De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Hardsteen Pagina 1 van 2

Beelden, ballen en klapmutsen

Voor de herbouw van Kasteel Amerongen was een hoop materiaal nodig. In de brieven van Margaretha aan haar man lezen we over kalk, hout, steen en turf. Er moest per slot van rekening weer een functioneel kasteel gebouwd worden. Maar het oog wil ook wat. Op 11 april 1680 ontvangt Godard Adriaan een brief van ene Jochem Fopma uit Bremen, een handelaar in bewerkte steen. Hierin wordt gesproken over ‘beelden en ballen’, en over bijbehorende ‘klapmutsen’. Dat zijn sierstukken om een muur mee af te dekken. Over welke beelden en ballen Jochem Fopma het heeft, wordt uit de betreffende brief niet duidelijk, maar het kan bijna niet anders dan om de beelden Fortitudo en Prudentia gaan die samen met twee grote stenen ballen bij de trap naar de bovenbrug staan. Het had nog flink wat voeten in aarde om de pronkstukken van Bremen naar Amerongen te krijgen. Aan de hand van het briefarchief van Kasteel Amerongen hebben we deze interessante reis eens in kaart gebracht.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over beelden, ballen en dekstenen

[17 courant uijt Berlin hem toegesonden,] begeerende
dat ick dit aen UE mocht beantwoorden, alsmeede
bij eerste goe occasie d’affsendingh de twee vaerdige
Beelden & bewerckte decksteen voor sijn Ex.ie den
H.re van Amerongen te bevorderen
twelck hebbe aengenoomen nae vermoogen te doen, ondertusschen sijn hier meede gearriveert de twee geordineerde stucken steens totte twee Ballen;
die souden, indien sijn HoochEd. beliefde, nu
vervaerdight (terwijl doch gheen scheepen tot noch
toe parat sijn) konnen meede gesonden worden,
als oock de vier klapmutsen die totte Beelden en
Ballen vereijscht worden, ende van streckstucken
moeten sijn [waerop Mr Prangh resolutie wacht,]

25 maart 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan van Reede
Foto van het bordes van Kasteel Amerongen vanaf de zijkant. Op de voorgrond rozen die over de muur groeien, daarachter een bal op een pilaar. Achter de bal een standbeeld van een vrouw met een pilaar in haar hand. Achter haar nog een onduidelijk standbeeld.
Rozen, bal en Fortitudo bij Kasteel Amerongen, foto: Annemiek Barnouw, 2020.

April: de beelden zijn verstuurd per boot

Op 29 april ontvangt Godard Adriaan een brief van dezelfde Jochem Fopma uit Bremen. Hij schrijft dat hij na 7 april de gelegenheid had om de beelden alvast per boot te versturen. Ondanks dat hij daartoe nog geen opdracht had ontvangen en de ballen en klapmutsen nog niet klaar zijn, heeft hij dat gezien de waterstand in de Vaart maar gedaan. De beelden heeft hij op een ‘boecken bael’ vastgebonden en met stromatten beschermd. De kosten worden helaas wel wat hoger, want Meester Prang moest zelf met nog iemand de rivier af komen om te helpen.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over ballen beelden en dekstenen

Ick heb dan de twee vaerdige beelden jeder op een boecken
bael wel vast gebonden en met stromatten bewaert,
neffens de decksteen, 4 klapmutsen op de muijr en de geordineerde vloersteen, t’saemen in’t schip van Obbo
Jelles van Worckom gelaeden en aen S.r A.T. Jacobs1Temminck
geconsigneert, waervan ick dito S.r aenstaende Woensdag
per post oock advijs sal geeven; de beelden sijn tot
Vegesack neffens ‘t ander goet wel en onbeschadigt
‘t scheep gekomen, maer de kosten komen wat hooch
want Mr Prangh met noch een persoon selffs daerom
naer beneeden geweest sijn2de rivier af gekomen; en ick heb den schipper, die
een nieuw Schmack voert3smakschip, het goet ten hoochsten gerecommandeert

22 april 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Tekening van een baai met op de voorgrond een weggetje en een landtong met koeien erop. Rechts een haven met allemaal zeilschepen en aan de linkerkant nog een stukje land met een molen. Midden in de baai varen zeilschepen en één stoomschip
Vegesack bij Bremen, Anton Radl, inkttekening gemaakt voor ‘Ansichten der Freien Hansestadt Bremen’ door Adam Storck, 1822. Collectie Staats- und Universitätsbibliothek Bremen.

Jan Prang

Steenhouwer Jan Prang is een oude bekende van de familie Van Reede. In 1676 kwam hij al van Bremen naar Amerongen om allemaal hardstenen elementen (vloerstenen, trappen, de lijst om het huis, onderdelen voor de schoorstenen) ter plekke passend te maken. Kennelijk is er nu voor gekozen om Jan Prang in Bremen te laten werken en dan de afgewerkte stenen naar Amerongen te sturen. In dit brieffragment lijkt het of Meester Prang de standbeelden ook gemaakt heeft. Het is zeker niet onmogelijk, maar eerder maakte hij elementen voor het huis, het zou ook kunnen dat hij alleen zorg draagt voor de verzending. De dekstenen, klapmutsen en de ballen passen wel bij het beeldhouwwerk dat hij eerder voor Kasteel Amerongen geleverd heeft.

Een grof uitgehouwen steen met daarin heel duidelijk VII gekerfd.
De onderkant van één van de dekstenen, foto: Annemiek Barnouw, 2026. Momenteel worden de brug en de muur voor het kasteel gerestaureerd, daarom zijn de dekstenen van de muur gehaald. Op de onderkant zie je de aanwijzing die waarschijnlijk door Jan Prang in Bremen in de steen gekerfd is. Zo was in Amerongen duidelijk welke steen waar moest liggen.

Augustus: oplopende kosten

Als de beelden onderweg zijn, wordt het een paar maanden stil rondom de beelden, ballen en klapmutsen. Godard Adriaan blijkt vragen te stellen over de oplopende kosten. Op 9 augustus krijgt hij een brief van Fopma waarin hij uitlegt dat de prijzen fluctueren. Omdat hij zelf geen voorraad steen meer had, moest hij nieuwe kopen. Daarnaast worden de ballen en klapmutsen van een harder, en dus duurder, steensoort gemaakt. Maar Fopma is bereid er een mooi prijsje van te maken als Godard Adriaan hem aanbeveelt als opvolger van zijn overleden oom. Een brutaal mens heeft de halve wereld toch? Zeker gezien het bijzondere Post scriptum van de brief. Het lijkt er namelijk op dat er in de tussentijd niet zoveel voortgang is geboekt met de ballen en klapmutsen. Meester Prang is een reislustig heerschap en pas teruggekomen uit Osnabruck. Hij zal nu pas weer verder gaan met de ballen en klapmutsen.

Een steenhouwer aan het werk op straat. Naast hem op de grond ligt een grote winkelhaak. Op de achtergrond de Porta Romana te Florence.
De steenhouwer, Carlo Lasinio, 1769-1838. Collectie: Rijksmuseum.

Oktober: meer vertraging

Weer verstrijken er een paar maanden en de ballen en klapmutsen zijn nog altijd niet op weg naar Amerongen. Er is meer vertraging opgetreden. Op 12 oktober leest Godard Adriaan in een nieuwe brief van Jochem Fopma dat hij voornemens was de ballen en klapmutsen een maand eerder al naar Amerongen te laten verschepen. Meester Prangh was echter weer naar Osnabrück, waar 4 van zijn knechten ziek zijn geworden, dus dat gooide roet in het eten. Aan Jochem Fopma ligt het absoluut niet. Hij heeft veel ander werk weggehaald bij Meester Prangh, dus de ballen en klapmutsen moeten nu met 4 dagen echt wel klaar zijn.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan

dat ick niet getwijffelt had, oft de bewuste bollen
en klapmutsen souden ten minsten voor 1/m naer Amsterdam
sijn gescheept, maer Mr Prangh sijn Voijage naer Osnabrugh
alwaer vier van sijn knechts sieck sijn heeft mijn voornemen
belett, ‘kheb echter sedert sijne t’huijscomst alle devoir
gedaen, om hem onaengesien veel ander noodig werck, daedelijck
tot voltrecking van dit begonne langduijrige werck te brengen
en is daermeede soo verre geavanceert dat de laeste der Bollen
neffens de laeste der klapmutsen binnen 4 dagen
konnen
vaerdig sijn, als wanneer ick niet manqueeren sal om die,
belieft het Godt, met eerste goe occasie volgens ordre te
versenden

27 september 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Ingekleurde prent van drie mannen in een steenhouwers werkplaats. Één van de mannen tekent iets uit op een blok steen, de tweede zit op het blok steen waar hij naast zich iets uit hakt. Een derde man staat achter een groot blok staan peinzend toe te kijken. Op de voorgrond een scheef gezakte kruiwagen. Onder de prent staat 'Hoe nuttig, kindren! is de man, Die zulk een steen bewerken kan."
De Steenhouwer, anoniem, fragment uit een pagina met zes ambachten uit Meijers Prenten, uitgegeven door De Ruyter & Meijer, Amsterdam, 1878. Collectie Rijksmuseum.

December: van boot naar appelwagen

De ballen en klapmutsen worden in oktober door Jochem Fopma vanuit Bremen verzonden naar Adriaan Temminck in Amsterdam. Hem kennen we ook uit de brieven van Margaretha. Op 24 december krijgt Godard Adriaan een brief van Temminck. Hij heeft de lading ontvangen, maar er is een probleem. Er varen geen schepen op de Rijn dus hij kan de ballen en klapmutsen niet verder per boot naar Amerongen versturen. Gelukkig heeft hij een oplossing. Hij verstuurt de lading naar ‘oom Synapius’ in Amersfoort. Dit is wellicht een oom van Temminck, die in dezelfde kringen verkeerde als Godard Adriaan. In Amersfoort moeten de ballen en klapmutsen vervolgens op appelwagens geladen worden. Die komen uit de Betuwe en passeren door Amerongen.

De Breemer steen bestaende in 2 groote ronde bollen 4 vierkante klapmutsen en 1 waeter off geutsteen hebbe ick int begin vant vriesent weer hier ontfangen, en alsoo door het leegewaeter gans geen scheepen op den rijn conde vaeren, soo hebbe alles op Amersfoort gelaeden en aen oom Senapius geadresseert met ordre om alles op de appelwaegens (die daer uijt de Betuw coomen en door Amerongen passeeren) te laeden, geleijck oock Haer HoogEdele mijn schrijft dat ditto steen daer wel gecoomen

(Van deze brief is nog geen scan beschikbaar)

Pagina met drie schetsen. Linksboven twee gezadelde paarden voor een raam, rechtsboven een groep mannen die iets voortslepen dat aan touwen zit, midden onder een boeren wagen met daarop stenen, voortgetrokken door vier paarden. Ernaast loopt een man met een zweep. Rechts onder de letters DC. Boven de tekening staat 'Croquis par divers artistes'. Onder de prent staat Decamps.
Wagen met keien getrokken door paarden, Alexander-Gabriel Decamps, 1830-1831. Uit: Schetsen door diverse kunstenaars. Collectie: Rijksmuseum.

Aankomst in Amerongen

Op 27 december ontvangt Godard Adriaan dan het verlossende woord van Margaretha. De ballen en klapmutsen zijn aangekomen in Amerongen. Reden voor blijdschap zou je denken, maar dat blijkt niet uit de brief van Margaretha. Het lijkt er op dat het plan met de appelwagens is mislukt. Ze schrijft dat ze de lading zelf met wagens uit Amersfoort heeft laten halen. Alles is onbeschadigd aangekomen, op één klapmuts na. Die mist een stukje. Verder hoopt ze vooral dat al het steen uit Bremen nu is aangekomen, want het is allemaal al duur genoeg. Hoe de reis van de beelden Fortitudo en Prudentia verliep, is niet duidelijk. Zij werden per slot van rekening al in april 1680 verstuurd vanuit Bremen. Hoe dan ook, in december zijn alle pronkstukken, minus een klein stukje klapmuts, in Amerongen. En daar zijn ze nog steeds te bewonderen.

Brieffragment hardstenen bollen

tot Amsterdam is de 4 groote klapmutse
en de twee groot hartsteene bolle van breeme
aengekoome, die teminck omt lage water
niet voort heeft konne krijgen is genootsaeckt
geweest die tscheep op Amersfoort te sende die
ick met wagens van daer heb laeten haele
en sijn deselfve onbeschadicht hier gebrocht
wtgesondert datter vant Eene klapmuts
en kleijn stuckge af is, hoope wij nu het laeste
steen van breeme hier hebbe, die reeckenine
loopen hooch, so doens die aen alle kanten,

14 december 1680, Margaretha aan Godard Adriaan
Foto van Kasteel Amerongen. Een hoog, bakstenen vierkanten huis met twee schoorstenen. Voor het huis een trap naar een bordes. Aan weerszijden van de trap twee standbeelden. Daarnaast twee ruimtes en dan twee pilaren met daarop ronde ballen. De pilaren gaan over in een muur, waarover struiken groeien. Voor de pilaren twee kanonnen en helemaal op de voorgrond een gouden zonnenwijzer.
Kasteel Amerongen vanuit het oosten, foto: Annemiek Barnouw, 2020. Aan weerszijden van de centrale trap de beelden, rechts daarvan op de pilaren de ballen. Onder de beelden en de ballen liggen de klapmutsen en de dekstenen sluiten de muur af.

  • 1
    Temminck
  • 2
    de rivier af gekomen
  • 3
    smakschip

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijseReis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius2onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele3Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer4Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere5Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge6Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland
  • 3
    Daniël van den Hengel
  • 4
    Alcove kamer
  • 5
    Frederik van Reede van Renswoude
  • 6
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud

Opperbaas, gast en pruimeneter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 mei 1677
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de achtste is binnen en Margaretha is blij te lezen dat het zesde schip met stenen onderweg is. Waar ze minder blij mee is, is dat dit nog niet het einde is. Ze hoopt maar dat in het volgende schip écht de laatste dingen geladen worden, want de kosten voor transport lopen de spuigaten uit. Het zijn niet alleen de schepen over zee en door de binnenwateren die betaald moeten worden, alles moet ook nog met een wagen naar het kasteel.

Brieffragment vracht stenen

[rec 17. dito]
Ameronge
den 12 meij 1677

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 8 deeser heb ick heeden tot
wttrecht sijnde ontfange, dat het seste schip met
hart en vloersteene op wech is, is mijn lief had
gehoopt dat het leste sou geweest sijn maer
sien datter noch Een staet te volgen hoope
dat daer alle het resteerende in sal konne
gelade worde, want de scheeps en wage
vrachte loopen seer hooch, [uhEd schrijft of me]

Ets van een heuvelachtig landschap met her en der plukjes struiken en rechts op de voorgrond een paar bomen. Een grote, volgeladen wagen die afgedekt is met een doek wordt voortgetrokken door zeven paarden. Ervoor loopt een man met een zweep.
Landschap met wagen voortgetrokken door paarden, Wenclaus Hollar, 1625-1677. Collectie Rijksmuseum.

Werklieden

Was ze de werklieden in de winter na een hele zomer en herfst echt helemaal zat, nu lijkt het aan het begin van het seizoen al mis te zijn. Godard Adriaan heeft kennelijk voorgesteld dat Margaretha met de steenhouwer Jan Prang overlegt of het voorbereiden van de dekstenen ook in Bremen kan. Jan Prang vindt het oké, maar vooral Margaretha is van het idee gecharmeerd. Het werk sukkelt maar door. Iedereen wacht op de steenhouwers en wat doet Jan Prang? Hij laat zijn knecht gewoon naar Amsterdam gaan om zijn broer uit te zwaaien die naar de Oost vaart. Ze hebben de steenhouwers toch niet uit Bremen gehaald om hier een beetje de toerist uit te hangen?

Brieffragment werklieden

metselaer en leijdecker wachte naer de
steenhouders en niet teegenstaende dat
heeft ijan prang Een van sijn knechts
in mijn apsensie naer Amsterdam laete
gaen om sijn broer die naer oostindie
vaert wtgeleij te doen, daer ick seer moei
=lijck om ben tis niet anders dan of wijse
van breeme hebbe laeten hier koome om haer

plaijsiers te gaen neemen, ick moet niet Een dach
van hier of viendt het Een oft ander t ondeuch
wort het so moe dat ickt niet seggen kan, [ick]

Op de kade wachten enkele reizigers. Verschillende grote boten en kleine schepen liggen in de haven.
Het IJ voor Amsterdam, van de Mosselsteiger gezien, Ludolf Bakhuysen, 1673. Collectie Rijksmuseum.

Bruiloftsgasten

Margaretha is met Frits en Anna naar de bruiloft van de zoon van Van Beusinchem geweest. Margaretha heeft zelf nog met Luchtenburg, secretaris van de Staten van Utrecht, gesproken. Er wordt wel vergaderd, maar zonder Godard Adriaan wordt niets besloten. Ook op het feest wordt Godard Adriaan gemist, er wordt meer malen een toast op hem uitgebracht. De bruiloft gaat vanavond door, maar zonder Margaretha en de kleinkinderen, die nodig weer naar Amerongen moesten.

Brieffragment Margaretha, Frits en Anna bij de bruiloft

[wort het so moe dat ickt niet seggen kan,] ick
ben deesen avont weer hier gekoomen wt het
midde vande bruijloft, bender gistere den dach
datse troude geweest, daer den heere beuse=
=kom sijn vrou seer mee in haer schick waer
=ren en niet wiste watse ons doen soude,
frits heeft uhEd meet en Antge sijnder ock
geweest ontfinge seer veel vrienschap, [den]

Brieffragment Op Godard Adriaans gezondheid

[te hooren,] den heere beusekom heeft Een
heelle statelijcke bruijloft met sijn soon ge
geefve en alles heel wel gemaeckt, uhE
wiert daer seer gewenst en heeft men sijn
gesontheijt daer verscheijde mael gedroncke
, van avont i sijnder weer al de bruijlofs
gaste behalfve ick met de mijne, die
hier noodiger was, [de vrou van ginckel]

Voor een huis zit en staat een gezelschap rondom een rijk gedekte tafel.
Groepsportret: een huwelijksfeest, Gillis van Tilborgh, 1650-1678. Collectie Metropolitan Museum New York.

Krom van het reizen

Schoondochter Ursula Philippota is naar het leger, waar Van Ginkel koorts schijnt te hebben. Margaretha is heel blij dat er weer pruimen haar kant op komen. Ze moet nu stoppen, want ze moet nog zoveel doen en ze lag er pas om 3 uur in en ze is krom van het reizen.

In de PS nog even snel dan: Margaretha heeft nog steeds niet gehoord of Michiel Matthias Smidts nou al bij Godard Adriaan geweest is…

Brieffragment koorts pruimen en door

hier noodiger was, de vrou van ginckel

is naert leeger, de heer van ginckel heeft twee mael de koorts gehadt
wil hoop daer geen swaerder sieckte op sal volgen, verlan
te hoore hoet voort met hem is, ick bedancke uhEd seer
voor de pruijme die op wech sijn em Blansche voorde goede sorch
die hij daer voor heeft gedraege, nu moet ick Eijdige,
Eer ick Eens overal ben geweest is en heb naer
gesien ist laet geworde, ock ben ick moe ben te nach
ten 3 Euren te begt bedt gegaen en krom vant
reijse, sal niet te min blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
Mturnor

ick hoor wt geen van
uhEd briefve of
den heer boumeester
al bij uhEd geweest is

Van links naar rechts: twee reine claudes, vier perziken, daarvoor een paarse pruim waartegen een kers leunt, rechts nog een kers. Links van de pruim een vlieg en een paar druppels. Op de voorgrond een sprinkhaan.
Perziken, pruimen, kersen en twee insecten, Elisabeth Geertruida van de Kasteele naar Michiel van Huysum, 1818-1853. Collectie Rijksmuseum.

Flatterende lieden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 mei 1677
Lees hier de originele brief

Eindelijk zijn er twee brieven van Godard Adriaan aangekomen! Margaretha is blij te lezen dat de brieven van zoon Van Ginkel Godard Adriaan gerustgesteld hebben.

Een goed salaris

Van Ginkel heeft ook wel pech met al die veldslagen die hij moet leveren. Het is daarom zuur dat de gecommitteerde raden van Holland hem zijn salaris als commissaris-generaal ontzegd hebben. Nou ja, ze zullen dat nu wel moeten heroverwegen.

Brieffragment financiële situatie van Van Ginkel

[rec. 3 maij 1677]
Ameronge den
28 April 1677

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aesgenaeme vande 21 en 24 deeser sijn mij
beijde behandicht, tis mij lief uhEd tot sijn gerust
=ticheijt de briefve vande heer van ginckel heeft ont
fange, wel te recht is hij ongeluckich inde oor
= looch ijaer op ijaer sulcke slage te hebben,
en dat de gekoomiteerde raede hem dan noch
sijn tracktement al komisarisgenenael sou
de, disputeeren waer hart nu ick hoop sij
haer sulle bedocht hebbe, [ent sijn hE laete vol=]

Prent van een man in een tent die aan een tafel zit. Hij noteert iets in een boek en op tafel ligt geld. Aan de andere kant van de tafel zit een soldaat op een kist met een dolk op zijn rug. Daarnaast staat een soldaat met een zwaard aan zijn zijde en een dolk op zijn rug. De afbeelding is rond en eromheen is een soort lijst getekend met putti, engeltjes en plantachtige figuren.
Uitbetaling van soldij, Jost Amman, 1573. Collectie Rijksmuseum

Flatteren

Kennelijk zijn de daden van Van Ginkel niet onopgemerkt gebleven, want Margaretha wordt aangesproken en ze krijgt brieven over hoe mannelijk en dapper hij was en welke wonderen hij verricht heeft. Dat schrijvende komt het zuur van dat loon kennelijk weer boven: er hoeft maar een Duitser te komen die iets eist en dan gaat dat weer voor. Margaretha moet er weer aan denken dat Willem III Van Ginkel in het bijzijn van veel mensen bedankte. En wat hield hij daar aan over? Nou ja, hij moet maar wel zijn best blijven doen, dan zal in ieder geval de Heer hem belonen en hopelijk een handje boven het hoofd houden.

Eerste brieffragment roem van Van Ginkel
Tweede brieffragment roem van Van Ginkel

[=gen,] ick weet niet of de liede mij flatteere , maer
ijder seijt en schrijft mij van alle kante dat
hij hem so manlijck en dapper heeft gequeeten
en merveelgees1merveilles: wonderen heeft gedaen, tis ons wel vreuch
te hoore, maer wat loon krijcht hij der van,
laeter maer Een duijtser koome die Eits nefe
hem Eijst so moet die geprefeereert worde
en hij moet te ruch staen, het gedenckt mij
dat sijn hoocheijt de heer van ginckel koomende
vande vaert inde franse tijt, in presensie van
veel mensche Ambraseerde2Embrasseren: omarmen en bedanckte

voor den dienst die hij aen den staet en hem had ge=
daen , maer wat loon heeft hij daer voor ontfang
nu hij moet daerom niet laete wel te doen, de
heer almachtich salt beloone, en hoope ick hem
in sijn heijlige bewaeringe neemen, [ick vreese al dat]

Een jonge dame en een jonge man zijn in gesprek. De dame draagt een bruine jurk met blauwe onderrok, haar haar is opgestoken met wat krulletjes los rond haar hoofd springend. In haar linker hand heeft ze een rode veer. De heer is in het zwart met een hoed met brede rand en een cape. Zijn haar valt los over zijn schouders. Hij draagt rode laarzen en onder zijn cape steekt een degen uit. In zijn rechterhand heeft hij een paar lichte handschoenen.
Dame en heer in gesprek, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Voortgang

Na de belangrijke zaken rondom zoon Godard, is het tijd voor de algehele voortgang der dingen. De ossen, die ergens tussen Bremen en Amerongen lopen, mogen voortgaan, want Margaretha is er klaar voor: het gras op de benedenste ‘Bolle’, in de uiterwaarden is fris en groen.

Het vijfde schip met stenen, dat is gelicht op de Vaartse Rijn, is in Amerongen aangekomen en dat wordt nu gelost en de stenen naar het kasteel gereden.

De voortgang van de metselaars is minder: het opmetselen van de schoorstenen kost veel tijd en ze moeten vaak op de steenhouwers wachten. Gelukkig kunnen ze tijdens het wachten in de kelder helpen met de gewelven.

Brieffragment voortgang

[in sijn heijlige bewaeringe neemen,] ick vreese al dat
uhEd maer geen nieuwe komisie weer toegesonde
wort om datse op uhEd versoeck sijn demisie niet
en sende verlange watse doen sulle, de so gesondene
ossen sien ick alle Eure int gemoete heb daer noch
niet van gehoort, die koomende sulle wel schoone
weijde op de beneedenste bolle vinde, het vijfde
schip met vloer en hartsteen ge aende vaert gelicht
sijnde is hier wel aengekoome en sijn wij nu an
selfve te losse en op te rijden, t sijn seer schoone
vloer steene die daer wt koomen, de metse=
laers sijn noch aent wt haelle vande Eerste
schoorsteen daer veel werck aen is, dan hebbe
al de andere tot inde naeldt vant dack wt
gemetselt en moete naer de steen houders
wachte, sulle ondertusche aent wulfve vande
kelders gaen, [den heer boumeester quam]

Een vrouw in werkkleding, van opzij gezien, een met stenen gevulde kruiwagen voortduwend. Op de achtergrond staat een soldaat naast een kanon op de walmuur.
Een vrouw in werkkleding met een kruiwagen, Dirk Eversen Lons, 1622, Collectie Rijksmuseum.

Michiel Matthias Smidts

Afgelopen paasdag is de ‘bouwmeester’, Michiel Matthias Smidts, langs geweest. Smidts is bouwmeester voor de Keurvorst in Berlijn en daar kent hij Godard Adriaan van. Hij helpt vooral met de praktische zaken rondom het door de Keurvorst beloofde hout.

Smidts heeft het hele huis gezien, tot in het topje. Hij vindt het huis goed, massief en netjes gemaakt. Hij had verder niet veel te zeggen, alleen dat de deuren iets breder hadden mogen zijn. Margaretha heeft nog aan hem gevraagd hoe het met het Anholtse hout stond, maar hij zij dat dat nog niet omgehakt was. Margaretha rekent er maar niet meer op.

Eerste brieffragment bouwmeester
Tweede brieffragment bouwmeester

[kelders gaen,] den heer boumeester3Michiel Matthias Smidts quam
voorlee den paesdach hier, heeft ons heel ge=
bou tot int topge vant huijs gesien die uhE
sal segge hoe hijt gevonde heeft, seijde mij alles
wel en masijf en net gemaeckt te sijn en
dat hij der niets op wist te segge, als dat
volgens sijn opijnie de deuren wel wat
wijder hadde behooren te sijn, die 3 voet en 3 duijm

wijt sijn rhijnlantse maet, hij was seer haestich
wilde dien dach niet blijfve, ick sprack hem vant
Aenholtse hout dat hij seijde noch niet gehouwe
te sijn, so dat ick geloofve wij daer weijnich
staet op te maecken hebbe het sijn quade kanse
die so lange merren4Merren (of marren): dralen, talmen paesijnsi, [met de post]

Portret van een man die ons zijdelings aankijkt. Hij draagt een jas met knoopjes en een strik op zijn schouder. Hij heeft een kanten sjaaltje om. Hij heeft lang haar met een slag en een brede maar dunne snor. Onder het portret staat Michael Mathias Smidts Serenissimi Electoris Brandenburgici Frerici Guilelmi Magni Architectus.
Michael Matthias Smidts (1626 – 1692) door Jacques Vaillant, 1685. Collectie: Stadtmuseum Berlin © Repro: Michael Setzpfandt Berlin

Geldzorgen

Aan het eind van je geld een stukje maand over houden krijgt in de brieven van Margaretha een heel ander perspectief. Ook nu, vier jaar na het rampjaar, blijft het lastig geld te krijgen. Ook al heeft Margaretha het leurwerk met de assignaties en ordinanties nu uitbesteed aan Van Heteren, het blijft de gemoederen bezig houden.

De situatie is zo nijpend dat Margaretha twijfelt of ze de gouden koppen of obligaties als onderpand zal geven. Ze zeggen dat je in Amsterdam nog kan lenen tegen 5%… Zodra er geld is laat Margaretha 3000 gulden voor Godard Adriaan in Amsterdam leggen.

Oh en trouwens, die leuke jongen die voor Godard Adriaan wilde werken, die heeft Margaretha aangenomen. Het is alleen de vraag waar hij zit.

Eerste brieffragment knecht
Tweede brieffragment knecht

[deen manier of dander,] de knecht daer ick
voor dees van heb geschreefve, heb ick inde haech
sijnde aengenoome tot kamerlin voor uhEd

hij had belooft in 14 daege hier te koome maer verneeme hem niet
ick sal eens schrijfve hoet der meede is , en voor blijfve
Mijn heer een lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Patchwork-PS

Een goede brief heeft natuurlijk minimaal één PS, deze heeft er twee en ze zijn ook weer creatief over de pagina gedrapeerd.

In de eerste het gerucht dat het leger zich alweer aan het hergroeperen is en dat ze weer aan de bak moeten. De mensen die dat advies geven blijven waarschijnlijk zelf buiten schot.

Eerste PS leger, tekst staat overdwars

men seijt ons leeger
haest weer kompleet
se hebbe de het volck
wt de garnesoene gelicht
en de gedevaliseerde kompan
daer weer in geleijt, en dat
men sou sien den ongeluckige
slacht te reepereere ick schrick
daer aen te dencken, somen weer
so Een werck beginne godt wilt
haer vergeefve die sulle raet geefers
sijns geloof sij haer wel butens
scheuts houden

En na die PS nog de mededeling dat de twaalf ossen aangekomen zijn. Nou ja, elf. Eentje was een beetje moe dus die is in Doorn blijven liggen. Ze zijn een beetje klein, maar Margaretha laat de goede weiden gewoon hun werk doen.

Tweede PS ossen. De tekst staat rechtop, maar rechts is nog een deel van de afsluiting van de brief te zien die overdwars staat.

naert schrijfve dees koomende
ossen en sijn wel overgekoomen
tot 12 stucks daer is Een tot
door gebleefve die wat moede
was, en ick merge sal laeten
haellen, sij sijn wat kleijn
maer hoope sij wel groeijen sulle
sij koome altijt in heelle goede weij

Een koe ligt in het hoge gras, haar kop naar achteren gebogen. Tevens een studie van een schedel, vermoedelijk van een dier, tussen het gras.
Slapende koe in het gras, Cornelis Saftleven, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    merveilles: wonderen
  • 2
    Embrasseren: omarmen
  • 3
    Michiel Matthias Smidts
  • 4
    Merren (of marren): dralen, talmen

Het zit allemaal weer niet mee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 april 1677
Lees hier de originele brief

De post heeft het weer laten afweten! De laatste brief die Margaretha heeft ontvangen, is van 17 april en dat is toch alweer een week geleden.

De prijs van ossen

In ieder geval is ze heel blij met de belofte dat er ossen gestuurd zullen worden. Ze heeft voor ossen uit Twente wel prijzen van 10 dukaten en 30 florijnen moeten betalen. Omgerekend naar guldens is dat zo’n 5 gulden en meer dan 8 gulden en kennelijk is er dan niet zoveel meer op te verdienen.

Brieffragment ossen

[deeser geweest,] de osse sal ick verwachten, waer
voor uhEd bedancke die sijn wel goede koop in
gekocht ick heb voordeese voorde twentse ofges
10 duijcketons en 30f voort stuck moete geefve
hoope wij hier geluck meede sulle hebbe, [het]

Twee ossen bij een boerderij. Op de voorgrond scharrelen een paar duiven. De boerderij heeft een duiventil in het dak en er staat een hooiberg naast. Op de achtergrond nog twee ossen en in de verte een dorp.
Veestuk, Abraham van Calraet, 1660-1722. Collectie Rijksmuseum.

Een vastgelopen schip met stenen

Het vijfde schip met stenen uit Bremen is ‘gistere aen de vaert’ gekomen, de Vaartsche Rijn dus, maar daar is het door het lage water vastgelopen. Nu moeten de stenen overgeladen worden en er is een knecht van Jan Prang naar toe gestuurd om erop toe te zien dat daarbij geen stenen beschadigd raken. Het zijn prachtige stenen maar het lossen is een hele zorg.

Brieffragment schip met stenen

[derwaerts heb gesone,] ick sal blijde sijn alst
ander resteerende schip het welcke hoope
voor uhEd vertreck van breeme almeede sal
konne afgesonde worde, hier sal sijn want
der is veel moijte en talmerij int losse vande
steene aen vast, [rietvelt is aent wulfve vande]

Rietvelt is bezig met de gewelven van de kelders ‘onder tgroot salet’. De meeste metselaars zijn bezig met de schoorstenen en zij zullen moeten wachten. Als de stenen er niet op tijd zijn, kunnen ze altijd nog meewerken met de gewelven van de kelders.

Vanaf een breed water kijken we naar een ophaalbrug met daarachter een sluis en daarachter een rijtje bomen. Rechts een kade met huizen en bomen. Op de kade staan drie hutjes waar mensen staan te wachten. Aan de kade is een trekschuit bezig aan te leggen. Aan de linkerkant ligt ook een trekschuit.
Gezicht vanaf de Vaartsche Rijn op het dorp Vreeswijk met op de achtergrond de sluis, W. Writs (prent) naar Jan de Beijer (tekening), 1766. Collectie Het Utrechts Archief.

Oorlog voeren kost geld

Margaretha hoopt wel vurig dat haar man nu eindelijk thuis kan komen en dat hij geen nieuwe opdracht meer krijgt. Hij heeft nu zeker de brief van Van Ginckel gelezen over de veldslag. Het is een wonder dat hun zoon en prins Willem het hebben overleefd en ze kan God niet genoeg danken. Wat een ellende is die oorlog toch! En dan wordt er notabene nog gezeurd over het salaris van Van Ginckel, terwijl hij zijn leven waagt en ook nog zoveel paarden heeft verloren in de veldslag. Het is echt geen luxe, hij heeft dat geld hard nodig.

Brieffragment oorlog

[vijanden heeft bewaert,] och och wat oorlooch is
dit wie sou dit niet moede worde, se mooge
te weete de gekomiteerde rade van hollant
de heer van ginckel wel sijn tracktement als
komijsaris generael disputeere die so sijn
leefve waecht en weer in deese slach so veel

paerde verlooren heeft, hij kan dit ijaer
op ijaer so niet harden, sonder sijn hoochge
tracktement, [wij hebbe dubbelde reeden]

Een op de buik liggend paard van opzij gezien.
Gesneuveld paard, Jan van Huchtenburg (prent) naar Adam Frans van de Meulen, 1674-1733. Collectie Rijksmuseum.

Soldatenkleren

De PS’en van Margaretha zijn vaak verrassend. In deze PS heeft Margaretha het over twee tonnen met soldatenkleren van Monsieur De Blanche die eigenlijk in Muiden bezorgd hadden moeten worden. Maar de schipper kon ze daar niet afleveren en scheepte Margaretha ermee op. En Margaretha weet raad: ze heeft de tonnen naar Teminck in Amsterdam gestuurd. Geen groeten van de kleinkinderen dit keer!

PS

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
p s de twee
tonne met soldate
klleere van Mons
blansge heeft den schiper mee aende vaert
gebrocht vermidts hij den man daer die
tot muijde aen geadreseert sijn niet
daer heeft konne vinde, ick hebbese
naer Amsterdam aen teminck doen
sende die daer over aen mij geschreefve
heeft, noch is van heeteren inde haech
met de bekende ordinansi niet te recht
ock kan ick met het neegoosgeere vande
peninge noch niet te rechte koome

Staande tussen zijn manschappen deelt een officier bevelen uit. Rechts een soldaat met een vaandel en trom, daarnaast een man met een borstharnas. Links warmen twee mannen zich bij de haard.
Wachtlokaal met soldaten, Anthonie Palamedesz., 1647. Collectie Rijksmuseum.


Kostbare kinderen, stenen en oorlog

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 april 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha is zo dolblij dat ze de brief heeft ontvangen die Godard Adriaan haar op 10 april heeft geschreven, dat ze zich helemaal te buiten gaat qua taalgebruik. ‘Ick slacht de kindere’, schrijft ze.

Kinderen slachten?

Welja, denk je als lezer uit de eenentwintigste eeuw, heb je daarvoor zo goed voor ze gezorgd? Maar Margaretha gebruikt de taal van de zeventiende eeuw en wat ze bedoelt, is dat ze, net zoals een kind probeert te doen wat zijn ouders willen, probeert om te doen wat Godard Adriaan van haar vraagt. Ze doet haar best want dit moet echt een droomhuis worden. En er wordt al weer hard gewerkt. Rietvelt heeft negen ‘truijfels’ aan het werk gezet. Pars pro toto, moet je maar denken: truijfels zijn troffels, het gereedschap van metselaars. Alleen is Rietvelt nu wel ziek geworden dus het toezicht ontbreekt.

Brieffragment kinderen slachten

[rec. 19 dito]
Ameronge den
14 April 1677

Mijn heer en lieste hartge
heede ontfange uhEd aengenaeme van 10 deeser en
is mij seer lief daer wt te sien dat deselfve genoechge
neemt int geen ick hier so int Een alst ander doen,
ick slacht de kindere doen mijn beste, rietvelt is met
9 truijfels int werck gekoome daer sulle noch 4
a 5 volgen, hij selfs had voor sijn aenkomste al
hier de koorts meendese quijt te sijn, maer heeftse
gistere weer gekreechge en vandaech meest te bedt
geleechgen, hoop hijse niet lange houde sal, tsou
mij anders seer qualijck koomen, [sijn volck sijn]

Twee mannen zijn aan het werk aan een nieuw gebouw. Er staat het frame van een deur en van een raam. De man rechts legt stenen en metselt. De man links staat voor een grote stapel stenen met een lange stok. Zou hij kalkmortel maken?
Metselaars, Jan Gillisz. van Vliet, 1635. Collectie Rijksmuseum.

Gewelven en luiken

En dat toezicht is wel nodig vanwege een speciaal plan. Godard Adriaan heeft aan Margaretha geschreven over luiken in de plafonds en speciaal in het tongewelf van de gang op de benedenverdieping, de ‘wulfsels’. Op die manier kunnen de manden met wasgoed uit het souterrain naar de zolder gehesen worden, waar de was kan drogen. Handig, want met de zware manden over de bediendentrap, dat is geen pretje, dat beseft Margaretha ook. Alleen, een luik in de keldergewelven ziet Margaretha niet zo zitten, dat stukje kunnen de manden met natte was nog wel door het voorhuis gedragen worden. Tenzij Godard Adriaan daar andere ideeën over heeft natuurlijk.

Er wordt nu hard gewerkt aan de gewelven van het souterrain, allereerst onder het ‘groot salet’ en dan de keuken en de alkoof. Hopelijk is Godard Adriaan wel thuis tegen de tijd dat het zover is? De gewelven worden zo gemaakt dat er altijd nog luiken in geplaatst kunnen worden. Ook secretaris Van Den Doorslagh heeft met Rietvelt gesproken en ook hij doet per brief verslag van zijn gesprek over de luiken.

Brieffragment luiken

[=sels vande kelders gaen,] ick heb met rietvelt weege
de luijcke daer uhE van schrijft gesproocke, die
wel soude koomen en ock konnense inde wulfsels
wel gemaeckt worde maer mijns bedunckens hoef
=dense in die vande kelders niet want men Eenige
swaerte hebbende die so wel doort voorhuijs inde
gaelderij1Lange gang sou konne brenge en vandaer laete door

Een luijck op hijsen als door de kelders dan soot uhEd
best dunckt kant geschiede, daer sal ock noch tijt
van beraet toe sijn geloofve sij het ondert groot sa=
let2Grote zaal Eerst sulle wulfve en dan booven de keucken
en alkoobe kamer3Alcovekamer, wat nu de eetzaal is so dat ick hoope uhEd wel thuijs
sult sijn Eerse aende gaelderij4Lange gang koomen, ock seijt hij
de wulfsels wel so te konne slaen dat men tot alle
tijde daer luijcken in sou konne maecken, [nu sijn]

Een brede gang met een tongewelf met daarin een luik. Aan het eind van de gang zit een raam waar de zon binnenkomt. Aan de muren schilderijen, jachttrofeeën en een groot wandtapijt. Tegen de muren staan stoelen en banken. In het midden licht een perzisch tapijt en er staan twee vitrine tafels met inhoud.
Overzicht van de lange gang aan de zuidkant. Foto: Margaretha Svensson. Collectie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Steen

Er wordt ook gewerkt aan de vloer en Margaretha is erg enthousiast over de vloerstenen die Godard Adriaan heeft gestuurd. Hij heeft ook voor de grote zaal van Middachten besteld en Margaretha verzekert hem dat vrouw Van Ginkel daar erg mee in haar schik zal zijn. Sommige vloerstenen zijn wat dunner, maar Jan Prang heeft gezegd dat ze even sterk zijn als de andere.

Brieffragment steen

[tijde daer luijcken in sou konne maecken,] nu sijn
wij beesich met de vloer en andere hartsteene bp die
hier aengekoomen sijn op te rijden de vloersteene
sijn seer schoon en groot hoope datter Etlijcke meer
sulle sijn als wij van doen hebbe om alser bij onge
= luck mochte gebroocke worde dat men niet verleege
sij, ick ben blijde dat uhEd ock vloersteene voorde
Middachtense sael heeft bestelt daer de vrou
van ginckel wel meede in haer schick sal sijn en
ick uhEd van haerent weechge vast voor bedanck
sij weet het noch niet, de geschuerde hartsteene
trappe vinde ick ock seer fraeij, somige vande vloer
steene valle wat dun doch ijan prang seijt datse
Even starck sulle sijn, [aengaende het gelt ge=]

Grote vierkante grijze vloertegels.
De vloerstenen in de gangen op de beletage. Foto en ©: Hans Neecke.

Zorgen

Bouwen kost geld en dat blijft een zorg voor Margaretha. En omdat het ook een zorg is voor anderen, is het lastig om aan geld te komen. In Holland gaan ze weer de tweehonderdste penning heffen, een vermogensbelasting, en Margaretha vraagt zich af hoeveel wat er nog uit de bevolking te persen valt.

En er is nog een zorg. Prins Willem III is met het leger naar Yperen getrokken om Sint-Omaars te ontzetten en Van Ginkel is daar natuurlijk bij. Het kan niet anders of er zal gevochten worden met alle risico’s van dien.  Margaretha uit haar zorgen aan Godard Adriaan: ‘De heer almachtich wil zijn hoo(gheid) en de heer Van Ginckel bewaeren’.  

Eerste brieffragment oorlog
Tweede brieffragment oorlog

[Even starck sulle sijn,] aengaende het gelt ge=
=loof dat van heeteren beesich is om ordinansi te
versoecke, beusekom heb ick versocht toch sorchge
tot betaelline vande selfve te wille drage, wat de
rest oft te neegoosgeerende peninge belanckt sal
ick sien hoet daer meede maeck, daer is seer

qualijck gelt te krijgen het schijnt de liede swaerhoof
=dich sijn en wille haer van gelt niet ontblooten,
met seijt dat sijn hoocheijt naer ijperen marscheert
om s omeer teontsette so dat is vrees ick datter
noch wel Een schermutselen om sal gaen dat
mij seer bekomert de heer almachtich wil sijnhoo
en de heer van ginckel bewaeren, wij beleefven
droefvige tijden, in hollant is weer den twee
honderste peninck voor twee mael geefvens gelt
in gewillicht, hoe seet wt de liede sulle krijgen
sal te besienstaen, [hoe groote papa het werck]

Op de voorgrond verschillende soldaten, zowel te paard asl te voet. Twee ruiters overleggen met een soldaat, één ruiter rijdt richting de stad op de achtergrond, drie komen hem tegemoet. Rechts voor lopen twee soldaten, waarvan één met een geweer over zijn schouder.
Het Franse leger voor Yperen (middenblad), 1678, anoniem, 1678-1699. Collectie Rijksmuseum.

Oorlogskas

De staat heeft een andere manier voor het financieren van de oorlog bedacht. Ze verwachten kennelijk dat de Spanjaarden een miljoen bijdragen. En dat is volgens Margaretha het probleem van de staat, iedereen ziet de problemen aankomen, maar zijn doen alsof hun neus bloedt. ‘En wij sijn uut gemergelt’, schrijft Margaretha, ‘och och hoe wilt met deesen bedroefden oorloch noch af loopen, den goeden god wilt ons bij staen’.

Eerste brieffragment oorlogskas
Tweede brieffragment oorlogskas

[leeft sal hij Een last voorde provinsie sijn] ,tis
wel Een ongeluck voor den staet dat men noijt
geen swaericheeden en Aprehendeert schoont
dat mense siet koome voor datse ons op den

hals sijn, waer sou men nu Een mielijoen gelt haelle vande
spaense geloof niet dat gelt te verwachten is, en wij sijn wt
gemergelt, och och hoe wilt met deesen bedroefden oorlooch
noch af loopen, den goeden godt wil ons bij staen in wiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, en blijfve

Een boer ligt tussen een pers, een man in pak draait de pers stevig aan, de boer braakt munten.
De belasting pers, Albert Hahn, 1911. Gepubliceerd in “De Notenkraker” van 13 mei 1911. Collectie: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

PS

Toch laat Margaretha zich niet ontmoedigen. In de PS voegt ze nog wat losse opmerkingen toe. Er zijn vier schepen met vloerstenen aangekomen en ze heeft de vracht betaald.

Natuurlijk doen de kinderen hun groeten aan ‘groote papa’. Fritsje, inmiddels 9 jaar oud, laat nog weten dat hij erg zijn best doet!

Helaas zijn twee stenen op elkaar gevallen en gebroken. Margaretha heeft ‘daer wel ome gekeefven’ maar ja, dat hielp niets.

PS

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps nu hebbe wij
vier scheepe met
hart en vloer steene
hier die ick de vrachte
heb betaelt, fritsge
seijt sijn best int leeren
te doen meent hij vrij meer
meester vant hansge sal
sijn als kees otte, preesenteert
neffens sijn broer godert en sijn
susters sijn onderdanigen
dienst aen groote papa
ick moet ock segge datter twee vande grootste rouwe hartsteene
trape die noch door geklooft moste sijn en voorde
bruch opt voorburch soude gelecht hebe

Overdwars:
int opdoen
op malkandere
hebbe laete valle en
gebroocke sijn daer ick
wel ome gekeefven heb
dan dat helpt niets

Een jongen zit te lezen.
Zittende, lezende jongen van achteren, Carl Pischinger, 1940. Collectie Albertina Wenen.
  • 1
    Lange gang
  • 2
    Grote zaal
  • 3
    Alcovekamer, wat nu de eetzaal is
  • 4
    Lange gang

Import

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 april 1677
Lees hier de originele brief

Even voor de duidelijkheid: dat er vandaag weer een brief is, is alleen maar om geen post over te slaan! Dat wij, 21ste-eeuwers, niet gaan denken dat twee brieven achter elkaar iets met romantiek te maken heeft ofzo.

Brieffragment geen post mankeren

[rec: 19e dito]

Ameronge den
10 April 1677
Mijn heer en lieste hartge
gistere heb ick uhEd mijn aenkomste alheer ge
=schreefve nu is deese alleen om geen post te man
=queere, [wij sijn vast beesich met Een schip met]

Hout uit Hamburg, stenen uit Bremen

Gisteren is Margaretha gelijk begonnen het schip dat via Amsterdam uit Hamburg kwam te lossen. In het schip zaten 18 eiken deuren en 89 glasramen. Die laatste heeft ze vanaf het veer, waar het schip kennelijk aangemeerd is, laten dragen, zodat ze niet beschadigen. Ook Schut heeft nog voor goede kwaliteit eikenhout gezorgd. Margaretha gelooft dat daar ook nog deuren en raamkozijnen van gemaakt worden.

Margaretha verwacht ook elk moment de schepen waarmee steenhouwer Jan Prang gekomen is. Over Jan Prang gesproken: wat voor afspraak heeft Godard Adriaan gemaakt; is het werk aanbesteed of werken ze op daghuur?

Brieffragment hout en glas

[=queere,] wij sijn vast beesich met Een schip met
hamburger deelle en ander hout van Amsterdam
koomende te losse, in welcke schip schut 18 Eijck
deure en 89 glas raemte heeft gedaen die ick
om datse onbeschadicht soude blijfve op berije
vant veer hier heb laete dragen, hij schut heeft
ock noch Een goede quantiteijt Eijcke hout so deel
=le als ribbe meede gesonde die ick geloofve noch tot
deure en raemte te sulle sijn, ick verwachte alle
Euren te hoore dat de twee scheepe daer den steen
houder prang meede is gekoomen aende vaert sulle
sijn, en wenste te weeten op wat voet prang
met sijn volck hier wercken oft aen besteet of
in dachhuer is, [wij hebbe vandaech Een seer]

Vier glazen in houten vatting met handvat. Op elk van de glazen is een verschillend scheepstype geschilderd. De schepen voeren de Nederlandse vlag. Glazen hebben een zwarte achtergrond.
Toverlantaarnplaat met vier zeilschepen, onbekend, ca. 1700-1799. Collectie Rijksmuseum.

Het weer en de steenoven

Het is voor het eerst in een maand lekker weer, Margaretha hoopt maar dat het zo blijft, dan kunnen ze beginnen met het repareren van de steenoven. De laatste brief die Margaretha van Godard Adriaan kreeg was van de derde april. Of er die avond nog één met de postwagen komt, moet ze nog maar zien.

Brieffragment steenoven en post

[in dachhuer is,] wij hebbe vandaech Een seer
schoon en warm weer het Eerste wel in Een
maent soot so wil kontiniweere hoop ick met
godts hulpe inde toekoomende weeck aent vorme
vande steen oven te gaen, uhEd laeste is vande
3 deeser geweest, of tavont noch Een sal koome

met de wagens staet te verwachte, [ick heb de veeren]

Kleurenprent van een postkoets met vier paarden ervoor. De koets zit vol met mensen, op het dak bagage met daarbovenop een hondje. De koetsier zit op het paard rechts achter. De koets is net weggereden bij het posthuis links op de afbeelding. Een klein, eenvoudig getekend huisje waarop Posthuis en Nr. 1 staat.
Postkoets, fragment uit Het Diligencespel, Aron Hijman Binger, 1800-1849. Collectie: Rijksmuseum.

Veren en pruimen

Er komt meer uit Duitsland dan alleen de bouwmaterialen. Blanche heeft voor veren gezorgd, waar Margaretha erg mee in haar nopjes is. Bij de kleinkinderen vallen vooral de pruimen die Godard Adriaan gestuurd heeft goed. In plaats van 50 pond had hij wel 150 pond mogen sturen! Ik hoop maar dat het gedroogde pruimen waren. Conclusie: alles dat uit Bremen komt is geweldig

Brieffragment veren en pruimen

[met de wagens staet te verwachte,] ick heb de veeren
die blansge bestelt heeft besien sijn heel schoon
ick bedancke uhEd hoochlijck voort preesent en
blansche voor sijn goede voor sorchge die hij daer
in gedrage heeft, de pruijme sijn ock wttermate
goet daer uhEd ock hartlijck voor bedancke
en ock ien ken die wel in plaets van 50pont
150 had mooge bestelle de kinderen moogense
als koeck, soma tis al wtneement goet dat
teegenwoordich van breemen komt

Prent van drie donsveren op een vlakke steen.
Stilleven met drie donsveren, Françoise Isabella Henriëtte Bierens de Haan-Philipse, 1888-1920. Collectie Rijksmuseum.

Ossen uit Bremen

Het is alweer 20 dagen geleden dat Margaretha vroeg of het ging lukken met de ossen. Kennelijk is het gelukt, dat wil zeggen, ze zijn onderweg. Ze hoopt dat ze ze snel in de wei kan zetten.

Tot slot een korte PS: het gaat slecht met de Alexander de Soete van Laake (heer van Vileers), maar hij doet wel de groeten en zijn vrouw ook.

Brieffragment ossen en de heer van Vileers

de ossen sal ick ock verwachten hoe die vroech
ger inde weij koomen hoet beeter sal sijn , en
het grootste slach van beeste doet men de
meeste voordeel aen, hier meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

de heer van vieleers1Alexander de Soete van Laake
inde haech is heel qualijck
der aen de docktoore weete
niet opt graefveel2Graveel: blaasgruis of niergruis of -stenen of een aenwas3Aanwassen: aangroeien of aan elkaar groeien
inde blaes is, sij
beijde de heer ende vrou4Adriana van Aerssen van Sommelsdijk
preesenteere haeren dienst
aen uhEd

In een weide staan wat runderen in het late middaglicht. Rechts, in de schaduw bij de knotwilg, liggen wat varkens tevreden in de modder.
Vee in de weide, Paulus Potter, 1652. Collectie Mauritshuis.

Post!

Uiteindelijk zit er bij de post ’s avonds toch een brief van Godard Adriaan en ook nog één van Nicolaas van Beusinchem. Hij schrijft dat de twee schepen met steen Utrecht voorbij gevaren zijn richting de Vaart (Vaartse Rijn). De secretaris kan dus morgen daar heen. Rietveld is inmiddels ook aangekomen.

Naschrift

p s so aenstonts savonts ontrent tien
Euren ontfange uhEd aengenaeme
vande 7 deeser, de twee scheepe met
steen schrijf beusekom dat gistere
wttrecht gepasseert is en naer de
wa vaert sijn darwaerts de sekree
taris merge sal gaen om deselfve
wat te rechte te helpen, rietvelt
is ock deesen avont gekoom om en
maendach aent werck te gaen,
ick moet dees Eijndige om dat de
post opt vertreck staet

  • 1
    Alexander de Soete van Laake
  • 2
    Graveel: blaasgruis of niergruis of -stenen
  • 3
    Aanwassen: aangroeien of aan elkaar groeien
  • 4
    Adriana van Aerssen van Sommelsdijk

Hardsteen per schip, de steenhoven in een dip

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 april 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha is even van de lijn geweest. Ze was acht dagen van huis, waarschijnlijk naar Den Haag. Bij terugkeer in Amerongen is er goed en slecht nieuws.

Meer schepen met hardsteen

Het goede nieuws is dat ze daar steenhouwer Jan Prang heeft getroffen die net met de volgende twee schepen met hardsteen uit Bremen in Edam was aangekomen. Ook die hebben dus, God zij dank,de storm overleefd en dat brengt het totale aantal veilig binnengekomen schepen met hardsteen op vier, samen met de twee die al bij de Vaart in Vreeswijk liggen en waar de nieuwe nu ook naar toe varen. Nu nog wachten op nummer vijf en zes.

Brieffragment schepen met steen

Ameronge den
9 April 1677
[rec. 12 dito]

Mijn heer en lieste hartge
ick ben gistere weer hier gekoome alwaer alles
wel heb gevonde en ock ijan prang die Eergistere
met noch Een knecht hier is gekoomende seijt dat
dertwee scheepe met hartsteen met hem tot
Edam behoude en wel waeren aen gekoomen
daer hij se heeft gelaeten dan gelooft die nu
alledaech aende vaert staen te koomen, dan
sulle wijder vier hier hebbe en konne godt
niet genoech dancke daer die sulcken storm
hebbe wtgestaen dat sij behoude sijn overgekoome
hoope de resteerende twee scheepe almeede wel sulle
arijveere, [merge verwachte ick rietvelt met]

Buitenhaven (rede) te Edam. Op een woelige zee varen wat kleinere zeilscheepjes met de zeilen gehesen, daar tussen ligt het Amsterdamse VOC schip "De Alida" voor anker met aan weerzijden sloepjes. In het linker sloepje zitten diverse mannen. Op de achtergrond links een kade met een soort vuurtoren en rechts daarvan de skyline van Edam.
De haven van Edam, Dk. de Jong en M.Sallieth, 1780. Collectie Noord-Hollands Archief

Steenoven ingestort

Minder goed nieuws is dat de storm en het hoge water een deel van de steenoven heeft vernield. Die moet dus eerst opnieuw worden opgemetseld. Tot nu toe was het toch te koud weer om de stenen te vormen, en in de tussentijd zorgt Margaretha wel dat er vast aarde heen wordt gebracht. Dan is er straks weer baksteen voor Rietveld en zijn mannen om de gewelven te maken.

Brieffragment steenoven

merge verwachte ick rietvelt1Cornels Rietvelt, de bouwmeester met
sijn volck die aent werck sulle gaen, tis hier
alledaech suer kout weer dat ons belet aent
vorme vande steen te beginne maer laet vast
Aerde daer toe rijde, en kalck beslaen voorde
metselaers, te weete voor rietvelt het heelle achterhooft vande steen
oven is doort hoochge water en stercke winde
omveer gestort die ick weer moet laeten op
metselen en in leem sal laete legge, [so sijn ock al de tuijne op de waerde]

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum

Drijvende tuinen?

Door het hoge water zijn ook alle “tuinen” in de uiterwaarden gaan drijven. Hoewel wij bij zo’n zin al snel een drijvende moestuin voor ons zien, gebruikt Margaretha het woord tuin hier waarschijnlijk in zijn andere betekenis, die van hek of afrastering. Het herstel zal een lieve duit gaan kosten, maar ja, ze zijn de enigen niet, iedereen heeft er last van. In de acht dagen dat Margaretha afwezig was heeft het werk zich trouwens wel opgestapeld. Als de kat van huis is…. Het stijgende rivierwater biedt Margaretha wel hoop dat de nieuwe lading hardsteen niet hoeft te worden overgeladen omdat de diepgang van de schepen niet verminderd hoeft te worden.

Brieffragment wateroverlast

[metselen en in leem sal laete legge,] so sijn ock al de tuijne2Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits. op de waerde3uiterwaarden

gaen drijfve daer wij vrij wat koste aen hebbe maer
wat kamen doen wij sijnt alleen niet tis over al
so gestelt, ick vindt hier de hande vol werck, tis
van daech acht dage dat ick wt gegaen ben, in
die tijt isser haest niet gedaen, nu moetenser weer
reppen, het water op de reevier is weer fraeij
aent wasse4steigen hoope de twee laeste scheepe met
de hartsteene sulle konne op koomen sonder
die te verscheepen, [ick heb laest vergeeten]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

De Heer geve Zijn vrees aan regenten

Willem III heeft in de Staten van Utrecht alle leden van het Eerste Lid op hun post laten zitten. Alleen Gerard van de Nijpoort is vervangen door Everard van Weede van Dijkveld. Dijkveld had nog maar drie jaar geleden, kort na het rampjaar, juist het veld had moeten ruimen vanwege zijn slappe opstelling. De andere leden van het Eerste Lid waren het er niet mee eens, maar het schijnt dat de 40.000 gulden die de graaf van Waldeck heeft gekregen een rol heeft gespeeld. Het is een enorm gedoe. De Heer Almachtig moet de heren regenten maar veel wijsheid, bedachtzaamheid, en, vooral (!) vrees en ontzag voor Hem geven. En aan Godard Adriaan Zijn bescherming.

Brieffragment Utrechts wanbeheer

[heeft ontfange twee hondert gul,] uhEd sal ver=
=staen hebbe hoe dat sijn hoocheijt alde heere int Eerste
lidt heeft gekontiniweert5continueren: laten zitten en den heer van dijck
=velt in plaets vande heer nieupoort weer int
Eerste lidt geset, het Eerste was so niet gemeent
maer geloof de 40000f die de graef van waldeck
heeft gekreechge daer veel toe heeft gedaen, het
gaet daer so vreeslijck toe dat Een schrick is
te hoore, de heer almachtich wil de heere reegente
wijsheijt en voorsichticheijt en voor al sijne vreese
geefve in wiens bescherminge uhEd beveelle blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een man met een bos kroezend haar tot over zijn schouders. Hij draagt een harnas met een kanten kraagje en kanten manchetten en een sjaal om zijn middel. In zijn handen een maarschalksstaf. Hij kijk geamuseerd naar de toeschouwer, terwijl achter hem oorlog gevoerd wordt.
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Cornels Rietvelt, de bouwmeester
  • 2
    Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits.
  • 3
    uiterwaarden
  • 4
    steigen
  • 5
    continueren: laten zitten

En… Actie!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 april 1677
Lees hier de originele brief

Er is nauwelijks tijd voor een inleiding, het is tijd voor actie.

Mannen…

Het schip met hardsteen dat in Utrecht aangekomen is, licht te diep om helemaal naar Amerongen door te varen. Het schip ligt namelijk wel vijf voet diep en op de rivier staat er nauwelijks vier voet water. Moeilijk, moeilijk. De schipper is met de knechts van de steenhouwer naar Amerongen gekomen om het allemaal eens goed te bekijken. Volgens mij vindt Margaretha het allemaal maar onzin, want ze stuurt ze terug naar de vaart om alles nog eens goed te bekijken en anders een deel van de stenen in een klein bootje over te laden en achter het grote schip te hangen. Probleem opgelost.

Brieffragment diepgang schip met stenen

[laeste die vande 20 dees is geweest beantwoort,] soedert is het
Eerste schip met de hartsteene en verdere in ladine aende
vaert gekoome beijdede knechts van ijan prang sijn giste
=re hier geweest met de schipper die vreesde met sijn
volle laedine niet hier te sulle konne koome ver
midts so hij seijt hier op de revier naulijxs 4 voet
water is en dat sijn schip met sijn volle ladine
wel 5 voet diep gaet, ick heb vandaech de see
=kreetaris met beijde de knechts van ijan prang
naer de vaert gesonde om op alles klaere inspexsi
te neeme, en des noots sijnde, Eenige vande rouwe
hartsteene wt te lichte en in Een boottge of kleijn
vaertuijch achter aent schip te laeten volgen, [voort]

Een aak met gestreken zeilen ligt op rustig water. Er staat een man aan het roer en op de plecht zijn twee personen bezig. Naast de aak ligt een klein bootje.
Aak met een man aan het roer, Cornelis Saftleven, 1619-1685. Collectie: Rijksmuseum.

De secretaris

Margaretha hoopt dat de andere schepen nu ook aangekomen zijn aan de Vaart, want de secretaris is daar nu toch en die zal dan in ieder geval orde op zaken kunnen stellen. Ze hoopt het eigenlijk ook omdat ze zich zorgen maakt over de andere schepen: het is zulk slecht weer…

Brieffragment andere schepen

[ordere op alles te stelle,] ick hoope daer nu noch meer
scheepe sulle aengekoome sijn en dat de seekreeta
=ris daer sijnde, met Eene ordere, op deen en dande sal
konne stelle, ick sal blijde sijn als dandere scheepe
almeede hier int lant sonder ongeluck sulle sijn ge
arijveert want t heeft en is waer onweer en tempeest
geweest dat mij seer bekomerder [het is mijn lief uhE]

Een schilderij in grijs en bruin tinten. Op de voorgrond donkere rotsen, in de verte een berg. Daar tussen een woeste en wilde zee. De lucht is donker, maar er is één lichte plek van waaruit een bliksemschicht komt die een schip raakt in de verte.
Storm op zee; een schip wordt getroffen door onweer, Lorenz Adolph Schönberger, 1799. Collectie: Albertina Wenen.

Metselaars

Rietvelt is net weer weg en zoals verwacht heeft Margaretha haar plannen door gezet. Of Rietvelt het met haar eens was of dat ze hem moest overtuigen, vertelt haar brief niet. Wat fijn is dat ze nu concreet gemaakt hebben hóe ze aan de schoorstenen en gewelven gaan beginnen. Eerst komen er drie tot zes opperlieden om ter voorbereiding kalk klaar te maken, daarna komen er tien tot twaalf metselaars om aan het werk te gaan. Margaretha is zelf ook druk met de voorbereidingen, zodat ze zometeen ook echt gelijk aan het werk kunnen.

Een prent waarin allerlei metselaarsgereedschap samengevoegd is tot een sierlijk patroon. Onder andere zijn verwerkt: verschillende hamers en troffels, peilloodjes, winkelhaken, scheppen en allerlei andere gereedschappen.
Trofee met metselaarsgeerdschap, Johannes of Lucas van Doetechum, 1572. Collectie Rijksmuseum.
Brieffragment voorbereiding werk

[en sal dan ock wt geleijt sijn,] rietvelt is weer
naer Amsterdam, sal int lest vande toekoomende
weeck 3 a 6 opperlie om bij proovijsie kalck te
bouwe sende, en selfver acht dage daer naer
met 10 a 12 metselaers knechts of truijfels te
volgen om dan aent werck te gaen en te gelijck
de schoorsteene diet noodichste werck is wtte
haelle en aende wulfsels vande kelders te be
ginne, ondertusche ben ick nu beesich om alle
gereetschappe te maecken en de behoeftich=
=heede tot het werck bij de hant te brenge, [in]

Zand

Het enige dat lastig is om voor te bereiden is de hoeveelheid kalk en zand. Rietveld heeft gezegd dat hij HEEL VEEL nodig heeft voor de gewelven. Maar waar moet ze dat vandaan halen? Toen ze de vijver (wij noemen dat de gracht) had laten uitgraven heeft ze ernaar laten graven, maar het lag zo diep, dat ze er niet bij kwamen. Ook hiervoor heeft Margaretha gelukkig weer een oplossing gevonden. Ze haalt het zand van de Amerongse berg! In die tijd was dat voor een groot deel heideachtig landschap met een goede zandgrond. Nu ligt er een prachtig bos, maar eronder nog steeds die zandgrond. Ze heeft Rietvelt naar de berg gestuurd en die vond dat het heel goed zand was. Er wordt door arbeiders al vast gegraven en dan kan ze maandag wagens gaan laten rijden om het naar het kasteel te brengen.

Eerste brieffragment zand

[=heede tot het werck bij de hant te brenge,] in
sonderheijt het sant tot de kalck ende wulfsels vande
kelders daer rietvelt seijt Een groote quantiteijt
toe van doen te hebbe, het welcke hier bij de hant
niet meer datter bequaem toe is, te vinde is, ick
heb der al int voltrecke vande nieuwe vijfver
naer laete graefve maert sant leijt daer so
diep dat ment niet kan bekoomen, waerom
ick gereesolveert1Resolveren: Besluiten ben toekoomende maendach
15 a 16 bee wagens te laete rijde en so veel laeijers

Tweede brieffragment zand

te laete koome en sien so Een houde of twee voer sant vande berch te
laeten haelle ent bijt werck neer te legge, ick heb rietvelt
aende berch gesonde omt sant te besien die gseijt het daer heel
goet en beeter is als dat wij verwerckt hebbe, ick heb der nu
al twee dage 4 arbeijders gehadt die sant vast wt schiete
ehEd sou niet geloofve wat al werck hier dagelijcks voor valt
en wat de arbeijders kosten, [die knecht daer ick uhEd voor]

Een heuvelig groen heidelandschap met op de achtergrond bomen. Op de voorgrond is een deel van de heide afgegraven zie je het witte zand onder grijze en de bruingrijze lagen van de heide en de bodem daaronder.
Zandafgraving, Johannes Tavenraat, 1839. Collectie Rijksmuseum.

Charmante jongeman

Margaretha komt nog een keer terug op de jongeman die kamerling wilde worden. Ze schrijft alsof het in een vorige brief stond, maar Godard Adriaan moet echt even zoeken in zijn archief. Ze noemde hem op 6 oktober 1676…. Nou, die Dulckes is nog eens langs geweest en hij heeft gevraagd of hij naar Bremen mag komen. Margaretha overlaadt de arme jongeman met superlatieven. Zou hij echt zo goed zijn, vindt Margaretha hem gewoon heel erg leuk of vindt ze dat Godard Adriaan toe is aan een extra kamerling? Waarschijnlijk het laatste. Hij is kort van persoon (klein manneke), maar slim en actief. En als kers op de taart schrijft hij heel netjes! Godard Adriaan moet maar laten weten wat hij belieft.

Brieffragment kamerling

[en wat de arbeijders kosten,] die knecht daer ick uhEd voor
dees van heb geschreefve die bij de peninmeester Adrijchem
woont is heede geweest versoeckt noch bij uhEd als kam
=merlin te mogge sijn en te weeten of hij hem op uhEd dienst
sou mooge verlaeten of dat hij te breeme bij uhEd mochte koo
men, hij wort seer gepreesen heeft heelle goede mijnen is
kort van Persoon maer schijnt verstant te hebbe en acktijf
te sijn, uhEd belieft Eens te overdencke of niet geraetsaem
is hem aen te neemen want als uhEd thuijs komt sal Een
kamerlin moeten hebbe en hij schrijft sose g segge Een heele
goede hant, men kan altijt so op sijn slach niet komen
sal uhEd beliefve hier op met de naeste post verwachte en
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

In een interieur versnijdt een schrijver zijn pen. Hij zit aan een tafel bij het venster, boven de tafel een spiegel waarin het gezicht van de man te zien is. Op tafel een inktstel, rechts ligt een jas over de stoel.
Een schrijver die zijn pen versnijdt, Jan Ekels (II), 1784. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Resolveren: Besluiten

Pagina 1 van 2

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén