Stadhouder Willem III was de zoon van de Engelse prinses Mary en daardoor een kleinzoon van koning Charles I van Engeland. Koning Charles II van Engeland was dus zijn oom. De betrekkingen tussen het huis van Oranje en het Britse koningshuis waren wat wisselend van aard. In de jaren dat Cromwell aan de macht was en Charles II als balling rond zwierf door Europa, was de latere koning regelmatig aan het hof in Den Haag. Maar in 1672 trok hij als bondgenoot van de Franse koning Louis XIV tegen de Republiek ten strijde. Die strijd liep voor de Engelse koning niet zo goed af en zijn parlement maakte hem wel duidelijk dat het handiger was om de Republiek als bondgenoot te hebben.
Portret van stadhouder Willem III (1650-1702), naar Caspar Netscher, ca. 1675-1680. Collectie Kasteel Amerongen.
De juiste troonopvolger
Religie speelde daarbij een grote rol. De broer van de koning, James, was katholiek geworden en dat maakte hem bepaald niet populair bij de bevolking. Zijn dochters, Mary en Anne, waren opgevoed als leden van de Anglicaanse kerk. Aangezien Charles geen wettige nakomelingen had, waren Mary en Anne potentiële troonopvolgers. Koning Charles wilde Mary graag uithuwelijken aan de Franse dauphin maar het parlement was tegen. Stadhouder Willem III was in hun ogen een betere kandidaat.
De hertog en hertogin van York met hun twee dochters, Peter Lely en Benedetto Gennari, 1668-1685. Collectie: Royal Collection Trust.
Het huwelijk
In 1677 was Mary 15 jaar oud, Willem was 27. Mary had haar neef waarschijnlijk al wel eens langs zien komen: pokdalig, geen schoonheid en bepaald geen feestbeest. Voor een 15-jarig meisje niet de prins op het witte paard maar Mary had niets te kiezen. Het huwelijk vond plaats op 4 november 1677, ’s morgens om 9 uur, in St James palace in London. De reis naar de Republiek had de nodige vertraging vanwege het slechte weer. En toen de overtocht dan uiteindelijk lukte, was de Maas bevroren en moest het bruidspaar landen in Ter Heijde en in de vrieskou gaan lopen naar paleis Honselaarsdijk. Een moeizaam begin, maar op 14 december vond de feestelijke intocht in Den Haag plaats.
Huwelijk van prins Willem III met Maria Stuart, Carel Allard (uitgever), 1677. Collectie Rijksmuseum.
Mary in de Republiek
Ondanks het moeizame begin van de relatie werd Mary al snel verliefd op haar echtgenoot. Ze was vrolijk en vriendelijk van karakter en dat viel in de Republiek ook zeer in de smaak. Eén van de buitenverblijven van Willem III, Hof te Dieren, lag in de naaste omgeving van kasteel Middachten, waar Philippota veel verbleef. Als de prins een jachtpartij organiseerde op het Hof te Dieren, was Van Ginkel van de partij en dan voegde Philippota zich bij de dames die prinses Mary gezelschap hielden. Mary en Philippota gingen vriendschappelijk met elkaar om. Maar of ze nu hartsvriendinnen waren? Philippota was katholiek en in die zin een vreemde eend in de bijt bij de protestantse hofhouding. Daarnaast, Philippota kreeg zonder problemen kind na kind terwijl Mary tot haar grote verdriet kinderloos bleef.
Het Hof te Dieren (in 1795 afgebrand) jachtslot van Stadhouder Willem II en Stadhouder Willem III, anoniem, 1770-1795. Collectie Gelders Archief.
Mevrouw de prinses
In de brieven van Margaretha zal Mary “Mevrouw de prinses” genoemd worden. In de vroegere brieven is die titel voorbehouden aan Amalia van Solms, maar die is in 1675 overleden.
Margaretha is maar druk met dat hele bouwproject. Eerst het huis zelf en nu alle bijgebouwen. Godard Adriaan mag in zijn handjes knijpen dat hij zo’n hardwerkende, praktische en zuinige vrouw thuis heeft zitten! Toch?
Eind 1673, begin 1674 schrijft hij aan iedereen die het maar horen wil dat hij Johan Maurits van Nassau-Siegen als architect aangesteld heeft. Dat moeten we niet te letterlijk nemen, maar hij is duidelijk in zijn nopjes met deze verbinding met “Vorst Maurits”. In 1677 schrijft Godard Adriaan hem over de voortgang van de bouw.
Jan de Baen, Portret van Johan Maurits (1604-1679), graaf van Nassau-Siegen, 1668-1670. Collectie Mauritshuis.
Doorluchtige Vorst
Godard Adriaan heeft een brief van Johan Maurits gekregen en hij is duidelijk als een kind zo blij, want ondanks dat ze een tijd geen contact gehad hebben valt hij nog in de gunst bij de doorluchtige vorst. Hij wil dan ook graag preuves (bewijzen) geven, hij wil dus eigenlijk een soort verantwoording afleggen.
Doorluchtige Hoochgeboren Vorst.
U Vorstelijke Genades hoochgeeerde missivie van de ix deses is mij voor twee dagen eerst alhier gewerden, waaruijt ick met sondelinge aangenaamheijt verneme desselfs goede dispositie1Dispositie: gezondheid, ende dat hij mij sijne gunste ende genade noch belieft te continueren, na dat ick het ongeluck hebbe gehadt van deselve in anderhalf jaar niet te sien, of dat mij occasie is aan de hant gekomen, van uVorstelijke Genade van mijn gehoorsamen dienst preuves te geven:
In de volgende alinea geeft hij alle eer voor het bouwen aan zijn vrouw, maar dat doet hij wel op bijzondere wijze. Want hij begint met de zwakheid van het vrouwelijk geslacht, een geslacht dat zelden iets goed of considerabels in de wereld verricht heeft. Nou ja, zijn vrouw dus, die heeft bij zijn afwezigheid een huis gebouwd! En dan schrijft hij niet dat ze dat goed gedaan heeft, maar dat hij daar niet mee kan instemmen!
De Vrouw van Amerongen, die de swackheijt van hare sexe is onder worpen ende welke sexe selden ijets goets of considerabels in de werelt verrichte heeft bij mijn absentie in Duijtslant ondernomen een huijs tot Amerongen te bouwen, daar van
ick haar geen approbatie2Approbatie: goedkeuring can geven voor ende aleer het selve bij UVorstelijke Genade is opgenomen [ende of wel sijn]
Maar dat is nog niet alles! De Prins van Oranje is tien dagen geleden met een klein gevolg langs geweest om het nieuwe huis te bekijken. En hij prees de wijze waarop het huis opgebouwd was en de rol die Margaretha daarin gespeeld heeft. Daardoor loopt Margaretha volgens haar man nu een voet hoger…
[Genade is opgenomen;] en of wel sijn Hoocheijt die mij voor tien dagen d’eer heeft gedaan neffens den grave van Osserij3Niet bekend ende andere Heeren hetselve te komen sien. de ordonantie4Ordonnantie: wijze waarop iets is geregeld daarvan mitsgaders5Mitsgaders: daar bovenop, bovendien de Conduite vande Vrouw van Amerongen daaromtrent gehouden seer prees ende waarop Sij nu een voet te hoger treet, [soo heb ick]
Stadhouder Willem III te paard naar links, anoniem, 1688 – 1698. Collectie Rijksmuseum.
Stallen
Godard Adriaan zegt dat hij niet zal bevestigen wat de Prins gezegd heeft, uit angst dat Margaretha bij zijn volgende afwezigheid stallen of andere dienstgebouwen rond het bassecour (het voorplein) zal zetten. Dat zal hem “de beurs plat en het hoofd berooid” maken.
[voet te hoger treet,] soo heb ick evenwel mijn adveu6Uit het Frans: De term wordt onder andere gebruikt voor de getuigenis die men aflegt over wat een ander heeft gezegd of gedaan. daarop niet willen geven, uijt vreese datse soo hooch moedigh soude werden, ende bij dier gelijcke mijne absentie wel wederom met het bouwen van stallen ende servitien7Van het Frans “service” of servitie; in deze context dienstgebouwen. op de bassecourt noch ijets aanvangen, dat mij de beurs plat en het hooft beroijt soude maken;
Uitnodiging
Hierna heeft Godard Adriaan eigenlijk nog één verzoek aan Johan Maurits. Hij nodigt hem uit om zijn huis te komen bekijken en misschien zou hij dan een “holla” in willen stellen. Een holla (denk hola!) is een aansporing of aanmaning om ergens mee op te houden of zich te matigen. Denkt hij nou dat Margaretha wel naar Johan Maurits zal luisteren? Nou ja, als hij er dan toch is heeft hij misschien nog wel (goedkope) tips voor die gebouwen rond het bassecour… Bovendien zou Godard Adriaan het ook wel leuk vinden om samen naar Soestdijk te gaan, want daar moet nog best wat gebeuren.
Godard Adriaan wil zó graag dat Johan Maurits komt, dat mocht hij besluiten te komen, hij niet in Amerongen op hem zal wachten, maar dat hij dat op de weg zal doen. En dat is best een belofte in een tijd dat je niet even kon appen dat je er bijna was.
daarom ik van harten wenste dat wij het geluck mochten hebben uVorstelijke Genade aldaar eens te sien
op dat hij daar een holla8Hola: Als aansporing, aanmaning om op te houden, zich (wat) te matigen in wilde stellen ende reformeren int gebouw ende ordonneren tgeene noch aan de bassecourt resteert, dat van groot= gemack ende geringe kosten mochte wesen, waar na ick seer verlange te meer, op dat ick alsdan de eer mochte hebben van met UVorstelijke Genade oock eens naar Soestdijck tegaan alwaar t’een ende t’ander subject mijns oordeel noch al vrij wat te doen staat; ende soo haast ick sal konnen vernemen dat u Fürstlichte Genade dispositie9Dispositie: gezondheid sal toelaten een keer na dese quartieren te doen, sal ick mij niet alleen tot Amerongen laten vinden maar deselve opde wech komen opwachten.
Amphitheater te Kleef, naar het Zuiden gezien, Jan van Call, 1675 – 1685. Collectie Rijksmuseum. De door Johan Maurits aangelegde tuin in Kleef. Johan Maurits was wat de betreft de bouw een groot voorbeeld voor Godard Adriaan.
William & Mary
Godard Adriaan eindigt zijn brief het feit dat zoon Van Ginkel Willem III begeleid heeft naar Hellevoetsluis en dat hij daar wacht op de terugkeer van de prins. Godard Adriaan hoopt dat het bezoek van de Prins aan Engeland wat goeds voor de Christenheid en voor de vrede mag betekenen. Het gaat hier om het huwelijk tussen Stadhouder Willem III en de Engelse prinses Mary Stuart op 4 november 1677. We zullen Mary ook tegen gaan komen in de brieven van Margaretha. Meestal noemt ze haar “mevrouw de prinses”.
Sijn Hoocheijt is eergister avont van hier over Helvoetsluijs naar Engelant vertrocken met een tamelicke goede wint, ende heeft den Heer van Ginkel d’eer dat hij
hem onder sijne Suite nevens andere mede opwacht. Godt geve dat uijt dese reijse wat goets ten besten van de Christenheijt mach proflueren10Proflueren: zijn oorsprong hebben ende daar door de diergewenste vrede eenmaal bekomen werden; [in wiens]
Voor de volledigheid voeg ik ook de afsluiting van de brief toe. Het is interessant om te lezen met hoeveel zwier en omhaal zo’n afsluiting geschreven wordt. Bovendien wordt in de afsluiting pas duidelijk dat het prachtige handschrift waarschijnlijk van zijn secretaris is, want het handschrift van de ondertekening is nogal anders. Een hoeraatje voor de secretaris!
[eenmaal bekomen werden,] in wiens H. protectie ick uVorstelijk Genade bevele ende mij inde continuatie van sijn hoge gunste ende blijve
Doorluchtige Hoochgeboren Vorst;
Uwe Vorstelijke Genade Ootmoedigen Dienaar
Godert Baron van Reede …. Tot Amerongen
Hage den 19. October 1677.
Duiding
Voor ons 21ste-eeuwers is het lastig Godard Adriaans mening over Margaretha’s bouwactiviteiten te duiden. Was dit gebruikelijke mannen onder elkaar praat? Of was dit misschien toen ook al brallerig? We weten dat Godard Adriaan van een praktische grap hield en dat Godard Adriaan en Margaretha van een goed glas wijn hielden. Zouden ze de brief misschien samen geschreven hebben bij een glas wijn? Het zou wel de leukste verklaring zijn.
1
Dispositie: gezondheid
2
Approbatie: goedkeuring
3
Niet bekend
4
Ordonnantie: wijze waarop iets is geregeld
5
Mitsgaders: daar bovenop, bovendien
6
Uit het Frans: De term wordt onder andere gebruikt voor de getuigenis die men aflegt over wat een ander heeft gezegd of gedaan.
7
Van het Frans “service” of servitie; in deze context dienstgebouwen.
8
Hola: Als aansporing, aanmaning om op te houden, zich (wat) te matigen
Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.
[reca. 3e. Martij] wttrecht den 26/16 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese verleede weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.
Paardenmarkt
Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.
[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.
Geld en hout
Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.
Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.
, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele
om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot 24 int getal tot Amsterdam van ons legge en so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke kan teegens deelle om op de stal te legge verwis =selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.
Rekenmeester en Procureur-generaal
Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.
Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.
den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit =ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko =mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen, vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,
Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.
[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft dier en worde door franse seer op gekocht, en die wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt worde, voor uhEd wit of grau paert met het dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden, wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer geen dienst van trecke, hier meede blijf Men heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.
[reca. 26.februarij] Ameronge den 14/4 febrij 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange, daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,
Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.
[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij noch beeste ge moete koope omt sant te bescha =eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu =eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge= boode wort dat ick gereesolveert ben noch al Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]
Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.
ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese ben met daer Eenen dach geweest, alwaer teminck en schut heb gesproocke van al onse affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae selfs niet tot de deelle die ondert leijdack moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle moeten weesen
heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.
Resthout
Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.
[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope] en overleijt wat men verders met de 24 blocke hout die daer noch aende saech moolle legge sal doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10 f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te houde, en voor Eerst daer wt te saechge de latte die ondert panne dack van noode sule sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel tot boere huijse die wij noch int dorp sulle metter tijt moete timere wel te pas koome , sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Kwaliteitshout
Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.
[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel dient gelet te worde dat de pruijse deelle recht gesaecht worde want dat die anders te veel int kant rechte vande selfve verliese daer sulle ock al Eenige meer als tot het belegge van breete vant salet moete sijn voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.
Paardenmarkt
Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.
[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet of waer tot Amsterdam geweest dat ick met schut gesproocke heb is de reijs wel waert de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis =teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel vandaech, doch d heer van ginckel komt int laest vande toekoomende weeck weer om
Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.
[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou =de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech spreeckt van Een Ambassaede naer spange en naer deenmercke te sende de Eerste wort gesproocke vande heer van dijckvelt te sende en, de ander van uhEd voort naer deenmercke ,den heer van someldijck seijt me dat naer vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn, hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Jicht
De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.
dat de liede seer swaer sal valle, het doet mij van harte leet men heer de keurvorst weer aent poodegra leijt de heer almachtich wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve
hoochEdelgeboore heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
van boumeester hoor ick niet geloof hij noch te breeda is
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari
Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.
[reca. 12. Februarij] wt wttrecht den 4 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste =ren de bewuste duijsent duijckatons ter som van 3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]
ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be= taellen dat met den vijftichsten peninck bij de 1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt laete leggen, [ick meende hier met den rent]
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.
Erfpacht
Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.
seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick
van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn , daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij =men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae =len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is, ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.
Echt spitgebraad
Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.
[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij =vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele doet het genoech wil alledaech spitte gebraet Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt sijn sieckte komt en spitte gebraet moet Eeten, [de heer van ginckel die teegen woordich]
Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.
[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich
met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede slants van wttrecht, inde staete kamer ver toont, men heere de state liete hem door haer sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te hebbe, wij konne godt niet genoech dancken voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]
De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?
[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko= ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur s en insonderheijt over den heer van dijckvelt klaechge dat hij volgens konins begeerte niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol =bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt had aende staet heeft geschreefve, wdaer men hier ock niet wel over te vreede soude sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.
Twijfel
Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.
daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge= schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij hem voort sal gedrage, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Opgaande zon
Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.
Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.
maer Eenen brief vande selfve in seedert sijn vertreck ontfange te hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt dunckt gistere kreech sijn soon Een van uhEd, ick seijde dat deselfve met de opgaende son hielt dat Juff beusekom so niet verstaet sij alle preesenteere haeren dienst aen uhEd, en ick mij hartlijcke groetenis aen den heer Majoor blansge en jenken13Jenneke
Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….
[reca 15en Januarij] Ameronge den 6 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen , ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke =burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer= =cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid sijn part vant bekende reeckenmeesters plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]
Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.
dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst
teegens den staet heeft sal gestilt worden, en uhEd noch wat goets te beste van ons liefve vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.
Eind goed, al goed
Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.
[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]
Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.
Veel gezondheid en voorspoed
Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…
[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet te wensche blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.
ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so quaet op de prins van oransge, is dat sij hem niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer maecke most,
Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.
ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had of deselfve wel wat van hier gewenst maert was te veer te sende, hoope sijn goet van berlijn n breeme nu sal hebbe gekreeche, ben van harte verblijt de affaerees bij uhEd so wel staen.
veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
4
raadspensionaris Gaspar Fagel
5
aanbevolen
6
Karel Valckenaar
7
Zijne Hoogheid
8
Willem van der Straaten
9
Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
10
Kolere: woede, gramschap, toorn
11
Van Heteren
12
december
13
in het begin
14
op het laatst
15
doel, bedoeling
16
Staten-Generaal
17
verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
18
de eer
19
na
20
Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
21
Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.
[reca. 25e xber. in Berlin] Ameronge den 16/6 deesem 1679
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear =rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]
Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.
[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet is gesont en fris maert been noch met doecke bewonden en vrij wat dick, doch naert segge vande smits heeft geen noot en sal in korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.
Noodzakelijk
Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:
De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen
Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.
[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge= noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht dat drooch en bequaem is niet te bekoomen , de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen, de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht
en met sant overkleet, so dat die wech nu goet is, nu sal men met het Eerste vriesent weer de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.
Bijtertje
Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.
[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd Een brief vande heer smitser gesonden die seer instantelijck aenhout en versoeckt met het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen te worden, wenste uhEd beliefde Eens door Een letterken te schrijfve of deselfe daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee =kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn versoeck geefven, [waermeede Eijndige]
Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.
versoeck geefven, waermeede Eijndige blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
frits godert en haer susters preesenteere haer ootmoedige dienst aen uhEd dat ons Neef henderick van reede voorleede maendach sesie int lidt van ridderschap tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe verstaen
Margaretha is al helemaal gewend aan de nieuw gehanteerde kalender; ze noteert nog slechts één datum bovenaan haar brief. Waar ze haar vorige brief nog met de Duitse post heeft gestuurd, kiest ze nu weer voor de diensten van Franco Bisdomer. Veel heeft ze echter niet te vertellen, dus het wordt een relatief korte brief.
Ameronge den 8 deesem 1679 Mijn heer en lieste hartge uhEd meesiefve vande 27 novem wt minde heb ick voorleedene dijnsdach met de duijtse post noch beantwoort, nu gaet dees weer met bisdomer[, het grauwe koetspaert]
Het paard waar Margaretha al een aantal keer over geschreven heeft, is inmiddels van Utrecht naar Amerongen gebracht. Volgens ‘de meester’, vermoedelijk de stalmeester, zou het paard best op reis kunnen. Maar Margaretha is het niet eens met zijn oordeel; het been van het dier is nog hartstikke dik en gezwollen. Ze denkt dat het geen goed idee is. Conform de wens van haar echtgenoot, houdt ze het dier voorlopig in Amerongen en laat ze het zo goed mogelijk verzorgen.
[met bisdomer,] het grauwe koetspaert is van wttrecht hier gebrocht en hoewel beuse kom schrijft dat de meester die daer over gegaen heeft seijt dat men het sou konne versende so weet niet oft bequaem is want het been noch seer dick en geswolle met doecke bewonden is, ick salt vol gens uhEd ordere hier houde en so veel laete koestere als doenlijck sal sijn
Margaretha hoopt dat Godard Adriaan bijna op zijn bestemming is aangekomen; ze hoopt snel te horen of hij inderdaad in Berlijn is gearriveerd.
[en verswackt seer,] ick hoope uhEd nu sijn swaerste reijs sal voltrocken hebbe ende nu haest te berlijn sijn het welcke ver lange te hoore[, hier konne wij met dit vochte]
Door het natte weer is de grond te drassig om aarde uit de boomgaard te vervoeren. Gelukkig konden de metselaars wel aan de slag; ze zijn nu begonnen aan de vloeren in de kelder onder de voorburcht. Waarschijnlijk is dit werk aanstaande dinsdag klaar. Vervolgens zullen ze beginnen aan het aanleggen van de riolering in het brouwhuis, de stal en het washuis. Het in één zin noemen van het brouwhuis, de stal en het washuis, is niet zo vreemd. Op landgoederen werden de ruimtes voor het brouwen van bier en het wassen van kleding en overig textiel vaak onder hetzelfde dak gebouwd. Ze hadden immers vergelijkbare voorzieningen nodig: veel water, grote kuipen, kookketels en een stookplaats.
[lange te hoore,] hier konne wij met dit vochte weer niet noch geen Aerdt wt den boogaert rijden, de metselaers sijn aent legge
vande vloere inde kelders ondert voorburch daer geloofve dats en dijnsdach toekoome nde sulle gedaen hebbe, en dan aent maecke van reeijoolle1riolen int brouhuijs de stal ent washuijs gaen[, daermee]
Joan Carel Smissaert heeft wederom een brief gestuurd. De sollicitant wil graag weten of hij nog kans maakt op de felbegeerde positie van rekenmeester. Margaretha zal zijn brief doorsturen aan Godard Adriaan, zodat hij kan bepalen of hij Smissaert de positie gunt of niet. Laat het maar weten, schrijft Margaretha, dan regel ik de rest wel.
hier meede neffens gaen Een meesiefve vande heere smitser die seer verlanckt te weeten of hij noch hoop tot het bewuste Amt heeft, versoecke mij maer door Een letterken te schrij hoet daer meede bij uhEd leijt salt naer deselfs gevalle wel meenaes geer, en blijf
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Margaretha dateert de brief met 31 november, maar die datum bestaat niet.
Godard Adriaan is ondertussen in Bielefeld aangekomen. De reis vanaf Münster is moeizaam geweest, leest Margaretha in zijn brief van 22 november. En de weg naar Berlijn is nog lang! Ze maakt zich zorgen dat hij nog geen van haar brieven heeft ontvangen, maar wij weten nu dat haar vorige van 11 november op 24 november Bielefeld heeft bereikt, twee dagen nadat Godard Adriaan zijn brief aan haar schreef. We weten ook dat alle brieven die ze tussen 11 november en 31 november schrijft waarschijnlijk niet aangekomen zijn, anders had Godard Adriaan ze wel bewaard.
[rec.a. 13. xber in Berlin] Ameronge den 31 Novem 1679
Mijn heer en lieste hartge uhEd seer aengenaeme vande 22 deeser wt bijlle veltBielefeld is mij wel geworde het doet mij leet uhEd so moijlijcke reijs van Munster tot daer toe heeft gevonden, maer van harte lief deself tot daer toe wel is gearijveert, hoope sijn verde =re reijs geluckich en spoediger sal sijn, kan mij niet genoech verwondere dat uhEd noch geen briefve van ons heeft ontfange heb niet gemanckeert preesies alle weeck te schrijfve
Godard Adriaan heeft om zijn grijze paard gevraagd, dat mank was en nog niet mee op reis kon. Het staat nog in Utrecht, maar Margaretha verzekert haar man dat zodra de smid zegt dat het paard genezen is, het naar Amerongen op weg zal gaan en van daar naar Middachten. Zoonlief heeft toegezegd dat één van zijn ruiters, op een ander paard zittend, het aan de leidsels naar Berlijn kan begeleiden.
[mijn briefve aen bisdomer adreeseeren,] het is mij leet ick het grauwe paert tot noch toe niet heb konne sende tis niet volkoome geneese en noch so dat sijt van wttrecht niet hebbe derfve senden, ick deesen dach daer over weer aen
beusekom geschreefve en begeert so haest de smit diet daer over gaet, oordeelt dat het dien tocht kan doen, hijt hier sal senden, salt dan voort op Middachte sende den heer van ginckel heeft aengenoome het selfve met Een van sijn ruijters aende hant te doen leijde en tot berlijn te brengen, [wat nu ons]
Stalknecht een paard de stal binnenleidend, Jan Anthonie Langendijk Dzn, 1790-1818. Collectie Rijksmuseum.
Puin, zand en aarde
Margaretha is bezig met het aanleggen van wegen op het terrein. Er komt er een op de iepenlaan van de buitenpoort tot aan de eerste brug. De basis wordt gevormd door het puin dat van de steenoven over is, en daarover komt zand. Alles aangevoerd met karren. De andere weg loopt over de kleine voorburcht van de eerste naar de de tweede brug. Omdat het puin op is, wordt daarvoor de aarde gebruikt die is weggegraven om ruimte te maken voor de fundering van de nieuwe kasteelmuur. Ze verzekert haar man dat ze echt zo veel mogelijk alles wat nodig is zal regelen, maar dat er in Utrecht geen hout is te krijgen voor schoorsteenmantels.
[werck belanckt] ick heb al de puijn vande steen oven op de steech laete brenge en die wech tuschen de ijpen boomen recht t vande hoe =meij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot op de Eerste bruch laete maecke ,daer nu sant op sulle brenge, en so veelt moogelijck is de wech opt kleijn voorburch tuschen beijde de bruchge laete maecke daer de karre de Aerdt die wt het fon= dement vande nieuwe muer gegraefve is en op de kant vande graft leijt be inbrenge maer puijn isser niet meer so dat men om die wel te maecken sal moete wachte tot dat de steen oven voort wt gereede wort
Bij de Staten van Utrecht is de dans om het verdelen van de lucratiefste baantjes weer begonnen. De weg naar succes betekent een hoop koehandel en handjeklap achter de schermen. En dat verloopt niet altijd naar Margaretha’s wens, omdat niet elke dienst een wederdienst oplevert. Ze moppert op iemand die geen steun wil geven voor een positie voor ‘neef lant’ (onbekend wie dat is), zodat nu alles van zijne Hoogheid prins Willem afhangt.
[geangaesijeert is,] somma daer is bij die niets te verwachte, al liede die dienst wille geniete en niet weer doen ,paesijensie2geduld nu moete wij ons houde aen sijn hoocheijts3Prins Willem III goede toeseggine ent daer voort soecke hoope godt sal geefve hij geholpe sal worde en wij van dat pack ontlast sulle worden, [den heer smitser is dees naer]
Omgekeerd wordt ze zelf bestookt door mensen die lobbyen voor de functie van rekenmeester. Joan Carel Smissaert kwam vanmiddag langs om een schriftelijke sollicitatie bij Godard Adriaan mondeling kracht bij te zetten. Maar ook neef Frederik Adriaan van Reede van Renswoude heeft belangstelling voor deze baan, schrijft diens moeder. Ruilen tegen een plekje in de Admiraliteit in Zeeland? Margaretha heeft haar afgewimpeld op dezelfde manier als ze zelf zijn afgewimpeld : Godard Adriaan is ‘bezet’ (‘geëngageerd’). Waarschijnlijk bedoelt ze daar niet mee dat hij het te druk heeft, maar dat hij al gebonden is aan beloftes aan anderen.
De rekenmeester, Experiens Sillemans, 1645-1701. Fragment uit: Driekoningenspel. Collectie Rijksmuseum.
antwoorden, de vrou van bornewal4Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude schrij ft mij ock aen uhEd geschreefve te hebbe, haer soon heeft vant Eerste lidt het Admi= raEliteijts plaets van seelant gekreechge dat sij gaerne teegens deese reeckenmeesters plaets wou verruijlle waer over sij mij schrijft en ick haer inde beleeftste manier heb geantwoort dat ick kost en geschreef te vreese dat uhEd geangaesgeert5Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben mocht weesen, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Kussenovertrek met het wapen van de Admiraliteit van Zeeland, anoniem, 1670. Collectie Rijksmuseum.
1
Hamei: Buitenpoort, voorpoort
2
geduld
3
Prins Willem III
4
Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude
5
Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben
In de periode dat Margaretha en haar man in Amerongen steen voor steen hun kasteel weer opbouwden, was aan de andere kant van de wereld een achterneef van Godard Adriaan bezig met de opbouw van een misschien wel nog indrukwekkendere nalatenschap. Maar dan wel in een hele andere tak van sport: de botanie.
Nati Schambu (Syzygium malaccense, Djamboe bol) uit de Hortus Indicus Malabaricus (Vol. 2), naar Pietro Foglia, 1678-1703. Collectie Minnealpolis Insitute of Art.
Hendrik Adriaan van Reede (1636-1691)
Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein was de jongste van de vele kinderen van Godard Adriaans achterneef Ernst van Reede tot Drakestein. Hij was een broer van Carel van Reede van Drakestein, opperschenker van de keurvorst, die overleed toen Godard Adriaan in Berlijn was. Vóór zijn vijfde verjaardag waren allebei zijn ouders al overleden, en als tiener ging hij naar zee. Hij verdiende zijn sporen bij de VOC, toen die in de jaren zestig stukje bij beetje Ceylon (Sri Lanka) en de westkust van India veroverde op de Portugezen. In 1669 werd hij commandeur van Malabar, dat grotendeels samenvalt met de huidige Indiase deelstaat Kerala. Geen gemakkelijke klus, want enerzijds moest hij voor de compagnie zorgen voor zo snel mogelijk veel winst, maar anderzijds probeerde hij ook lokale vorsten te vriend te houden. Ondertussen was de onderlinge rivaliteit tussen de regionale VOC-dienaren groot. Gelukkig had hij ook een hobby.
Portret van Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein, Pieter van Gunst, 1689. Collectie Rijksmuseum
Lokale kennis
Hendrik Adriaan had grote belangstelling voor de enorme diversiteit aan inheemse plantengroei die hij overal om zich heen zag. Bij zijn residentie in Cochin liet hij een grote botanische tuin met allerlei planten uit de omgeving aanleggen. Om zowel zijn verzameling als zijn kennis uit te breiden organiseerde hij op regelmatige basis plantenexpedities door zijn eigen streek en aangrenzende gebieden. Daarbij had hij hulp van lokale geneesheren, die over de kennis van vele generaties beschikten, en van een Italiaans pater.
Gezicht op Cochin aan de kust van Malabar in India, Johannes Vinckboons (toegeschreven aan), 1662-1663. Collectie Rijksmuseum.
Dat was niet alléén uit pure wetenschappelijke interesse of liefhebberij. Ook voor de VOC lagen hier kansen. Terplekke gebruik maken van medicinale planten is tenslotte een stuk efficiënter, dan dure medicijnen uit Europa laten komen. Die zijn immers feitelijk uit de zelfde ingrediënten gemaakt, maar zijn dan jaren oud door de reis via Arabische handelsroutes de andere kant op. En wie weet zat er winst in exploitatie van nog onbekende toepassingen van onbekende planten.
Uiteindelijk zou Hendrik Adriaan alle verzamelde informatie op schrift laten stellen en mét afbeeldingen in een grote 12-delige planten-encyclopedie in Nederland publiceren genaamd Hortus Indicus Malabaricus.
Drie talen
Zover was het nog niet toen Hendrik Adriaan in 1676 de slangenkuil van elkaar zwartmakende en frauderende VOC-dienaren ontvluchtte en naar Batavia vertrok. Het manuscript voor het eerste deel was wel al per schip onderweg naar Nederland, en in Batavia werkte hij samen met anderen aan de volgende delen. Toen hij in 1678 Amsterdam binnen voer, was het eerste deel net verschenen.
Bij de afbeeldingen stonden de namen van de planten in drie talen: Latijn, Bramaans en Malayalam, de taal die aan de westkust van India gesproken werd. Als extraatje stond de Malayalamse naam ook nog eens in het Arabisch genoteerd. Als waarborg van echtheid en het wetenschappelijke gehalte schreven de vier belangrijkste meewerkende arts-plantkundigen, Itty Achudan, Appu Bhatt, Ranga Bhatt en Vinayaka Pandit, eigen voorwoorden in het Bramaans en Malayalam1J. Woodward, Hortus Malabaricus: A Botanical and Linguistic Treasure – Magdalen College. De eerste twee delen droeg Hendrik Adriaan op aan hoge VOC-bestuurders, maar de derde aan de eigen koning van Cochin.
Ontwerp voor het titelblad van ‘Hortus Indicus Malabaricus’, deel III, van H.A. van Rheede tot Draakesteyn, Gerard de Lairesse, 1673-1678. Collectie Rijksmuseum.
Heer van Mijdrecht
Gedurende zijn verblijf in Nederland verwierf Hendrik Adriaan de heerlijkheid Mijdrecht en kreeg daardoor het recht om zitting te nemen in de Staten van Utrecht. Zou hij zijn Amerongse achterneef vaak ontmoet hebben? We weten het niet, maar het vijfde deel van de Hortus Malabaricus, dat verscheen in 1685, is opgedragen aan Godard Adriaan. Andere delen zijn ook opgedragen aan (aangetrouwde) familieleden, waaronder… neef Welland.
Meer uit te wisselen had Hendrik Adriaan met Joan Huydecoper, de kleurrijke eigenaar van huis Goudestein in Maarssen. Deze stads- en VOC-bestuurder was mede-oprichter van de Hortus Botanicus in Amsterdam, die in 1682 opende. Het contact met Hendrik Adriaan zou de Amsterdamse Hortus in later jaren veel nieuwe planten opleveren.
Botanicus, Cornelis Ploos van Amstel naar Gerbrand van den Eeckhout, 1779. Collectie Rijkmuseum.
De laatste reis
Hendrik Adriaan vertrok in 1685 weer voor de VOC richting India. Hij moest orde op zaken gaan stellen in vestigingen waar meer voor eigen gewin werd gehandeld dan voor de compagnie. Een hoofdpijndossier, waarbij hij tenslotte in 1691 door ziekte werd geveld en het loodje legde. Aan boord van zijn schip overleed hij, overigens in hetzelfde jaar als Godard Adriaan. Zijn geadopteerde dochter Francine regelde een vorstelijke begrafenis in Surratte, waar zijn schip naar op weg was geweest.
Begrafenis van Hendrik Adriaan van Rheede tot Drakestein, 1692, Jan Luyken, 1692-1693. Collectie Rijksmuseum.
Nalatenschap
De afwikkeling van de erfenis had voor Francine nog een vervelend staartje. Terug in Nederland wilde ze, zoals haar vader in zijn testament had vastgelegd, een legaat van 2000 gulden overmaken aan de kleinkinderen van diens overleden zus Agnes. Helaas… Wie kruiste haar pad als voogd voor de kleinkinderen, en eiste voor hen de vollédige erfenis (ca. 50.000 gulden plus Mijdrecht) op? Juist…, neef Welland. Het eindigde ermee dat de kleinkinderen door het Hof van Utrecht in 1697 het huis te Mijdrecht toegewezen kregen, mét bijbehorende titel, en Francine haar vaders geld. Met haar man Anthony Karel van Panhuysen kocht ze in 1699 Huis te Vliet in Lopikerkapel, waar ze tot haar dood in 1731 zou wonen2Heniger, J. Hendrik Adriaan Van Reede Tot Drakenstein (1636-1691) And Hortus Malabaricus (Rotterdam 1986), p. 87-90.
De meest duurzame en waardevolle erfenis is natuurlijk de Hortus Malabaricus gebleken. Linaeus gebruikte het als basis voor de naamgeving van Zuid-Aziatische planten in zijn classificatiesysteem en tot ver in de negentiende eeuw bleef het een referentiewerk voor botanici. In 2009 leidde de Engelse vertaling in zuid India tot de herontdekking en herwaardering van de lokale plantenkennis die de oorspronkelijke bron is geweest3R. Shetty, Hortus Malabaricus: How the garden of Malabar travelled the world | Garland Magazine. Op Kasteel Amerongen is helaas geen exemplaar van het boek aanwezig.