Margaretha is terug in Amerongen en het valt haar niet mee: het werk aan het huis is niet zo ver gevorderd als ze gehoopt had. De werklieden moeten wel voort gaan maken, want de dagen beginnen te korten en er komt vuil weer aan.
Ameronge den 5 septem 1676
Mijn heer en lieste hartge
gistere merge vroech ben ick weer hier gekoome dat hooch tijt was, heb alles wel gevonde doch het werck so werde niet geavanseert als wel gemeent hadt, sij metselen noch tuschen en op de raemte vande tweede verdiepine, hoope inde toekoomende weeck de balcke vande selfve verdiepine to sulle geleijt worde, ick salse nu wat kort opde hacke sitten, het welcke noodich sal sijn, want de dage korte seer en wij hebbe vuijl weer te verwachte, [ick had gaern]
Iets anders dat niet helemaal volgens de verwachting loopt, is het stoken van de steenovenMargaretha gebruikt stuctureel het woord steenoven, eigenlijk gaat het over een veldoven of misschien over veldbrand. Drie maanden geleden heeft Margaretha Krijn van Kampen mét geld op weg gestuurd om turf te gaan halen. Ze heeft niets van hem gehoord en niemand weet waar hij zit. De tijd begint te dringen, want de oven moet gestookt worden! Ook het branden van de steenoven is afhankelijk van het weer en ze had al geschreven dat het vuile weer dreigt…
[vuijl weer te verwachte,] ick had gaern dat me inde aenstaende weeck den steen oven begon onder te stoocke maer nu ick hier koom is krijn van kampe die over de drije maende met gelt om turf
te koope van hier is gegaen, noch niet hier ock weet men niet waer hij is, l ick hebt soo meenich mael geschreefve dat men naer hem in tijts verneeme sou, nu moet ick sien hoe ickt maecke sal den oven mach so niet blijfve staen, [deesen avont ontfan]
De turfschuit, Vincent van Gogh, 1883. Collectie Drents Museumaangekocht met steun van de Provincie Drenthe, Nederlandse Aardolie Maatschappij, Vuil Afvoer Maatschappij, Stichting Pieter Roelf, Stichting Van Gogh, Stichting Vrienden van het Drents Museum, Stichting Schone Kunsten rond 1900, VSB-fonds en Vereniging Rembrandt.
Allodiaal
Margaretha bespreekt nog kort de roddels over het Beleg van Maastricht: ze zegt dat ze er zijn, maar niet wat die roddels dan zijn. Daar hebben we in de 21ste eeuw natuurlijk helemaal niets aan. Ook de financiën worden nog even op een rijtje gezet. Tot slot komt Van Beusichem met goed nieuws. Er ligt een conceptstuk waarin de Staten van Utrecht het pandschap van de Hoge Heerlijkheid Amerongen overdragen aan Godard Adriaan. Luchtenburg, de secretaris van de Staten van Utrecht, zal dit stuk ter goedkeuring aan Godard Adriaan sturen. Dit betekent een heleboel: de Heerlijkheid wordt allodiaal. Dat wil zeggen dat de heerlijkheid vol eigendom wordt en er geen pachtconstructie meer is.
[sal sijn,] beusekom heeft mij geseijt dat de sekreetaris luchtenburch uhEd
de reesoluijsie ent konsept vande afdoeninge vant pantschap vande hooch heerlijckheijt heeft gesonde waer op hij vandeselfve ant= =woort verwacht om te hoore of hij daer Eits af of toe belieft gedaen te hebbe ,
Gezicht vanuit Kasteel Zuilenstein op Amerongen, Daniël Stopendaal, 1682 – 1726. Collectie Rijksmuseum. Je eigen ‘goed’ zie je het best uit het huis van de buren… Zou dit Margaretha’s droom zijn?
Eindelijk!
Het volk en de bagage zijn ein-de-lijk in Bremen aangekomen. Hopelijk is Blanche ook snel bij Godard Adriaan.
tis mij lief uhEd volck tot breeme is aen gekoomen, twijfele niet of blansche sal nu al bij v sijn, hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Reizigers met bagage bij een rivier, Jean Pesne, naar Guercino, 1633 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Augustus 1676, Margaretha zit met Philippota in Den Haag en Godard Adriaan is op weg naar Bremen. Een aantal personeelsleden is hem met bagage nagereisd. Verwijzend naar een vorige brief, die verloren is gegaan, meldt Margaretha dat ze sinds woensdag per zeilschip uit Amsterdam via de Waddenzee onderweg zijn. Dankzij de goede wind zullen ze wel al bijna zijn aangekomen. Maar er is ook groot familienieuws!
rec: 28 Augusti 1676
haech den 25 Augusti 1676
Mijn heer en lieste hartge
wt mijne laeste van voorleedene saterdach sal uhEd gesien hebbe hoe sij begaesge met jeneken1Jenneke en verdere domistijcke2Domestieken: Huisbedienden, knechts en woonsdach van Amster3Amsterdam op breeme4Bremen overde watte5Wadden sijn t seijl gegaen met Een heelle goede wint daerom niet twijfele of sij moeten al te breeme sijn, uhEd laeste is wt wttrecht geweest, [nu is de vou van ginckel de]
Gezicht op de markt te Bremen, Matthäus Merian (I), 1653 – 1670. Collectie Rijksmuseum
Agnes geboren
Gisteren ochtend om half acht is Philipotta, de Heer zij geloofd, bevallen van een gezonde dochter! Ondertussen het zevende kleinkind. Margaretha wenst grootvader veel geluk en hoopt dat het kind in christelijke deugden zal opgroeien en een vreugde zal zijn voor hen allemaal en dat haar ziel zalig zal zijn. Het gaat goed met moeder en kind, zo kort na de bevalling.
[wttrecht geweest,] nu is de vrou van ginckel de heere sij gelooft gistere merge ontrent de klocke ter half achte van Een recht en wel geschape dochter geleege6bevallen waermeede uhEd veel gelucks wensche en hoope het self in kristelijcke deuchde tot onser aller vreuchde en haerder siellen salich =heijt sal op wassen, de kraem vrou ent kint sijn reedelijck naer den tijt, [wij hoopen het overmerge]
Overmorgen is de doop in de Hoogduitse kerk aan het Noordeinde en het meisje zal Agnes worden genoemd, naar haar overgrootmoeder van moeders kant. Daarna wil Margaretha zo snel als de gezondheid van Philippota dat toelaat weer naar Amerongen.
wij hoopen het overmerge inde hoochduijtse kerck haer kristelijcken doope met de naem van Angnis naer de oude vrou van meuwen grootmoeder vande vrou van gincke7Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Philippota
te laeten geefve, en so haest dat over is en de gesontheijt vande vrou van ginckel Eenichsins toe laet met godts hulpe mijn naer Ameronge te begeefven, [ick verlange uhEd geluckige over]
Margaretha hoort graag of Godard Adriaan goed is overgekomen. Kapitein Isaäc de Blanche, die sinds gisteren op bezoek is, weet nog niet of hij toestemming heeft van de stadhouder om ook naar Bremen te gaan. Maar terwijl ze zit te schrijven komt er een brief binnen, die haar en De Blanche doen besluiten dat hij morgen onmiddellijk met de postwagen naar Bremen moet vertrekken. Margaretha sluit de brief bij. Wat er in staat schrijft ze niet, maar wel dat ze zich daardoor grote zorgen maakt over de gezondheid van zoon Godard.
[te begeefven,] ick verlange uhEd geluckige over komste te hooren, kapteijn blansche8Isaäc de Blanche is gistere hier gekoome weet niet of hij verlof van sijn hooch: heeft om uhEd te volgen of niet, en oversulcks niet wat hij doen sal, dus int schrijfve ontfan dees neefvens gaende waerop wij gereesolveert9resolveren: besluiten sijzijn Mons10monsieur blansche opt spoedichste te laete volge en meent hij best te sulle doen hem op de post wage op breeme b te besteede en also hem merge voort van hier te begeefve, ick kan niet segge hoeseer mij dees neffensgaende bekomert de heer almachtich wil wil alles ten beste schicke en de heer van ginckel in gesontheijt behouden, [ick bekoome ock so]
Hout van Harburg naar Amsterdam
Er is ook een brief van Cornelis van Weede uit Hamburg gekomen die vraagt of ze het hout dat ze in Harburg hebben liggen niet beter naar Amsterdam kunnen over laten brengen en daar verkopen. Margaretha zal hem met deze post antwoorden dat hij dat moet doen, want waar het hout nu ligt brengt het zó veel minder op dan in Amsterdam, dat de kosten van het vervoer tegen dat verschil wegvallen. Ze hoopt dat dat ook naar de zin van haar man is, want ze zullen veel hout voor de voorburcht van het kasteel nodig hebben.
[gesontheijt behouden,] ick bekoome ock so een brief van Monser weede11monsieur Weede: Cornelis van Weede wt hambur12Hamburg die versoeckt te weete of hij ons resteerende hout dat te haerburch13Harburg ligt ten zuiden van Hamburg aan de andere oever van de Elbe. Harburg heeft een belangrijke binnenhaven leijt op Amsterdam sal sende dewijlle het daer te verkoope
seer weijnich soude gelde ende vrachte om Een kleijne prijs te bekoome sijn, waer om ick goet gevonde heb hem met deese post te antwoorde en versoecke dat hij alt voorseijde hout met de beste ge= =leegentheijt op de minste koste wil over sende, hoope uhEd dit gevallich sal sijn want wij sulle tot het voorburch noch al veel hout van noode hebbe, [de vrou van]
Scheepsbouw en huizenbouw, ca. 1600, Claes Jansz. Visscher (II), 1608. Collectie Rijksmuseum
Geen broertje voor Frits
Godard Adriaan krijgt de groeten van schoondochter en alle kleintjes, in het bijzonder Frits. Hij was verdrietig en heeft gehuild, omdat hij geen broertje maar een zusje heeft gekregen! De brief van Godard Adriaan van de 22e komt net binnen, en Margaretha is blij te lezen dat hij goed in Bremen is aangekomen. Voor zover ze antwoorden heeft op zijn vragen heeft ze die hierboven al gegeven. Bovendien verder geen tijd, want de post moet weg!
[veel hout van noode hebbe,] de vrou van ginckel preesenteert haeren dienst aen uhEd so doet ock alde kleijne en insonder frits die heel bedroeft was en kreet dat hij geen broertge maer Een susge kreech hier meede blijf
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
p s so aenstonts ontfange uhEd mesiefve14missive: brief vande 22 dees ben blijde te sien deselfe wel tot breeme is gearijveert, twijfele niet of uhE volck sal al te breeme sijn, weet niet of heb hier voor al geseijt wat daer op te antwoorde is, ock moet de post wech heb geen tijt meer te schrijfve
In 1676 vertrekt Godard Adriaan als extraordinair gecommitteerde naar Bremen. De basis van het nieuwe huis in Amerongen staat, maar er moet nog veel gebeuren, dus dat laat hij over aan zijn vrouw en zijn secretaris Godard van den Doorslagh. Het zal vrij snel duidelijk worden waar hard aan gewerkt wordt en wat allemaal nog moet gebeuren.
Bureaucratie
In 1672 en 1673 had Margaretha er bijna een dagtaak aan de betaling voor haar mans werk los te krijgen. In 1676 zien we dat ze die taken voor een deel heeft afgestoten en dat Van Heteren dat werk doet. Uiteraard blijft Margaretha wel verantwoordelijk voor het verantwoorden van de uitgaven. Dat zal haar ook in 1676 weer de nodige hoofdbrekens kosten, nu alleen niet omdat er geen geld te krijgen is, maar omdat het bouwen van een huis nou eenmaal veel geld kost.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf
De kleinkinderen
De brieven beginnen met de geboorte van een volgend kleinkind. Als Margaretha naar Amerongen gaat, neemt ze alle kinderen behalve de oudste, Margaretha (Tietge) en de pas geboren Agnes mee, die blijven achter bij hun moeder in Den Haag. De groeten van de kleinkinderen gaan dus onveranderlijk mee in de brieven, alleen nu niet omdat Ursula Philippota en Margaretha noodgedwongen op elkaars lip zitten.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
Voor wie niet alle kinderen paraat heeft en niet direct weet hoe oud ze zijn als de brieven Margaretha weer van start gaan (op 25 augustus 1676):
Margaretha (Tietge), geboren 15-07-1667, negen jaar oud
Frederik Christiaan (Fritsge), geboren 20-10-1667, zeven jaar oud
Anna Ursula (Antge), geboren 19-09-1669, zes jaar oud
Reiniera (Niera), geboren 08-06-1672, vier jaar oud
Salomé Jacoba (Jacoba), geboren 22-05-1673, drie jaar oud
Godard Adriaan (Godertge), gedoopt 11-10-1674, één jaar oud
Agnes (Angenis), geboren 24-08-1676, één dag oud
En voor de volledigheid: op de dag dat Agnes wordt geboren, is Ursula Philippota jarig, ze wordt 33. Er zijn geen aanwijzingen dat in het gezin Van Reede verjaardagen gevierd werden, Margaretha feliciteert alleen zo nu en dan haar man.
Oorlogsnieuws
De Republiek is in 1676 nog steeds in oorlog met Frankrijk. Eén van de ‘zeehelden’ van 1673, luitenant-admiraal-generaal Michiel de Ruyter, was in april 1676 gesneuveld. Een ander, Cornelis Tromp, heeft met toestemming van de Staten-Generaal het bevel gekregen over de Deense vloot. De Republiek steunt de Denen in hun strijd tegen de Zweden, die op hun beurt weer gesteund worden door de Fransen. In juni 1676 wordt de Zweedse vloot verpletterend verslagen. Begin juli wil Willem III een eind maken aan de Franse bezetting van Maastricht. Na een beleg van bijna twee maanden, is hij genoodzaakt de aftocht te blazen: het Franse ontzettingsleger komt er aan. Zoon Godard van Ginkel bevindt zich op dat moment in Maastricht.
Gezicht op een legerkampement, Barend Klotz (toegeschreven aan), 1674. Collectie Rijksmuseum.
Memoriael-bouck
In een boek heeft Godard Adriaan de stand van zijn bezittingen opgeschreven. Het begint met alles wat ze geërfd hebben, dan alles wat er aan schulden open stond en daarna wat ze aangekocht hebben. Daarna is er uitgebreid beschreven wat ze allemaal verbeterd hebben aan het oude huis. Na het verhaal van de brand en de dank voor het hout van de Keurvorst, gaat het memoriaalboek verder met alle landaankopen die tijdens hun huwelijk gedaan zijn. Er ligt dus een duidelijk overzicht van wat er bij het landgoed hoort dat Margaretha te beheren heeft als Godard Adriaan er niet is.
Meloratien en Aenkoop
van goederen gedurende onsen Ehestant gedaen____:
Voor eerst stellen wij alhier voor Timmeragie
Metselen, planten, verleggen van de Hoven, vermaken van ’t Voorburg, graven van Graften, Wallen en Vijvers, poten van Boomgaerden, Sedert het Jaer 1645 tot Junio 1672 ten minsten een som van vijff en sestigh duisent gulden
De kaft van het memoriaalboek, 1676. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
Er is al vaker geschreven over de herbouw van Kasteel Amerongen en er is geen eenduidige conclusie over wie de architect is van het kasteel. Eén van de aanknopingspunten zou de overeenkomst met het Mauritshuis kunnen zijn. Met name de dubbele trap in het hart van het huis en de enorme galerij op de verdieping doen sterk denken aan het Mauritshuis.
Verticale doorsnede van voor (links) naar achter (rechts) van het Mauritshuis, tekening van Pieter Post. Collectie Koninklijke Bibliotheek ‘s-Gravenhage (KW 128 A 34). Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Het Mauritshuis was een opdracht van Johan Maurits van Nassau-Siegen. De architect was Jacob van Campen met assistentie van Pieter Post. Zij overleden respectievelijk in 1657 en 1669, dus hun kunnen we afstrepen voor Amerongen. Johan Maurits had een goede relatie met Godard Adriaan en de zoon van Pieter Post, Maurits Post werkte veel met hem samen.
Globale doorsnede van het huis Amerongen, noordkant, N.C.G.M. van de Rijt, 1976. Collectie Huisarchief Kasteel Amerongen. Het Utrechts Archief.
Geen van de plattegronden van Kasteel Amerongen zijn ondertekend, maar het lijkt er toch wel op dat de eerste tekening, met de vier torens, gemaakt is door Schut. Hoe en wat de invloed van Johan Maurits van Nassau-Siegen en Maurits Post hierop geweest is, zal waarschijnlijk altijd gissen blijven.
Plattegrond eerste verdieping, met benaming van de vertrekken en vier hoekpaviljoens. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
Torens of geen torens
De plattegrond met de vier torens is een keurige rechte tekening. Het is duidelijk een ideaalplaatje. Uit de memo van Godard van den Doorslagh blijkt dat die tekening vóór het opmeten van de ruïne gemaakt moet zijn, omdat hij duidelijk aangeeft dat er nog delen staan en er nog delen afgebroken moeten worden.
Het vermoeden is dan ook dat de tekening zonder de torens, waarop met potlood verschillende trappenhuizen gemaakt zijn, gemaakt is nadat de ruïne opgemeten is en dus ook na de memo. Waarschijnlijk hebben ze toen echt nauwkeurig gekeken hoe de nog staande muren liepen en waar de fundamenten precies lagen. In die volgende tekening wordt er dan ook rekening mee gehouden dat het fundament niet recht is. Dan ontstaat het plan met zes ramen aan de zuidkant (links) en zeven aan de noordkant (rechts) van het kasteel. Ook deze plattegrond is waarschijnlijk door Schut getekend. Of ze de problemen in het huis met de symmetrie toen al voorzien hebben is de vraag.
Plattegrond van de eerste verdieping van het huis Amerongen, Anoniem, 17e eeuw. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
De plattegronden waarin de verschillende posities van de trap verder uitgewerkt zijn, zijn van een andere hand, het is onduidelijk van wie. Er is verder weinig met die tekeningen gedaan, dus het is ook niet echt relevant.
Beide geveltekeningen van het kasteel zijn waarschijnlijk na de bouw gemaakt, want tijdens de bouw wordt bijvoorbeeld nog heen en weer geschreven over de dakkapellen in de kap. Het vermoeden is dat deze tekeningen ook door Schut gemaakt zijn.
Schut, Johan Maurits en Godard Adriaan
De samenwerking tussen Godard Adriaan, Johan Maurits en Hendrik Schut is heel nauw geweest. Uit zowel de hoek van Johan Maurits van Nassau-Siegen als van Hendrik Schut zijn architectonische elementen aan te wijzen waaraan zij waarschijnlijk hebben bijgedragen. Een echte architect is eigenlijk niet te noemen. Isa van Eeghen ziet graag dat het Schut is en Ruud Meischke bevestigt haar daarin, in het artikel dat Meischke later met Koen Ottenheym schrijft ligt de bal iets meer bij Johan Maurits van Nassau-Siegen. Misschien is de vraag wie de architect is niet de meest belangrijke. De grootste invloed is die van Godard Adriaan die de mensen bij elkaar wist te krijgen waarmee Kasteel Amerongen tot stand gekomen is. En alle betrokkenen, inclusief Margaretha, mogen trots zijn dat er nu nog steeds van het kasteel genoten wordt.
Er zijn relatief veel documenten bewaard gebleven over de herbouw van Kasteel Amerongen. Eén van die documenten bestaat uit een memorie of bestek van maar liefst 10 kantjes. De memorie is op 30 november 1674 opgesteld door secretaris Godard van den Doorslagh. De secretaris heeft onder meer een berekening gemaakt van het aantal stenen dat nodig was voor de herbouw. Een tweede memorie van een paar dagen later voegt daaraan toe de stenen uit muren die afgebroken worden, kunnen worden hergebruikt.
Gezicht op huis Amerongen, gezien vanuit het oosten, Roelant Roghman, ca. 1646 – ca. 1647. Collectie Rijksmuseum. Het nieuwe ontwerp voor Kasteel Amerongen leek in weinig opzichten op het huis dat in 1673 door de Fransen was verbrand.
Al eerder schreven we over het ontwerp van het kasteel. De memorie van secretaris Van den Doorslagh is waarschijnlijk gebaseerd op dit ontwerp. Het nieuwe Kasteel Amerongen zou vier torens moeten krijgen. De vier torens in dit ontwerp zijn gebaseerd op die ene toren (op de tekening van Roelant Roghman links achter) die na de brand nog overeind stond.
Maquette van het afgebrande kasteel, Dave Pezarro, ca. 1988. Collectie Kasteel Amerongen.
Het basisontwerp
Van den Doorslagh begint zijn memorie met een uitleg van het ontwerp en wat dat betekent voor de maten van het nieuwe kasteel.
den 30:9b:1674 opgestelt:
Memorie of besteck hoedanigh men het groot huijs soude konnen Timmeren, te weten met Vier Torens, ider Toorn in form als den aftersten oude Tooren, sijnde buijten wercks 28 voet, Ende tusschen de Vier Torens te komen 4 gordijnen met schilden afgekapt alles gerekent Rijnlantse
Eerstelijck De Drie Torens als den Vierden : die after staet,
Plattegrond eerste verdieping, met benaming van de vertrekken en vier hoekpaviljoens. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Links boven de toren
De volgende stap is dat Van den Doorslagh bepaalt hoe hoog het huis komt te liggen. Nu zouden we zeggen “ten opzichte van het maaiveld”, maar Van den Doorslagh kijkt er op verschillende manieren naar: hij kijkt naar de oude vloer, de gewone waterhoogte en het fundament. Kennelijk heeft hij dan genoeg informatie om in de hoogte te gaan rekenen.
De kelders van’t geheele Huijs in verdiepingh onder’t Wulf 9 : voet sulx dat boven de oude vloer komt 5 voet. Ende vande vloer vande Zael, die boven ‘t voors. Wulfsel komt tot aen’t ordinaris water : 15 : voeten. soo dat de gront vande kelders sal leggen 5 : voet boven ‘t ordinaris water of ontrent 10: voet boven ‘t fondament.
Dan heeft Van den Doorslagh nog één stukje informatie nodig: hoeveel stenen gaan er in een lengtemaat.
De muren van de kelders rontom ‘t huijs gerekent op 4 1/2 ordinaris mopsteen. in jeder voet gereeckent 18 steen komt 80 steen in de dickte voor ider voet
De torens
Nu kan Van den Doorslagh gaan rekenen en dat doet hij zeer uitgebreid. Hij begint met één van de torens vooraan, die vrijwel helemaal opgebouwd moet worden. Hij begint bij het fundament en de kelder en rekent vervolgens per verdieping omhoog. Hij zet een f voor het totaal in kantlijn, door het lettertype lijkt het hier om guldens te gaan, maar het zijn echt stenen.
Den Toorn inden omtreck hout 100 voet bedraegt tot aent Wulfsel 160.000 steenen waer van af 100 voet voor vier lichten ider voet 80 komt 8000 steen blijft voor tfondament en kelder aen steen 152.000
[in marge] f 152.000
Tot de tweede verdieping hoogte boven t gewulf vande kelders 18 voet de muer dick 3 mopsteen ider voet 18 steen. dat driemael komt 54 steen voor ider voet Den Toorn weder gereekent in omtreck 100 voet makende 97.200 gaet af voor 4 lichten ider breet 5 1/2 voet, hooch 12 voet sijnde 66 voet vierkant komt voorde 4 lichten ider voet 54 steen – 14.254. die aftreckende blijft 82.946 steen
Tot de derde verdieping hoogh 15 voet dick 2 1/2 voet mopsteen. ider voet als voren 18 steen dat 2 1/2 mael maeckt 45 steen voor ider voet. den omtreck als vooren 100 maeckt 67.500 waar af voor 4 lichten, ider breet .. 1/2 voet hooch 10 voet sijnde ider 55 voet vierkant en 4 mael komt 220 voet komt 9900: aftreckende blijft 57.600 steen
[in marge:] 57.600
De Vierde of leste verdieping hooch 13 voet, de muer dick 2 mopsteen ider voet 18 maeckt voor 2 mael 36 steen dat 100 mael, sijnde den omtreck komt 46.800. waer af voor 4 lichten ider breet 5 1/2 voet, hooch 8 voet 6300. blijft noch 40.500 [in marge:] 40.500 [in marge: tussenoptelling:] 333.046 Tot eenen Voor Tooren.
Van gelijcke tot den tweden voor Tooren.
Voor de derde toren, de toren aan de noordwestzijde, waren minder stenen nodig, omdat deze er deels nog stond: 215.573 stenen.
Den derden Tooren (waer van de helft tot de twede verdieping incluijs albereets staet) te weten den Toren aende noortweste zijde, Ende alsulx voor die twe verdiepinge komt volgens vorige calculatie , namentlijck voor de eerste verdieping 80.000 waer van af voor twe lichten 4000 blijft 76.000
[in marge:] 76.000
Voorde twede verdieping als voren vande eerste Tooren halfmael 48.600 voor 2 lichten af 7217 blijft noch 41.473
[in marge:] 41.473
De derde verdieping als de andere voor toorens tot 57.600 steen
[in marge:] 57.600
De vierde verdieping als bovens 40.500 steen
[in marge:] 40.500
De vierde toren, op het zuidwesten, was nog nagenoeg compleet dus die heeft Van den Doorslagh niet meegenomen in de berekeningen.
Muren
Voor de muren tussen de torens en de muren in het huis gaat de secretaris op dezelfde wijze aan de slag: muur voor muur, verdieping per verdieping telt hij de stenen bij elkaar op. Daarna gaat hij verder met de binnenmuren, de gewelven van de kelder en de schoorstenen. Hij telt alles bij elkaar op en komt uit op in totaal 1.600.997 stenen.
Metselaar die een muur gaat witten, Giuseppe Maria Mitelli, naar Annibale Carracci, 1660. Collectie Rijksmuseum.
Hergebruik
De eerste memorie gaat naadloos over in een memorie van een paar dagen later, 9 december 1674. Kennelijk had Van den Doorslagh er geen rekening mee gehouden dat er nog delen van het kasteel afgebroken moeten worden en dat je die stenen kunt hergebruiken. Eerst heeft hij samen met Rietvelt zorgvuldig opgemeten wat er nog staat.
[In marge] Rijnlantse maet.
Den 9Xb/29 9b 1674 Met Mr Cornelis van Rietvelt opgenomen de muren van’t verbrande Huijs tot Amerongen dewelcke sullen afgebroocken, de steen afgebickt, en schoon gemaeckt, ende vervolgens aen tassen geset werden, om weder te verwercken, de puijn uijt= gekrooijen daermen het aen sal wijsen.
Hierna volgen dus eigenlijk andersom berekeningen: Van Den Doorslagh noemt de muren die afgebroken moeten worden en berekent hoeveel stenen daaruit zullen komen. Het gaat hierbij om de buitenmuren, waaronder die van de ‘poorttoren’, maar ook de binnenmuren van slaapkamer, de gewesen keucken, de zaal en de galderije (gang). Het uiteindelijk aantal stenen dat hiermee hergebruikt kan worden, lijkt te komen op ongeveer 40.000.
Ergens tussen 1673 en 1675 is er een ontwerp gemaakt voor een nieuw kasteel. Wat de overwegingen zijn geweest en welke ideeën allemaal voorbij gekomen zijn, weten we helaas niet precies. Er zijn een paar ontwerptekeningen, maar die zijn niet gedateerd. We weten ook niet precies wat de rol van de nog aanwezige restanten van het oude kasteel gespeeld hebben bij het maken van het ontwerp. Wat weten we wel?
Een nieuw kasteel
Het meest onderscheidende ontwerp van de bewaarde ontwerpen heeft vier torens en lijkt, in onze ogen, het meest op een écht kasteel. Het is waarschijnlijk van september 1674. In een memorie worden dan de benodigde bakstenen berekend en die berekening lijkt gebaseerd te zijn op dit ontwerp. Vergeleken met het oude ontwerp is het dicht bouwen van de voormalige binnenplaats het meest opvallend. Die ruimte wordt in dit ontwerp ingenomen door het trappenhuis.
Anders dan bij het huidige ontwerp, steken de vier hoekkamer (torens) uit buiten de gevel. In een volgende versie is dat idee los gelaten en steekt het midden van de voor en van de achtergevel iets uit. Het idee van een grote hal waar je binnen komt en een dubbele trap in het hart van het gebouw blijft wel bestaan.
Wat opvalt in dit ontwerp is dat er met rood potlood op verschillende plekken trappenhuizen ingetekend zijn. Kennelijk zijn er verschillende opties verkend. Beide opties zijn ook uitgewerkt. In beide gevallen ontstaat er een hal die vele maken groter is dan de grote zaal. Deze ontwerpen zijn heel strak en heel schoon: geen aantekeningen, geen vlekken, geen beschadigingen aan de randen. Het lijkt erop alsof zodra het voorstel er lag, duidelijk was dat het eerdere ontwerp beter paste en er niet meer naar de andere opties gekeken is.
Plattegrond van het huis Amerongen, met trappen geprojecteerd aan het westen. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
Plattegrond van het huis Amerongen met een trappenhuis aan de noordkant. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
Wat zou de reden geweest zijn om voor de centrale trap te kiezen? Die grote ruimte als je binnen komt, dat zou toch heel indrukwekkend zijn. Wat ik me als nadeel voor kan stellen, is dat de ruimte vrij donker wordt. Aan de voorkant zitten twee ramen en een deur, daar moet die grote ruimte het mee doen. Het briljante aan het huidige ontwerp is die lange achtergang die aan twee kanten grote ramen heeft en de kleine balkonnetjes van de trap naar de galerij. Hierdoor komt er licht vanuit de gang en vanaf de galerij midden in het huis. De grote vraag is natuurlijk ook of dit ook de overweging van Godard Adriaan en Margaretha geweest is. Helaas zijn hun overwegingen niet bewaard gebleven.
De buitenkant
In het archief zitten ook twee tekening van de buitenzijde het huis: één van de voorgevel (vanuit het oosten) en één van de zijgevel (vanuit het zuiden). Deze tekeningen zijn waarschijnlijk pas na de bouw gemaakt.
Zijgevel, zuidzijde. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.
Voorgevel van het huis Amerongen, ca. 1675, onbekend. Collectie Huisarchief Kasteel Amerongen.
Hollands classicisme
Het ontwerp van het interieur vertoont grote overeenkomst met het oorspronkelijke ontwerp van het Mauritshuis. De buitenkant is een stuk soberder, maar het is dan ook ruim dertig jaar na het Mauritshuis gebouwd. Het huis is het toonbeeld van de sobere stijl van het Hollands Classicisme, een stijl die eigenlijk al gedateerd was op het moment dat het huis klaar was. Margaretha was dan ook al ver in de zestig en Godard Adriaan liep tegen de zestig.
De architect
Bij zo’n stijlvast huis is natuurlijk de grote vraag wie dat bedacht heeft, wie de architect is. Er is meer over te zeggen, maar het is zeker niet eenduidig. Daarover later meer.
Op 1 juni 1675 leggen Hendrik Schut, Cornelis Rietvelt en ene Jan Fick een verklaring af voor het gerechtsbestuur van Amerongen over een bezoek dat ze een jaar eerder aan Amerongen gedaan hebben.
Ze verklaren dat ze door de heer van Amerongen uitgenodigd zijn om de staat van het kasteel te bekijken en advies te geven over de herbouw. Schut doet dat als meestertimmerman, Rietveld als meestermetselaar en Fick als ‘ordinaris werkbaas’ en hij blijkt vooral kennis over slopen te hebben.
[waerheijt waerachtigh te zijn,] dat wel gemelte heere ons voor ontrent een jaer geleden van Amsterdam heeft ontboden, om met ons te spreecken over het herbouwen van sijn hooch Ed. afgebrande huijs tot Amerongen met begeerte dat wij souden adviseren naer onse beste kennis, wat gedeelten van de mueren soude konnen blijven staen, ende weder geapproprieert werden tot ’t geene men daer vorders weder op soude willen timmeren.
De heren verklaren dat ze in Amerongen geweest zijn en dat ze daar een aantal dagen gebleven zijn om de schade op te nemen en een advies te geven. Hun oordeel is niet mals: wat er nog staat is slechts 20 gulden waard, 0mgerekend naar 2021 is dat ongeveer € 230. Alle muren zijn door de grote hitte gebarsten, gaan wijken of omgevallen en al het hout, lood en alle leien waren door de hitte onbruikbaar geworden.
Ende naedat wij de geheele gelegentheijt hadden besichtigt ende met den anderen vier a vijf dagen hadden overleijdt wat daer in te doen stonde, hebben wij sijne hooched geseijt ende aengewesen, dat het merendeel van de mueren swaer sijnde vierdhalve a vier voet tot in de gront toe, door den vehementen brant waren geborsten, sommigen een voet en anderen een halve voet van malkanderen, ende buijtenwaerts uijtgeweecken de gevels voor over in de gracht gestort tot aen de twede verdiepinge, nadien alle de balcken, cosijnen, ribben, en wat vorders van houtwerck, loot en leijen daer in is geweest, tenemael was verbrant, sulck dat het overschot van dien geen twintich guldens weerdig was. [Ende]
Gezicht uit het noordoosten op de ruïne van het kasteel Aastein, ook wel Huis ter Aa genoemd, bij Ter Aa, tekeningetje van Dirc Engel uit ca. 1690. Collectie Het Utrechts Archief
Afbreken
Hun conclusie is simpel: het is het voordeligst om alles (ook alle bijgebouwen) af te breken. Ze raden ook aan om ook de bakstenen van de bijgebouwen schoon te laten maken, dat bij de bakstenen van het grote huis dan kennelijk al gedaan is. Er is ze ook gevraagd hoe groot de schade is en hoeveel het kost weer op te bouwen. Voorzichtig schatten ze dat dat ongeveer fl 100.000.- (ruim een miljoen euro in 2021) zal kosten. Hoewel ze het op hun vromigheid verklaren, geven ze ook aan dat het oordeel van betere architecten, timmerlieden en metselaars mogelijk beter is.
sulx1Sulcs: zo, sulcs dat: zodat het oirbaerlijxst2Oorbaarlijk: nuttig, voordelig is geweest, deselve om verre te stooten, ende de steen te laten schoon maken, gelijck albereedts, als mede vant groote huijs is geschiet. Ende verder gevraecht sijnde hoe groot wij de schade van’t selve huijs en voorburgh wel souden estimeren, soo konnen wij tselve soo pertinent niet doen, maer verklaren op onse vroomigheijt, dat onses oordeels diergelijcke soo alst voor desen heeft gestaen, voor geen hondert dusent guldens soude konnen gemaeckt werden, vermits alle de materialen per asch3Een (asch-)pleit was een soort binnenvaartschip aen ’t huijs moeten gebracht werden, doch ons oordeel submitterende4Submitteren: onderwerpen aen dat van beter architecten, timmerluijden, ende andere metselaers, hun desDes: daarom, derhalve verstaende. [Des t’ oirconde dese bij ons]
Rechterhand met ganzenpen, Simon Frisius, naar Jan van de Velde (I), 1605. Collectie Rijksmuseum.
Handtekening
Tot slot ondertekenen de drie heren de verklaring en schrijft secretaris Van den Doorslagh dat hij erbij was.
[des verstaende.] Des t’ oirconde dese bij ons onderteeckent tot Amerongen opden 1 junij 1600 vijft entseventich. Henderick Geurtz Schut Cornelis Riedtvelt Dit merck stelde Jan Fick voorschreven Zij present G. van den Doorslag.
Acte van Garantie
De vraag is natuurlijk waarom de mannen pas een jaar nadat ze de ruïne bekeken hebben een verklaring afleggen. Waarschijnlijk is dit een eis geweest van Staten Generaal. Zij hadden in 1672 al een Acte van Garantie gegeven, dat als het kasteel van de familie zou afbranden door het werk van Godard Adriaan, hij daar een vergoeding voor zou krijgen. Daarvoor moesten ze weten wat de schade was direct na het Rampjaar.
Deze brief is 1 juni / 22 mei 1676 gedateerd. We gebruiken voor deze en de volgende brief de Gregoriaanse datum.
Voor Godard Adriaan écht weg gaat heeft hij een korte missie in eigen land. Hiervan zijn twee brieven van Margaretha bewaard gebleven. Deze eerste brief dateert ze 1 juni / 22 mei 1676.
Tien dagen verschil
Het verschil van tien dagen heeft te maken met de overgang van de Juliaanse naar de Gregoriaanse kalender. In de katholieke gebieden van Europa was de Greogriaanse kalender eind 16e eeuw ingevoerd. In de protestantse landen pas later. Hierdoor liepen in de Republiek de twee kalenders ruim een eeuw naast elkaar. Zeeland, Brabant en Limburg gingen in 1582 al over, Holland in 1583. Pas in 1700/1701 gaan de overige provincies over.
Dit is de tweede keer dat Margaretha haar brief dubbel dateert. De eerste keer doet ze dit in 1667 en vanaf 1680 doet ze het structureel. De volgende brief is alleen 2 juni gedateerd, maar uit de brief wordt duidelijk dat hij een dat na deze brief gestuurd is. Daarom houden we hier 1 juni aan. De rest van 1676 is enkel gedateerd, dus we houden dan gewoon de datum op de brief aan. Of dat Juliaans of Gregoriaans is? Wie het weet mag het zeggen…
Invoering van de verbeterde Juliaanse kalender (= Gregoriaanse kalender), fragment uit: Tien voorstellingen met de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar 1700, Caspar Luyken, 1700 – 1708. Collectie Rijksmuseum.
Geld uit Utrecht
De brief begint met… bureaucratie. Het lijkt of de tijd heeft stilgestaan. Het gaat nu om geld dat uit Utrecht moet komen en het is dit keer niet voor haar man, maar voor haar zoon. Voor Godard van Reede van Ginkel, die door zijn moeder nog steeds ‘heer van ginckel’ genoemd wordt, waren de afgelopen paar jaren goed. Hij is in 1675 eindelijk tot wachtmeester-generaal van de cavalerie benoemd. In hetzelfde jaar benoemde Stadhouder Willem III hem ook tot luitenant-opperjagermeester van de Veluwe benoemd.
Jachtstoet op Het Loo – 2e helft 17e eeuw. Willem III en een hoge gast zitten in een calèche met opgezette kap, Romeijn de Hooghe, ca. 1700. Collectie Gelders Archief.
Toch lijkt het nu minder goed te gaan: Margaretha heeft het over een ongeluk. Wat voor ongeluk Van Ginkel precies gehad heeft wordt niet duidelijk. Margaretha heeft het over een ongelukkig toeval. Zou hij een hersenbloeding gehad hebben?
gistere van wttrecht koomen daer ick Eergistere naer middach naer toe ben gegaen om Eenige heere gedeputeerdees weegens de heer van ginckels be taelin van ses maende hoochge tracktement te versoecke door sijn ongeluckige toeval, heb ick uhEd meesijfve vande 30 meij ontfange, ick heb te wttrecht de heeren rhuijs1Pieter Ruijsch van suijlen2Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken berckesteijn3Jan van der Does schoonouwe4Frederik van Reede van Renswoude en de burgemeester nellisteijn5Johan van Nellesteyn den selfven avont gesproocken die bij mij alle quaemen, en moet bekenne mij seer beleefde lijck en kordaet beijeegende, naer mij Een komple =ment overt ongeluck vande heer van ginckel gemaeckt te hebbe, [seijde niet teegenstaende de kantoore heel]
De herbouw
We vallen ook gelijk midden in de herbouw. De metselaars zijn aan het werk, alleen is Margaretha bang dat ze niet genoeg grauwe stenen zullen hebben. En ze verwacht dat de oven pas over twee weken opgestookt kan worden. Die steenoven zullen we nog vaker tegen komen. De gigantische hoeveelheid bakstenen die nodig was voor de herbouw, werd voor het grootste deel ter plekke gebakken.
sien hoe ickt voort maeck, de metselaers sijn weer alle aent werck mijn meeste vrees is dat sij grauwe steen te kort sulle koomen ent sal noch wel 14 dage sijn Eerse den oven sulle beginne onder te stoocken, ick gistere Een
Metselaar, fragment uit: Vijf beroepen, anoniem, naar Jan Luyken, naar Caspar Luyken, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Er is nog een probleem: er moet nog hout komen uit Doesburg en dat komt via de IJssel en de Rijn. De schippers moeten nog wachten tot het hout in Doesburg is en dat is een probleem, want het water is aan het vallen. Margaretha maakt zich zorgen, want de hoop op ‘meiwater’ is nu voorbij. Met meiwater bedoelt ze waarschijnlijk goed gevulde rivieren door het smeltwater van de Alpen dat dan in ons deel van de Rijn aankomt.
daermeede het hout te saeme te doesburch sal sijn, so dat de schipers nu alleen opt water moete wachten dat men hier seijt weer aent vallen is en ben bekomert nu de hoop vant het meij water voor bij is dat mij daer door verleechge sulle sij
Brief van Zijn Hoogheid
Terwijl Margaretha schrijft ontvangt ze een brief van haar man en daardoor raakt ze bezorgd. Kennelijk heeft ze een brief van Willem III doorgestuurd, maar Godard Adriaan zegt er niets over. Ze besluit dus deze brief per expresse naar Nijmegen te sturen om daar te laten informeren wat er met die brief gebeurd is.
In de periode 1674/vroeg 1675 is er hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de herbouw. Eén van de belangrijke onderdelen is het samenstellen van een goed team. Een team dat de technische zaken van het bouwen kent, dat kan plannen, dat gevoel heeft voor wat er nodig is en een team dat kan samenwerken.
Schut en Rietvelt
Als Godard Adriaan in september 1676 vertrekt is dat team inmiddels in samengesteld en op elkaar ingespeeld. Twee belangrijke leden van het team zijn Schut en Rietvelt. Beide heren komen uit Amsterdam en het is niet helemaal duidelijk hoe de Van Reedes aan ze gekomen zijn. Hendrik Schut is kistenmaker en timmerman en Cornelis Rietvelt metselaar, maar je kunt hun taak meer zien als een soort aannemer.
Hendrik Schut
Schut woonde vlak bij de Nieuwe Herengracht, Margaretha zal hem niet als buurman hebben leren kennen, maar wellicht heeft hij wat aanpassingswerk voor haar gedaan toen ze daar zat. Het is ook heel goed mogelijk dat hij in het netwerk van de Amsterdamse bankier van de familie, Adriaan Temminck, zat. Als Godard Adriaan in het buitenland zit, is het Schut die tekeningen maakt ter verduidelijking. Bijvoorbeeld als het gaat over hoe de tegels op de vloer gelegd moeten worden. Later ambieert Schut nog de functie van ‘fabrieksmeester van Amsterdam’, een soort hoofd van Openbare Werken. Die functie wordt echter geschrapt. In 1692 zal Schut werken aan een (interne) verbouwing van het Goudse stadhuis. Daar werd hij de architect van het werk genoemd.
Cornelis Rietvelt
Over Rietvelt weten we ook erg weinig, eigenlijk nog minder dan over Schut. Feit is dat ze in de brieven bijna altijd aangeduid worden als het duo ‘Schut en Rietvelt’, daarom noem ik ze hier ook beide. Dan wennen we daar vast een beetje aan.
Op 18 mei 1675 leggen Johan Quint en Godard van den Doorslagh op verzoek van Godard Adriaan een verklaring af als getuigen van de brand, wat daar aan vooraf ging, en de geleden schade. Ze zijn plaatsvervangend drost en schout (Quint) en secretaris (Van den Doorslagh) van het gerechtsbestuur van de hoge heerlijkheid Amerongen.
1672: geen vuiltje aan de lucht
Ze beginnen helemaal aan het begin, zomer 1672. Kort na de Franse inval lijkt het allemaal nogal mee te gaan vallen. Koning Lodewijk bezoekt Amerongen, en zijn broer, de Hertog van Orleans, blijft zelfs enige dagen overnachten op het kasteel. Gedurende zijn verblijf gedraagt zijn gevolg zich keurig, ‘geen de minste schade’, niets aan het handje.
[den]
hartogh van Orleans sijn logement op’t huijs t’ Amerongen heeft genomen, en gedurende sijn verblijff aldaer, sulcken strickten ordre onder ’t volck was, dat doen ter tijt aen ’tselve huijs, hoven ende tuynen, mitsgaders des heeren van Amerongens goederen en plantagien geen de minste schade was gedaen, [Daer na als wij neffens]
Portret van Filips I, hertog van Orléans, Pieter van Schuppen, naar Charles Le Brun, 1670. Collectie Rijksmuseum.
Ophitsing
Waarom vonden ze het nodig om in de verklaring te vermelden dat de soldaten zich in 1672 netjes gedroegen? Zeer waarschijnlijk om extra te benadrukken dat de actie in maart 1673 geen standaard handelswijze was, maar een doelbewuste actie met een bepaalde reden: namelijk als sanctie voor het feit dat Godard Adriaan namens de Staten-Generaal op diplomatieke missie naar Berlijn was om bondgenoten te werven. Die beschuldiging wordt duidelijk bij een bezoek door Van den Doorslagh aan de secretaris van de Hertog van Luxemburg :
[…], vraegden mij denselven secretaris naer den heer van Amerongen, en horende dat ick mij daer van ignorant hielde1dat ik deed of ik het niet wist, wenckte mij met sijn vinger en seijde wij weten wel dat hij in Duijtslant is, ende de Duitse vorsten tegens onsen koningh ophitst en diergelijcke woorden […]
De beschuldigende vinger. Detail van Studie van een arm, Giuseppe Cesari, 1578 – 1640. Collectie Rijksmuseum.
Eerdere ontkenningen hadden niet geholpen. Van den Doorslagh krijgt bij dat bezoek nog wel een beschermingsbrief (sauvegarde) mee voor het dorp, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Dat heeft hij zelf in eerste instantie niet door, maar Margaretha wel zodra ze de brief leest.
Offer voor het landsbelang
Mede met deze getuigenverklaring kan Godard Adriaan aantonen dat de vernietiging van zijn bezit direct verband houdt met zijn diplomatieke werkzaamheden voor de Staten-Generaal. En dat is nodig om bij diezelfde Staten-Generaal een (gedeeltelijke) vergoeding los te krijgen. Het landsbelang kostte hem zijn kasteel, dus de opbouw van het kasteel mag het land ook wat kosten. De link met de diplomatieke missie komt in de verklaring veelvuldig terug. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de komst van zeer ongewenste logees.
[…] Ende na dat bij de France publicq geworden was dat den heere van Amerongen wegens haer ho:2hoog mo:3mogende de heeren Staten- Generael sich in Duijtslant onthield4in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was, sijn twee capitainen met hare compagnien van ’t regiment La Reijne
op’t huijs te Amerongen komen logeren, en hebben tselve in possessie genomen, verjagende de onderdanen daer van daen, seggende dat alle de goederen van den heer van Amerongen waren geconfisqueert om dat niet op sijn huys was gekomen […]
Die logees zijn een slimme zet van de Fransen want zo wordt de kip met de gouden eieren niet meteen geslacht, maar eerste kaalgeplukt en leeggezogen. De Amerongers moeten hen van eten en drinken voorzien: brood, vlees, wijn en wat niet al. Net zo lang tot er voor de inwoners en hun kinderen zelf ook niets meer te eten is en ze hongerig moeten wegtrekken. Tijd voor de kapiteins om maar weer eens elders kijken.
[… ] lieten door hare sergeanten en soldaten alle dagen broot, vlees, boter en andere spijse de inwoonders affhalen, so lange dat de inwoonders ten deele begonden met hun kinderen honger te lijden, om datse geen spijse konden bekomen. Waer over sij moesten op anderen plaetsen trecken, En die capitainen niets meer vindende sijn doen ook vertrocken. […]
Ruïneren en verbranden
Pas dan moet ook het kasteel er aan geloven. Twaalf ruiters van de lijfwacht van de Hertog van Luxemburg komen eind februari 1673 met de opdracht het kasteel te vernietigen. Bossen hout en stro worden door het hele huis en in de torens verspreid en bovenin aangestoken. Het huis brandt tot de grond toe af.
[…] Daarna is in Februarij 1673 een Edelman ofte Officier genaemt La Fosse van de Lijffgarde van den Hartogh van Luxenburg met 10 a 12 Ruijters op den Huijse en Slote van Amerongen gekomen, seggende tegens die opgesetenen die daer weder opgevlucht waren, dat zij ordre hadde om t selve huijs te ruineren en te verbranden, ende dat ider daer van soude trecken, en hebben deselfde Franssen al voort bossen hout en strooij gedragen, boven in de Toorens en door het geheele Huijs, en het bovenste eerst aen brandt gesteecken en van boven tot beneden geheel afgebrandt […]
Alle gebouwen op de voorburcht vallen ook ten prooi aan de vlammen, ondanks pogingen van de Amerongers om dat tegen te houden door een som geld te bieden. De getuigen laten niet na de reactie van de Franse officier te citeren waarin de link met Godard Adriaans opdracht duidelijk is:
[al mede affgebrant,] niet tegenstaande dat de inwoonders te vooren een groote somme gelts presenteerde, dat het niet gebrandt soude worden maar dien officier sijde dat hij geen verschoninge vermochte te doen, onder andere, om dat den heer
van Amerongen tegens de interesse van den koninck van Vranckrijck ageerde. […]
Kaalgevroten en omgekapt
Met de omringende landerijen wisten de uitvoerders van de wraak van de koning ook wel raad. Ze werden gebruikt als nieuwe weidegronden voor een groot deel van het vee dat elders in de provincie gestolen was: honderden karrepaarden, tientallen ossen en duizenden schapen kwamen de boel kaalvreten, en alle bomen en struiken werden omgehakt.
[van Vranckrijck ageerde] Na welcke tijt op de goederen ende weijlanden van welgemelte Heere van Amerongen sijn gekomen, eerst eenige honderden karpeerden5karrepaarden, daer na ontrent 50: a 60: ossen en ettelijcke duijsenden schapen, die men doen seijde dat den Intendant Robert toe behoorden6waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren, ende wierden doen ook de bosschen ende plantagien van meergemelte heere van Amerongen affgekapt. [Hier ons gevraegdt]
Quint en Van den Doorslagh zeggen in hun getuigenis desgevraagd geen precieze inschatting van de schade te kunnen geven. Maar op hun ‘vromigheid’ verklaren ze dat ze na raadpleging van deskundigen zoals timmerlieden en metselaars op een bedrag van meer dan honderdduizend gulden komen. Van die timmerlieden en metselaars is ook een eigen verklaring bekend, waar meer details over de soort schade in zijn opgenomen. Die gaan we nog zien.
[daer aenbehorende, wel zouden estimeren.] Soo hebben wij stelve soo pertinent niet konnen doen. Maer verklaren bij onse vroomigheijt na dat wij ‘tselve met verscheijde timmerluijden en metselaers hadden overleijd, dat onses oordeels diergelijcken, soo als het voors. huijs en voorburgh, voor het affbranden is geweest, wel over de hondert duijsent gulden soude kosten, […]
Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen, Izaak Jansz. de Wit, naar Jacob Cats, 1807. Collectie Rijksmuseum
1
dat ik deed of ik het niet wist,
2
hoog
3
mogende
4
in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was,
5
karrepaarden,
6
waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren,
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep