De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Stallen

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip

Paarden en andere problemen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 24 maart 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van 6 maart ontvangen en ze is helemaal blij. Godard Adriaan is weer beter! En de keurvorst ook. Dat de gezondheid maar lang mag duren.

Brieffragment gezondheid GA en keurvorst

[reca. 24. Martij]
Ameronge den
16/6 maart 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd aengenaeme vande 6 deeser sien ick dat
deselfve weer wel is daer van harte om verblijf
ben alsmeede dat den heere keurvorst beeter was
het Een Ent ander hoope godt lange sal
laete kontiniweere, [het grauwe koetspaert]

Probleempaarden

Maar die paarden! Het is en het blijft een ellende. Het grauwe koetspaard is niet sterk genoeg om de kar met stenen te trekken. De twee paarden die Godard Adriaan als koetspaarden had gedacht, die waren kreupel. Margaretha doet niet aan rusthuizen voor oude paarden dus ze zijn verkocht. Er zijn nu nog drie paarden over plus de oude witte ruin die de kar met stenen moet trekken. Margaretha hoopt dat die het deze zomer nog uithoudt!

Eerste brieffragment probleempaarden
Tweede brieffragment probleempaarden

[den jongen ruijn dande het blesge] nu
sijnder noch de drie die inde karre gebruij
worde en den oude witte ruijn die weer
inde steen kar sal gaen hoope hij dat deese
soomer noch sal wt houde so dat wij

dit ijaer geen kar paerde hoope vandoen te
hebbe ten waere ons Een mocht koome te
ontvalle, [maer ben beesich met twee koets]

Interieur van een stal met paarden en figuren. In het midden een schimmel vastgehouden door een knecht die een praatje maakt met een boer, links worden enkele andere paarden de stal binnengebracht. Hierbij ook enkele honden en kippen.
Interieur van een stal met paarden en figuren, Wouter Verschuur, 1850-1875. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwe koetspaarden

Ondertussen kijkt Margaretha toch wel vast rond naar nieuwe koetspaarden. Ze heeft er al eentje gekocht en ze is op zoek naar een tweede. Niet te jong graag, met zes of zeven jaar zijn die paarden rustig genoeg om voor een koets te draven. Nou ja, ze wil ze ook graag gebruiken om de ploeg te trekken, je rijdt tenslotte niet iedere dag in je koets. Ondertussen moet ze ook op zoek naar een andere koetsier want de huidige koetsier heeft koorts.

Brieffragment koetspaarden en koetsier

[ontvalle,] maar ben beesich met twee koets
paerde voor mij te koope saer Een toe
gekocht heb en hoope hier noch Een toe te
sulle vinde wilse niet jonger als 6 a 7 ijaer
out hebbe om dat van meeninge ben die
mee inde ploech te gebruijcken, den jongen
korneelis heeft noch al de koorts daerom
ick naer Een koetsier sal moeten om hoore

Gravure van een landelijk tafereel. Op de voorgrond links strooit een vrouw zaad in de grond. Daarachter loopt een man met een ploeg met twee paarden ervoor over het land, waar ook nog een man aan het zaaien is. Op de achtergrond een dorp met drie molens en een kerk. Boven de gravure staat: Manniere van Lantbouwinghe int t'Graefschap van Holland.
De landbouw in Holland, Claes Jansz. Visscher (II), 1608-1610. Collectie Rijksmuseum.

Een tegenvaller

Margaretha slaagt er niet in om land te verpachten. Wat is nu weer het probleem? Veel boeren stoppen met hun bedrijf. Ze noemt er een paar die alles hebben verkocht, van de ploeg en de paarden tot de wagen. Het gaat niet alleen om boeren maar ook om functionarissen als ‘syndicus’ Gerhard Schagen uit Wijk bij Duurstede. Hoe moet dat nu? Als het land braak blijft liggen, brengt het niets op maar er moet wel belasting op worden betaald en die wordt echt niet minder.

Brieffragment afhakende boeren

, ick kan noch geen lant meer verhueren
de liede hier schaffe veel haer bouwerij af
korneelis verweij de majoor ijan quint
hebbe ploech wage en paerde en alles ver
kocht sijnt bouwe moe so heeft ock de sin
dekus1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn schage te wijck gedaen, alst so
voort gaet vrees ick dat hier veel lant
woest sal blijfve legge, en de schattine
Even hooch waer salt van betaelt worde,

Landschap met door geboomte omgeven boerderijen. Op de voorgrond twee boeren.
Boerderijen tussen boven, Gillis van Scheyndel (I), 1605-1653. Collectie Rijksmuseum.

Vorderingen van de bouw

Temminck heeft twee schuiten kalk gekocht voor 68 stuivers de hoed. Het was wel een beetje duur, schrijft Margaretha, maar voor minder was het niet te krijgen. Nu is een hoed ongeveer 12 hectoliter en 68 stuivers is drie gulden en veertig cent, voor ons klinkt het als een koopje, maar Margaretha leefde in andere tijden. In totaal gaat het om 700 gulden, in 1680 een hoop geld. Een beetje positief nieuws, het houtwerk voor in de stal en in de paviljoens is al gemaakt, van vurenhout. Voor de buitenramen zal eikenhout gebruikt worden. En Schut is bezig met de koop van hout voor onder het leidak en het pannendak. Dat gaat bij elkaar zo’n 800 gulden kosten. Temminck heeft de zaagmolenaar betaald, dat gaat om ongeveer 290 gulden. Margaretha heeft net 4000 gulden ontvangen, maar dat verdwijnt snel op deze manier. Het hout dat in Amsterdam ligt, dat Margaretha nog wilde gebruiken is ook volgens de secretaris te slecht om te gebruiken.Het zit vol kwasten en het is krom. Dat kan dus beter maar verkocht worden. Elke cent is welkom.

Brieffragment slechte hout

[het gekochte hout, de saech blocke die van ons
noch tot Amsterdam legge seijt schut en ook de
seeckreetaris dat ons nergens toe konne die
=net ijae selfs niet om latten af te saechge om ondert panne
dack te legge om datse te vol quaste en
te krom sijn so datse toe boere huijse
selfs onbequaam zijn en ons best is die te
verhandelen

Aan een water ligt links een schuur een rechts een houten constructie. Op de achtergrond een grote molen.
Gezicht op een zaagmolen buiten de Utrechtsepoort, Cornelis Buys, 1756-1826. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit wel erg tegen

Margaretha klaagt steen en been over het weer. Het waait, het sneeuwt, het hagelt, het regent, het onweert. De wegen zijn modderpoelen, er kan geen aarde weggereden worden, er kan geen steen aangevoerd worden voor de metselaars. Kortom, de werklui krijgen zo niets voor elkaar. Margaretha voelt zich duidelijk schuldig want dit kost allemaal geld. Als het even kan, belooft ze, dan zorgt ze dat het werk doorgaat. Daar moet Godard Adriaan het dan maar even mee doen.

Brieffragment vuil weer

wij hebbe hier alle daech sulcke onstuijmige weer
van wint hagel sneuwe en reegen ijae ock donder
en blixsem, dat geen weegen op droochgen en
wij aen geen werck konne koomen, [de]

Een landschap tijdens een wolkbreuk. Mensen rennen rond op zoek naar een schuilplaats voor de regen. Op de voorgrond een man, een vrouw en een hond onder een afdak.
Embleem: regen, Caspar Luyken, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn

Zieke mensen, kreupele paarden en ongeschikt hout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 maart 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.

[reca. 3e. Martij]
wttrecht den 26/16
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese
verleede
weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien
uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het
beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge
tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal
konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE
niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort
in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij
ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte
al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal
sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]

Brieffragment ziekte Godard Adriaan en Jenneke
Een bleke pop van een vrouw met een strak lijfje, smalle taille en een wijde geruite rok met een geruit schort. Op haar hoofd draagt ze een kap.
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.

Paardenmarkt

Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.

Brieffragment plannen paardenmarkt

[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou
van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal
sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch
twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn
te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor
mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]

In een open koets zitten een dame en een heer, de twee schimmels voor de koets steigeren, bij het achterwiel staat een jongen in lompen. Links het koor van een kerk, rechts op de achtergrond de kerktorens van een stad.
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.

Geld en hout

Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.

Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.

Eerste brieffragment hout en pannen
Tweede brieffragment hout en pannen

, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam
teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan
koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele

om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs
raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch
al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast
dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot
24 int getal tot Amsterdam van ons legge en
so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke
kan teegens deelle om op de stal te legge verwis
=selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]

in het midden een breed gebouw met hoge boogramen en -deuren. Het heeft geen verdieping maar in het pannendak zitten drie koeken. In het midden staat een klokkenstoel. Aan weerszijde van het lange gebouw staat een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een pyramidedak met leien. Elk dak heeft een koekoek en boven op de punt staat en schoorsteen. Voor het middelste gebouw ligt een vol terras waarom de mensen genieten van de laagstaande avondzon. Op de achtergrond bomen in herfstkleuren rondom een weidelandschap. Helemaal op de achtergrond de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug.
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.

Rekenmeester en Procureur-generaal

Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.

Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.

Brieffragment procureur generaal

den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff
geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet
Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer
die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit
=ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko
=mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen,
vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel
heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,

Rond een bed staan diverse mensen. Een vrouw heeft haar arm om het hoofd van de man in bed geslagen. Aan het voeteneind staat een man in het zwart. Op een tafel voor het bed staan diverse kannen.
Dood van een man, Moses ter Borch, ca. 1662 – voor 1667. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de paardenmarkt

Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.

 Brieffragment resultaat paardenmarkt

[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer
van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor
mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft
dier en worde door franse seer op gekocht, en die
wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt
worde, voor uhEd wit of grau paert met het
dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden,
wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer
geen dienst van trecke, hier meede blijf
Men heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een man in een beige pak heeft zijn hoed en zijn zweep in zijn rechthand. Met zijn linker hand houdt hij een schimmel met bruine vlekken die opgetuigd is vast. Het paard stapt vooruit.
Ruiterportret, anoniem, 1700-1799. Collectie: Kasteel Amerongen.
  • 1
    Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye
  • 2
    Mogelijk Zaandam?
  • 3
    Willem van der Straaten
  • 4
    Carel Valckenaar

Eigen foxsel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 november 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 24 november 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan is weer vertrokken. Bij zijn tussenstop in Middachten heeft hij Margaretha al geschreven, maar nu is hij écht weg. Margaretha begint met een korte reactie op zijn brief: de brief van Temminck in de bijlage maakt duidelijk waarom hij niet reageerde op de eerdere brief van Godard Adriaan en Margaretha verwacht secretaris Doorslagh morgen met het geld uit Utrecht. Kennelijk hoeft Margaretha er niet aan te wennen dat haar man er niet is, het is gelijk ‘business as usual’.

Brieffragment van de opening van de brief.

[rec. a Bilefelt. den. 24. 9ber]
Ameronge
den 11 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme van Middachte op deselfs
vertreck geschreefve heb ick ontfange, wt dees
neefens gaende sal uhEd sien doorsaeck waer=
=om teminck uhEd schrijfvens niet Eer heeft
beantwoort, het gelt verwachte ick deesen
avont met de seeckreetaris deurslach die
naer wttrecht is, [ijan prang die de hartstee]

Door de poort zien we huis Middachten met daarvoor chique geklede dames en heren.
’t Huis Middagten van vooren door de voorpoort te zien, Hendrik Spilman, naar Jan de Beijer, 1745 – 1792 (fragment van twee afbeeldingen van Middachten). Collectie Rijksmuseum.

De steenhouwer

Ook al zijn we twee jaar verder dan de laatste brief: de steenhouwers en metselaars zijn nog steeds bezig. Jan Prang lijkt nog steeds dekstenen voor de schoorsteen te hakken, alleen zijn ze nu voor de schoorstenen van een de paviljoens. Daarnaast heeft hij de goten van de brug gedaan en hij heeft de kommen om de pijpen van de fonteinen neergelegd. Het enige dat hij nog moet maken, is de deksteen voor de schoorsteen van het tweede paviljoen, maar dat gaat hem niet lukken. Het weer is zo slecht dat hij terug wil naar Bremen. Waarschijnlijk voor het echt winter wordt, want dan wordt reizen zwaar. Er was in de zeventiende eeuw nog maar hier en daar een enkel stukje weg geplaveid. Met regen werd het dus een modderboel en als het dan ging vriezen dan was de weg een keihard kraterlandschap.

Brieffragment over de steenhouwer

[naer wttrecht is,] ijan prang die de hartstee
tot de Eene pavelijoen tot de schoorsteen ge
daen en gereet heeft, alsmeede de goote
op de bruch gehouwe, de kome omde pijpe vande
vonteijne heeft hij loos geleijt, so dat aen sijn
werck niet meer resteert alst hartseen tot
de tweede pavelijoen op die schoorsteen, die
hij ongedaen moet laete derfvende doort
harde weer niet langerhier blijfve, is van
meenin merge te vertrecke ick sal hem be=
taelle en dan laete met sijn volck gaen

Een wit gestucte muur met een nis. Boven de nis lopen elektriciteitsdraden horizontaal, de muur aan de onderkant is betegeld met witjes. Onder in de nis een stenen bak. Op de stenen bak staat een vaas met bloemen.
De kom die om de pijp van de fontein zit in het onderhuis van het kasteel. Bovenop de kom ligt perspex waarop de bloemen staan, eigen foto.

De metselaars

Ook de metselaars zitten niet stil. Zij zijn met de pilaren bij de brug bezig, de nissen daarin vullen ze met kalk uit Segeberg (Duitsland). De kalk die daar vandaan komt, is eigenlijk geen kalk, maar gips en daardoor heel fijn om te verwerken. Margaretha hoopt dat ze vanavond de vloer van de stallen af kunnen maken, die bestaat uit klinkers die op hun kant liggen.

Eerste brieffragment over de metselaars
Tweede brieffragment over de metselaars

de metselaers hebbe de pijlaers vane bruch
opt Eerste voorburch voort op gemetselt

en de hartsteene daer op geleijt en de nisse
met seegerberger kalck geplaestert, hoop
sij van avont de vloer inde stal met klin=
=ckert op haer kant sulle geleijt en gedaen
krijgen, [ick heb vandaech twee osse het Een]

Foto van een breed gebouw van één verdieping met zadeldak met aan weerszijden twee paviljoens van twee verdiepingen met puntdak. Voor het gebouw is een terras waar de parasols open staan en mensen in het zonnetje zitten. Op de achtergrond de Utrechtse Heuvelrug in herfstkleuren.
De stallen met aan weerszijden de paviljoens, eigen foto.

Het paterstuk

Ondertussen zit Margaretha ook niet stil. Ze heeft twee ossen geslacht: één van de ossen die uit Denemarken was gekomen en één die ze zelf gefokt had (eigen foxsel). Die os die ze zelf gefokt heeft is de beste die ze ooit gehad heeft. Ze zal het paterstuk voor Godard Adriaan bewaren.

Het paterstuk was een vierkant stuk vlees met een deel van de ruggengraat en de ribben. Het heette het lekkerste stuk vlees van het rund te zijn. Dit stuk werd bewaard voor de pater of de mater van het klooster, vandaar het paterstuk.

Om paterstukken te bewaren werden ze gerookt. Eerst werden ze gepekeld. Pekelen gebeurde met een combinatie van twee delen zout en één deel suiker. Voor het paterstuk werd vaak bruine suiker gebruikt. Hierna werden ze in de rook gehangen. Door dit proces kon je het paterstuk een paar jaar goed houden. Als Margaretha dit paterstuk voor Godard Adriaan wilde bewaren, had ze dat ook wel nodig. Gelukkig weet ze dat nog niet.

Brieffragment over de slacht van de ossen

[krijgen,] ick heb vandaech twee osse het Een
van ons Eijgen foxsel sijnde Een 3 ijaerijge os
en Een deense die ickt voorleede somer heb
gekocht geslacht, ons leefven hebbe wij geen
beest so doorwasse en vet gekocht noch
geslacht als dien drije ijaerijge en ons
Eijgen foxsel is, de an is ock heel goet
maer heeft niet bij de voorseijde, wenste
uhEd die had moogen helpen nuttigen
sal de paterstucke voor selfve bewaeren

In een hoge ruimte zitten links een paar kleine hoge ramen. Recht hangt een open getrokken geslacht rund of os aan een balk. Je ziet nog een deel van zijn ingewanden zitten en duidelijk zijn ruggengraat een ribben. Er druipt aan de onderkant nog wat bloed op de tegelvloer. Aan de muur erachter hangen de kop en staart boven een grote houten tobbe. Op de voorgrond vermaakt een hond zich met een stuk vlees. Op de achtergrond staat een vrouw met een kind aan haar schort boven een tobbe te werken, een man kijkt toe met een pijp in de mond. Een oudere jongen blaast de blaas op en een kleiner kind probeert hem af te pakken.
Het geslachte rund, Abraham van den Hecken, 1635-1655. Collectie Rijksmuseum.

Bidden voor geluk

Tijd om er een eind aan te breien. Ze hoopt dat Godard Adriaan inmiddels bij de bisschop van Münster1Ferdinand von Fürstenberg is en ze bidt voor zijn (Godard Adriaan’s) geluk. Geen groeten van de kleinkinderen deze keer.

Eerste brieffragment met de afsluiting
Tweede brieffragment met de afsluiting

[geseijt heeft, nu den tijt salt leeren,] ick

verlange te hooren dat uhEd bij den heere
bischop van Munster gearijveert is
in middels god bidde voor deselfs geluck
en voorspoet blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Gravure van de stad Münster, op de voorgrond staan mensen, nonnen, bepakte ezels en schapenhoeders. Je ziet duidelijk de verdedigingswerken, de stadsmuur en alle torens binnen de stad.
Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Ferdinand von Fürstenberg

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén