Stadhouder Willem III was de zoon van de Engelse prinses Mary en daardoor een kleinzoon van koning Charles I van Engeland. Koning Charles II van Engeland was dus zijn oom. De betrekkingen tussen het huis van Oranje en het Britse koningshuis waren wat wisselend van aard. In de jaren dat Cromwell aan de macht was en Charles II als balling rond zwierf door Europa, was de latere koning regelmatig aan het hof in Den Haag. Maar in 1672 trok hij als bondgenoot van de Franse koning Louis XIV tegen de Republiek ten strijde. Die strijd liep voor de Engelse koning niet zo goed af en zijn parlement maakte hem wel duidelijk dat het handiger was om de Republiek als bondgenoot te hebben.
Portret van stadhouder Willem III (1650-1702), naar Caspar Netscher, ca. 1675-1680. Collectie Kasteel Amerongen.
De juiste troonopvolger
Religie speelde daarbij een grote rol. De broer van de koning, James, was katholiek geworden en dat maakte hem bepaald niet populair bij de bevolking. Zijn dochters, Mary en Anne, waren opgevoed als leden van de Anglicaanse kerk. Aangezien Charles geen wettige nakomelingen had, waren Mary en Anne potentiële troonopvolgers. Koning Charles wilde Mary graag uithuwelijken aan de Franse dauphin maar het parlement was tegen. Stadhouder Willem III was in hun ogen een betere kandidaat.
De hertog en hertogin van York met hun twee dochters, Peter Lely en Benedetto Gennari, 1668-1685. Collectie: Royal Collection Trust.
Het huwelijk
In 1677 was Mary 15 jaar oud, Willem was 27. Mary had haar neef waarschijnlijk al wel eens langs zien komen: pokdalig, geen schoonheid en bepaald geen feestbeest. Voor een 15-jarig meisje niet de prins op het witte paard maar Mary had niets te kiezen. Het huwelijk vond plaats op 4 november 1677, ’s morgens om 9 uur, in St James palace in London. De reis naar de Republiek had de nodige vertraging vanwege het slechte weer. En toen de overtocht dan uiteindelijk lukte, was de Maas bevroren en moest het bruidspaar landen in Ter Heijde en in de vrieskou gaan lopen naar paleis Honselaarsdijk. Een moeizaam begin, maar op 14 december vond de feestelijke intocht in Den Haag plaats.
Huwelijk van prins Willem III met Maria Stuart, Carel Allard (uitgever), 1677. Collectie Rijksmuseum.
Mary in de Republiek
Ondanks het moeizame begin van de relatie werd Mary al snel verliefd op haar echtgenoot. Ze was vrolijk en vriendelijk van karakter en dat viel in de Republiek ook zeer in de smaak. Eén van de buitenverblijven van Willem III, Hof te Dieren, lag in de naaste omgeving van kasteel Middachten, waar Philippota veel verbleef. Als de prins een jachtpartij organiseerde op het Hof te Dieren, was Van Ginkel van de partij en dan voegde Philippota zich bij de dames die prinses Mary gezelschap hielden. Mary en Philippota gingen vriendschappelijk met elkaar om. Maar of ze nu hartsvriendinnen waren? Philippota was katholiek en in die zin een vreemde eend in de bijt bij de protestantse hofhouding. Daarnaast, Philippota kreeg zonder problemen kind na kind terwijl Mary tot haar grote verdriet kinderloos bleef.
Het Hof te Dieren (in 1795 afgebrand) jachtslot van Stadhouder Willem II en Stadhouder Willem III, anoniem, 1770-1795. Collectie Gelders Archief.
Mevrouw de prinses
In de brieven van Margaretha zal Mary “Mevrouw de prinses” genoemd worden. In de vroegere brieven is die titel voorbehouden aan Amalia van Solms, maar die is in 1675 overleden.
Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.
het water is deese dach noch 6 duijm gewasse fritsge die merge weer na leijde gaet preesenteer sijn oet moedige dienst
Ameronge den 14/24 April 1680 [reca. 5 mei]
Mijn heer en lieste hartge
De ‘anderendaegse’ koorts
Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?
wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb den anderendaechse koorts met Een seer swaere verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer =ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.
het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den brief van Monseu blansche so ick stont om op de koets te gaen sitte nm naer Middachte te gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo =de was het welcke int begin vande voorgaen weeck naer Amsterdam is gegaen en voorleeden sondach van daer met Een hamburchs vaerder is afgevaere so dat geloof het nu
het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]
Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.
Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.
[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent metselen maer vorderen seer weijnich door dit quaet en onstuijmich weer dat deese ganse maent lang geduert heeft, kan mij niet ge- noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse- laers weer naulijcks anderhalfve dach konne wercke sijn telckens uut gereegenst
Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.
[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe weer Een schip met hout so kruijs raemte als deelle tot het leij dack en ane hout ick van Amsterdam gekreechge daer men mee doende is te losse en men sich mee moet haeste want het water op de reevier wast so viement dat meest al de wtter waerde onder staen en is noch deese nacht over de acht duijm gewasse het loopt al naer de kaeij wat int dorp is datse noch hoopen te houden, de mense klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe geen voer meer voor haer beeste en moete diese inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.
Geldzorgen
Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.
De Haagse kermis
Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…
[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.
Een nieuwe brouwer
Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.
[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]
In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!
dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf M Turnor
Margaretha schrijft deze brief uit Middachten, en dat is niet voor niets: maandag is Philippota bevallen van een gezonde en welgeschapen dochter! Cornelia Willemijn is gisteren gedoopt in de kerk in het nabijgelegen Ellecom. Nu het vastentijd is wordt daar sowieso elke vrijdag gepreekt. Cornelia Willemijn is vernoemd naar een zuster van Godard Adriaan, en een jong overleden broertje van Philippota.
[reca. 14 april]
Middachte den 6 April 1680 Mijn heer en lieste hartge
met de laeste post heb ick geen briefve van uhEd gehadt so dat de laeste is geweest vande 20 maert , ick ben voorleeden maendach hier gekoome al waer de vrou van ginckel dien nacht van Een gesont en wel geschape dochter was ge leechge, dewelcke gistere merge inde kercke tot Elckom1Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten daer me nu inde vaste sijnde, alle vrij dage preeckt sij haer kristlijcke doop heeft ontfange met de naem van korneelia wilmijna2Cornelia Willemijn, naer uhEd suster de vrou van wulfve3Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666) en de broer vande vrou van ginckel sali4Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger [de heere almachtich wilse in alle]
Het gaat prima met moeder en kind, God zij dank. Als het zo blijft, hoopt Margaretha volgende week wel weer naar Amerongen te kunnen, om te zorgen dat het werk daar door blijft gaan. Het is de hele week mooi weer geweest, dus hopelijk zijn de wegen nu een beetje opgedroogd.
[kristelijcke deuchde laet opwassen,] het kint en de kraemvrou sijn heel wel naer den tijt daer wij godt niet genoech voor konne dancken, soot so blijft hoope ick inde toekoomende weeck weer naer Ameronge te gaen, en ons wercke so veel vorderen alst
moogelijck is, wij hebbe aldeese weeck seer schoon en warm weer gehadt hoope dat de weechge wat sal doen op droochge [den heere steen]
Moeder toont een pasgeboren baby aan een bejaarde vrouw, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.
Promotie in zicht?
Van het leven naar de dood: Ludolf van Steenhuizen is overleden, en Johan de Bye, heer van Allebrantsweerd, ligt op sterven. Godard van Ginkel kan nu solliciteren naar de functie van Ludolf van Steenhuizen, die luitenant-generaal van de cavalerie was. Hij twijfelt nog of hij in persoon naar Den Haag zal gaan, of gewoon prins Willem III zal schrijven. Margaretha vind het spannend, want ze vreest concurrentie van kolonel Johan Thibault Webbenom, die een streepje voor lijkt te hebben.
[wat sal doen op droochge ]den heere steen =huijse5Ludolf van Steenhuizen luijtenant generael va de kavaelijerijcavalerie is overleeden, de heer van Albrantswaert6Johan de Bye seijtmen dat leijt en sterft, door dEerst sijn doot sal de heer van ginckel weer Een solisitant moete sijn omt luijtenantgenee raelschap hij staet in beraet of selfs daer =om naer den haech wil gaen of daerover aen sijn hoocheijt schrijfve, mij sal verlange hoet hier mee sal gaen vreese webbenom7kolonel Johan Thibault Webbenom inde voorbaet sal sijn, [dus verde int]
Cavalerie maakt zich klaar voor de belegering van een stad, Sebastien Leclerc (II), 1673-1693. Collectie Rijksmuseum.
Koorts
Terwijl ze zit te schrijven komt er net een brief van Godard Adriaan binnen, van 27 maart. Daar zat ze al op te wachten, want de laatste was van 20 maart. Helaas leest ze dat Godard Adriaan ziek is. Ja, ja, de zachte (‘weeke’) winter en het onstuimige weer in maart, daar werd je snel ziek van. Zelf heeft ze het ook te pakken gehad, en daar wijdt ze nu eens flink over uit. Ze was drie weken lang niet lekker en heeft de ‘anderdaagse’ koorts gehad. De koorts duurde telkens een heel etmaal en liep dan hoog op, zodat ze tussen twee aanvallen in nauwelijks tijd had om bij te komen. Nu gaat het wel wat beter.
[te sien deselfve niet wel is], deese weecke winter en onstuijmige maert veroorsaeckt veel sieckte, ick ben ock bij de 3 weecke heel niet wel geweest heb den anderendaech =se koorts gehad die mij meer als 24 Euren aen Een kontiniweerde en so ver =roochde8verrooken: verdampen, verhitten dat ick weijnich reespijt tuschen
beijde had, nu heeft mij de koorts verlaete en begin weer bij te koome, [ben met uhEd bekomert]
Het lijkt er op dat het zojuist binnengekomen bericht van haar man iets bij de net van de koorts herstelde oma getriggerd heeft. Ze laat zich aan het einde van haar brief wat meer van haar kwetsbare kant zien. Niet vreemd, zo bovenop de emoties rond de bevalling en de spanning om haar zoons carrièrekansen. Ze maakt zich zorgen over haar man en verlangt al naar de volgende post. Het maakt haar verdrietig dat ze zo ver van elkaar zitten, vooral als Godard Adriaan iets ernstigs zou overkomen. Moge God hem ‘goede beterschap’ geven!
[begin weer bij te koome,] ben met uhEd bekomert sal seer naer de naeste post verlange tis bedroeft als uhEd wat overkomt dat men so ver van Een is de heer almachtich wil de selfve goede beeterschap geefe, inwiens be= scherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor de raetsheer ripperda9George Ripperda de heer en vrou van ginckel preesenteere haeren dienst aen uhEd
Alcoyne bidt voor de veilige terugkeer van Ceyx, Crispijn van der Passe, 1602-1607. Collectie Rijksmuseum.
1
Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten
2
Cornelia Willemijn
3
Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666)
4
Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger
Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.
[reca. 17en Martij] Ameronge den 9 maert 168
Mijnheer en lieste hartge tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.
Leidse lasten
Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.
tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij doet mij leet men heeft ons hier heel ander van hem doen geloofve, en is de heer van ginckel gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine 8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.
Storm, wind en regen
Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….
, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch weer gehadt maer nu weer niet als storm win en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer sijn en wij met geen werck voort konne so haest het weer toelaet salder niet versuijmt worden,
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.
Geen kalk te koop
Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.
de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang aen teminck last gegeefve om in te koopen maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko
en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en Een goede som daerwt aen teminck tot be taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]
Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.
, de heer en vrou van ginckel sijn weer naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme sal nu haest aenschieten godt wil ons Een gesont en wel geschaepe kint verleenen,
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.
Niets meer te zeggen…
Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.
[hebbe] voort weete niet meer te segge als dat ick ben
Men heer en lieste hartge uhEd gebo getrouwe wijff M Turnor de doot van docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden sal uhEd hebbe verstaen
1
praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur
2
daarheen
3
onderzoeken, beproeven
4
duur
5
De Leeuw
6
Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.
[reca. 26.februarij] Ameronge den 14/4 febrij 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange, daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,
Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.
[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij noch beeste ge moete koope omt sant te bescha =eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu =eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge= boode wort dat ick gereesolveert ben noch al Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]
Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.
ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese ben met daer Eenen dach geweest, alwaer teminck en schut heb gesproocke van al onse affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae selfs niet tot de deelle die ondert leijdack moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle moeten weesen
heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.
Resthout
Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.
[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope] en overleijt wat men verders met de 24 blocke hout die daer noch aende saech moolle legge sal doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10 f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te houde, en voor Eerst daer wt te saechge de latte die ondert panne dack van noode sule sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel tot boere huijse die wij noch int dorp sulle metter tijt moete timere wel te pas koome , sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Kwaliteitshout
Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.
[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel dient gelet te worde dat de pruijse deelle recht gesaecht worde want dat die anders te veel int kant rechte vande selfve verliese daer sulle ock al Eenige meer als tot het belegge van breete vant salet moete sijn voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.
Paardenmarkt
Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.
[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet of waer tot Amsterdam geweest dat ick met schut gesproocke heb is de reijs wel waert de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis =teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel vandaech, doch d heer van ginckel komt int laest vande toekoomende weeck weer om
Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.
[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou =de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech spreeckt van Een Ambassaede naer spange en naer deenmercke te sende de Eerste wort gesproocke vande heer van dijckvelt te sende en, de ander van uhEd voort naer deenmercke ,den heer van someldijck seijt me dat naer vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn, hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Jicht
De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.
dat de liede seer swaer sal valle, het doet mij van harte leet men heer de keurvorst weer aent poodegra leijt de heer almachtich wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve
hoochEdelgeboore heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
van boumeester hoor ick niet geloof hij noch te breeda is
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.
Onverwachte gasten
Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.
[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach hier met de heer van ginckel koomende vondt ick hier de heer en vrou van bransenburch met de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer in wachte, [en laete toekomende maendach Een]
Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!
[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert =ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort nat en vuijl weer de wech is te diep daer kan onmoogelijck geen kar door, tis hier alledaech seer vuijl en nat weer hebbe weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.
Baantjesjacht
Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.
[doen,] den avokaet becker die gistere met rentmeester vande domeijne hier was seijde dat de prockereur generael weesel seer verswackte en geen hoop van leefven hadt datter ock waere die sijn hoocheijt om dat Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]
In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?
[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
hier is wtermaete vreuchde met de nieuweijaere onder onse jonckheijt geweest met de naeste post sal frits en Anna groote papa bedancke
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.
[rec. 29. Januarij.] Ameronge den 20/10 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom mende maendach geinstaleert werden, het lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie van van heetere wt den haech krijch sal ick de duijsent duijketons tot wttrecht bij den ontfanger de leuw ontfange en verweij daer wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.
Weersomslag
Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.
heeft konne beginne, wij hebbe deese winter tot noch toe seer sachtges door gebracht met mistige en donckere daege weijnich sneuwe en vorst, dan deese weeck Een ongemeene storm wt den weste daer gevreest heb van te sulle hooren, met Een wassent water dat ontrent Een voet ondert nieuwe klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent
valle quam waer door men geloofde dat Eenich door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het welck men seijt booven doesburch te weesen onse duijve gaete sijn noch onder water ent selfve is weer aent wasse is deese nacht op den rhijn weer twee duim gewasse, dat veel voor ons is, is dat met dien stercke wint wt het weste niet Een dropel water door Eenige van onse ven= =sters is geslage maer sijn alle seer dicht bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer weer is bidt verseeckert te sijn dat niet versuijmt sal worde int graefve of Eenich ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.
Horizontale neerslag
Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers
Pachters
Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:
het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.
Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.
[ock so doet], kon noch geen bouman tot onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie het huijs van korneelis tijse en het lant daer achter ent lant vand huijch verweij aen roellof de voerman verhuert voor 3 ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu= =nisse die op de steenoven heeft gewerckt met het lant dater aen hoort verhuert voor 36f int ijaer, het lant achter den haes dat den oude ijanquint gebruijckt heeft aen henderick wijne verhuert voor 18f int ijaer, maer weer hier teegens is de pacht vande lange waert wt en wille de pachters die niet weer in huer hebbe als met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat ick niet doen wil hebt haer al 20f min als voor dees gelaete, het welcke sij niet wille aeneemen, so dat vrees wij die waert aen ons sulle [moete houde hebse]
Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven. Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.
[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht dage Een swaere overval van sieckte bestaende in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee =ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]
Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.
Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.
[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt ick met haer naer den haech had gegaen maer ben gereesolveert deese winter hier in stillich heijt te passeere en teegens paesche voor Een korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet wil gaen, haer man is inde haech omt gou= vernement van wttrecht te versoecke mij verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]
Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….
[reca 15en Januarij] Ameronge den 6 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen , ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke =burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer= =cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid sijn part vant bekende reeckenmeesters plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]
Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.
dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst
teegens den staet heeft sal gestilt worden, en uhEd noch wat goets te beste van ons liefve vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.
Eind goed, al goed
Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.
[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]
Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.
Veel gezondheid en voorspoed
Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…
[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet te wensche blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.
ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so quaet op de prins van oransge, is dat sij hem niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer maecke most,
Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.
ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had of deselfve wel wat van hier gewenst maert was te veer te sende, hoope sijn goet van berlijn n breeme nu sal hebbe gekreeche, ben van harte verblijt de affaerees bij uhEd so wel staen.
veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
4
raadspensionaris Gaspar Fagel
5
aanbevolen
6
Karel Valckenaar
7
Zijne Hoogheid
8
Willem van der Straaten
9
Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
10
Kolere: woede, gramschap, toorn
11
Van Heteren
12
december
13
in het begin
14
op het laatst
15
doel, bedoeling
16
Staten-Generaal
17
verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
18
de eer
19
na
20
Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
21
Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
Margaretha heeft zowaar twee brieven ontvangen van haar man en de secretaris ook één. De brief aan de secretaris staat kennelijk vol met Godard Adriaans ideeën rondom de herbouw, want Margaretha belooft om goed over alles wat hij schrijft te overleggen.
[rec 7 dito] Ameronge den 2 ijuni 1677
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd aengenaeme vande 26 en 29 meij heb ick ontfange, wij sulle volgens tgeene uhed aende seekreetaris schrijft alles ten beste so veel over= legge alst moogelijck is, [wat belanckt omt bovent]
Plafond van het groot salet
Wat dat betreft valt Margaretha maar gelijk met de deur in huis. Kennelijk heeft Godard Adriaan voorgesteld op het plafond in het groot salet te jipsen (gipsen: stuken). Ze hebben daarover overlegd (zie je wel, ze doet keurig wat haar man vraagt!) en Margaretha en de beide bazen zijn het niet met Godard Adriaan eens. Zo’n mooie ruimte als de zaal die ze maken, die hoort een geschilderd plafond te hebben. Dat heeft Zijn Hoogheid Stadhouder Willem III immers ook gedaan in de grote zaal van Soestdijk? Als dat niet een argument is! Bovendien vroeg die schilder uit Amersfoort er niet eens heel veel geld voor! Nou ja, ze zijn voorlopig toch nog niet toe aan dat plafond, dus er is nog tijd genoeg om te beslissen.
[legge alst moogelijck is,] wat belanckt omt bovent groot salet te laete jipse meenen beijde de baese so wel schut al rietvelt dat dat gemack te fraeij is om te laete jipse en dat het selfve behoorde geschildert te worde gelijck sijn hoocheij op soesdijck in sijn groot salet heeft laeten doen van Een schilder van Amersfoort diet so ge= seijt wort heel net en voor Een kleijn en heel ge ringe prijs schildert, dan dit is noch vroech genoech daer kan omt Een oft ander dit ijaer noch niet gedocht worden, [konne wijt deese]
Plafondstuk “Aurora”, M.L.A. Clifford, 1726. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Margaretha kreeg pas 26 jaar na haar dood haar zin. De basis was toch het gestucte plafond dat haar man wenste.
Glas
Eerst heeft Margaretha andere zorgen: het zou fijn zijn als ze deze zomer alle vloerstenen gelegd zou kunnen krijgen, het dak dicht en al de vensters gevuld met glas. Maar als ze alleen al denkt aan de kosten krijgt ze het benauwd. Het glas vindt ze ook spannend. Ze zal eens kijken hoe anderen dat doen en dan een plan maken. Het schijnt dat de meesten kasten vol met glas laten komen en het dan ter plekke laten verwerken (tot ramen neem ik aan).
Ze stelt ook voor om te werken met twee kwaliteiten glas. Voor de zolders en de kelders is ‘slecht of bargoens’ glas goed genoeg. Als Godard Adriaan het goed vindt, uiteraard. Slecht gebruikt ze dan hier in de zin van gewoon, eenvoudig. Hoe ze bargoens hier precies bedoelt is mij niet duidelijk. Het is de taal van vagebonden en dieven. Ze zal in ieder geval geen glas zijn waar ze veel waarde aan toekent.
, naer glas sal ick verneemen en weet niet hoet daer best meede sal aen legge, veel koope heelle
kaste met glas en laetent dan bearbeijde salder naer verneeme en sien hoet tot den meesten oorbaer schick, mijns oordeels kan men op de solders op de vlieringe en ock in al de kelders wel met slecht of bergoens glas sette dat heel wel en genoech bestaen kan, alst uhEd so goet vindt, [vermidts hier so weijnich geleegent]
De werkplaats van een glazenier, R. Bénard naar Bourgeois. Collectie, tweede helft 18de eeuw. Collectie: Wellcome Collection.
Stenen voor Middachten
Die stenen voor Middachten die Godard Adriaan gezonden heeft, die zijn nog steeds niet in Middachten. Het is lastig om een schip te vinden dat vanaf Amerongen over de IJssel vaart. Maar nu heeft Krijn van Kampen net turf afgeleverd en hij moet leeg die kant op varen om hout te halen. Margaretha hoef je niet te vertellen hoeveel één plus één is: de stenen zijn al met het schip vertrokken. Margaretha heeft 450 stenen die kant op gestuurd. Ze denkt dat dat wel genoeg is, bovendien wil de eigenzinnige Philippota er nog wat witte stenen tussen leggen.
[so goet vindt,] vermidts hier so weijnich geleegent =heijt valt om den ijsel op, Eits naer Middachte te sende en ock de koste vande vloersteene hier op te rijde en daer naer die weer aent water ent scheep te brenge te ontsien, heb ick de ocke =sie dat krijn van kampen hier turf tot den steen oven gelost hebbende en en den ijsel op ginck om hout te haellen, hebbe ick hem vant Eene schip int sijne 450 vloer steene laete in laeden die hij op Middachte gebrocht heeft geloofve sij daer mee toe sulle koomen also de vrou van ginckel daer Eenige hoewel weij =nige witte steene tuschen wil laeten legge
Uiteraard heeft Margaretha ook weer iets op te merken over het gezin van haar schoondochter. Zij zit bij haar man in het leger, maar die zou eigenlijk de belangen van zijn gezin moeten behartigen. Nu is de kans, omdat hij in een goed blaadje staat bij de Prins van Oranje! Maar nee, hij is te timide, hij zal nooit iets voor zichzelf vragen, eerder voor een ander. En als hij niets doet… gebeurt er niets. Margaretha zal hem er nog wel op aanspreken, want hij moet er wel rekening mee houden dat hij zeven kinderen heeft en binnenkort zelfs acht!
de vrou van ginckel is noch int leeger ick heb haer op haer vertreck van hier al geseijt dat haer man nu behoorde sijn tijt waer te neemen en voor sijn huijs en kinderen te sorchgen de wijlle hij in gunst bij sijn hoocheijt is, maer hij is te temiede en geloof niet dat hijt doen sal, hij sal Eer voor vreemde als voor sijn selfe spreecke, ent sal hem sonder dat hijt Eijst niet thuijs gebracht worde, ick salt hem noch wel vermaene als hijt maer doet hij heeft vast seeven kindere en achtste binne acht
a neegen weecke te verwachten, sij moogen wel achterwaerts dencken, en als uhEd wel seijt de
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.
En trouwens
Na nog wat gemopper op hoe het er allemaal aan toe gaat is er nog ruimte voor een flink naschrift. De Heer van Odijk is gehuldigd. Willem Adriaan van Nassau, die nooit Heer van Odijk was, had de ambachtsheerlijkheid Zeist gekocht. Op zijn verzoek hadden de Staten van Utrecht daar gelijk maar een hoge heerlijkheid van gemaakt…
Trouwens, als het plafond van de grote zaal geschilderd zou worden, dan moet er wel droog hout in. En eigenlijk ook mooi gezaagd, en dus duur hout. Dus daar zou ze dan nu eens naar moeten kijken.
Overigens kostte het schilderen van het plafond van de grote zaal op Soestdijk maar 100 gulden. Ze zal met Schut en de secretaris eens in de Sint Servaas Abdij in Utrecht gaan kijken of daar nog geschikt hout voor de vloerbalken ligt.
[al datter om gaet,] de heere wil ons bij staen in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor inde voorleedene weeck is den heer van oudijck tot seijst in gehult als men boovent het groot salet sou schilderen diendent met wage schot1Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden beschooten en moet wel drooch hout weesen daerme van nu af naer sou moete verneemen, so mij geseijt is kost het schildere vant groot salet op soesdijck maer hondert gul, ick sal schut met de sekree taris int sintservaes klooster het hout laete besien tot de ribbe inde vloere, ens bequaemste voor ons laetste Estimeere
Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden
Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.
[Rec:. 31 dito] Ameronge den 26 meij 1677 Mijn heer en lieste hartge
heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren, wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijseReis: berisping, aanmaning van hem op geEijst maer konnen noch renthe noch kapitael van hem krijgen en hem qualijck te spreecke koomen, daer om breijeerius2onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt met den heer van wellant geen doen meer te hebe , so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck ock dat vande preedikant vande hengele3Daniël van den Hengel doet
De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.
[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer als achtdagen beesich geweest met de vormeelle tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij
kamer4Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier ontfange en ontvracht alles volgens de vracht brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,
[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.
Poolse dragonders: fraai volk
Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.
wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver= treck van vrou van ginckel wt den haech niet van haer hoochEd of onse soon gehoort, de geruchte gaen dat men Maestrich soude wille beleegeren so dat aen gaet salt weer om meenich Eerlijck man te doen sijn , tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170 poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende geleechgen die onder de garde van sijn hooch =heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.
De kinderen smullen van de pruimen
Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.
ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits met sijn broer en al sijn susters, die alle haere oot moedige dienst aende groote papa preesenteere en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
de heer vande liere5Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge6Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou