Voor de herbouw van Kasteel Amerongen was een hoop materiaal nodig. In de brieven van Margaretha aan haar man lezen we over kalk, hout, steen en turf. Er moest per slot van rekening weer een functioneel kasteel gebouwd worden. Maar het oog wil ook wat. Op 11 april 1680 ontvangt Godard Adriaan een brief van ene Jochem Fopma uit Bremen, een handelaar in bewerkte steen. Hierin wordt gesproken over ‘beelden en ballen’, en over bijbehorende ‘klapmutsen’. Dat zijn sierstukken om een muur mee af te dekken. Over welke beelden en ballen Jochem Fopma het heeft, wordt uit de betreffende brief niet duidelijk, maar het kan bijna niet anders dan om de beelden Fortitudo en Prudentia gaan die samen met twee grote stenen ballen bij de trap naar de bovenbrug staan. Het had nog flink wat voeten in aarde om de pronkstukken van Bremen naar Amerongen te krijgen. Aan de hand van het briefarchief van Kasteel Amerongen hebben we deze interessante reis eens in kaart gebracht.

[17 courant uijt Berlin hem toegesonden,] begeerende
25 maart 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan van Reede
dat ick dit aen UE mocht beantwoorden, alsmeede
bij eerste goe occasie d’affsendingh de twee vaerdige
Beelden & bewerckte decksteen voor sijn Ex.ie den
H.re van Amerongen te bevorderen
twelck hebbe aengenoomen nae vermoogen te doen, ondertusschen sijn hier meede gearriveert de twee geordineerde stucken steens totte twee Ballen;
die souden, indien sijn HoochEd. beliefde, nu
vervaerdight (terwijl doch gheen scheepen tot noch
toe parat sijn) konnen meede gesonden worden,
als oock de vier klapmutsen die totte Beelden en
Ballen vereijscht worden, ende van streckstucken
moeten sijn [waerop Mr Prangh resolutie wacht,]

April: de beelden zijn verstuurd per boot
Op 29 april ontvangt Godard Adriaan een brief van dezelfde Jochem Fopma uit Bremen. Hij schrijft dat hij na 7 april de gelegenheid had om de beelden alvast per boot te versturen. Ondanks dat hij daartoe nog geen opdracht had ontvangen en de ballen en klapmutsen nog niet klaar zijn, heeft hij dat gezien de waterstand in de Vaart maar gedaan. De beelden heeft hij op een ‘boecken bael’ vastgebonden en met stromatten beschermd. De kosten worden helaas wel wat hoger, want Meester Prang moest zelf met nog iemand de rivier af komen om te helpen.

Ick heb dan de twee vaerdige beelden jeder op een boecken
22 april 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
bael wel vast gebonden en met stromatten bewaert,
neffens de decksteen, 4 klapmutsen op de muijr en de geordineerde vloersteen, t’saemen in’t schip van Obbo
Jelles van Worckom gelaeden en aen S.r A.T. Jacobs1Temminck
geconsigneert, waervan ick dito S.r aenstaende Woensdag
per post oock advijs sal geeven; de beelden sijn tot
Vegesack neffens ‘t ander goet wel en onbeschadigt
‘t scheep gekomen, maer de kosten komen wat hooch
want Mr Prangh met noch een persoon selffs daerom
naer beneeden geweest sijn2de rivier af gekomen; en ick heb den schipper, die
een nieuw Schmack voert3smakschip, het goet ten hoochsten gerecommandeert

Jan Prang
Steenhouwer Jan Prang is een oude bekende van de familie Van Reede. In 1676 kwam hij al van Bremen naar Amerongen om allemaal hardstenen elementen (vloerstenen, trappen, de lijst om het huis, onderdelen voor de schoorstenen) ter plekke passend te maken. Kennelijk is er nu voor gekozen om Jan Prang in Bremen te laten werken en dan de afgewerkte stenen naar Amerongen te sturen. In dit brieffragment lijkt het of Meester Prang de standbeelden ook gemaakt heeft. Het is zeker niet onmogelijk, maar eerder maakte hij elementen voor het huis, het zou ook kunnen dat hij alleen zorg draagt voor de verzending. De dekstenen, klapmutsen en de ballen passen wel bij het beeldhouwwerk dat hij eerder voor Kasteel Amerongen geleverd heeft.

Augustus: oplopende kosten
Als de beelden onderweg zijn, wordt het een paar maanden stil rondom de beelden, ballen en klapmutsen. Godard Adriaan blijkt vragen te stellen over de oplopende kosten. Op 9 augustus krijgt hij een brief van Fopma waarin hij uitlegt dat de prijzen fluctueren. Omdat hij zelf geen voorraad steen meer had, moest hij nieuwe kopen. Daarnaast worden de ballen en klapmutsen van een harder, en dus duurder, steensoort gemaakt. Maar Fopma is bereid er een mooi prijsje van te maken als Godard Adriaan hem aanbeveelt als opvolger van zijn overleden oom. Een brutaal mens heeft de halve wereld toch? Zeker gezien het bijzondere Post scriptum van de brief. Het lijkt er namelijk op dat er in de tussentijd niet zoveel voortgang is geboekt met de ballen en klapmutsen. Meester Prang is een reislustig heerschap en pas teruggekomen uit Osnabruck. Hij zal nu pas weer verder gaan met de ballen en klapmutsen.

Oktober: meer vertraging
Weer verstrijken er een paar maanden en de ballen en klapmutsen zijn nog altijd niet op weg naar Amerongen. Er is meer vertraging opgetreden. Op 12 oktober leest Godard Adriaan in een nieuwe brief van Jochem Fopma dat hij voornemens was de ballen en klapmutsen een maand eerder al naar Amerongen te laten verschepen. Meester Prangh was echter weer naar Osnabrück, waar 4 van zijn knechten ziek zijn geworden, dus dat gooide roet in het eten. Aan Jochem Fopma ligt het absoluut niet. Hij heeft veel ander werk weggehaald bij Meester Prangh, dus de ballen en klapmutsen moeten nu met 4 dagen echt wel klaar zijn.

dat ick niet getwijffelt had, oft de bewuste bollen
27 september 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
en klapmutsen souden ten minsten voor 1/m naer Amsterdam
sijn gescheept, maer Mr Prangh sijn Voijage naer Osnabrugh
alwaer vier van sijn knechts sieck sijn heeft mijn voornemen
belett, ‘kheb echter sedert sijne t’huijscomst alle devoir
gedaen, om hem onaengesien veel ander noodig werck, daedelijck
tot voltrecking van dit begonne langduijrige werck te brengen
en is daermeede soo verre geavanceert dat de laeste der Bollen
neffens de laeste der klapmutsen binnen 4 dagen
konnen
vaerdig sijn, als wanneer ick niet manqueeren sal om die,
belieft het Godt, met eerste goe occasie volgens ordre te
versenden

December: van boot naar appelwagen
De ballen en klapmutsen worden in oktober door Jochem Fopma vanuit Bremen verzonden naar Adriaan Temminck in Amsterdam. Hem kennen we ook uit de brieven van Margaretha. Op 24 december krijgt Godard Adriaan een brief van Temminck. Hij heeft de lading ontvangen, maar er is een probleem. Er varen geen schepen op de Rijn dus hij kan de ballen en klapmutsen niet verder per boot naar Amerongen versturen. Gelukkig heeft hij een oplossing. Hij verstuurt de lading naar ‘oom Synapius’ in Amersfoort. Dit is wellicht een oom van Temminck, die in dezelfde kringen verkeerde als Godard Adriaan. In Amersfoort moeten de ballen en klapmutsen vervolgens op appelwagens geladen worden. Die komen uit de Betuwe en passeren door Amerongen.
De Breemer steen bestaende in 2 groote ronde bollen 4 vierkante klapmutsen en 1 waeter off geutsteen hebbe ick int begin vant vriesent weer hier ontfangen, en alsoo door het leegewaeter gans geen scheepen op den rijn conde vaeren, soo hebbe alles op Amersfoort gelaeden en aen oom Senapius geadresseert met ordre om alles op de appelwaegens (die daer uijt de Betuw coomen en door Amerongen passeeren) te laeden, geleijck oock Haer HoogEdele mijn schrijft dat ditto steen daer wel gecoomen
(Van deze brief is nog geen scan beschikbaar)

Aankomst in Amerongen
Op 27 december ontvangt Godard Adriaan dan het verlossende woord van Margaretha. De ballen en klapmutsen zijn aangekomen in Amerongen. Reden voor blijdschap zou je denken, maar dat blijkt niet uit de brief van Margaretha. Het lijkt er op dat het plan met de appelwagens is mislukt. Ze schrijft dat ze de lading zelf met wagens uit Amersfoort heeft laten halen. Alles is onbeschadigd aangekomen, op één klapmuts na. Die mist een stukje. Verder hoopt ze vooral dat al het steen uit Bremen nu is aangekomen, want het is allemaal al duur genoeg. Hoe de reis van de beelden Fortitudo en Prudentia verliep, is niet duidelijk. Zij werden per slot van rekening al in april 1680 verstuurd vanuit Bremen. Hoe dan ook, in december zijn alle pronkstukken, minus een klein stukje klapmuts, in Amerongen. En daar zijn ze nog steeds te bewonderen.

tot Amsterdam is de 4 groote klapmutse
14 december 1680, Margaretha aan Godard Adriaan
en de twee groot hartsteene bolle van breeme
aengekoome, die teminck omt lage water
niet voort heeft konne krijgen is genootsaeckt
geweest die tscheep op Amersfoort te sende die
ick met wagens van daer heb laeten haele
en sijn deselfve onbeschadicht hier gebrocht
wtgesondert datter vant Eene klapmuts
en kleijn stuckge af is, hoope wij nu het laeste
steen van breeme hier hebbe, die reeckenine
loopen hooch, so doens die aen alle kanten,

- 1Temminck
- 2de rivier af gekomen
- 3smakschip

































