Op 19 juli 1667 wordt Margaretha van Reede gedoopt in de Andrieskerk in Amerongen. Schoondochter Ursula Philippota was vier dagen eerder, op 15 juli, bevallen van haar eerste kind. Hernoemen was bij dit eerste kind makkelijk: zowel de moeder van vader (onze Margaretha) als de moeder van moeder (Margaretha van Leefdaal) heette Margaretha. Helaas is de eerst volgende brief van Margaretha aan haar man pas na tien dagen, op 25 juli. Gelukkig was Philippota gezegend met het talent om snel te bevallen en snel te genezen. Wij weten dat al van de geboorten in 1672 bij Reiniera en in 1674 bij Godard Adriaan. De kans is groot dat ook deze eerste bevalling voorspoedig verliep.
Margaretha was opgelucht dat het gelukt was om Ursula Philippota op tijd in Amerongen te hebben. Ze wist gelukkig nog niet hoeveel moeite ze daar later mee zou hebben. Een minpuntje was dat de verse vader de bevalling niet kon mee maken. In verband met de aanval van Lodewijk XIV op de Spaanse Nederlanden moest hij kort na hun aankomst in Amerongen alweer vertrekken naar zijn regiment. Waarschijnlijk heeft hij de doop van de kleine Margaretha vier dagen later in de Andrieskerk ook niet meegemaakt.
Philippota zal haar oudste dochter altijd dicht bij zich houden en zij is dan ook één van de dochters die katholiek opgevoed wordt. Het verschil in geloof zal altijd een strijdpunt tussen Margaretha en haar schoondochter blijven. Formeel is afgesproken dat de kinderen protestant opgevoed worden, maar Philippota volhard in haar katholieke geloof.
In 1693 zal dochter Margaretha trouwen met de katholieke Johan Hendrik van Isendoorn à Blois. Bijzonder is dat er op 14 mei 1693 een attestatie in de Doop-, Trouw- en Begraafboeken van de protestantse Andrieskerk in Amerongen staat voor een voorgenomen huwelijk in Ellecom. In Ellecom wordt echter geen huwelijk voor het paar vermeld. Het paar trouwt wel katholiek in Doesburg op 15 mei 1693. Gelukkig weet onze Margaretha in 1667 nog niets van dit alles. Ik denk dat ze dik tevreden was dat ze vernoemd was, dat het goed ging met moeder en kind én dat het meisje in de eigen vertrouwde kerk gedoopt werd.
Margaretha van Reede (1667-1726). Collectie Kasteel Amerongen.
De laatste brief van Godard Adriaan dateert van 25 juni. Margaretha hoopt dat hij Van Reede van Drakenstein snel zal antwoorden op diens op 4 juli meegestuurde brief in verband met het getouwtrek tussen vroedschap en ridderschap in de Staten.
Prebenden en prelatuurschappen
De samenstelling van de Staten is niet het enige voorwerp van koehandel en handje klap waar leden van de ridderschap bij betrokken zijn. Ook voor het uitgeven en verkrijgen van prebenden en prelatuurschappen bestaat een levendige markt, waar de Van Reedes actief aan deelnemen. Oorspronkelijk bedoeld voor het levensonderhoud van geestelijke kapittelheren en kloosterzusters, worden ze nu, na de reformatie, verdeeld onder jongere zonen en adellijke dames. Niet alleen het ontvangen, maar ook het uitgeven van een prebende of prelatuurschap kan geld opleveren. Een aanbieding die Godard Adriaan onlangs aan een bepaalde vrouw heeft willen doen is blijkbaar op niets uitgelopen. De heer van Ewijk zal rondvragen naar een ander en denkt dat hij wel iemand weet. Hij heeft iemand ontmoet die voor de van Limburg Stierums op zoek is. Voor de definitieve verdeling van de prebenden begint de tijd trouwens te dringen, want het jaar is al bijna om.
[opt spoedichste antwoort op,] wat de proofve1Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen) en het prelatuerschap2prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op belanckt3betreft uhEd voorslach sal met die vrou niet aengaen Euwijck sal nae Een ander om hoore van ochte meent hij tot het Een ent ander wel Eimant sal weete daer was Een die hem voor Een vande stieroms4Van Limburg Stierum last had gegeefve of hij wat wist salder voort naer verneeme maer meent voorde prelatuer schap niet bove de vijf duijsent gulde sou krijge men sal de proofve haest moete konfereere alsoot ijaer haest om is, [onse soon is naer]
Gezicht op de overgebleven gebouwen van de abdij Oudwijk, Abraham Rademaker, 1710-1730. Collectie Het Utrechts Archief. Margaretha had in 1660-1661 het prelatuurschap van Oudwijk.
Laatste maand
Godard is inmiddels vertrokken naar de afgesproken plek van zijn regiment. Margaretha leeft erg mee met Ursula. Je merkt dat ze de eerste zwangerschap van haar schoondochter best spannend vind. Eigenlijk gaat het heel goed, gezien de tijd dat ze al in verwachting is. Ze is nu in haar laatste maand. Margaretha hoopt dat de Heer haar een genadige verlossing zal geven en wou maar dat de bevalling (‘het werk’) al achter de rug was.
onse soon is naer sijn randevoos5Rendez-vous:afgesproken plaats alwaer hij naerder ordere moet verwachte, sijn vrou is noch heel wel naer den tijt is nu in haer leste maent de heer wil haer hEd Een genadige verlossin geefve ick wensche dat werck al door te sijn
Er heerst al acht dagen zo’n enorme hitte dat het niet te harden is. Het is zo droog, dat alles verschroeit. Margaretha verwacht dat er in de herfst geen appelen of peren te oogsten zullen zijn, en er zijn ook weinig tot geen kersen. Ze denkt dat ‘die van Wijck’ daarom wel niet zal komen. Misschien bedoelt ze hiermee een kersenkoopman uit Wijk bij Duurstede, of eentje met de naam Van Wijck, die jaarlijks een deel van haar kersen komt kopen?
tis hier nu achdage herwaerts sulcken wtter maeten6uitermate, buitengewone hette en droochte geweest dat niet is te harte7dat het niet is te harden alles verbrant en verdroocht inde hoofve wij sulle weer geen appeele noch peere hebbe karse8kersen sijnder ock weijnich of haest geen dat die van wijck qualijck sal koomen
Illusionistische sculptuur van een vrouwenhoofd in een cartouche versierd met festoenen van vruchten, Joris van Son, 1655 – 1665. Collectie Rijksmuseum. Een dergelijke rijke oogst zit er dit jaar voor Margaretha niet in.
Werk aan muur en gracht ligt stil
De hitte slaat ook toe bij de mannen die bij het kasteel aan het werk zijn aan de gracht bij de doelen. Ze zijn met z’n tienen, maar kunnen weinig klaar spelen. De metselaar die aan de muur van de hof zou beginnen is nog niet gearriveerd. Waarschijnlijk begint hij maandag.
de graefvers sijn vast aent werck inde graft inde doelle dat sijnde met haer tiene in doch konne door de groote hette niet veel doen, den metselaer sou ock aende muer vande hof begine maer is noch niet gekoo = men geloofve hij met de nieuwe weeck beginne sal [ Eergistere sijnde beededach heeft men]
Een verloren fruitoogst en een onverhoopte bouwvakvakantie zijn nog niet eens de ergste gevolgen van de droogte in de buurt. Een overwinningsvuur in Veenendaal tijdens biddag (waarschijnlijk vanwege de succesvolle tocht van de Nederlandse vloot naar Chatham) is uitgelopen op een ramp. Er ging iets mis met de brandende pektonnen. Dertig huizen zijn afgebrand! Vreugde- noch hellevuur op Amerongen, want Margaretha had geen pektonnen ontvangen. Dus ‘wij hebben ons hier stil gehouden’.
Eergiste sijnde beededachbiddag heeft men ficktoorije9Victorie (wrsch. vanwege tocht naar Chatham) int veenVeenendaal gebrant waerdoor een swaer brant is ontstaen en inde dartich huijse gans afd gebrant sijn. Wij hebbe ons hier stil gehoude also mij geen picktone10pektonnen. Het branden van pektonnen was het vuurwerk van de 17e eeuw. sijn gesonde hebben wij niet gebrant
Sabotage van de pektonnen bestemd voor de viering te Brussel van de overwinning in de Vierdaagse Zeeslag, 1666, Jan Luyken, 1696 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Condoleance aan de keurvorst
De Staten van Holland hebben de heer van ‘s-Gravenmoer, Adam van der Duijn, naar de keurvorst van Brandenburg gestuurd om hem te condoleren met het overlijden van zijn vrouw Louise Henriëtte. Hij is net langs Amerongen gekomen. Van der Duijn krijgt daar 50 gulden per dag onkostenvergoeding voor. Dat heeft-ie mooi voor elkaar! Klinkt in Margaretha’s woorden, ‘wat een heel fraaie opdracht voor hem is’, enige afgunst door? Zou ze liever haar man in die rol zijn opwachting aan het Brandenburgse hof hebben zien maken? Tja, hij is niet beschikbaar want is met een andere opdracht naar Denemarken.
de heer van schravenmoer11Adam van der Duijn, heer van ‘s-Gravenmoer is van weegen men heere van hollant12vanwege de Staten van Holland op vijftich gulde daechs in komissi aende keurvorst van brandenbur13Friedrich Wilhelm om die te kondoleere gesonde14In verband met het overlijden van zijn vrouw, Louise Henriette van Nassau , datr al Een fraije komisie voor hem is, hij isser al heen en hier gepasseert, [men seijt der goede hoope]
Gedenkpenning vanwege het overlijden van Louise Henriette van Oranje, gemalin van Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg, door Johann Liebmann, 1667. Collectie Rijksmuseum.
Einde aan het vergieten van christenbloed?
Met de onderhandelingen in Breda schijnt het de goede kant op te gaan. Er is goede hoop op het sluiten van de vrede. Margaretha hoopt dat de grote God dat wil geven. Ze verlangt er erg naar dat het vergieten van al dat christenbloed eens op mag houden en beveelt ook haar man in de bescherming van de Allerhoogste aan. In een ps laat Ursula Godard Adriaan ootmoedig groeten, en meldt dat haar zus bij haar moeder in Arnhem is gearriveerd.
[en hier gepasseert,] men seijt der goede hoope
tot het sluijten van de vreede te breeda het welcke dien groote godt wil geefve en ick wel naer verlange opdat aldat vergiete van so veel kristenbloet Eens mach opholde, hier meede beveelle uhEd int schutin de bescherming des alderhoochste blijfvend
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
de vrou van ginckel presenteert haeren ootmoedige dienst aen uhEd, nicht van Raesfelt is te Aernhem bij haer moeder
De Hollanders steken Engelse schepen in brand tijdens de Tocht naar Chatham, 20 juni 1667, Jan van Leyden, 1667 – 1669. Collectie Rijksmuseum.
1
Prove: prebende, jaarlijks inkomen (eigenlijk uit geestelijke goederen) ↩︎
2
prelatuurschap: soort prebende maar dan voor een abdis, levert twee keer zo veel op ↩︎
Eindelijk weer in Amerongen! Margaretha is met haar zoon en de hoogzwangere Philppota aangekomen. Ze maakt zich nogal zorgen, want het is Philippota’s eerste zwangerschap en ‘ze loopt nogal op het eind’. Tegenwoordige is een bevalling eigenlijk alleen een roze wolk en vergeten we voor het gemak alle minder aangename zaken die er omheen hangen. Tot in de twintigste eeuw was de dood in het kraambed één van de belangrijkste doodsoorzaken van vrouwen. Vooral bij het eerste of tweede kind was de kans op overlijden hoog. Gelukkig komt ook Philippota’s moeder naar Amerongen: met twee ervaren vrouwen moet het lukken. Toch voel je Margaretha’s zorgen.
Amerongen den 30 ijuin 1667
Mijn heer en lieste hartge
gistere avont sijn wij met de vrou van ginckel en onse soon hier gekoomen het welcke mijns oordeels tijt is wantse begint al heel pijnlijck te gaen hoe wel naer haer reeckenin sij noch wel ontrent Een maent of vijf weecke sal moeten gaen nu sij hier is ben ick so veer gerust en moete wij met paesijensie1Patientie: geduld afwachte wat de heer almachtich ons geefven sal, de vrou van Middachte2Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota sal so se seijt binne veertiendaege volge en ock hier koome ick sal met godt wel sorchge drage voort doope vant kint en wat daer toe dient, wij doen noch dagelijcks ons beste ontrent de Persoon vande vrou van ginckel dan dewijlle sij so opt leste van haer dracht is moete wijt al met diskreesie in alles gaen ick hoop noch als het beste, [hierkoomende ontfan]
Met Godard Adriaan gaat het goed en daar is Margaretha zeer verheugd over. Het tinnen servies is overgekomen, maar het schilderij van Cromwell sukkelt nog een beetje. Margaretha hoopt dat dat eindelijk is aangekomen, net als de goede tijding over de vloot! Margaretha maakt niet veel woorden vuil aan de tocht naar Chatham. Ze gaat ervan uit dat Godard Adriaan de officiële verslagen wel binnen zal krijgen. Maar Admiraal van Ghent en de Ruwaard van Putten (Cornelis de Wit) verdienen volgens Margaretha alle eer.
ick hoop noch als het beste, hierkoomende ontfan ge ick u uhEd schrijfve vande 21 deeser tis ons van harte lief daer wt te sien uhEd welvaerent heijt hoope het selfve lange sal kontiniweere , tis goet dat uhEd het tin Entelijck heeft ont fange doet mij leet dat de selfve daer so lange meede ontrijft is geweest dan dat is nu over de schilderij van kromwel hoope ick niet dat so lange onderweechge sal sockelen maer dat
uhEd die nu al heeft, alsmeede de goede tijdin van onse scheeps vloote , die ick niet twijfele of sal uhEd de pertikulaerijteijte daer van wt den haechge geschreefve sijn waer toe mij reefereere uhEd kan dencke hoe men hier daer in verheucht is, hier heeft den Admirael gent en de ruwert van putte geen kleijne Eere in geleijt, de heer die hier voor gedanckt moet sijn wil onse wapenen voort seegenen en geefve wij nu te beeter tot Een gewenste vreede moogen geraecken, [ick heb hier de heer sij]
Thuis is verder alles goed, het is niet zo droog als op Middachten en Margaretha kan nu aan de slag met de opdracht van Godard Adriaan: de muur repareren en de gracht uitgraven. Ze eindigt de brief met de dood van de vrouw van de keurvorst: Louise Henriette van Oranje, de oudste dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Louise Henriette was kort te voren nog bij haar moeder in Den Haag geweest, dus dat bedoelt Margaretha waarschijnlijk met de moeilijke reis. Kort voor haar dood schreef Louise Henriette: ‘ik heb wel geen reden om naar mijn dood te verlangen; ik bemin de keurvorst, mijn heer, hartelijk en zo ook mijn lieve kinderen; maar ik wil gaarne mijn God gehoorzaam wezen’. Louise Henriette was de oermoeder van de Brandenburgse en Pruisische vorsten en uiteindelijk de Duitse keizers. Margaretha zou trots geweest zijn, als ze geweten had dat een nazaat van Louise Henriette nog anderhalf jaar in haar kasteel zou wonen.
ick kan niet segge so bedroeft ick en meest alle mensche om de doot vande goede keurvors tin van brandenburch ben, sij most noch voort lest van haer leefve hier so melankolijck den heelle winter sitte en so Een moijlijcke reijs hebbe, dit gaet onse kindere in haer affaerees ock teegen, dan de wil des heere moet geschie de in wiens heijlige bewaerine uhEd beveele en blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
Keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg (1620-1688) met zijn eerste echtgenote Louise Henriette van Oranje-Nassau (1627-1667), hun zonen Karl Emil (1655-1674) en Friedrich (1657-1713) en de kort tevoren geboren Ludwig (1666-1687). Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.
In haar vorige brief reageerde Margaretha kort op de brief van 14 juni, die ze op het moment van schrijven nét binnenkreeg. In deze brief beantwoord ze Godard Adriaans bericht van de 14de uitgebreider.
Tinnen servies
Margaretha heeft Godard Adriaan een tinnen servies gestuurd, maar dat heeft hij blijkbaar (nog steeds) niet ontvangen. Ze vreest dat het gestolen is. De ton rookvlees die Margaretha richting haar man gezonden heeft, is dan zeker ook niet aangekomen… Blijft Godard Adriaan nog lang weg? Zo ja, dan zal ze hem nog wel een ander tinnen servies sturen.
[wachten kost,] het doet mij leet uhEd het tin niet krijcht sou nu wel vreese het genoome is, dien selfve tijt isser de ton met roockt fleijs meede gesonde vreese die ock niet over gekoome sal sijn so uhEd staet maeckt daer noch Eenigen tijt te blijfve sal ick ander tin sende[, den brief]
Margaretha blijft de Utrechtse politiek volgen, ook al zit ze nog steeds in Middachten. Hoewel ze zegt dat ze niets meekrijgt, weet ze wel verrassend goed te vertellen wat er op de laatste vergadering van de Staten van Utrecht is besloten rondom het aanstellen van secretarissen en klerken. Iedereen loopt alleen maar te woelen en te warren.
[aende heer van rhijnswoude is wel bestelt,] van wttrechtse werck hoore ick hier sijnde niet meer als dat op de laeste vergaderin van state is voor geslage om twee sekretarisse aen te stelle deen om naert over lijde van van hilte en dander inde finansie te diene En Een Eerste klerck om naert overlijde van haeste dewelcke vande twee sekretarisse soude dependeere of dit beusekom1Nicolaas van Beusichem mee sal gaen weete niet se haeste hier seer meede, geloofve om door deese benifijse2Benefice: voordeel noch al deen en dander aen haer koort te haelle3De één en de ander aan haar koord te halen: kan een verbastering zijn van “zij trekken aan één koord”: zij spannen samen, die mense woelle seer4Woelen: onrustig zijn, doch geloo
sij haer selfve so sulle warre5Warren: in de war maken datse opt Ent niet sulle weete hoeser wt sulle koome , laetse al vrij talme6van talmen tent sal de last dragen7’t Eind zal de last wel dragen: In het begin kan het makkelijk lijken, aan het eind komen de moeilijkheden [van de]
Nog geen vrede van Breda
En dan is er nog iets met een vrede in Breda. Margaretha heeft vernomen dat er in de stad van de Nassaus een vredesakkoord gesloten zou worden tussen de Republiek en Engeland, maar ze heeft er verder niets meer over gehoord, dus ze vreest dat het ook niet meer gaat gebeuren.
[vrij talme tent sal de last dragen] van de vreede die te breeda gemaeckt sou worde hoort me hier niet vrees daer niet van valle sal [onder]
Bange boeren
Ondertussen is de vorst-bisschop van Münster weer flink aan het werven. Hij laat met geweld de wegen vrij maken, zodat er vier ruiters overheen kunnen marcheren. De boeren in Herreveld zijn hartstikke bang. Ze durven geen geld bij zich te hebben, en hebben uit vrees dat het gestolen wordt ook de pacht maar alvast betaald.
[hier niet vrees daer niet van valle sal] onder tusche werft den bischop van Munster weer met gewelt en laet allomtom sijn weechge maecke datte vier ruijters int gelit door kon marscheere, de harveltse boere sijn so ban der fve geen gelt bij haer holde hebbe haer pachte die noch niet verscheene sijn betaelt wt vreese het haer mocht genoome werde[, de heer van]
Ook zoon Van Ginkel maakt zich alvast klaar om op veldtocht te gaan. Hij heeft zelfs al een kok aangenomen (een Duitser). Maar iemand heeft de matras en de donzen deken van Van Ginkels legerledikant meegenomen, waardoor hij weer nieuwe moet laten maken. Met Gods hulp hoopt Margaretha morgen in ieder geval met haar schoondochter naar Amerongen te vertrekken. Dan zal ze ook wel even kijken naar de muur en de gracht. O ja, hopelijk is het schilderij van Cromwell inmiddels aangekomen.
[het haer mocht genoome werde,] de heer van ginckel maeckt hem ock vast gereet om te velt te gaen heeft Een duijtse kock aengenoome nicklaij moet sijn matras en sijn ponse8Schrijffout: donzen deecke die tot sijn leeger ledikantge hoort mee genoome hebe die kame9kan men niet vinde en isser heel om verleechge moet weer nieu laette maecke hij had het wel moogen laeten, wij meene met dgodes hulpe overmerge met de vrou van ginckel naer Ameronge te gaen derf niet langer wachte de vrou van Middachte10Margaretha van Leefdael, de moeder van Ursula Philippota die vandaech weer na Aernhem is sal daer bij ons koome, als ick daer koom salde muer aenden hof en de graft aenden doelle volgens uhEd ordere laete maecke
Ganzenveren
Het laatste kantje schrijft Margaretha overdwars op de pagina. Na de bekende afsluiting ‘uhoogEdele [uw] getrouwe wijf en dienares’, volgt nog een PS. Margaretha heeft aan dienstmeid Jenneke gevraagd of ze ganzenveren kan kopen om de bedden op te vullen. Jenneke is bij Godard Adriaan, en het schijnt dat ganzenveren daar goedkoop zijn. De ganzenveren zouden dan met de bagage mee kunnen reizen, en ondertussen kunnen de dienstlui erop slapen. Margaretha hoopt maar dat Jenneke iets goeds koopt. De witte veren zijn de beste!
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
ik heb aen jeneken laete schrijfve datsij daer eens naer leevendige ganseveere sou verneeme tis nu in tijt wij hadde hier wel 3 a 400 pont van doen so voor onse dochter als voor ons om in de bedde te vulle, als uhEd met godt te huijs koomt soudense met bogaesije11Bagage mee over konne koome ondertusche kost het volck daer op slaepen ick bidt laet sij der naere verneeme datse wat goets koopt de witte veere sijnde beste se sijn daer heel goij koopt en wij heb -bense hier nodich vandoen.
Een hond bij een dode gans en een pauw, Jan Weenix, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha heeft nog geen nieuwe brief van haar man binnen. Zijn laatste was van de 7e. Er zijn dus geen vragen van hem te beantwoorden, en verder heeft ze weinig nieuws te melden, ook niet over de politieke spelletjes rond de Ridderschap in Utrecht.
Geen tijd om te wachten
De kans is groot dat als straks de post komt dat er dan wel een brief van Godard Adriaan is. Maar dan is er geen tijd om nog uitgebreid voor een antwoord te gaan zitten, want de postbode heeft altijd haast. Toch weet ze een paar items bij elkaar te schrapen.
Middachte den 22 ijuin 1667
Mijn heer en liefste hartge
ick sien vast uhEd aengenaeme briefve int gemoet1tegemoet die ick geloofve noch met de postin sulle koome, maer dewijlle het so laet wert derfve ick niet langer met schrijfe wachte want se haest alse koomt so seer datse geen tijt geeft en tis middach uhEd laeste is vande 7 deeser, met de laeste post heb ick alles geschreefve dat ick weet seedert isser niet voor gevalle vant wt= trechtse werck2van de zaken in Utrecht hoor ick niet Een woort als tgeene uhEd voorleede maendach heb geschreve
In Utrecht probeert het stadsbestuur, zoals ze al eerder schreef, Van de Capelle er van te weerhouden om zich kandidaat te stellen voor de Ridderschap. Dit om de uitbreiding van de Ridderschap binnen de Staten van Utrecht te frustreren en vervolgens het Statenbestuur naar hun eigen fantasie in te richten, aldus Margaretha.
[koome,] om dat (het) haer3ze so se selfs afgeefve4toegeven al =leen te doen is om de augementasi5uitbreiding vande riderschap te niet te doen en het selfve daer naer6daarna , nae7volgens haer Eijge vantasij8fantasie en wil te sette9regelen, uhEd sult met de laeste post twee briefve van mij doch van verscheijde datems krijge, [ick had vandaech gemeent]
In Amerongen is de balustrade van de brug bijna gemaakt. De dertigduizend stenen die Ot Barentse heeft geleverd, worden momenteel ontscheept en naar het kasteel gereden. Volgens de schipper heeft Barentse hen lelijk bedrogen. De mooiste stenen heeft hij er uit gepikt en naar Amsterdam gestuurd! Hij is nog niet betaald en ze heeft hem geschreven dat ze voortaan geen stenen meer van hem hoeft te hebben. En dat is dan een ouderling in de kerk!
[bruch is haest gemaeckt en der aen,] men is beesich met dartich duijsent steen die ot barentse vande veertich gaerde10Veertich gaarden is een Amerongse boerderij heeft ge= sonden op te rijde daer hij ons leelijck meede heeft bedroochge hij heeft so de schipper diese gebrocht heeft seijt alde beste daer wtge= schoote11Uitschotten, uit een grooter aantal selecteeren of aanwijzen en naer Amsterdam gesonde en de slechtse hier maer hij heeft ock noch sijn gelt daer niet voor, hebbe hem geschreef geen meer van hem te begeere, dat is Een ouderlin vande kerck, [ick hoop uhEd]
Uitsnede uit: Rivierlandschap met een stad op de achtergrond. Door Simon Frisius, naar David Vinckboons (I), 1605. Collectie Rijksmuseum. Op de voorgrond laden drie mannen bakstenen uit een boot.
Schilderij
Ze hoopt dat het tinnen servies dat ze heeft gestuurd inmiddels bij Godard Adriaan is aangekomen. Nog benieuwder is ze naar de lotgevallen van het schilderij van Cromwell dat naar hem onderweg was. Gezien het feit dat zich in de collectie van Huis Amerongen nog steeds een portret van John Cromwell bevindt, is dat waarschijnlijk goed gekomen. John Cromwell, een neef van de bekendere Oliver Cromwell, was een Engelse officier in dienst van het Staatse leger.
[ouderlin vande kerck,] ick hoope uhEd het tin nu sult gekreechge hebbe en haest de schilderij van kromwel12John Cromwell sult ontfange het welcke verlange te hoore [voorts ist hier]
In Amerongen en Middachten is verder alles goed. De moeder van Philippota verwachten ze vandaag ook weer thuis. Tijd voor de handtekening, en oh ja, beleefde groeten aan monsieur en juffrouw Van de Mandel.
Toch nog een brief
Maar, daar is reeds de post, met… een brief van Godard Adriaan van 14 juni. Margaretha leest hem snel en schrijft op de valreep toch nog even een reactie: ze zal, zoals hij vraagt, als ze weer in Amerongen is zich bezig houden met de muur en de gracht. De moeder van Philippota, de Vrouwe van Middachten, komt ook net binnen en doet de groeten. En weg is de postbode weer.
naert13na het schrijfve van dees ontfange ick uhEd aengenaeme vande 14 dees, also de postin wech wil sal int kort segge so haest ick te Ameronge koom sal de graft en muer volgens deselfs ordere laete maecke voor Eeijndige, so koomt ock de vrou van Middachte die haer hEd dienst preesenteert
Margaretha is nog bij haar zoon en schoondochter op Middachten. En hoewel ze in Gelderland zit, houdt de Utrechtse politiek haar bezig. Gelukkig wordt die ten dele in Nijmegen uitgevochten, misschien dat ze er daarom van hoort.
naert schrijfve van mijne laeste het welcke den 15 deeser is geweest, worde ick seeckerlijck bericht hoe dat men heer schadee1Jasper Schade van Westrum, aen sijn swager den heere luchtere2Hendrick van Lochteren die te nimweege geweest heeft geschreefve, dat hij bij den heere vande boethof3Frederik van der Capellen, heer van de Boedelhof die broeder vande heere kapel4Gerlach van der Capellen, heer van Aersbergen is, soude intersideere5Intercedeeren: bemiddelen om den voorseijde heere kapel te beweechge dat hij soude afstant doen van sijn pretensie om volgens de leste augementasi inde ridderschap te wttrecht te kompareere6Compareren: Verschijnen, kan ook in de betekenis van vergaderen, hier ter vergadering verschijnen? , met belofte dat sij hem aenstonts raetsheer te hoof soude maecke en verseeckere dat se hem binne den tijt van twee ijaere inde ridderschap soude sette, [daer bij voechgende]
Jasper Schade van Westrum
En omdat in deze brief Schadee genoemd wordt, maken we van de gelegenheid gebruik om het schilderij van Frans Hals nog een keer te plaatsen. Uiteraard is Schade bij het schrijven van deze brief al ouder dan dat portret. Hij is zelfs al ouder dan het portret dat Jonson van Ceulen schilderde. Zou Margaretha de portretten kennen? Een mening zal ze in ieder geval hebben.
Wie denken deze mannen wel niet wie ze zijn? Welke rechten denken ze eigenlijk wel niet dat ze hebben? Kunnen ze dit wel waar maken? Margaretha hoopt maar dat hoogmoed voor de val komt. En ze gaat gelijk over tot de afsluiting van de brief. Hoe zou het komen dat Ursula Philippota zo dik is?
dan hoope dat hoochmoet voorde val komt, onse soon en dochter is noch wel dan sij wort heel dick, onse kindere en nicht van raetsfelt7Agneta Margaretha van Raesfelt, zus van Ursula Philippota preesenteere haeren dienst aen uhEd so doen ick en blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
Ze krabbelt nog onder de brief dat Van der Capellen niet geneigd is om af te zien van zijn plek. Godard Adriaan moest eens weten hoe hier in Nijmegen op de Gelderse Landdag over gesproken wordt.
We zijn dit blog begonnen tijdens het herdenkingsjaar van het Rampjaar, dus bij de uitzending van Godard Adriaan in 1671. In het archief zitten alleen ook nog een paar brieven van 1667. Die pakken we nu op, voor Godard Adriaan op zijn volgende missie van 1676 gaat.
De plafondschildering in de hal van Kasteel Amerongen, Willem van Nijmegen, 1685. Op de band rondom de schildering staat ‘Godard Adriaan Baron van Reede Vry Heer van Amerongen, Ginkel, Elst & Ridder vande Coninckl Deense Ordre vande Oliphant & En Margaretha Turner Baronesse en VryVrouwe van Amerongen’. De orde van de olifant hangt onder het familiewapen.
Denemarken
In 1667 is Godard Adriaan op zijn derde missie naar Denemarken. Zijn eerste missie was in 1656/1657. Deze missie was bijzonder succesvol, want in 1660 krijgt Godard Adriaan van Christiaan V de Orde van de Olifant. Zijn tweede missie was in 1665 en van april tot november 1667 zit hij weer in Denemarken. Godard Adriaan ligt kennelijk goed bij de Deense koning, want in 1671 wordt hij verheven tot baron. Deze adellijke titel komt hem zeer van pas. In De Republiek werd niemand in de adel verheven, omdat er geen koning was die dat kon doen. Aan veel Europese hoven had je wel een adellijke titel nodig om binnen te komen.
Reissecretaire van Godard Adriaan van Reede, ca. 1650. Collectie Kasteel Amerongen.
Brieven
In het archief bevinden zich alleen brieven van 18 juni tot 7 augustus 1667. Dus echt midden in de periode dat Godard Adriaan weg was. Het is een beetje een mysterie waarom deze brieven bewaard zijn gebleven. Het zijn wel de enige brieven die we hebben die van voor het Rampjaar zijn. Margaretha zal haar man op al zijn eerdere missies ook geschreven hebben, maar die brieven zijn er niet meer. Zou ze die bij de vlucht voor Lodewijk XIV in Amerongen hebben laten liggen? Dan hebben al die oude brieven de brand in het kasteel waarschijnlijk niet overleefd. En zaten deze twaalf brieven uit 1667 dan misschien per ongeluk nog in de reissecretaire van Godard Adriaan? Dat hij hem niet helemaal goed leeg geruimd had na zijn laatste missie?
In 1667 gaat het Godard Adriaan en Margaretha voor de wind. Godard Adriaan was in 1642 Heer van Amerongen geworden en in 1643 trouwde hij met Margaretha. Sinds die tijd hebben ze hun best gedaan om hun bezit uit te breiden door de aankoop van landerijen en huizen, maar ook windrecht en het recht om tol te heffen. Bovendien hebben ze flink geïnvesteerd in het oude kasteel. Ze gaan er vanuit dat ze tussen 1645 en 1672 zeker 65.000 gulden uitgegeven hebben aan het huis. In 1686 schrijven ze een memoriaalboek, waarin alle verandering aan de goederen van de Heerlijkheid Amerongen opgenomen worden.
Ook Godard Adriaans carrière gaat voor de wind: is hij niet in het buitenland, dan heeft hij wel opdrachten in het land. En in de Utrechtse politiek wordt serieus rekening gehouden met zijn mening.
Ursula Philippota van Raesfelt, toegeschreven aan Gerard Hoet, 1664-1666. Collectie: Kasteel Amerongen.
Godard en Philippota
Zoon Godard, die Van Ginkel genoemd wordt, is in 1666 getrouwd met Philippota. De bruiloft, of eigenlijk vooral de onderhandeling over de huwelijkse voorwaarden, had wat voeten in de aarde. Philippota is niet onbemiddeld, want ze is erfdochter van Kasteel Middachten in De Steeg in Gelderland. Haar vader is al overleden toen ze acht was, maar haar moeder en haar oom doen hun best om een goede partner te vinden. Hoewel de zakelijke en politieke belangen voor dit huwelijk erg belangrijk waren, wilden de wederzijdse ouders dat de jongelingen het met elkaar zouden kunnen vinden. Dus al vanaf 1661, Godard was zeventien, Philippota achttien, wordt er regelmatig heen en weer gereisd tussen Amerongen en Middachten. In de huwelijkse voorwaarden wordt onder andere vastgelegd dat Philippota alle inkomsten van Middachten en andere goederen zal inbrengen en Godard Adriaan en Margaretha staan 1/3 van hun inkomsten af aan de kinderen.
De huwelijkse voorwaarden werden op 31 juli 1666 op Middachten getekend en op 26 augustus 1666 werd het huwelijk gesloten in het kerkje van Ellecom. Juni 1667, hoeveel maanden is dat na Augustus 1666?
Godard van Reede van Ginkel (1644-1703), Jurriaen Ovens, 1661. Collectie: Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.
Van Ginkel
Het was gebruikelijk om mannen bij hun ‘goed’ aan te spreken. Zo was vader Godard Adriaan in de omgangstaal ‘Amerongen’. Voor de zoon werd vaak een tweede titel gebruikt. Officieel was Godard Adriaan Heer van Amerongen, Ginkel en Elst. Dus zoon Godard werd Van Ginkel. Na het huwelijk wordt Van Ginkel vrij snel (namens zijn vrouw) beleend met Middachten. Aangezien haar moeder, Margaretha van Leefdaal, nog leeft, wordt die door Margaretha nog ‘Vrouwe van Middachten’ genoemd en wordt Philippota ‘Vrouwe van Ginkel’.
Er zit schot in de troepenwervingen door Godard Adriaan. Langzaam beginnen de legeronderdelen binnen te druppelen. Eergisteren heeft zich overste Lützow bij Margaretha gemeld, die haar man in goede gezondheid heeft gezien. Gisteren overhandigde kapitein Miltenaer een brief van hem. Miltenaer wist ook te vertellen dat twintig man van de compagnie bij de luitenant van Van Ginkel in Nieuwersluis zijn afgeleverd. Zeven daarvan zijn ziek, maar toch… Margaretha heeft haar zoon gevraagd te zorgen dat de troep goed bij elkaar blijft.
reca. 9 7ber in Hamburg haech den 4 septem 1673
Mijn heer en lieste hartge
Eergiste is bij mij geweest den overste lutsou1Lützow die mij seijde vhEd in gesontheijt te hebbe gelaete daer godt voor gedanckt moet sijn, en gisteren kap2kapitein Miltenaer die mij uhEd schrijfvens vande 6 Augusti heeft behandicht en geseijt volgens uhEd schrijfve 20 man voor uhEd komp3compagnie meede gebrocht te hebbe daervan hij seijt 13 man aen de luijtenant van heer van Ginckels komp tot Nieuwersluijs geleevert te hebbe en dat de resteerdende 7 daer sieck legge, ick heb aen de heer van ginckel hier voer geschreefve dat hij sijn luijtenant belaste sorch te drage dat die volckere bij een blijfve en niet en verloope
De mannen moeten natuurlijk betaald worden. Godard Adriaan had de heer van Heteren op het oog als solliciteur (geldschieter voor het leger) voor zijn regiment maar Margaretha denkt niet dat hij het doen zal, omdat hij voor eerdere voorschotten nog 20.000 gulden van het land te goed heeft. Margaretha vraagt zich af of ze nu zelf zal moeten voorschieten, want Den Haag zal niet betalen voor de monsteringen hebben plaatsgevonden.
Van heetere heb ick noch niet konne spreecke maer geloof niet dat hij t solisiteurschap vant selfve reesgement sal wille aeneeme so lang hij van sijn achterstallige vant lant niet voldaen is seijt noch 20.000 f te moete hebbe daer hij als noch niet een stuijver van kan krijge nu weet ick niet hoet sal maecke of ick dit volck niet sal moete betaelle sij sulle niet sonder gelt konne sijn ent lant geloof ick niet dat voor sij gemonstert4geïnspecteerd sijn gelt voor haer sulle
geefve [ick heb mijn soon geschreefve dat hij sorch]
Alexander de Grote betaalt de schulden van zijn soldaten af, Leonaert Bramer, ca. 1655 – ca. 1665. Collectie Rijksmuseum
Voorlopig heeft ze van Ginkel gevraagd of hij de mannen die bij hem komen wil betalen naast zijn eigen compagnie. Ze zal het dan later met haar schoondochter verrekenen.
[geefve,] ick heb mijn soon geschreefve dat hij sorch draecht dat se betaelt worde neffens sijn kompacompagnie en salt gelt hier aen sijn vrou weer om geefve
Laat je soldaten niet kapen
Soldaten goed bij elkaar houden en ook betalen is noodzakelijk, want voor je het weet ben je ze kwijt. De officieren in de Republiek zitten zo om mannen te springen, dat ze 50 gulden de man bieden voor een transfer, zodra er een nieuwe compagnie uit Duitsland arriveert. Margaretha hoopt dat de officieren van Godard Adriaan zich niet laten omkopen.
uhEd sou niet geloofve hoe de ofisiers hier verleege sijn om volck en hoese op passe als als de duijtse ofisiers koome die Eenich volck over hebe sij geefve 50 f voor Een man, daerom als die offisiers ter goeder trouwe gaen die uhEd het volck meede heeft gegeefve is goet maer anders soudens al Een toer konne speelle5een toer spelen: een poets bakken, een kunstje flikken
Verderop meldt ze dat Kapitein Miltenburg voor zijn eigen compagnie gelukkig toch rechtstreeks geld van de Staten heeft gekregen, nadat hij in Amsterdam bot had gevangen. Er schijnt ook een kapitein Vollenhove gearriveerd te zijn in Den Haag, maar die heeft ze nog niet gezien.
De heide tussen ‘s-Graveland en Hilversum. Drielst, E. van 1745-1818Wit Jansz., I. de 1744-1809. Collectie Noord-Hollands Archief.
Beweging op de Veluwe en in het Gooi
Ondertussen is het Staatse leger aan het bewegen. Willem III is met een deel op de Hoge Veluwe en de Graaf van Waldeck verschanst zich met een ander deel in ‘s-Graveland en Loosdrecht. Maar wat voor plannen Willem III precies heeft? De tijd zal het leren. Margaretha hoopt in ieder geval op Gods zegen.
[dat betaelt heeft] , wat nu belanckt ons leeger dat is met sijn hoocheijt op de hoochge veeluwe de graef van waldeck heeft opt
schrafelant6‘s-Graveland en te loosdrecht postgevat daer se haer begraefve7zich ingraven wat verder het deseijnplan van sijn hoocheijt is sal ons den tijt leerde, de heer almachtich wilt selfve seegene en ons in alles bijstaen, inwiens beschermin =ge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff MTurnor [dat ick beijde]
Fragment (o.a. Loosdrecht en ‘s-Graveland) van de kaart van de provincie Utrecht met aangrenzende delen van Noord- en Zuid-Holland en Gelderland (Veluwe) door B. de Roij Sr., 1680. Collectie Het Utrechts Archief.
P.S.
Er volgt nog een half kantje P. S.: Margaretha memoreert nog maar eens de blijde aankomst van de Parmezaanse kazen, maar ook dat de eerder verwachte kapitein Vollenhove alsnog bij haar langs is gekomen. Hier lijken de kaarten omgekeerd te liggen: hij heeft een schuld bij Godard Adriaan en hij had gedacht die in te lossen met een obligatie die bij de freule van Horn zou zijn, maar die obligatie is daar niet meer. Een maandje geduld nog.
Verder stuurt ze een plakkaat mee dat overal hangt en gaat het opmerkelijke gerucht dat de Grebbedijk zou zijn doorgestoken door ‘ons volk’ en dat de provincie Utrecht onder water zou staan. Er zou daar iets te verwachten zijn… Er is geen dijkdoorbraak in die tijd bekend. De afbeelding van de kaart van de doorbraak van de Grebbedijk in 1855 laat zien hoeveel land er onder water zou komen te staan.
dit neffensgaende plakaet is hier vandaech overal aengeslage, men seijt ook dat ons volck de grebbendijck hebbe door gesteecken waerdoor alles inde provincie van Wttrecht onder water soude sijn, en dat het op die provincie soude soude aangesien weesen
Overzichtskaart van het overstroomde gebied in de Gelderse Vallei ten gevolge van de doorbraak van de Grebbedijk op de 5 maart 1855, het noorden ligt rechts. Collectie Gelders Archief.
Margaretha heeft een brief van Godard Adriaan van 13 juni jl. ontvangen. Uit de brief van Margaretha van 19 juni blijkt dat Godard Adriaan zich zorgen maakt over zijn familie. Ze verontschuldigt zich er dan ook voor dat ze tot nog toe alleen maar onheilstijdingen heeft medegedeeld. Maar in haar vorige brieven, die Godard Adriaan op het moment dat hij zijn brief op de 13de aan de postmeester meegeeft nog niet heeft gelezen, heeft Margaretha geschreven over het goede nieuws omtrent de strijd op zee. Welke toon overheerst in de brief van de 19de?
Onverschrokken en vol moed
In haar brieven van 12 en 16 juni heeft Margaretha uitgebreid geschreven over de twee zeeslagen bij het Schoonveld. Nu schijnt het dat er weer is geschoten, maar er is geen nader bericht over gekomen, dus het zal wel niet waar zijn. Wat wel waar is, aldus Margaretha, is dat de vijanden – en vooral de Engelsen – er zwaar de pest in hebben. Zij waren namelijk van plan om in Zeeland of op Walcheren aan land te komen.
De twee zeeslagen op Schoonevelt, 1673, Romeyn de Hooghe (omgeving van), 1673. Collectie Rijksmuseum
Oh ja, er is trouwens ook strijd geleverd in Gorinchem, Muiden, en op de Nieuwerbrug. Wat Margaretha op dat moment niet weet, is dat het regiment dat Godard Adriaan geworven heeft nét in Alkmaar was aangekomen en al direct is ingezet bij Muiden. Alle aanvallen zijn succesvol afgeslagen, en daar is Margaretha wel van op de hoogte: het Staatse krijgsvolk is onverschrokken en zit vol moed. De hele gemeenschap heeft trouwens goede hoop! Als de vijand nóg een keer aanvalt, en de overwinning nóg een keer door onze jongens behaald wordt, dan staat ons een glorieuze vrede te wachten.
[hebbe gehadt,] nu wilmen weer segge dat se hebbe hoore schiete als of de vloote weer aenden an= =deren soude sijn geweest, dan also daer geen naerdere tijdine van is wort het niet gelooft dan dat is waer dat dat den vijant seer ver= =set is met de twee rankonterees die de vloote ter see hebbe gehadt, en dat sij hadde gemeent te lande in seelant oft lant van walgeren wants dengelse veel krijsvolckere op haer scheepe hadde om aen lant te setten en dat is de heere sij gedanckt gemist, te lant hebben se ock verscheijde aenslage gehadt als op gorckom muijde en ock op de nieuwer bruch en alles heeft met haer niet wille aengaen dat nu groote moet en koraesge1Courage/coragie: kloekmoedigheid so ondert
krijsvolck als onder onse gemeente2Gemeenschap geeft, mocht onse scheeps vloote die geseijt wort last te hebbe den vijant noch te atackeere weer de vicktoorije behoude, gelooft me dat ons Een seer gloorijeuse vreede sou doen hebbe[, ondertuschen is Maestri]
Maastricht
Maar al snel verandert de toon. Maastricht is belegerd en koning Lodewijk XIV zou in eigen persoon bij het beleg aanwezig zijn. De belegerden hebben genoeg proviand en munitie, hebben er alle vertrouwen in, behalen grote successen met hun uitvallen… Maar het blijven belegerden. De ogen zijn nu vooral gericht op de troepen van de keizer; maar liefst 30.000 man! Een ontzettingsleger? Iedereen hoopt dat de keizer en Spanje binnenkort de banden met Frankrijk zullen verbreken. Maar Margaretha is sceptisch; ze wil het pas geloven als ze het ziet. Want waarom is er niet eerder met de Fransen gebroken? De Fransen hebben immers al huisgehouden op Spaans grondgebied… Met de wispelturigheid van de Brandenburgse keurvorst in haar achterhoofd, vertrouwt Margaretha geen enkele vorst of prins meer. Daarom, om met profeet David te spreken, is het beter op God te hopen dan op prinsen of heren.
[vreede sou doen hebbe,] ondertuschen is Maestri3Maastricht beleegert daer men seijt de koninck selfs in Persoon voor te sijn, die van binne4Het garnizoen sijn van alles wel versien en heel wel gemoet, doen ver scheijde wtvalle met goet suckses maecken groote buijt, hoope op de troepe vande keijser die men seijt 30000 man sterck te sijn en af te koomen, men hoopt hij en spange met vranckrijck sulle breecke het welcke ick sal geloofve als ickt sien sal maer Eer niet want had de laeste dat int sin had het al moeten gedaen hebbe daer de franse haer reedene ge= noech toe hebbe gegeefve met de wtneemende insolensie5Insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid en vijandelijcke feijtelijckheeden diese tuschen antwerpe en bruijsel sijnde opt spaense boodem hebbe gepleecht, sints men het veranderen vande keurvorst heeft gesien isser geen staet op vorste of prinsen te maecke nu seijt me dat die weer begint wat om te slaen in soma den salm6Psalm of proofheet david seijt seer wel dat het beeter is op godt te hoope als op prinse of heeren te staen[, tis alleen de]
Beschieting van Maastricht door de Fransen, 1673 (detail), anoniem, 1673. Collectie Rijksmuseum
Een oxhoofd Franse wijn
Moet Godard Adriaan binnenkort weer richting Berlijn, wanneer de wispelturige keurvorst tóch partij kiest voor de Republiek? Margaretha heeft enkele heren erover horen speculeren. Voorlopig zit hij in ieder geval nog in de Duitse gebieden. Ze is in ieder geval wel blij dat Godard Adriaan haar wij en boter heeft gestuurd, want in de Republiek is het allemaal niet meer te betalen. Een oxhoofd (231 liter) wijn kost ruim honderd gulden, en een pond boter zeven stuivers! Wel spijtig dat de groene kaas die Margaretha richting Hamburg heeft gestuurd niet aangekomen is. Ze zal deze week wel nieuwe sturen.
somige heere meene uhEd verlicht wel ordere sult krijge om weer naer berlijn te gaen insonderheijt soot waer is dat den keurvorst weer naer onse kant sou helle, ick wenste uhEd sijn reijse naer den hartooch van holsteijn7Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön hadt geEijndicht, ick bedancke deselfve seer dat hij ons weederom van wijn hee en booter heeft versorcht, hier kost Een oxshooft8Oxhoofd: 231 liter franse wijn die goet is over de hondert gul, het pont booter 7 stuijvers, de wijn die uhEd ons heeft gesonde is heel goet ick meen men in rinse fustaesie wel franse wijn van Hamburch sou konne sende maer krijge wij de vreede sal de wijn wel afslaen, het doet mij leet de groene kaes niet over is ge koomen, so ick met de briefve van merge niet hoor sal ick noch deese weeck weer andere sende, en ondertusche blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
het volck dat uhEd heeft gesonde seggese heel schoon volck te sijn, de heer van ginckel verlanckt naer sijn kompagni, [tis goet dat de soon van brant]
Nadat Margaretha het laatste streepje in de ‘r’ van haar achternaam op het papier heeft gezet, vindt ze het toch nog even nodig om iets over de familie te melden. Van Ginkel verlangt naar zijn compagnie, zijn vrouw is weer hersteld van de bevalling en komt weer beneden eten, Frits, Tietge en Antge gaan naar de Franse school (maar Margaretha laat ze voor de handigheid ook Nederlands leren spellen en lezen). De trotse oma vertelt dat Frits het best van allemaal leert, hij kan zelfs al spellen! Als Godard Adriaan thuiskomst, zal Frits vragen: ‘Comment portez vous grand papa?’ (Hoe gaat het, grootvader?).
de vrou van ginckel die met al haer kinder haeren dienst aen uhEd preesenteere is weer heel wel komt al beneeden Eeten, frits tietge en Antge gaen int franse school maer laetse duijts leere spelde en leesen frits leert int boeck best van alle leert al spelde sal als groote papa thuijskomt vrage komen porte voeu granpapa9Comment portez vous grand papa?, sij sijn de heere sij gedanckt heel wel vaerende en gesont
De schoolmeester, Jan Adriaensz. van Staveren (kopie naar), 1650 – 1750. Collectie Rijksmuseum
Al met al overheerst in Margaretha’s brief een positieve toon. Het glas is eindelijk halfvol. Zou er dan toch spoedig een einde aan de oorlog komen?
Margaretha valt maar gelijk met de deur in huis. Sinds de vorige brief is er niks gebeurd. Er is alleen een brief van Michiel de Ruyter gepubliceerd, waarin hij eigenlijk hetzelfde zegt als wat Van Heteren vorige keer in zijn brief al zei. Toch vindt ze het nodig om alles nog even te herhalen en het klinkt bijna alsof ze aan het begin van de vergadering het afsprakenlijstje doorneemt.
De Eerste Slag bij het Schooneveld
Cornelis Tromp is op zijn vierde schip over gegaan
Onze vloot is twee maal door de vijands vloot geslagen
De vijand trok terug en bleef op twee uur liggen, maar wel in het zicht van de onzen
Die wilden gelijk door
Onze vloot was moedig
Er zijn wat lieden die het niet overleefd hebben, waaronder de twee vice-admiraals Schram en Vlug
Portret van Volkert Schram, Vice-admiraal van Holland en West-Friesland, Jan Veenhuysen, 1656 – 1686. Collectie Rijksmuseum
Het gevecht was afgelopen woensdag de zevende en het begon rond één uur
Het begon hevig en ging door tot ’s avonds negen uur
Een nieuwe brief van Tromp
Terwijl Margaretha aan het schrijven is, komen de berichten uit een brief van Tromp binnen. Ze weten nu dat de vijand twaalf grote schepen en een paar kleinere kwijt is geraakt. Vast staat dat de onzen absoluut gewonnen hebben. Bij Maassluis en andere zeehavens spoelt wrakhout aan waar de lelie1Frankrijk en de roos2Engeland op staat. Gisteren hebben ze weer horen schieten en drie schepen horen springen. Tot zover de verslagen van anderen, nu is Margaretha zelf aan de beurt. Zij begint natuurlijk met de Heer te vragen om ze bij te staan als er weer gevochten wordt en dat het eind maar net zo goed mag zijn als het begin.
[ten neegene,] nu so komter Een brief wt onse vloot van tromp dewelcke seijt nu Eerst te weeten wat schade den vijant heeft gehadt datter wel 12 van vijants kapijtaelle groote scheepe behalfve Eenige kleijne vaertuijch so ge= soncke als gespronge sijn en dat d onse tot dier tijt toe apseluijt de vicktoorije hebbe behoude, te maeslant sluijs en op andere seehavens komt meenichte van hout als stucke van scheepe aen drijfve daer so geseijt wort de leelije en de roos op staet, gistere hebbense weer seer hoore schieten en so sij meene perfeckt drij scheepen hoore springe de heer almachtich wisse3wil ze weederom bij staen so se weer aen malkandere sijn en geefve dat het Eijnde so goet alst begin geweest is mach sijn,
De droeverigheid lijkt weg te zijn, iedereen is vrolijk: eerst zijn de Fransen tegen gehouden bij Nieuwersluis en nu hebben de Engelsen klop gekregen. Margaretha sloot haar vorige brief af met de melding dat Maastricht berend (belegerd) was, hier zegt ze daar niks over, alleen dat de Franse koning uit Brabant trekt en men vermoedt dat hij richting Maastricht gaat. Daar liggen voldoende troepen die goed zijn uitgerust, dus hij wordt opgewacht!
hier is sulcke vreuchde onder de gemeente4Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. dat niet te spreecke is, so goet is die groote godt dat hij ons tot hier toe so genadelijck heeft bij gestaen so wel te water als te lande, die wercke die de onse aende nieuwersluijs hebbe gemaeckt doen alreets sulcke operaesie dat die aen die post legge verscheijde vijande atackeere telckens met groot suckses en verlies vant vijantsvolcke men begint hier heel goede moet te krijge en seijt me dat den koninck met sijn volck wt brabant hoochger op treckt men meent het op Maestricht
gemunt is daer sij so wel van volck en alderhande noottrufticheede5Nooddruftigheid: Wat nodig is tot levensonderhoud versien sijn dat sij hem getroost sijn te verwacht, [men meent dat me vandaech]
In een paar zinnen wordt ook duidelijk hoe ingewikkeld het is om moeder van een militair te zijn. Er zijn schoten rond Schoonhoven gehoord en haar zoon is gelegerd in Gorinchem. Hij ligt dus daar ergens op een post. Tegelijkertijd is er ook reden tot tevredenheid: ene van Benthem heeft Van Ginkel een compliment gebracht van Willem III zelf! Het zou fijn zijn als dat in de toekomst nog wat effect zou hebben.
In de afsluiting van de brief reageert ze op wat Godard Adriaan kennelijk geschreven heeft over de moeilijkheden die hij ondervindt bij het werven van troepen. Ze begrijpt hem en het moet ook maar eens gedaan zijn, maar ze begrijpt ook dat het nou eenmaal tijd kost. Het is inmiddels drie weken geleden dat schoondochter Philippota bevallen is. Het gaat goed met de kraamvrouw, ze hoopt morgen of overmorgen beneden te komen eten.
Uiteindelijk rest de dankbaarheid.
[moet sijn tijt hebbe,] nu is de vrou van ginckel drije weecken out inde kraem en heel wel hoopt merge of overmerge beneede te koome Eeten wij konne godt niet genoech dancke voor alle sijne genade, inwiensheijlige bescherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. ↩︎
5
Nooddruftigheid: Wat nodig is tot levensonderhoud ↩︎