Mijn heer en lieste hartge

Categorie: Netwerk Pagina 1 van 3

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
  • 1
    Onbekend
  • 2
    Onbekend
  • 3
    Anna Juliana Ferens

Fortuinlijkheden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1680
Lees hier de originele brief
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari

Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.

Brieffragment ontvangen geld

[reca. 12. Februarij]
wt wttrecht den 4
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste
=ren
de bewuste duijsent duijckatons ter som van
3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]

Brieffragment betalen land en wissel Godard Adriaan

ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be=
taellen dat met den vijftichsten peninck bij de
1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van
uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt
laete leggen, [ick meende hier met den rent]

In een ruimte staan lange tafels waaraan mannen op banken zitten. Zij hebben papieren en rekentafels voor zich. Tussen de tafels staan mannen te overleggen. Bovenaan een drapperie waarop staat "Coutereels Konstigh cyfferboeck; met volkoomene Uytwerckings en reele Konst Vermeerdering". Onder de prent staat "Utrecht by I.v. Poolsum, Anno 1690"
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Erfpacht

Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.

Brieffragment erfpacht

seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick

van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar
moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn
, daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE
mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe
maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij
=men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae
=len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is,
ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine
doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening
van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te
preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij
met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]

Vergezicht met in het midden een rivier waar in Staat Den Ryn. In de rivier varen bootjes, Rechts bos en zandgrond, helemaal rechts de stad Rhenen met de Rijnpoort. Aan de overkant van de rivier de kerk van het dorp Lienden. Boven de prent staat 'T Gesigt van de Betuwe
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.

Echt spitgebraad

Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.

Brieffragment gebraad

[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij
=vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge
slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote
vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer
sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me
hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele
doet het genoech wil alledaech spitte gebraet
Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits
inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en
seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt
sijn sieckte komt en spitte gebraet moet
Eeten, [de heer van ginckel die teegen
woordich]

Een keukenmeid rijgt een kip aan het spit terwijl een zittend man met een kruik toekijkt. Op de tafel links ligt nog meer gevogelte, voor de tafel op de vloer en opstapeling van groente: kolen, bloemkool, meloenen, komkommers, kalebassen, uien en fruit. Bij de voeten van de man ligt een bord met stukken vlees. Rechtsonder enkele vissen, een koperen ketel en een pot. Op een ton staan een kruik en een pasglas.
Keukeninterieur, Jan Olis, 1645. Collectie Rijksmuseum.

Gouverneur

Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.

Brieffragment gouverneur

[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich

met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck
sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede
slants van wttrecht, inde staete kamer ver
toont, men heere de state liete hem door haer
sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer
vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so
mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als
kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te
hebbe, wij konne godt niet genoech dancken
voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.

Precisie-diplomatie

De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?

Brieffragment berichten uit Frankrijk

[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck
seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor
dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste
sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko=
ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur
s en insonderheijt over den heer van dijckvelt
klaechge dat hij volgens konins begeerte
niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol
=bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt
had aende staet heeft geschreefve, wdaer
men hier ock niet wel over te vreede soude
sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,

Jean-Baptiste Colbert, geportretteerd in het centrale stuk van een rijk gedecoreerd tapijt. Om het portret een krans van eikenbladeren. Minerva legt de laatste hand aan het borduursel van de randversiering van het tapijt, waarop tal van allegorische voorstellingen staan, elk met een Latijns motto. In de rechterbenedenhoek van het tapijt staan de gekroonde initialen van Colbert. Op de grond liggen sieraden, muntstukken, toneelaccessoires,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.

Twijfel

Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.

Brieffragment rekenmeesterschap

daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge=
schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick
nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van
duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met
den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij
hem voort sal gedrage, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Opgaande zon

Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.

Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.

Brieffragment opgaande zon

maer Eenen brief vande selfve in
seedert sijn vertreck ontfange te
hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt
dunckt gistere kreech sijn soon Een
van uhEd, ick seijde dat deselfve
met de opgaende son hielt dat
Juff beusekom so niet verstaet
sij alle preesenteere haeren dienst
aen uhEd, en ick mij hartlijcke
groetenis aen den heer Majoor blansge
en jenken13Jenneke

Heuvelachtig landschap met een opkomende zon en op de voorgrond een boom. Op een banderol een devies in Latijn en een onderschrift in Frans, beide over de liefde.
Landschap met opkomende zon, Albert Flamen, 1672. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Utrecht
  • 2
    De Leeuw
  • 3
    per jaar
  • 4
    Johan van der Dussen, schout van Rhenen
  • 5
    Heimenberg, bij Rhenen
  • 6
    berekening
  • 7
    tot dato dezes: tot vandaag
  • 8
    vorderen
  • 9
    januari
  • 10
    Lodewijk XIV
  • 11
    punctueel
  • 12
    Jean-Baptiste Colbert
  • 13
    Jenneke

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden
  • 2
    Willem van der Straaten
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel
  • 5
    aanbevolen
  • 6
    Karel Valckenaar
  • 7
    Zijne Hoogheid
  • 8
    Willem van der Straaten
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn
  • 11
    Van Heteren
  • 12
    december
  • 13
    in het begin
  • 14
    op het laatst
  • 15
    doel, bedoeling
  • 16
    Staten-Generaal
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
  • 18
    de eer
  • 19
    na
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan
  • 23
    Dieren
  • 24
    Ursula Philippota
  • 25
    Den Haag
  • 26
    vrede
  • 27
    voorraad

Iets noodzakelijks doen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 25 december 1679 Berlijn
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.

Brieffragment brieven en reizen van Godard Adriaan

[reca. 25e xber. in Berlin]
Ameronge den
16/6 deesem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter
tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem
de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear
=rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome
het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]

Ingekleurde gravure van een stad met vestingwerken. Op de voorgrond een bomenrijk gebied met een paar omheinde tuinen en een bleekveld en een bandeau met legenda. Dan een paar bastions, de gracht, de stadswal en daarachter de daken van de stad, met diverse kerken. Helemaal op de achtergrond een groot slot of paleis.
Zicht op Celle, Matthäus Merian (graveur) naar Conrad Buno, 1654. Collectie SLUB Dresden, via Deutsche Digitale Bibliothek.

Het grauwe koetspaard

Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.

Brieffragment over het grauwe koetspaard

[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor
gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot
berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe
hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet
is gesont en fris maert been noch met doecke
bewonden en vrij wat dick, doch naert
segge vande smits heeft geen noot en sal in
korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die
bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]

Gravure van een naar links springend paard met allemaal lijntjes naar de kantlijn. Aan het eind van elk lijntje staat een cirkel met daarin een tekst.
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.

Noodzakelijk

Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:

  • De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
  • Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
  • De metselaars hebben de vloer van de kelders onder de voorburcht gelegd
  • De oprijlaan is tot de eerste brug klaar (heeft ze iets meer woorden voor nodig)
  • Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen

Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.

Eerste brieffragment over de werkzaamheden
Tweede brieffragment over de werkzaamheden

[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier
de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte
die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge=
noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree
het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht
dat drooch en bequaem is niet te bekoomen ,
de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert
voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen,
de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de
Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht

en met sant overkleet, so dat die wech nu goet
is, nu sal men met het Eerste vriesent weer
de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet
niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks
te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]

Tussen de twee deuren van een grote poort staat een kleuter met een wit shirt en een witte korte broek, witte sokken en zwarte schoenen. Hij heeft een witte hoed op. De deuren zijn hoog en door flinke spijkers is de versteviging aan de andere kant goed te zien. Op de deuren staan grote stekels.
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.

Bijtertje

Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.

Brieffragment over Smissaert

[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd
Een brief vande heer smitser gesonden die seer
instantelijck aenhout en versoeckt met
het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen
te worden, wenste uhEd beliefde Eens
door Een letterken te schrijfve of deselfe
daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee
=kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem
smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn
versoeck geefven, [waermeede Eijndige]

Pentekening met strakke lijnen van drie puppy's die elk aan een ledemaat van een lappenpop met een geruite jurk trekken. De vierde pup zit ernaast met de hoed van de pop in zijn bek.
Puppy’s spelend met een lappenpop, C. Goes, ca. 1900-1940. Collectie Rijksmuseum.

Kindergroeten en de ridderschap

Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.

Brieffragment met groeten en Hendrik in de ridderschap

versoeck geefven, waermeede Eijndige
blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

frits godert
en haer susters
preesenteere
haer ootmoedige
dienst aen uhEd
dat ons Neef henderick van reede voorleede
maendach sesie int lidt van ridderschap
tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe
verstaen

In een vierkante gracht ligt een vierkant eiland met aan twee kanten bomen. Op het eiland een toren met een zadeldak waaraan een gebouw van één verdieping met twee zadeldaken gebouwd is. Op de achtergrond de kerktoren van Mijdrecht.
Het Huis te Mijdrecht, anoniem, ca. 1660-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    Beneficeren: begunstigen
  • 3
    Inclineren: neigen
  • 4
    Speculatie: bespiegeling, beschouwing
  • 5
    Declineren: afwijzen

De beste paarden staan op stal

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 december 1679
Lees hier de originele brief

Margaretha is al helemaal gewend aan de nieuw gehanteerde kalender; ze noteert nog slechts één datum bovenaan haar brief. Waar ze haar vorige brief nog met de Duitse post heeft gestuurd, kiest ze nu weer voor de diensten van Franco Bisdomer. Veel heeft ze echter niet te vertellen, dus het wordt een relatief korte brief.

Aanhef en brieffragment over post

Ameronge den
8 deesem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 27 novem wt minde heb
ick voorleedene dijnsdach met de duijtse
post noch beantwoort, nu gaet dees weer
met bisdomer[, het grauwe koetspaert]

Gravure van een man met een postzak onder zijn arm. Hij draagt een hoef met een brede zak en een cape die een sluiting heeft met drie kruisen (als het wapen van Amsterdam?). Achter hem loopt een man met een kruiwagen met daarop een kist en een zak langs een los staande bel. Daarachter zijn de masten van schepen te zien. Links op de achtergrond een klein gebouw waar een man een brief in een kist tegen de muur stopt.
Postiljon, Casper Luyken, 1698. Collectie Rijksmuseum.

Het grauwe koetspaard

Het paard waar Margaretha al een aantal keer over geschreven heeft, is inmiddels van Utrecht naar Amerongen gebracht. Volgens ‘de meester’, vermoedelijk de stalmeester, zou het paard best op reis kunnen. Maar Margaretha is het niet eens met zijn oordeel; het been van het dier is nog hartstikke dik en gezwollen. Ze denkt dat het geen goed idee is. Conform de wens van haar echtgenoot, houdt ze het dier voorlopig in Amerongen en laat ze het zo goed mogelijk verzorgen.

Brieffragment grauwe koetspaard

[met bisdomer,] het grauwe koetspaert
is van wttrecht hier gebrocht en hoewel beuse
kom schrijft dat de meester die daer over
gegaen heeft seijt dat men het sou konne
versende so weet niet oft bequaem is
want het been noch seer dick en geswolle
met doecke bewonden is, ick salt vol
gens uhEd ordere hier houde en so veel
laete koestere als doenlijck sal sijn

Een paard, ingespannen voor een koets, drinkt uit een emmer op de grond. Van de koets zien we net de voorste willen.
Drinkend paard met koets, Ferdinand Laufberger, 1864. Collectie Museum angewandte Kunst, Wenen.

Bestemming bereikt?

Margaretha hoopt dat Godard Adriaan bijna op zijn bestemming is aangekomen; ze hoopt snel te horen of hij inderdaad in Berlijn is gearriveerd.

Brieffragment reis naar Berlijn

[en verswackt seer,] ick hoope uhEd
nu sijn swaerste reijs sal voltrocken hebbe
ende nu haest te berlijn sijn het welcke ver
lange te hoore[, hier konne wij met dit vochte]

Heuvellandschap met gezicht op een rivier of meer in een vallei. Op het water zeilen boten. Op de heuvels staan kerken en kastelen. Op de voorgrond gaan mensen te paard en te voet over een weg.
Landschap, Joost de Momper (II), 1585-1635. Collectie Rijksmuseum.

Huis en goed

Door het natte weer is de grond te drassig om aarde uit de boomgaard te vervoeren. Gelukkig konden de metselaars wel aan de slag; ze zijn nu begonnen aan de vloeren in de kelder onder de voorburcht. Waarschijnlijk is dit werk aanstaande dinsdag klaar. Vervolgens zullen ze beginnen aan het aanleggen van de riolering in het brouwhuis, de stal en het washuis. Het in één zin noemen van het brouwhuis, de stal en het washuis, is niet zo vreemd. Op landgoederen werden de ruimtes voor het brouwen van bier en het wassen van kleding en overig textiel vaak onder hetzelfde dak gebouwd. Ze hadden immers vergelijkbare voorzieningen nodig: veel water, grote kuipen, kookketels en een stookplaats.

Eerste brieffragment werkzaamheden
Tweede brieffragment werkzaamheden

[lange te hoore,] hier konne wij met dit vochte
weer niet noch geen Aerdt wt den boogaert
rijden, de metselaers sijn aent legge

vande vloere inde kelders ondert voorburch
daer geloofve dats en dijnsdach toekoome
nde sulle gedaen hebbe, en dan aent
maecke van reeijoolle1riolen int brouhuijs
de stal ent washuijs gaen[, daermee]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

De sollicitant

Joan Carel Smissaert heeft wederom een brief gestuurd. De sollicitant wil graag weten of hij nog kans maakt op de felbegeerde positie van rekenmeester. Margaretha zal zijn brief doorsturen aan Godard Adriaan, zodat hij kan bepalen of hij Smissaert de positie gunt of niet. Laat het maar weten, schrijft Margaretha, dan regel ik de rest wel.

Brieffragment over de brief van Smissaert

hier meede neffens gaen Een meesiefve
vande heere smitser die seer verlanckt
te weeten of hij noch hoop tot het
bewuste Amt heeft, versoecke
mij maer door Een letterken te schrij
hoet daer meede bij uhEd leijt salt
naer deselfs gevalle wel meenaes
geer, en blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Zittend portret van een slanke jonge man met een wit hemd en daarover een zwart jak. Hij draagt een zwarte, brede muts. Hij leunt met zijn linker arm op een lessenaar waarop een stapeltje papieren met handschrift ligt. Voor de papieren een opengevouwen blaadje. Op de tafel naast de lessenaar een inktpot en een brief die opengemaakt is. In zijn rechter hand heeft hij een pen van een veer.
Afbeelding van een jonge man, mogelijk Matteo Sofferoni, Fraciabigio, 1522. Collectie Gemäldegalerie, Berlijn.
  • 1
    riolen

Werken aan de weg

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 december 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief
Margaretha dateert de brief met 31 november, maar die datum bestaat niet.

Godard Adriaan is ondertussen in Bielefeld aangekomen. De reis vanaf Münster is moeizaam geweest, leest Margaretha in zijn brief van 22 november. En de weg naar Berlijn is nog lang! Ze maakt zich zorgen dat hij nog geen van haar brieven heeft ontvangen, maar wij weten nu dat haar vorige van 11 november op 24 november Bielefeld heeft bereikt, twee dagen nadat Godard Adriaan zijn brief aan haar schreef. We weten ook dat alle brieven die ze tussen 11 november en 31 november schrijft waarschijnlijk niet aangekomen zijn, anders had Godard Adriaan ze wel bewaard.

Brieffragment met aanhef

[rec.a. 13. xber in Berlin]
Ameronge den
31 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd seer aengenaeme vande 22 deeser wt bijlle
veltBielefeld is mij wel geworde het doet mij leet
uhEd so moijlijcke reijs van Munster tot daer
toe heeft gevonden, maer van harte lief deself
tot daer toe wel is gearijveert, hoope sijn verde
=re reijs geluckich en spoediger sal sijn, kan
mij niet genoech verwondere dat uhEd noch
geen briefve van ons heeft ontfange heb niet
gemanckeert preesies alle weeck te schrijfve

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Paard niet op weg

Godard Adriaan heeft om zijn grijze paard gevraagd, dat mank was en nog niet mee op reis kon. Het staat nog in Utrecht, maar Margaretha verzekert haar man dat zodra de smid zegt dat het paard genezen is, het naar Amerongen op weg zal gaan en van daar naar Middachten. Zoonlief heeft toegezegd dat één van zijn ruiters, op een ander paard zittend, het aan de leidsels naar Berlijn kan begeleiden.

Eerste brieffragment over het grauwe paard
Tweede brieffragment over het grauwe paard

[mijn briefve aen bisdomer adreeseeren,] het is
mij leet ick het grauwe paert tot noch toe niet
heb konne sende tis niet volkoome geneese en
noch so dat sijt van wttrecht niet hebbe derfve
senden, ick deesen dach daer over weer aen

beusekom geschreefve en begeert so haest de
smit diet daer over gaet, oordeelt dat het
dien tocht kan doen, hijt hier sal senden, salt
dan voort op Middachte sende den heer van
ginckel heeft aengenoome het selfve met
Een van sijn ruijters aende hant te doen leijde
en tot berlijn te brengen, [wat nu ons]

Een stalknecht loopt naast een paard met een korte staart door een vervallen deur een stal in.
Stalknecht een paard de stal binnenleidend, Jan Anthonie Langendijk Dzn, 1790-1818. Collectie Rijksmuseum.

Puin, zand en aarde

Margaretha is bezig met het aanleggen van wegen op het terrein. Er komt er een op de iepenlaan van de buitenpoort tot aan de eerste brug. De basis wordt gevormd door het puin dat van de steenoven over is, en daarover komt zand. Alles aangevoerd met karren. De andere weg loopt over de kleine voorburcht van de eerste naar de de tweede brug. Omdat het puin op is, wordt daarvoor de aarde gebruikt die is weggegraven om ruimte te maken voor de fundering van de nieuwe kasteelmuur. Ze verzekert haar man dat ze echt zo veel mogelijk alles wat nodig is zal regelen, maar dat er in Utrecht geen hout is te krijgen voor schoorsteenmantels.

Brieffragment over de werkzaamheden aan de oprijlaan

[werck belanckt] ick heb al de puijn vande steen
oven op de steech laete brenge en die wech
tuschen de ijpen boomen recht t vande hoe
=meij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot op de Eerste bruch laete maecke
,daer nu sant op sulle brenge, en so veelt
moogelijck is de wech opt kleijn voorburch
tuschen beijde de bruchge laete maecke
daer de karre de Aerdt die wt het fon=
dement vande nieuwe muer gegraefve is
en op de kant vande graft leijt be inbrenge
maer puijn isser niet meer so dat men
om die wel te maecken sal moete wachte
tot dat de steen oven voort wt gereede wort

Twee mannen lopen voorover gebukt een kar achter zich aan slepend.
Twee mannen slepend met een kar, Harmen ter Borch, ca. 1651. Collectie Rijksmuseum.

De weg naar succes

Bij de Staten van Utrecht is de dans om het verdelen van de lucratiefste baantjes weer begonnen. De weg naar succes betekent een hoop koehandel en handjeklap achter de schermen. En dat verloopt niet altijd naar Margaretha’s wens, omdat niet elke dienst een wederdienst oplevert. Ze moppert op iemand die geen steun wil geven voor een positie voor ‘neef lant’ (onbekend wie dat is), zodat nu alles van zijne Hoogheid prins Willem afhangt.

Brieffragment over steun voor een positie

[geangaesijeert is,] somma daer is bij die
niets te verwachte, al liede die dienst wille
geniete en niet weer doen ,paesijensie2geduld nu moete
wij ons houde aen sijn hoocheijts3Prins Willem III goede toeseggine
ent daer voort soecke hoope godt sal geefve hij
geholpe sal worde en wij van dat pack ontlast
sulle worden, [den heer smitser is dees naer]

Omgekeerd wordt ze zelf bestookt door mensen die lobbyen voor de functie van rekenmeester. Joan Carel Smissaert kwam vanmiddag langs om een schriftelijke sollicitatie bij Godard Adriaan mondeling kracht bij te zetten. Maar ook neef Frederik Adriaan van Reede van Renswoude heeft belangstelling voor deze baan, schrijft diens moeder. Ruilen tegen een plekje in de Admiraliteit in Zeeland? Margaretha heeft haar afgewimpeld op dezelfde manier als ze zelf zijn afgewimpeld : Godard Adriaan is ‘bezet’ (‘geëngageerd’). Waarschijnlijk bedoelt ze daar niet mee dat hij het te druk heeft, maar dat hij al gebonden is aan beloftes aan anderen.

Links een plaatje van een man op een stoel achter een tafel die op zijn vingers zit te tellen. Op tafel een boek, een inktpot met veer en een paar zakken met inhoud. Naast hem op de vloer staat een kist die open staat, in de kist zitten munten. Rechts een gedichtje in het Frans en in het Nederlands. De Nederlandse vertaling is: Rekenmeester / k'wil datme Rekeschap, en goede blyc my geeft / wie t'adelvrolyckst is en best gedroncke heeft.
De rekenmeester, Experiens Sillemans, 1645-1701. Fragment uit: Driekoningenspel. Collectie Rijksmuseum.

Brieffragment over de de zoon van de vrouw van Bornewal

antwoorden, de vrou van bornewal4Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude schrij
ft mij ock aen uhEd geschreefve te hebbe,
haer soon heeft vant Eerste lidt het Admi=
raEliteijts plaets van seelant gekreechge
dat sij gaerne teegens deese reeckenmeesters
plaets wou verruijlle waer over sij mij
schrijft en ick haer inde beleeftste manier
heb geantwoort dat ick kost en geschreef
te vreese dat uhEd geangaesgeert5Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben mocht
weesen, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Kussenovertrek van tapisserieweefsel. Tegen een donkerblauwe achtergrond is het gekroonde wapen van Zeeland aangebracht, de leeuw in rood, het water in blauw. In de beide bovenhoeken een anker, voorts touwen. Boven de letters A.V.Z. en onder AMSTERDAM 1670.
Kussenovertrek met het wapen van de Admiraliteit van Zeeland, anoniem, 1670. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    geduld
  • 3
    Prins Willem III
  • 4
    Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude
  • 5
    Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben

Hortus Malabaricus

In de periode dat Margaretha en haar man in Amerongen steen voor steen hun kasteel weer opbouwden, was aan de andere kant van de wereld een achterneef van Godard Adriaan bezig met de opbouw van een misschien wel nog indrukwekkendere nalatenschap. Maar dan wel in een hele andere tak van sport: de botanie.

Een tak met grote bladeren en kleine rode vuchten.
Nati Schambu (Syzygium malaccense, Djamboe bol) uit de Hortus Indicus Malabaricus (Vol. 2), naar Pietro Foglia, 1678-1703. Collectie Minnealpolis Insitute of Art.

Hendrik Adriaan van Reede (1636-1691)

Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein was de jongste van de vele kinderen van Godard Adriaans achterneef Ernst van Reede tot Drakestein. Hij was een broer van Carel van Reede van Drakestein, opperschenker van de keurvorst, die overleed toen Godard Adriaan in Berlijn was. Vóór zijn vijfde verjaardag waren allebei zijn ouders al overleden, en als tiener ging hij naar zee. Hij verdiende zijn sporen bij de VOC, toen die in de jaren zestig stukje bij beetje Ceylon (Sri Lanka) en de westkust van India veroverde op de Portugezen. In 1669 werd hij commandeur van Malabar, dat grotendeels samenvalt met de huidige Indiase deelstaat Kerala. Geen gemakkelijke klus, want enerzijds moest hij voor de compagnie zorgen voor zo snel mogelijk veel winst, maar anderzijds probeerde hij ook lokale vorsten te vriend te houden. Ondertussen was de onderlinge rivaliteit tussen de regionale VOC-dienaren groot. Gelukkig had hij ook een hobby.

Voor een gordijn met op een achtergrond een wijds uitzicht staat een man met een grote krullenpruik. Hij draagt een harnas met een jabot en een degen aan een riem om zijn middel. In zijn rechterhand heeft hij een maarschalkstaf en daarmee rust hij op een tafeltje. Onder het portret de zestienkwartieren van zijn voorouders.
Portret van Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein, Pieter van Gunst, 1689. Collectie Rijksmuseum

Lokale kennis

Hendrik Adriaan had grote belangstelling voor de enorme diversiteit aan inheemse plantengroei die hij overal om zich heen zag. Bij zijn residentie in Cochin liet hij een grote botanische tuin met allerlei planten uit de omgeving aanleggen. Om zowel zijn verzameling als zijn kennis uit te breiden organiseerde hij op regelmatige basis plantenexpedities door zijn eigen streek en aangrenzende gebieden. Daarbij had hij hulp van lokale geneesheren, die over de kennis van vele generaties beschikten, en van een Italiaans pater.

Gezicht op de stad Cochin, aan de kust van Malabar. Gezien van de zee, rechts een Hollandse koopvaarder, op de voorgrond enkele roeiboten. Bovenaan de plaatsnaam Couchyn.
Gezicht op Cochin aan de kust van Malabar in India, Johannes Vinckboons (toegeschreven aan), 1662-1663. Collectie Rijksmuseum.

Dat was niet alléén uit pure wetenschappelijke interesse of liefhebberij. Ook voor de VOC lagen hier kansen. Terplekke gebruik maken van medicinale planten is tenslotte een stuk efficiënter, dan dure medicijnen uit Europa laten komen. Die zijn immers feitelijk uit de zelfde ingrediënten gemaakt, maar zijn dan jaren oud door de reis via Arabische handelsroutes de andere kant op. En wie weet zat er winst in exploitatie van nog onbekende toepassingen van onbekende planten.

Uiteindelijk zou Hendrik Adriaan alle verzamelde informatie op schrift laten stellen en mét afbeeldingen in een grote 12-delige planten-encyclopedie in Nederland publiceren genaamd Hortus Indicus Malabaricus.

Drie talen

Zover was het nog niet toen Hendrik Adriaan in 1676 de slangenkuil van elkaar zwartmakende en frauderende VOC-dienaren ontvluchtte en naar Batavia vertrok. Het manuscript voor het eerste deel was wel al per schip onderweg naar Nederland, en in Batavia werkte hij samen met anderen aan de volgende delen. Toen hij in 1678 Amsterdam binnen voer, was het eerste deel net verschenen.

Tekening van een tak met doornige zijtakken met blad en daaraan bloemen en bessen. Rechts in de bovenhoek de namen in latijns schrift en aziatische handschriften.
Mail-anschi (Lawsonia inermis, henna), Joannes Commelin, 1678. In: Hendrik van Reede van Drakestein, Hortus Indicus Malabricus Vol. 1, 1678. Rechts boven de naam van de plant in het Latijn, Malayalam, Arabisch en Sanskriet.

Bij de afbeeldingen stonden de namen van de planten in drie talen: Latijn, Bramaans en Malayalam, de taal die aan de westkust van India gesproken werd. Als extraatje stond de Malayalamse naam ook nog eens in het Arabisch genoteerd. Als waarborg van echtheid en het wetenschappelijke gehalte schreven de vier belangrijkste meewerkende arts-plantkundigen, Itty Achudan, Appu Bhatt, Ranga Bhatt en Vinayaka Pandit, eigen voorwoorden in het Bramaans en Malayalam1J. Woodward, Hortus Malabaricus: A Botanical and Linguistic Treasure – Magdalen College. De eerste twee delen droeg Hendrik Adriaan op aan hoge VOC-bestuurders, maar de derde aan de eigen koning van Cochin.

Op een troon zit een vrouw (ceres?) met een hark in haar hand. Rechts van haar presenteren Afrikaanse jonge mannen verschillende planten.
Ontwerp voor het titelblad van ‘Hortus Indicus Malabaricus’, deel III, van H.A. van Rheede tot Draakesteyn, Gerard de Lairesse, 1673-1678. Collectie Rijksmuseum.

Heer van Mijdrecht

Gedurende zijn verblijf in Nederland verwierf Hendrik Adriaan de heerlijkheid Mijdrecht en kreeg daardoor het recht om zitting te nemen in de Staten van Utrecht. Zou hij zijn Amerongse achterneef vaak ontmoet hebben? We weten het niet, maar het vijfde deel van de Hortus Malabaricus, dat verscheen in 1685, is opgedragen aan Godard Adriaan. Andere delen zijn ook opgedragen aan (aangetrouwde) familieleden, waaronder… neef Welland.

Meer uit te wisselen had Hendrik Adriaan met Joan Huydecoper, de kleurrijke eigenaar van huis Goudestein in Maarssen. Deze stads- en VOC-bestuurder was mede-oprichter van de Hortus Botanicus in Amsterdam, die in 1682 opende. Het contact met Hendrik Adriaan zou de Amsterdamse Hortus in later jaren veel nieuwe planten opleveren.

Enkele mannen bestuderen planten aan een tafel. De oude zittende man schrijft in een boek. Rechts draagt een man een mand met planten. Door de ramen zicht op een tuin en een landhuis.
Botanicus, Cornelis Ploos van Amstel naar Gerbrand van den Eeckhout, 1779. Collectie Rijkmuseum.

De laatste reis

Hendrik Adriaan vertrok in 1685 weer voor de VOC richting India. Hij moest orde op zaken gaan stellen in vestigingen waar meer voor eigen gewin werd gehandeld dan voor de compagnie. Een hoofdpijndossier, waarbij hij tenslotte in 1691 door ziekte werd geveld en het loodje legde. Aan boord van zijn schip overleed hij, overigens in hetzelfde jaar als Godard Adriaan. Zijn geadopteerde dochter Francine regelde een vorstelijke begrafenis in Surratte, waar zijn schip naar op weg was geweest.

De begrafenis van Hendrik Adriaan Baron van Rheede tot Drakestein te Surat ijn India, januari 1692. Begrafenisstoet buiten de stad met een lijkwagen getrokken door vier ossen. Erboven staat: Lyk-Statie van de Heer Hendrik Adriaan van Rheede, Heer van Meydrecht, etc. Gestorven den 15 December 1691 en ter Aarde bestelt op Suratte in Januari 1692
Begrafenis van Hendrik Adriaan van Rheede tot Drakestein, 1692, Jan Luyken, 1692-1693. Collectie Rijksmuseum.

Nalatenschap

De afwikkeling van de erfenis had voor Francine nog een vervelend staartje. Terug in Nederland wilde ze, zoals haar vader in zijn testament had vastgelegd, een legaat van 2000 gulden overmaken aan de kleinkinderen van diens overleden zus Agnes. Helaas… Wie kruiste haar pad als voogd voor de kleinkinderen, en eiste voor hen de vollédige erfenis (ca. 50.000 gulden plus Mijdrecht) op? Juist…, neef Welland. Het eindigde ermee dat de kleinkinderen door het Hof van Utrecht in 1697 het huis te Mijdrecht toegewezen kregen, mét bijbehorende titel, en Francine haar vaders geld. Met haar man Anthony Karel van Panhuysen kocht ze in 1699 Huis te Vliet in Lopikerkapel, waar ze tot haar dood in 1731 zou wonen2Heniger, J. Hendrik Adriaan Van Reede Tot Drakenstein (1636-1691) And Hortus Malabaricus (Rotterdam 1986), p. 87-90.

De meest duurzame en waardevolle erfenis is natuurlijk de Hortus Malabaricus gebleken. Linaeus gebruikte het als basis voor de naamgeving van Zuid-Aziatische planten in zijn classificatiesysteem en tot ver in de negentiende eeuw bleef het een referentiewerk voor botanici. In 2009 leidde de Engelse vertaling in zuid India tot de herontdekking en herwaardering van de lokale plantenkennis die de oorspronkelijke bron is geweest3R. Shetty, Hortus Malabaricus: How the garden of Malabar travelled the world | Garland Magazine. Op Kasteel Amerongen is helaas geen exemplaar van het boek aanwezig.

Ingekleurde gravure van een tak met daaraan een grote witte kelkbloem en twee kleinere, groene, stekelige vruchten. In de rechterbovenhoek de naam in vier handschriften.
Hummatu (Datura Metel) uit de Hortus Indicus Malabaricus (Vol. 2), naar Pietro Foglia, 1678-1703. Collectie Minnealpolis Insitute of Art.

Pinksteren, regen en een schuchtere held

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 juni 1677
Lees hier de originele brief

In de vorige brief heeft Margaretha al alle vragen van haar man beantwoord die hij in zijn laatste van 5 juni stelde. Sindsdien is er niet veel veranderd, behalve één ding: de keldergewelven zijn klaar! Een mijlpaal, want hiermee is een groot deelproject achter de rug. Alleen het gewelf onder de kinderkamer moet nog. Vanwege Pinksteren en de regen wordt er niet veel gewerkt, maar er is nieuws over een schuchtere held.

Brieffragment wulfsels in de kelder

[rec 17 dito]
Ameronge den
12 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
seedert mijne laeste waer in uhEd beste die vande
5 deeser is geweest heb beantwoort, is hier niet
veel veranderins voorgevalle, wt die vande see
=kreetaris sal uhEd hebbe gesien hoet hier met
werck staet, de wulfsels vande kelders sij over
al wtgesondert die onder de kinder kamer
toe en gemaeckt, dat Een groot werck wt de
weech is, [om sullense gaen aende meure vande]

Pinksteren

De volgende stap in de kersverse keldergewelven wordt het pleisteren van alle muren en plafonds. Niet dat deze week veel zal gebeuren, want Margaretha heeft evenmin als met Hemelvaart kunnen beletten dat alle werkmannen inclusief Rietveld met Pinksteren naar huis zijn gegaan. Ze verwacht ze niet voor voor woensdag terug.

Brieffragment werk en pinksteren

[onder de kinderkamer te slaen] en voort al
de wulfsels inde kelders ende muere te plaeste
=renpleisteren en aente strijcken, dan de aenstaende
weeck en salder weer niet veel gedaen worde
met de pinstere1Pinksteren is Elck al Eens naer huijs ge=
gaen en rietvelt naer Amsterdam, en sulle
niet voor en woonsdach weeraent werck
koomen dat ick niet heb konne beletten,

Een pinksterblom (pinksterbloem of pinksterbruid), een in een lang gewaad gestoken, met bloemen en sieraden getooid meisje, wordt begeleid door twee verklede kinderen. Samen trekken ze er met Pinksteren op uit om geld op te halen met het zingen van liedjes.
Juni (de pinksterblom), Cornelis Dusart, 1679-1704. Collectie Rijksmuseum.

Regen, een zegen?

Het mooie weer is blijkbaar weer even voorbij: het heeft de hele week alleen maar geregend. Heel goed voor het graan en de tabak en allerlei andere gewassen! Helaas niet voor het werk bij de steenoven en ook niet voor het pas gemaaide hooi op de Benedenste Bol. Nou ja, die regen is het werk van God, daar kunnen ze niets tegen doen.

Eerste brieffragment regen
Tweede brieffragment regen

aldeese weeck heeft het hier niet gedaen als ge=
reegent dat wel goet opt koorn2koren, graan toeback3tabak en
alderhande vruchte is geweest, maer niet

op onse steenoven oft hoeij dat op de beneedenste bol
gemaeijt leijt, op de steen oven hebbense van alde
weeck niet gevormt, dit is godts werck daer wij
niet toe konne doen, [gistere is bentom die]

Vrouw kijkt naar de stromende regen in een open plek in het bos.
Gepersonifieerde ziel in beschouwing van de regen, Jan Luyken, 1678-1687. Collectie Rijksmuseum.

Lof en eer voor de Held van Kassel

Zo weinig als er over de bouw is te vertellen, des te meer over de heldendaden van zoonlief. Godards kornet Bentum is langs geweest in Amerongen en heeft in geuren en kleuren nog eens over diens tomeloze inzet in de Slag bij Kassel verteld. Het heeft vooral aan Godards goede inzicht en leiderschap (en Gods hulp natuurlijk) gelegen, dat er niet nog drie of vier duizend extra manschappen dood op het slagveld zijn gebleven. Zijn directe bevelhebber, luitenant-generaal de Montpouillan, liet het helemaal aan hem over, ook toen Godard alsnog om orders vroeg. Hij moest vooral doorgaan met zijn goede acties.

Brieffragment beschrijving van de strijd

[met hem geweest is] sonde de dierexsie4directie:leiding die hij
gepleecht heeft en sijn groote voorsichticheijt
daer had noch wel 3 a 4000 man moete be:
op de plaets doot gebleefve hebbe, wij kone
godt niet genoech dancke, opt lest quam mom
=pelijan5Armand de Caumont, marquis de Montpouillan daer bij aende welcke de heer van ginckel
aenstonts versocht sijn ordere6orders, bevelen te ontfange
diet selfve met Een groote sievielliteijt7civiliteit, beleefdheid
Exskuseerde en versocht de heer van ginckel
wilde voort gaen int geene hij so wel had
of was int doen, [ock inde reetreete preesen]

Mannen te paard zijn met elkaar in gevecht. Op de grond liggen dode mannen, links valt een an van een weg galopperend paard. Rechts schiet een knielende man op de ruiter achter zich.
Ruitergevecht, illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet, Romeyn de Hooghe, 1672. Collectie Rijksmuseum.

Met lof en eer overladen kwam hij van het slagveld en ook Willem III zijn Godards heldendaden niet ontgaan. Hij was erg tevreden over diens competente optreden. Toen hij zag dat Godard van paard moest wisselen heeft hij hem er zelfs eentje uit zijn eigen stal gegeven. En later in Den Haag mocht Godard bij hem op het hof overnachten en uitrusten.

Brieffragment lof en eer

[maer liet het aende heer van ginckel], so
dat hij met groote Eer en lof daer af is
gekoomen, en sijn hoocheijt diet meest selfs
heeft aengesien, teeneemaelteneenemale van sijn derex
=sie8directie, leiding en kontdwijte9conduite: gedrag voldaen is geweest, sijn
hoocheijt siende dat de heer van ginckel van paert
most veranderen sont hem aenstonts Een van
sijn hant paerde, en heeft hem in alles so
veel Eer seviEliteijt10civiliteit, beleefdheid getoont als hij sou konne
bedencke begeerende doen hij bij hem quam
dat hij dien nacht in sijn hof sou blijfve en
wt rusten,[ in soma alles was heel wel, alst]

Een Gebouw met twee verdiepingen, gebouwd rond een vierkante binnenplaats. Voor de binnenplaats staat een hek. Zowel op de binnenplaats als op de weg ervoor is het een drukte van belang met koetsen, wandelende mensen en honden.
Het Oude Hof in Den Haag (Paleis Noordeinde), Peter Schenk, 1706-1726. Collectie Rijksmuseum.

De held is schuchter

Kortom, geweldig natuurlijk, maar al die lof en eer zouden eens verzilverd moeten worden. De trotse maar nu toch wat ongeduldig wordende ouders zijn het met elkaar eens: Godard zou gebruik moeten maken van deze voor hem gunstige tijden om bij de prins een volgende stap in zijn carrière voor elkaar te krijgen, maar hij is te timide. Een grote dappere man op het slagveld, een schuchter kind aan het hof.

Brieffragment schuchtere held

[wt rusten,] in soma11in somma: kortom alles was heel wel, alst
maer bij voorvallende ockasie12gelegenheid gedacht mach
worde, uhEd heeft gelijck, hij behoorde hem van
deese tijt te diene maer hij is te temiede13timide: beschroomd, verlegen, bedeesd
hiermeede Eijndigende blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Deze beeldengroep van een vader, moeder en kind, stelt de Heilige familie voor. Op een naturalistische ondergrond wandelen Maria en Jozef zij aan zij met hun zoon tussen hen in. Het paar houdt de handen van het Christuskind vast om hem te helpen bij het lopen. Ze lijken op het punt te staan de peuter speels een stukje omhoog te zwiepen. Maria draagt onder een omslagdoek een gewaad met ceintuur hoog rond het middel. Ze loopt op sandalen en in haar gevlochten, opgestoken kapsel is een hoofddoek verwerkt. Jozef draagt eigentijdse kleding, laarzen en een hoed met een riem. Om zijn rechterschouder heeft hij een mantel geslagen. Het Christuskind loopt op blote voeten en draagt een eigentijds hemd met opgestroopte mouwen. De ondergrond en de drie figuren zijn separaat gesneden, daarnaast zijn de armen en Jozefs hoed los aangezet. De ogen van de drie figuren zijn ingelegd met zwart glas.
Heilige familie, Jan van Doorne (III), 1640-1650. Collectie: Rijksmuseum.

  • 1
    Pinksteren
  • 2
    koren, graan
  • 3
    tabak
  • 4
    directie:leiding
  • 5
    Armand de Caumont, marquis de Montpouillan
  • 6
    orders, bevelen
  • 7
    civiliteit, beleefdheid
  • 8
    directie, leiding
  • 9
    conduite: gedrag
  • 10
    civiliteit, beleefdheid
  • 11
    in somma: kortom
  • 12
    gelegenheid
  • 13
    timide: beschroomd, verlegen, bedeesd

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijseReis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius2onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele3Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer4Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere5Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge6Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland
  • 3
    Daniël van den Hengel
  • 4
    Alcove kamer
  • 5
    Frederik van Reede van Renswoude
  • 6
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud

Waar is het lood?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 25 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 november 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar gelijk met de brief in huis: steenhouwer Jan Prang moet toch inmiddels in Bremen aangekomen zijn. En hij heeft de tekeningen bij zich. Ze is benieuwd wat hij ervan vindt. Of is ze benieuwd of hij het nu eindelijk wel begrijpt? Ze zegt het niet letterlijk. De werkbazen zijn in ieder geval van mening dat ze alles nauwgezet getekend hebben én goed uitgelegd.

Brieffragment over de tekeningen


Ameronge den
25 Novem 1676
[rec: 30. dito]
Mijn heer en lieste hartge

heeden heb ick uhEd aengenaeme vande 21 deeser
ontfange, hoope den steenhouder ijan prang nu
haest weer te breeme sal sijn, mij verlanckt hoe
uhEd de teijckenin van onse werck baese al hier
en haer konsideraesie1Consideratie: overweging sal aenstaen, sij meenen
wel pertinent2Pertinent: nauwkeurig op gestelt en haere meijninge wel ge=
Exspliseert3Expliceren: uitleggen, toelichten te hebbe, [sijn hoocheijt is weer op soes]

Een rocaille ornament met een bouwtekening en meetinstrumenten zoals een meetlat en passer. In de achtergrond een obelisk en een colonnade.
Architectuur, Jan Balzer (mogelijk), naar Johann Kleinhard, 1772. Collectie Rijksmuseum.

Zijn Hoogheid

De Prins van Oranje is op Soestdijk, maar moet naar Zeeland. Daar liggen ze overhoop en er is zoveel onenigheid dat die arme Prins nauwelijks rust krijgt. Maar er is ook goed nieuws van de Prins! Volgens schoondochter Philippota had hij tegen haar man gezegd dat hij op de Staat van Oorlog4Begroting van de Staten Generaal stond met het salaris van commissaris-generaal. Hij had het op een “obligante” manier gezegd.

Waarschijnlijk is obligant een afgeleide vorm van het werkwoord obligeren, dat Margaretha ook vaak gebruikt. Het woord obligeren is al lastig en was waarschijnlijk in Margaretha’s tijd al ouderwets. De vorm obligant als afgeleide van een werkwoord is ook niet iets waar we nu dagelijks mee werken, dus het is een beetje puzzelen. Ik vergelijk het maar met vigileren (opletten, waken als in waakzaam zijn) en vigilant (oplettend, waakzaam). Dan wil obligant zeggen dat Willem III verplicht voelde, verbonden. Ik vermoed dat hier obligant uit een verplichtheid door Van Ginkels verbondenheid en staat van dienst voortkomt en dus vooral positief is. Ik sta open voor uitleg door iemand die er echt iets van snapt!

Hoe dan ook, Margaretha vindt dat Van Ginkel zijn nieuwe traktement aan Zijn Hoogheid en God te danken heeft. Nu maar hopen dat hij in de gunst van de Prins blijft.

Eerste brieffragment over Zijn Hoogheid
Tweede brieffragment over Zijn Hoogheid

[Exspliseert te hebbe,] sijn hoocheijt is weer op soes
dijck doch so geseijt wort niet voor lange en sal
hij van meeninge sijn om naer seelant te gaen
daerse so men seijt heel wat overhoop leggen
tis bedroeft dat me van so veel onEenicheijt hoort
en sijn hoocheijt so weijnich ruste heeft, van heeten
hee de vrou van ginckel schrijft dat sijn hoocheijt
aen haer man op Een seer oblijggante5Obligant: verplicht zijnd manier
had geseijt dat hij heer van ginckel op de staet
van oorlooch met sijn tracktement6Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt als fersg kom
misaeris generael is gestelt, het welcke hij alle
sijn hoocheijt heeft naest godt te dancken, is hem
wel geoblijgeert7Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen, en geluckich de gunste van hoochge

melte hoocheijt te hebbe, waer in hoope hij gekonserweert
sal blijfve, de graef van waldeck is gisteren hier door

Een statig, symmetisch huis met in het midden een brede voorgevel met daarin een breder deur (vier deuren) met daarboven een balkon. Aan weerszijden zit twee ramen. De zijvleugels zijn vier ramen breed. Het gebouw is twee verdiepingen hoog. Voor het. gebouw lopen groepjes mensen.
Paleis Soestdijk van voren gezien, anoniem, 1695. Collectie Rijksmuseum.

Loodzakelijk

Het is vriesweer, maar het is helemaal niet koud. Daardoor schiet het werk op het dak lekker op. Het enige dat vervelend is, is dat het lood er nog niet is. Er schijnt een deel aan de vaart8Vaartsche Rijn te liggen, de secretaris gaat daar eens polshoogte nemen en kijken hoe het naar Amerongen kan komen. Maar er is ook nog een Arnhemse schipper die lood heeft, waar die is is onduidelijk. Het zou fijn zijn als het allemaal tegelijk naar Amerongen komt. Daarvoor is dan een minder diepliggend schip nodig, want het water staat laag op de rivier. Twee Utrechtse voeten, dat is maar 55 cm…

Brieffragment over het lood en de goten

[gepasseert geloofve hij naer duijtslant gaet,] de
vorst hout noch al aen en is Evewel gans niet kout
ent schoonste weer vande werlt op ons werck, hadde
wij maer het loot hier dat ten deelle aende vaertleijt
derwaerts ick de seekreetaris heb gesonde om te sien
hoe wijt best hier sulle krijgen en ock te verneeme
waer den Aernhemse schipper die ock loot voor ons in
heeft is, op dat wijt saeme hier mochte krijge t sij met
Een lichter of Een kleijn vaertuijch so hijt best
voort kan krijgen, daer is geen twee voet water
op de reevier daertoe kontraeijreije wint, ent loot
moet inde gooten Eert aent reegene komt, tis ge
=luck dat de deelen so drooch opt huijs en in
Een koomen, [tis mij lief uhed aent beson]

Een riviergezicht met zeilende schepen, op de voorgrond twee figuren en twee bakens.
Zeilschepen op een rivier, Anthonij van der Haer, naar Pieter Coopse, ca. 1745 – 1785. Collectie Rijksmuseum.

Besogneren

Op de valreep toont Margaretha nog even interesse in het werk van haar man, maar ze hoopt wel dat het op een eind zal lopen. En dus dat hij weer thuis zal komen…

In de ps de laatste wetenswaardigheden over zoon en hoogheid en de vier kinderen. Dat Godertje sterk wordt is goed nieuws

Afsluiting brief

[Een koomen,] tis mij lief uhed aent beson=
ijeere9Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren is hoopen nu uhEd aent werck is het haest
op Een Ent sal loopen, waer meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

so schrijft beusekom
dat de heer van ginckel
tot wttrecht is en
merge hier sal sijn
geloof sijn hoocheijt weer naer den haech is, Antge en
fritge reniera en godertge kusse groote papa
de hande de leste wort sterck

Eén kind zit met een pop in een rol kar. De Kar wordt voortgetrokken door een jongetje met een zweepje in zijn hand.
Kinderen spelend met rolkar, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1779. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Consideratie: overweging
  • 2
    Pertinent: nauwkeurig
  • 3
    Expliceren: uitleggen, toelichten
  • 4
    Begroting van de Staten Generaal
  • 5
    Obligant: verplicht zijnd
  • 6
    Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt
  • 7
    Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen
  • 8
    Vaartsche Rijn
  • 9
    Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren

Pagina 1 van 3

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén