Sinds de vorige brief van Margaretha is er niks veranderlijxs voorgevallen dus ze heeft niet veel te schrijven. De timmerlieden hebben nog wel werk voor een week, de metselaars nog voor een paar dagen. Margaretha zal blij zijn als ze van de mannen af is, want ze is bekaf.
Ameronge den 28 Novem 1676 [rec: 4 dec 1676]
Mijn heer en lieste hartge
sint mijne laeste met de laeste post geschreefve is hier is hier niet veranderlijxs voorgevalle, de timerli hebbe noch rijcklijck de toekoomende weeck werck, ende metselaers noch 3 a 4 dage, dan sullensij al de scheijt booge in kelders geslage hebbe, daermeede wij voor deese winter wt het metselen sulle scheijde ick bent so moeij dat ickt niet langer sien mach
De zuidgrens van Utrecht langs de Nederrijn/Lek van Amerongen tot Vreeswijk. Fragment uit: Kaart van Utrecht (Ultraictum Dominium), Joan Blaeu, 1630-1645. Collectie: Het Utrechts Archief.
Lood
In de vorige brief was de secretaris gaan kijken bij het lood dat aan de Vaartse Rijn lag. Het blijkt dat het lood met lichters (lichtere schepen) opgehaald moet worden. Dat kost niet alleen tijd, maar ook geld. De Vaartse Rijn komt bij Vreeswijk, tegenover Vianen, uit in de Lek. Dat is nogal een afstand van Amerongen en dat lood, dat is waarschijnlijk loodzwaar (ja, flauwe grap, maar iemand moet hem maken). Aangezien het water in de rivier laag staat, moet het lood overgeladen worden op een boot met minder diepgang: een lichter. Dit kost natuurlijk allemaal geld en maandag willen ze beginnen met de goten…
, nu ist loot wt den haech gekoome en op gereeden datse en maendach inde gooten sulle beginne te leggen, ick moet alt loot met lichters vande vaert laeten haellen dat kostlijck valt, maer wat sal ick doen wij moetent nu hebbe om de muere te konserveeren, dat van Amsterdam verwacht ick ock met Een lichter, [nu sal de]
Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk met in het midden de sluis. L.P. Serrurier, ca. 1730. Collectie Het Utrechts Archief
Steen met wormen
Als opstapje naar haar volgende verhaal gebruikt Margaretha de steenhouwer, Jan Prang. Hij moet toch inmiddels wel in Bremen aangekomen zijn? Ze hoopt daarover te lezen in Godard Adriaans brieven. De vraag die natuurlijk eigenlijk op haar lippen brandt: “Snap je nu eindelijk die tekeningen?”, maar ze houdt zich in.
Margaretha heeft gehoord van een soort hardsteen die nogal slap is en waar de worm in komt. Ze heeft het er met Jan Prang over gehad en die had het precies uitgelegd: het is de steen boven in de rotsen die wat makkelijker te bewerken is. In ieder geval moet Godard Adriaan daar wel rekening mee houden nu hij druk bezig is met het bestellen van stenen!
verwacht ick ock met Een lichter, nu sal de steen houder ijan prang al tot breeme sijn aen gekoomen, het welcke verlange wt uhEd briefve te sien, ick weet niet wel of ick geschreefve heb dat men hier seijt datter Een soort van st hartsteen is die seer weeck valt en daer de wurm in is of komt, daer die gans niet dueraebel is en seer in watert, daer uhEd int koope op ver
docht belieft te sijn, hebder met ijan prange van gesproocke die seijt het steen is die boven inde rotse sit en dickmael gebruijckt wort om datse sachter int houwe valt, [de heer van ginckel die Eene]
Werklieden in een steengroeve, Hermanus Petrus Schouten, 1757 – 1822. Collectie Rijksmuseum.
En trouwens
En weer gebruikt Margaretha een bruggetje om bij haar echte punt te komen. Van Ginkel is langs geweest. Hij is naar Middachten en Stadhouder Willem III is naar Den Haag en daarna naar Zeeland. Zijn Hoogheid had trouwens aan Van Ginkel gevraagd waarom hij al een tijd geen brieven van Godard Adriaan gehad had… Om maar gelijk weer door te gaan zodat het alleen maar een neutrale opmerking lijkt: het salaris dat voor Van Ginkel bedacht is in de Staat van Oorlog valt onder de provincie Utrecht. Margaretha twijfelt er niet aan dat die hem daar graag voor aannemen.
[int houwe valt,] de heer van ginckel die Eene nacht hier geweest is, is heede weer naer Middachten gegaen, en sijn hoocheijt naer den haech met intensie om voort naer seelant te gaen, sijn hoocheijt vraechde aende heer van ginckel waer uhEd was of deselfve aen hem in Eenigen tijt niet geschreefve heeft en dat hijt daerom vraechde weet ick niet, de heer van ginckel is met sijn hooch tracktement opde provinsi van wttrecht gestelt, twijfele niet of se sullen hem daer aeneemen, [voort ist hier]
Margaretha valt maar gelijk met de brief in huis: steenhouwer Jan Prang moet toch inmiddels in Bremen aangekomen zijn. En hij heeft de tekeningen bij zich. Ze is benieuwd wat hij ervan vindt. Of is ze benieuwd of hij het nu eindelijk wel begrijpt? Ze zegt het niet letterlijk. De werkbazen zijn in ieder geval van mening dat ze alles nauwgezet getekend hebben én goed uitgelegd.
Ameronge den 25 Novem 1676 [rec: 30. dito] Mijn heer en lieste hartge
heeden heb ick uhEd aengenaeme vande 21 deeser ontfange, hoope den steenhouder ijan prang nu haest weer te breeme sal sijn, mij verlanckt hoe uhEd de teijckenin van onse werck baese al hier en haer konsideraesie1Consideratie: overweging sal aenstaen, sij meenen wel pertinent2Pertinent: nauwkeurig op gestelt en haere meijninge wel ge= Exspliseert3Expliceren: uitleggen, toelichten te hebbe, [sijn hoocheijt is weer op soes]
Architectuur, Jan Balzer (mogelijk), naar Johann Kleinhard, 1772. Collectie Rijksmuseum.
Zijn Hoogheid
De Prins van Oranje is op Soestdijk, maar moet naar Zeeland. Daar liggen ze overhoop en er is zoveel onenigheid dat die arme Prins nauwelijks rust krijgt. Maar er is ook goed nieuws van de Prins! Volgens schoondochter Philippota had hij tegen haar man gezegd dat hij op de Staat van Oorlog4Begroting van de Staten Generaal stond met het salaris van commissaris-generaal. Hij had het op een “obligante” manier gezegd.
Waarschijnlijk is obligant een afgeleide vorm van het werkwoord obligeren, dat Margaretha ook vaak gebruikt. Het woord obligeren is al lastig en was waarschijnlijk in Margaretha’s tijd al ouderwets. De vorm obligant als afgeleide van een werkwoord is ook niet iets waar we nu dagelijks mee werken, dus het is een beetje puzzelen. Ik vergelijk het maar met vigileren (opletten, waken als in waakzaam zijn) en vigilant (oplettend, waakzaam). Dan wil obligant zeggen dat Willem III verplicht voelde, verbonden. Ik vermoed dat hier obligant uit een verplichtheid door Van Ginkels verbondenheid en staat van dienst voortkomt en dus vooral positief is. Ik sta open voor uitleg door iemand die er echt iets van snapt!
Hoe dan ook, Margaretha vindt dat Van Ginkel zijn nieuwe traktement aan Zijn Hoogheid en God te danken heeft. Nu maar hopen dat hij in de gunst van de Prins blijft.
[Exspliseert te hebbe,] sijn hoocheijt is weer op soes dijck doch so geseijt wort niet voor lange en sal hij van meeninge sijn om naer seelant te gaen daerse so men seijt heel wat overhoop leggen tis bedroeft dat me van so veel onEenicheijt hoort en sijn hoocheijt so weijnich ruste heeft, van heeten hee de vrou van ginckel schrijft dat sijn hoocheijt aen haer man op Een seer oblijggante5Obligant: verplicht zijnd manier had geseijt dat hij heer van ginckel op de staet van oorlooch met sijn tracktement6Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt als fersg kom misaeris generael is gestelt, het welcke hij alle sijn hoocheijt heeft naest godt te dancken, is hem wel geoblijgeert7Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen, en geluckich de gunste van hoochge
melte hoocheijt te hebbe, waer in hoope hij gekonserweert sal blijfve, de graef van waldeck is gisteren hier door
Het is vriesweer, maar het is helemaal niet koud. Daardoor schiet het werk op het dak lekker op. Het enige dat vervelend is, is dat het lood er nog niet is. Er schijnt een deel aan de vaart8Vaartsche Rijn te liggen, de secretaris gaat daar eens polshoogte nemen en kijken hoe het naar Amerongen kan komen. Maar er is ook nog een Arnhemse schipper die lood heeft, waar die is is onduidelijk. Het zou fijn zijn als het allemaal tegelijk naar Amerongen komt. Daarvoor is dan een minder diepliggend schip nodig, want het water staat laag op de rivier. Twee Utrechtse voeten, dat is maar 55 cm…
[gepasseert geloofve hij naer duijtslant gaet,] de vorst hout noch al aen en is Evewel gans niet kout ent schoonste weer vande werlt op ons werck, hadde wij maer het loot hier dat ten deelle aende vaertleijt derwaerts ick de seekreetaris heb gesonde om te sien hoe wijt best hier sulle krijgen en ock te verneeme waer den Aernhemse schipper die ock loot voor ons in heeft is, op dat wijt saeme hier mochte krijge t sij met Een lichter of Een kleijn vaertuijch so hijt best voort kan krijgen, daer is geen twee voet water op de reevier daertoe kontraeijreije wint, ent loot moet inde gooten Eert aent reegene komt, tis ge =luck dat de deelen so drooch opt huijs en in Een koomen, [tis mij lief uhed aent beson]
Zeilschepen op een rivier, Anthonij van der Haer, naar Pieter Coopse, ca. 1745 – 1785. Collectie Rijksmuseum.
Besogneren
Op de valreep toont Margaretha nog even interesse in het werk van haar man, maar ze hoopt wel dat het op een eind zal lopen. En dus dat hij weer thuis zal komen…
[Een koomen,] tis mij lief uhed aent beson= ijeere9Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren is hoopen nu uhEd aent werck is het haest op Een Ent sal loopen, waer meede blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
so schrijft beusekom dat de heer van ginckel tot wttrecht is en merge hier sal sijn geloof sijn hoocheijt weer naer den haech is, Antge en fritge reniera en godertge kusse groote papa de hande de leste wort sterck
Kinderen spelend met rolkar, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1779. Collectie Rijksmuseum.
Er was weer eens wat gedoe met de post, dus Margaretha heeft besloten haar brief een dag eerder op de post te doen dan gewoonlijk. Er is vooral veel te melden over het huis, en dan met name over het dak.
Ameronge den 18 Novem 1676 [rec: 23. dito] Mijn heer en lieste hartge
Eergistere heb ick uhEd met de post geschreefve die van heetere schrijft Een moment te laet en naert afrijde vande post was aengekoomen so dat die met de naeste post Eerst afgaen kan, om dat intoekoomende voor te koome send ick deese Een dach vroechger[, gisteren is den steenhoude]
Steenhouder Jan Prang is naar Bremen vertrokken met de memorie die de secretaris heeft opgesteld. Aan de steenhouder is met behulp van de tekening die Schut heeft gemaakt uitgelegd wat voor steen er nodig is. Hopelijk begrijpt Godard Adriaan de tekening met de toevoeging van de secretaris nu eindelijk wél…
[Een dach vroechger,] gisteren is den steenhoude ijan prang weer van hier naer breemen ver trocken die bij ons alles bester weeten alles hier wel heeft besien en is hem wel pertinent alles aengeweesen, daer schut de teijckenine ende sekreetaris Een Memoorije van heeft gemaeckt het welcke hem prang meede gegeefven is, hoope uhEd so wel de teijckenine van schut als de memoorije vande sekreetaris sal kon ne vatten en verstaen[, heede heb ick uhEd]
Droog en nat hout
Godard Adriaan heeft kennelijk gevraagd naar het hout voor de kap van het huis. Alle delen die van de winter in de schuur zijn gelegd zijn inmiddels droog genoeg, antwoordt Margaretha hem. Deze delen worden op het dak gelegd en vastgespijkerd. Maar het hout van afgelopen zomer is nog niet droog genoeg.
[=ne vatten en verstaen,] heede heb ick uhEd mesiefve vande 14 deeser ontfange waer op tot
Antwoort dient dat al de deelen die over winter hier inde schuer tot de kap sijn gereet gemaeckt, drooch genoech sijn en diese nu opt dack beginne te legge en vast te spijckeren, maer de deelle die deese soomer hoewel sij al inde voorsoomer meest gesaecht sijn, so sijn die niet droochgenoech om vast te legge
Een tussenoplossing
Uiteraard moet het dak wel dichtgemaakt worden, dus het hout gaat wel gebruikt worden. Het plan is nu om de houten planken op de balken van de kapconstructie te leggen en goed en stevig aan te drukken. Schut zegt dat de houten delen op deze manier goed kunnen drogen. In het voorjaar kunnen ze dan definitief vastgezet worden. De droge delen zullen worden gebruikt voor de middelste kap. Vervolgens kan de leidekker aan de slag.
men sal die op wervels legge en dicht aen en in Een drijfve en slaen so dat het dack dicht sal weesen, en so schut seijt de deelle ondertusche so droochge, datse int voor ijaer bequaem sulle weesen om vast te legge, met de droochge deelle sullense de middelste kap decken daer de leijdecker dan de leijen op kan legge en over winter alst goet weer is aen te wercke koomen daer hij voor Eerst genoech aen te doen sal vinden[, nu wacht men naert loot om de goote]
Het lood voor de dakgoot laat nog op zich wachten: de levering wordt vertraagd door de stevige wind. De rekening van de loodgieter uit Amsterdam is wél binnen: 16571 pont voor 876 gulden en 9 stuivers. Temminck heeft er wat af weten te krijgen, zodat er slechts voor 10465 pond betaald hoeft te worden. Daarnaast moet er nog lood uit Den Haag en Rotterdam komen, maar Margaretha heeft geen idee hoeveel dat weegt of wat de kosten zullen bedragen. Het lood uit Amsterdam moet Margaretha meteen betalen, en ook de rekening van het lood uit Den Haag en Rotterdam verwacht ze eerdaags op de mat te krijgen. Voor dit lood heeft ze echter al 200 ducatons betaald, dus de rekening zal wel meevallen. (Eén ducaton is ongeveer 63 stuivers waard, en er gaan 20 stuivers in één gulden, dus reken maar na.) Dit lood komt vermoedelijk morgen of overmorgen binnen. Als het tenminste meezit met de wind…
[vinden,] nu wacht men naert loot om de goote te legge dat onderweege is en door kontraijrij
wint niet op kan koomen, de reeckenin vande loot gieter van Amsterdam heb ick deesen avont ontfange die 16571 pont loot scheep heeft gedaen, daer op hij Een persent door perswaesge van Monseur teminck toe geeft so dat hij maer 10465 pont en reeckent het welcke in gelt bedraecht de som van 876f 9 stuij het welcke pront betaelt moet worde, daer ick ordere toe heb gestelt, hoeveel het loot dat wt den haech of van rotterdam komt sal weechge en ingelt bedrage staet noch te sien verwachte die reeckenin ock alle daech en daer heb ick twee hondert duijcka tons op de hant gegeefven, dit loot heeft den Aernhemse schipper in die ick hier verwacht merge of wtterlijck overmerge so de wint die nu oost is wil dienen[, wij hebbe inde voor=]
Zuidelijke zakgoot, A.J. van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op verschillende plekken ligt lood op het dak. Onder het hout tussen de beide daken, ligt een brede dakgoot die bekleed is met lood.
Schoonste weer van werlt
Op de harde wind na is het schitterend weer! Vorige week viel er nog wat regen, maar nu hebben we al twee dagen op rij vorst. Margaretha noemt het zelfs ‘het schoonste weer van werlt’. Als dit weer aanhoudt, kunnen de werklieden flink doorpakken, en is het dak binnenkort klaar!
[die nu oost is wil dienen,] wij hebbe inde voor= leedene weeck hier ock wat reegen gehadt maer van geen beduijde, en nu heeft het weer twee dage gevrooren ent schoonste weer van werlt gehadt moogen wij dat
noch Eenige dagen houden so ist huijs onder dack, maer weet niet hoe wijt loot met deese wint hier krijge[, so dat voort Een goet is]
Margaretha beklaagt de arme Temminck. Men wil met gloeiende nijptangen in de weer gaan! Wat is er precies met Temminck gebeurd? Dat blijft wat vaag in haar brief, maar het lijkt erop dat er iets mis is gegaan tijdens een poging Temmincks tanden te trekken. Misschien heeft hij een nare ontsteking opgelopen. Wat het ook is, het klinkt pijnlijk…
[mocht weeten of sien,] den armen temiminck beklaech ick van harten datter so qualijck aen is met sijn acksident daer de meesters nu met gloeijende nijptange aen wille, dat is van tande wt te trecke gekoomen[, met de naeste]
Nog geen uur nadat Margaretha haar vorige brief vrijdag met de post mee gaf, stond Jan Prang, de door Godard Adriaan aangekondigde steenhouwer uit Bremen, op de stoep. Hij is de afgelopen dagen druk met Schut, Rietveld en de secretaris bezig geweest om het werk te bekijken en te bespreken waar het hardsteen het beste kon worden toegepast
Ameronge den 16 Novem 1676 [rec. 19. dito]
Mijn heer en lieste hartge
voorleedene vrijdach ontrent Een Eure naert afgaen van mijn mesiefve aen uhEd, quan ijan pran den steenhouder die mij uhEd schrij – en die aende sekreetaris heeft behandicht, hij meester schut rietfelt ende sekreetaris so die alle hier sijn, sijn alle daechge beesich met het werck te besien en te overlegge wat hartsteen der verEijst wort, [de lijst boven omt huijs van]
De hardsteen bij één van de vensters aan de zuidkant van het kasteel. Foto: Annemiek Barnouw
Hardsteen onder de vensters
Hardsteen gebruiken voor de daklijst kan al niet meer, omdat de kap er al op ligt. Maar in plaats van de rollaag onder de vensters kan het nog wel. Een rollaag is een laag bakstenen die vertikaal ligt. Vergeleken met metselwerk is hardsteen duurzaam (“een eeuwig werk”), want het zal een stuk beter bestand zijn tegen inwateren. En het kan voor een rijksdaalder per raam, terwijl de kosten voor een gemetselde rollaag hoger zijn, heeft de steenhouwer Margaretha voorgerekend.
[=leijt is] oordeelle beijde baese so wel schut als rietvelt dat best van hartsteen in plaets vande rollaech van metselsteen, om reeden dat de hartsteen niet in sal wateren en Euwich werck sal sijn, en dat het minder sal koste alsde metselsteen, want naert segge van deese meester sal ijder venster stuck met steen en arbeijts loon naulijcke Een rijxsdal koste, en Een metslaer heeft Een heelle dach werck om de rollaech voor ijder venster te legge en die heeft Een daelders daechs dan moet me de steen kalck en sement reeckenen, so dat dit voor geen rijxsdael kan gemaeckt worde
Willem III, prins van Oranje-Nassau, proefslag van een rijksdaalder, geslagen nadat de Fransen de stad verlaten hadden, Dirk Bosch (toegeschreven aan), 1673. Collectie Rijksmuseum.
Balkon aan de zuidzijde van het kasteel vanuit het naastgelegen raam. Foto: Annemiek Barnouw.
Hout voor de balkons
Voor de ‘zerken’ van de balkons is hardsteen niet geschikt, daar zijn de drie heren het over eens. Veel te zwaar, zeker boven de poort aan de oostkant, want die is van Bentheimer zandsteen, en dat zal het gewicht niet kunnen dragen. Gekozen wordt voor hout. Waarschijnlijk bedoelt Margaretha met de zerken het deel van het balkon waar je op staat. Op de foto is te zien dat het balkon slechts leunt op de bakstenen pilaster die tegen de gevel aan gemetseld is.
de sercken tot de balckons vinde geen van baese goet ock de steen houder selfs niet wt reeden datse te swaer sijn het werck die niet wel soude konne dragen insonderheijt de balkon int ooste die recht over de voordeur komt de wijlle die poort van bentomer steen is seijt de steenhouder prang dat het die swaerte niet kan lijde, en wort best van hout gevonden [de vloersteene oordeellense]
Zuidzijde van het kasteel. Foto: Annemiek Barnouw. Het balkon heeft bakstenen pilasters en leunt verder niet op pilaren. Daarom moet het stavlak van het het balkon niet te zwaar zijn.
Rechte rijen op de vloer
Hoewel vloeren in een mooi schuin ruitpatroon in de mode zijn, adviseren de heren om de vloerstenen toch gewoon horizontaal te leggen. In een ruit patroon leggen kost veel meer stenen die op maat moeten worden gehakt. (Je krijgt aan de zijkant immers heel veel halve stenen). Vervanging van een steen in de toekomst is ook moeilijker.
[hout gevonden] de vloersteene, oordeellense ock beeter vierkant als ruijtsgewijs geleijt om dater ruijtsgewijs te veel steene ver hackt worde en ock int breecke van Een steen so wel niet weer kan ingestopt worde alsmet moeijte en kosten [ock moetmen int]
Schut zal voor perfecte tekeningen zorgen. Maar Margaretha laat de toelichting daarop en wat er verder allemaal besproken wordt door de secretaris opschrijven, zodat Godard Adriaan het niet meer hoeft te doen met Schuts eigen warrige proza. Margartha zal alles nog eens aandachtig doorlezen, en dan kunnen tekeningen en toelichting morgen meteen meegegeven worden met de steenhouwer, terug naar Bremen.
[hebbe,] de sekreetaris heb ick belast alles pertinen te anoteere schut maeckt noch van alles so hij seijt perfeckte teeckenine dat alles ge= daen sijnde sal ickt met aendacht naer sien, en uhEd door den steenhouder die merge weer van hier nae breeme gaet toesende,
Een vrouw met een kind in een kelderkamer, Pieter de Hooch, ca. 1656 – ca. 1660. Collectie Rijksmuseum. Voor liggen de tegels ‘vierkant’, in de kamer achter in een ruitpatroon.
Hutspot voor een hoge gast
Zoon Godard is alsnog met prins Willem naar Den Haag. Margaretha hoopt dat hem dat wat zal opleveren, carrière technisch gezien. Dat haar man de ambassadeurs in Bremen rijk heeft getrakteerd is allemaal goed en wel, maar het zijn geen prinsen van Oranje. Baas boven baas: De echte prins van Oranje kreeg een paar dagen terug op Amerongen van dienstbode Visbach, varkenshutspot met knollen en ossenworst. Hij schijnt er zeer over te spreken te zijn geweest, want in zijn jachtpaleis in Dieren had hij het nog over de worst. Ze hebben er toen nog speciaal wat extra uit Middachten laten halen!
[hij wat opdoen sal,] dat uhEd de Ambasadeures en afgesante aldaer so manifijckmagnifiek heeft getrack teer is heel wel, maer dat sijn geen prinse van oransge en dat heeft mijn visbach in mijn apsensi hier gedaen op Een verkenshuts =pot met knolle en een worst van os di ick geslacht heb daer hij scheen heel wel mee te vreede te sijn want sprack noch te dier =ren vande worst die hij hier gegeeten had en sij noch van Middachte lieten haelle die ick daer gesonde had, hiermeede blijfve uhEd getrouwe wijff MTurnor
Margaretha is naar Utrecht geweest om de financiën te regelen. Kennelijk wordt Godard Adriaan betaald door zowel de Staten van Utrecht als door de Ridderschap. Van de Staten van Utrecht hebben ze nog een kwart jaarsalaris tegoed en bij de Ridderschap een heel jaarsalaris. Alleen is bij die laatste voor kerstmis niets te verwachten.
Ameronge den 13 Novem 1676 [rec 19. dito] Mijn heer en lieste hartge
ick ben twee dage tot wttrecht geweest om te sien of daer Eenich gelt weegens uhEd tracktement bij de staete daer ons maer Een vierendeel ijaers staet te ontfange, en bij de heere Edele daer ons nu Een vol ijaer goets is, was te bekoome, maer te vergeefs, bij de Eerste sal in korte wel gelt sijn, maer bij de ridder = schap is niet voor in ijanwa of naer kors = =mis te verwachte, [de heer van schoonouwe]
“Het Neder Sticht van / UTRECHT / bestaet uyt dese drie Leden / Het 1e. Uyt acht Gecommitteerde van de Vijf Capittelen, / Het 2e. Uyt de Edelen ofte Ridderschap, / Het 3e. Uyt de Regeerders der Vyf Steden, / maeckende te samen de Opperhoocheyt deser Provintie, welcker / namen en wapenteeckenen alhier werden vertoont.”, anoniem, 1650-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
Bender in en moeter mee deur
Nu de nok op het dak zit, zijn er dakgoten nodig, dus Margaretha moet het lood kunnen betalen. Ze heeft een lening moeten nemen met de obligatie als onderpand. Het is heel vervelend, maar ze is er nu in en moet er dus mee door.
mij Eenich te geefve, daer bij deese ockasie dat het huijs nu onder dack moet ick niet naer kan wachten, want het loot moeter
sijn en pront betaelt worden, daer om dan ge – nootsaeck ben geweest de som van twee duij sent gul te neegoosgeere daer toe last heb gegeefve en sal weer Een oblijgasi van drij duijsent gulde in ostadie moeten gaen het doet mij wel leet maer bender nu in en moeter mee deur, [het doet mij te lee]
Inmiddels heeft ze echter een brief van Godard Adriaan gehad, waarin hij expliciet zegt dat ze geen lening af moet sluiten. Het is natuurlijk niks voor Margaretha om niet naar haar man te luisteren. Dus nu doet het haar leeder dan leed. Er lag nog 1000 gulden bij Temminck, maar daar zou ze niet genoeg aan hebben. Bovendien is er hout vanuit Anholt onderweg en dat moet in Hamburg betaald worden. Temminck stuurt het geld naar Godard Adriaan, dus als Margaretha die 1000 gulden op zou maken, zou Godard Adriaan niets krijgen.
[en moeter mee deur,] het doet mij te lee =der om dat ick wt uhEd aengenaeme vande 7 deeser die heede eerst heb ontfange sien deselfve niet garen had ick meer geltop die oblijgasie nam, dien brief quam wat te laet ock kost ick met de duijsent gul die onder teminck leijt niet toe, en sal uhEd die niet konne misse, so wij het ten holtse hout noch te verwachte hebbe sal te hamburch weer gelt moeten sijn, [so ick den]
Aangemeerd schip en een lading boomstammen, anoniem, 1880 – 1920. Collectie Rijksmuseum.
Steenhouwer
Kennelijk heeft Godard Adriaan ook geschreven dat hij een steenhouwer uit Bremen naar Amerongen heeft gestuurd. Margaretha heeft nog niets van hem vernomen, maar als hij er is, zal ze alles met hem, Schut en Rietvelt overleggen. Ze zegt het niet hardop, maar waarschijnlijk hoopt ze dat dat een deel van de verwarring zal oplossen.
[weer gelt moeten sijn,] so ick den steenhouder van breeme gesonde verneeme noch niet sal hem ver wachte, hierkoomende sal allesmet
hem schut die weer hier is en rietvelt over legge, [gistere naer middach weer hier]
Verrassing!
Toen Margaretha terug kwam uit Utrecht, wachtte haar en verrassing. Ze trof niemand minder dan Zijne Hoogheid de prins van Oranje die haar bouwplaats aan het bewonderen was. Nog een geluk dat Margaretha haar Visbach bij de zieke Godertge thuis gelaten had. Ze had pas om tien uur geweten dat de prins met een klein gevolg zou komen en had hem toch een goede maaltijd voor gezet. Met zijn volle buik was hij het kasteel in aanbouw aan het bekijken en hij herhaalde maar dat het een zeer schoon gebouw is…
legge, gistere naer middach weer hier koomende vont ick sijn hoocheijt, die smid =daechs hier inhuijs had gegeeten niemant bij hem hebbende als bentin1Hans Willem Bentinck ouwerker =cke2Hendrik van Nassau Ouwerkerk en twee graefges van van nassou het kleijne graefge met sijn broedert het was geluck dat ick visbach bij godertge had thuijs gelaeten, die van sijn hoocheijts komste niet voor smergens te tien Euren had geweeten ick vont hem opt werck dat hij wel door sach en seijde hem heelwel aente staen reepeteerende wel 2 a 3 mael dat het Een seer schoon gebou is, [hij]
Stadhouder Willem III te paard naar links, anoniem, 1688 – 1698. Collectie Rijksmuseum.
Ontslag
Margaretha heeft zoveel pijn aan haar tanden dat het haar niet lukt om verder te schrijven. Gelukkig weet ze er nog wel een naschrift uit te persen met wat positief financieel nieuws: ze kan de metselaars ontslaan zodra de scheidbogen in de kelder klaar zijn! De dagen worden korter, dus ze doen steeds minder terwijl de daghuren gelijk blijven. Ach, en Voetius is overleden…
Eer hij van hier reedt en heel quaet weer, nu moet ick dees Eijndige heb sulcke pijn in mijn tande dat niet weet waer mij berge sal kan de pen niet langer voeren blijf
uhEd getrouwe wijff MTunor
met dit quaet weer en korte dagen So haest de scheijt booge geslage sijn sal de metselaers kasseere want sij bedrijfven weijnich en de dachhueren gaen om de reeckenine loopen hooch
den heer voetsius is is overleeden was 88 ijaeren out
Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665. Collectie Het Utrechts Archief
Nu snapt Godard Adriaan een tekening van Schut alwéér niet! Schut kan inderdaad niet echt begrijpelijk schrijven, vindt Margaretha, en bovendien heeft Schut de tekeningen vanuit Amsterdam verzonden, zodat er geen toelichting van de secretaris aan toe kon worden gevoegd. Ondertussen is de prijs van de Amsterdamse stenen niet bekend, want de Amsterdamse steenhouwers willen geen prijs meer noemen nu ze doorkrijgen dat het bouwteam ook in Bremen stenen bestelt. Maar het werk gaat door, hoog in de lucht, en onder de grond: de kap is op zijn definitieve hoogte gekomen en ook in de kelder wordt nog gewerkt zolang het weer mooi blijft.
[rec. 12 dito] Ameronge den 8 Novem 1676
Mijn heer en lieste hartge het is mij leet wt uhEd vande 4 deeser te sien hij al weer de toegesondene teeckenine niet verstaet , tis waer schut sijn briefve sijn niet wel te verstaen, en hij weet de prijs vande harteene niet, geloof ock nu de steenhouders tot Amsterdam beginne te mercken datter steen tot breeme gekocht wort sij niet recht de prijs daer van wille seggen, ock is schut tot Amsterdam geweest doen hij die teeckeni sont daerom de sekreetaris de meeninge daer van daer niet op konde stellen, [tis]
Ontwerp voor het voorblad van het boek Turris Babel, sive Archontologia, van A. Kircher, Gerard de Lairesse, ca. 1679. Collectie Rijksmuseum
Eerste vereiste: begrip
Wat Margaretha betreft doet het er niet echt toe te weten wat de prijs in Amsterdam is, aangezien het in Bremen inclusief bewerking zeer waarschijnlijk voordeliger zal zijn. Het is veel belangrijker dat Godard Adriaan de tekeningen en de maten die er op staan begrijpt. Dan weet hij immers ook om wat voor orde van grootte het gaat en dat heeft weer invloed op de kosten.
[daer van daer niet op konde stellen,] tis seecker dat de hartsteen in haer selfve tot breeme en ock die te bearbeijde tot breeme veel beeter koop is als tot Amsterdam , daer om mijns oordeels weijnich aen geleechge is of men niet recht de prijs weet wat die tot Amsterdam gelt, als uhEd maer te
recht de maet en teeckenine konde verstaen,
Afwachten in Middachten
Over nog meer geld gaat het in de Raad van State, waar prins Willem onderhandelt over de ‘Staat van Oorlog’. Dit is de landsbegroting, die voornamelijk de financiering van het leger betreft. Het besprokene kan van belang zijn voor zoon Godard. De prins heeft beloofd dat hij zal kijken of hij Godards salaris voor zijn post als majoor ter sprake kan brengen. Maar zijne hoogheid heeft natuurlijk genoeg aan zijn hoofd, dus Margaretha is bang dat dat er wel eens bij in zou kunnen schieten. Als het aan haar lag was Godard nu in Den Haag om zich van de prinselijke voorspraak te verzekeren. In plaats daarvan zit hij passief af te wachten in Middachten.
en dat sijn hoocheijt inde raet van staten over den staet van oorlooch besonijeert1Besogneren: Raadslagen, onderhandelen mijns oordeels behoorde de heer van gincke
nu inde haech te sijn te meer om dat sijn hoocheij hem belooft heeft te sien hem met sijn ma= =ijoors tracktement daer op te brenge, maer blijft hij op Middachte salt wel vergeeten worden, [nu brenge de timerliede de vaen]
Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus, Ferdinand Bol, 1660 – 1663. Collectie Rijksmuseum.
Pannenbier
De kap is klaar! Het hoogste punt is bereikt en de timmerlieden hebben een vlag op het huis gezet. Tijd voor een biertje op kosten van Margaretha en Godard Adriaan. Een traditie in de bouw die nu nog steeds bekend staat als ‘pannenbier’ op het moment dat de nok ligt en de pannen kunnen worden gelegd. In dit geval zullen het de ribben en de planken zijn.
[worden], nu brenge de timerliede de vaen opt huijs het welcke te seggen is dat de kap volkoomen daer op staet en gedaen is en dat sijt bier verdient hebbe, sulle merge begine de ribbe daer op te legge ende plancke [rietvelts volck sijn aen]
Christuskind legt een dak, Christoffel van Sichem (II), naar Hieronymus Wierix, 1617. Collectie Rijksmuseum.
Kelderbogen
Vele verdiepingen lager zijn de mannen van Rietveld ook hard aan het werk: ze brengen de scheidingsbogen van de keldergewelven aan. Een deel van het uithouwen van de stenen voor de lijst om het huis heeft hij uitbesteed. Het weer is mooi, god zij dank!
[ende plancke] rietvelts volck sijn aen de scheijdt booge inde kelders te maecke hij heeft Een gedeelte vande steen tot de lijst omt huijs te hacken aen besteet wij hebbe tot noch toe seer schoon weer gehadt daer wij godt niet genoech voor konne dancken, inwiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Bierpul met landschappen in cartouches en bloemranken, anoniem, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Bouwvrouwe Margaretha is weer van alles aan het regelen. Het grootste deel van de brief gaat dan ook over de (her)bouw van het kasteel. Aan het eind van de brief volgt nog wat oorlogsnieuws.
Stenen trappen
Schut zit in Amsterdam en komt eind deze week terug, reageert Margaretha op een vraag uit de brief van Godard Adriaan van 31 oktober. Ze heeft ondertussen ook met Rietvelt gesproken over de stenen trappen. Het plan is om de bordessen van de trap met vloerstenen te beleggen, maar dan wel met een hardstenen rand. Margaretha zal Schut een tekening laten maken van het ontwerp.
Ameronge den 4 Novem 1676 [rec: 9. dito]
uhEd aengenaeme vande 31 pasato is mij deese merge behandicht, waer op tot antwoort dient dat schut tot Amsterdam is, en die int laest van deese weeck weer hier meent te sijn, ondertuschen heb ick met rietvelt weegens de steene trappe gesproocke die die volgens uhEd ordenansie neffens mij voor goet keurt alsmeede de bordese op de trap met vloersteene te belegge, maer oordeelt ock indiergeval datter op de bordes behoorde om de vloersteene Een lijst van hartsteen ge= leijt te worde, waer van so haest schut weer hier koomt ick hem Een teeckenin sal laete maecke en uhEd het selfve met den Eerste toe sende[, de kleijne trap die inde gaelderij of]
Nog meer trappen
Rietvelt twijfelt of de kleine trap van het souterrain naar de lange gang (gaelderij) een wentel- of bordestrap moet worden. Margaretha’s voorkeur gaat uit naar een hardstenen bordestrap, maar ze zal het met Schut overleggen wanneer hij weer terug is.
[toe sende,] de kleijne trap die inde gaelderij of aende kinderkamer sal koome weet rietvelt niet wel of Een wentel trap of bordes trap sal sijn, maer naer dat ickt hier sien en de loose trap daer men nu op en neer de solder
meede begaet, nu staet, kander heel gevoechlijck Een bordes trap koomen en alsmen aen deene sijdt daerde spil vande trap sou koome in plaets vande spil Een muer van Een steen dickte leijt so souder meede hartsteene treen of trappe konde geleijt worden, so haest schut hier komt sal alles met hem overleggen[, vandaech weer heel bove]
Margaretha is helemaal naar boven geklommen om de vlierzolders te bezichtigen. Het is haar opgevallen dat de ruimtes erg donker en benauwd zullen zijn. Het is daarom noodzakelijker dat er dakvensters komen. Ook kunnen ze dan via de vensters makkelijker op het dak komen. Omdat het misschien niet zo’n fraai gezicht is ze aan de voorzijde aan te brengen, oppert Margaretha om de vensters aan de achterkant aan te laten brengen.
[met hem overleggen,] vandaech weer heel bove opt nieuwe huijs staende en speekuleerende bevinde dat de vlier solders so doorde hoochte vande verdiepine als ruijmte vande solders seer duijster en dompich en doncker sulle sijn so datter mijns oordeels nootsaecklijck Eenige dack vensters sulle moete sijn, ock om d wt te klimme om opt dack te koomen, so uhEd die niet gaere aende voorste sijdt vant huijs of aende sijdt vant voorburch hadt sou mense achter en aen beijde de sijde konne laete sette, waer op uhEd goetvinde met den Eerste sal verwachte
Ook tijdens de restauratie is gebruik gemaakt van de luiken om op het dak te komen (2007). Wie het kasteel een beetje kent, weet dat er aan de voorkant ook dakvensters zitten, maar dit dakvenster is mooi onzichtbaar weg gewerkt tussen de daken.
Nóg meer trappen
Margaretha komt nog een keer terug op de trappen. Rietvelt heeft aangegeven dat de kleine trap in de wijnkelder een wenteltrap moet zijn. Het gaat dan om het tweede gedeelte van de trap óf alleen om de onderste treden. Ook geeft Margaretha haar mening over de trap van de wijnkelder naar de eerste verdieping. Die kan wat haar betreft weg, aangezien deze zeer dicht op de grote trap naar de kelder zit.
ick vergeet te segge dat volgens het segge van rietvelt de kleijne trap die inde wijnkelder sal koome ten halfve of de beneedenste treen Een wentel trap sal moete sijn, dan daer
soumen de hartsteene almeede naer konne hou =wen, nu het kleijne trapge dat wt de slaep kamer naer de kelder gaet sal ock op dien gedocht te sijn, ick ben noch van opijnie dat de trap die wt de wijnkelde naer de Eerste verdiepin of ind sou gaen men soude konne misse, dewijlle die so dicht bij de groote trap die naer de kelder gaet sal koomen
Plattegrond van de kelders van Kasteel Amerongen, 17de eeuw. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Op deze grond de trappen waar Margaretha het over had. De grote trap gaat vanuit de hal omhoog, de andere twee trapjes vanuit de achtergang (dus de verdieping zit aan de kant van de bocht). Het bovenste trapje heeft de bocht zoals hij op de tekening staat. Het onderste trapje bestaat niet meer. Het heeft wel bestaan, bij de restauratie hebben ze er resten van gevonden.
Nu wat anders
Meestal gaat Margaretha in haar brieven van de hak op de tak, maar nu geeft ze duidelijk aan dat ze over gaat op een ander onderwerp: ‘Nu wat anders’. De zwager van schoondochter Philippotta van Raesfelt, George Johan van Weede, heeft Margaretha verteld dat hij Gouverneur van Grave mag blijven en dat hij zijn regiment mariniers mag behouden. En Margaretha’s zoon, Godard van Ginkel? Men is bezig een nieuwe Staat van Oorlog1De Staat van Oorlog is de begroting van de Staten Generaal, deze ging eigenlijk alleen over militaire zaken op te maken. Van Ginkel heeft bij Margaretha aangegeven dat wanneer hij niet uitbetaald wordt als commissaris-generaal, hij niet zo’n zin meer heeft om ten velde te trekken.
nu wat anders den heer van waelenburch seijt me dat luijtenant Admirael neffens ven Es opde wa maes sal sijn en sijn gouvernement en reesgement behonden dat den heere sas Een ExspeediEnt over den rang sal wt vinde, in soma t gaet hem heel wel, men is nu beesich
om Een nieuwe staet van oorlooch te maecke wort de heer van ginckel nu geen trackte =ment als komsaris generael toegeleijt is hij alleen vande ongeluckige, en wil dan niet weer te velt gaen[, maer hij]
Gezicht op het kasteel Walenburg te Nederlangbroek (gemeente Wijk bij Duurstede) uit het zuiden, Anoniem, ca. 1660. Collectie Het Utrechts Archief. George Johan van Weede kocht Walenburg in 1661, waarschijnlijk vanuit ambitie. Hij wordt later via zijn eerste huwelijk ook heer van Biljoen (Velp, Gelderland), maar ook na zijn huwelijk met de zus van Ursula Philippota blijft Margartha hem Walenburg noemen.
1
De Staat van Oorlog is de begroting van de Staten Generaal, deze ging eigenlijk alleen over militaire zaken ↩︎
De afspraak, dat Godard Adriaan de steenhouwer tot maart in Bremen houdt, is gemaakt. Dat kan Margaretha in ieder geval van haar lijstje afstrepen.
Ameronge den 2 Novem 1676 [rec. 5 dito] Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 28 pasato is mij gister behandicht en sal goet sijn dat uhEd den steenhouder tot de maent van Maert noch daer hout, dan salmen alles met beeter spoet konne gereete maecken, het wulfsel inde ouden toorn sal so haest het huijs onder dack is geslagen worde waer toe de scheijdt booge al gemaeckt sijn,
Bouwplaatsproblemen
De afgelopen 348 jaar is er niet veel veranderd: er wordt gestolen van de bouwplaats! Gelukkig zou Margaretha Margaretha niet zijn, als ze geen oplossing had. Ze heeft de deuren van het oude kasteel in de poort van het nieuwe huis laten zetten, dus kan die afgesloten worden. Ook de kelder heeft ze gesloten.
de poorte vant huijs is heb ick al deure aen laette sette vande oude deure die met het binne deur of poortge aent oude huijs geweest is dat men sluijte kan is aent de poort vant boven huijs, de kelder is ock gesloote, want daer wiert alles wat nagel loswas af gestoollen daer om ick bij provijsie
heb laeten maecke dat alser niet gewercket wort niemant op kan koomen, [de steen]
De huidige deur in de poort. Foto: Annemiek Barnouw. Ook deze is goed bestand tegen mogelijke dieven.
Nieuws uit de steenoven
De steenoven is genoeg afgekoeld en de stenen zijn zo goed gelukt! Echt iedereen die het ziet bevestigt het. En niet zomaar iedereen: ook andere steenbakkers zijn komen kijken en die hadden van hun leven nog niet zulke mooie harde, vaste stenen gezien.
wort niemant op kan koomen, de steen oven is op gebroocken en bevindt sich tot noch toe sulcken schoonne steen daer in te sijn dat Elck sich daer over ver= =wonderen, hier sijn verscheijde steenhou backers van beneeden geweest die segge haer leefve dier gelijck steen van hardt en vasticheijt niet gesien te hebbe, [als de groote steen daer nu wt]
Kennelijk hebben ze in het binnenste van de steenoven grotere stenen gebakken. Als die eruit gehaald kunnen worden én Godard Adriaan wil nog steeds de lijst om het huis van bakstenen maken, dan kunnen ze die in de winter gaan bewerken.
[hebbe,] als de groote steen daer nu wt komt so uhEd noch blijft bij de lijst omt huijs van metsel steen te maecke sullense die groote steene over winter daer toe konne hacken en houwen ,
Geld
Tja en al dat gebouw kost natuurlijk nog steeds een lieve duit. Margaretha maakt zich zorgen hoe ze Ott Barentse moet betalen. Hij heeft zo goed geholpen en kennelijk is Margaretha het akkefietje van tien jaar geleden alweer vergeten. Daarnaast komt natuurlijk het lood, dat moet betaalt worden en ze heeft er een hard hoofd in dat het met de betalingen van de Ridderschap en de Staten goed zal gaan. Het is ook een duur jaar geweest, met al die loonkosten en vrachten die betaald moesten worden. Maar Margaretha hoopt dat ze wel het ze het zwaarste gehad hebben. De gebinten staan in ieder geval nagenoeg op de kap en Schut is naar Amsterdam.
Kind met een mitella. Fragment uit: Bedelaar met kind en houten been, Pieter Jansz. Quast, 1634 – 1638. Collectie: Rijksmuseum.
Familienieuws
Dan lijkt het erop dat we toch ergens één of twee brieven missen. Margaretha sluit de brief af met de mededeling dat Fritsje mee naar Middachten is en dat Godertje op Amerongen blijft. De reden daarvoor is dat Godertjes breuk nog niet genezen is en dat Margaretha zich daar op zal (wil?) toeleggen met behulp van een nieuwe meester die ze daartoe heeft laten komen. Maar uiteindelijk gaat er natuurlijk maar één iemand over de gezondheid van de kleine jongen. Wat Godertje gebroken heeft staat er niet bij en is ook in de vorige brieven niet naar boven gekomen.
Uiteraard is er weer een ps, ze herinnert zich opeens nog de kosten die ze voor kalk en het uitmodderen van de gracht had gemaakt. Maar het allereerst herinnert ze zich eraan dat Monseu Blanche de groetenis moet krijgen.
de heer en vrou van ginckel sijn na Middachte hebbe fritsge voor Een weeck of twee mee, godertge is hier gebleefve om naer sijn breuck dat noch niet geneesen is te laeten sien ick ben daer in bekoment, hebder Een andere meester over sal sien of
ick met de hulpe des heere om hem tot sijn gesontheijt sal konne brenge sal mijn beste doen hoope godt de heere, het seegene sal inwiens heijlige bescherming uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor mijn groetenis aen Monseu blansche
De brief is alleen ‘ockto’ gedateerd, gezien de regelmaat moet het haast wel een brief van 31 oktober zijn.
Margaretha is zo blij dat Godard Adriaan eindelijk begrijpt hoe het vloerplan in elkaar zit, dat ze vergeet om deze brief te dateren. Ze schrijft dat Schut en Rietvelt aangenaam verrast zijn over de prijs van de vloerstenen. Volgens hen zou een vloer met klinkers nauwelijks goedkoper zijn.
Ameronge den ockto 1676 [rec 2 nov 1676] Mijn heer en liefste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 deeser te sien uhEd de memoorije weegens de hart en vloer steene nu verstaet, schut en rietvelt konne haer niet verwonderen over de prijs vande deck steene en segge dat het geen bedencken heeft die in plaets van de klinckert op sijn kant te neeme ver= midts de klinckert of graeuwe steene weijnich of niet min sou koste, [de de]
De vloer kan nog niet direct gelegd worden omdat de kelders nog geen gewelven hebben. De muren moeten eerst zetten voordat die gewelven gemetseld kunnen worden en dat moet wachten tot maart. Margaretha geeft als extra uitleg dat ‘de dagen so kort’ worden ‘en ist in het donckere weer so doncker in de kelders dewijle de steijgerinne noch omt huijs staen’.
[weijnich of niet min sou koste,] de de steenhouders om de vloere te legge met de steene soude koomen, waer heel goet maer de wulfsels vande kelders konne niet voor inde maent van maert ge slage worde om dat de muere haer noch op Een setten, en ock worden de dagen so kort en ist in het don= ckere weer so doncker inde kelders
dewijlle de steijgerine noch omt huijs staen dat se niet veel soude bedrijfven [en de]
Natuurlijk licht in het souterrain eind oktober rond zonsondergang (ca. 17:15 uur). Foto: Annemiek Barnouw
Winterstop
Misschien is het ook wel niet zo erg dat er even gepauzeerd moet worden, want het ‘winter loon is seer hooch’, kortom, de bouwvakkers willen goed betaald worden voor hun bevroren tenen. Meester Schut is weer naar Amsterdam om te informeren naar de prijs van hardsteen voor de schoorstenen. Misschien is het wel handig dat Godard Adriaan daar ook naar informeert, ‘dewijlle de schoorsteene van de winter niet boven het dack sullen opgehaelt worde en dat omt uut vriese’. Geen haast dus, de schoorstenen moeten toch wachten omdat er tijdens de vorst niet gemetseld kan worden. En het vroor in 1676 een stukje harder dan nu!
[dat se niet veel soude bedrijfven en] de dachhuere loopen hoewelt winter loon is seer hooch ijae so dat ick haest niet weet hoet stelle sal, meester schut gaet weer naer Amsterdam sal daer naer de hartsteen die op de schoorstee sulle koome verneeme ock naer de prijs, en hoeveel dat ijder schoorstee aen hartsteen soude koste gelooft uhEd die ock wel van daer sal be= stelle, dewijlle de schoorsteene vande winter niet boven het dack sulle op gehaelt worde en dat omt wt vriese, so souder noch tijt genoech sijn omt daer te bestelle, [nu sijn]
Gezicht op de zuidoostelijke schoorsteen van het Kasteel Amerongen (Drostestraat) te Amerongen. Foto: Fotodienst GAU. Collectie: Het Utrechts Archief.
Waterafvoer
Maar als er niets aan het huis gedaan kan worden, dan toch wel aan de tuin. Heeft Godard Adriaan nog plannen voor een boomgaard? Van Ginkel denkt van niet, schrijft Margaretha. Maar Amerongen staat in de uiterwaard, de waterafvoer is belangrijk ‘om voor te koom dat de weije niet verdrencken’. Weilanden die onder water staan, daar komt alleen maar ellende van, zoals heermoes. Je wilt niet dat vee dat binnen krijgt! Margaretha laat dus een ‘gruppel’ graven in de dam waarover de stenen naar de bouwplaats worden gereden en daar moet dan weer een brug over worden gemaakt. Het ‘uut haelle van de binnen graft’ om het huis heeft ook haar aandacht en daar komt ‘ongelooflijck veel puijn steen en modder uut’. Het werk heeft haast, want ‘het water begint op den Rhijn heel te wasse’: er is hoog water op komst en voor dat water moet ruimte zijn!
[Amsterdam te senden,] niet weetende of uhEd noch van meijnine is de door snijdine int weijtge teijnde het singel ent boogaer =tge de laeten doen ende heer van ginckel gelooft van neen, so laet ick maer Een Een ruijme goot daer door graefve om de waterloosine te hebbe on daer door voor te koom dat de weije niet verdrencken, ick het recht op aen graefve daert uhEd heeft om in vijfer te koomen en laet den dam daer de steen wt den oven over wort gereede ock Een gruppel in door graefve het welke weer met maste1Mast: Paal en oude deele sal toe legge dat me daer Evenwel sal konne over rijde, dan heeft het water sijn schoot2Schoot: Vrije loop en door tocht, [de]
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de St. Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.
Jacht
Ondanks alle drukte is er ook tijd voor vermaak. Voor Van Ginkel dan. De heer Van Zuylen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, is een paar dagen op bezoek geweest en Van Ginkel is samen met hem wezen jagen. Of het wat eetbaars heeft opgeleverd? Dat schrijft Margaretha dan weer niet.
[niet genoech voor konne dancke,] de heer van suijllen is deese weeck hier 3 a 4 dagen bij de heer van ginckel geweest en met hem gaen jagen, [was]
Margaretha begint haar brief met de financiële beslommeringen. Godard Adriaan heeft geregeld dat er direct geld naar Temminck gaat, en dat haalt Margaretha veel zorgen ‘van de hals’.
Trap- en vloerstenen
Ook met alle stenen wordt het nu concreet. Godard Adriaan heeft zowel de trap- als de vloerstenen aanbesteed.
[ben wist geen raet die te betaelle,] nu dat uhEd de 37 steene trape heeft aenbesteet te maecke is heel goet ben daer in blijde, so ick hier met beijde de werckbaese heb gesproocke is t, heel goet koop dit is nu voor de trap wt de kelder naer booven inde gaelderij en op de steijger opt waeter, aengaende de trappe opt voorburch aende bruch vant huijs op te gaen kan uhEd hem noch op bedencke
nu wat de vloersteene belanckt is mij ock seer lief uhEd die heeft aenbesteet daer te kant rechte en is het selfve seer goede koop, [ick]
Interieur met trap en gewelven, jonkheer Isaac Lambertus Cremer van den Berch van Heemstede, 1821 – 1879. Collectie Rijksmuseum
Gewelven
Margaretha rekent haar man nog maar eens voor hoe goed de prijsafspraak is die hij gemaakt heeft. Het betekent alleen wel dat de steenhouwer met de stenen mee moet komen. Maar wanneer? Margaretha wil graag eerst de gewelven maken. Logisch, want als wij een nieuwe vloerbedekking leggen, schilderen we ook liever daarvóór het plafond in plaats van erna. Maar die wulfels, wanneer kunnen die gemaakt worden? Voor dat kan, moeten eerst de muren goed gedroogd zijn. Rietvelt kan wel door willen, maar dat vindt Margaretha niet verstandig.
[saeme ree was,] maer ick vrees wij vande winter de wulfsels vande kelders niet sulle konne slaen, om dat de muere so binne als buij =ten noch niet geset sijn en noch min of meer sulle sacken dat beeter is Eer de wulfsels geslaechge sijn als daer naer, en mijns oordeels hoe wel rietvelt gaeren die over winter sou slaen, salt beeter sijn wij daer nu alle preeperaesie toe maecke maer inde maent van maert die Eerst laette slaen of legge dan sijn de muere geset en de laechge vande steen of de kalck daerse mee gemetselt sijn, in gedroocht het welcke demuere altij min of meer doet sacken, [ock is daer]
Metselwerk
Het huidige metselwerk gaat ondertussen gewoon door. Rietvelt gaat met “12 troffels”, dus waarschijnlijk 12 metselaars de schoorstenen binnensmuurs ophalen. Dat klinkt misschien veel, drie metselaars per schoorsteen, maar op elke schoorsteen komen komen meerdere rookkanalen uit.
Kennelijk valt haar tijdens het schrijven opeens in dat in de toren die nog overeind staat, de muren oud zijn. Daar zitten in het souterrain de waskelder (nu waskeuken) en daarboven de torenkamer (nu de gobelinkamer). De oude muren hoeven natuurlijk niet meer te drogen, dus daar kunnen ze nu al beginnen met de gewelven.
[hij niet wt rechten,] nu sal rietvelt met sijn volck gaen aende schoorsteen binens muers voort op te haelle tot wt het dack waer aen hij met 12 truijfels1truifel=troffel sal wercken alt ander werck is gedaen, het wulfsel op de waskelder of inde den oude toorn soudense noch konne slaen om dat die muere out sijn, [het sec]
Maquette van het afgebrande kasteel met links achter de toren met de oude muren, Dave Pezarro, ca. 1988. Collectie Kasteel Amerongen.
Sanitair
Hoewel de muren in de toren oud zijn, wordt er wel gewerkt. Margaretha heeft in de torenkamer (nu de gobelinkamer) het secreet laten ruimen. Aan een keurig symmetrisch, classicistisch huis, kunnen natuurlijk geen secreten aan de gevel hangen. Waar dat secreet dan precies gezeten heeft is nog een beetje onduidelijk. Op de tekening van Roelant Roghman hieronder is de oude toren de toren rechts achter. Vanaf deze kant is daar geen secreet te zien. Bovenaan de toren links zie je wel een secreet hangen.
Mogelijk bedoelt Margaretha met het ‘door de waterlozing vrij en liber houden’ dat ze de gracht vrij wil houden van uitwerpselen. De vraag is wat er dan met de inhoud van potten en poepdozen gedaan wordt. We weten dat in steden de onwelriekende restanten van de reeds genuttigde maaltijd opgehaald werden. Of dat in dorpen ook zo was weten we niet. Het kan ook dat alles op de mesthoop verdween en zo op andere wijze weer in de kringloop des levens terecht kwam.
[slaen om dat die muere out sijn,] het sec =kreet dat inde toorn kamer is geweest wort nu wt geruijmt en opgehaelt om daer door de waterloosine vrij en lijber te maecken, [het heeft hie twee daegen]
Het gebint vordert gestaag, het wordt nu ineen gewerkt. Iedereen die het ziet bevestig dat dat vast en net gebeurt: sulcken hecht werck het is. Godard Adriaan moet niet denken dat ze van de complimenten naast haar schoenen gaat lopen. Ze herhaalt nog maar eens dat ze tenminste twee à drie keer per dag boven op het huis bij het werk gaat kijken.
[weer goet,] alle mense diet werck sien weeten niet genoech te segge so vast en net de kap in Een gewercktwort en sulcken hecht werck het is, uhEd be =lieft vrij gerust te sijn daer wort niet in versuijmt, ick gaen ten minste 2 a 3 mael daechs booven opt huijs bijt werck
Van Ginkel is naar Willem III en Philippota en de kinderen zijn gezellig (?) bij Margaretha gebleven. Wellicht was het echt gezellig, want Margaretha deelt zowaar wat vrouwenpraat met haar man. Het lukt de Vrouw van Ginkel niet hemden voor een halve rijksdaalder te maken. Margaretha zou wel veeren voor de dekbedden kunnen gebruiken en ook wel vlas. Maarja, ze moet de tering naar de nering zetten. Het geld verdwijnt momenteel als sneeuw voor de zon.
de heer van ginckel is naer sijn hoocheijt die op de veeluwe ijaecht, hoope het hem wel bekoome sal was noch vrij swack sijn vrou is met al de kindere hier, seijt dat sij geen hemde voor Een halfve rijxsdaelder kan maecken, veeren tot bedde had ick wel van doen ock wel vlas, maer het gelt weet bij ons teegewoordich beeter wech daerom ick daer niet aenderf dencke, [het is mij lief alles daer so goeij]
Daarom is Margaretha extra blij dat in Bremen alles zo goedkoop is. Stel je voor dat Jenneke Godard Adriaan en Blanche vier keer in de week zultevoet zou voorzetten! Zultevoet levert niet veel google resultaten op. Het komt voor in een artikel over eten in een Gronings weeshuis en in het boek Ons voorgeslacht in zijn dagelijks leven. Daar wordt het genoemd in een weekmenu voor studenten tussen hoofdvlees en andere kelderkost. Beide geen hoogwaardige luxevoedsel. Ook is de volgende beschrijving te vinden: ‘Wat aan den snuit en de pooten (beneden de knie) zit, en, na gekookt te zijn, bewaard wordt in de wei of in het dunne van karnemelk’. Dat ‘beneden de knie’ is wel heel belangrijk, want bij de achterpoten boven de knie zit natuurlijk de ham en een goede schinck is wel de moeite waard.
[dencke,] het is mij lief alles daer so goeij koop is nu hoeft jenken uhEd en Mons blansche nie 4 mael ter weeck sultevoet te Eeten te geefve, [als ick diet altijt de]
In dit fragment vinden we tevens een verwijzing naar haar leven als diplomatenvrouw die thuis blijft. Ze geeft hier aan dat als ze naar Godard Adriaan toe zou gaan, ze liever bij Blanche logeert. Ze bewondert hoe hij geen cent teveel betaalt op de markt. Ze moeten hem er maar dankbaar voor zijn, want de kosten in Amerongen blijven maar oplopen.
We weten niet waarom Margaretha nooit met haar man mee ging. Misschien is ze wel met hem mee geweest toen ze jonger was, maar we hebben pas brieven vanaf 1667. Ze schrijft wel over andere diplomaten die hun vrouw meenemen, maar dat lijkt niet afgunstig. Ook hier is de opmerking meer bedoelt om te kunnen schertsen over de huishouding van haar man, dan dat je het idee heeft dat ze eigenlijk liever bij hem was geweest.
[te Eeten te geefve,] als ick diet altijt de beurt is gevalle thuijs te blijfve bij uhE kom sal liefver in blansches huishou =din bij uhEd te gast koome als in jenkes dewijl hij so wel te mart gaet, hij doet heel wel so naeu te dinge wij sijn hem ver oblijgeert want het komter nu op aen alles loopt hier hooch en so dat ick haest geen door koome sien, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwewijff M Turnor
Markt, anoniem naar Jacques Callot, 17e eeuw. Collectie: Kunsthalle Bremen.