De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Staten van Holland

Wie heeft geld?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 15 juli 1680 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief
Deze brief is flink gehusseld tijdens het scannen. Het zijn twee vellen met elk vier kantjes en een memorie en ook nog en ps op een apart blaadje. Hier de bijbehoren scannummers: 1e vel kant 1 – 73; 1e vel kant 2 – 74, 77; 1e vel kant 3 – 80; 1e vel kant 4 – 81; 2e vel kant 1 – 78; 2e vel kant 2 – 79; 2e vel kant 3 - 79; 2e vel kant 4 - 80; Memorie voor – 74 gedeeltelijk, 77; Memorie achter - 78; Ps voor – 74 overdwars, 75; Ps achter - 76

Margaretha doet weer eens haar stinkende best om geld te krijgen, maar veel succes heeft ze niet. Maar voor het over die echt belangrijke zaken gaat, moet ze eerst wat rechtzetten. Eerst het allerbelangrijkste: het gaat goed met Godard Adriaan. Kennelijk heeft Beusichem Godard Adriaan geschreven dat Margaretha 350 gulden per morgen betaald zou hebben voor het land van het Domkapittel. Dat klopt natuurlijk niet, dat zou wel heel erg duur zijn. Zo doet Margaretha geen zaken. Het stuk land is ongeveer 3,5 morgen, dus daar wil ze in totaal 350 gulden voor geven, dus 100 gulden de morgen. Dat is een goede koop, Smissaert en Van Beek zijn er mee bezig, het wachten is op goedkeuring door het Domkapittel.

Brieffragment kosten land

haech den 15 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd vande 3 deeser sien ick deselfve met
al het sijne noch wel waert daer de heer voor
gedanckt moet sijn, beusekom moet abuijs
hebbe dat hij uhEd heeft geschreefve ickt lant
vant kapittel vande dom voor 350f de merge
sou gekocht hebbe dat waer veel te dier ick
most so niet te mart gaen, tis ontrent 3½
merge groot daer soude wij 350f saeme
voor geefven dat sou honde gul de merge weese
het is tuschen ons geseijt heel goet koop dans
staet noch raport door den heere van beeck
en smitser aent kapittel daer van te doen
en haer Aproobasie te verwachte het welcke
geloof vandaech gedaen sal worden, [so lan]

Archiefkast van eikenhout. Twee doorgaande hoekstijlen en een middenstijl dragen aan ijzeren kruishengsels vier opgeklampte deuren. De meest linker deur staat op een kier, de twee rechterdeuren staan wijd open, waardoor je de lades ziet. De door de kruising der klampen verkregen vierkanten zijn binnen ingekerfde cirkels Gotisch gebiljoend. Ieder paar deuren heeft twee ijzeren sloten met grendels. Een tap met een gat is aan de ene hoekstijl bevestigd en een draaibare beugel aan de andere. Binnenin veertig van de oorspronkelijke laden met Gotische majuskels.
Archiefkast van het Domkapittel, 1500-1550. Collectie Rijksmuseum.

Er is geen geld in Utrecht

Margaretha is in Den Haag om de betalingen voor Godard Adriaan te regelen. Ze was eerst in Utrecht en heeft daar iedereen die er toe doet gesproken, iedereen was erg beleefd en bij haar langs gekomen. Alleen burgemeester Gruijter had zij bij hem thuis bezocht. Die was wel duidelijk: er is geen geld. Er is zelfs zo weinig geld dat Utrecht al een half jaar achter is met het betalen van de predikanten. En die hebben allemaal kinderen thuis zitten en die hebben geen brood om te eten. Ook de soldaten die bij Maastricht liggen lopen weg omdat ze geen soldij krijgen.

Brieffragment geld Utrecht

[kost niet helpe] sij seijde altemael datter

geen gelt inde provinsie was ija dat sij niet
wiste hoe sij haer preedikante die nu ander half
ijaer ten achteren waeren daer onder sijn
die met huijsen vol kindere sitte en geen
broot hebbe om te Eeten, soude betaellen,
de seeckreetaris luchtenburch seijde die selfe
merge Een brief van Maestricht van Een
kapteijn die hij noemde gekreechge te hebbe
die klaechde dat meer als de helft van
sijn kompangi was verloope en so hij geen
gelt vande provinsi van wttrecht kreech niet
Een man langer kost houde, [de heere seijde]

Een prekende dominee op kansel. De contouren van de koffievlek heeft Brandes licht aangestipt. Opschrift, rechtsonder, handgeschreven in potlood: ‘Een koffij vlak bij het storten over dit papier’
Koffievlek uitgewerkt tot prekende dominee op kansel, Jan Brandes, 1770 – 1790. Collectie Rijksmuseum.

Geld uit Overijssel?

Van Ginkel heeft Willem III gesproken en die wist inderdaad dat Utrecht geen geld heeft. Maar hij dacht dat Overijssel nog moest betalen, dus daar gaat hij zeggen dat zij moeten betalen. Margaretha heeft er een hard hoofd in. Ambassadeurs worden of door de provincie ingehuurd, of door de Staten Generaal. Voor een missie in opdracht van de Staten Generaal moeten alle provincies bijdragen. Dus zo moet Margaretha maar zien dat ze Godard Adriaans kostje bij elkaar scharrelt.

Brieffragment geld Overijssel

[verwachten is,] de heer van ginckel heeft
sijn hoocheijt hier ock over gesproocke als ock
de heer van schraefve moer , die ock teegens
haer alle beijde seijde wel te weeten dat
wttrecht geen gelt kost geefve, maer dat
over ijsel noch schuldich was dat hij wilde
schrijfve dat die ons soude betaelle,

Tekening van een door huizen omsloten plein. Links eerst een hoog huis met een versierde trapgevel, dan een breed gebouw met een bordes en een balkon. Op de achtergrond een relatief lage poort, rechts staan bomen. Op het plein lopen mensen en staan mensen te praten. Voor het hoge huis links (het landshuis) staat iemand op wacht. Midden op het plein loopt een meisje met een juk met twee emmers eraan.
Gezicht op het Grote Kerkhof in Deventer, Jan de Beijer, 1744. Collectie Rijksmuseum. Gezicht vanuit het noordoosten op het Grote Kerkhof te Deventer met links het Landshuis (zetel van de Gedeputeerde Staten van Overijssel) en het stadhuis en op de achtergrond de Duinpoort.

Holland heeft wel geld. Echt waar!

Ze is in Den Haag en de raadspensionaris Gaspard Fagel heeft beloofd bij haar langs te komen. Ook daar heeft ze een hard hoofd in: ze verwacht dat hij het zal vergeten. Willem III had bovendien gezegd dat Holland al meer betaald heeft dan nodig is. Dat kan wel zijn, maar Margaretha zou hem heel goed kunnen uitleggen van welk geld Holland Godard Adriaan kan betalen. Holland heeft namelijk geld apart gezet voor een ambassadeur in Frankrijk, maar ze hebben helemaal geen ambassadeur in Frankrijk. Dus dat geld kan prima naar Godard Adriaan. Nou is het maar de vraag of er iemand naar haar uitleg wil luisteren, en als ze al luisteren, dan voeren ze haar idee waarschijnlijk toch niet uit. Ze zal het de raadspensionaris toch even voorstellen.

sijn hoocheijt seijt ock dat hollant overbetaelt heeft
oversulcks niet betaelle kan, maer alst haer
beliefde sou ick haer wel aenwijse waer wt
sij mij soude konne betaelle tis waer sij hebbe
opt ijaer 8i, tachtentich duijsent gul betaelt ,
maer se hebbe 20000£ ses ijaeren aen Een
getroefe ijaerlijcks getrocken tot betaellin
van haere ordinaerisse Ambassadeur
in vranckrijck die sij daer niet hebbe gehad
so datse daer van 40000f over hebbe daer
uhEd noch wel wt kost betaelt worden
maer vrees sijt niet doen en sulle, so ick den
heere r p kom te spreecke salt hem segge, [so]

Links geeft een dame in een wit met zwarte jurk een heer in het bruin een hand. Rechts staat een heer in het zwart met zijn rug naar hun toe. Tussen de pratende dame en heer en de heer alleen hangt een elegant getekende krul.
Stel in gesprek terwijl een tweede heer zich afwendt, Gesina ter Borch, ca. 1654 – ca. 1658. Collectie Rijksmuseum.

Een memorie

Als er geen geld komt, weet Margaretha echt niet hoe ze alle eindjes aan elkaar moet knopen. Godard Adriaan moet natuurlijk geld hebben, maar ze moet ook het werkvolk en de materialen betalen. Ze pruttelt ook nog wat na over hoeveel tijd (en dus geld!) het de metselaars om de dubbele bogen van de stal te metselen.

Het leuke van deze brief is dat Godard Adriaan hier het bijgesloten memorie bewaard heeft. Deze heeft hij niet opgeslagen in zijn archief, maar hier krijgen we toch een kijkje in Margaretha’s financiële administratie.

Memorie

Memoorije vant geene hier
voor Eerst nootsaecklijck
moet betaelt worden
aen loot ontrent de ________________ 700f
den panne ontrent de ______________ 400f
aen spijckers ontrent de ____________ 300f
noch aen turf voorde steen
oven ontrent de __________________600f

___________________
2000 f

nu moeten het arbeijts
volck die alle seer om gelt
roepe ock wat hebbe,
ent gekochte lant ter
som van 350 f betaelt
worden

Hoera voor de kerk!

Na de reformatie vielen alle goederen van de (katholieke) kerk toe aan de Staten van Utrecht. De Utrechtse kapittels die we zo nu en dan tegen komen in de brieven bleven dus bestaan. Alleen waren ze geen religieuze instelling meer, maar meer een beheersorganisatie. Binnen de kapittelorganisaties waren baantjes te verdelen voor adel en regenten en je kon rechten kopen op bijvoorbeeld prebendes voor ongehuwde dochters of een deel van de inkomsten van het onroerend goed van zo’n kapittel.

Het is is Johan Pesters gelukt om op deze manier een prove voor de Van Reedes te krijgen ter waarde van 7500 gulden. Het moet nog wel geheim blijven, maar Margaretha heeft al de helft naar Temminck gestuurd zodat Godard Adriaan het kan gebruiken. Margaretha dankt de grote God dat hij juist nu toch weer wat geld toe weet te zenden.

Als er nou alsnog geld van het land komt, dan wil Margaretha dat graag gebruiken om een aantal leningen af te betalen. Maar eerst maar eens zorgen dat ze daadwerkelijk wat krijgen.

Brieffragment Grote God

[voorseijde som van 7500f ons voldaen,] so
goet is dien grooten godt nu wij weer
bij dees wan betaeline vant lant, int
de grootste ongeleegentheijt om gelt
waeren sent hij ons weer dit so onver=
wacht toe, als wij hoop hadde om
gelt vant lant te krijgen soude ick
onder korexsi met dit gelt kapijtaele
aflegge maer so lange dit so staet
weet niet dat wijt konne misse, [Eve=]

Beschrijving Afbeelding van rolwerkcartouches met de wapenschilden van de vijf kapittels van Utrecht, opgehangen aan linten: linksboven de Dom, rechtsboven Oudmunster, in het midden St. Pieter, linksonder St. Jan en rechtsonder St. Marie.
Wapenschilden van de vijf Kapittels van Utrecht, ca. 1660. Collectie Het Utrechts Archief.

Caleche en hout

Inmiddels komt de post met een brief van Godard Adriaan. Hij lijkt zich minder zorgen te maken om hun financiële situatie en ook Margaretha lijkt die volledig vergeten te zijn. Ze is blij dat Godard Adriaan een caleche voor haar zal verzorgen. Margaretha heeft nog niet gehoord dat het Pruisische hout in Amsterdam aangekomen is.

Brieffragment caleche en pruisisch hout

[wort] so aenstonts ontfange ick uhEd aengenaeme
vande 10 deeser bedancke deselfve dat hij mij van
Een kales sal versorchge, ick hoor noch vande
pruijse deelle niet geloof niet dat die tot Amster
dam sijn aen gekoomen, [so aenstonts schrijft]

Voor een gebouw (stallen met koetshuis?) komt een hele stoet koetsen, wagens, ruiters en mensen met jachthonden aan. In een aantal van de karren liggen reeën in een andere een wild zwijn. In een open koets zitten twee voorname heren.
Jachtstoet op Het Loo – 2e helft 17e eeuw. Willem III en een hoge gast zitten in een calèche met opgezette kap, Romeijn de Hooghe, ca. 1700. Collectie Gelders Archief.

Nog meer of minder geld

Kennelijk zit er ook een brief van Johan Pesters bij de post. Godard Adriaan kan pas vrijdag beschikken over de 3750 gulden waar Margaretha eerder over schreef. Ze verzucht dat je pas op geld kan rekenen als je het daadwerkelijk in je handen hebt: “ick sech in waerheijt men kan op
geen gelt ter werlt staet maecke als dat men in handen heeft”.

Deze opmerking over geld maakt weer een hele overweging los waar het binnengekomen geld wel en niet aan uitgegeven moet of kan worden. Kennelijk is er ook geld van Van Heteren geleend om secretaris Isaäc de Blanche te kunnen betalen. Die moet natuurlijk zijn geld als eerste terug hebben. Dan is het tijd om een eind aan de brief voor haar liefste breien. Weer een atypische afsluiting. Wat brengt Margaretha’s hoofd op hol?

Eerste brieffragment meer of minder geld
Tweede brieffragment meer of minder geld

[heeft daer is niet aen te koomen,] uhEd sal
mij van dit gelt voor Eerst wat beliefve tot
de timeraesge te laete gebruijcke of weet
geen wtkomst so wij vant lant betaelt
worden sou van opijnie sijn dat ick van
heetere de twee duijsent gul die wij wee
=gens den heer blansche den 4 ijuni laest
leeden hebbe ge ontfange weerom sou geefve

om niet te diep indien goede man sijn schult
te vervalle, ick verseeckere uhEd mocht ick
Eens bij deselfve sijn sou ock wel wat te segge
hebbe dat de pen niet derf vertrouwe,
nu mijn lieste ick blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Of toch niet

Kennelijk hoeft de post in de stad niet op haar te wachten, want ze heeft nog tijd voor een naschrift en een ps op een apart briefje. Het bedrag dat Overijssel nog moet betalen aan de Staten Generaal voor onkosten is hoger dan de onkosten van Godard Adriaan, dat zou dus moeten lukken. Godard Adriaan krijgt de groeten van Margriet uit Den Haag (?) en het blijft maar regenen.

De volgende dag volgt de ps op het aparte briefje. Er is een brief van Temminck binnengekomen en het Pruisische hout is in Amsterdam. Hij meldt ook dat hij lang geen brief van Godard Adriaan gehad heeft. Dat vind Margaretha vreemd, want in zijn laatste brief schrijft Godard Adriaan nog dat hij geld via een wissel heeft “getrokken”.

Naschrift

ps
so aenstonts sijnde den 16ijuli ontfange
Een brief van teminck die schrijft de
40 pruijse deelle tot Amsterdam wel
sijn aengekoome, en dat hij in lange
van uhEd geen briefve heeft gehadt
dat mij verwondert om dat uhEd in
sijn voorgaende mij schrijft Een wissel
getrocke te hebbe

Landschap met links een rivier met daarop wat bootjes en twee vlotten met hout. Op de rechteroever een stadje (zonder muur) met één hele hoge kerktoren (Cunerakerk) en een molen. Op de voorgrond weilanden en rechts een weg in het bos.
Gezicht op Rhenen uit het oosten, P.W. van de Weijer naar J. Goossen, 1867. Collectie Het Utrechts Archief. Op de rivier een voorbeeld van vlotterij: het vervoeren van houten stammen door er vlotten van te maken.

Kusjes van Godertge en zijn zusjes

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 juli 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 juli 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha wil graag meegaan met de tijd, maar die kalenders, het is allemaal niet zo eenvoudig en ze moet goed bij de les blijven! Ze dateert haar brief zowel 6 juli (Gregoriaanse kalender, al in gebruik in Holland en in Pruissen) als 26 juni (Juliaanse kalender, nog in gebruik in Utrecht) en kennelijk doet Godard Adriaan dat ook, want ze noemt bij zijn laatste brief 26 en 16 juni. Voor een moderne lezer wat verwarrend, maar ach, het is haar vergeven, de geldzorgen maken het leven voor Margaretha niet gemakkelijk.

Aanhef brief

[rec.a 14e. Julij]
Ameronge den
6 ijuli en 26 ijuni
1680

Mijn heer en lieste hartge

Oude vrouw gekleed in een mantel, zittend aan een tafel in een interieur, telt munten die voor haar liggen. In haar linkerhand houdt zij een buidel.
Geldtellende oude vrouw in een interieur, Willem Pieter Hoevenaar, 1818-1863. Collectie Rijksmuseum.

Traktatie voor het hof van Brandenburg

Geldzorgen of niet, Margaretha is tevreden over de ontvangst die Godard Adriaan heeft gehouden voor het prinselijk hof van Brandenburg.

Dat gaat dan in ieder geval om prins Frederik III van Hohenzollern en zijn echtgenote, prinses Elisabeth Henriëtte van Hessen-Kassel. Frederik, die later bekend zou worden als Frederik I van Pruisen, was de zoon van Louise Henriëtte van Nassau die weer de dochter was van prins Frederik Hendrik en Amalia van Solms.

Brieffragment ontvangst prins en prinses

wt uhEd aengenaeme vande 26/16 ijuni sien ick dat uhE
Eenige heere Ambasadeurs Eerst ende prinse en pris
prinsese van brandenburch heeft getrackteert
dat heel goet is, de Eer en reespeckt vande staet
en van uhEd Persoon moet bewaert sijn,

In een ruimte volgehangen met schilderijen en een kast met daarop borden en vazen staat een grote gedekte tafel. Er wordt eten geserveerd en gasten zitten om de tafel. Op de voorgrond een stel waarvan de heer het hoofd buigt naar een andere heer, beiden hebben hun hoed in de hand. Helemaal op de voorgrond een hondje.
Tijdens een diner worden nieuwe gasten verwelkomd, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Tja, dat geld. In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze blij was dat Godard Adriaan naar raadspensionaris Fagel had geschreven, maar het heeft nog niets opgeleverd. Van Heeteren heeft haar zelfs gemeld dat er in Holland geen geld te krijgen is, zelfs niet de 2310 gulden waar ze nog recht op hebben. Komende dinsdag komen de Staten van Holland weer bij elkaar en hopelijk levert dat wat op. Margaretha zou er het liefst zelf naar toe willen gaan! Ongetwijfeld had ze de heren Staten de wind van voren gegeven, als het haar gelukt was de vergaderzaal binnen te komen. Maar ze kan zo moeilijk weg van Amerongen.

Brieffragment geld en de raadspensionaris

mij verlanckt seer wat antwoort uhEd vande heer
raet pensionaris fagel sal bekoome opt suijsget
vandeselfs betaeline, van heetere schrijft mij
dat alsnoch geen Apreehensie is in hollant
gelt te krijge ijae selfs de resteerende 2310 f
niet, toekoomende dijnsdach sulle men heere
van hollant weer bij Een koomen men sou sien
t daer voor te brenge en sien wat men dan kan
krijge, ick sou wel naer den haech gaen maer
kan seer qualijck van hier [ock ontsien ick]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Dakpannen, turf en hooi

Ondertussen is Margaretha al aan het rekenen waar het geld aan besteed moet worden, het lijkt er veel op dat ze er slapeloze nachten van heeft. Godard Adriaan heeft voor zijn huishouden zeker 500 gulden in de maand nodig. Ze heeft zelf geld nodig voor het lood, de dakpannen en het werkvolk, en ze moet Krijn van Kampen nog betalen voor twee scheepsladingen turf voor de steenoven. Godard Adriaan moet het haar vooral niet kwalijk nemen dat ze haar zorgen zo openlijk uit! Er is hard gewerkt, er is ook gehooid, maar het gaat allemaal niet snel. Die mooie dubbele bogen boven de ramen van de stal en het koetshuis, het is prachtig, maar het kost veel tijd. Niettemin, er zijn er al acht gemaakt! Hopelijk kunnen ze maandag beginnen met het leggen van de balken. Er komen nog vier of misschien wel zes timmerlieden uit Amsterdam, ze hebben dan zeker twaalf zo niet zestien timmerlieden tegelijk aan het werk en o jee! Dat kost ook weer geld.

Brieffragment uitgaven

[honder gul,] ben nu seer bekomert waer ick niet
alleen gelt sal haelle om weer voor uhEd onder
teminck te legge maer ock om hier t loot
de panne en voort het werck volck te be
taelle ock moet krijn van kampe om noch
twee samoreuse turf tot de steenoven
wt moete, bidt niet qualijck te neeme ick
dit so opentlijck schrijf, [wij hebbe deese weeck]

Aan de oever van een rivier liggen een aantal zeilschepen, de meesten met gestreken zeilen. Aan de kant van het water ligt er één met het zeil half gehesen. Het schip is volgeladen met turf. Er zijn mensen (mannen én vrouw) hard bezig met de lading. Aan de oever staan twee mannen, de ene wijst naar het schip.
Met turf beladen boten aan de oever van een rivier, Jan van de Velde, 1623-1641. Collectie Herzog August Bibliothek / Herzog Anton Ulrich Museum.

Nabrander

Margaretha heeft haar brief nog niet afgesloten of ze bedenkt dat er nog een nieuwtje is. De maarschalk van Abcoude is overleden. De heer van Zuilen, dat is dan Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft het ambt verkregen voor zijn zoon. Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken is op dat moment drie jaar oud. Kennelijk hoefde die maarschalk niet echt daadkrachtig op te treden. En o ja, niet te vergeten, nog kusjes van Godertge en zijn zusjes!

Brieffragment Maarschalk van Abcoude en groetjes

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de Maerschalck
van Abkoude is overleeden
de heer van suijlen heeft
sijn amt voor sijn soon gekreege datter
Een offen en deffensiefve aliansi
tuschen Engelant en spange is gesloote
sal uhEd hebbe verstaen
godertge met al sijn susters kusse groote pappa
ootmoedich de hande met preesentasi van haeren
dienst

Een buste portret van Portret van Godard Adriaan van Reede van Herreveld. Hij staat naar rechts gekeerd en kijkt naar rechts. Hij staat voor een donkere achtergrond. Godard draagt een kuras met een jabot en een donkere pruik met krullen. Het schilderij is verwerkt in de lambrisering van de eetkamer: een withouten lambrisering rondom het ovale schilderij is met goudkleurige ranken van planten een lijst nagemaakt. Boven het portret het Van Reede wapen.
Portret van Godard Adriaan van Reede van Herreveld. Godfried Kneller, 1691. Collectie Kasteel Amerongen. Godertge op volwassen leeftijd.

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar
  • 3
    Onbekend

Hout uit Pruisen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 juni 1680
Lees hier de originele brief

Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.

Brieffragment hoog water

Amerongen, 18/8 mei 1680
[reca. 6. Junij s.n.]
Ameronge den
18/8 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge
tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser
sal segge dat het water op den rhijn weer teene=
=mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer
op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so
houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo
ch water sulle krijge om dat de winter so veel
donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft
moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]

Vlak rivierlandschap, aan de oever van het water staan enige koeien, het meest linkse dier drinkt.
Rivierlandschap met koeien, Albert Cuyp, 1645-1650. Collectie Rijksmuseum.

Boter, kaas en Pruisische balken

De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.

Brieffragment vloerbalken

moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de
gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft
ontfange kan niet bedencke die so lange op wech
is, hoop se noch te rechte sal koomen,
wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst
en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij
uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte
so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot
salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,

Foto van een helemaal lege grote zaal. Er staan geen meubels, maar er hangen wel kroonluchters. De luiken zijn open en de zon schijnt op de houten vloer.
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?

Hollandse geldzorgen

Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?

Brieffragment belastingen voor het leger

sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure
hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid
daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt
had, dan wiert van men heere van hollant
versocht gistere merge haer vergaderin noch
bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en
gaet en maendach weer naer den haech om
dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn
het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck
vande finans niet wel konne verstaen daer moet
gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen
wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander
reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]

De hofvijver met daarin de gebouwen van het Binnenhof met de weerspiegeling van de gebouwen op het water. Op de achtergrond bomen en de grote of St Jacobskerk.
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.

Buitenlands nieuws

Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.

Eerste brieffragment buitenlands nieuws
Tweede brieffragment buitenlands nieuws

[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat
den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur
naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat
hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen
en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam
naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat
sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van
sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock
van Een houlijck tuschen de soon vande bischop

van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin
=ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits
in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een
maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn
weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]

Plattegrond van Parijs met de omliggende velden.
Plattegrond van Parijs, naar Johannes de Ram, ca. 1668-1685. Collectie Rijksmuseum.

Fritsje heeft heimwee

Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.

Brieffragment droevige Frits

[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa
niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt,
preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige
dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij
seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt
volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en
beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de
Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij
kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op een terras met een balustrade zitten onder een klimplant een oudere man, een jongere vrouw en een kind aan tafel. Rechts van de tafel staat een jongen met iets in zijn hand. Op de voorgrond een vaatje met twee kannen erin. Op de achtergrond een heuvel met daarop een kasteel.
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    proviand
  • 2
    verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst)
  • 3
    groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal
  • 4
    Dieren
  • 5
    militie: leger
  • 6
    personele belasting: persoonsgebonden belasting
  • 7
    reëel; reële belasting is een belasting op zaken
  • 8
    Pieter van Wassenaer van Starrenburg
  • 9
    Ambassadeur
  • 10
    Jacob van Wassenaar van Obdam
  • 11
    Denemarken
  • 12
    De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg
  • 13
    Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af
  • 14
    Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III
  • 15
    Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje
  • 16
    Joan Carel Smissaert
  • 17
    De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist

Geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 januari 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1673 Lippstadt
Lees hier de originele brief
NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.

Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:

Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.

Brieffragment over de declaratie en het verkrijgen van de toestemming

beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met
de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere
behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een
merckelijcke som aent lant ten achtere kost men
maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om
te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men
heere van hollant daer is, daer wij den heere
valckenier van Amsterdam wel voor veroblij
=geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be
hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]

Inkomsten

Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.

Een schilderij van grote ruimte met daarin aan de rechterkant één balie en aan de achterkant twee balies. Boven de balies aan de achter kant zitten twee ramen in vieren gedeeld met kleine ruitjes. Aan de muren hangen planken met daarop boeken en heel veel papieren. Er hangen ook papieren aan de muur en boven, tegen het plafond, hagen witte zakken. De balies staan op een verhoginkje. Bij elke balie staat een klerk en bij elke balie staan mensen te wachten en in het midden van de ruimte is een soort rij met mensen van allerlei pluimage: mannen, vrouwen, kinderen, rijk, arm. Er lopen ook een paar honden. Op de grond liggen ook allemaal papieren.
Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum. Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren.

Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.

Brieffragment over de verlegde ordinantie

hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste
ordinans die inde maent van septem lest leede
bij de heere vanden raet verleent, en door van
heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt
bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft
maer tot noch toe niet konne vinde, daerom
genootsaeckt ben aende heere vande raet Een
duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb
en sij niet weijgeren maer wille voorde ver=
miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer
ick mij wat in beswaert vinde vermits die
niet bij mij maer van Een ander verleijt is
niet weetende in wiens hande die sou mooge
raecke, de heere van den raet segge noijt ande

Tweede brieffragment over de verlegde ordinantie en de borg

in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen
duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen
wtkomst ter werlt en sien of sal moete
voor die ses duijsent gul borchge worde so het
welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met
mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris
souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi
=nansi in sijne hande moet weese maer derft
hem niete vergenVergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en
ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde

Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het ongekroonde wapen van de provincie Utrecht. Tekst rondom: MO NO ARG PRO CON FOE BELG TRAJ Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1664
Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664

Uitgaven

Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.

Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons3Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.

Brieffragment over de dukatons

heb van den oude van heeteren hondert duij=
katons geleent, ick lecht so nau in alles over
alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de
huijshoudin hooch ben sterck van menaesge
en alles is so dier4Duur dat ickt in mijn leefve noijt

Brieffragment over de kosten van levensonderhoud

beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13
stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder
voor geefve, Een Entvoogel5Eend voordees 6 stuij nu
12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij
nu 26 stuijvers en so alles naer venant6Navenant , hoende
=re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in
huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke7Kostelijk: duur
winter met al de siecke die nacht en dach vier8Vuur
en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij
voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende
aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]

Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het gekroonde wapen van de provincie Holland. Tekst rondom: MON NOV ARG CONI BELG PROV HOLLAND Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Onder het generaliteitswapen het wapen van Amsterdam. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1672
Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672

Godard Adriaan, de huisvrouw

Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.

Brieffragment over Godard Adriaans huishoudvaardigheden

[toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer
treesovier burch die ick heeden heb weesen
sien preesenteert sijnen diens aen uhEd
tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie
voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet
nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou
sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]

Lees verder bij Gruwelen

  • 1
    Consent: toestemming
  • 2
    Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is
  • 3
    Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers
  • 4
    Duur
  • 5
    Eend
  • 6
    Navenant
  • 7
    Kostelijk: duur
  • 8
    Vuur

Machtsverschuiving

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 september 1672 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 september 1672
Lees hier de originele brief

Margaretha valt deze brief gelijk met de deur in huis: er is in Holland een machtsverschuiving gaande. Ze is net terug uit Den Haag en daar is het nog onstuimig. Nu de gebroeders De Witt er niet meer zijn, ligt de bal bij de Prins van Oranje die sinds 4 juli ook stadhouder is. Hij moet in veel plaatsen orde op zaken stellen en de Staatse bestuurders vervangen door Oranjegezinde bestuurders. De belangrijkste bestuurders in Den Haag zijn afgezet en nu willen ze dat “sijn hoocheijt” een keuze maakt uit het lijstje genomineerden dat de bestuurders zelf gemaakt hebben.

Gecommitteerden

Niet in alleen in Den Haag is er een machtswisseling. In Dordrecht is er helemaal geen bestuur meer, dus daar heeft Willem III twee “gecommitteerden” heen gestuurd. Gecommitteerden zijn bestuurders uit bijvoorbeeld de Staten van Holland die een speciale taak hebben (committeren is “Met eene opdracht of volmacht voorzien, afvaardigen of zenden”). Zo bestaat de gecommitteerde raden uit de gecommitteerden die het dagelijks bestuur van Holland voor hun rekening nemen.

Brieffragment over de verschuiving van de macht

wt Amsterdam den 6 septem 1672

Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste is vande 25 Auguste geweest en de mijne
met de laeste post vande 2 deeser, seedert
ben ick weer hier gekoome, hebende het gepuepelt
in den haech noch Even onstuijmich gelaeten die
al de magestraet balijou, en sekreetaris1Magistraat, baljuw en secretaris hebbe
afgeset wille dat sijn hoocheijt weer andere
salle aenstelle hebbe selver Een nominasi
gemaeckt daer gemelte hoocheijt de Elexsie
wt sou doen, te dorderecht ist ock so en
heel sonder reegeerine, derwaert sijn hoocheij
twee gekomiteerdens vant hof heeft gesonde
om de magistraet wt sijne naem te versette
hier en meest in alle de steede van hollant
salt ock so gaen men heere de state van hollant
konne niet reesolveere sijn hoocheijt die apse=
luijte macht te geefve maer hebbe int selfe
gereesosveert volgent dit bij gaende, in
soma wij beleefven hier swaere dansgereuse
en seer bekomerlijcke tijde die gerust te
bedde gaen sijn niet verseeckert so weer
op te staen, [den heere nellesteijn is met]

Toen Willem III op 4 juli stadhouder werd, gingen de bestuurders ervan uit dat zij hun macht zouden houden en dat de prins een rol zou spelen naast de bestaande politiek. Ook nu zijn de heren van de Staten van Holland nog aan het twijfelen of ze de prins absolute macht zullen geven.

Ze vat het nog even samen: “Het zijn zware, gevaarlijke en zeer bekommerlijke tijden. Zij die gerust naar bed gaan, zijn er niet van verzekerd zo weer op te staan.”

De burgemeesters van Utrecht

Burgemeesters Nellesteyn2Johan van Nellesteyn en Martens3Jacob Martens van UtrechtEr waren toentertijd meer burgemeesters van een stad, Nellesteyn, Martens en Hamel zijn de Utrechtse burgemeesters hebben een heel ander probleem. Praktisch wonen ze tegenwoordig in het buitenland. Dankzij Prins Maurits4Johan Maurits van Nassau-Siegen hebben ze een pas gekregen waarmee ze van Utrecht naar Amsterdam en vice versa zouden moeten kunnen reizen. De werkelijkheid is helaas weerbarstiger.

De Amsterdammers denken dat Nellesteyn burgemeester Hamel5Nicolaas Hamel is, die (mede) de sleutels van Utrecht heeft overgedragen. Nellesteyn wordt door Amsterdamse burgers opgepakt als “verrader van Utrecht” en naar het stadhuis op de Dam gebracht. Er wordt een borg geëist van wel 40.000 gulden. Bovendien is Willem III gevraagd om de pas van Prins Maurits te bevestigen, maar het lijkt erop dat hij dat (voorlopig) niet wil doen. Margaretha leeft mee met Nellesteyn. De arme man zit vast en kan geen kant op.

Links het huidige paleis op de dam, daarachter de nieuwe kerk. In het midden de Waag en rechts de Vismarkt, in de verte de toren van de oude kerk. Het is druk op de dam met groepjes mensen, een enkeling te paard en een paar koetsen. Op het Rokin liggen boten.
Dam, noordzijde. Gezien naar Nieuwe Stadhuis, Nieuwe Kerk, Waag en Oudekerkstoren. Abraham Rademaker ca. 1700. Collectie: Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, bron: Gemeentearchief Amsterdam

De neven van Renswoude

Margaretha maakt zich erg druk om Johan van Reede van Renswoude en zijn zoon Frederik van Reede van Renswoude. Ze heeft inmiddels grote bedenkingen op beide heren. Ze schrijft heel mooi:

Brieffragment over Johan en Frederik van Reede van Renswoude

[sij sijnder nu na toe,] en hebbe groote bedenck
kine op de voorseijde heere, ick weet ock niet
wat segge sal, sien wel dat sij beijde niet
stil staen maer geduerich woelle, had den
outste al te hoorn gebleefve waer weijnich
aangeleegen, [somige sijn van opijnie dat hij]

Vooral het werkwoord woelen is mooi: ophef maken, tumult veroorzaken. Als Johan van Reede van Renswoude in Hoorn gebleven was, had dat geen problemen opgeleverd, maar nu wordt er over ze gepraat.

De staat van de oorlog

In een verbinding naar haar algehele visie op de staat van de oorlog, meldt Margaretha nog even dat de komst van de Brandenburgse wel erg fijn zou zijn. Gelukkig is er goede tijding: de Fransen hebben Maastricht verlaten, de troepen van de bisschop hebben Groningen verlaten, Blokzijl is weer in handen van de onze (‘donse’) en ze zeggen ook dat Crèvecoeur (bij Den Bosch) weer in onze handen is, maar dat is niet zeker.

Vervolgens drukt de Franse bezetting financieel nog op Utrecht en heeft Margaretha financiële zorgen door de bureaucratie en de inflatie.

Een grote zorg is dat met de post uit Hamburg geen brief van haar man gekomen is: dit is al de derde keer op rij dat de post geen brief van hem bij zich heeft. Er blijven ook nog zorgen om wat Luxemburg nu wil met Amerongen. Maar daar wijdt ze niet over uit.

Na een lange brief eindigt ze met:

Briefafsluiting

Mijn heer en lieste hartge
UhEd getrouwe wijf
M Turnor
al onse kindere kusse groote
papa ootmoedelijck6Met ootmoed, ootmoed is nederigheid/onderdanigheid de hande, de vrou van ginckel is noch int leeger

  • 1
    Magistraat, baljuw en secretaris
  • 2
    Johan van Nellesteyn
  • 3
    Jacob Martens van UtrechtEr waren toentertijd meer burgemeesters van een stad, Nellesteyn, Martens en Hamel zijn de Utrechtse burgemeesters
  • 4
    Johan Maurits van Nassau-Siegen
  • 5
    Nicolaas Hamel
  • 6
    Met ootmoed, ootmoed is nederigheid/onderdanigheid

De bureaucratie van ordinanties en assignaties

Wij Nederlanders kennen een lange traditie van uitgekiende bureaucratie. Doen we het nu met regeltjes en zelfdenkende computers, in Margaretha’s tijd ging het om ordinanties en assignaties. Dit waren briefjes waarmee je van het kastje naar de muur gestuurd werd. Als iemand ooit een onderzoek naar bureaucratie in de Republiek gaat doen, dan zijn de brieven van Margaretha verplichte kost: je voelt de wanhoop.

De theorie

Godard Adriaan was in dienst van wat we nu “de overheid” zouden noemen. Alleen was net natuurlijk niet zo dat zijn salaris op een bankrekening werd overgemaakt. Hij had al helemaal geen praktische en/of-rekening met zijn vrouw. Hoe regel je dan een gezamenlijk huishouden verspreid over Berlijn, Amerongen, Amsterdam en Den Haag?

Margaretha moest bij de werkgever regelen dat er een ordinantie kwam: een verordening dat Godard Adriaan (en dus Margaretha) recht had op het geld. Met die verordening kon Margaretha dan naar de griffier van de werkgever, die een assignatie schreef, een betalingsverzoek. Daarmee kon ze dan naar de ontvanger die op basis van die assignatie mocht betalen. Een ontvanger was een ambtenaar die over het innen (ontvangen) van belastingen ging en ze dus ook uit geld uit kon geven. Als Margaretha dan het geld had, kon ze een wissel regelen waarmee Godard Adriaan dan in het buitenland geld kreeg. Het lijkt een waterdicht systeem.

De bureaucratische praktijk: de werkgever

Een ietwat bedremmeld kijkende man zit achter een bureau met een kast erboven vol met papieren
Fragment uit De pachtbetaling, Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam (toegeschreven aan), 1660 – 1668. Collectie: Rijksmuseum

De “overheid” in de 17e eeuw was niet zo georganiseerd als nu. De provincies waren relatief autonoom en veel taken waren niet strikt gescheiden tussen landelijk en provinciaal. Het kon best dat Godard Adriaan op missie naar het buitenland ging, maar dat zijn missie betaald werd door Utrecht. Of dat meerdere provincies een eigen afgezant stuurden en die afgezanten vormden dan samen de missie.

In 1672 werd Godard Adriaan betaald door de Staten van Utrecht. Toen de Fransen in juni Utrecht bezetten, werd Utrecht Frans, en daarmee viel de opdrachtgever van Godard Adriaan weg. Omdat zijn missie nationaal belangrijk was, werden de kosten overgenomen door de Staten Generaal en de Staten van Holland. Alleen waren de Staten Generaal ook weer een samenraapsel van provinciale belangen, dus daar konden provincies dwars gaan liggen voor specifieke betalingen. Het maakte het leven voor Margaretha niet makkelijker.

De bureaucratische praktijk: de ordinantie

Om een ordinantie te krijgen moet Margaretha meestal bij de raadspensionaris (of de secretaris van de Staten van Holland of Utrecht, maar die zijn intern natuurlijk weer niet hetzelfde georganiseerd) zijn. Die is natuurlijk altijd heel welwillend, maar kan formeel natuurlijk niets zelf beslissen.

Ik denk dat Raadspensionaris Gaspard Fagel zich regelmatig door Margaretha gestalkt voelde. Zo schrijft ze op 24 april 1673:

Briefffragment vindbaarheid raadspensionaris Fagel

daer ick deese merge al voor seefven Eure over wtgeweest
ben maer heb hem niet konne vinde men sou niet
geloofve hoe qualijck deselfve aen te treffe is,

Zou hij lastig aan te treffen zijn of zou hij zich effectief voor Margaretha verbergen?

Margaretha vraagt altijd een ordinantie voor een specifiek bedrag. Daar denkt ze goed over na. Hoeveel geld heeft ze nodig? Hoe lang duurt het voordat je je geld krijgt? Meer geld kost waarschijnlijk meer tijd. Of toch niet? Heel 1672 is ze bezig om een ordinantie van 6000 gulden los te peuteren. Het is een terugkerende zin in haar brieven: de ordinantie van 6000 gulden heeft ze nog niet gekregen, met daarbij wat ze allemaal ondernomen heeft om die ordinantie te krijgen. Aan het eind van het jaar verzucht ze dat ze net zo goed 10000 had kunnen vragen, want dat zou evenveel tijd gekost hebben.

De bureaucratische praktijk: de assignatie

Als de ordinantie eindelijk binnen is, kan Margaretha daarmee naar de griffier om een assignatie te regelen: een betalingsverzoek. Dat wil zeggen: als er niet ook nog een “kontre ordinansie” gevraagd wordt. Kontre komt van conter-: een conterbrief is een brief in directe relatie met andere brief of verstrekt als verplicht dubbel. Er raakt ook wel eens een ordinantie kwijt en dan is er een duplicaat nodig, dan begint het hele circus weer opnieuw.

Met de ordinantie, de kontre ordinansie en/of het duplicaat kan Margaretha de assignatie regelen. Meestal valt dit mee. De griffier kijkt vooral hoe de uitgave valt ten opzichte van de andere uitgaven. Zo nu en dan krijgt Margaretha te horen dat andere uitgaven belangrijker zijn en dat ze een week (of twee) moet wachten.

De bureaucratische praktijk: het geld

Met de assignatie kan Margaretha dan eindelijk naar de ontvanger om geld te krijgen. In het Rampjaar wordt door de inflatie geld schaars, dus dat kan dan nog problemen opleveren.

Als ze Margaretha het geld in handen heeft, schrijft ze haar man heel trouw wat ze ermee gaat of wil doen. Uiteraard wacht ze op zijn toestemming en voegt ze een memorie (overzicht) bij. Zo kan hij zien dat ze niks verspilt en verstandig omspringt met zijn financiën. Een deel van het geld gaat met een wissel naar het buitenland voor Godard Adriaan. Hij moet de kosten van zijn missie zelf dragen. Hierbij kan je denken aan reiskosten, personeel, postzegels, maar ook officiële ontvangsten en dinertjes.

De praktische uitvoering van de wissels en het beheer van geld ligt voor een deel bij de secretaris van de familie. Er zijn nog al veel mensen die aan die benaming voldoen. Het kan de secretaris van het dorp zijn of een solliciteur. Een solliciteur kan eenvoudige juridische en administratieve handelingen verrichten.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén