Lees hier de hele verklaring van Schut, Rietveld en Fick over de staat van het Kasteel na het rampjaar

Op 1 juni 1675 leggen Hendrik Schut, Cornelis Rietvelt en ene Jan Fick een verklaring af voor het gerechtsbestuur van Amerongen over een bezoek dat ze een jaar eerder aan Amerongen gedaan hebben.

Ze verklaren dat ze door de heer van Amerongen uitgenodigd zijn om de staat van het kasteel te bekijken en advies te geven over de herbouw. Schut doet dat als meestertimmerman, Rietveld als meestermetselaar en Fick als ‘ordinaris werkbaas’ en hij blijkt vooral kennis over slopen te hebben.

Fragment over het verzoek van Godard Adriaan

[waerheijt waerachtigh te zijn,] dat wel gemelte heere ons
voor ontrent een jaer geleden van Amsterdam heeft
ontboden, om met ons te spreecken over het
herbouwen van sijn hooch Ed. afgebrande huijs
tot Amerongen met begeerte dat wij souden
adviseren naer onse beste kennis, wat gedeelten van de
mueren soude konnen blijven staen, ende weder
geapproprieert werden tot ’t geene men daer
vorders weder op soude willen timmeren.

Gezicht op de ruïne van een stenen huis in de omgeving van Utrecht.
“Dit op dandersijde getekent van Herman Saftleven is buiten Catrijnapoort ao. 1674”. Collectie: Het Utrechts Archief.

Twintig gulden

De heren verklaren dat ze in Amerongen geweest zijn en dat ze daar een aantal dagen gebleven zijn om de schade op te nemen en een advies te geven. Hun oordeel is niet mals: wat er nog staat is slechts 20 gulden waard, 0mgerekend naar 2021 is dat ongeveer € 230. Alle muren zijn door de grote hitte gebarsten, gaan wijken of omgevallen en al het hout, lood en alle leien waren door de hitte onbruikbaar geworden.

Fragment met het oordeel over de staat van het afgebrande huis

Ende naedat wij de geheele gelegentheijt
hadden besichtigt ende met den anderen
vier a vijf dagen hadden overleijdt wat daer in
te doen stonde, hebben wij sijne hooched geseijt
ende aengewesen, dat het merendeel van de mueren
swaer sijnde vierdhalve a vier voet tot in de gront
toe, door den vehementen brant waren geborsten,
sommigen een voet en anderen een halve voet
van malkanderen, ende buijtenwaerts uijtgeweecken
de gevels voor over in de gracht gestort tot aen de
twede verdiepinge, nadien alle de balcken, cosijnen,
ribben, en wat vorders van houtwerck, loot
en leijen daer in is geweest, tenemael was
verbrant, sulck dat het overschot van dien
geen twintich guldens weerdig was. [Ende]

Ingekleurde tekening van de ruïne van een kasteel. Het kasteel staat in de gracht en daar vaart een bootje met één persoon erin. Rechts boven in de lucht staat 'ter Aa'
Gezicht uit het noordoosten op de ruïne van het kasteel Aastein, ook wel Huis ter Aa genoemd, bij Ter Aa, tekeningetje van Dirc Engel uit ca. 1690. Collectie Het Utrechts Archief

Afbreken

Hun conclusie is simpel: het is het voordeligst om alles (ook alle bijgebouwen) af te breken. Ze raden ook aan om ook de bakstenen van de bijgebouwen schoon te laten maken, dat bij de bakstenen van het grote huis dan kennelijk al gedaan is. Er is ze ook gevraagd hoe groot de schade is en hoeveel het kost weer op te bouwen. Voorzichtig schatten ze dat dat ongeveer fl 100.000.- (ruim een miljoen euro in 2021) zal kosten. Hoewel ze het op hun vromigheid verklaren, geven ze ook aan dat het oordeel van betere architecten, timmerlieden en metselaars mogelijk beter is.

Het advies van de Schut, Rietveld en Fick

sulx1Sulcs: zo, sulcs dat: zodat het oirbaerlijxst2Oorbaarlijk: nuttig, voordelig is geweest, deselve om
verre te stooten, ende de steen te laten schoon
maken, gelijck albereedts, als mede vant groote
huijs is geschiet. Ende verder gevraecht
sijnde hoe groot wij de schade van’t selve huijs en
voorburgh wel souden estimeren, soo konnen
wij tselve soo pertinent niet doen, maer verklaren
op onse vroomigheijt, dat onses oordeels diergelijcke
soo alst voor desen heeft gestaen, voor geen
hondert dusent guldens soude konnen gemaeckt
werden, vermits alle de materialen per asch3Een (asch-)pleit was een soort binnenvaartschip aen ’t
huijs moeten gebracht werden, doch ons oordeel submitterende4Submitteren: onderwerpen aen dat van beter architecten, timmerluijden, ende andere metselaers, hun
desDes: daarom, derhalve verstaende. [Des t’ oirconde dese bij ons]

Een rechterhand tot aan de elleboog in een mouw. In zijn hand een ganzenpen. Alleen aan de bovenkant is de veer nog te herkennen. Bij de punt van de pen staat in krulletters Frysius
Rechterhand met ganzenpen, Simon Frisius, naar Jan van de Velde (I), 1605. Collectie Rijksmuseum.

Handtekening

Tot slot ondertekenen de drie heren de verklaring en schrijft secretaris Van den Doorslagh dat hij erbij was.

De ondertekening van de verklaring

[des verstaende.] Des t’ oirconde dese bij ons
onderteeckent tot Amerongen opden 1 junij 1600
vijft entseventich.
Henderick Geurtz Schut
Cornelis Riedtvelt
Dit merck stelde Jan Fick voorschreven
Zij present G. van den Doorslag.

Acte van Garantie

De vraag is natuurlijk waarom de mannen pas een jaar nadat ze de ruïne bekeken hebben een verklaring afleggen. Waarschijnlijk is dit een eis geweest van Staten Generaal. Zij hadden in 1672 al een Acte van Garantie gegeven, dat als het kasteel van de familie zou afbranden door het werk van Godard Adriaan, hij daar een vergoeding voor zou krijgen. Daarvoor moesten ze weten wat de schade was direct na het Rampjaar.