Ontvangstdatum moet waarschijnlijk 1 maart 1673 zijn.
Een korte brief met veel inhoudelijke overlap met de vorige brieven. Hij komt op dezelfde dag aan als één van de brieven van 6 februari. Erg snel is deze postvariant niet: hij is pas op op 29 februari aangekomen. Wacht even…1673 was geen schrikkeljaar, dus Godard Adriaan zal 1 maart bedoeld hebben. Eén echt nieuwtje in deze brief: morgen gaat ze eindelijk het lang verwachte geld halen in Amsterdam.
Grote plannen en ‘wankelend weer’
In Den Haag is men erg benieuwd te weten wat de Duitse troepen gaan doen, en ook wat Willem III van plan is met zijn leger. Dat moet iets indrukwekkends zijn, gezien de voorbereidingen die worden getroffen. In Alphen aan den Rijn verzamelt zich een steeds grotere troepenmacht.
Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis in Alphen aan de Rijn, anoniem, 1680. Collectie Rijksmuseum
[selfve avont met de post heb beantwoort], men verlanckt hier seer te hoore wat de duijtse troep pees1Duitse troepen doen, alsmeede wat sijn hoocheijt met ons leeger sal atenteere2attenteren:ondernemen het welcke schijnt naer alle preeperaesie wat notabels3notabel: opmerkenswaardig te sulle sijn
Plaat met een gezicht op Overschie bij Rotterdam, Frederik van Frytom (toegeschreven aan),ca. 1670 – ca. 1700. Collectie Rijksmuseum
Ook Van Ginkels regiment, dat nu nog in Overschie ligt, zal zich daar morgen bij voegen. Dat geeft hem gelegenheid om vannacht nog even bij Phillipota langs te gaan, die nog steeds niet met de kinderen heeft willen vluchten. Heel veel anderen doen dat wel vanwege de onzekerheid over vorst of dooi (“nu wankelt het weer”)
[wat goets verleene,] de liede vluchte van hier met gewelt, de vrou van ginckel heeft met de kinder niet wech gewilt nu wanckelt het weer4het is kwakkelweer men weet niet wat het doet vriese oft doijt, de heer van ginckel is deesen avont weer hier gekoome met intensi om merge met sijn reesgement dat deesen nacht te overschie blijft, voort naer Alfhen5Alphen aan den Rijn bijt gros vant leeger te gaen, [ick schrijf deese Een dach]
Gezicht op Alphen aan den Rijn, François van Bleyswijck, 1714 – 1728. Collectie Rijksmuseum
Geld halen in Amsterdam
Margaretha schrijft de brief een dag eerder dan de post gaat, omdat ze morgen naar Amsterdam wil om de ordinantie in contant geld om te zetten. Mocht de belastingontvanger van wie ze het geld los moet krijgen haar te veel aan het lijntje houden dan zal ze de burgemeesters er op aan spreken.
ick schrijf deese Een dach vroechger als de post gaet om dat ick merge met godts hulp gaern naer Amsterdam wou gaen om te sien nu gelt voor onse ordinansie te krijge vrees den ontfanger mij ock noch al sal nae laeten loopen dan so hij t doet sal ick de burgemeesters daer over aenspreecken,
Omdat het geld zo schaars is probeert ze ook de tweede zesduizend gulden zo snel mogelijk te verzilveren. Ze ziet er tegenop om in deze tijden op reis te gaan, maar hoopt zonder ongelukken in drie of vier dagen weer terug in Den Haag te zijn. Ze leeft mee met Godard Adriaan wiens paarden kreupel zijn en wenst hem Gods bescherming.
uhEd sou niet geloofve hoe schaers het gelt is ick sal nu inde toekoomende weeck weer ses duij= =sent gul6gulden versoecke, hoope buijten ongeluck in 3 a 4 dage weer hier te sijn, sal al met groot te bekomerin in deesen tijt wt weese, het doet mij leet uhEd met sijn kreupele paerde so verleegen sal sijn de heer almachtich wil uhEd en al het onse bewaere inwiens heijle ge bescherminge uhEd beveelle blijfve
Over paarden gesproken: Van Ginkel zou graag de zadels die naar Hamburg gestuurd waren (en waar ze zich in september en oktober zo druk over maakte!) weer hier hebben, schrijft ze in een ps. Ze zijn zo mooi gemaakt en hij kan ze goed gebruiken. Hij en zijn vrouw en kinderen doen de groeten, en in het bijzonder Fritsje die zo groot en zoet wordt!
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
soot uhEd beliefde wenste de heer van ginckel de saelszadels en het ander goet dat voor uhEd op hamburch gesonde heeft is weer hier te hebbe om dat het seer net gemaeckt is heer en vrou van ginckel met al de kindere preesenteere haeren dienst aen uhEd so doet insonderheijt fritsge die seer groot en soet wort
Margaretha begint weer met een relaas over de post. Zowel de brieven van haar man als haar eigen brieven arriveren traag op de bestemming. Ze krijgt soms brieven die drie weken oud zijn! Deze brief houdt ze kort.
IJs, ijs en nog eens ijs
Het heeft nu 4 à 5 dagen flink gevroren. In de nacht ontstaat een sterke laag ijs, wat iedereen weer doet vrezen voor een overtocht van de Fransen. Hoewel er ook mensen zijn die zich minder zorgen maken. Het staatse leger is nu dichtbij en zij zouden – ijs of geen ijs –de nodige bescherming kunnen geven. In Utrecht echter werven de Fransen weer nieuwe troepen. Maar in Den Haag worden de paarden van de compagnie ook weer van stal gehaald en gereed gemaakt. Het blijft moeilijk met deze bekommeringen te moeten leven op dit moment, verzucht Margaretha.
Officier die naar schaatsers staat te kijken, Gerard ter Borch (II), na 1633 – ca. 1634. Collectie Rijksmuseum.
Het huis in Amsterdam
Het huis in Amsterdam, wat nog steeds door Margaretha gehuurd wordt, zal vanaf mei door anderen worden overgenomen. Dit brengt haar weer de nodige zorgen: ‘ick weet niet hoe ickt maecke sal so wij wttrecht voor de soomer niet weer krijgen’. Waar moet ze alle spullen uit Amsterdam laten als ze niet terug kunnen naar Utrecht? Ze vreest ervoor dat ze genoodzaakt is een ander huis in Amsterdam te huren.
[het welcke de heer almachtich wil seegene], het huijs dat wij te Amsterdam hebbe is teegens toekoomende meij verhuert, ick weet niet hoe ickt maecke sal so mij wttrecht voor de soomer niet meer krijgen, derf ick ons goet van Amster =dam niet hier brenge ock met het kraeme vande vrou van ginckel niet wage, vreese genootsaeck te sulle sijn teegens meij Een ander huijs al daer te hueren, salt noch Een maent of ses weecke insien wat met komste de heere ons mocht geefven, binne wijlle blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
Rekenen…
Want dan heb je ook nog de zwangere schoondochter. Margaretha heeft zitten rekenen en verwacht de baby precies dan wanneer het niet uitkomt- rondom het opzeggen van de huur in Amsterdam dus. Maar goed, ze zal het nog een maand of zes weken afwachten…eens kijken wat de Heer met hun toekomst van plan is.
Interieur van huis met vrouwen en kinderen, Zacharias Blijhooft, 1671. Collectie Rijksmuseum.
P.S. een sterfgeval
Er volgt nog een p.s. Toch nog een nieuwtje dus, want het voorgaande is eigenlijk het herhalen van de zorgen die ze al had. Maar ze schrijft dat ze vorige keer vergeten was te zeggen dat de oude Rijngraaf is gestorven (Frederik Magnus van Salm). Hij is in stilte begraven. Margaretha kan het niet laten te schrijven over de verdeling van de functies die door zijn sterven zijn opengevallen. De een zijn dood is de ander zijn brood…
met de leste post heb ick vergeete te segge dat den oude rhijngraef1Frederik Magnus van Salm gistere acht daech tot Maestricht is gestorfve en daer in stillicheijt is begraefve sijn kompangi heeft den jonge donau2Waarschijnlijk Wilhelm Albrecht von Donha het goevernement seijt me dat den heere wurts3Paul Wirtz hebbe sal, en mompelijan4Armand de Caumont, marquis de Montpouillan het luijtenantgeneral
Margaretha start haar brief met dat er weinig te schrijven valt – opmerkelijk, want deze brief telt toch zes kantjes. Willem III blijft twijfelen over de uitspraak over Pain et Vin. Er ligt een voorstel van de krijgsraad, maar Willem III doet niets. Zelfs de predikanten bemoeien zich ermee. Ondertussen klaagt het volk. Hoewel dat misschien te zacht is uitgedrukt. Ze voeren zulke taal dat men ervan schrikt het te horen!
De troepen moeten doorstoten
Van alle kanten in het land krijgt Margaretha weer dingen ter oren. In Rotterdam zegt men dat het absoluut niet goed gaat met de strijd, in Amsterdam is men ook zeer ontevreden. ‘De heer wil ons aen allekante bewaere’. Men verlangt zeer naar het nieuws dat de troepen eraan zullen komen, maar dat blijft uit. Dat Höxter (ten Oosten van Bielefeld en Paderborn) verovert is, is iets positiefs, maar sommigen zeggen dat dat alleen maar is gelukt omdat er net geld binnen was gekomen. Pas als er geld is, komt het leger in actie. Als het geld op is, wordt er weer niks gedaan. Wanneer de vijand voor de zomer niet uit Utrecht is, blijft er onzekerheid. Men zegt dat Lodewijk XIV zeer veel man aan het werven is en er dus sterk voor komt te staan. Hij zal met een aanzienlijk leger aankomen in het voorjaar.
[meeste garnesoen daer wt had getrocke,] men seijt ock dat tureijne1Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne te weesel is en sijn volck daer ontrent, so den vijant voor de soomer niet wt wttrecht is sijn wij hier niet seecker dewijl men seijt den koninck weer seer sterck werft en met Een aensienlijck leeger teegent voor ijaer af sal koome, [ick weet niet hoe ickt sl maecke]
Huren of niet huren?
Vervolgens twijfelt ze weer over wat ze met het huis in Amsterdam aan moet. Ze heeft het nog sowieso tot mei gehuurd, daarna wordt het verhuurd aan joden, schrijft ze. Moet ze nu alvast een ander huis gaan huren in de stad? Ze zal het nog eventjes aankijken de komende tijd, wie weet wat er nog gebeuren zal.
Amsterdams stadsgezicht met huizen aan de Herengracht en de oude Haarlemmersluis, Jan van der Heyden, ca. 1670. Collectie Rijksmuseum.
In de gracht gewaaid
Over de ordinantie voor 1000 gulden is er goed nieuws en slecht nieuws: het goede nieuws is dat hij er is, het slechte nieuws is dat raadspenionaris Fagel hem “verlegd” heeft. Hij is dus kwijt. Ze eindigt haar brief dat ze maar gelijk de volgende 6000 gulden gaat vragen, het duurt allemaal zo lang…
Maar ze blijkt nog niet uitgeschreven. In een p.s. noteert ze dat het haar zo bedroeft dat de post traag is, de laatste brief die ze van haar man ontvangen heeft is al weer van twee weken geleden. En wat ander nieuws: door de harde wind zijn er twee mensen (één in Amsterdam en de ander in Delft) in de grachten gewaaid en verdronken!
uhEd getrouwe MTurnor
tis bedroeft dat de briefve so lange onderweege sijn, uhEd laeste is nu weer over de 14 dagen out
haer hoocheijt2Amalia van Solms blijft noch al so leggeZe is nog steeds niet beter, den raetsheer kerckenraet is te Amsterdam bij avont door de stercke wint inde graft geweijt en verdroncke, den heere golsteijns soon is te delft ock inde graft verdroncken
Straatgezicht met zware wind en regen, Jan Luyken, 1698 – 1700. Collectie Rijksmuseum.
Wéér betalen
Ook hierna houdt het schrijven nog niet op. De post is die avond waarschijnlijk door het slechte weer nog niet geweest, dus een dag later, op 20 januari, kan ze nog wat neer krabbelen: van de secretaris heeft ze een brief ontvangen waarin wordt verteld dat de dorpelingen in Amerongen de Fransen wederom moeten betalen. Maar wie moet dat gaan betalen, eigenlijk? Er zijn zoveel sterfgevallen geweest in het dorp: de timmerman en de lakenkoper gestorven. En als de rest van de mensen in het dorp nog niet dood zijn, dan wel dodelijk ziek. Hoewel de predikant in Utrecht gelukkig aan de betere hand is. In Utrecht vragen de Fransen ook weer om belastingen. Ze willen de 200e penning, een vermogensbelasting, tien keer innen, bovenop het huisgeld. Er wordt per huis getaxeerd en geïnd tot in de Kreupelstraat3Nu de Keukenstraat, tussen het Servaasbolwerk en de Nieuwegracht.
Gezicht vanaf de stadswal te Utrecht op het Leeuwenberggasthuis aan de Schalkwijksteeg met op de voorgrond de Keukenstraat en op de achtergrond de Domtoren, uit het zuidoosten. Anonieme tekening uit ca. 1770. Collectie Het Utrechts Archief.
den 20 ijanw vermidts de post die gewent is op donderdach savonts af te rijde nu Eerst deesen avont sal gaen, voechge ick deese noch bij de neefens gaende, om te segge dat ick heeden Een brief vande seeckreetaris heb ontfange de welcke schrijft dat ons dorp tot Een kontrebuijsi voor betaeline van twee maende is aengeschreefve te moete brenge desom vande 420f hij is seer b .. komt waer de gemeente4Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. dat haelle sal gulse der weijnich luijden int dorp sijn her neellis harmars onse timerman is te wijck gestorfve ock de laeckenkooper da =velaer de overijge mense legge meest al dootlijcke kranck, onse preedikant5Bernardus Keppel leijt noch te wttrecht sieck doch is aent beetere, te wtterecht willense den twee honderste penin tienmael teffens betaelt hebbe, bovent huijsgelt se hebbe alle de huijse ge taxseert tot inde kreupel straet in kluijs de heere van wulfve6Hieronymus van Tuyll van Serooskerken moet voor beijde sijn
huijse vier hondert gul ter maent den heer van sandenburch7Diederik Borre van Amerongen 500 f geefve op peene8Op peene van: op straffe van van de huijse te raeseer9Raseren: met de grond gelijk maken en totaliter af te breecken, den heer vander A10Frederik van Renesse van Moermont mach niet op sijn huijs terA gaen datse teenemael wt geplondert en al sijn beeste genoome hebbe gaen of moet voor ho duijsent rijxsdaelders borch stelle, in soma die provinsie sijnder seer qualijck aen och Eens Een wtkomste sach de hr almachtich wil ons alle helpen ick had gehoop vandaech noch briefve van uhEd te ontfange maer vernee =me der geen, geloof de post doort quade weer dat wij nu Eenige tijt herwaerts hebbe gehadt en insonderheijt deese voorlee dene nacht, niet voort en kan,
Nog meer schade aangericht door de Fransen
Nog meer leed wat de Fransen aanrichten: De heer van der Aa mag niet meer naar zijn huis terug gaan. Wat overigens ook niet eens meer zou kunnen, het huis is geplunderd en van zijn dieren is ook niks overgebleven.
Tot slot hoopte Margaretha deze dag toch nog een brief te mogen ontvangen van haar geliefde man, maar door het slechte weer is er geen post aangekomen.
Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne
2
Amalia van Solms
3
Nu de Keukenstraat, tussen het Servaasbolwerk en de Nieuwegracht
4
Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt.
De ordinantie is nog steeds niet binnen. Margaretha vraagt zich af wat de intenties van raadpensionaris Fagel zijn. Waarom houdt hij haar zo lang op en vertelt hij niet waar het aan schort? Het enige wat de raadpensionaris haar verzekert, is dat hij snel zal betalen…
met de laeste post heb ick uhEd Een meemoorije1Memorie: financieel overzicht vant geene ick seedert deselfs vertreckt heb ontfange en wtgegeegve, de bekende ordinansie verordening heb ick noch niet kan niet dencke wat den heere r pensionaris 2Raadpensionaris Gaspar Fagel intensie is dat hij mij so van dach tot dach op hout sonder te segge waert aen hapert maer verseeckt kert gestadich dat hij mij die sal bestelle [, de]
Geld voor Van Ginkel
Maar er zijn nog meer geldzorgen. Margaretha’s zoon heeft moeite geld voor zijn compagnie of regiment te ontvangen; de betaling loopt inmiddels drie maanden achter! Maar Van Ginkels mannen zijn niet de enigen die klagen; de hele militie wordt slecht betaald. Margaretha hoopt dat het snel zal verbeteren. In ieder geval moet eerst orde op zaken worden gesteld. In Den Haag was men al bezig om de financiën – die volgens Margaretha onder Johan de Witt ‘in het verloop waren geraakt’ – in orde te brengen.
[kert gestadich dat hij mij die sal bestelle,] de heer van ginckel kan ock geen betaelin voor sijn kompangi of reesgement krijge is bij de drije maende ten achtere, de ruijters konne niet wachte so dat hij int verschot moet sijn doch hij ist niet alleen de heelle meeliesie klaecht seer van quade betaeline, wij moete hoope dat Eens beetere sal men heere van hollant sij bee =sich om ordere op haere finansie die bij den oude r p de wit3Raadspensionaris Johan de Witt teenemael int verloop is ge raeckt te stelle, so geseijt wort ist op Een goede voet, [maer aldewerlt klaecht seer over]
Kaartspelende soldaten, Cornelis Bloemaert (II), naar Abraham Bloemaert, na ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.
De wapenen neerleggen, of opnemen?
Van het leger van de Prins van Oranje heeft Margaretha sinds haar laatste brief niets meer gehoord. Hij schijnt zich met zijn leger ergens rond de Roer op te houden. Ook van de vloot is er geen nieuws. Wel zijn de Zweedse ambassadeurs inmiddels gearriveerd. Zit er dan toch een vredesverdrag aan te komen? Margaretha heeft vernomen dat de ambassadeurs een wapenstilstand zullen gaan voorstellen. Maar is dat wel zo’n goed idee? ‘De wijste lieden oordelen dat wij de vrede met de wapenen in de hand behoorden te maken’, aldus Margaretha. Vechten tot de laatste man, geen wapenstilstand!
Een goede vreede wwas ons wel nodich maer de wijste liede oordeelle dat wij de vreede met de wapenen inde hant behoorde te maecke en geen stilstant van wapenen hoore toe te staen[, men seijt tot wttrechten die proo]
De komst van de Zweedse ambassadeurs staat ook in de Oprechte Haarlemse Courant van 10 december. De heren extra-ordinaris Zweedse ambassadeurs worden vanuit Rotterdam verwacht in Den Haag. Of ze echt een publieke intrede zullen doen, weet men nog niet. Men zegt dat ze zullen logeren in het huis waar de Franse ambassadeur gewoond heeft.
Bericht uit de Oprechte Haarlemse Courant van 10 december 1672 over de Zweedse ambassadeurs. Via Delpher.nl
Een brief van de koning
In Utrecht zijn brieven van de Franse koning verschenen. De koning eist niet alleen dat de opgelegde som geld tot op de laatste stuiver wordt betaald, maar dwingt de Utrechtenaren ook nog eens 1600 bedden te regelen.
[te staen,] men seijt tot wttrecht en die proo =vinsie brijefve vande koninck van vranckijk sijn gekoome met last dat sij daer de ge= =Eijste som tot Een stuijver toe soude doen betaelle, daeren boove Eijschen sij noch 1600 bedde daer van 300 inde buerkerck tot behoef vande siecke soude geleijt worde
Turenne, Condé en de keurvorst
Margaretha verlangt zeer naar de brieven uit Duitsland en Maastricht. Ze is niet de enige. Iedereen wil weten of het leger van de keurvorst van Brandenburg de Rijn al is gepasseerd. Waarom is het Brandenburgse leger nog niet slaags geraakt met de Franse troepen? Er gaat geruchten rond. Margaretha gaat niet in op de inhoud van de geruchten, maar het heeft er alle schijn van dat veel onderdanen geen hoge pet meer op hebben van de keurvorst. ‘Men kan alle mensen de mond niet stoppen’, schrijft Margaretha. Wat kan de kwalijk sprekers het ongelijk bewijzen? De Brandenburgse generaal-majoor Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach is in elk geval goed bezig: hij heeft in Münster veel buit gemaakt. ‘Altijd een goed teken’, vindt Margaretha. Ze hoopt dat de keurvorst hetzelfde zal doen en dat dit de kwaadsprekers de mond zal snoeren.
[duijster te leesen,] en men kan alle mense de mont niet stoppe, dat den heere Eller4Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach int sticht Munster so ageert en sulcken buijt maeckt is, altijt Een goet teijcken hoope de keurvorst het ver met sijn volck ver= volchge sal en daer door de qualijck spreeckers den mont stoppe, [onse tietge]
Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.
Het thuisfront
Tietge is weer helemaal beter. Met Fritsje valt het gelukkig ook allemaal mee. In haar brief van 5 december schreef Margaretha nog dat het jongetje de pokken leek te hebben. Gelukkig blijkt hij niet besmet te zijn; het was slecht een maagkoorts (waarschijnlijk een buikgriepje).
Wederom krabbelt Margaretha iets op het papier als ze haar brief al heeft afgesloten. Dit keer geen oorlogsnieuws, maar nieuws over de stad die ze nog niet zo lang geleden verlaten heeft: in Amsterdam is een stuk van de stadswal omvergevallen. Gelukkig zijn de reparatiewerkzaamheden al in volle gang.
[pockges sulle sijn ,] hier meede bidde godt uhEd in sijn heijlige bewaeringe te neeme de vrou van ginckel met alle haer kinde =re preesenteere haere dienst aen uhEd ick blijf
uhEd getrouwe Etc
te Amsterdam is Een stuck vande stats wal om veerge valle het welcke weer opgemaeckt wort
Oh, oh, de troepen, de troepen. Waar blijven ze? De mensen verlangen er zo naar. Zonder de troepen van de keurvorst komt er geen verlossing, zo wordt gekermd. Margaretha noemt desalniettemin het leger van Willem III een ‘schoon leeger’, dat met het laatste treffen alsnog koraesgeuslijck heeft gevochten, ofwel fier heeft gevochten.
Dubbelloops vuursteen-draailoop-pistool, Michel de la Pierre (toegeschreven aan), 1645 – 1650. Collectie Rijksmuseum
Problemen in Woerden
Maar het loopt zeker niet gesmeerd, ook nu heeft Margaretha weer meer informatie dan in haar vorige brief. In Woerden bleek men amper een goede kogel in bezit te hebben. Of ze waren te klein, of te groot, wat het raak schieten van de vijand nogal bemoeilijkt. Margaretha vindt dat zijne hoogheid niet fatsoenlijk wordt gediend. Angstig en onzeker blijft ze ook door de geruchten: afgelopen nacht zou er met kanonnen zijn geschoten en mogelijk zouden de Fransen bij Muiden staan. Maar zeker weten doet ze het niet.
[somige wille segge naer lotterine,] uhEd sou niet geloofve hoe wonderlijck de liede hier spreecke, en so verdrietich veelle worde doort lan ter deese en achterblijfve van die troeppees want men hier sonder de selfve geen verlossi en siet, hoewel men hier nu Een schoon leeger bij Een heeft en ons volck so voor inde laeste reijnkontere1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde als aende vaert2Vaartse Rijn bij Vreeswijk ge= toont hebbe wel en koraesgeuslijck3Courageuselijk: vol goede moed te vechte so schijnt dat de deesorderees noch aldaer sijn want hoewel den goede heer van Suijlisteijn4Frederik van Nassau-Zuylestein het met sijn leefve betaelt heeft spreeckt men
noch seer dat sijn nonsilansie5Nonchalance alleen oorsaeck van dat ongeval van voor woerde is geweest, daer hij door sijn hoochheit genoech van gewaerschout was ock doent geschut voor woerde quam seijt men datter niet een kogel was daer men terdee ge mee kost schieten of se waeren te groot of te kleijn en meer diergelijcke abuijsen6Abuis: vergissing, dwaling in soma sijn hoocheijt wort niet wel gedient en wij al te saemen blijfven in den druck, men heeft deese voorleedene nacht hier seer met grof kanon hooren schieten, somige wille segge dat de vijant voor muijen soude sijn maer kan de waerheijt niet weeten, [so dat al]
‘Een schip vol goet’
Ondertussen bereidt Margaretha zich voor op de verhuizing naar Den Haag. Een maand geleden heeft ze al een schip gehuurd en dat is gisteren vanuit Amsterdam vertrokken naar het huis op de Kneuterdijk. Ze hoopt vandaag zelf met de kinderen te vertrekken. Maar ook hierin vindt ze tegenslag, want haar hoofd van de huishouding mevrouw Visbach en haar kamenier Angenis hebben beiden een brandende koorts te pakken. Omdat ziekte in de 17e eeuw onvoorspelbaar en gevaarlijk was, heeft ze veiligheidshalve de kinderen al buitenshuis onder gebracht.
[=ren sal,] gisteren heb ick Een schip vol goet naer den haech gesonde, meen met godts hulp vandaech met de kindere te volgen om die daer te brenge also mijn dochters bisbach en haer kamenier Angnis, heel dootlijck sieck sijn geworde aen seer heefvige en brandende koortse se slaen met roode vlacke wt, daerom ick de kindere gistere al ten eerste wt den huijs heb gedaen ender voort mee naer den haech gaen [hoope de heer almachtich ons]
Gezicht op Leidschendam met een trekschuit, H. Tavenier, 1784. Collectie Haags gemeentearchief In Holland lag een netwerk van trekvaarten. Of Margaretha een trekschuit inhuurde weten we niet, maar waarschijnlijk kwam het schip wel langs Leidschendam.
Waar blijft het goedvinden?
Dit brengt haar ook op het volgende onderwerp: moet het huis in Amsterdam worden aangehouden tot in ieder geval de komende winter? Op het moment huurt ze De Gulden Troffel, maar door alle onzekerheden over het huis in Amerongen en de onrust in Den Haag weet ze niet of het verstandig is haar veilige haven in Amsterdam op te zeggen. Al meerdere keren heeft ze Godard om zijn goedvinden voor dit plan gevraagd, maar tevergeefs, ofwel háár brieven met deze vraag, of zíjn brieven met zijn antwoord, komen niet aan.
Pools officierszadel uit de 17e eeuw in het Pools Leger Museum in Warsaw. (bron: Wikipedia)
En die onzekerheid geldt voor meerdere onderwerpen: de manden met zadels en ander paardentuig blijven ook in deze brief niet ongenoemd. Het is nu precies een maand geleden dat ze vanuit Hamburg verzonden zijn…
hier wil houd en laeten de drost in met de rest van ons goet daer noch in blijfve want Elck seijt so wij wttrecht niet weer en krijgen, dat wij inde haech gans niet seecker sijn, dit heb ick uhEd verscheijde maelle geschreefve en versocht deselfs goetvinde te mooge weeten doch tot noch toe geen antwoort bekoomen, ick hoop uhEd nu alvan franckvoort sal gekoome sijn en de mande met saels ent ander paerde goet ontfange hebbe het welcke vandaech Een maent is dat het van hier op hamburch heb gesonde de heer almachtich wil uhEd in sijn heilige beschermin en bewaerine neemen, blijfve uhEd getrouwe wijff
M Turnor
Geen ‘Mijn heer een liefste hartge’ in de afsluiting deze keer. Loopt de spanning bij Margaretha weer op?
1
Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen.
Hoewel er niks noemenswaardigs is voorgevallen, gonst het weer van de geruchten in Amsterdam. En dan schrijft Margaretha “men seijt”. En wat men al niet zegt!
Men seijt…
Dat er een complete Engelse vloot klaar ligt om te landen. Michiel de Ruijter wordt er op af gestuurd om de boel te redden.
seedert is hier niet voorgevalle, als dat men seecker seijt datter weer Een groote quantiteijt Engelse scheepe in see soude sijn die deseijnDessein:doel hebbe om noch hier te lande waerom den Admirael de ruiter gelast is hem met al sijn volck opt spoedichste ou scheep te begeefve, [gistere is]
Men seijt…
Dat Zijne Hoogheid het gemeentebestuur van Amsterdam gewaarschuwd heeft voor een mogelijke aanslag. Het plan zou zijn om de schepen die aan de wal liggen in brand te steken. De wachten zijn daarom verdubbeld.
[spoedichste ou scheep te begeefve,] gistere is hier omet de klock afgeleese dat de burgers haer wachte moeten verdobbelen de rechte oorsae =cke weet men niet, dan wort geseijt dat sijn hoocheijt de heere Magistraeten alhier soude gewaerschout hebbe op haer hoede te sijn dat den vijant Een aenslach heeft om de scheepe die hier aende wal tegge aen brant te steecken de offisiers, of kapteijns vande burgerij sijn gelast snachts alle Eure selff de ronde te doen so datter wel Eits te doen
moet weesen, en wij hier in Een geduerigen alarm sitten niet weetende waermen best sal sijn t [gister]
Twee vrouwen in gesprek voor een huis, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie: Rijksmuseum
Men seijt…
dat er veertig schepen met nieuw volk uit Bremen gekomen zijn en dat dat betekent dat er 10.000 nieuwe soldaten voor het leger van de prins zijn. Ze heeft geen idee wat voor volk het is, maar er zijn zelfs nog drie compagnieën door het land van Münster gekomen. Hoe dat kan begrijpt Margaretha ook niet, maar als er zo veel gebeurt, moet Zijne Hoogheid wel een plan hebben. Nu maar hopen dat dat een groter succes wordt dan de mislukte aanslag op Naarden.
[sitten niet weetende waermen best sal sijn t] gister is hier veertich scheepe met volck die so geseijt wort van breeme koome, aengekoome men seijt datse tienduijsent man in hebbe die so geseijt wort naert leeger van sijn hoocheijt sijn, wat volckeren het is kan ick niet weeten, hier is ock aengekoome den graef van witgesteijn1Ernst Philip Graf zu Sayn Wittgenstein Homburg met drij kompangie paerde die men seijt doort sticht van munster gekoomen te sijn het welcke ick niet kan begrijpen, men wil ick noch segge dat sijn hooch Eenich deseijn2Dessein: doel op hande heeft ick wil hoope het Een beeter suckses alst voorgaende sal hebbe,
Men seijt…
bovendien allemaal onaangename dingen over de jonge Rijngraaf, Carel Florentijn van Salm. Hij zou volgens Margaretha in “vuile huizen” hebben zitten wachten tot de wind ging liggen, zodat hij niet meer op tijd ter plekke kon zijn.
ick kan niet segge hoe men hier spreeckt en van den jonge rhijngraef die se segge doen den aenslach op naerden was sijn volck hier op naerder ordere liet scheep legge, ondertusche sat hij hier bij de juff en andere segge in ande =re vuijle huijse tot dat de wint ginck legge en den tijt verloopen was om op sijn post te koome
Men seijt…
Voor ze eindigt met een paar onnavolgbare roddels roept Margaretha nog dat haar man niet kan bedenken hoe men in de Republiek spreekt. Ze wenst Zijne Hoogheid wijsheid en voorzichtigheid toe, want als hij nog wat wil, dan moet het snel gebeuren. Door het natte weer hebben de milities in Weesp en Muiden het zwaar. Men seijt dat Zijne Hoogheid net naar Muiden vertrokken is, dus daar zal wel wat ophanden zijn… Zegt men.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.
Let op: de scans zitten een beetje door elkaar. Logische leesvolgorde is: 169, 170 links, 172, 170 rechts, 171
Margaretha heeft de brieven van Godard Adriaan van 23 en 24 september ontvangen. In Amsterdam was het 10 à 11 dagen droog geweest, maar de wegen waarop het leger van de keurvorst marcheerde moesten wel erg slecht zijn. Het heeft immers wekenlang geregend. Ze voelt mee met haar man en het hele leger. De zware mars zou Godard Adriaan wel eens op kunnen breken, vreest Margaretha. Toch verlangt ze ontzettend naar de komst van de bondgenoten. In de Republiek gaat het namelijk niet zo best…
Het leger van de keurvorst moet zich, volgens de berekeningen van Margaretha, nu niet ver meer van de stad Münster of de Rijnoever begeven. Met zo’n immense legermacht, op zulke slechte wegen… Dan is drie à vier mijl best veel. In de Republiek verlangt iedereen zeer naar de komst van de Brandenburgse troepen. Zonder hulptroepen geen verlossing, alleen het vooruitzicht van een ellendige en miserabele winter. Wat moet Margaretha doen als er niet snel verlossing van het Franse juk komt? Ze koestert weinig hoop dat de stad Utrecht en de gelijknamige provincie, zelfs de kleinste steden, vóór het invallen van de winter bevrijd zullen worden.
ick beklaech uhEd en het heelle leeger int binenste van mijn hart vreese het uhEd ock noch wel sal opbreecken sulcke tochte en reijse te doen, nu moet den heere keurvorst met het leeger naer mijn gissine en reeckenin so het daer op aengeleijt is, niet verde vande stat munster of den rhijnkant1Waarschijnlijk de rijnoever weesen, tis noch wel veel in sulcken weer en weegen noch drij a vier mijlen daechs net so swaere leeger
te marscheere, och hoe verlanckt men hier te lande naer deselfve volckeren, sonder dewelck wij geen de minste verlosinge te verwachten hebbe of konne sien, het sal wel Een Elendi ge en mieserable winter sijn voor veelle ijae voor ons alle, [ick weet noch niet hoe ickt met]
‘Een deseijn’
Het Staatse leger bestaat tegenwoordig uit zeer goede militairen, heeft Margaretha vernomen. Maar ze hebben nog helemaal niets nuttigs gedaan. Ja, er was een poging gedaan om Naarden te veroveren, maar de poging was op niets uitgelopen. Margaretha voegt een belangrijk detail toe dat niet in haar eerdere brief over de aanslag op Naarden stond: het was allemaal de schuld van Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny. De prins van Oranje had het plan willen doorzetten, en had volgens velen de stad kunnen veroveren, maar Louvigny raadde het af. De onderneming was té gewaagd. Er stond simpelweg te veel op het spel voor de jonge prins. Maar de Fransen zijn ook niet gek… Ze weten dat de prins het hier niet bij gaat laten. De hertog van Luxembourg heeft het garnizoen in Naarden versterkt met verse manschappen, voedsel en geschut.
weer niet voort en koste, waer om den heere louvengie niet goetvont met het de =seijn voorte te gaen sijn hoocheijt wildender Evenwel op aen, da en soude so de meeste opijnie sijn de stat verovert hebbe, maer
loeuvengi raedent af segende dat het te veel voor sijn hoocheijtdie Een jonck heer is en sijn Eerste Exsploot soude sijn te veel gewaecht sou weese
Nog steeds geen orde
De poging van Willem Adriaan II van Horne – de graaf van Hoorn – om Montfoort aan te vallen was door de Franse troepen afgeslagen. Het bleek dat de graaf van Hoorn geen kruit had. Dat was hem, zei hij, wel beloofd… Margaretha vat het kort samen: er ontbreekt nog altijd het een of het ander. Veel is er niet veranderd sinds haar brief van een week geleden. Het lijkt er dan ook op dat de dood van de gebroeders De Witt nog niet veel soelaas heeft geboden. Zelfs na de dood van Johan en Cornelis de Witt wordt er nog zeer kwalijk over de broers gesproken! En dan de prins… Hij heeft zulke slechte raadgevers. Er zijn er maar weinig die het behoud van het land op de eerste plaats zetten. Er gaan ook zeer wonderlijke praatjes rond. Margaretha durft ze niet aan de pen toe te vertrouwen, schrijft ze, dus we zullen helaas nooit weten wat ze precies heeft gehoord.
[en vijfverees in gebracht,] den graef van hoorn heeft ock Een deseijn2Dessein: doel gehadt op monfoort ijae Een atacke daer op gedaen maer isser afge= slage, in de welcke kapteijn lockoert3Onbekende kapitein met Eeni =ge weijnige soldaete sijn doot gebleefve, doen donse daer voor quaeme bevont den graef van hoorn dat hij geen kruijt en hadt hetwelcke so hij seijt se hem belooft hadde te sende, insom ma4In somma: kortom daer ontbreeckt noch altijt het Een oft ander het schijnt dat met het wechneeme vande heeren de witte alde deesorderees5Desorder: ongeordendheid, ordeloosheid, wanorde noch niet wech sijn, het welcke wel bedroeft voor ons alle is, men spreeckt hier te lande noch seer qualijck van den heere bE6De adel spreekt Margaretha aan me hE (hoog edele) bijvoorbeeld shE is dan zijn hoog edele, of wel “hij”. Of als ze haar man aanspreekt gebruikt ze uhEd, u hoog edele, of wel “u”. Hier gebruikt Margaretha bE, wat zou ze daarmee bedoelen? burgere edele? bestuursedele? Of iets heel anders? wil hoope men hent ongelijck doet, [ock van onsen buermans soon den heer]
De Fransen lijken Utrecht steeds steviger in hun greep te hebben en hebben Naarden versterkt. Ook gaat het gerucht dat Engelsen bij Den Briel willen landen. Margaretha twijfelt dan ook of ze er goed aan doet om al haar spullen naar Den Haag te verhuizen, richting de kust waar mogelijk de Engelsen landen. Zal ze De Gulden Troffel nog even aanhouden? Maar de Fransen in Naarden zijn ook wel erg dichtbij…
Toch moet Margaretha wel een keer naar Den Haag. Als ze de kinderen van haar schoondochter Philipotta niet bij zich had, dan had ze het wel geweten. Dan was ze allang richting Den Haag gegaan om het geld op te eisen waar Godard Adriaan recht op heeft. Ze belooft Godard Adriaan op de hoogte te houden. Ten minste, als de brieven aankomen… De brieven van 13 en 17 september hadden Godard Adriaan namelijk nooit bereikt. Ze hoopt dat ze De Gulden Troffel voor iets minder huurgeld dan dat ze nu betaalde kon aanhouden, al was het maar voor de winter. Ze blijft in duijsent beraede…
[men nu seijt is niet met al geweest,] so omt Een alst ander derf ick mij so met persoone als goet niet teenemael in den haech begeef maer heb gedocht of ick dit huijs hier dat
noch niet verhuert is voor de winter als ickt voor Een mindere prijs kost krijge noch in huer hieldt en liet de muebel hier in met den drost en sijn vrou en vader om die te bewaere en dat wij met de kindere naer den haech gingen op deerste onraet aldaer koste Wij weer hier koomen, so uhE dit so goet vint salt selfve met de Eerste post van uhEd verwachte te verstaen, dewijl den tijt vant verhuijse seer nadert sal ick naer uhEd antwoort hier op verlange, [hebt al]
Haagse roddels
Direct na Margaretha’s opmerking over de kwalijke praat over de gebroeders De Witt, schrijft ze een curieus verhaal. Ze beschrijft mensen omfloerst, waarschijnlijk omdat ze vermoedt dat er mogelijk mee gelezen wordt. Ze zegt niet letterlijk dat er een relatie is met de verhalen over de gebroeders De Witt, maar door de overgang laat ze je het wel vermoeden.
Ze schrijft over de zoon van een buurman ‘die zijn wijn van de avond tot de morgen graag lust’7Mogelijk wordt met de buurman Frederik van Nassau-Zuylestein bedoeld. Zijn kasteel Zuylenstein staat vlakbij Kasteel Amerongen.. Samen met een vriend van haar zoon Godard, die één oog heeft, gaat de onbekende zoon van de onbekende buurman laat in avond naar het Noordeinde. Helaas wordt uit de brief niet duidelijk wie Margaretha bedoelt en of ze het heeft over haar Haagse, Amsterdamse of Amerongse buurman. Maar een saillant detail is dat de twee genoemde personen naar ‘fickfoort’ gaan, die op het Noordeinde woont. Zeer waarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee diplomaat Abraham de Wicquefort, een zeer illuster figuur in de zeventiende eeuw, die inderdaad op het Noordeinde woonde. Margaretha weet niet of het waar is, maar het is wel een vreemd verhaal, te meer omdat Abraham de Wicquefort toentertijd toch wel bekend stond als een vertrouweling van wijlen Johan de Witt. Het past in de lijn van de rest van de brief. Wordt zijne Hoogheid wel goed gediend?
[doet,] ock van onsen buermans soon den heer die sijn wijn vande avont tot den merge so wel mach die int voorhout woont en ons kinder goede vriendt met Een ooch, dat die alle nacht of heel laet inde avont komperijsi8Comparitie: een gelegenheid of plaats waarbij men verschijnt int noordijnde bij fickfoort9Van Wicquefort via Wickfoort en Vickfoort naar Fickfoort houde, oft waer is weet ick niet altijt se sijn seer int ooch, [sijn]
1
Waarschijnlijk de rijnoever
2
Dessein: doel
3
Onbekende kapitein
4
In somma: kortom
5
Desorder: ongeordendheid, ordeloosheid, wanorde
6
De adel spreekt Margaretha aan me hE (hoog edele) bijvoorbeeld shE is dan zijn hoog edele, of wel “hij”. Of als ze haar man aanspreekt gebruikt ze uhEd, u hoog edele, of wel “u”. Hier gebruikt Margaretha bE, wat zou ze daarmee bedoelen? burgere edele? bestuursedele? Of iets heel anders?
7
Mogelijk wordt met de buurman Frederik van Nassau-Zuylestein bedoeld. Zijn kasteel Zuylenstein staat vlakbij Kasteel Amerongen..
8
Comparitie: een gelegenheid of plaats waarbij men verschijnt
9
Van Wicquefort via Wickfoort en Vickfoort naar Fickfoort
Margaretha is prikkelbaar. Ze maakt niet eens haar aanhef af en valt gelijk met de deur in huis. “Mijn heer en” en daar houdt de aanhef op. Ze stuurt een brief mee die ze aan haar zoon gestuurd heeft en het gaat erover om iemand die ergens schuld aan heeft. Omdat we de brief aan haar zoon niet hebben, weten we niet wat er precies gebeurd is. Vrij snel wordt er een neef bij gehaald, die ook vrij weinig goed gedaan heeft en kan doen.
De tirade over deze neef neemt een hele pagina in beslag. Wat interessant hieraan is, is dat ze de naam van de neef niet noemt. Kennelijk gaat ze ervan uit dat er meegelezen wordt en dat Godard Adriaan door de beschrijving wel weet over wie het gaat. Voor ons is het daardoor vrij lastig te volgen waar het over gaat. Meer over deze tirade in de laatste alinea.
Margaretha zit zelf met een dilemma. Ze heeft een schip gehuurd om spullen van Amsterdam naar Den Haag te sturen. De vraag blijft waar het veilig is: Amsterdam of Den Haag. Het duurt lang voor de Brandenburgse troepen er zijn en het veldtochtseizoen loopt op zijn einde. De Engelsen beginnen weer te dreigen. En wat als de Fransen in de winter nog in Utrecht zitten? Stel dat het gaat vriezen en ze dan met al het goed moet vluchten! Ze kijkt het nog veertien dagen aan, maar hoopt voor die tijd wel het goedvinden haar man te krijgen.
[staen, en ons alle bewaeren,] ick weet niet wat ick doen sal heb al geen schip gehuert om mijn goet naer den haech te brenge, dan hebt selfve noch 14 opgehoude en wtgestelt, dewijlle het afkoome vande auxijlaere troepees so lange tardeert en ondertuschen het heelle saeijsoen verloopt , sijn hier groote en kleijne seer bekomert de Engelse dreijge ock noch met haer vloot te landen, so dat men aen alle kante seer benout is, en voorseecker hout so de franse voorde winter niet wt de provinsi
van wttrech raecken wij inde haech niet verseeckert sulle sijn en int hartge van de winter te moete vluchte weet ick niet hoe men met alt goet wech sou raecken daerom ick in duijsent bekom merine ben niet seetende wat ick doen sal, ben half gereesolveert het noch Een maent in te sien en so lan hier te blijfve ondertuschen uhEd goetvinde hier op verwachte, [ick kan niet]
De Hertog van Luxemburg
Pas na drie pagina’s gaat het weer over de Hertog van Luxemburg. Er is op last van de koning een nieuw plakkaat uitgegaan. Alle bewoners en ingezetenen van de bezette gebieden moeten binnen een maand terug keren naar hun huis. Margaretha blijft er nuchter onder, maar ze vermoedt dat haar schoondochter een nieuw alarm zal zijn. Waar in de vorige brief de straf voor het niet betalen van de brandschatting in beslag name en platbranden was, is dat nu al de straf voor niet terug komen.
[sien worde souden sij haer beraeden,] daer op is gistere weer Een plakaet vande hartooch van lutsenburch wt last vande koninck wt gekoomen waer bij alle ingeseetene en in woonders *die haer huisine en woonplaetse inde gekonkesteerde plaetse* hebbe wort gelast voort wtgaen van deese maent aldaer weederom te koome haer woonplaets neeme op peene dat van die tijt af haer goederen voor gekonfisqueert sulle af naer
Het deel tussen * * staat links overdwars
gehoude werde, haere huijse geraeseert en afgebrant en alle plantaesie af gehouwe en geruwineert worde, dit sal weer Een nieu =we alarm voorde vrou van ginckel sijn, hoet nu onse wtterse vriende sulle maecken sal mijn benieuwen de mense worde onder de franse met haer in quartierine so seer beswaert dat sijt niet langer harde konen[, men seijt]
Ook al schrijft Margaretha nog over allerlei saaie onderwerpen als de lokale politiek, ordinanties en belastingen, ze raakt de prikkelbaarheid niet kwijt. Ook haar ondertekening en de PS zijn wat dat betreft luid en duidelijk. Niks geen liefste hartje, en na “UhEd getrouwe” een pinnig Et(cetera). Ze stuurt Godard Adriaan een pamflet mee. Mogelijk heeft hij haar laten weten dat ze haar toon een beetje moet matigen, maar in dit boekje kan hij zelf zien hoe vilein het er tegenwoordig aan toe gaat.
[verwachte,] hier meede blijfve
Mijn heer uhEd getrouwe Et
ick sende dit boeckge op dat uhEd sout sien wat vieleijnije hier in swan gaet1In zwang gaan: beoefend/bedreven worden (op grote schaal, populair) hoop het wel sal overkoome
De tirade: puzzelen en zoeken
Terug naar de tirade uit het begin de brief. Het volgende fragment is behoorlijk onbegrijpelijk en geeft daardoor een mooi beeld van wat voor puzzels je als lezer van dit soort oude brieven moet oplossen.
Om te beginnen is er het taalgebruik. Er zijn veel woorden die je met kennis van Engels, Duits en/of Frans wel kunt invullen, maar die je voor de zekerheid toch beter even kunt opzoeken. Gelukkig staat het Woordenboek Nederlandse Taal gewoon online. Als het echt lastig wordt, zijn de medewerkers daar ook nooit te beroerd om je te helpen. Een groot deel van de puzzel is dat er nog geen standaard spelling bestaat en veel woorden fonetisch opgeschreven zijn.
Lastiger zijn de uitdrukkingen. Daarvoor biedt het Spreekwoordenboek van Stoett vaak uitkomst, bijvoorbeeld bij “reizen en rotsen”. “Het oor heel en dal hebben” is lastig terug te vinden, maar daar biedt Twitter soelaas. “Heel en dal” is bijvoorbeeld een door oma’s nog gebruikt synoniem voor “helemaal”. De combinatie met het oor blijft vooralsnog onduidelijk.
maer onse Neef die sich inmasgeneert2Imagineren:zich voorstellen het oor heel en dal te hebbe3Onbekende uitdrukking , en die uhEd de voorleedene winter en ick in ick uhEd apsensie, op sijn begeere heb gereijst en gerotst4Reizen en rotsen is een gebruikelijke samentrekking. Rotsen is vooral het (hard of wild) rijden met een paard of rijtuig en op sijn versoecke verscheijde briefve aende kleijne steede geschreefve met alleen voor Eij in sijn faveur maer ick voor sijn neef van vos , so veel gunst hebbe beweesen, de wijlle hem voort vergeefve hier van w is gesproocken, had het wel moogen teegen spreecke en Erhinderen5verhinderen het geene op uhEd vertreck pas afgesproocken, dan dien man heeft so veel te doen met Een komijs6Commies: een persoon aan wie een ambtenaar een deel van zijn taak overdraagt vander dussen die genoechsaem bij alle Eerlijcke liede voor infaem gehoude wert Eens sauve guardeS7auvegarde: bescherming van goederen of personen van sijn te prockwreere8Procureren: verschaffen, bewerkstelligen , en Ene sautijn hier inde reegeerine te brenge, het welcke, soot te weete het leste so het Eerste is geschiet
aengaet ick vreese mender van sal hoore, want die man en ons voorseijde neef sijn vader hier so int ooch sijn dat publijck op de straet daer van gesproocke wort en ick vreese sijt haer be= klaechge sulle, ick derfse niet waerschouwe, hij maeckt hem daermeede so veel te doen dat hij die voornoemde weldade vergeet en in uhEd apsensie aen sijn vriende niet meer en denckt, in somma Elck siet maer op sijn Eij gen intreste en daer hij sijn voordeel van treckt, het gaet hier teegenwoordich so dat uhEd hier waert sou hem verwonderen en verset staen, voor mijn weet niet langer wat ick segge of dencken sal de heere wil ons bij staen, en ons alle bewaeren, [ick weet niet wat]
En dan is er nog die geheimzinnige neef. Een eerste probleem is dat het begrip neef bij Margaretha erg rekbaar is. Het gaat verder dan wat we technisch gezien een neef zouden noemen. Het is bijna de ‘clan’ waar het over gaat. We krijgen in het stuk verschillende hints over de neef. Hij is weer een neef van ene Vos, die kennelijk geen neef van Godard Adriaan en Margaretha is. Kennelijk heeft hij nogal wat gunsten aan Godard Adriaan gevraagd, niet alleen voor hemzelf, maar ook voor de leden uit zijn ‘clan’.
Kennelijk heeft hij te doen gehad met een ambtenaar Van der Dussen, die niemand vertrouwt en is verantwoordelijk voor de aanstelling van ene Sautijn. Dat laatste is in ieder geval echt gebeurd volgens Margaretha. En daarin zit ook de eerste hint naar wie de neef zou kunnen zijn. Gillis Sautijn zijn is op 10 september door Stadhouder Willem III in de Amsterdamse vroedschap benoemd op voorspraak van Johan van Reede van Renswoude (Elias 1903, CXXII, onderaan de pagina). Als dit waar zou zijn, dan is het logisch dat Margaretha hem niet direct noemt: Johan van Reede van Renswoude was een belangrijke steunpilaar voor Godard Adriaan in de Utrechtse politiek en Stadhouder Willem III vertrouwde op hem. Het is alleen maar één bron en alle andere hints zijn nog niet uitgezocht.
Zo puzzelen de lezers van de brieven op verschillende details om erachter te komen wat Margaretha echt bedoelt. Daar zullen we alleen lang niet altijd (nu) achter komen.
Zeven mannen lezen aan een tafel, Jean-Julien Jacott, naar Johann Peter Hasenclever, 1847 – 1851. Collectie: Rijksmuseum.
1
In zwang gaan: beoefend/bedreven worden (op grote schaal, populair)
2
Imagineren:zich voorstellen
3
Onbekende uitdrukking
4
Reizen en rotsen is een gebruikelijke samentrekking. Rotsen is vooral het (hard of wild) rijden met een paard of rijtuig
5
verhinderen
6
Commies: een persoon aan wie een ambtenaar een deel van zijn taak overdraagt
Margaretha valt deze brief gelijk met de deur in huis: er is in Holland een machtsverschuiving gaande. Ze is net terug uit Den Haag en daar is het nog onstuimig. Nu de gebroeders De Witt er niet meer zijn, ligt de bal bij de Prins van Oranje die sinds 4 juli ook stadhouder is. Hij moet in veel plaatsen orde op zaken stellen en de Staatse bestuurders vervangen door Oranjegezinde bestuurders. De belangrijkste bestuurders in Den Haag zijn afgezet en nu willen ze dat “sijn hoocheijt” een keuze maakt uit het lijstje genomineerden dat de bestuurders zelf gemaakt hebben.
Gecommitteerden
Niet in alleen in Den Haag is er een machtswisseling. In Dordrecht is er helemaal geen bestuur meer, dus daar heeft Willem III twee “gecommitteerden” heen gestuurd. Gecommitteerden zijn bestuurders uit bijvoorbeeld de Staten van Holland die een speciale taak hebben (committeren is “Met eene opdracht of volmacht voorzien, afvaardigen of zenden”). Zo bestaat de gecommitteerde raden uit de gecommitteerden die het dagelijks bestuur van Holland voor hun rekening nemen.
wt Amsterdam den 6 septem 1672
Mijn heer en lieste hartge
uhEd laeste is vande 25 Auguste geweest en de mijne met de laeste post vande 2 deeser, seedert ben ick weer hier gekoome, hebende het gepuepelt in den haech noch Even onstuijmich gelaeten die al de magestraet balijou, en sekreetaris1Magistraat, baljuw en secretaris hebbe afgeset wille dat sijn hoocheijt weer andere salle aenstelle hebbe selver Een nominasi gemaeckt daer gemelte hoocheijt de Elexsie wt sou doen, te dorderecht ist ock so en heel sonder reegeerine, derwaert sijn hoocheij twee gekomiteerdens vant hof heeft gesonde om de magistraet wt sijne naem te versette hier en meest in alle de steede van hollant salt ock so gaen men heere de state van hollant konne niet reesolveere sijn hoocheijt die apse= luijte macht te geefve maer hebbe int selfe gereesosveert volgent dit bij gaende, in soma wij beleefven hier swaere dansgereuse en seer bekomerlijcke tijde die gerust te bedde gaen sijn niet verseeckert so weer op te staen, [den heere nellesteijn is met]
Toen Willem III op 4 juli stadhouder werd, gingen de bestuurders ervan uit dat zij hun macht zouden houden en dat de prins een rol zou spelen naast de bestaande politiek. Ook nu zijn de heren van de Staten van Holland nog aan het twijfelen of ze de prins absolute macht zullen geven.
Ze vat het nog even samen: “Het zijn zware, gevaarlijke en zeer bekommerlijke tijden. Zij die gerust naar bed gaan, zijn er niet van verzekerd zo weer op te staan.”
De burgemeesters van Utrecht
Burgemeesters Nellesteyn2Johan van Nellesteyn en Martens3Jacob Martens van UtrechtEr waren toentertijd meer burgemeesters van een stad, Nellesteyn, Martens en Hamel zijn de Utrechtse burgemeesters hebben een heel ander probleem. Praktisch wonen ze tegenwoordig in het buitenland. Dankzij Prins Maurits4Johan Maurits van Nassau-Siegen hebben ze een pas gekregen waarmee ze van Utrecht naar Amsterdam en vice versa zouden moeten kunnen reizen. De werkelijkheid is helaas weerbarstiger.
De Amsterdammers denken dat Nellesteyn burgemeester Hamel5Nicolaas Hamel is, die (mede) de sleutels van Utrecht heeft overgedragen. Nellesteyn wordt door Amsterdamse burgers opgepakt als “verrader van Utrecht” en naar het stadhuis op de Dam gebracht. Er wordt een borg geëist van wel 40.000 gulden. Bovendien is Willem III gevraagd om de pas van Prins Maurits te bevestigen, maar het lijkt erop dat hij dat (voorlopig) niet wil doen. Margaretha leeft mee met Nellesteyn. De arme man zit vast en kan geen kant op.
Margaretha maakt zich erg druk om Johan van Reede van Renswoude en zijn zoon Frederik van Reede van Renswoude. Ze heeft inmiddels grote bedenkingen op beide heren. Ze schrijft heel mooi:
[sij sijnder nu na toe,] en hebbe groote bedenck kine op de voorseijde heere, ick weet ock niet wat segge sal, sien wel dat sij beijde niet stil staen maer geduerich woelle, had den outste al te hoorn gebleefve waer weijnich aangeleegen, [somige sijn van opijnie dat hij]
In een verbinding naar haar algehele visie op de staat van de oorlog, meldt Margaretha nog even dat de komst van de Brandenburgse wel erg fijn zou zijn. Gelukkig is er goede tijding: de Fransen hebben Maastricht verlaten, de troepen van de bisschop hebben Groningen verlaten, Blokzijl is weer in handen van de onze (‘donse’) en ze zeggen ook dat Crèvecoeur (bij Den Bosch) weer in onze handen is, maar dat is niet zeker.
Vervolgens drukt de Franse bezetting financieel nog op Utrecht en heeft Margaretha financiële zorgen door de bureaucratie en de inflatie.
Een grote zorg is dat met de post uit Hamburg geen brief van haar man gekomen is: dit is al de derde keer op rij dat de post geen brief van hem bij zich heeft. Er blijven ook nog zorgen om wat Luxemburg nu wil met Amerongen. Maar daar wijdt ze niet over uit.
Na een lange brief eindigt ze met:
Mijn heer en lieste hartge UhEd getrouwe wijf M Turnor al onse kindere kusse groote papa ootmoedelijck6Met ootmoed, ootmoed is nederigheid/onderdanigheid de hande, de vrou van ginckel is noch int leeger
1
Magistraat, baljuw en secretaris
2
Johan van Nellesteyn
3
Jacob Martens van UtrechtEr waren toentertijd meer burgemeesters van een stad, Nellesteyn, Martens en Hamel zijn de Utrechtse burgemeesters
4
Johan Maurits van Nassau-Siegen
5
Nicolaas Hamel
6
Met ootmoed, ootmoed is nederigheid/onderdanigheid
Het gevreesde moment is aangebroken: de Franse troepen zijn de Republiek binnengevallen! Er zit voor Margaretha niets anders op dan te vluchten.
Margaretha is nog op Amerongen wanneer ze om twee uur ’s nachts gewekt wordt door pleegzoon Godert Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland. De Franse legers zijn de Rijn overgestoken bij Tolhuis, vlakbij de Staatse verdedigingspositie aan de Schenkenschans. Haar zoon leeft gelukkig nog, weet Welland te melden, maar verder lijkt de situatie op een ramp van epische proporties uit te draaien voor de Republiek. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Mijn heer en lieste hartge gistere heb ick uhEd wt Ameronge geschreefve den droefvigen staet daer ons liefve vaderlant in is en wij alte saeme, ick meende noch Eenige dage aldaer gebleefve te hebbe, maer te nacht ontrent twee Eure quam de heer van wellant1pleegzoon Goderd Willen van Tuyll van Serooskerken wt ons leeger die alsdoen den heer van ginckel de heere sij gedanckt noch wel heeft gelaeten, maer de franse voor schenckeschans2de Schenkenschans was één van de voornaamste Staatse verdedigingsschansen en lag aan de splitsing van de Rijn in de Waal en de Nederrijn die door den rhijn met meenichte sijn geswome geschampt3schampen: de vlucht nemen, het veld ruimendiet selfve hebbe beleegert, ons volck hebbe teegens haer dapper gevochten daer veel van gebleefve is
Lodewijk XIV steekt bij Lobith de Rijn over Adam Frans van der Meulen, Collectie Rijksmuseum.
De schande van Montbas
Een Staats leger heeft bij de Schenkenschans dapper gevochten tegen de Franse troepen voordat ze moesten vluchten. Dit was echter een ander leger dan wat gestationeerd was bij de Schenkenschans. Commissaris-generaal Montbas, bevelhebber van de troepen bij de Schenkenschans, was al lang en breed weggevlucht! Een andere groep soldaten is in allerijl naar de Schenkenschans gestuurd maar kwam te laat om de Franse vloed te stelpen.
Al maanden roept Margaretha dat Montbas een onbetrouwbare lapzwans is en nu blijkt dat ze pijnlijk gelijk had. Montbas is gevangen genomen en men zegt dat hij claimt dat hij zijn post moest verlaten op orders van een zeker persoon. Wie deze persoon is, zegt Margaretha niet maar het bevel lijkt van hogerhand te komen. Als het waar is, zegt Margaretha, waarom geven we ons dan niet meteen over? Dat zou onschuldig bloed besparen.
momba diet komande overt volck inde beetuwe had heeft sijn post schandelijck verlaeten willende dat den mancke gent4Otto van Gent, broer van Admiraal van Gent die gisteren omkwam bij de Slag bij Solebay die daer bij hem was van gelijcke soude doen, die hem het selfve weijgerde seggende dat hij wel onder sijn komande stont maer dat sij dat noijt noch in haer ge moet5Gemoed: Het binnenste van den mensch in onstoffelijken zin, beschouwd als de zetel van zijn geestelijk gevoel noch voor godt noch de werlt soude konne ver – antwoorde, het most Evenwel so sijn, men seijt momba in gehechtenis is en dat hij Een seecker persoon noemt wt wiens last hijt sou gedaen hebbe, daer hEd noch ick het noijt van soude vermoet hebbe, het soude die sijn die plach te segge en secht het mijn oom niet, ick kant van hem niet geloofve, als dat soude sijn wort al ons volck wel op den vleijsbanck gebrocht, waer om geefven se ons dan niet heel over, moetense so veel onoosel6onnozel: onschuldig bloet vergieten, mijn lieste hartge ick niet segge hoe bekomert ick met onse goeije en oprechte soon
De in Den Haag door Johan Diederik de Mortaigne geschaakte Catharina van Orliens wordt per rijtuig naar Kuilenburg (Culemborg) gebracht, 1664, Jan Luyken, 1698. Collectie: Rijksmuseum.
Hoe gaat het met de familie?
Margaretha is hals over kop weggevlucht naar Amsterdam, maar hoe zit het met haar lieve kleinkindjes en haar schoondochter? Philippota en haar kinderen zijn nog in Utrecht. Nogal een gevaarlijke plek om te zijn als edelvrouwe gezien de relletjes en volksopstanden die er gaande zijn. Margaretha gaat daarom morgen met haar koets haar familie ophalen.
Ze heeft Godard Adriaan ook goed nieuws te melden: bijna al hun goed is overgekomen naar Amsterdam. Enkel wat wijn en bier blijft achter in het kasteel. Het water in de Rijn stond te laag om dit te kunnen vervoeren. De rest van de goederen zijn al aangekomen in Amsterdam of worden per aak naar de stad vervoerd.
[ben,] dewijlle den vijant inde beetuwe is derfde ick niet langer op Ameronge blijfve, ben so aenstonts hier gekoome hebbende de koppe7Op 30 mei heeft Margaretha het over het zoeken van een verstopplek voor gouden koppen. Die heeft ze niet kunnen vinden en het lijkt dat ze er voor kiest om ze dan maar mee te nemen ent dander bij mij
hier gebrocht, de vrou van ginckel is met haer kindere noch te wttrecht hoope se merge te gaen haelle en hier me neer te sette, ick heb meest al ons goet hier behalfve noch twee oxshoofde8okshoofd: een inhoudsmaat ter grote van een groot vat, ongeveer 231 liter franse en Een stuck9stuk: een inhoudsmaat ter grote van 96 stoop. Een stoop is ongeveer 2,5 liter dus een stuk zou ongeveer 240 liter zijn rinse10Rijnse of Rijnlandse wijn en so Een schoone kelder met bier dat ick omt laechge water op den rhijn niet hier heb konne krijge, ick en noch Eenige kleijnicheede, heb noch drie a vier wagens met goet overlant moete hier brenge sout gistere aen wijburch11Wijburch is een persoonsnaam maar wie het precies is, is een mysterie tot wijck12Wijk bij Duurstede om Een Aeck13Aak: een plat schip wat gebruikt wordt om goederen over de rivier te vervoeren diedaer noch wel 6 a 7 lagen maer hij liet mij segge omt gepeupelt het om geen goet te derfe [doen]
Het lijkt alsof Margaretha alles vrij goed voor elkaar heeft: bijna al haar spullen zijn veilig, zij is veilig aangekomen in Amsterdam na een rit met haar nieuwe koets en spoedig geldt dat voor haar kinderen ook. Hetzelfde kan helaas niet gezegd worden over de Republiek. Mensen slaan overal op de vlucht en mannen en vrouwen staan langs de weg te krijsen als kinderen. Ellende heerst.
Margaretha doet iets om te helpen en laat een Amerongse dorpsgenoot met zijn kinderen het huis in Den Haag gebruiken maar zelfs deze kleine gebaartjes maken weinig verschil. Ze weet geen uitkomst meer. Alles is in de handen Gods.
[doen,] daer is sulcken verslagent heijt over al dat met geen monde wtte spreecken is de mense vluchte met sulcken gewelt van alle kante dat niet te sien is de mans en vrouwe gaen bij de wech en krijten14krijten: krijsen als kindere ick kan de Elende met geen mont wt spreecken diemen siet ent roept al overt lan tardeere vande brandenburchse volckeren och ick vrees die te laet sulle koome, te Ameronge en daer ontrent was geen wage om gelt te krijge, t was geluck dat ick te winter Een nieuwe wage heb laeten macken die mij nu heel wel te pas komt, ick gin te nacht te twee Eeure op mijn koets sitte, de heer almachtich weet hoet noch met ons sal vergaen ick sien nu geen wtkomst meer beveelle mij en alt mijn in sijne hande hij doet met ons naer sijn welbehaechge, nicht van rhiene15Nicht van Rhenen is waarschijnlijk een kind uit een bastaardtak van Frederik van Reede, de grootvader van Godard Adriaan wist
ock niet waer te blijfve hebse bij mijn en denijs geritse16Denijs Geritse is een dorpsbewoner van Amerongen die quam klage en krijten als Een kint had geen gelt en wist niet waer met sijn dochters te blijfve hebse alle drij in den haech in ons huijs laete gaen nu kan ick niet meer blijf
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Wel opvallend is de afsluitende groet van Margaretha: “nu kan ick niet meer blijf”. In alle eerdere brieven vinden we een versie van “hier meede blijfve”, een typische zeventiende-eeuwse groet. Met het verbasteren van die zinsnede maakt Margaretha een punt heel duidelijk: stabiliteit en veiligheid is niet meer te garanderen, ze is op de vlucht gegaan.
Amstel gezien in noordelijke richting naar de Blauwbrug. Op de voorgrond rechts de Nieuwe Herengracht. Tekening door Jan Spaan (ca 1742-1828). Collectie Stadsarchief Amsterdam
Er volgen nog twee postscripta: Margaretha benadrukt nogmaals dat ze hoopt dat Godard Adriaan snel schrijft over wanneer de Brandenburgse troepen komen én schrijft hem dat de Spaanse troepen (die al wél aanwezig zijn) goed volk zijn. De tweede p.s. is het adres van Margaretha in Amsterdam:
ick ben hier aende oostsijde van de blaeuwe bruch op de nieuwe heere graft inde trufel
1
pleegzoon Goderd Willen van Tuyll van Serooskerken
2
de Schenkenschans was één van de voornaamste Staatse verdedigingsschansen en lag aan de splitsing van de Rijn in de Waal en de Nederrijn
3
schampen: de vlucht nemen, het veld ruimen
4
Otto van Gent, broer van Admiraal van Gent die gisteren omkwam bij de Slag bij Solebay
5
Gemoed: Het binnenste van den mensch in onstoffelijken zin, beschouwd als de zetel van zijn geestelijk gevoel
6
onnozel: onschuldig
7
Op 30 mei heeft Margaretha het over het zoeken van een verstopplek voor gouden koppen. Die heeft ze niet kunnen vinden en het lijkt dat ze er voor kiest om ze dan maar mee te nemen
8
okshoofd: een inhoudsmaat ter grote van een groot vat, ongeveer 231 liter
9
stuk: een inhoudsmaat ter grote van 96 stoop. Een stoop is ongeveer 2,5 liter dus een stuk zou ongeveer 240 liter zijn
10
Rijnse of Rijnlandse wijn
11
Wijburch is een persoonsnaam maar wie het precies is, is een mysterie
12
Wijk bij Duurstede
13
Aak: een plat schip wat gebruikt wordt om goederen over de rivier te vervoeren
14
krijten: krijsen
15
Nicht van Rhenen is waarschijnlijk een kind uit een bastaardtak van Frederik van Reede, de grootvader van Godard Adriaan
Prachtig tijdsbeeld .