Er is wat verwarring over de brieven van Godard Adriaan. De jonge Godert van Beusichem, zoon van secretaris Nicolaas van Beusichem, heeft Margaretha laten weten dat hij een brief van Godard Adriaan aan haar heeft doorgestuurd. Maar deze heeft ze nooit ontvangen. Navraag bij de post mocht helaas niet baten. Margaretha heeft niet kunnen achterhalen ‘waer die heen is gedwaelt’, dus ze vervolgt de update die ze Godard Adriaan in haar vorige brief gaf over de herbouw. Ze hebben in Amerongen 3 à 4 dagen redelijk goed weer gehad, dus er is lekker doorgewerkt.
[reca. 30e. Junij.] Ameronge den 22/12 ijuni 1680
Mijn heer en lieste hartge den jongen beusekom schrijft mij voorleeden dijnsdach met de post geschreefve te hebbe en Een meesiefve van uhEd gesonde te hebbe de welck ick niet heb ontfange, heb aende poste daer naer doen verneeme dan niemant weet daer van, waer die heen is gedwaelt kan ick niet weeten, so dat uhEd laeste vande 5 deeser is, die ick heeden achdage heb beantwoort, seedert hebbe wij hier drij a 4 dage taemelijck goet weer gehadt inde welke niet in ons werck so op de steen= =oven als aent metselen en timeren nie is versuijmt, [en hoope de metselaers die]
Er wordt hard gewerkt bij de steenoven en de metselaars en timmerlieden schieten al aardig op. De muren vorderen gestaag. Als de werklieden zo door kunnen gaan, kan men de balken en kap gaan plaatsen. Meester Schut heeft hiervoor 3 extra knechten gestuurd, omdat de timmerlieden in Amerongen niet goed weten hoe dit moet. Margaretha schrijft in dit deel van de brief over ‘middelmanekens’ van de vensters. Zou ze hiermee de verticale scheidingen van hout of steen in kruiskozijnen bedoelen die gangbaar waren in de 17de eeuw? Tegenwoordig hebben we het over de middenstijlen. Volgens Margaretha kunnen ze in ieder geval niet van hardsteen gemaakt worden, omdat daar niet genoeg voorraad van is. Maar de secretaris heeft een oplossing. In plaats van hardsteen, kunnen ze metselstenen gebruiken en deze vervolgens met kalk bestrijken. Dan lijkt het net hardsteen.
hier sijn van Amsterdam noch 3 timer= =mans knechts gekoome die schut heeft ge sonde om de kap te helpe rechte, daer de timerlie hier weijnich raet toe wiste, nu sal ick Een steen houde van wttrecht moete laete koome om de hartsteen stucke tot de Eene schoorsteen en de middel maneken vande vensters gereet te maecken, daerse niet lange werck aen sulle hebbe, want so de seeckreetaris seijt is hier so veel hart =steen niet tot al de middelmanekens maer moete Een deel van metselsteen
gemaeckt en met seegerberger kalck gestreeck worde dat dan ock als hartsteen sal staen, [dat spronse inde haech doot is]
Stallen met torentje, anoniem, rond 1927. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Tekening is gemaakt toen de klok op het stalgebouw gezet is. De rest is nog zoals het in de 17e eeuw gebouwd is. De ‘middelmanekens’ zijn niet van natuursteen of baksteen, maar van hout.
Update uit Den Haag
Margaretha onderbreekt het verslag van de bouwwerkzaamheden even voor wat gezondheidsupdates uit Den Haag. Johan Spronssen, tweede griffier van de Staten-Generaal, is namelijk dood. Zijn ambt is daarmee opgeheven en dat betekent dat griffier Hendrik Fagel het werk alleen moet doen. Ook met Gijsbert van den Hoolck, Gedeputeerde ter Staten-Generaal uit Utrecht, gaat het helemaal niet goed. Hij heeft een soort beroerte gehad en er is weinig hoop dat hij weer helemaal opknapt. Dat blijkt te kloppen want in september 1680 zal hij overlijden.
[staen,] dat spronse inde haech doot is en sijn griffiers Amt gemortifiseert is heb ick met de laeste post vergeeten te schrijfve, nu is fagel alleen grieffier vander hoollijck lach ock inde haech heel kranck had Een speesi van Een beroerte door al sijn d leeden, doch was Een weijnich beeter maer niet veel hoop tot op te koomen, [ick hoor noch niet of den]
In een P.S. op een los briefje komt Margaretha nog even terug op het stuk land op het Encker dat Joan Carel Smissaert voor hen wil kopen. Ze heeft Godard Adriaan hier op 17 juni ook over geschreven, maar ze weet dus niet wat hij hiervan vindt. Morgen zal Smissaert samen met de heer Van Beeck van het Domkapittel bij haar langskomen om de koop te bespreken. Cornelis Verweij heeft haar gezegd dat het een goede koop zou zijn als ze het stuk land voor 400 of 500 gulden kunnen krijgen. Daar moet ze dan maar op vertrouwen.
p s merge sal den k dom heer van beeck met den heere smitse hier bij mij komen om weegens het lant opt Encker daer ick heeden acht dage van heb geschreefve te spreecken sal sien of wij de koop Eens konne werde, korneelis verweij meent als wijt voor 4 a 5 hondert gulde koste krijge dat het wel sou sijn
Foto vanuit een (huidig) kantoor op de tweede verdieping naar het westen toe, foto Annemiek Barnouw, 2020. Het weiland bij de bossages is Het Encker.
Voor de herbouw van Kasteel Amerongen was een hoop materiaal nodig. In de brieven van Margaretha aan haar man lezen we over kalk, hout, steen en turf. Er moest per slot van rekening weer een functioneel kasteel gebouwd worden. Maar het oog wil ook wat. Op 11 april 1680 ontvangt Godard Adriaan een brief van ene Jochem Fopma uit Bremen, een handelaar in bewerkte steen. Hierin wordt gesproken over ‘beelden en ballen’, en over bijbehorende ‘klapmutsen’. Dat zijn sierstukken om een muur mee af te dekken. Over welke beelden en ballen Jochem Fopma het heeft, wordt uit de betreffende brief niet duidelijk, maar het kan bijna niet anders dan om de beelden Fortitudo en Prudentia gaan die samen met twee grote stenen ballen bij de trap naar de bovenbrug staan. Het had nog flink wat voeten in aarde om de pronkstukken van Bremen naar Amerongen te krijgen. Aan de hand van het briefarchief van Kasteel Amerongen hebben we deze interessante reis eens in kaart gebracht.
[17 courant uijt Berlin hem toegesonden,] begeerende dat ick dit aen UE mocht beantwoorden, alsmeede bij eerste goe occasie d’affsendingh de twee vaerdige Beelden & bewerckte decksteen voor sijn Ex.ie den H.re van Amerongen te bevorderen twelck hebbe aengenoomen nae vermoogen te doen, ondertusschen sijn hier meede gearriveert de twee geordineerde stucken steens totte twee Ballen; die souden, indien sijn HoochEd. beliefde, nu vervaerdight (terwijl doch gheen scheepen tot noch toe parat sijn) konnen meede gesonden worden, als oock de vier klapmutsen die totte Beelden en Ballen vereijscht worden, ende van streckstucken moeten sijn [waerop Mr Prangh resolutie wacht,]
25 maart 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan van Reede
Rozen, bal en Fortitudo bij Kasteel Amerongen, foto: Annemiek Barnouw, 2020.
April: de beelden zijn verstuurd per boot
Op 29 april ontvangt Godard Adriaan een brief van dezelfde Jochem Fopma uit Bremen. Hij schrijft dat hij na 7 april de gelegenheid had om de beelden alvast per boot te versturen. Ondanks dat hij daartoe nog geen opdracht had ontvangen en de ballen en klapmutsen nog niet klaar zijn, heeft hij dat gezien de waterstand in de Vaart maar gedaan. De beelden heeft hij op een ‘boecken bael’ vastgebonden en met stromatten beschermd. De kosten worden helaas wel wat hoger, want Meester Prang moest zelf met nog iemand de rivier af komen om te helpen.
Ick heb dan de twee vaerdige beelden jeder op een boecken bael wel vast gebonden en met stromatten bewaert, neffens de decksteen, 4 klapmutsen op de muijr en de geordineerde vloersteen, t’saemen in’t schip van Obbo Jelles van Worckom gelaeden en aen S.r A.T. Jacobs1Temminck geconsigneert, waervan ick dito S.r aenstaende Woensdag per post oock advijs sal geeven; de beelden sijn tot Vegesack neffens ‘t ander goet wel en onbeschadigt ‘t scheep gekomen, maer de kosten komen wat hooch want Mr Prangh met noch een persoon selffs daerom naer beneeden geweest sijn2de rivier af gekomen; en ick heb den schipper, die een nieuw Schmack voert3smakschip, het goet ten hoochsten gerecommandeert
Steenhouwer Jan Prang is een oude bekende van de familie Van Reede. In 1676 kwam hij al van Bremen naar Amerongen om allemaal hardstenen elementen (vloerstenen, trappen, de lijst om het huis, onderdelen voor de schoorstenen) ter plekke passend te maken. Kennelijk is er nu voor gekozen om Jan Prang in Bremen te laten werken en dan de afgewerkte stenen naar Amerongen te sturen. In dit brieffragment lijkt het of Meester Prang de standbeelden ook gemaakt heeft. Het is zeker niet onmogelijk, maar eerder maakte hij elementen voor het huis, het zou ook kunnen dat hij alleen zorg draagt voor de verzending. De dekstenen, klapmutsen en de ballen passen wel bij het beeldhouwwerk dat hij eerder voor Kasteel Amerongen geleverd heeft.
De onderkant van één van de dekstenen, foto: Annemiek Barnouw, 2026. Momenteel worden de brug en de muur voor het kasteel gerestaureerd, daarom zijn de dekstenen van de muur gehaald. Op de onderkant zie je de aanwijzing die waarschijnlijk door Jan Prang in Bremen in de steen gekerfd is. Zo was in Amerongen duidelijk welke steen waar moest liggen.
Augustus: oplopende kosten
Als de beelden onderweg zijn, wordt het een paar maanden stil rondom de beelden, ballen en klapmutsen. Godard Adriaan blijkt vragen te stellen over de oplopende kosten. Op 9 augustus krijgt hij een brief van Fopma waarin hij uitlegt dat de prijzen fluctueren. Omdat hij zelf geen voorraad steen meer had, moest hij nieuwe kopen. Daarnaast worden de ballen en klapmutsen van een harder, en dus duurder, steensoort gemaakt. Maar Fopma is bereid er een mooi prijsje van te maken als Godard Adriaan hem aanbeveelt als opvolger van zijn overleden oom. Een brutaal mens heeft de halve wereld toch? Zeker gezien het bijzondere Post scriptum van de brief. Het lijkt er namelijk op dat er in de tussentijd niet zoveel voortgang is geboekt met de ballen en klapmutsen. Meester Prang is een reislustig heerschap en pas teruggekomen uit Osnabruck. Hij zal nu pas weer verder gaan met de ballen en klapmutsen.
Weer verstrijken er een paar maanden en de ballen en klapmutsen zijn nog altijd niet op weg naar Amerongen. Er is meer vertraging opgetreden. Op 12 oktober leest Godard Adriaan in een nieuwe brief van Jochem Fopma dat hij voornemens was de ballen en klapmutsen een maand eerder al naar Amerongen te laten verschepen. Meester Prangh was echter weer naar Osnabrück, waar 4 van zijn knechten ziek zijn geworden, dus dat gooide roet in het eten. Aan Jochem Fopma ligt het absoluut niet. Hij heeft veel ander werk weggehaald bij Meester Prangh, dus de ballen en klapmutsen moeten nu met 4 dagen echt wel klaar zijn.
dat ick niet getwijffelt had, oft de bewuste bollen en klapmutsen souden ten minsten voor 1/m naer Amsterdam sijn gescheept, maer Mr Prangh sijn Voijage naer Osnabrugh alwaer vier van sijn knechts sieck sijn heeft mijn voornemen belett, ‘kheb echter sedert sijne t’huijscomst alle devoir gedaen, om hem onaengesien veel ander noodig werck, daedelijck tot voltrecking van dit begonne langduijrige werck te brengen en is daermeede soo verre geavanceert dat de laeste der Bollen neffens de laeste der klapmutsen binnen 4 dagen konnen vaerdig sijn, als wanneer ick niet manqueeren sal om die, belieft het Godt, met eerste goe occasie volgens ordre te versenden
27 september 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
De Steenhouwer, anoniem, fragment uit een pagina met zes ambachten uit Meijers Prenten, uitgegeven door De Ruyter & Meijer, Amsterdam, 1878. Collectie Rijksmuseum.
December: van boot naar appelwagen
De ballen en klapmutsen worden in oktober door Jochem Fopma vanuit Bremen verzonden naar Adriaan Temminck in Amsterdam. Hem kennen we ook uit de brieven van Margaretha. Op 24 december krijgt Godard Adriaan een brief van Temminck. Hij heeft de lading ontvangen, maar er is een probleem. Er varen geen schepen op de Rijn dus hij kan de ballen en klapmutsen niet verder per boot naar Amerongen versturen. Gelukkig heeft hij een oplossing. Hij verstuurt de lading naar ‘oom Synapius’ in Amersfoort. Dit is wellicht een oom van Temminck, die in dezelfde kringen verkeerde als Godard Adriaan. In Amersfoort moeten de ballen en klapmutsen vervolgens op appelwagens geladen worden. Die komen uit de Betuwe en passeren door Amerongen.
De Breemer steen bestaende in 2 groote ronde bollen 4 vierkante klapmutsen en 1 waeter off geutsteen hebbe ick int begin vant vriesent weer hier ontfangen, en alsoo door het leegewaeter gans geen scheepen op den rijn conde vaeren, soo hebbe alles op Amersfoort gelaeden en aen oom Senapius geadresseert met ordre om alles op de appelwaegens (die daer uijt de Betuw coomen en door Amerongen passeeren) te laeden, geleijck oock Haer HoogEdele mijn schrijft dat ditto steen daer wel gecoomen
(Van deze brief is nog geen scan beschikbaar)
Wagen met keien getrokken door paarden, Alexander-Gabriel Decamps, 1830-1831. Uit: Schetsen door diverse kunstenaars. Collectie: Rijksmuseum.
Aankomst in Amerongen
Op 27 december ontvangt Godard Adriaan dan het verlossende woord van Margaretha. De ballen en klapmutsen zijn aangekomen in Amerongen. Reden voor blijdschap zou je denken, maar dat blijkt niet uit de brief van Margaretha. Het lijkt er op dat het plan met de appelwagens is mislukt. Ze schrijft dat ze de lading zelf met wagens uit Amersfoort heeft laten halen. Alles is onbeschadigd aangekomen, op één klapmuts na. Die mist een stukje. Verder hoopt ze vooral dat al het steen uit Bremen nu is aangekomen, want het is allemaal al duur genoeg. Hoe de reis van de beelden Fortitudo en Prudentia verliep, is niet duidelijk. Zij werden per slot van rekening al in april 1680 verstuurd vanuit Bremen. Hoe dan ook, in december zijn alle pronkstukken, minus een klein stukje klapmuts, in Amerongen. En daar zijn ze nog steeds te bewonderen.
tot Amsterdam is de 4 groote klapmutse en de twee groot hartsteene bolle van breeme aengekoome, die teminck omt lage water niet voort heeft konne krijgen is genootsaeckt geweest die tscheep op Amersfoort te sende die ick met wagens van daer heb laeten haele en sijn deselfve onbeschadicht hier gebrocht wtgesondert datter vant Eene klapmuts en kleijn stuckge af is, hoope wij nu het laeste steen van breeme hier hebbe, die reeckenine loopen hooch, so doens die aen alle kanten,
14 december 1680, Margaretha aan Godard Adriaan
Kasteel Amerongen vanuit het oosten, foto: Annemiek Barnouw, 2020. Aan weerszijden van de centrale trap de beelden, rechts daarvan op de pilaren de ballen. Onder de beelden en de ballen liggen de klapmutsen en de dekstenen sluiten de muur af.
Margaretha begint haar brief met dat het zo aangenaam is om van haar man te horen. Een dag eerder heeft ze met de laatste post van de dag een brief ontvangen van Godard Adriaan die hij op 3 maart heeft geschreven. Blijkbaar is Godard Adriaan in zijn brief niet ingegaan op eerdere berichten over geldzaken van Margaretha. Ze noemt dus nog maar een keer dat Van Beusinchem ervoor gezorgd heeft dat er 3000 gulden in Amsterdam ligt voor Godard Adriaan. Hij kan er geld van opnemen als hij daar behoefte aan heeft.
Ameronge den 10 maert 1677 [rec: 17. Dito]
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme vande 3 deeser is mij gistere geworde met de laeste post heb ick uhEd geschreefven dat de 3000f door beusekom tot wttrecht sijn ontfange die hij mij beloofde Eergistere naer Amsterdam te sende, so dat uhEd daer staet op kont mae =ken,en die kont trecken, [ock heb ick sijn hoocheijt die]
Nogmaals de thuiskomst
Ook van het bezoek van Willem III herhaalt Margaretha voor de zekerheid nog maar eens het belangrijkste punt: wanneer mag Godard Adriaan thuis komen? Tijdens het diner heeft Margaretha gevraagd wanneer Willem III toestemming zal geven om Godard Adriaan naar huis te laten gaan. Willem III heeft Margaretha laten weten dat haar geliefde echtgenoot waarschijnlijk snel thuis zal zijn. Maar als ze aandringt en vraagt of hij daar al opdracht toe gegeven heeft, antwoordt hij heel vaag dat hij dat ‘beperkt’ gedaan heeft, maar dat hij Godard Adriaan nog zal schrijven. Waarschijnlijk zegt hij dat om Margaretha waarschijnlijk gerust te stellen. Margaretha heeft er alsnog haar bedenkingen bij: ‘So dat als ick recht sal segge mijns bedunkens het vrij wat op schroefve staet’. Het is Margaretha’s persoonlijke mening dat het allemaal nogal op losse schroeven staan. Ze is duidelijk niet tevreden.
Het vertrek van Willem III met de legertroepen naar het beleg van Valenciennes in het noorden van Frankrijk vindt Margaretha erg overhaast gaan. Een vervelende bijkomstigheid is dat Godard Adriaan zijn zoon en Willem III waarschijnlijk mis zal lopen door hun abrupte vertrek.
[=ken,en die kont trecken, ] ock heb ick sijn hoocheijt die voorleedene saterdach hier heeft gegeeten naer uhEd thuijs koome gevraecht, die mij seijde ijae dat deselfve haest sou thuijs koome, en als ick hem vraechde of uhEd daer toe al ordere hadt, antwoorde ijae maer gelimiteerde ordere, dan dat hij uhEd sou schrijfve, so dat als ick recht sal segge mijns be dunskens1Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt het vrij wat op schroefve staet, daer ick so heel wel niet in te vreede ben, want men voordees meende als of uhEd het thuijs koome niet en sochte, nu dat overgeslaechge, het vertreck van sijn hoocheijt naer de kampange, wort doort be= =lech van valanschien so verhaest dat ick niet geloof uhEd hhem of de heer van ginckel alvoorns sult hier sien het welcke wel gewenst hadt,
Wat betreft het hardsteen voor de trappen en de schoorstenen schrijft Margaretha dat deze ‘scheep sijn’. Het materiaal is dus onderweg per schip naar Amerongen, fijn dat dat er in ieder geval wel aan komt. Ze zal zorgen dat er iemand aan de Vaartse Rijn staat om te zorgen dat ze naar Amerongen komen.
dat de hartsteene trappe en tot de schoorsteene al scheep sijn is heel goet ick salse verwachte en aende vaert laeten waerneemen, [rietvelt noch sijn]
Rietvelt en zijn werklui zijn helaas nog aan niet aan het werk. Het weer is erg grillig en onvoorspelbaar geweest de afgelopen dagen. Nadat ze de brief voor Godard Adriaan heeft geschreven, zal ze Rietvelt eens schrijven om te vragen of hij naar Amerongen komt. De weersomstandigheden zijn overdag, op de harde vrieskou na, wel aanzienlijk verbeterd. Margaretha laat Godard Adriaan weten dat wanneer Rietvelt en de werklui weer aan de slag gaan, er wel geld in de kas moet zitten om ze te kunnen betalen.
Het lijkt er op dat Margaretha het niet zo erg vond dat er door het slechte weer niet gewerkt kon worden, dat geeft haar wat tijd om de financiën bijeen te krijgen. Ook is er flink wat geld nodig om de verscheping van het hartsteen te betalen.
[aende vaert laeten waerneemen,] rietvelt noch sijn volck sijn noch niet int werck omt ongestadige
weer dat wij dagelijcks hebbe, heb ick hem noch niet ont boode maer schrijf met deese post aen hem, tis hier twee dagen seer schoonweer geweest, maer t heeft deesen nacht noch hart gevrooren, en als rietvelt met sijn volck aent werck is moeter gelt bij kas weesen, en de vrachte vande hartsteene sulle ock hooch loopen die moetten voor al betaelt weesen, daerom ick moet sien hoe ickt aen alle kanten maeck, en sal niet int Een oft ande versuijme oft sal aen mijn macht ontbreecken, [de doot vande ouden teminck]
Margaretha laat weten dat rondom Amerongen het water enorm is gestegen, maar dat het momenteel wel aan het zakken is. Door het hoge water zijn er sluizen gebroken en polders onder gelopen. De boomgaardjes van de drost en de hovenier zijn ook onder gelopen. Het water staat zo hoog dat het water tot vlak onder de kade staat. Majoor Quint heeft al wintertarwe en gerst gezaaid en daarvoor is al dat water ook niet goed. Hij is bang dat hij het kwijt raakt.
stadige weer, wij sitten hier rontom weer int water datse segge weer aen vallen is, de sluijs is door gebroocken al de binne weijen staen blan ijaet boogaertge vande drost sijn huijs, en int boogaertge achter den hoofveniers huijs ist va waeter in, sonde dat de grafte op veel nae niet aende kaeij het water is, de majoor ijan quint heef taruw en garst in Enker die hij vreest dit waeter niet sal konnen wt staen so hijt quijt raeckt sullen die liede groote schade hebbe
Overstroming van de Rijndijk in Gelderland, Jacobus Buys, 1770. Collectie Rijksmuseum.
Korte P.S.
Door het hoge water kunnen ze ook het werk bij de steenoven niet opstarten. Margaretha laat weten dat ze met geen enkele klus vooruitgang kan boeken. Geduld is een schone zaak voor Margaretha: ‘wij moete paesijensie hebbe’.
Een korte p.s. voor Margaretha haar doen. Alleen is haar blaadje vol, dus kiest ze ervoor om de PS overdwars op de pagina ernaast te zetten.
Ze laat Godard Adriaan weten dat door het hoge water de werkzaamheden in de kelders niet zijn begonnen. Het water staat weliswaar niet in de kelders, maar heeft de kuilen waarin de kalk opgeslagen ligt bereikt, dus het kalk is niet bereikbaar. Dat kalk is nodig om de gewelven in de kelders te maken.
dit waeter verhindert ock aende steen oven te beginne om gereetschap tot alles te maecken ick kan noch met geen werck voort koomen wij moete paesijensie hebbe, hoope uhEd haest in ge sontheijt weer hier te sien waer naer verlange en blijfve Mijn heer en hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
wij sullen noch den wulfsels van den kelders niet konne doen om dat men bij de steenkalck die inde kuijlen leijt niet en kan vermidts die onder water staen
1
Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt
Margaretha doet een proefje: zou de postdienst op Duitsland, die twee keer per week langs Amerongen komt, sneller gaan dan de diplomatieke post via Den Haag? In deze brief staat daarom niet veel meer dan in die van eergisteren.
Ameronge de 18 septem 1676
Mijn heer en lieste hartge
mijne laeste is vande 16dees geweest die ick op den haech heb gesonde, waer in die van uhEd vande 12 heb beantwoort , nu gaet deese Eens met de duijtse post die twee =mael ter weeck hier door rijtd om te sien of die briefve wel overkoome, so hoefde ick se niet op den haech te sende, [gistere heeft beusekom mij ge=]
Waarschijnlijk wordt het alleen secretaris Luchtenburg zelf die de akte van eigendomsoverdracht van de hoge heerlijkheid Amerongen komt brengen, komende zondag. Er zullen geen extra statenleden meekomen, omdat Godard Adriaan als heer des huizes ook niet thuis is. Ondertussen probeert van Luchtenburg ook zijn eigen familiebelangen te behartigen: hij heeft van Beusekom gevraagd Margaretha te schrijven of ze zijn neef, Philips Ram, bij Godard Adriaan wil aanbevelen voor de vrijgekomen functie van kameraar van de Lekdijk. Godard Adriaan is heemraad bij het waterschap Lekdijk Bovendams.
[onthaelle en trackteere als ick kan,] hij heeft ock aen beusekom1Nicolaas van Beusichem versocht dat hij mij wt sijnen naem wilde schrijfve, door afsterfve vande heer Matijsius2Cornelis Mattisius kamelaer vande leckendijck sijn neef den heere scheepen ram3Philips Ram wiens
vader4Johan Ram schepen van Utrecht en Drossaard van de Hoge Heerlijkheid Vreeswijk drossaert aende vaert5Vreeswijk is, tot het voorseij de kamelaers plaets uhEd te reeckomandeere het welcke dan hier meede doe, [twijfele]
Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk met in het midden de sluis. L.P. Serrurier, ca. 1730. Collectie Het Utrechts Archief
Muren op hoogte
Wel echt nieuws van de bouwplaats: het mooie weer houdt aan en het hoogste kruisraam wordt gezet. De binnenmuren worden nu tot hun hoogste punt afgemetseld.
tot noch toe hebbe wij heel goet weer op ons werck en ock op den oven, men begint de hooch ste kruijs raemte te sette de binne mueren worde met Eene op haer volkoomene hoochte gehaelt en op gemetselt, [mij bekomert de]
Nog ziek
Ze beklaagt Godard Adriaan nogmaals dat hij blijft sukkelen en meldt maar weer dat het met zoon Godard in Den Haag gelukkig al weer beter gaat.
[gehaelt en op gemetselt,] mij bekomert de loop uhEd so lange bij blijft en verlange hoe deselfve het meedesineere bekoomt , de heer van ginckel, so van heetere schrijft wort dagelijcks beeter daer de heere voor gedanckt moet sijn, inwiens beschermin uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff MTurnor
Fragment uit: Medicijn tegen syfilis, Philips Galle (toegeschreven aan atelier van), naar Jan van der Straet, ca. 1589 – ca. 1593. Collectie Rijksmuseum.
1
Nicolaas van Beusichem
2
Cornelis Mattisius
3
Philips Ram
4
Johan Ram schepen van Utrecht en Drossaard van de Hoge Heerlijkheid Vreeswijk
oOok Godard Adriaan is ziek! Dat leest Margaretha in zijn brief van 12 september. Ze maakt zich vooral zorgen omdat het blijkbaar al langer duurt, en vindt dat hij toch wat medicijnen moet proberen en vooral rust moet nemen.
Ameronge den 16 septem 1676 rec: 21. dito
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 12 deeser heb ick gistere ontfa het set mij niet alleen leet dat uhEd de loop so lange bij blijft maer bekomert mij seer, deselfve sal wel doen wat te meedisineere en hoope hij wt ruste sal en sich daer wel bij bevinde, [uhEd sal versta]
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum
Uit Den Haag komen gelukkig goede berichten over zoon Godard. De koorts neemt af en ook valt hij minder flauw, dus ze denkt dat het ergste achter de rug is.
Bedrieglijk besmettelijk
Godard Adriaan zelf heeft zijn besmetting blijkbaar opgelopen van een knecht die ziek was, maar die dat niet heeft gemeld. Margaretha windt zich er over op: die man had nooit het huis van Godard Adriaan binnen moeten komen als hij zelf al wist dat hij ziek was. Feitelijk een vorm van verraad. Verder wel een goede knecht, daar niet van, maar het maakt haar toch kwaad.
[geefven,] het doet mij ock seer leet uhEd so qualijck gedient is, dat is recht bedroch sulcke sieckte te hebbe in de luijde haer huijse te koome , bender wel quaet om, soot anders Een goet knecht was, [is daer raet voor dat heel soe=]
Men neme…
Margaretha weet wel een goed medicijn. Men neme drie harten van (levende!) jonge reigers, verpulvere dat tot poeder en neme dat in. Werkt heel goed, maar ze denkt niet dat er nu makkelijk aan te komen is. Jonge reigers vind je natuurlijk vooral in de lente.
Reigerjacht, Pieter Serwouters, naar David Vinckboons (I), 1612. Collectie Rijksmuseum
[knecht was,] is daer raet voor dat heel soe= =vereijn is, se neeme 3 harte van jonge reijgers daer leevendich wt gehaelt en gepolveerijseert ingenoome is heel goet maer geloof niet dat men die nu sou konne krijge
Gasthuis Amerongen
Ondertussen voelt Margaretha zich in Amerongen ook een gasthuismoeder. In het dorp heerst dysenterie (‘roode loop’) en ook het werkvolk ontkomt er niet aan. Rietveld, Tielman en meerdere metselaars en opperlieden hebben koorts. Margaretha maakt medicijnen en verzorgt de zieken.
hier int dorp en ondert werck volck sij so veel siecken aen koortse en roode loop dat =ter haest niet Een huijs vrij van is, rietvelt en tielman hebbe de koortse en Etlijeke met selaers en opperlie, ick ben niet anders als of ick moeder vant gashuijs ben heb alle dage werck meedesijne ree te maecke en voort de siecke te versorchge, [het schijnt de heer]
Vijf bezigheden van dokters, apothekers en barbiers, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Vroeg op
De helft van het geld voor de assignatie is binnen! Een ook 283 gulden van de declaratie. Daarmee heeft ze alle bouwvakkers vooruit betaald, maar ze houdt goed in de gaten of het werk ook echt gebeurt. Ze zit ze ‘dun op de hakken’, dat wil zeggen ‘op de hielen’ oftewel met haar neus er boven op. Met dat doel is ze vroeg uit de veren: tussen zes en zeven is ze al op de bouwplaats. Er is nog wel veertien dagen werk voordat ze aan het dak kunnen beginnen.
[wil alles ben beste schicke,] ick heb de helfte vant gelt weegens de bekende assinasie1Assignatie: aanwijzing tot betaling tot wttrecht ontfange als meede de 283f weege de dikleraesie, heb nu alt werck volck voort af betaelt, weest vrij verseeckert dat ickse so deun op de hackesit2dun op de hakken zitten: op de hielen zitten alst moogelijck is ben alledage smergens tusche ses en seeven Euren opt werck dat voor mij vroech is , en sien datse noch al ontrent de veertien dage werck hebbe op t huijs Eerse de kap sulle begin =ne te rechte [wij hebe noch gewenst weer opt]
Mooi weer
Het weer zit tot nu toe mee, wat gunstig is voor zowel de bouw zelf, als voor het stoken van de steenoven. Als het nog veertien dagen aanhoudt dan zijn de meeste stenen wel gebakken. Punt van aandacht is wel dat alle turf met lichters en trekpaarden uit Culemborg, aan de andere kant van de rivier, moet komen. Dat kost geld, die schippers moeten ook betaald worden!
[=ne te rechte] wij hebe noch gewenst weer opt werck en op de steen oven die aent brande is, otbaerentse3Ot Barendse, de steenhandelaar isser ock weer bij mooge wij maer veertien dage sulcken weer houde sal den oven overt quaetste sijn, maer ick moet al den turf met lichters en treck paerde laete vant spoel Effen beneeden kuijlenburch4Culemborg laeten haelle dat kostelijck valt dan dat sal ick de schippers doen betaelle
Margaretha is blij dat Godard Adriaan tevreden is over de tekst van de Akte van de Staten van Utrecht over de overdracht van de hoge heerlijkheid Amerongen. Ze heeft gehoord dat de akte zal worden overhandigd in een kistje dat in Amsterdam met zilver wordt verguld. Een teken dat ook de Staten van Utrecht de transactie zien als iets heel bijzonders. Ze weet nog niet wie hem zullen komen brengen. Maar wie het ook zijn, Margaretha zal ze goed ontvangen, zoals ze in haar vorige brief ook al beloofde.
[gekoome die hem thuijs gebrocht sijn,] tis mij lief uhEd de Ackte vande state van wttrecht so wel gevalt men schrijft mij de seekreetaris luchtenburch mij int laest vande weeck die in Een silvere vergulde doos die te Amsterdam te ver =gulde is, sal brenge, wie daer meede sal koomen weete niet ick salse opt best onthaelle en trackteere dat ick kan,
De Zilversmid. Uitsnede uit: Vijf beroepen, anoniem, naar Jan Luyken, naar Caspar Luyken, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Sinds de brand in het kasteel hebben we het eigenlijk vooral over Margaretha’s lotgevallen gehad. Logisch, want dit blog gaat over haar brieven. Godard Adriaan zat misschien ver weg, maar hij is wel gelijk hard aan het werk gegaan. We kunnen dit blog maken omdat Godard Adriaan al Margaretha’s brieven bewaard heeft. Ik vraag me wel eens af of dat betekent dat hij een romanticus was. Maar hij heeft heel veel brieven die hij ontving bewaard, dus misschien was hij gewoon een hoarder. Een degelijke ambtenaar is ook nog mogelijk. Van zijn uitgaande brieven heeft hij vaak de minuten bewaard. Deze minuten zijn te vergelijken met “kladjes” die hij schreef, die zijn secretaris dan in het net uitwerkte.
Reisscretaire, ca. 1650. Collectie Kasteel Amerongen.
Tijdens de restauratie van Kasteel Amerongen is er een groot bouwhistorisch onderzoek gedaan door het Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis. De onderzoekers hebben veel van de brieven van en aan Godard Adriaan onderzocht. Zo weten we (ook) wat er gebeurde als Godard Adriaan in de Republiek was en Margaretha hem niet schreef. Uit een brief aan LeMaire in Kopenhagen weten we dat Godard Adriaan vrijwel gelijk na de brand bouwmateriaal gaat regelen: hout, ijzer, kalk. Eigenlijk heeft hij behoefte aan alles. Godard Adriaan zet zijn hele netwerk in om aan gratis (of goedkope) materialen te komen. Gelukkig is Godard Adriaan diplomaat. Er komen daadwerkelijk toezeggingen, maar om de beloften warm houden en te zorgen dat er ook geleverd wordt, heeft hij al zijn diplomatieke vaardigheden nodig.