Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.
Onverwachte gasten
Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.
[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach hier met de heer van ginckel koomende vondt ick hier de heer en vrou van bransenburch met de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer in wachte, [en laete toekomende maendach Een]
Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!
[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert =ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort nat en vuijl weer de wech is te diep daer kan onmoogelijck geen kar door, tis hier alledaech seer vuijl en nat weer hebbe weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.
Baantjesjacht
Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.
[doen,] den avokaet becker die gistere met rentmeester vande domeijne hier was seijde dat de prockereur generael weesel seer verswackte en geen hoop van leefven hadt datter ock waere die sijn hoocheijt om dat Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]
In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?
[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
hier is wtermaete vreuchde met de nieuweijaere onder onse jonckheijt geweest met de naeste post sal frits en Anna groote papa bedancke
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
Godard Adriaan is weer vertrokken. Bij zijn tussenstop in Middachten heeft hij Margaretha al geschreven, maar nu is hij écht weg. Margaretha begint met een korte reactie op zijn brief: de brief van Temminck in de bijlage maakt duidelijk waarom hij niet reageerde op de eerdere brief van Godard Adriaan en Margaretha verwacht secretaris Doorslagh morgen met het geld uit Utrecht. Kennelijk hoeft Margaretha er niet aan te wennen dat haar man er niet is, het is gelijk ‘business as usual’.
[rec. a Bilefelt. den. 24. 9ber] Ameronge den 11 Novem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme van Middachte op deselfs vertreck geschreefve heb ick ontfange, wt dees neefens gaende sal uhEd sien doorsaeck waer= =om teminck uhEd schrijfvens niet Eer heeft beantwoort, het gelt verwachte ick deesen avont met de seeckreetaris deurslach die naer wttrecht is, [ijan prang die de hartstee]
’t Huis Middagten van vooren door de voorpoort te zien, Hendrik Spilman, naar Jan de Beijer, 1745 – 1792 (fragment van twee afbeeldingen van Middachten). Collectie Rijksmuseum.
De steenhouwer
Ook al zijn we twee jaar verder dan de laatste brief: de steenhouwers en metselaars zijn nog steeds bezig. Jan Prang lijkt nog steeds dekstenen voor de schoorsteen te hakken, alleen zijn ze nu voor de schoorstenen van een de paviljoens. Daarnaast heeft hij de goten van de brug gedaan en hij heeft de kommen om de pijpen van de fonteinen neergelegd. Het enige dat hij nog moet maken, is de deksteen voor de schoorsteen van het tweede paviljoen, maar dat gaat hem niet lukken. Het weer is zo slecht dat hij terug wil naar Bremen. Waarschijnlijk voor het echt winter wordt, want dan wordt reizen zwaar. Er was in de zeventiende eeuw nog maar hier en daar een enkel stukje weg geplaveid. Met regen werd het dus een modderboel en als het dan ging vriezen dan was de weg een keihard kraterlandschap.
[naer wttrecht is,] ijan prang die de hartstee tot de Eene pavelijoen tot de schoorsteen ge daen en gereet heeft, alsmeede de goote op de bruch gehouwe, de kome omde pijpe vande vonteijne heeft hij loos geleijt, so dat aen sijn werck niet meer resteert alst hartseen tot de tweede pavelijoen op die schoorsteen, die hij ongedaen moet laete derfvende doort harde weer niet langerhier blijfve, is van meenin merge te vertrecke ick sal hem be= taelle en dan laete met sijn volck gaen
De kom die om de pijp van de fontein zit in het onderhuis van het kasteel. Bovenop de kom ligt perspex waarop de bloemen staan, eigen foto.
De metselaars
Ook de metselaars zitten niet stil. Zij zijn met de pilaren bij de brug bezig, de nissen daarin vullen ze met kalk uit Segeberg (Duitsland). De kalk die daar vandaan komt, is eigenlijk geen kalk, maar gips en daardoor heel fijn om te verwerken. Margaretha hoopt dat ze vanavond de vloer van de stallen af kunnen maken, die bestaat uit klinkers die op hun kant liggen.
de metselaers hebbe de pijlaers vane bruch opt Eerste voorburch voort op gemetselt
en de hartsteene daer op geleijt en de nisse met seegerberger kalck geplaestert, hoop sij van avont de vloer inde stal met klin= =ckert op haer kant sulle geleijt en gedaen krijgen, [ick heb vandaech twee osse het Een]
De stallen met aan weerszijden de paviljoens, eigen foto.
Het paterstuk
Ondertussen zit Margaretha ook niet stil. Ze heeft twee ossen geslacht: één van de ossen die uit Denemarken was gekomen en één die ze zelf gefokt had (eigen foxsel). Die os die ze zelf gefokt heeft is de beste die ze ooit gehad heeft. Ze zal het paterstuk voor Godard Adriaan bewaren.
Het paterstuk was een vierkant stuk vlees met een deel van de ruggengraat en de ribben. Het heette het lekkerste stuk vlees van het rund te zijn. Dit stuk werd bewaard voor de pater of de mater van het klooster, vandaar het paterstuk.
Om paterstukken te bewaren werden ze gerookt. Eerst werden ze gepekeld. Pekelen gebeurde met een combinatie van twee delen zout en één deel suiker. Voor het paterstuk werd vaak bruine suiker gebruikt. Hierna werden ze in de rook gehangen. Door dit proces kon je het paterstuk een paar jaar goed houden. Als Margaretha dit paterstuk voor Godard Adriaan wilde bewaren, had ze dat ook wel nodig. Gelukkig weet ze dat nog niet.
[krijgen,] ick heb vandaech twee osse het Een van ons Eijgen foxsel sijnde Een 3 ijaerijge os en Een deense die ickt voorleede somer heb gekocht geslacht, ons leefven hebbe wij geen beest so doorwasse en vet gekocht noch geslacht als dien drije ijaerijge en ons Eijgen foxsel is, de an is ock heel goet maer heeft niet bij de voorseijde, wenste uhEd die had moogen helpen nuttigen sal de paterstucke voor selfve bewaeren
Tijd om er een eind aan te breien. Ze hoopt dat Godard Adriaan inmiddels bij de bisschop van Münster1Ferdinand von Fürstenberg is en ze bidt voor zijn (Godard Adriaan’s) geluk. Geen groeten van de kleinkinderen deze keer.
[geseijt heeft, nu den tijt salt leeren,] ick
verlange te hooren dat uhEd bij den heere bischop van Munster gearijveert is in middels god bidde voor deselfs geluck en voorspoet blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.
Zonder klei geen baksteen en zonder baksteen is in een land met vrijwel geen natuursteen een kasteel niet te bouwen. Alleen al voor het kasteel hadden Godard Adriaan en Margaretha ongeveer 1 miljoen stenen nodig. Daar zouden de bijgebouwen en de kades van de grachten nog bij komen. Al met al zal Margaretha nog een aantal jaren aan het bouwen zijn. Als we zo verder gaan met de brieven van 1679, dan komt de steenoven nog steeds terug in haar brieven.
Steenfabrieken
Op zich ligt Amerongen in een goed gebied voor baksteen, want rivierklei is uitermate geschikt om bakstenen van te maken. We kennen allemaal het beeld van de rivieren die traag door oneindig laagland gaan, met in hun uiterwaarden de steenfabrieken. Alleen komen die steenfabrieken pas in de 19e eeuw. Godard Adriaan en Margaretha hadden hier dus helemaal niets aan.
In de 17e eeuw waren er her en der wel steenovens, maar die hadden vaak een semi-permanent karakter. Er zijn drie varianten van baksteenbakken te bedenken. De steenoven is het meest permanent, de veldoven wordt gebouwd op een plek waar tijdelijk veel stenen nodig zijn, meestal is het een ommuurde ruimte die als oven gebruikt wordt. Veldbrand is een manier van bakstenen bakken waarbij geen oven gebouwd wordt, maar de bakstenen die gebakken worden zelf onderdeel zijn van de oven.
Met de aantallen bakstenen die voor het kasteel nodig waren, was het economisch zinvol om het bakken van stenen zelf te regelen. Margaretha heeft het zelf altijd over de steenoven, maar hoogst waarschijnlijk ging het over een veldoven of misschien veldbrand. Alleen archeologisch onderzoek kan aantonen wat voor structuur gebouwd was om stenen te bakken.
We weten wel waar de steenovens geweest zijn, want het geheugen van een dorp zit vaak nog in de plaatsnamen. Vlak naast het kasteel zijn twee weilandjes die nog steeds Steenoven 1 en steenoven 2 heten. Steenoven 1 en 2 liggen net buiten de dijk die (nog steeds) om het kasteelterrein ligt. Het is dus niet verwonderlijk dat de steenovens regelmatig last van hoog water hebben.
De eerste stap bij het maken van bakstenen is het aanvoeren en werkbaar maken van de klei. Als de klei soepel is, worden met behulp van een houten mal de stenen gevormd. Zo krijgen ze allemaal dezelfde maat. Vers gevormde stenen worden te drogen gelegd. Bij een veldoven en veldbrand gebeurt dit allemaal buiten, vandaar Margaretha’s klachten als het te veel regent. Dan moeten ze ervoor zorgen dat de drogende stenen niet nat worden.
Als de stenen gedroogd zijn, worden ze opgestapeld in de oven (veldoven) of als oven. In de praktijk moet je je voorstellen dat de stenen al dan niet binnen een stenen omheining worden opgestapeld in lange rijen met zowel horizontaal als verticaal veel lucht tussen de stenen. Deze holtes worden gevuld met turf. Nog steeds met lucht ertussen, want dat is nodig voor een goede verbranding van de turf.
Bij veldbrand worden de buitenste stenen dichtgesmeerd met leem, zodat een gesloten oven ontstaat en waar dan boven ruimte vrij gehouden wordt voor de trek en aan de voorkant zijn de tussenruimten onderin met daarin het turf open, zodat het turf aangestoken kan worden
Gezicht op de steenfabriek te Remmerden (gemeente Rhenen), met op de voorgrond de Utrechtsestraatweg en de trambaan uit Amerongen, 1908. Collectie Het Utrechts Archief. Rechts voor mogelijk rieten bescherming van de drogende stenen.
Bakken
Als de oven vol of klaar is en de weersverwachting is goed, dan wordt het turf tussen de stenen aangestoken. Een veldoven of veldbrand brandt meestal één à twee weken. Omdat een veldbrand geen muur om de oven heeft, is daar de kwaliteit van de stenen minder uniform dan bij een steenoven of veldoven. De binnenste stenen worden immers langer en heter gebakken dan de bakstenen aan de rand.
Hieronder een historische film over een Duits dorp dat ten tijde van de film (1963) nog jaarlijks gezamenlijk een veldbrand uitvoert. Voor de echte liefhebber…
Brieven waarin Margaretha over de steenoven schrijft
Dat was het dan. Godard Adriaan is weer thuis en Margaretha hoeft dus geen brieven meer te schrijven. Ik ben blij dat Margaretha eindelijk haar man weer in haar armen kan sluiten.
Heer en dame kussend en een vrouw van achteren, Gesina ter Borch, 1654. Collectie Rijksmuseum.
Volgende missie
Er zijn weer brieven als Godard Adriaan op zijn volgende missie gaat. De laatste brief was van 16 juni 1677 en zijn volgende brief is van 11 november 1679. Dit betekent niet dat wij (ook) twee jaar wachten tot we verder gaan: wij pakken gewoon in november de draad weer op. In de perioden tussen de brieven proberen we jullie op de hoogte te houden van wat er zoal gebeurt in die twee jaar. Voor zover we dat weten natuurlijk, want als Godard Adriaan thuis is, hoeven er geen brieven meer geschreven te worden over de bouw. Maar over de oorlog, de situatie in de Republiek en de lotgevallen van familieleden kunnen we wel meer vertellen. Zijn er vragen of specifieke wensen voor verhaaltjes in deze periode? Laat het hieronder even weten!
We weten dat Margaretha’s belangrijkste doel was om in 1677 het huis wind en waterdicht te krijgen. Er werd gewerkt aan het dak en aan de schoorstenen en er werden glas en vensters besteld. De grote vraag is natuurlijk of ze het plafond in de grote zaal gaan jipsen of schilderen. Als we het alleen van de brieven zouden moeten hebben, zouden we dat nooit weten. Gelukkig staat het huis er nog en de grote zaal is in de basis nog steeds zoals hij tijdens de bouw bedoeld was. Dus komen kijken is de eenvoudigste oplossing om daar achter te komen.
Als we met de brieven van twee jaar later verder gaan, zijn de Van Reedetjes natuurlijk behoorlijk opgeschoten met de bouw. Dan wordt er hard gewerkt aan de bijgebouwen, vooral de stallen met de beide paviljoens. Daarnaast valt er natuurlijk in het huis zelf ook nog van alles te verfraaien. Verder zijn er verhalen over de kleinkinderen, over ossen, over de landbouw en over bezoek van de prins. Dus ook de volgende serie brieven heeft weer genoeg om naar uit te kijken!
Het gaat er eindelijk van komen! Het einde van de diplomatieke missie van Godard Adriaan komt in zicht! Margaretha trekt die conclusie uit de brief die Godard Adriaan haar op 12 juni schreef en dat is niet het enige. Van Heteren heeft haar geschreven dat de ‘demissie’ van Godard Adriaan is goedgekeurd.
Ameronge den 16 juni 1677
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd mesiefve vande 12 deeser sien ick de hoope die deselfve mij geeft van in korte hier te sulle sijn van Heeteren schrijft dat haer hooch Mo(gende)1Titel voor de Staten Generaal uhE demisie om thuijs te koome hebbe geackordeert
Nou ja, een klein voorbehoud, de Lunenburgse troepen moeten onderweg zijn, maar Godard Adriaan zal zelf wel weten hoe het daar mee staat. Margaretha verheugt zich enorm op de thuiskomst van haar man. Niet alleen wordt wel weer eens tijd, het is ook fijn om samen beslissingen te kunnen nemen!
[staet is te maecken,] hoope niet hij vreemt sal vinde ick seer naer uhEd komste verlange, nu ons werck so seer komt, vallen der verscheijdene dinge voor daer uhEd oock wel Eens diende present te sijn
Brief schrijvende vrouw, Pieter Schenk naar Gerard ter Borch (I), 1684. Collectie Rijksmuseum.
Deelle en balcke
Het werk aan het huis gaat gestadig door. De driehonderd vloerdelen die afgelopen winter in het bijzijn van Godard Adriaan gezaagd zijn, liggen los op hun plek. Wat minder mooi is, krijgt een plekje op zolder. Maar het zijn er niet genoeg. Margaretha stelt voor om voor de alkoofkamer (kamer met een bed), het eetsalet (de eetkamer) en voor de torenkamer vloerdelen uit Duitsland te laten komen. Dat gaat wel veel geld kosten maar er liggen in Amsterdam nog tweehonderd balken die niet nodig zijn en als die nou verkocht worden, dat zal de kosten dekken. Misschien houden ze dan nog wel geld over.
[deelle konne belegge,] dewelcke men sou moete koope en al wat koste sulle, maer daerteege soude ickmijns oordeels, Een honde b balcke van die tot Amsterdam over de twee hondert noch int getal legge en wij niet van doen hebbe verkoopen die mijns beduncke ontrent de 2000f soude af brenge, daermee wij tot het inkoope vande pruijse deelle al verde sou de springe of noch wel over houde,[ met de]
Plattegrond van de eerste verdieping (beletage) van het huis Amerongen, Anoniem, 17e eeuw. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Het eetsalet is de kamer links onder, de torenkamer links boven en de alkoofkamer rechtsonder.
Het werk is ‘geavanseert’
Margaretha is duidelijk trots op het werk dat al verzet is. Bijna al de gewelven van de kelders zijn af en de meeste gewelven zijn ook al bepleisterd. Afgelopen week is er vanwege Pinksteren niet gewerkt maar morgen gaat het weer los. Steenhouwer Prang gaat verder met de schoorstenen, de daklijst om het huis is af. Margaretha heeft de secretaris opdracht gegeven om aan Godard Adriaan een overzicht te sturen met ook de melding van de ‘pruijse deelle’, de delen Pruisisch hout, die nog nodig zijn. De drost heeft nog iets bijgevoegd over een kwestie met het Hof van Utrecht, Margaretha weet daar zo snel geen raad mee.
[Huijs is volkoome gedaen,] ick heb de sekreetaris be last uhEd vandaech noch alles pertinent te schrij= ve, ock wat pruijse deelle der noodich sijn, wt de neefens gaende van drost sal uhEd sien wat interedixsie2Interdictie: Als rechtsterm. Verbod om b.v. met zekere handelingen voort te gaan, bij officieele aanzegging (notarieele insinuatie) of vanwege het gerecht. hem van weegen het hof van wttrecht is gedaen of dat bij ons gerecht kan aengenoome worde, weete ick niet
De kleinkinderen verheugen zich ook op grootvaders komst, in het bijzonder Frits! Kleindochters Niera (Reiniera) en Pootge (Salomé Jacoba) hebben de kinderen op school koek beloofd want dat brengt grootvader natuurlijk mee en dan gaan zij trakteren. Maar voor nu, Margaretha blijft zijn ‘getrouwe wijff’.
, al onse kindere w insonderheijt3Inzonderheid: voornamelijk frits verlange seer naer groote papaes komst, niera en pootge beloof al de kindere in’t school koeck die groote papa mee sal brenge, hiermeede blijfve Mijn heer en lieste harte uhEd getrouwe wijff M Turnor
Interdictie: Als rechtsterm. Verbod om b.v. met zekere handelingen voort te gaan, bij officieele aanzegging (notarieele insinuatie) of vanwege het gerecht. ↩︎
In de vorige brief heeft Margaretha al alle vragen van haar man beantwoord die hij in zijn laatste van 5 juni stelde. Sindsdien is er niet veel veranderd, behalve één ding: de keldergewelven zijn klaar! Een mijlpaal, want hiermee is een groot deelproject achter de rug. Alleen het gewelf onder de kinderkamer moet nog. Vanwege Pinksteren en de regen wordt er niet veel gewerkt, maar er is nieuws over een schuchtere held.
[rec 17 dito] Ameronge den 12 ijuni 1677
Mijn heer en lieste hartge seedert mijne laeste waer in uhEd beste die vande 5 deeser is geweest heb beantwoort, is hier niet veel veranderins voorgevalle, wt die vande see =kreetaris sal uhEd hebbe gesien hoet hier met werck staet, de wulfsels vande kelders sij over al wtgesondert die onder de kinder kamer toe en gemaeckt, dat Een groot werck wt de weech is, [om sullense gaen aende meure vande]
Pinksteren
De volgende stap in de kersverse keldergewelven wordt het pleisteren van alle muren en plafonds. Niet dat deze week veel zal gebeuren, want Margaretha heeft evenmin als met Hemelvaart kunnen beletten dat alle werkmannen inclusief Rietveld met Pinksteren naar huis zijn gegaan. Ze verwacht ze niet voor voor woensdag terug.
[onder de kinderkamer te slaen] en voort al de wulfsels inde kelders ende muere te plaeste =renpleisteren en aente strijcken, dan de aenstaende weeck en salder weer niet veel gedaen worde met de pinstere1Pinksteren is Elck al Eens naer huijs ge= gaen en rietvelt naer Amsterdam, en sulle niet voor en woonsdach weeraent werck koomen dat ick niet heb konne beletten,
Het mooie weer is blijkbaar weer even voorbij: het heeft de hele week alleen maar geregend. Heel goed voor het graan en de tabak en allerlei andere gewassen! Helaas niet voor het werk bij de steenoven en ook niet voor het pas gemaaide hooi op de Benedenste Bol. Nou ja, die regen is het werk van God, daar kunnen ze niets tegen doen.
aldeese weeck heeft het hier niet gedaen als ge= reegent dat wel goet opt koorn2koren, graan toeback3tabak en alderhande vruchte is geweest, maer niet
op onse steenoven oft hoeij dat op de beneedenste bol gemaeijt leijt, op de steen oven hebbense van alde weeck niet gevormt, dit is godts werck daer wij niet toe konne doen, [gistere is bentom die]
Gepersonifieerde ziel in beschouwing van de regen, Jan Luyken, 1678-1687. Collectie Rijksmuseum.
Lof en eer voor de Held van Kassel
Zo weinig als er over de bouw is te vertellen, des te meer over de heldendaden van zoonlief. Godards kornet Bentum is langs geweest in Amerongen en heeft in geuren en kleuren nog eens over diens tomeloze inzet in de Slag bij Kassel verteld. Het heeft vooral aan Godards goede inzicht en leiderschap (en Gods hulp natuurlijk) gelegen, dat er niet nog drie of vier duizend extra manschappen dood op het slagveld zijn gebleven. Zijn directe bevelhebber, luitenant-generaal de Montpouillan, liet het helemaal aan hem over, ook toen Godard alsnog om orders vroeg. Hij moest vooral doorgaan met zijn goede acties.
[met hem geweest is] sonde de dierexsie4directie:leiding die hij gepleecht heeft en sijn groote voorsichticheijt daer had noch wel 3 a 4000 man moete be: op de plaets doot gebleefve hebbe, wij kone godt niet genoech dancke, opt lest quam mom =pelijan5Armand de Caumont, marquis de Montpouillan daer bij aende welcke de heer van ginckel aenstonts versocht sijn ordere6orders, bevelen te ontfange diet selfve met Een groote sievielliteijt7civiliteit, beleefdheid Exskuseerde en versocht de heer van ginckel wilde voort gaen int geene hij so wel had of was int doen, [ock inde reetreete preesen]
Ruitergevecht, illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet, Romeyn de Hooghe, 1672. Collectie Rijksmuseum.
Met lof en eer overladen kwam hij van het slagveld en ook Willem III zijn Godards heldendaden niet ontgaan. Hij was erg tevreden over diens competente optreden. Toen hij zag dat Godard van paard moest wisselen heeft hij hem er zelfs eentje uit zijn eigen stal gegeven. En later in Den Haag mocht Godard bij hem op het hof overnachten en uitrusten.
[maer liet het aende heer van ginckel], so dat hij met groote Eer en lof daer af is gekoomen, en sijn hoocheijt diet meest selfs heeft aengesien, teeneemaelteneenemale van sijn derex =sie8directie, leiding en kontdwijte9conduite: gedrag voldaen is geweest, sijn hoocheijt siende dat de heer van ginckel van paert most veranderen sont hem aenstonts Een van sijn hant paerde, en heeft hem in alles so veel Eer seviEliteijt10civiliteit, beleefdheid getoont als hij sou konne bedencke begeerende doen hij bij hem quam dat hij dien nacht in sijn hof sou blijfve en wt rusten,[ in soma alles was heel wel, alst]
Het Oude Hof in Den Haag (Paleis Noordeinde), Peter Schenk, 1706-1726. Collectie Rijksmuseum.
De held is schuchter
Kortom, geweldig natuurlijk, maar al die lof en eer zouden eens verzilverd moeten worden. De trotse maar nu toch wat ongeduldig wordende ouders zijn het met elkaar eens: Godard zou gebruik moeten maken van deze voor hem gunstige tijden om bij de prins een volgende stap in zijn carrière voor elkaar te krijgen, maar hij is te timide. Een grote dappere man op het slagveld, een schuchter kind aan het hof.
[wt rusten,] in soma11in somma: kortom alles was heel wel, alst maer bij voorvallende ockasie12gelegenheid gedacht mach worde, uhEd heeft gelijck, hij behoorde hem van deese tijt te diene maer hij is te temiede13timide: beschroomd, verlegen, bedeesd hiermeede Eijndigende blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Die rare periode in het voorjaar dat je van de ene halve werk- of schoolweek in de andere rolt, die kende Margaretha ook. Heerlijk als je schoolgaand bent of werk hebt dat je kunt laten liggen, irritant als je iets gedaan wilt of moet krijgen. En Margaretha wil een huis bouwen, dus voor haar zijn biddagen en hemelvaarten irritant. Ze schrijft zelf nooit over het vieren van wat voor feestdag dan ook, maar het werkvolk is wel vrij.
[rec.a 10 dito] Amerong den 5 ijuni 1677
Mijn heer en lieste hartge
uhEd laeste vande 29 pasato heb ick voorleedene woonsdach beantwoort, wij hebbeh deese weeck den ordinarise beedach en ock heemel vaerts dach gehadt dat ons deese weeck twee dage int wercke so int Een als int ander verhindert heeft, [hebbe wtneement]
Hemelvaart, fragment uit: Scenes uit het leven van Christus, anoniem, ca. 1435. Collectie Rijksmuseum.
Steen en hooi
Gelukkig is het weer prachtig dus er kan wel hard gewerkt worden. Dat gebeurt bij de steenoven en in de laaggelegen weides. Bij de steenoven loopt het nu zo goed, dat Margaretha hoopt dat ze zoveel kunnen bakken dat ze genoeg bakstenen heeft om volgend jaar de voorburcht te doen. Dan hoeft ze dat jaar in ieder geval geen bakstenen te bakken. Ze is aan het eind van haar latijn.
Ondertussen moet er ook gehooid worden. Het gras waar de ossen staan is geweldig, ze heeft nooit meer hooi gezien. Het hooi is gisteren gekeerd en wordt vanavond op stapels gelegd. Het werk groeit haar een beetje boven het hoofd. Maar ze zal natuurlijk wel haar best doen.
[te backe het welcke wel wensche] kan nie segge hoe moede ick dat werck ben, nu sijn wij aent hoeije op de beneedenste bol daer de osse gaen, inde laechte, daer seer schoon gras wt komt, ick hebt noeijt meer gesien het de gras dat gistere voor Eerste mael
gewent of gebroocke is, is deesen avont aen groote oppers1Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid. tot drooch hoeij geset, het werck komt mij nu so teffen over de hant dat ickder geen door koome aen en sien , sal mijn best al voort doen, [meester schu]
Schut is weer naar Amsterdam en die komt na pinksteren weer terug. Temminck schrijft dat er weer hout uit Hamburg komt en dat hij een schip met Friese kalk naar Amerongen gestuurd heeft. Dat is hard nodig voor het pleisteren van de gewelven in de kelders. Prang heeft de hoekstukken voor de lijst om het huis gemaakt en gaat nu verder met de stukken voor de schoorsteen. De metselaars zijn nu die hoekstenen aan het leggen en er wordt natuurlijk nog steeds gepleisterd in de kelder. Maar dat gaat langzaam en dus oefent Margaretha geduld.
Één ding is duidelijk: als ze hier doorheen komt, bouwt zo nooit van haar leven meer een huis. Ze is zo moe, dat ze niet meer schrijven kan.
[int wulfve van onder de alkobij kamer, daer is noch veel werck aen vast daer wel paes= ijensie to van noode is, waer ick hier Eens door kom mijn leefve niet weer aent timere ick ben so mat2Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben van doorde so te gaen dat ick niet meer schrijfve kan, blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid. ↩︎
2
Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben ↩︎
Margaretha heeft zowaar twee brieven ontvangen van haar man en de secretaris ook één. De brief aan de secretaris staat kennelijk vol met Godard Adriaans ideeën rondom de herbouw, want Margaretha belooft om goed over alles wat hij schrijft te overleggen.
[rec 7 dito] Ameronge den 2 ijuni 1677
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 26 en 29 meij heb ick ontfange, wij sulle volgens tgeene uhed aende seekreetaris schrijft alles ten beste so veel over= legge alst moogelijck is, [wat belanckt omt bovent]
Plafond van het groot salet
Wat dat betreft valt Margaretha maar gelijk met de deur in huis. Kennelijk heeft Godard Adriaan voorgesteld op het plafond in het groot salet te jipsen (gipsen: stuken). Ze hebben daarover overlegd (zie je wel, ze doet keurig wat haar man vraagt!) en Margaretha en de beide bazen zijn het niet met Godard Adriaan eens. Zo’n mooie ruimte als de zaal die ze maken, die hoort een geschilderd plafond te hebben. Dat heeft Zijn Hoogheid Stadhouder Willem III immers ook gedaan in de grote zaal van Soestdijk? Als dat niet een argument is! Bovendien vroeg die schilder uit Amersfoort er niet eens heel veel geld voor! Nou ja, ze zijn voorlopig toch nog niet toe aan dat plafond, dus er is nog tijd genoeg om te beslissen.
[legge alst moogelijck is,] wat belanckt omt bovent groot salet te laete jipse meenen beijde de baese so wel schut al rietvelt dat dat gemack te fraeij is om te laete jipse en dat het selfve behoorde geschildert te worde gelijck sijn hoocheij op soesdijck in sijn groot salet heeft laeten doen van Een schilder van Amersfoort diet so ge= seijt wort heel net en voor Een kleijn en heel ge ringe prijs schildert, dan dit is noch vroech genoech daer kan omt Een oft ander dit ijaer noch niet gedocht worden, [konne wijt deese]
Plafondstuk “Aurora”, M.L.A. Clifford, 1726. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Margaretha kreeg pas 26 jaar na haar dood haar zin. De basis was toch het gestucte plafond dat haar man wenste.
Glas
Eerst heeft Margaretha andere zorgen: het zou fijn zijn als ze deze zomer alle vloerstenen gelegd zou kunnen krijgen, het dak dicht en al de vensters gevuld met glas. Maar als ze alleen al denkt aan de kosten krijgt ze het benauwd. Het glas vindt ze ook spannend. Ze zal eens kijken hoe anderen dat doen en dan een plan maken. Het schijnt dat de meesten kasten vol met glas laten komen en het dan ter plekke laten verwerken (tot ramen neem ik aan).
Ze stelt ook voor om te werken met twee kwaliteiten glas. Voor de zolders en de kelders is ‘slecht of bargoens’ glas goed genoeg. Als Godard Adriaan het goed vindt, uiteraard. Slecht gebruikt ze dan hier in de zin van gewoon, eenvoudig. Hoe ze bargoens hier precies bedoelt is mij niet duidelijk. Het is de taal van vagebonden en dieven. Ze zal in ieder geval geen glas zijn waar ze veel waarde aan toekent.
, naer glas sal ick verneemen en weet niet hoet daer best meede sal aen legge, veel koope heelle
kaste met glas en laetent dan bearbeijde salder naer verneeme en sien hoet tot den meesten oorbaer schick, mijns oordeels kan men op de solders op de vlieringe en ock in al de kelders wel met slecht of bergoens glas sette dat heel wel en genoech bestaen kan, alst uhEd so goet vindt, [vermidts hier so weijnich geleegent]
De werkplaats van een glazenier, R. Bénard naar Bourgeois. Collectie, tweede helft 18de eeuw. Collectie: Wellcome Collection.
Stenen voor Middachten
Die stenen voor Middachten die Godard Adriaan gezonden heeft, die zijn nog steeds niet in Middachten. Het is lastig om een schip te vinden dat vanaf Amerongen over de IJssel vaart. Maar nu heeft Krijn van Kampen net turf afgeleverd en hij moet leeg die kant op varen om hout te halen. Margaretha hoef je niet te vertellen hoeveel één plus één is: de stenen zijn al met het schip vertrokken. Margaretha heeft 450 stenen die kant op gestuurd. Ze denkt dat dat wel genoeg is, bovendien wil de eigenzinnige Philippota er nog wat witte stenen tussen leggen.
[so goet vindt,] vermidts hier so weijnich geleegent =heijt valt om den ijsel op, Eits naer Middachte te sende en ock de koste vande vloersteene hier op te rijde en daer naer die weer aent water ent scheep te brenge te ontsien, heb ick de ocke =sie dat krijn van kampen hier turf tot den steen oven gelost hebbende en en den ijsel op ginck om hout te haellen, hebbe ick hem vant Eene schip int sijne 450 vloer steene laete in laeden die hij op Middachte gebrocht heeft geloofve sij daer mee toe sulle koomen also de vrou van ginckel daer Eenige hoewel weij =nige witte steene tuschen wil laeten legge
Uiteraard heeft Margaretha ook weer iets op te merken over het gezin van haar schoondochter. Zij zit bij haar man in het leger, maar die zou eigenlijk de belangen van zijn gezin moeten behartigen. Nu is de kans, omdat hij in een goed blaadje staat bij de Prins van Oranje! Maar nee, hij is te timide, hij zal nooit iets voor zichzelf vragen, eerder voor een ander. En als hij niets doet… gebeurt er niets. Margaretha zal hem er nog wel op aanspreken, want hij moet er wel rekening mee houden dat hij zeven kinderen heeft en binnenkort zelfs acht!
de vrou van ginckel is noch int leeger ick heb haer op haer vertreck van hier al geseijt dat haer man nu behoorde sijn tijt waer te neemen en voor sijn huijs en kinderen te sorchgen de wijlle hij in gunst bij sijn hoocheijt is, maer hij is te temiede en geloof niet dat hijt doen sal, hij sal Eer voor vreemde als voor sijn selfe spreecke, ent sal hem sonder dat hijt Eijst niet thuijs gebracht worde, ick salt hem noch wel vermaene als hijt maer doet hij heeft vast seeven kindere en achtste binne acht
a neegen weecke te verwachten, sij moogen wel achterwaerts dencken, en als uhEd wel seijt de
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
En trouwens
Na nog wat gemopper op hoe het er allemaal aan toe gaat is er nog ruimte voor een flink naschrift. De Heer van Odijk is gehuldigd. Willem Adriaan van Nassau, die nooit Heer van Odijk was, had de ambachtsheerlijkheid Zeist gekocht. Op zijn verzoek hadden de Staten van Utrecht daar gelijk maar een hoge heerlijkheid van gemaakt…
Trouwens, als het plafond van de grote zaal geschilderd zou worden, dan moet er wel droog hout in. En eigenlijk ook mooi gezaagd, en dus duur hout. Dus daar zou ze dan nu eens naar moeten kijken.
Overigens kostte het schilderen van het plafond van de grote zaal op Soestdijk maar 100 gulden. Ze zal met Schut en de secretaris eens in de Sint Servaas Abdij in Utrecht gaan kijken of daar nog geschikt hout voor de vloerbalken ligt.
[al datter om gaet,] de heere wil ons bij staen in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor inde voorleedene weeck is den heer van oudijck tot seijst in gehult als men boovent het groot salet sou schilderen diendent met wage schot1Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden beschooten en moet wel drooch hout weesen daerme van nu af naer sou moete verneemen, so mij geseijt is kost het schildere vant groot salet op soesdijck maer hondert gul, ick sal schut met de sekree taris int sintservaes klooster het hout laete besien tot de ribbe inde vloere, ens bequaemste voor ons laetste Estimeere
Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden ↩︎
De post heeft het niet zo nauw genomen! Pas gisteren heeft Margaretha de brief ontvangen die Godard Adriaan haar op 14 mei heeft gestuurd. Die moet ergens zijn blijven liggen. Maar ach, er is toch niet zoveel te melden over de bouw.
[rec: 3 junij. 1677] Ameronge den 29 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 14 deeser is mij gistere Eerst behandicht, die iwers1Iewer, iewaers: ergens moet blijve legge sijn de voorgaende sijn door de laeste post so door mij als de sekreetaris beantwoort, seedert is int werck niet veel veranderins voor gevalle, de metselaers hebbe nu aent maecke
Jonge vrouw leest een liefdesbrief, Claude Duflos naar Jean Raoux, 1675-1725. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha heeft het gehad met de steenoven
De metselaars hebben steigers gezet om aan drie schoorstenen te gaan werken en ze zullen het gewelf van de galerij boven de kelder aanstaande dinsdag afwerken. Dan is het woensdag biddag voor het gewas en donderdag is het Hemelvaartsdag, twee vrije dagen. En daarna is het gewelf van de alkoof aan de beurt. Het is mooi weer en de steenoven draait op volle toeren. Margaretha wenst van ganser harte dat ze deze zomer genoeg steen kunnen bakken voor de rest van de bouw. Ze is heeft zo genoeg van die steenoven en ze is zo moe, dat ze niet aan het huishouden toekomt. Nu zul je zeggen, had ze geen personeel dan, maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet op alles toezicht wilde houden.
met dit schoone weer maeckense op de steen =oven seer veel steen, ick wenste met al mijn hart dat wij deese soomer so veel koste maecke dat wij genoech hadde, want sout naeste ijaer diet leeft niet gaern weer aent steen backen
sijn, bent ongelooflijck moe, dus verre van ons domi stijcke2Domestiek: betrekking hebbend op het huisgezin, huishoudelijk [nu wat anders sijn hoocheijt is inde haec]
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum.
De oorlog gaat door
Nu wat anders, schrijft Margaretha. Over de bouw is dan wel niet zoveel spectaculairs te melden, maar ze hoort wel eens wat en dit was toch wel echt een nieuwtje. De prins van Oranje is in Den Haag geweest en vervolgens naar zijn jachthuis in Soestdijk. Daar is hij maar één nacht gebleven en nu is hij al weer in het leger. Er schijnen troepen te komen van Lunenburg. Ze heeft dat van Everard van Heekeren, de heer van Netelhorst. Hij kan zich natuurlijk vergissen, maar Margaretha hoopt van niet. Heel begrijpelijk, want het verkleint de kans dat Van Ginkel in de frontlinie staat. Het lijkt er ook op dat er voorbereidingen worden getroffen voor een belegering, in Delft zijn ze bezig met het verschepen van kanonnen. Daar schrikt Margaretha nou weer van, dat gaat mensenlevens kosten. Ze hoopt dat de zomer, het oorlogsseizoen, snel ten einde zal zijn.
nu spreeckt men weer sterck van Een beleegerin daer so men seijt groote preeperaesie toe worde gemaeckt en veel grofkanon tot delft toe wert scheep gedaen, ick schrick het selfve te hooren, vrees het weer so meenich Eerlijck man sij hooft salkoste, wenste wij de soomer al ten Ende waeren wie weet wat wij noch al hebbe te verwachten, [van vreede]
Margaretha hoopt dat de koning van Engeland zal breken met de koning van Frankrijk. Dat zou een beslissende slag zijn, als de koning van Engeland zich aansluit bij de alliantie van de stadhouder en de Duitse staten! Maar ze voelt zelf ook wel dat dit niet waarschijnlijk is. Ondertussen is er nog geen hoop op vrede. Die oorlog, het lijkt wel of de hele wereld meevecht. Het maakt Margaretha zo bang, misschien is het einde der tijden wel nabij! Als de ‘heere almachtich’ dan maar een zalige uitkomst biedt!
Maar ook in deze turbulentie vergeet Margaretha niet om aan Godard Adriaan te melden dat ze nog steeds zijn ‘getrouwe wijff’ is.
heeft men noch so weijnich hoop, wij flatteere3Flatteren: gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ons al met Engelant dat die kroon met vran =ckrijck sal breecke, als sijt al doen heeft het noch sijn wtslach te verwachten, in som =ma wie siet noch het Ent vant werck, het schijnt de heelle werlt in voeren is, en de
laeste tijde voorhande staen , inde welcke ons de heere almachtich Een saelige wtkomste wil geefve in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle blijfe Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
De vier ruiters van de apocalyps, Albrecht Dürer, 1497 – 1498. Collectie Rijksmuseum.
Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.
[Rec:. 31 dito] Ameronge den 26 meij 1677 Mijn heer en lieste hartge
heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren, wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijse2Reis: berisping, aanmaning van hem op geEijst maer konnen noch renthe noch kapitael van hem krijgen en hem qualijck te spreecke koomen, daer om breijeerius3onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt met den heer van wellant geen doen meer te hebe , so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck ock dat vande preedikant vande hengele4Daniël van den Hengel doet
De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.
[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer als achtdagen beesich geweest met de vormeelle tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij
kamer5Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier ontfange en ontvracht alles volgens de vracht brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,
[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.
Poolse dragonders: fraai volk
Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.
wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver= treck van vrou van ginckel wt den haech niet van haer hoochEd of onse soon gehoort, de geruchte gaen dat men Maestrich soude wille beleegeren so dat aen gaet salt weer om meenich Eerlijck man te doen sijn , tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170 poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende geleechgen die onder de garde van sijn hooch =heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.
De kinderen smullen van de pruimen
Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.
ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits met sijn broer en al sijn susters, die alle haere oot moedige dienst aende groote papa preesenteere en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
de heer vande liere6Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge7Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou