijlisteijn4Frederik van Nassau-Zuylestein
het met sijn leefve betaelt heeft spreeckt men

Tweede brieffragment over de legers van de keurvorst en van Willem III

noch seer dat sijn nonsilansie5Nonchalance alleen oorsaeck van
dat ongeval van voor woerde is geweest, daer hij
door sijn hoochheit genoech van gewaerschout was
ock doent geschut voor woerde quam seijt men
datter niet een kogel was daer men terdee
ge mee kost schieten of se waeren te groot
of te kleijn en meer diergelijcke abuijsen6Abuis: vergissing, dwaling
in soma sijn hoocheijt wort niet wel gedient
en wij al te saemen blijfven in den druck,
men heeft deese voorleedene nacht hier seer
met grof kanon hooren schieten, somige
wille segge dat de vijant voor muijen soude sijn
maer kan de waerheijt niet weeten, [so dat al]

‘Een schip vol goet’

Ondertussen bereidt Margaretha zich voor op de verhuizing naar Den Haag. Een maand geleden heeft ze al een schip gehuurd en dat is gisteren vanuit Amsterdam vertrokken naar het huis op de Kneuterdijk. Ze hoopt vandaag zelf met de kinderen te vertrekken. Maar ook hierin vindt ze tegenslag, want haar hoofd van de huishouding mevrouw Visbach en haar kamenier Angenis hebben beiden een brandende koorts te pakken. Omdat ziekte in de 17e eeuw onvoorspelbaar en gevaarlijk was, heeft ze veiligheidshalve de kinderen al buitenshuis onder gebracht.

Brieffragment over de ziekenboeg en de verhuizing

[=ren sal,] gisteren heb ick Een schip vol goet
naer den haech gesonde, meen met godts hulp
vandaech met de kindere te volgen om die
daer te brenge also mijn dochters bisbach
en haer kamenier Angnis, heel dootlijck sieck
sijn geworde aen seer heefvige en brandende
koortse se slaen met roode vlacke wt, daerom
ick de kindere gistere al ten eerste wt den
huijs heb gedaen ender voort mee naer den
haech gaen [hoope de heer almachtich ons]

Rechts een brede trekvaart die een bocht naar links maakt, aan de buitenkant van de bocht staat een molen met daarnaast een huis en een schuur. Over de kant loopt een paard met een ruiter erop. Het paard trekt een trekschuit die net zichtbaar wordt vanuit de bocht. Rechts op het water een roeibootje, links op de kant een grote statige boerderij of een bescheiden stenen huis.
Gezicht op Leidschendam met een trekschuit, H. Tavenier, 1784. Collectie Haags gemeentearchief
In Holland lag een netwerk van trekvaarten. Of Margaretha een trekschuit inhuurde weten we niet, maar waarschijnlijk kwam het schip wel langs Leidschendam.

Waar blijft het goedvinden?

Dit brengt haar ook op het volgende onderwerp: moet het huis in Amsterdam worden aangehouden tot in ieder geval de komende winter? Op het moment huurt ze De Gulden Troffel, maar door alle onzekerheden over het huis in Amerongen en de onrust in Den Haag weet ze niet of het verstandig is haar veilige haven in Amsterdam op te zeggen. Al meerdere keren heeft ze Godard om zijn goedvinden voor dit plan gevraagd, maar tevergeefs, ofwel háár brieven met deze vraag, of zíjn brieven met zijn antwoord, komen niet aan.

Een zadel met een hoge boom met koperbeslag en (edel?)stenen, op het zadel ligt een rood dek met gouddraad geborduurd. Het zadel ligt op een grote rode deken die de suggestie wekt op een paardenrug te liggen.
Pools officierszadel uit de 17e eeuw in het Pools Leger Museum in Warsaw. (bron: Wikipedia)

En die onzekerheid geldt voor meerdere onderwerpen: de manden met zadels en ander paardentuig blijven ook in deze brief niet ongenoemd. Het is nu precies een maand geleden dat ze vanuit Hamburg verzonden zijn…

Brieffragment over de goedkeuring voor de verhuizing en de verzonden zadels

hier wil houd en laeten de drost in met de rest van ons
goet daer noch in blijfve want Elck seijt so wij wttrecht
niet weer en krijgen, dat wij inde haech gans niet seecker sijn, dit heb ick uhEd verscheijde maelle geschreefve en versocht deselfs goetvinde te mooge weeten doch tot
noch toe geen antwoort bekoomen, ick hoop uhEd nu alvan
franckvoort sal gekoome sijn en de mande met saels ent
ander paerde goet ontfange hebbe het welcke vandaech
Een maent is dat het van hier op hamburch heb gesonde
de heer almachtich wil uhEd in sijn heilige beschermin
en bewaerine neemen, blijfve
uhEd getrouwe wijff

M Turnor

Geen ‘Mijn heer een liefste hartge’ in de afsluiting deze keer. Loopt de spanning bij Margaretha weer op?

  • 1
    Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen.
  • 2
    Vaartse Rijn bij Vreeswijk
  • 3
    Courageuselijk: vol goede moed
  • 4
    Frederik van Nassau-Zuylestein
  • 5
    Nonchalance
  • 6
    Abuis: vergissing, dwaling

Wanorde en Haagse roddels

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1672
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 oktober 1672 Frankfurt
Lees hier de originele brief
Let op: de scans zitten een beetje door elkaar. Logische leesvolgorde is: 169, 170 links, 172, 170 rechts, 171

Margaretha heeft de brieven van Godard Adriaan van 23 en 24 september ontvangen. In Amsterdam was het 10 à 11 dagen droog geweest, maar de wegen waarop het leger van de keurvorst marcheerde moesten wel erg slecht zijn. Het heeft immers wekenlang geregend. Ze voelt mee met haar man en het hele leger. De zware mars zou Godard Adriaan wel eens op kunnen breken, vreest Margaretha. Toch verlangt ze ontzettend naar de komst van de bondgenoten. In de Republiek gaat het namelijk niet zo best…

Boven een vlak landschap met in het midden een molen en wat dunne, naar rechts buigende boompjes, kolkt de lucht van de storm.
Storm, Willem Bernardus IJzerdraat, 1850 – 1907. Collectie Rijksmuseum.

Waar blijft het leger van de keurvorst?

Het leger van de keurvorst moet zich, volgens de berekeningen van Margaretha, nu niet ver meer van de stad Münster of de Rijnoever begeven. Met zo’n immense legermacht, op zulke slechte wegen… Dan is drie à vier mijl best veel. In de Republiek verlangt iedereen zeer naar de komst van de Brandenburgse troepen. Zonder hulptroepen geen verlossing, alleen het vooruitzicht van een ellendige en miserabele winter. Wat moet Margaretha doen als er niet snel verlossing van het Franse juk komt? Ze koestert weinig hoop dat de stad Utrecht en de gelijknamige provincie, zelfs de kleinste steden, vóór het invallen van de winter bevrijd zullen worden.

Brieffragment over het leger van de Keurvorst

ick beklaech uhEd en het heelle leeger int 
binenste van mijn hart vreese het uhEd ock 
noch wel sal opbreecken sulcke tochte en reijse
te doen, nu moet den heere keurvorst met
het leeger naer mijn gissine en reeckenin so 
het daer op aengeleijt is, niet verde vande stat 
munster of den rhijnkant1Waarschijnlijk de rijnoever weesen, tis 
noch wel veel in sulcken weer en weegen noch 
drij a vier mijlen daechs net so swaere leeger

Tweede brieffragment over het leger van de Keurvorst

te marscheere, och hoe verlanckt men hier te lande
naer deselfve volckeren, sonder dewelck wij
geen de minste verlosinge te verwachten
hebbe of konne sien, het sal wel Een Elendi
ge en mieserable winter sijn voor veelle
ijae voor ons alle, [ick weet noch niet hoe ickt met]

‘Een deseijn’

Het Staatse leger bestaat tegenwoordig uit zeer goede militairen, heeft Margaretha vernomen. Maar ze hebben nog helemaal niets nuttigs gedaan. Ja, er was een poging gedaan om Naarden te veroveren, maar de poging was op niets uitgelopen. Margaretha voegt een belangrijk detail toe dat niet in haar eerdere brief over de aanslag op Naarden stond: het was allemaal de schuld van Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny. De prins van Oranje had het plan willen doorzetten, en had volgens velen de stad kunnen veroveren, maar Louvigny raadde het af. De onderneming was té gewaagd. Er stond simpelweg te veel op het spel voor de jonge prins. Maar de Fransen zijn ook niet gek… Ze weten dat de prins het hier niet bij gaat laten. De hertog van Luxembourg heeft het garnizoen in Naarden versterkt met verse manschappen, voedsel en geschut.

Eerste brieffragment over Willem III bij Naarden

weer niet voort en koste, waer om den
heere louvengie niet goetvont met het de
=seijn voorte te gaen sijn hoocheijt wildender
Evenwel op aen, da en soude so de meeste
opijnie sijn de stat verovert hebbe, maer

Tweede brieffragment over Willem III bij Naarden

loeuvengi raedent af segende dat het te veel voor 
sijn hoocheijtdie Een jonck heer is en sijn Eerste
Exsploot soude sijn te veel gewaecht sou weese

Nog steeds geen orde

De poging van Willem Adriaan II van Horne – de graaf van Hoorn – om Montfoort aan te vallen was door de Franse troepen afgeslagen. Het bleek dat de graaf van Hoorn geen kruit had. Dat was hem, zei hij, wel beloofd… Margaretha vat het kort samen: er ontbreekt nog altijd het een of het ander. Veel is er niet veranderd sinds haar brief van een week geleden. Het lijkt er dan ook op dat de dood van de gebroeders De Witt nog niet veel soelaas heeft geboden. Zelfs na de dood van Johan en Cornelis de Witt wordt er nog zeer kwalijk over de broers gesproken! En dan de prins… Hij heeft zulke slechte raadgevers. Er zijn er maar weinig die het behoud van het land op de eerste plaats zetten. Er gaan ook zeer wonderlijke praatjes rond. Margaretha durft ze niet aan de pen toe te vertrouwen, schrijft ze, dus we zullen helaas nooit weten wat ze precies heeft gehoord.

Brieffragment over de wanorde in het Staatse leger

[en vijfverees in gebracht,] den graef van hoorn
heeft ock Een deseijn2Dessein: doel gehadt op monfoort ijae
Een atacke daer op gedaen maer isser afge=
slage, in de welcke kapteijn lockoert3Onbekende kapitein met Eeni
=ge weijnige soldaete sijn doot gebleefve, doen
donse daer voor quaeme bevont den graef van
hoorn dat hij geen kruijt en hadt hetwelcke so
hij seijt se hem belooft hadde te sende, insom
ma4In somma: kortom daer ontbreeckt noch altijt het Een oft
ander het schijnt dat met het wechneeme vande
heeren de witte alde deesorderees5Desorder: ongeordendheid, ordeloosheid, wanorde noch niet
wech sijn, het welcke wel bedroeft voor ons alle
is, men spreeckt hier te lande noch seer qualijck
van den heere bE6De adel spreekt Margaretha aan me hE (hoog edele) bijvoorbeeld shE is dan zijn hoog edele, of wel “hij”. Of als ze haar man aanspreekt gebruikt ze uhEd, u hoog edele, of wel “u”. Hier gebruikt Margaretha bE, wat zou ze daarmee bedoelen? burgere edele? bestuursedele? Of iets heel anders? wil hoope men hent ongelijck
doet, [ock van onsen buermans soon den heer]

Op de voorgrond een boot vol met kisten, een opgerold tapijt en een zak. Mannen sjouwen kisten uit een huis naar de boot toe. Een elegant geklede heer staaat de wijzen.
Verhuizing met een boot, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

‘In duijsent beraede’

De Fransen lijken Utrecht steeds steviger in hun greep te hebben en hebben Naarden versterkt. Ook gaat het gerucht dat Engelsen bij Den Briel willen landen. Margaretha twijfelt dan ook of ze er goed aan doet om al haar spullen naar Den Haag te verhuizen, richting de kust waar mogelijk de Engelsen landen. Zal ze De Gulden Troffel nog even aanhouden? Maar de Fransen in Naarden zijn ook wel erg dichtbij…

Toch moet Margaretha wel een keer naar Den Haag. Als ze de kinderen van haar schoondochter Philipotta niet bij zich had, dan had ze het wel geweten. Dan was ze allang richting Den Haag gegaan om het geld op te eisen waar Godard Adriaan recht op heeft. Ze belooft Godard Adriaan op de hoogte te houden. Ten minste, als de brieven aankomen… De brieven van 13 en 17 september hadden Godard Adriaan namelijk nooit bereikt. Ze hoopt dat ze De Gulden Troffel voor iets minder huurgeld dan dat ze nu betaalde kon aanhouden, al was het maar voor de winter. Ze blijft in duijsent beraede…

[men nu seijt is niet met al geweest,] so omt
Een alst ander derf ick mij so met persoone
als goet niet teenemael in den haech begeef
maer heb gedocht of ick dit huijs hier dat

Tweede brieffragment verhuizen of niet

noch niet verhuert is voor de winter als ickt voor
Een mindere prijs kost krijge noch in huer
hieldt en liet de muebel hier in met den
drost en sijn vrou en vader om die te bewaere
en dat wij met de kindere naer den haech
gingen op deerste onraet aldaer koste
Wij weer hier koomen, so uhE dit so goet
vint salt selfve met de Eerste post van
uhEd verwachte te verstaen, dewijl den tijt
vant verhuijse seer nadert sal ick naer
uhEd antwoort hier op verlange, [hebt al]

Haagse roddels

Direct na Margaretha’s opmerking over de kwalijke praat over de gebroeders De Witt, schrijft ze een curieus verhaal. Ze beschrijft mensen omfloerst, waarschijnlijk omdat ze vermoedt dat er mogelijk mee gelezen wordt. Ze zegt niet letterlijk dat er een relatie is met de verhalen over de gebroeders De Witt, maar door de overgang laat ze je het wel vermoeden.

Portret van Abraham de Wicquefort gezeten, driekwart naar rechts. Een man helemaal in het zwart, met een witte vierkante kraag. Grijzige krullen tot op de schouders en priemende ogen richting de kijker. Zijn rechterhand rust op een tafeltje met twee boeken, zijn linkerhand heeft hij op de borst.
Abraham de Wicquefort, Caspar Netscher, 1660-1690. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort

Ze schrijft over de zoon van een buurman ‘die zijn wijn van de avond tot de morgen graag lust’7Mogelijk wordt met de buurman Frederik van Nassau-Zuylestein bedoeld. Zijn kasteel Zuylenstein staat vlakbij Kasteel Amerongen.. Samen met een vriend van haar zoon Godard, die één oog heeft, gaat de onbekende zoon van de onbekende buurman laat in avond naar het Noordeinde. Helaas wordt uit de brief niet duidelijk wie Margaretha bedoelt en of ze het heeft over haar Haagse, Amsterdamse of Amerongse buurman. Maar een saillant detail is dat de twee genoemde personen naar ‘fickfoort’ gaan, die op het Noordeinde woont. Zeer waarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee diplomaat Abraham de Wicquefort, een zeer illuster figuur in de zeventiende eeuw, die inderdaad op het Noordeinde woonde. Margaretha weet niet of het waar is, maar het is wel een vreemd verhaal, te meer omdat Abraham de Wicquefort toentertijd toch wel bekend stond als een vertrouweling van wijlen Johan de Witt. Het past in de lijn van de rest van de brief. Wordt zijne Hoogheid wel goed gediend?

Brieffragment over de buurman met de zoon die zo van wijn houdt.

[doet,] ock van onsen buermans soon den heer
die sijn wijn vande avont tot den merge so wel
mach die int voorhout woont en ons kinder
goede vriendt met Een ooch, dat die alle
nacht of heel laet inde avont komperijsi8Comparitie: een gelegenheid of plaats waarbij men verschijnt int
noordijnde bij fickfoort9Van Wicquefort via Wickfoort en Vickfoort naar Fickfoort houde, oft waer is
weet ick niet altijt se sijn seer int ooch, [sijn]

  • 1
    Waarschijnlijk de rijnoever
  • 2
    Dessein: doel
  • 3
    Onbekende kapitein
  • 4
    In somma: kortom
  • 5
    Desorder: ongeordendheid, ordeloosheid, wanorde
  • 6
    De adel spreekt Margaretha aan me hE (hoog edele) bijvoorbeeld shE is dan zijn hoog edele, of wel “hij”. Of als ze haar man aanspreekt gebruikt ze uhEd, u hoog edele, of wel “u”. Hier gebruikt Margaretha bE, wat zou ze daarmee bedoelen? burgere edele? bestuursedele? Of iets heel anders?
  • 7
    Mogelijk wordt met de buurman Frederik van Nassau-Zuylestein bedoeld. Zijn kasteel Zuylenstein staat vlakbij Kasteel Amerongen..
  • 8
    Comparitie: een gelegenheid of plaats waarbij men verschijnt
  • 9
    Van Wicquefort via Wickfoort en Vickfoort naar Fickfoort

Pagina 1 van 2

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén