Er is wat verwarring over de brieven van Godard Adriaan. De jonge Godert van Beusichem, zoon van secretaris Nicolaas van Beusichem, heeft Margaretha laten weten dat hij een brief van Godard Adriaan aan haar heeft doorgestuurd. Maar deze heeft ze nooit ontvangen. Navraag bij de post mocht helaas niet baten. Margaretha heeft niet kunnen achterhalen ‘waer die heen is gedwaelt’, dus ze vervolgt de update die ze Godard Adriaan in haar vorige brief gaf over de herbouw. Ze hebben in Amerongen 3 à 4 dagen redelijk goed weer gehad, dus er is lekker doorgewerkt.
[reca. 30e. Junij.] Ameronge den 22/12 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge den jongen beusekom schrijft mij voorleeden dijnsdach met de post geschreefve te hebbe en Een meesiefve van uhEd gesonde te hebbe de welck ick niet heb ontfange, heb aende poste daer naer doen verneeme dan niemant weet daer van, waer die heen is gedwaelt kan ick niet weeten, so dat uhEd laeste vande 5 deeser is, die ick heeden achdage heb beantwoort, seedert hebbe wij hier drij a 4 dage taemelijck goet weer gehadt inde welke niet in ons werck so op de steen= =oven als aent metselen en timeren nie is versuijmt, [en hoope de metselaers die]
Er wordt hard gewerkt bij de steenoven en de metselaars en timmerlieden schieten al aardig op. De muren vorderen gestaag. Als de werklieden zo door kunnen gaan, kan men de balken en kap gaan plaatsen. Meester Schut heeft hiervoor 3 extra knechten gestuurd, omdat de timmerlieden in Amerongen niet goed weten hoe dit moet. Margaretha schrijft in dit deel van de brief over ‘middelmanekens’ van de vensters. Zou ze hiermee de verticale scheidingen van hout of steen in kruiskozijnen bedoelen die gangbaar waren in de 17de eeuw? Tegenwoordig hebben we het over de middenstijlen. Volgens Margaretha kunnen ze in ieder geval niet van hardsteen gemaakt worden, omdat daar niet genoeg voorraad van is. Maar de secretaris heeft een oplossing. In plaats van hardsteen, kunnen ze metselstenen gebruiken en deze vervolgens met kalk bestrijken. Dan lijkt het net hardsteen.
hier sijn van Amsterdam noch 3 timer= =mans knechts gekoome die schut heeft ge sonde om de kap te helpe rechte, daer de timerlie hier weijnich raet toe wiste, nu sal ick Een steen houde van wttrecht moete laete koome om de hartsteen stucke tot de Eene schoorsteen en de middel maneken vande vensters gereet te maecken, daerse niet lange werck aen sulle hebbe, want so de seeckreetaris seijt is hier so veel hart =steen niet tot al de middelmanekens maer moete Een deel van metselsteen
gemaeckt en met seegerberger kalck gestreeck worde dat dan ock als hartsteen sal staen, [dat spronse inde haech doot is]
Stallen met torentje, anoniem, rond 1927. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Tekening is gemaakt toen de klok op het stalgebouw gezet is. De rest is nog zoals het in de 17e eeuw gebouwd is. De ‘middelmanekens’ zijn niet van natuursteen of baksteen, maar van hout.
Update uit Den Haag
Margaretha onderbreekt het verslag van de bouwwerkzaamheden even voor wat gezondheidsupdates uit Den Haag. Johan Spronssen, tweede griffier van de Staten-Generaal, is namelijk dood. Zijn ambt is daarmee opgeheven en dat betekent dat griffier Hendrik Fagel het werk alleen moet doen. Ook met Gijsbert van den Hoolck, Gedeputeerde ter Staten-Generaal uit Utrecht, gaat het helemaal niet goed. Hij heeft een soort beroerte gehad en er is weinig hoop dat hij weer helemaal opknapt. Dat blijkt te kloppen want in september 1680 zal hij overlijden.
[staen,] dat spronse inde haech doot is en sijn griffiers Amt gemortifiseert is heb ick met de laeste post vergeeten te schrijfve, nu is fagel alleen grieffier vander hoollijck lach ock inde haech heel kranck had Een speesi van Een beroerte door al sijn d leeden, doch was Een weijnich beeter maer niet veel hoop tot op te koomen, [ick hoor noch niet of den]
In een P.S. op een los briefje komt Margaretha nog even terug op het stuk land op het Encker dat Joan Carel Smissaert voor hen wil kopen. Ze heeft Godard Adriaan hier op 17 juni ook over geschreven, maar ze weet dus niet wat hij hiervan vindt. Morgen zal Smissaert samen met de heer Van Beeck van het Domkapittel bij haar langskomen om de koop te bespreken. Cornelis Verweij heeft haar gezegd dat het een goede koop zou zijn als ze het stuk land voor 400 of 500 gulden kunnen krijgen. Daar moet ze dan maar op vertrouwen.
p s merge sal den k dom heer van beeck met den heere smitse hier bij mij komen om weegens het lant opt Encker daer ick heeden acht dage van heb geschreefve te spreecken sal sien of wij de koop Eens konne werde, korneelis verweij meent als wijt voor 4 a 5 hondert gulde koste krijge dat het wel sou sijn
Foto vanuit een (huidig) kantoor op de tweede verdieping naar het westen toe, foto Annemiek Barnouw, 2020. Het weiland bij de bossages is Het Encker.
Margaretha is twee dagen naar Den Haag geweest om zaken te regelen. Er ligt nog een rekening van 4000 gulden, maar ze krijgt het geld maar niet los. Ze heeft nu met de financiële topman van de Republiek, ontvanger Cornelis de Jonge-van Ellemeet geregeld dat die rekening gesplitst wordt. Hij heeft er één rekening voor Utrecht van gemaakt en de rest moeten ze maar bij Holland zien te krijgen. Ze had pech, want het was pinksteren, dus alle heren die ze ook nog had willen spreken waren juist níet in Den Haag. Gelukkig gaat Van Heteren woensdag naar Den Haag, dan zal ze hem een duidelijke opdracht geven. Net als vier jaar geleden is er gedoe over de defroyementen, de onkostenvergoedingen.
[rec.a 23.en Junij. ] Ameronge den 16/6 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 5 deeser heb ick inde haech sijnde ontfange, waer ick twee dage ben geweest om te sien hoe ick het bewuste aquiet1Acquit: vereffening van een schuld of rekening daer tot wttrecht geen hoop toe was om ten volle betaelt te krijge, bij den ontfanger Ele= =meeteOntvanger-generaal2Cornelis de Jonge van Ellemeet gesplitst te bekoome, het welcke hij gedaen heeft en mij Een aquiet in plaets van 4000f ter som vande 1690f op wttrecht gegeefve de resteerende 2310f sulle wij op hollant moeten ont sien te ont =fange, vermidts de pinstere waeren de meeste heere wt den haech so dat ick daer niemant van heb konne spreecke [als]
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.
En weg is het weer
Gelukkig heeft ze het geld van Utrecht (1690 gulden) gekregen. Normaal schrijft ze dan een memorie die ze bijsluit, maar nu is het gewoon onderdeel van de brief. Het zijn ook niet heel veel posten, alleen de turf voor de steenoven was al 1311 gulden. En voor de 2310 gulden die ze al dan niet van Holland krijgt, is het nog even puzzelen: Godard Adriaan heeft geld nodig en Temminck heeft geld voorgeschoten. Dan is ook dat geld alweer op.
Gelukkig ligt er ook nog een kans. Goede vriend Joan Carel Smissaert is komen zeggen dat het Domkapittel waarschijnlijk wat land afstoot in het dorp en dat ziet Margaretha wel zitten. Nou heeft hij aangeboden het voor hun te willen kopen. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het er nog steeds mee eens is. Het gaat om een stuk land op het Encker. Op een kaart uit 1696 wordt dit stuk land genoemd. In de legenda staat het land onder “Landereijen het Huijs te Amerongen gehoorende”, dus kennelijk is de koop gelukt.
[selfs behoef legge 550f,] gistere tot wttrecht sijnde quamden heere smitser mij segge dat als merge bijt kapittel vande dom soude gereesolveert worde Eenige kleijne perseeltges landerije te ver koope ep dewijlle ick hem volgens uhEd last voordees had versocht de 3 1/2 of 4 merge lant opt Encker dat de maijoor ijannquint van gerit de kruijf in pacht heeft overgenoome, welcke pacht ijaere nu wt sijn, voor ons te koope sou hij sien het daer heen te deerijeere3Vermoedelijk een variant van dirigeren in de betekenis van richten het selfve lant mee verkocht soch worde en hijt voor ons koope dat ick hem versocht heb te wille doen hoope uhEd noch van die intensie is en daer wel ingedaen te hebbe, [ick]
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Rechts naast het Kasteelterrein B Encker.
De jacht
Margaretha weet zeker dat ze haar man al geschreven heeft dat Willem III drie keer is wezen eten en zelfs een keer een nacht op Amerongen geslapen heeft. En alles was (natuurlijk) naar wens. Nu is hij met Mevrouw de Prinses in het jachtslot in Dieren. Hij is natuurlijk aan het jagen en dat gaat er zo heftig aan toe, dat zoon Van Ginkel al een paard kwijt geraakt is…
Margaretha schrijft meestal op een dubbelgevouwen blad en als ze de laatste pagina gaat beschrijven, draait ze soms opeens het vel om en gaat overdwars verder.
[is en daer wel ingedaen te hebbe,] ick weet niet beeter of heb uhEd geschreefe
dat sijn hoocheijt hier drije mael heeft gegeete en een nacht gesla pen was heel wel te vreede, is nu met Mevrou de prinses tot dieren, daer hij seer sterck ijaecht en de heer van ginckel al Een ofa paert door heeft verlooren, en tis noch maer Een begin, [de seeckreetaris seijt uhEd alle]
Margaretha heeft weinig over de bouw geschreven, want de secretaris heeft aangegeven dat hij Godard Adriaan elke twee weken geschreven heeft. Kennelijk is ook dat niet aangekomen, dus ze brengt even het laatste nieuws. Door de pinksteren en Margaretha’s afwezigheid zijn de werklieden weer eens niet opgeschoten. Ze verwacht dat de metselaars over twee weken zo ver zijn dat de balken op de eerste verdieping gelegd kunnen worden. Door het wisselvallige weer is het nog niet gelukt om de steenoven te stoken. Margaretha is bang dat ze dit jaar de steenoven maar één keer zullen kunnen stoken. Nu maar hopen dat dat genoeg stenen oplevert. In bovenstaande kaart ligt de steenoven in veld C.
[noch maer Een begin,] de seeckreetaris seijt uhEd alle veertien dage geschreefve te hebbe waerom ick te min vande timeraesge geschreefve hebt en moet tot mijn leet weese segge datter met de pinster weeck en in mijn apsensi int werck niet veel gevordert is so ickt aen sien hebbende metselas noch ontrent de veertiendage werck Eerse de balcke vansde Eerste verdiepine leggen, die varijabelle weer doet den steenoven ock niet veel vordere vrees wij maer Eens sulle konne afstoocken doch hoope mij daermee tot ons behoef genoech steen sulle hebbe, [dit is alt geen ick]
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg, David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.
Romantiek
Normaal zou dit blog hier eindigen, want meer heeft Margaretha niet geschreven. De standaardafsluiting van Margaretha’s brieven kennen we inmiddels wel, dus dat is niet echt blogwaardig. Maar deze keer springt Margaretha volledig uit de band. Normaal sluit ze de laatste zin af met “blijfve” en dan volgt nog “Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff”
Deze brief “blijft” ze niet alleen, maar deze keer kan Godard Adriaan er verzekerd van zijn dat ze “blijft zolang ze leeft”. En in plaats van alleen “uw getrouwe wijff” vindt ze zichzelf nu “uw getrouwe en geaffectioneerde wijff”. In de brief is geen spoor te vinden van waar die plotselinge affectie vandaan komt.
[behoef genoech steen sulle hebbe,] dit is alt geen ick weet te schrijfve, als uhEd verseeckere te sijn en sal blijfve so lange ick leef
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe en geafexsioneerde wijff M Turnor
Brievenbus van de geliefden, George Baxter naar Jessie McLeod, 1856. Collectie Rijksmuseum.
Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.
[rec. 10e. Martij] Ameronge den 2 maert 1680
Mijn heer en lieste hartge naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Alexander van Berck
Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Welland
Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.
Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.
[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.
Geld voor land: Moersbergen
Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.
met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet
De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.
weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent =meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende 80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b
Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.
Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.
Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!
[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van daech heeft het volck begonne aent karre ent wt graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom =tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge= set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen
Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?
de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]
De praeceptor
Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
ps de preesepter van fritsge is genaemt haerinckhuijse schijnt verstant te hebbe en kenisse inde poolesije als inde teeoligie, wenste uhEd hem hadt gesien
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.
[rec. 29. Januarij.] Ameronge den 20/10 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom mende maendach geinstaleert werden, het lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie van van heetere wt den haech krijch sal ick de duijsent duijketons tot wttrecht bij den ontfanger de leuw ontfange en verweij daer wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.
Weersomslag
Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.
heeft konne beginne, wij hebbe deese winter tot noch toe seer sachtges door gebracht met mistige en donckere daege weijnich sneuwe en vorst, dan deese weeck Een ongemeene storm wt den weste daer gevreest heb van te sulle hooren, met Een wassent water dat ontrent Een voet ondert nieuwe klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent
valle quam waer door men geloofde dat Eenich door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het welck men seijt booven doesburch te weesen onse duijve gaete sijn noch onder water ent selfve is weer aent wasse is deese nacht op den rhijn weer twee duim gewasse, dat veel voor ons is, is dat met dien stercke wint wt het weste niet Een dropel water door Eenige van onse ven= =sters is geslage maer sijn alle seer dicht bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer weer is bidt verseeckert te sijn dat niet versuijmt sal worde int graefve of Eenich ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.
Horizontale neerslag
Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers
Pachters
Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:
het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.
Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.
[ock so doet], kon noch geen bouman tot onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie het huijs van korneelis tijse en het lant daer achter ent lant vand huijch verweij aen roellof de voerman verhuert voor 3 ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu= =nisse die op de steenoven heeft gewerckt met het lant dater aen hoort verhuert voor 36f int ijaer, het lant achter den haes dat den oude ijanquint gebruijckt heeft aen henderick wijne verhuert voor 18f int ijaer, maer weer hier teegens is de pacht vande lange waert wt en wille de pachters die niet weer in huer hebbe als met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat ick niet doen wil hebt haer al 20f min als voor dees gelaete, het welcke sij niet wille aeneemen, so dat vrees wij die waert aen ons sulle [moete houde hebse]
Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven. Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.
[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht dage Een swaere overval van sieckte bestaende in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee =ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]
Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.
Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.
[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt ick met haer naer den haech had gegaen maer ben gereesolveert deese winter hier in stillich heijt te passeere en teegens paesche voor Een korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet wil gaen, haer man is inde haech omt gou= vernement van wttrecht te versoecke mij verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]
Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!
[reca. 22.e Januarij] Ameronge den 13/3 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe
Margaretha wacht op antwoord
Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!
En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?
om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de aenstaende soomer weer steen sulle backe het welcke mijns oordeels nootsaecklijck waer, als wij maer raet tot het gelt konne vinde, het wort nu hooch tijt omt volck aen te neeme want Elck begint al naer werck voor teegens de soomer wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.
Diplomatie
Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.
Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.
[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock noch al ten beste sal gaen, en dat de dis posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]
Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.
dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en vrou van deure die niet veel vreuchde van haer kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is blijft met Een kint sitte salt ock quaet genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.
Een weerbericht, de beste wensen en een PS
Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.
Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.
[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt en de binne weijde blanck van water staen, hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als die van groote papa wil drincken most ock Een nieu ijaers brief senden
ick neffens al de kindere wensche uhEd alle geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so doen wij met deselfs prermissie aende heer blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.
PS
En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
van heeteren schrijft wt den haech dat de heer van rhijnswoude inde haech bedt leegerich is aen Een koorts en dat hem door dockter straete Een Ader is gelaete daer sijn hE sich niet Erger bij bevindt tis Een out man die niet veel koortse sou konne wtstaen
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.
1
Affaires: Zaken, bekommernissen
2
Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
3
Besognes: Zaken, bezigheden
4
Jacob van Leefdaal
5
Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
Jawel, Godard Adriaan is aangekomen in Minden! Margaretha heeft zijn brief van 19 februari ontvangen. Hij logeert bij generaal-majoor Eller en Margaretha hoopt die familie ooit in Den Haag te kunnen ontmoeten om iets terug te kunnen doen voor alles wat ze voor Godard Adriaan hebben gedaan: ‘so veel sivieliteijt en vriendschap’ heeft hij van hen ontvangen.
Ameronge den 27 febrijwa 1677 [rec. 5. Marti 1677]
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 19 deeser heb ick heede ontf en is mij lief daer wt te sien dat deselfve wel tot minde is aengekoomen en so wel bij den gene =rael maijoor Eder1Ze bedoelt waarschijnlijk Eller: Wolgang Ernst Eller zu Laubach wert onthaelt, wij hebbe die goede liede wel oblijgasie2Obligatie: Het gebonden zijn door ontvangen dienst of gunst. daer uhEd so veel si= =viEliteijt en vrienschap van ontfanckt , wenschte wijt geluck hadde van haer hEd Eens hier of inde haech te mooge naer ons kleijn ver =mooge te onthaelle, [ick sal verlange dat sijn]
Vogelvluchtplattegrond van Minden, Wenzel Hollar. In: Teatrum Urbicum: Pars Secunda, Joannes Jansonius van Waesberghe, ca. 1657. Collectie: Staats- und Universitätsbibliothek Dresden. Bron: Deutsche Fotothek
Naar huis
Maar eerst wil ze toch eigenlijk graag weten wanneer Godard Adriaan nu eindelijk weer eens thuis komt. Ze hoopt dat van de Prins van Oranje te zullen horen zodra die weer in Den Haag is. Van Ginkel is op Middachten en Margaretha verwacht dat hij met de Prins mee naar Den Haag zal komen.
Land en een berch
Voor ze het vergeet, ze heeft sinds haar laatste brief twee morgen land van Lijsge Geurte aangekocht plus de ‘berch’ die zij deelt met Jan van der Merck. Een ‘berch’, dat kan gaan om een hooiberg maar ook om een berging, een schuur dus. Dat laatste ligt hier meer voor de hand. De prijs was 1050 gulden. In de komende week zal Margaretha 200 gulden contant betalen aan Lijsge en de resterende 850 gulden volgt dan in twee termijnen, waarvan de eerste met kerstmis verloopt.
[den haech gaet,] seedert mijne laeste heb ick het lant van lijsge3Liesje geurte te weeten de twee merge die haer Eijgen toekoomen endenberch die sij met ijan vander merck gemeen heeft
gekocht saeme voor de som van 1050f ick segge Een duijsent en vijftich gul, onder kondiesie dat ick haer inde toekoomende weeck twee hondert gul kontant sal betaelle en de resteerende 850f deene helft korsmis Eerstkoomende en dande helft paesche daer aen dat paesche 1678, hoope uhEd dit so sal gevalle en aengenaem weesen, het schijnt sij gelt van doen hebbe, [voort is hier niet gepasseert]
Landschap met schuur en schutting, Jacob Isaacksz van Ruisdael, 1638-1682. Collectie Rijksmuseum.
Een natte dijk
Wat moet ze verder nog schrijven? Zoveel is er niet gebeurd. Nou ja, het regende in de afgelopen week, maar vandaag is het mooi weer en nog warm ook. Eigenlijk heeft Margaretha nog wel wat te vertellen, want het water in de rivier stijgt zo sterk dat er werkzaamheden nodig waren aan de sluis. En als er nog meer water komt, dan loopt de Grebbedijk4In 1677 gaat het goed, in 1855 gaat het mis, de sporen zijn nog steeds te zien in het landschap. gevaar. Door ‘alt natte weer’ is die al zo doorweekt, dat de wagens erin wegzakken en om moeten rijden over de Veluwe. Gaat de dijk doorbreken? Margaretha hoopt dat ‘de heer almachtich versien sal en alles tenbeste schicke’.
[gelt van doen hebbe,] voort is hier niet gepasseert dat schrijfvens waert is mij hebbe deese weeck hier veel reegen gehadt maer vandaech seer schoon en warm weer, doch het water wast hier ongemeen sterck se hebbe giste =ren en vandaech aende sluijs met alle macht gewerckte om die dicht te maecke dat sij meenen nu meest gedaen te sijn, maer soot water aent wasse blijft vreest men weer voorde grebbendijck die so door alt natte weer door weijckt is datse naulijck bruijckbaer is, de wagens sacken daer so in dat de meeste voerliede over de veelu rijden so mij de kamelaer van geijn, die tot rhienen woont heeft geseijt, so dat
men vreest dien dijck het hoochge water niet sal konne wtstaen en de slaeper dijck seggense dat ock niet sal konne houde, hoop de heer almachtich versien sal en alles ten beste schicke, [inwiens heijlige bescherminge]
Landschap met een wagen en een ruiter, Jan van Goyen, 1606-1656. Collectie Rijksmuseum.
Kussen
Als ze het dan toch over de almachtige heer heeft, is dat gelijk een mooi bruggetje om een eind aan de brief te maken. Margaretha sluit af met Fritsje, Godertje en hun drie zusjes, die allemaal de handen van ‘groote papa’ kussen. In gedachten dan.
Op 22 december 1676 heeft Margaretha een brief ontvangen die Godard Adriaan heeft geschreven op de zestiende van deze maand. Op 23 december 1676 heeft ze een brief ontvangen die op 13 december is opgesteld door Godard Adriaan. Veel om op te antwoorden en om te vertellen!
Het doet Margaretha veel plezier dat haar Godard Adriaan zich goed voelt, ondanks de felle kou in Bremen. Margaretha vindt het fijn dat Godard Adriaans ontvangst van de Keizerse Ambassadeurs zo goed gegaan is en hoopt dat de zaken daardoor verder voorspoedig lopen. Dat zou voor alle partijen bevredigend zijn, schrijft Margaretha, hoewel ze vreest dat het geen eenvoudige zaak zal zijn.
Ameronge den 23 deesem 1676 [rec. den 30. dito]
Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 16 deeser heb ick gisteren ontfange en heeden die vande 13 deese, het is mij seer lief daer wt te sien dat uhEd in deese felle koude sich noch so wel bevint, en dat het tracktement vande keijserse Ambasadeus so wel is vergaen, en voor al dat de heere afgesante aldaer haer over
In Amerongen
In Amerongen vriest het nog steeds en er valt dagelijks veel sneeuw. De kinderen zijn grote papa dankbaar voor de goede zorgen die hij voor hen doet. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan binnenkort wel thuis zal zijn. Tijdens het realiseren van de kelders onder de voorburcht zou het namelijk wel handig zijn dat hij ter plekke is om keuzes te maken.
De molen
Een dag eerder zijn de molenaar en zijn vrouw bij Margaretha langs geweest om de koop van de molen te bespreken. Margaretha heeft hen 3000 gulden geboden. Het molenaarsechtpaar wil er liever 3500 gulden voor krijgen. De molenaars zitten verlegen om gelde en hebben alles wat zij bezitten al in de ‘lombert verset’. Ze hebben al hun bezittingen dus verpand. De molenaars vrezen dat hun bezittingen binnen twee weken echter wel verkocht zullen worden.
[op de reevier doch slaplijck ,] de moolenaer is met sijn vrou gisteren bij mij geweest en vande koop vande moolen gesproocke, ick heb haer 3000f gebooden sij laetense mij voor 3500f, sij sijn seer verleegen om gelt hebben alles wat sij hebbe tot wijck inde lombert verset dat sij vreese inde toekoomen weeck of de weeck daer aen verkocht sal worden, [sodat en kor=]
Margaretha vindt dat ze de molen niet moeten laten ontgaan. Ze realiseert zich dat het een grote aankoop is. Bovendien verwacht Margaretha ook nog wel kosten om de molen op te knappen. Zonder reparaties zullen ze geen winst maken als ze de molen zouden kopen.
Margaretha heeft Schut, Rietveld en de metselaar Jan Jansen al hun rekeningen betaald voordat zij vertrokken. Daardoor zit Margaretha nu volledig zonder geld. Ze heeft alleen de gebruikelijke toelage ontvangen van Godard Adriaan. Ze had gehoopt een deel te krijgen van Godard Adriaans’ traktement als superintendent van de ridderschap. Helaas heeft ze niks anders ontvangen dan de belofte dat tegen kerst betaald wordt.
[konne trecken, sulle haellen,] ick heb schut en rietvelt en ijan ijanse metselaer alhier haer reeckenine ten volle voor haer vertreck af betaelt waerdoor mij van gelt teenemal ont bloot heb en alles op onfange wat ick krijge kost, had gehoopt van uhEd tracktement als supreetendent vande ridderschap wat te ontfange maer heb niet konne krijge dan de reuver heeft mij belooft teegens korsmis te betaelle waer op Monseu beusekom mij 700f heeft verstreckt [die hij vant Eerste gelt dat ons vande reuver]
Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem Margaretha 700 gulden gegeven, die hij zal aftrekken van bedrag van de Ridderschap, als hij dat binnen krijgt. Daarnaast moet steenhandelaar Ot Barendsen nog betaald worden, daar staat nog een rekening open van 1400 gulden. Barendsen wacht al meer dan twee maanden op zijn geld, in de brief van 18 oktober 1676 schrijft Margaretha al dat Barendsen maar even moet wachten.
Overzicht
Margaretha heeft in Amsterdam 2000 gulden met rente geleend. Ze gaat er nu eens goed voor zitten om een financieel overzicht te maken. Zo hoopt ze inzichtelijk te krijgen wat ze nou daadwerkelijk heeft ontvangen en uitgegeven aan de timmerage, de bouw van het huis. Het zal wel behoorlijk hoog oplopen, het is het zwaarste financiële jaar tot nu toe voor de Van Reede’s. Als het dak en de vloer nou eens dicht waren, en ook de ramen in het huis zouden zitten, dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden. Dan zouden de kosten beter gespreid kunnen spreiden terwijl ze het huis verder af maken. Er is nog geen haast bij is, maar binnenkort zal Schut of iemand anders hout voor de deuren moeten kopen. Zodat alles in het huis goed droog kan worden en blijven.
Verder zijn er nog wat schulden en zijn er een paar rekeningen waarvan Margaretha weet niet of ze al betaald zijn. Al met al een flinke boekhouding die Margaretha moet uitzoeken.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.
Een fortuinlijk huwelijk?
Na de financiële passage in de brief verandert de toon van Margaretha dramatisch: ‘Verder, mijn liefste hart, moet ik met verdriet zeggen dat ik na de laatste brief die ik u schreef, deze week weer een brief van neef Welland heb ontvangen’.
Het zit Margaretha duidelijk niet lekker wat neef Welland van plan is. Margaretha is teleurgesteld in hem omdat hij niet persoonlijk bij haar is langsgekomen om het voorgenomen huwelijk met Eleonora Constantia van der Meijden met haar te bespreken. In plaats daarvan heeft hij per brief aan Margaretha verzocht om de kwestie aan Godard Adriaan per brief duidelijk te maken. Neef Welland verzekert zijn oom en tante dat de financiële middelen van Eleonora genoeg zijn om bij die van hemzelf te voegen. Welland heeft Margaretha niet verteld of het huwelijk daadwerkelijk door zal gaan.
voort mijn lieste hartge moet ick met leet weese segge naer dat ick uhEd laest geschreefve heb, deese weeck
weer Een brief vande heer van wellant ontfange te hebbe, in plaetse van dat hij selfver volgens mijn versoeck eens sou de overgekoome hebbe, waer in hij persijsteert in sijn in =tensie en versoeckt noch dat ick sijn inklenaesie bij uhEd toch smaecklijck wilde maecke, dat hij verseeckert is dat haer middelen suffisant sijn om de sijne te ackomodeeren
Jong paar en een oude vrouw met geldkist (Ongelijke liefde), anoniem, 1589 – 1607. Collectie Rijksmuseum.
Verloving
Van Beusichem heeft geschreven dat Welland afgelopen zondag in Utrecht in de kerk aan ieder die daar aanwezig was, zijn verloving met Eleonora bekend heeft gemaakt! De verbazing was groot bij de aanwezigen. En ook bij Margaretha, zij vindt het vooral vreemd hoe neef Welland dit allemaal aanpakt. Hij is oud genoeg om zelf beslissingen te nemen. Margaretha weet niet of er huwelijkse voorwaarden worden opgesteld en ze vreest dat Welland meer schulden heeft dan hij wil toegeven. Margaretha lijkt te impliceren dat het huwelijk vooral een financiële overweging zal zijn voor Welland. Het lesje moraal waarin Eleonora een aantal jaar geleden de hoofdrol speelde zal waarschijnlijk weinig indruk hebben gemaakt op de toen zestienjarige Welland.
[=gen sal,] ick hoor van geen houwelijckse voorwaerde of hij wel sonder die sou trouwe, ick vrees hij vrij meer schulde heeft als hij heeft wille weete, wij sulle ock Eens omt ons dienen te dencken, ick beken tis bedroeft dan wat kone wij doen alst weesen moet ist noch beeter van susters kin deren als van Eijgen, de heer almachtich wil al de onse voor sulcke laesge gedachte behoede, en uhEd in sijn heijli =ge bescherminge neemen, verseeckert sijnde dat ick ben
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
de luijtenants vrou juffrou anna kroot is inde kraem sijnde Een halfven dach verlost gestorfven, de jonge lapoote die met de dochter van spronse getrout was, is sijn vrou quijt en weer weedunaer
Margaretha schrijft dat dit soort fratsen maar beter door de kinderen van je zus kunnen worden uitgehaald, dan dat je eigen kind je met zulke kopzorgen opzadelt. Ze vindt het bedroevend om over de hele situatie na te denken. Gelukkig wil de almachtige Heer hen behoeden voor zulke nare gedachtes. Daarna sluit Margaretha zoals altijd vol liefde haar brief af die vervolgd worden door zeer uiteenlopende p.s.-jes.
Uiteenlopende P.S.-jes
De eerste p.s. is geen vrolijke laatste noot. De vrouw van de luitenant, Anna Kroot, is helaas gestorven. Een halve dag nadat zij is bevallen, is zij helaas overleden. Ook de jonge Laporte is helaas voor de twee keer weduwnaar geworden.
Back to business. Margaretha stuurt op het einde van haar brief aan om de molen te kopen. Ze doet daarbij ook gelijk een voorstel hoe ze dat het beste kunnen doen. Als zij de molen kopen en de verkoopt bij decreet, dus in bevel van de overheid, laten regelen. Dan kan hetzelfde decreet gebruikt worden om de transactie te doen. Dan is het goed geregeld en altijd voor iedereen rechtsgeldig.
De vissen in de gracht houden zich gelukkig in het diepe gedeelte, waardoor de kans op overleven groter is.
Hoewel de mening van Godard Adriaan over de voorburcht duidelijk is, zou het toch makkelijk zijn als hij het even formeel goedkeurt.
Op een los papiertje dat bij de brief is gevoegd zijn de afmetingen van de Grote Zaal van Kasteel Middachten geschreven. Deze is 42 voet lang en 24 voet breed.
Margaretha is dolblij: ze heeft maar liefst twee brieven van Godard Adriaan ontvangen! Ze is blij om te horen dat steenhouwer Jan Prang aangekomen is in Bremen. Maar wat vindt Godard Adriaan nu van de tekeningen? Margaretha zit te wachten op antwoord.
Ameronge den 2 deesem 1676 [rec. 7. dito 1676] Mijn heer en liest hartge
gister heb ick uhEd aengenaeme vande 25 en vandaech die vande 28 pasato ontfange, tis mij lief ijan prang wel is overgekoomen, nu verlanckt mij hoe uhEd al het overgesondene so teeckenine als ander aenstaet, en wat daer op sal reesolveere, [aengaende het verhoochge]
Druk, druk, druk
Bovendien ze wil aan de slag met de groentetuin. Ze wil de koolhof ophogen met aarde en zand en Van Ginkel wil daar ook nog fruitboompjes poten. Het werk aan het kasteel vordert. De metselaars zijn klaar met de bogen in de kelder maar de timmerlieden hebben nog wel een paar dagen werk. Het lood is aangekomen en de leidekker is bezig om het in de goten te leggen. Het werd hoog tijd.
[op sal reesolveere,] aengaende het verhoochge vande kool hof achter den bloem hof, soot sulcken vriesent weer blijft sulle wij met den Eerste daer aengaen en sant en Aerdt daer in laete brenge, de heer van ginckel heeft geseijt te wille sien dat hij Eenige vande kleijne fruijt boomtges die hem toegeseijt sijn, te krijge om daer in te pooten, de metselaers sijn gisteren alle wt ons werck gegaen hebbende al de scheijt boogen inde kelders gemaeckt dat Een groot werck wt de weech is, de timmerli hebbe noch wel acht dage werck, ijanhenderixs
den leijdecker is aent legge vant loot inde goote dat hooch tijt is gedaen te sijn, [gistere is]
Maar er zit Margaretha iets dwars, een heel ander onderwerp: de molen. De molenaar heeft schulden en hij moet de molen verkopen. De schuldeiser wil de molen laten veilen, maar Margaretha wil liever zelf bepalen wie de volgende molenaar wordt. De molenaar vraagt er vierduizend gulden voor. Een beetje veel, vindt Margaretha, hij heeft er zelf indertijd 700 gulden voor betaald. Goed, sinds die tijd is er wat aan vertimmert en hij heeft er een huis en een rosmolen bij gebouwd, maar zoveel bijzonders is dat nu ook weer niet. Margaretha heeft er drieduizend gulden voor geboden, dat is het wel waard, maar waar haalt ze het geld vandaan? Moeten ze een obligatie verkopen? Zou Godard Adriaan per omgaande zijn ‘sentimente’ op dit punt kunnen laten weten?
[dat hooch tijt is gedaen te sijn,] gistere is onse moolenaer hier bij mij geweest die seijt de moolen niet te konne houden ock heef kor= =neelis verweij die in verwin en wilse te koop veijlle tensijse uhEd niet wt de hant be= liefde te koope, nu de moolenaer preesen= =teertse ons te verkoope maer Eijster vier duijsent gul voor ick seij als hijder drij duijsent gul voor hadt dat hij heel wel toe sou koomen, die heeft hij der voor gelooft, en daer maer seeven hondert gul op betaelt , nu heeft hij der aen getimert Ent huijs dat niet veel bijsonders is geset ock de rosmoole so dat mijns oordeels alsmense voorde drije duijsent gul kost krijge het niet te dier sou sijn, maer waer koome wij aentgelt of most oblijgasie verhandelen, uhEd be= =lieft sijn gedachte hier Eens op te laete gaen en sijn sentimente met den Eerste te laeten weeten, [ick ben teegenwoordich]
Gezicht op het dorp Amerongen uit het noorden. A. Rademaker, ca 1725, gemaakt naar een voorbeeld uit 1620. Collectie Het Utrechts Archief.
Worst
Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak in haar brief. Ze heeft varkens geslacht. Vier varkens die ze zelf heeft gemest en twee ‘eijckel verckens’, varkens die in het bos hun voedsel (zoals eikels) hebben gezocht. Ze is heel tevreden over zichzelf: het is haar beter afgegaan dan hopman Blanche. De kleindochters Pootge (Salomé Jacoba van drie) en Niera (Reiniera van vier) zijn al druk bezig met het maken van worst voor ‘groote papa’. Hij moet nu maar eens snel thuiskomen!
[te laeten weeten,] ick ben teegenwoordich ock int slachte van verkens heb vier van
ons Eijge gemeste en twee Eijckel verckens gesla die alle ses heel suijver en klaer gevalle sijn so dat mij slachte beeter als die vande heer hoop man1Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen? blansche2Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan geluckt sijn, pootge en niera maecken al worst voor groote papa maer segge dat hij haest thuijs moet koomen, [Antge kijft op de groote bach]
Interieur met een vrouw die worst maakt, Jacques-Philippe Le Bas, 1747. Collectie: Rijksmuseum
Drukke kleintjes
Antge (Anna van zeven) is boos omdat ze kousen voor ‘groote papa’ wil breien maar ze heeft geen voorbeeld voor de juiste maat. Nu ze geen kousen kan breien, is ze van plan om een brief te schrijven aan ‘groote papa’. Hopelijk is hij daar ook tevreden mee. Het is duidelijk: Margaretha geeft haar kleindochters een opvoeding waarmee ze van alle markten thuis zijn. En misschien moeten ze ook wel helpen omdat Margaretha anders geen tijd heeft om brieven te schrijven. Fritsje is nog op Middachten dus Margaretha heeft geen nieuws over hem. De kleine Godertje is gezond en groeit goed, maar hij draagt een ‘bant’ om te genezen van zijn breuk en Margaretha is de enige die de ‘bant’ mag verschonen. Baby Agnes brengt ook de winter bij haar grootmoeder door en ze groeit als kool.
[koomen,] Antge kijft op de groote bachSophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha dat sij haer geen hoosHoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been. van groote papa heeft gegeefve om naer te breije, hoopt teegens nieuwe ijaer Een brief aen groote papa te schrijfve daer sijt weer mee goet meent te maecken, hoet met fritsge gaen sal weet ick niet die is noch op Middachten, godertge is heel gesont en fris groeijt seer maer is wat vast inde bant die hem noijt af of aen gedaen wort om te verschoone als in mijn preesensie hoope hij met godts hulpe haest sal geneese, het jonste kint dat Angnis genaemt is naer de oude vrou van MeuweAgnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota de groot moeder van vrou van ginckel gelijck uhEd int eerst van haer geboorte heb
geschreefve, groeijt ock heel wel, de heere wilse alle in sijne vreese laeten opwasse, [sijn]
Een meisje leert haar zusje breien Petrus Johannes Arendzen (vermeld op object), 1856 – 1900. Collectie Rijksmuseum.
Winter
Het gaat een koude winter worden. Margaretha laat alle dagen bijten in het ijs in de gracht hakken zodat de vissen het overleven. Maar ‘al wat God belieft moete wij verwachte’. En op die berustende noot besluit Margaretha haar brief.
[naer Middachte,] het vriest hier sterck ick laet alledaechge inde grafte bijten om de vis te behoude, soot schijnt mochten Wij wel Een harde winter hebbe, al wat god belieft moete wij verwachte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle en blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor vrou van
Landschap met figuren die een wak maken op een bevroren vaart, Andreas Schelfhout, ca. 1825 – ca. 1829. Collectie Rijksmuseum.
1
Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen?