De brieven van Margaretha Turnor

Persoon: Oranje (Willem III van) Pagina 1 van 8

Nog meer vis en nog lager water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Er is weer eens een brief te laat aangekomen. En nog wel de brief van 28 september waarin Margaretha het over een eerdere verloren brief heeft. Inderdaad zien we in de aantekening van Godard Adriaan op die brief dat deze op 7 oktober is ontvangen. Hij is blijkbaar op een ander manier bezorgd dan normaal, of gewoon bij de vaste contactpersoon Franco Bisdommer blijven liggen en pas later opgestuurd.

Brieffragment missende brief

[rec. 22. Octobr]

Amerongen den
19/9 ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 9 deeser sien ick met
verwonderin dat de mijne vande 28 septem
met Een ander als den ordinaerisse post en
so veel laeter is bestelt geweest kan niet
dencken waer dat bij komt of die moet bij
bisdomer1Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten vergeete sijn geweest en dat hijse
doen nae heeft gesonden, [volgens het schrijfe]

Aan een tafel zit een vrouw voorover gebogen een brief te schrijven met een veer. De bode die achter de vrouw staat, wacht tot ze klaar is, waarna hij de brief kan gaan bezorgen. Op tafel ligt een bruinig tafelkleed en een luit. Op een groen kussen voor de tafel ligt een bruinwit hondje te slapen.
De briefschrijfster, Frans Mieris (I), 1680. Collectie Rijksmuseum.

Bezoek in Berlijn

Zoals al werd gefluisterd, is prins Willem III inderdaad op bezoek gegaan bij de keurvorst in Berlijn en Potsdam, heeft Margeretha van zoon Godard gehoord. Die was mee in het gevolg. Ze is wel erg benieuwd wat voor antwoord de prins heeft gegeven op het verzoek van haar man om zo langzamerhand weer naar huis te mogen.

Brieffragment Willem III in Berlijn

[doen nae heeft gesonden,] volgens het schrijfe
vande heer van ginckel in dato den 11/1 deeser
aen mij geschreefve sal sijn hoochijt nu tot berlijn
of potsdam al sijn geweest of noch sijn, mij
verlanckt wat antwoort hij uhEd op sijn
versoeck van thuijs te mooge koomen sal ge=
geefve hebben, [hoewel de peetisie ter som]

In een open ruimte ligt een groot gebouw. Op dfe voorgrond een vlakte met verschillende koetsen, wandelaars en ruiters. Dan een gracht en een breed gebouw met in het midden een toegangspoort. Het eind van het gebouw heeft twee paviljoens. Verder naar achteren een hoger gebouw met drie elegante torentjes. Links en rechts zijn nutstuinenen ingericht en op de achtergrond loopt een kanaal met schepen.
Gezicht op het Potsdamer Stadtschloss, Peter Schenk (I), 1675-1711. Collectie Rijksmuseum.

De reis van zijne Hoogheid naar Berlijn geeft nog steeds aanleiding tot allerlei geruchten (grote “mompeling”) aan het thuisfront. Maar welke? Margaretha laat zich er niet over uit. Het zal vast niet alleen een kraamvisite zijn. De keurvorst is weer grootvader geworden. Helaas heeft hij zelf weer erg veel last van jicht. Hij zou het vast fijn hebben gevonden als hij een kleinzoon in plaats van een kleindochter had gekregen. Maar wat niet is, kan nog komen.

Brieffragment jicht en geruchten

[met gout gewerckt derest heel van sijde,] dat den
heere keurvorst weer aent poodegra2Podagra: jicht set doet mij leet en jam
mert mij seer, had de keur prinse Een prins mooge
voor Een prinses3De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. hebbe gehadt geloof dat also aengenaem soude
geweest sijn , dan die kan noch koomen, deese reijs van sijn
hoocheijt is niet sonde groote monpelin4Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… onder veelle, [dat den heer]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

Slepende kwesties

Er volgt een opsomming van de bekende zaken waar Margaretha telkens maar weer achteraan moet rennen zonder dat er veel schot in zit. Van de provincie Utrecht lijkt nog steeds geen geld te komen, neef Wellant heeft al twee weken niets van zich laten horen, en ze zou ook graag af zijn van een zaak tegen zwager Carel-Alexander van Berck. Gelukkig zijn er ook de concrete bezigheden in en om het kasteel waar wél resultaten worden geboekt. Daar gaat de rest van de brief over.

Betere vloerdelen en ijzerwerk

Godard Adriaan gaat proberen om betere Pruissische vloerdelen te sturen. De lijntjes naar de Pruissische bossen vanuit Berlijn zijn immers kort. Wat Margaretha nu ter beschikking heeft is niet best. Net zulk slecht hout als de pruissische delen in het klein salet in hun huis in Den Haag. Die zitten vol blaasjes (bobbels of noesten?): onhandig en het staat ook niet mooi. Margaretha zal ook blij zijn als het ijzerwerk voor ‘de balie’ binnen zal komen. Wat voor balie ze precies bedoeld is onduidelijk, het kan een leuning, een hek of een reling zijn.

Brieffragment hout en ijzer

dat uhEd andere en beetere pruijse deelle sal
sien te sende waer seecker goet want die hier
sijn sijn seer slecht en is van dien aert van
hout als de pruijse deelle die inde haech in ons
kleijn salet legge en haer met blaesges ge
duerich so ruijch op werpen, dat als uhE
weet seer moilijck is, en niet wel staet
sal blijde sijn als wijt ijserwerck tot de baelie5balie: leuning, hek, ballustrade, reling
hier hebbe sulle, [hier neffens gaet de]

Foto vanaf de onderbrug van Kasteel Amerongen richting de kade. In de balustrades van de onderbrug hangen spinnenwebben.
Balustrade op de onderbrug, 2020. Balustrades op de onderbrug en op de kade zijn goed te zien en dateren uit de bouwperiode van het huis.

Bremer vloerstenen

Als bijlage stuurt Margaretha een overzichtje van de Bremer vloerstenen waarmee haar man de huizen op de voorburcht wil laten plaveien. Het moeten er enkele tientallen meer zijn, voor het geval er een paar breken. Ook graag vast geslepen en recht afgekant. Jan Prang heeft de vorige lading niet goed afgekant: veel te scherp en te dun, waardoor ze snel afbraken.

Brieffragment Bremer vloersteen

[hier hebbe sulle,] hierneffens gaet de
meemoorije vande breemer vloersteen so
uhEd die huijse op t voorburch daer meede belieft geleijt
te hebbe, salder noch wel 30 a 40 booven
dit getal meer diene te sijn om voort breeck
, en toch alle gesleepe, het kant rechte ge=
=loof dat hier best sal gedaen worde ijan
prang heeft d onse niet wel gekantrecht
heeft de kante al te scherp en te dun af
gehouwe die breecke te licht af ,

Steenhouwer die bezig is het met houwen van steen voor het bouwen van een huis. Boven de afbeelding staat: De Steenhouwer Hoewel verspreid, Nochtans bereid. Onder de afbeelding staat: De Stenen worden vast behouwen, Om't machtig Huis meed' op te bouwen; Gelijk des Heeren Jesu werck, De Steenen, hier en daar geleegen Bereid, en vleid en schickt ter deegen, Tot Opstal van zijn eeuw'ge kerck.
Steenhouwer, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Fraai tafelkleed

Godard Adriaan wil nog meer weten over de Oost-Indische kist. Margaretha vindt echter dat ze alles al wel gezegd heeft. Nou goed dan, toch een nadere specificatie van het tafelkleed. Dat is fraai, en de kroon en de griffioenen van het familiewapen zijn van gouddraad en de rest van het wapen van zijde.

[sijn,] nu weet ick niet of heb uhEd meesiefve in alles beant
woort, dat ick de oostindische preesente in alles wel heb
bevonde heb ick met de laeste post geschreefve het taefel
kleet is fraeij de kroon en grifelijoene van ons wapen sijn
met gout gewerckt derest heel van sijde, [dat den]

Een suikerpot van Chinees porselein, onderdeel van een incompleet koffie- en theeservies. De buikige suikerpot staat op een ronde, ingesnoerde voet en heeft twee oortjes. Aan twee zijden het Van Reede familiewapen in een gouden lijst, gedragen door twee witte griffioenen, staande op een verguld omrand wolkendek met groen, blauw en roze. Boven het wapen een gekroonde helm met zwart dekkleed en zwarte vleugels als helmteken. Bij beide handvatten, organisch gevormd, een `vergulde bladertak met rode besje. De suikerpot heeft aan de bovenkant een smalle gouden bies.
Suikerpot van Chinees porselein met Van Reede wapen, ca. 1790. Collectie Kasteel Amerongen.

Viskuil uitmodderen

Het bericht over de vis in de vorige brief heeft kennelijk Godard Adriaans grote interesse. Hij heeft opdracht gegeven om de gracht nog wat verder uit te modderen met een kuil om daar de gevangen vis beter in te kunnen bewaren. Margaretha heeft vorig week nog een keer een mooi zooitje laten vangen. In de Rijn staat nu minder dan een meter water (3 voet), en hij blijft zakken.

Eerste brieffragment vis
Tweede brieffragment vis

de kuijlle tot konservaesie vande vis sal ick lae
=ten inde grafte volgens uhEd begeerte wt modde
=ren, ick heb inde vooleedene weeck op den rhijn
die teegenwoordich geen 3 voet water heeft

en noch al wech valt laeten visse hebbe Een schoone soij vis
gevange die meest inde grafte heb geset so dat die nu wel
van vis is versien konne wijse maer behouden daer toe mij
beste sal doen, [den heer van Eck laet sijn kribbe weer ver]

Aan een rivier zijn mannen bezig met vissen. Links haalt een man een lijn met haken met daarin vissen binnen, daarnaast stoppen mannen de gevangen vissen in een ton. in de rivier zet een man een fuik en plaatst een man een een net. Rechts op de voorgrond een bootje met met daarin een fuik en twee mannen die zich daarom kommeren. Op de achtergrond koeien in een weide, een landhuis en een kerk.
Visvangst met fuiken en vislijnen, Philips Galle, 1582-1633. Collectie Rijksmuseum.

Slag om de rivier

Niet alleen de Van Reedens, maar ook hun buren beschouwen de rivier als hun achtertuin, waar je niet alleen vis in vangt, maar waarvan je ook de loop zoveel mogelijk naar je hand probeert te zetten. Of het nu is om afkalving van jouw oever te voorkomen, of om je aanvaarroute te verbeteren. De stroomopwaarts gesitueerde buurman Johan Willem van Eck, heer van Lievendaal, heeft de kribben aan zijn kant verlengd, dus nu doet Margaretha iets vergelijkbaars aan haar kant en lijkt het evenwicht weer hersteld. Overgebleven stenen en misbaksels uit de reeds ontmantelde steenoven komen hier goed van pas.

Brieffragment kribben in de rijn

, den heer van Eck6Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. laet sijn kribbe weer ver
lenge, dat ons geen vordeel geeft, waerom ick deese weeck bij
de 80 voijer7een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? vande saeme geloopene boncke of steen en stucke
van steen vande steenoven, achterons ridtse8Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul aende bollekrib of zandplaat inde
rhijn heb laeten brengen dat Elck seijt Een goet werck te
sijn,

tekening van de rijn met aan weerszijden kribben. Ingetekend zijn de zandplaten en op verschillende plekken de diepte in de rijn. Onderaan ligt Amerongen. Ook het eigendom van de oevers is genoteerd. Aan de zuidkant, in de Betuwe, staat "Graeff van culenborch Landt", aan de noordkant, bij Amerongen staat "De Nobelweert, toecomende den Heer Graeff van Cuilenborch. Rechts is de Lekdijk ingetekend met een klein stukje land van "De Erffgenamen van Jan Verweij" en dan weer van "G.v. Cuijlenborch"
De Rijn bij Amerongen, N. Wiborch en I. van Geelkerk[en], 1662. Onderdeel van Kaarten van de ondiepten in den Rijn tussen Schenkenschans en Vreeswijk, 1662. Collectie Gelders Archief.

Werk aan de winkel

Ze sluit af met een indirecte aanmoediging om naar huis te komen: In Utrecht wordt door de mensen erg naar zijn terugkeer uitgekeken zodat hij dan allerlei zaken met van Weede van Dijkvelt in orde zal brengen, wat volgens Margaretha nog een heel werk zal zijn. Er is weer iemand overleden, en het lijkt er op dat Ursula Philipota weer zwanger is. Het gaat nu goed met haar, ze staat op het punt om te vertrekken. De groeten aan de heer Blanche!

Brieffragment laatste mededelingen

, dat den heer
van dijckvelt9Everard van Weede uhEd so beleeft heeft geschreefve is goet tot
wttrecht wilme dat uhEd met hem alles weer te recht sal
brenge daer werck aen sal sijn, den goede ouden heer
van kanenburch10Elbert van Isendoorn à Blois is overleede diens, doot beklaecht wort
de vrou van ginckel is weer wel geloof sij swanger is, is noch
hier maer vertreckt , ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met uhEd permisse11Met uw permissie: met uw goedvinden
mij gebiedenis12Gebiedenis: Eerbiedige groet aende heer majoor Blansche

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten ↩︎
  • 2
    Podagra: jicht ↩︎
  • 3
    De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. ↩︎
  • 4
    Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… ↩︎
  • 5
    balie: leuning, hek, ballustrade, reling ↩︎
  • 6
    Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. ↩︎
  • 7
    een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? ↩︎
  • 8
    Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul ↩︎
  • 9
    Everard van Weede ↩︎
  • 10
    Elbert van Isendoorn à Blois ↩︎
  • 11
    Met uw permissie: met uw goedvinden ↩︎
  • 12
    Gebiedenis: Eerbiedige groet ↩︎

Checklist

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 21 oktober 1680 Potsdam
Lees hier de originele brief
De memo komt uit HUA1001.2826, daarin zitten de brieven die Godard Adriaan ontvangen heeft. Een link staat in de tekst boven de memo

Soms schrijft Margaretha alsof ze vooral even haar checklist lijkt te willen af werken om te zorgen dat zij en haar man allebei weer even op dezelfde golflengte zitten. De afstand maakt het afstemmen van juist die kleine dingen wat lastiger dan ’s avonds de dag doornemen bij het eten of de haard.

Potlood tekening van een paar bij een haard. Rechts op een rechte stoel zit de vrouw. De vrouw ondersteunt met haar hand haar hoofd. Links zit de man, hij wipt een beetje naar voren. Tussen hun in staat een hondje. De tekening is zwartwit, maar alleen het vuur in de haard is rood.
Een paar bij een haard, Gesina ter Borch, 1661-1669. Collectie Rijksmuseum.

Inhoud Oost-Indische kist: check!

De onduidelijkheid rondom de Oost-Indische kist is opgelost. Kennelijk heeft Casembroot aan Godard Adriaan een brief gestuurd en een memorie van de inhoud. Hij heeft deze naar Margaretha gestuurd, dus zij heeft nu een lijstje dat ze kan checken. Het klopt!

Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (1).
Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (2).

1 Zijde alkatijff1Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf.
6 parsiaense schilderijen
1 runde theedoos met 12 pond thee
3 cleijne dito met theeboey-gun(?)2Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo
1 tinne theepot om water heet te maken
1 doosie met 10 kleijne tinne theeflessies
7 theepotties met gouden kettingties
9 dito met silver so groot als de kleijne
12 dito sonder beslag waer onder twee witte dito
1 klapper(?) kannetie3Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel
80 thee schotelties
90 thee koppies
3 uitgesneden koppies met silver van binnen
2 marmelsteene4marmeren uitgehouden schenckannetjes
2 cleijnde drinck croesieskroesjes
12 verlakte roode koppies
1 uitgehoudene steen klippie5Klip: kan of pot met klappend deksel met een zegewas6zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk
7 porcelijne Chineesies7Beeldjes van Chinezen?

1 alamode8à la mode: modieus chinese mandetje9mandje? met zijn toebehoren
4 keteltjes
6 theebakjes

Interessant is dat in deze memorie gesproken wordt van zes perzische schilderijen, terwijl Margaretha het op 28 september had over zes schilderijen met Indiaanse tronies (gezichten). Een alcatief komt uit Al-Qatif, dat nu bij Saoedie Arabië hoort. Mogelijk is de kist dus meer Oosters dan Indisch. Dat klopt ook wel, want Jan Casembrood had zowel carrière gemaakt in Indië als in Perzië. Zijn zoon Reinier was in 1680 hoofdkoopman in Perzië.

Één kopje zat kapot in de kist en van een marmeren dekseltje miste een hoekje, maar verder klopt het helemaal. Margaretha is er nu positiever over dan in haar vorige brief: er zitten fraaie rariteiten bij en ze vermoedt dat het allemaal heel wat waard is.

Brieffragment Oost-Indische kist

[rec. 21. octob. tot potsdam]
Ameronge den 13/3
ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 2 deeser heb ick met de
bij gevoechde memoorij en brief vande heer kaes=
senbroot ontfange heb ock alles volgens de
voorseijde meemoorije inde ostindise kist gevonde
en onbeschadicht daer wt ontpeackt behalf
Een poseleijn kopge dat gebroocken inde kist
lach en Een mermersteene dexsel van
Een kaneken of lampets pot daer Een kleij
stuckge van is, voort is alles wel overge
koomen, en iser seer fraeije raerijteijte bij
die ick geloof veel waert te sijn, [met de]

Een man met leren laarzen, een paars-wit gestreepte kaftan, met een geel/witte sjaal om zijn middel. Op zijn hoofd draagt hij een wit/gele tulband.
Man uit Perzië, naar Andries Beeckman, ca. 1675-1725. Collectie Rijksmuseum.

Zijn hoogheid

Margaretha blijft benieuwd of Zijn Hoogheid nog naar de keurvorst gaat en of Godard Adriaan hem daar nog gaat zien. Haar interesse ligt natuurlijk vooral bij de mogelijke demissie van haar man. Uiteraard wordt er ook over deze reis van Willem III in de Republiek weer uitgebreid gespeculeerd. Helaas licht ze geen tipje van de sluier op over de aard van die speculaasies.

Eerst brieffragment Zijn hoogheid
Tweede brieffragment zijn hoogheid

[te brenge,] mij verlanckt te hoore of

sijn hoocheijt den heere keurvorst sal sien en waer
en hoet met uhEd sal gaen ock wat hoochgemelde
hoocheij deselfve van van sijn verblijf aldaer
sal segge, hier wort ock seer die vers van
die reijs gesproocke en hebbender veelle haer
speeckelaesie daer op godt wil alles tot
onse beste schicke, [so ickt wel heb sal de]

Tegen een dreigende lucht en een bomenrijke achtergrond staat het standbeeld van Willem III te paard. We zien het standbeeld van rechtsonder, het paard stapt naar rechts, Willem III heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. De staat van het paard is opgeknoopt. Tussen het buik en de benen en tussen de neus en de benen zitten spinnenwebben met dauw erop.
Ruiterstandbeeld Willem III in de herfst, naar Toon Dupuis. Collectie Kasteel Amerongen.

Grijze haren

Er liggen nogal wat financiële dossiers op Margaretha’s bordje en het lijkt erop dat ze er grijze haren van krijgt.

Om te beginnen de betaling voor Godard Adriaans werk. Margaretha ziet het somber in. In Utrecht hebben Pieter Ruijsch en Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken beloofd om zo snel mogelijk de Staten van Utrecht te mobiliseren, die komen namelijk pas in januari weer bij elkaar. Maar het lijkt erop dat ze het er niet doorheen gekregen hebben: Adam van Lockhorst was het er niet mee eens. Margaretha heeft er een hard hoofd in dat het goed komt. Het lijkt erop dat ze ook niet meer de creativiteit heeft om andere oplossingen te bedenken, alleen Holland is nog een optie.

Godard Adriaan hoeft zich vooralsnog geen zorgen te maken, want er ligt nog 3000 gulden voor hem bij Temminck.

Tot slot is er nog Welland. Hij heeft zijn schulden bij Berijerius betaald, maar Margaretha heeft nog iets gehoord. De 18e oktober loopt het contract tussen Godard Adriaan en de niet-betalende pleegzoon af, dus dat wacht ze nog even af voor ze actie onderneemt.

Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum

Pijnlijk been

Schoondochter Ursula Philippota is in Amerongen, samen met Jacob Schimmelpenninck van der Oye en zijn vrouw Jacoba Elisabeth van Westerholt. Philippota heeft een wond aan haar been en wilde daar persé mee naar een arts. Het leek Margaretha allemaal wel mee te vallen, maar ze is toch met haar naar dokter Sypestein in Utrecht gegaan. En Margaretha had gelijk. Het viel allemaal mee, de conclusie van de dokter was dat het been zo pijnlijk was door de ‘blauwe schuit’, de spataderen.

Jacob Schimmelpenninck van der Oye neemt zitting in de Raad van State in Den Haag. Ze waren vanuit Den Haag op weg naar huis in Lochem, toen ze Philippota tegen kwamen op de Grebbedijk. Kennelijk hebben ze rechtsomkeert gemaakt voor een bezoekje aan Amerongen. Morgen vertrekken ze samen weer naar Gelderland.

Eerste brieffragment Ursula Philippota
Tweede brieffragment Ursula Philippota

[te besien,] de vrou van ginckel is met
de heer en vrou vande kloese hier gekoome
om met docktoore van wttrecht overt
quaet been vande vrou van ginckel te
konsuleere, dat ick bekem so quaet
niet te vinde als haer hEd vreesde
doch om haer te voldoen ben met haer
tot wttrecht gewees en docktoor sie=
pesteijn gesproocke, die de mist minste

swaericheijt daer in niet en maeckt oordeelt
het niet anders als blauwe schuijt is dat
haer so pijnlijck en qualijck maeckt, de heer
vande kloese die in plaets vande heere brackel
inde raet van state inde haech kompareert
ontmoete de vrou van ginckel met sijn vrou
wt den haech koomende en sij harwaerts, op
de grebbedijck, sal merge met sijn vrou
van hier vertrecke, de vrou van ginckel
blijft noch deese weeck hier, [aengaende]

Vijf glazen met afbeeldingen van het werk van dokters, apothekers en barbiers in een houten vatting. Het glas uiterst links: een man leest staande een boek. Het glas rechts daarvan: een man maalt iets met vijzel. Het middelste glas: een staande man scheert een andere man die zit en een wit laken voorgebonden heeft. Het glas rechts daarvan: een staande man houdt met zijn linkerhand de hand van een zittende vrouw vast, en heeft in zijn rechterhand een gevulde beker in de lucht. Het glas uiterst rechts: een lopende man, beide handen vooruitgestoken en in de linkerhand een onherkenbaar voorwerp, wordt gevolgd door een jongen.
Vijf bezigheden van dokters, apothekers en barbiers, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum

Bouwwerkzaamheden

Wat betreft de bouwwerkzaamheden:

  • de metselaars zijn begonnen met de gewelven van de kelder van het eerste paviljoen;
  • de arbeiders voor het grondwerk vragen veel te veel geld;
  • de leidekkers beginnen aan het aan het laatste paviljoen;
  • de timmerlieden schaven hout voor de zolder boven de stallen.
Brieffragment bouwwerkzaamheden

[blijft noch deese weeck hier,] aengaende
onse timeraesge de metselaers beginne
aent wulfsel vande kelder vant Eerste
pavelijoen met dit schoone weer en laechge
water sou ick licht reesolveere omt grontwerck
wt de doorgegraefve graft aende Eerste bruch
te laete haelle te meer om datter noch aerde
inde keucke vant kasteleijns huijs moet sijn
maer de arbeijders Eijschen daervoor 220 f
dat mij dunckt te veel te sijn sal sien hoe
ickt maeck, de leijdeckers beginne aent
laeste pavelijoen te decke, de timmerlie
schaefve de deelle tot de solder vande stal

Foto vanaf de brug van het kasteel naar het oosten waar de stallen liggen. De stallen zijn een breed gebouw met een zadeldak en in het midden een klokkenstoel. Aan weerszijden staat een vierkant gebouw met een pyramidedak. Boven het stalgebouw hangt een grote wolk waarvan de onderkant grijs is en de bovenkant zwart. De zon schijnt op de stallen, de voorgrond is donker.
De stallen van Kasteel Amerongen in oktober.

Groetjes

Zelfs de groetjes worden een soort checklist, waarbij iedereen in huis genoemd wordt: de vrouw van ginkel, de kleinkinderen en natuurlijk de heer en vrouwe van de Cloese… Ze propt het tot in het laatste hoekje van het papier.

Afsluiting

van hier vertrecke, de vrou van ginckel
hier meede blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de vrou van ginckel
met al haer kindere preesenteere haere
dienst aen uhEd so doet de heer en vrou vande
kloesse

Pentekening van een voornaam huis. Het huis is samengesteld uit verschillende delen en heeft meerdere torentjes in vormen en hoogtes. Voor het huis staat een duiventil en rechts een bijgebouw. Rechts op de voorgrond een deel van het hek.
Huis de Cloese, Jan de Beijer, 1743. Collectie Gelders Archief.

  • 1
    Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf. ↩︎
  • 2
    Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo ↩︎
  • 3
    Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel ↩︎
  • 4
    marmeren ↩︎
  • 5
    Klip: kan of pot met klappend deksel ↩︎
  • 6
    zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk ↩︎
  • 7
    Beeldjes van Chinezen? ↩︎
  • 8
    à la mode: modieus ↩︎
  • 9
    mandje? ↩︎

Weinig geld, veel vis en nog meer thee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Na alle ziekte-periekelen in haar direkte omgeving, is Margaretha erg blij in Godard Adriaans brief van 25 september te lezen dat hij gezond is. Er doen namelijk allerlei geruchten de ronde dat in het oosten en zuiden een besmettelijke ziekte rondwaart, maar uit zijn brief maakt ze op dat dat in ieder geval (nog) niet in Berlijn is.

Brieffragment besmettelijke ziekte

rec. 13e. october

Amerongen den 6
fe ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 25 septem sien ick met blijschap de
kontiniwasie1continuereing, voortzetting van deselfs gesontheijt daer dagelijcks naer
verlange te meer om dat men hier so seer roept vande kons
tesgeuse2contagieuse: besmettelijke sieckte die die boven int lant en ock tot of on=
=trent berlijn reneert3regneren: woeden, heersen , dat mij seer soude bekomeren ten
waere ick wt uhEd briefve niet kan sien tot berlijn Eenige
quade sieckte is , de heer almachtich wil deselfve bewaere
en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge, [de]

Magnifiek onthaal

Over de geweldige ontvangst (het “magnifiek onthaal”) die Willem III in Celle heeft gekregen, heeft Godard Adriaan vast al uitgebreid gehoord van hun zoon en anderen. Ze zou willen dat Godard Adriaan zijne hoogheid ook eens een keer zo groots zou mogen ontvangen. Dan zou hij allerlei nuttige dingen met hem kunnen bespreken. Maar zelfs al zou hen die gunst ten deel vallen, dan zou het financieel waarschijnlijk niet veel opleveren. Vast veel goede woorden, maar daar van “kan je niet naar de markt”, daar koop je niks voor.

Brieffragment Willem III in Duitsland

[en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge,] de
overkomste van sijn hoocheijt tot sel4Celle ent manifijck onthael5grootse ontvangst
aldaer sal uhEd hebbe wt het schrijfve vande heer van
ginckel en andere hebbe gehoort, ick wenste deselfve Een
keer bij sijn hoocheijt mochte doen om met hem so vant Een
alst ander te spreecke, hoewel vreese het tot de betael
=line niet veel sal doen sal wel goede woorde geefve, da
=men niet mee te mart kan gaen , [van heetere schrijft]

Links de achterkant van de Mariakerk op het plein allemaal marktkramen opgebouwd van stokken en doeken.
Markt op de Mariaplaats te Utrecht, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie Rijksmuseum.

Geldnood al om

Over kopen gesproken: het verzoek om aanvullende geldmiddelen voor de provincies schijnt wel in de Raad van State te zijn behandeld volgens Van Heteren, maar de uitkomst is nog niet ontvangen bij de Staten van Utrecht en Margaretha heeft er weinig vertrouwen in. In de provincie Utrecht staan veel mensen er financieel slecht voor. Bezittingen brengen weinig op, terwijl iedereen wel belasting moet betalen. Maar contant geld is er niet. Ook belastingontvanger Boscher kan zijn betalingen niet doen en vervalt in een oude gewoonte: hij stuurt wie geld van hem moet hebben door naar zijn eigen schuldeisers met het idee dat ze het dan onderling maar moeten regelen. Margaretha ziet het hoofdschuddend aan en is blij dat de 4.000 gulden voor Godard Adriaan veilig bij huisbankier Temminck liggen.

Eerste brieffragment geldproblemen
Tweede brieffragment geldproblemen

inde provinsi van wttrecht staet het godt beetert seer
bedroeft6het staat bedroefd: het staat er slecht voor de laste blijfve Even groot de mense konne van
haer goet niet maecken de schattine moete Evenwel betaelt
worden, de fenansiers7financiers klage datter geen gelt is den
ontfanger boscher seijt me klaecht niet langer renthe
te konne betaelle, veel min Eenige ander laste daer sijn kantoor mee beswaert is, doch daer wort ock geseijt dat hij sijn oude maxsijme8maxime: stelregel volcht en die gelt van hem moete hebe

[dat naer mesuer die metge van heijmenberchs dochte heeft9geheel onduidelijk wat deze zin hier doet]
sent daer mee te handele en dan isser noch gelt te krijgen
tis bedroeft datter so gaet , de vier duijsent gul
die onder teminck legge kan uhEd vaste staet op
maecken10vaste staat opmaken: op rekenen en naer sijn welgevalle trecke11opnemen

Twee mannen zitten in een vertrek aan een tafel waarop vele geldstukken, twee boeken en een stokbeurs liggen. Een van de mannen heeft een weegschaaltje in de hand, de ander wordt door de Dood (in de gedaante van een skelet) van achteren belaagd met een pijl. Aan de muur hangt een klok. Op de voorgrond staat een geldkist, waarin bovenin een beeldje ligt dat Caritas voorstelt. Onder de voorstelling is ruimte leeg gelaten voor een onderschrift.
De geldwegers en de Dood, Jacques van Gheyn II (ontwerp en atelier), Zacharias Dolendo (mogelijk prent), 1593-1597. Collectie Rijksmuseum.

Neef Welland weer

Deze algemene geldproblemen zijn een mooi bruggetje naar het wandelende geldprobleem in de familie: neef Welland. Margaretha wijdt er bijna de helft van haar brief aan! In verband met de afbetaling van drie kapitalen heef hij haar naar Utrecht laten komen met de familiejuwelen die zij voor hem in onderpand heeft. Maar eerst is hij zelf niet thuis, de volgende dag is de notaris waar de juwelen tegen geld moesten worden ingewisseld de stad uit, en uiteindelijk weigert hij het bewijs waar straks uit moet blijken dat de kapitalen zijn afgelost aan Margaretha te zullen geven. Maar zolang de notaris de stad uit is, kan er sowieso niets worden afgelost. Dit blok zullen ze dus nog wel even aan hun been hebben. Margaretha verbijt zich en probeert geduld te oefenen. Hadden ze het maar achter de rug! Volgende week moet ze er weer voor naar Utrecht, en dan zal ze alles op alles zetten om van Welland af te raken. Hopelijk neemt Godard Adriaan haar niet kwalijk dat ze hier zo uitgebreid, “wat in de breedte”, over schrijft.

Brieffragment Welland

honde[rd] gul[den] heeft gekost, insoma dit sulle wij aen ons
been moete hebbe paesijensigeduld waeren wijder maer
af ick sal hier om dees weeck weer naer wttrecht
moeten en al doen wat ick kan om van hem af te
weesen, hoop vhEd mij niet qualijck sal neeme
dat ick dit so wat int breede schrijf

Het kantoor van de notaris. Een klerk of boekhouder in onderhandeling met links een man met een geldzakje en rechts een vrouw met een jongetje met een fluit op schoot. In het midden een tafel waarop een kasboek en enkele munten liggen. Op de achtergrond een boekenkast en verzegelde documenten aan de muur.
Het kantoor van de notaris, Jan Woutersz. Stap, ca. 1629. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de Oost-Indische kist

Tijd voor iets leuks: De Oost-Indische kist is onbeschadigd vanuit Utrecht per schip aangekomen op kasteel Amerongen. In de vorige brief had ze al aangekondigd te zullen vertellen wat er verder in zit, want ze had toen alleen nog maar het bovenste laagje bekeken. Ze heeft hem nu helemaal ‘geopend en ontpackt’. De unboxing is compleet!

Theepot van porselein met een geribd, bolvormig lichaam en S-vormige tuit, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand is verdeeld in vakken met afwisselend een bloeiende plant (chrysant, pioen) en een persoon zittend op een omheind terras; de schouder met een band servetwerk afgewisseld met een bloem in een cartouche. Voorzien van een 19e-eeuws zilveren montuur en handvat door Arnoldi & Wielick, Amsterdam 1850. Kraakporselein.
Theepot met vakdecoratie met planten en mensen en een zilveren montuur, Chinees, ca. 1610-1630, zilveren montuur Arnoldi en Wielick, ca. 1850. Collectie Rijksmuseum.

Wat zou er nog meer tevoorschijn zijn gekomen? Tja…, ‘niets meer dan allerhande theekopjes en theekannetjes’ en een paar ‘fraaie rariteiten’ die je in een kabinet ten toon zou kunnen stellen. Daarnaast nog een mooi vierkant trijpen tafelkleed met hun wapens er in, maar te klein om als vloerkleed te kunnen gebruiken. Verder ‘een menigte van thee’. Al met al een mooi cadeau, maar Margaretha lijkt niet helemaal te weten wat ze er mee aan moet. Er zat ook verder geen brief bij. Ze stapt maar snel over het volgende onderwerp: vissen!

Brieffragment Oost-Indische kast

Eijntlijck is hier de kast die wt oostindie is gekoome hie
onbeschadicht aengekoome die geopent en ontpackt
heb, niet anders als alderhande tee kopges keetelt
gesketeltjes en dier gelijcke met noch Eenige fraeije raerijteijt
om in Een kabinet te sette en Een vierkant tafe
kleet van trijpt12trijp: fluweelachtige stof of diergelijcke met ons beijder wape
int midde, welcke kleet heel fraeij is, en jamer
dat het niet so groot is om voor Een partaere te
dienen, daer is ock meenichte vande tee bij, tis
al Een fraijpreesent hebbe daer geen brief bij gevonde

Oosters tapijt met de honderd antiquiteiten. Middenveld: een blauwe achtergrond is bedekt met rijen van de zogenaamde honderd antiquiteiten in beige, grijsblauw en bruin, waaronder een tafel, een bloesemtak in vierkante pot, een penseelpot, een waaier, een dambord, een bel, twee samengestrikte veren, een bolvormige vaas en een staande penseel. Rand is effen beige.
Oosters tapijt met honderd antiquiteiten, Chinees, 1600-1699. Collectie Rijksmuseum. Op dit tapijt staan wel niet de familiewapens, maar er zijn wel ‘allerhande theekopjes, keteltjes en diergelijke’ op te zien!

Karpers in de gracht

Een aanwinst waar Margaretha zelf erg over te spreken is, zijn de karpers, samen 1500 pond, die ze gekocht heeft van een schipper die voorbij kwam. Sommige zijn meer dan een voet lang! Ze heeft ze in de gracht uitgezet en als Godard Adriaan thuiskomt zal er vis genoeg zijn. Ze laat nog verder vissen in het lage water van de Rijn en de zijarmen. Waarschijnlijk zijn de vissen in het laag staande water extra makkelijk te vangen.

Brieffragment karpers

, nu wat anders, ick hier van Een schipper die
passeerde 14 a 1500 pootpond? of een andere maat kerpers gekocht en in ons
grachte geset daer wel 600 onder sij die rijcklijck
Een voet lanck sijn de resteerende minder en
naevenant hoope uhEd dit aengenaem sael sijn
en laet nu bij dit lage water inde rhijn en hancke
visse en al inde graf te sette so dat teegens uhEd
komste hoope die wel van vis te sulle sijn versien

Visstilleven. Op de hoek van een houten tafel liggen enkele verschillende soorten vissen op een aardewerken vergiet.
Stilleven met vissen, Pieter de Putter, ca. 1639-1659. Collectie Rijksmuseum.

Uitnemend schoon weer

Misschien staat het water wel zo laag omdat het zo lang mooi en droog weer is geweest. Rond Amerongen is het volgens Margaretha in ieder geval al een maand ‘uitnemend schoon weer’ geweest dus misschien gold dat ook hoger stroomopwaarts op de Rijn. Voor de steenoven was het weer in ieder geval prima. Ze hebben flink kunnen doorstoken en nu zijn ze klaar. Verder is ook alles goed, er zijn nog een paar zieken, maar niemand gaat dood, en de meesten zijn er al weer bijna bovenop.

Eerste brieffragment weer, steenoven en zieken
Tweede brieffragment weer, steenoven en zieken

, wij hebbe hier nu Een maent ontrent wtneement
schoonweer gehadt dat ons steen oven wel geluckt
heeft die affgestoockt is, voort ist noch alles

wel hier sij so hier en daer wat siecke aen heete
koortse maer sterfve weijnich sijnde haest wt of
koomender van op, [den domheer ijan van wijck]

Kuiperijen in de Domstad

Jan van Wijck, domheer van St. Pieter is overleden. Prins Willem mag nu een opvolger aanwijzen, want Van Wijck is in een ‘bisschopsmaand’ overleden, en de stadhouder is te beschouwen als opvolger van de bisschop. In andere maanden mogen de andere domheren kiezen. Ondertussen wordt er ook flink ‘gekuipt’ om het ambt van burgemeester. Gijsbert van Hoolck, die in juni een beroerte heeft gehad ligt ziek in Den Haag en zal ook snel overlijden. Als gedeputeerde wordt hij waarschijnlijk opgevolgd door Van Dinteren. Velen zijn jaloers!

Afsluiting baantjes en burgemeestersverkiezingen

[koomender van op,] den domheer ijan van wijck
is tot wttrecht overleede wiens proofve tot sin
=peeter aen sijn hoocheijt is koome te vervallen,
als hij sijn inde bischops maent gestorfven,, hier
meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
tot wttrecht kuijpt me
met kracht om burge=
meester te worde en ver
lanckt men wiet weese
sal, den heer van hoolack
seijt me dat inde haech leijt
en sterft en dat van dintere
daer in sijn plaets sal koome
daer veel s ijaloers van sijn

Een rijk versierd medaillon met een marmeren rand. Boven het medaillon een zon rondom het rood-witte wapen van Utrecht (geheel is teken van de universiteit. Boven aan weerszijden twee vliegende engeltjes en onder het medaillon de tekst" Viris amplissimis Gisberto vanhoolck theodorico veldhusio coss hoc pietatis et doctrinae sacrarium bono reiplubicae secundae auspicus fuit dedicatum A.D. XVII LL Aprilis MSCXXXVI. Daaronder het wapen van de stad utrecht, vastgehouden door twee leeuwen met een kroon erop.
Afbeelding van het schoorsteenstuk in de senaatskamer in het Academiegebouw (Domplein 29) te Utrecht, met de portretten van Dirk Jacobsz. van Veldhuisen en Gijsbert Jansz. van der Hoolck, burgemeesters van Utrecht tijdens de inwijding van de hogeschool in 1636. Foto: J. Lub, collectie: Het Utrechts Archief.

  • 1
    continuereing, voortzetting ↩︎
  • 2
    contagieuse: besmettelijke ↩︎
  • 3
    regneren: woeden, heersen ↩︎
  • 4
    Celle ↩︎
  • 5
    grootse ontvangst ↩︎
  • 6
    het staat bedroefd: het staat er slecht voor ↩︎
  • 7
    financiers ↩︎
  • 8
    maxime: stelregel ↩︎
  • 9
    geheel onduidelijk wat deze zin hier doet ↩︎
  • 10
    vaste staat opmaken: op rekenen ↩︎
  • 11
    opnemen ↩︎
  • 12
    trijp: fluweelachtige stof ↩︎

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Willem en Mary

In de tijd dat Godard Adriaan thuis was, is er nog een grote gebeurtenis geweest: Stadhouder Willem III is getrouwd. Godard Adriaan schreef nog over het vertrek van de prins aan Johan Maurits van Nassau Siegen.

Oranje en Stuart

Stadhouder Willem III was de zoon van de Engelse prinses Mary en daardoor een kleinzoon van koning Charles I van Engeland. Koning Charles II van Engeland was dus zijn oom. De betrekkingen tussen het huis van Oranje en het Britse koningshuis waren wat wisselend van aard. In de jaren dat Cromwell aan de macht was en Charles II als balling rond zwierf door Europa, was de latere koning regelmatig aan het hof in Den Haag. Maar in 1672 trok hij als bondgenoot van de Franse koning Louis XIV tegen de Republiek ten strijde. Die strijd liep voor de Engelse koning niet zo goed af en zijn parlement maakte hem wel duidelijk dat het handiger was om de Republiek als bondgenoot te hebben.

Portret ten voeten uit van koning-stadhouder Willem III (1650-1702). Willem III staat centraal op het schilderij in een donker harnas met zijn lichaam naar links gedraaid en met zijn hoofd naar rechts. Hij heeft donker, golvend haar tot over zijn schouders. In zijn rechter hand heeft hij een commandostaf. Zijn linkerhand staan in zijn zij. Aan zijn linker heup hangt een zwaard. Op een rotspartij rechts van Willem III staat de helm van zijn harnas. Links achter Willem III een doorkijkje naar een veldslag met paarden. Het schilderij bevindt zich in een geornamenteerde, vergulde houten lijst met ornamenten.
Portret van stadhouder Willem III (1650-1702), naar Caspar Netscher, ca. 1675-1680. Collectie Kasteel Amerongen.

De juiste troonopvolger

Religie speelde daarbij een grote rol. De broer van de koning, James, was katholiek geworden en dat maakte hem bepaald niet populair bij de bevolking. Zijn dochters, Mary en Anne, waren opgevoed als leden van de Anglicaanse kerk. Aangezien Charles geen wettige nakomelingen had, waren Mary en Anne potentiële troonopvolgers. Koning Charles wilde Mary graag uithuwelijken aan de Franse dauphin maar het parlement was tegen. Stadhouder Willem III was in hun ogen een betere kandidaat.

Portret van een gezin met twee jonge kinderen. Links een vrouw in een bruine jurk. Naast haar staat een klein meisje in een donkere jurk, de vrouw heeft haar linker hand op haar rug en houdt met haar rechterhand de linkerhand van het meisje vast. Links een iets groeter meisje in een blauwe jurk met in haar handen een bloemen krans. Rechts een man met lange krullen in rood-wit-blauwe kleren. In zijn linkerhand houdt hij een maarschalksstaf en met zijn rechterhand wijst hij naar de tekst op een zuil onder een globe: "Duke and dutches of York with princes Marey and Ann". Op de voorgrond een zwartwitte hond, op de achtergrond een heuvellandschap met een kasteel.
De hertog en hertogin van York met hun twee dochters, Peter Lely en Benedetto Gennari, 1668-1685. Collectie: Royal Collection Trust.

Het huwelijk

In 1677 was Mary 15 jaar oud, Willem was 27. Mary had haar neef waarschijnlijk al wel eens langs zien komen: pokdalig, geen schoonheid en bepaald geen feestbeest. Voor een 15-jarig meisje niet de prins op het witte paard maar Mary had niets te kiezen. Het huwelijk vond plaats op 4 november 1677, ’s morgens om 9 uur, in St James palace in London. De reis naar de Republiek had de nodige vertraging vanwege het slechte weer. En toen de overtocht dan uiteindelijk lukte, was de Maas bevroren en moest het bruidspaar landen in Ter Heijde en in de vrieskou gaan lopen naar paleis Honselaarsdijk. Een moeizaam begin, maar op 14 december vond de feestelijke intocht in Den Haag plaats.

Het huwelijk van prins Willem III met Maria II Stuart te Whitehall in Londen, 14 november 1677. Voltrekking van de ceremonie door de bisschop van Londen. Links Karel II koning van Engeland met koningin, rechts Jacobus II, de hertog van York met hertogin. Bovenaan in medaillons portretten van de ouders van de prins: Willem II en Maria Henrietta Stuart. Links afgezanten en ambassadeurs van de Republiek.
Huwelijk van prins Willem III met Maria Stuart, Carel Allard (uitgever), 1677. Collectie Rijksmuseum.

Mary in de Republiek

Ondanks het moeizame begin van de relatie werd Mary al snel verliefd op haar echtgenoot. Ze was vrolijk en vriendelijk van karakter en dat viel in de Republiek ook zeer in de smaak. Eén van de buitenverblijven van Willem III, Hof te Dieren, lag in de naaste omgeving van kasteel Middachten, waar Philippota veel verbleef. Als de prins een jachtpartij organiseerde op het Hof te Dieren, was Van Ginkel van de partij en dan voegde Philippota zich bij de dames die prinses Mary gezelschap hielden. Mary en Philippota gingen vriendschappelijk met elkaar om. Maar of ze nu hartsvriendinnen waren? Philippota was katholiek en in die zin een vreemde eend in de bijt bij de protestantse hofhouding. Daarnaast, Philippota kreeg zonder problemen kind na kind terwijl Mary tot haar grote verdriet kinderloos bleef.

Een uitgebreid buiten. Links een gebouw van zeven ramen breed, rechts in een rechte hoek erop twee puntdaken met klokgevels. Daar tussen een klein torentje.
Het Hof te Dieren (in 1795 afgebrand) jachtslot van Stadhouder Willem II en Stadhouder Willem III, anoniem, 1770-1795. Collectie Gelders Archief.

Mevrouw de prinses

In de brieven van Margaretha zal Mary “Mevrouw de prinses” genoemd worden. In de vroegere brieven is die titel voorbehouden aan Amalia van Solms, maar die is in 1675 overleden.

Jonge vrouw zit naar links gedraaid. Ze draagt een rode jurk met een breed décolleté. Om haar nek een parelketting. Haar haar is opgestoken maar bovenop haar hoofd heeft ze bruine krullen. Achter haar staat een vaas met rozen.
Queen Mary II, Sir Peter Lely, 1677. Collectie: National Portrait Gallery.

Hout uit Pruisen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 juni 1680
Lees hier de originele brief

Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.

Brieffragment hoog water

Amerongen, 18/8 mei 1680
[reca. 6. Junij s.n.]
Ameronge den
18/8 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge
tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser
sal segge dat het water op den rhijn weer teene=
=mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer
op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so
houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo
ch water sulle krijge om dat de winter so veel
donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft
moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]

Vlak rivierlandschap, aan de oever van het water staan enige koeien, het meest linkse dier drinkt.
Rivierlandschap met koeien, Albert Cuyp, 1645-1650. Collectie Rijksmuseum.

Boter, kaas en Pruisische balken

De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.

Brieffragment vloerbalken

moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de
gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft
ontfange kan niet bedencke die so lange op wech
is, hoop se noch te rechte sal koomen,
wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst
en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij
uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte
so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot
salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,

Foto van een helemaal lege grote zaal. Er staan geen meubels, maar er hangen wel kroonluchters. De luiken zijn open en de zon schijnt op de houten vloer.
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?

Hollandse geldzorgen

Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?

Brieffragment belastingen voor het leger

sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure
hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid
daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt
had, dan wiert van men heere van hollant
versocht gistere merge haer vergaderin noch
bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en
gaet en maendach weer naer den haech om
dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn
het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck
vande finans niet wel konne verstaen daer moet
gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen
wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander
reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]

De hofvijver met daarin de gebouwen van het Binnenhof met de weerspiegeling van de gebouwen op het water. Op de achtergrond bomen en de grote of St Jacobskerk.
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.

Buitenlands nieuws

Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.

Eerste brieffragment buitenlands nieuws
Tweede brieffragment buitenlands nieuws

[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat
den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur
naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat
hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen
en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam
naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat
sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van
sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock
van Een houlijck tuschen de soon vande bischop

van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin
=ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits
in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een
maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn
weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]

Plattegrond van Parijs met de omliggende velden.
Plattegrond van Parijs, naar Johannes de Ram, ca. 1668-1685. Collectie Rijksmuseum.

Fritsje heeft heimwee

Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.

Brieffragment droevige Frits

[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa
niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt,
preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige
dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij
seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt
volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en
beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de
Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij
kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op een terras met een balustrade zitten onder een klimplant een oudere man, een jongere vrouw en een kind aan tafel. Rechts van de tafel staat een jongen met iets in zijn hand. Op de voorgrond een vaatje met twee kannen erin. Op de achtergrond een heuvel met daarop een kasteel.
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    proviand ↩︎
  • 2
    verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) ↩︎
  • 3
    groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal ↩︎
  • 4
    Dieren ↩︎
  • 5
    militie: leger ↩︎
  • 6
    personele belasting: persoonsgebonden belasting ↩︎
  • 7
    reëel; reële belasting is een belasting op zaken ↩︎
  • 8
    Pieter van Wassenaer van Starrenburg ↩︎
  • 9
    Ambassadeur ↩︎
  • 10
    Jacob van Wassenaar van Obdam ↩︎
  • 11
    Denemarken ↩︎
  • 12
    De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg ↩︎
  • 13
    Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af ↩︎
  • 14
    Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III ↩︎
  • 15
    Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje ↩︎
  • 16
    Joan Carel Smissaert ↩︎
  • 17
    De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist ↩︎

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden ↩︎
  • 2
    Willem van der Straaten ↩︎
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen) ↩︎
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel ↩︎
  • 5
    aanbevolen ↩︎
  • 6
    Karel Valckenaar ↩︎
  • 7
    Zijne Hoogheid ↩︎
  • 8
    Willem van der Straaten ↩︎
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg ↩︎
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn ↩︎
  • 11
    Van Heteren ↩︎
  • 12
    december ↩︎
  • 13
    in het begin ↩︎
  • 14
    op het laatst ↩︎
  • 15
    doel, bedoeling ↩︎
  • 16
    Staten-Generaal ↩︎
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn ↩︎
  • 18
    de eer ↩︎
  • 19
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd ↩︎
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… ↩︎
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan ↩︎
  • 23
    Dieren ↩︎
  • 24
    Ursula Philippota ↩︎
  • 25
    Den Haag ↩︎
  • 26
    vrede ↩︎
  • 27
    voorraad ↩︎

Werken aan de weg

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 december 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief
Margaretha dateert de brief met 31 november, maar die datum bestaat niet.

Godard Adriaan is ondertussen in Bielefeld aangekomen. De reis vanaf Münster is moeizaam geweest, leest Margaretha in zijn brief van 22 november. En de weg naar Berlijn is nog lang! Ze maakt zich zorgen dat hij nog geen van haar brieven heeft ontvangen, maar wij weten nu dat haar vorige van 11 november op 24 november Bielefeld heeft bereikt, twee dagen nadat Godard Adriaan zijn brief aan haar schreef. We weten ook dat alle brieven die ze tussen 11 november en 31 november schrijft waarschijnlijk niet aangekomen zijn, anders had Godard Adriaan ze wel bewaard.

Brieffragment met aanhef

[rec.a. 13. xber in Berlin]
Ameronge den
31 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd seer aengenaeme vande 22 deeser wt bijlle
veltBielefeld is mij wel geworde het doet mij leet
uhEd so moijlijcke reijs van Munster tot daer
toe heeft gevonden, maer van harte lief deself
tot daer toe wel is gearijveert, hoope sijn verde
=re reijs geluckich en spoediger sal sijn, kan
mij niet genoech verwondere dat uhEd noch
geen briefve van ons heeft ontfange heb niet
gemanckeert preesies alle weeck te schrijfve

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Paard niet op weg

Godard Adriaan heeft om zijn grijze paard gevraagd, dat mank was en nog niet mee op reis kon. Het staat nog in Utrecht, maar Margaretha verzekert haar man dat zodra de smid zegt dat het paard genezen is, het naar Amerongen op weg zal gaan en van daar naar Middachten. Zoonlief heeft toegezegd dat één van zijn ruiters, op een ander paard zittend, het aan de leidsels naar Berlijn kan begeleiden.

Eerste brieffragment over het grauwe paard
Tweede brieffragment over het grauwe paard

[mijn briefve aen bisdomer adreeseeren,] het is
mij leet ick het grauwe paert tot noch toe niet
heb konne sende tis niet volkoome geneese en
noch so dat sijt van wttrecht niet hebbe derfve
senden, ick deesen dach daer over weer aen

beusekom geschreefve en begeert so haest de
smit diet daer over gaet, oordeelt dat het
dien tocht kan doen, hijt hier sal senden, salt
dan voort op Middachte sende den heer van
ginckel heeft aengenoome het selfve met
Een van sijn ruijters aende hant te doen leijde
en tot berlijn te brengen, [wat nu ons]

Een stalknecht loopt naast een paard met een korte staart door een vervallen deur een stal in.
Stalknecht een paard de stal binnenleidend, Jan Anthonie Langendijk Dzn, 1790-1818. Collectie Rijksmuseum.

Puin, zand en aarde

Margaretha is bezig met het aanleggen van wegen op het terrein. Er komt er een op de iepenlaan van de buitenpoort tot aan de eerste brug. De basis wordt gevormd door het puin dat van de steenoven over is, en daarover komt zand. Alles aangevoerd met karren. De andere weg loopt over de kleine voorburcht van de eerste naar de de tweede brug. Omdat het puin op is, wordt daarvoor de aarde gebruikt die is weggegraven om ruimte te maken voor de fundering van de nieuwe kasteelmuur. Ze verzekert haar man dat ze echt zo veel mogelijk alles wat nodig is zal regelen, maar dat er in Utrecht geen hout is te krijgen voor schoorsteenmantels.

Brieffragment over de werkzaamheden aan de oprijlaan

[werck belanckt] ick heb al de puijn vande steen
oven op de steech laete brenge en die wech
tuschen de ijpen boomen recht t vande hoe
=meij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot op de Eerste bruch laete maecke
,daer nu sant op sulle brenge, en so veelt
moogelijck is de wech opt kleijn voorburch
tuschen beijde de bruchge laete maecke
daer de karre de Aerdt die wt het fon=
dement vande nieuwe muer gegraefve is
en op de kant vande graft leijt be inbrenge
maer puijn isser niet meer so dat men
om die wel te maecken sal moete wachte
tot dat de steen oven voort wt gereede wort

Twee mannen lopen voorover gebukt een kar achter zich aan slepend.
Twee mannen slepend met een kar, Harmen ter Borch, ca. 1651. Collectie Rijksmuseum.

De weg naar succes

Bij de Staten van Utrecht is de dans om het verdelen van de lucratiefste baantjes weer begonnen. De weg naar succes betekent een hoop koehandel en handjeklap achter de schermen. En dat verloopt niet altijd naar Margaretha’s wens, omdat niet elke dienst een wederdienst oplevert. Ze moppert op iemand die geen steun wil geven voor een positie voor ‘neef lant’ (onbekend wie dat is), zodat nu alles van zijne Hoogheid prins Willem afhangt.

Brieffragment over steun voor een positie

[geangaesijeert is,] somma daer is bij die
niets te verwachte, al liede die dienst wille
geniete en niet weer doen ,paesijensie2geduld nu moete
wij ons houde aen sijn hoocheijts3Prins Willem III goede toeseggine
ent daer voort soecke hoope godt sal geefve hij
geholpe sal worde en wij van dat pack ontlast
sulle worden, [den heer smitser is dees naer]

Omgekeerd wordt ze zelf bestookt door mensen die lobbyen voor de functie van rekenmeester. Joan Carel Smissaert kwam vanmiddag langs om een schriftelijke sollicitatie bij Godard Adriaan mondeling kracht bij te zetten. Maar ook neef Frederik Adriaan van Reede van Renswoude heeft belangstelling voor deze baan, schrijft diens moeder. Ruilen tegen een plekje in de Admiraliteit in Zeeland? Margaretha heeft haar afgewimpeld op dezelfde manier als ze zelf zijn afgewimpeld : Godard Adriaan is ‘bezet’ (‘geëngageerd’). Waarschijnlijk bedoelt ze daar niet mee dat hij het te druk heeft, maar dat hij al gebonden is aan beloftes aan anderen.

Links een plaatje van een man op een stoel achter een tafel die op zijn vingers zit te tellen. Op tafel een boek, een inktpot met veer en een paar zakken met inhoud. Naast hem op de vloer staat een kist die open staat, in de kist zitten munten. Rechts een gedichtje in het Frans en in het Nederlands. De Nederlandse vertaling is: Rekenmeester / k'wil datme Rekeschap, en goede blyc my geeft / wie t'adelvrolyckst is en best gedroncke heeft.
De rekenmeester, Experiens Sillemans, 1645-1701. Fragment uit: Driekoningenspel. Collectie Rijksmuseum.

Brieffragment over de de zoon van de vrouw van Bornewal

antwoorden, de vrou van bornewal4Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude schrij
ft mij ock aen uhEd geschreefve te hebbe,
haer soon heeft vant Eerste lidt het Admi=
raEliteijts plaets van seelant gekreechge
dat sij gaerne teegens deese reeckenmeesters
plaets wou verruijlle waer over sij mij
schrijft en ick haer inde beleeftste manier
heb geantwoort dat ick kost en geschreef
te vreese dat uhEd geangaesgeert5Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben mocht
weesen, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Kussenovertrek van tapisserieweefsel. Tegen een donkerblauwe achtergrond is het gekroonde wapen van Zeeland aangebracht, de leeuw in rood, het water in blauw. In de beide bovenhoeken een anker, voorts touwen. Boven de letters A.V.Z. en onder AMSTERDAM 1670.
Kussenovertrek met het wapen van de Admiraliteit van Zeeland, anoniem, 1670. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort ↩︎
  • 2
    geduld ↩︎
  • 3
    Prins Willem III ↩︎
  • 4
    Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 5
    Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben ↩︎

Pinksteren, regen en een schuchtere held

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 juni 1677
Lees hier de originele brief

In de vorige brief heeft Margaretha al alle vragen van haar man beantwoord die hij in zijn laatste van 5 juni stelde. Sindsdien is er niet veel veranderd, behalve één ding: de keldergewelven zijn klaar! Een mijlpaal, want hiermee is een groot deelproject achter de rug. Alleen het gewelf onder de kinderkamer moet nog. Vanwege Pinksteren en de regen wordt er niet veel gewerkt, maar er is nieuws over een schuchtere held.

Brieffragment wulfsels in de kelder

[rec 17 dito]
Ameronge den
12 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
seedert mijne laeste waer in uhEd beste die vande
5 deeser is geweest heb beantwoort, is hier niet
veel veranderins voorgevalle, wt die vande see
=kreetaris sal uhEd hebbe gesien hoet hier met
werck staet, de wulfsels vande kelders sij over
al wtgesondert die onder de kinder kamer
toe en gemaeckt, dat Een groot werck wt de
weech is, [om sullense gaen aende meure vande]

Pinksteren

De volgende stap in de kersverse keldergewelven wordt het pleisteren van alle muren en plafonds. Niet dat deze week veel zal gebeuren, want Margaretha heeft evenmin als met Hemelvaart kunnen beletten dat alle werkmannen inclusief Rietveld met Pinksteren naar huis zijn gegaan. Ze verwacht ze niet voor voor woensdag terug.

Brieffragment werk en pinksteren

[onder de kinderkamer te slaen] en voort al
de wulfsels inde kelders ende muere te plaeste
=renpleisteren en aente strijcken, dan de aenstaende
weeck en salder weer niet veel gedaen worde
met de pinstere1Pinksteren is Elck al Eens naer huijs ge=
gaen en rietvelt naer Amsterdam, en sulle
niet voor en woonsdach weeraent werck
koomen dat ick niet heb konne beletten,

Een pinksterblom (pinksterbloem of pinksterbruid), een in een lang gewaad gestoken, met bloemen en sieraden getooid meisje, wordt begeleid door twee verklede kinderen. Samen trekken ze er met Pinksteren op uit om geld op te halen met het zingen van liedjes.
Juni (de pinksterblom), Cornelis Dusart, 1679-1704. Collectie Rijksmuseum.

Regen, een zegen?

Het mooie weer is blijkbaar weer even voorbij: het heeft de hele week alleen maar geregend. Heel goed voor het graan en de tabak en allerlei andere gewassen! Helaas niet voor het werk bij de steenoven en ook niet voor het pas gemaaide hooi op de Benedenste Bol. Nou ja, die regen is het werk van God, daar kunnen ze niets tegen doen.

Eerste brieffragment regen
Tweede brieffragment regen

aldeese weeck heeft het hier niet gedaen als ge=
reegent dat wel goet opt koorn2koren, graan toeback3tabak en
alderhande vruchte is geweest, maer niet

op onse steenoven oft hoeij dat op de beneedenste bol
gemaeijt leijt, op de steen oven hebbense van alde
weeck niet gevormt, dit is godts werck daer wij
niet toe konne doen, [gistere is bentom die]

Vrouw kijkt naar de stromende regen in een open plek in het bos.
Gepersonifieerde ziel in beschouwing van de regen, Jan Luyken, 1678-1687. Collectie Rijksmuseum.

Lof en eer voor de Held van Kassel

Zo weinig als er over de bouw is te vertellen, des te meer over de heldendaden van zoonlief. Godards kornet Bentum is langs geweest in Amerongen en heeft in geuren en kleuren nog eens over diens tomeloze inzet in de Slag bij Kassel verteld. Het heeft vooral aan Godards goede inzicht en leiderschap (en Gods hulp natuurlijk) gelegen, dat er niet nog drie of vier duizend extra manschappen dood op het slagveld zijn gebleven. Zijn directe bevelhebber, luitenant-generaal de Montpouillan, liet het helemaal aan hem over, ook toen Godard alsnog om orders vroeg. Hij moest vooral doorgaan met zijn goede acties.

Brieffragment beschrijving van de strijd

[met hem geweest is] sonde de dierexsie4directie:leiding die hij
gepleecht heeft en sijn groote voorsichticheijt
daer had noch wel 3 a 4000 man moete be:
op de plaets doot gebleefve hebbe, wij kone
godt niet genoech dancke, opt lest quam mom
=pelijan5Armand de Caumont, marquis de Montpouillan daer bij aende welcke de heer van ginckel
aenstonts versocht sijn ordere6orders, bevelen te ontfange
diet selfve met Een groote sievielliteijt7civiliteit, beleefdheid
Exskuseerde en versocht de heer van ginckel
wilde voort gaen int geene hij so wel had
of was int doen, [ock inde reetreete preesen]

Mannen te paard zijn met elkaar in gevecht. Op de grond liggen dode mannen, links valt een an van een weg galopperend paard. Rechts schiet een knielende man op de ruiter achter zich.
Ruitergevecht, illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet, Romeyn de Hooghe, 1672. Collectie Rijksmuseum.

Met lof en eer overladen kwam hij van het slagveld en ook Willem III zijn Godards heldendaden niet ontgaan. Hij was erg tevreden over diens competente optreden. Toen hij zag dat Godard van paard moest wisselen heeft hij hem er zelfs eentje uit zijn eigen stal gegeven. En later in Den Haag mocht Godard bij hem op het hof overnachten en uitrusten.

Brieffragment lof en eer

[maer liet het aende heer van ginckel], so
dat hij met groote Eer en lof daer af is
gekoomen, en sijn hoocheijt diet meest selfs
heeft aengesien, teeneemaelteneenemale van sijn derex
=sie8directie, leiding en kontdwijte9conduite: gedrag voldaen is geweest, sijn
hoocheijt siende dat de heer van ginckel van paert
most veranderen sont hem aenstonts Een van
sijn hant paerde, en heeft hem in alles so
veel Eer seviEliteijt10civiliteit, beleefdheid getoont als hij sou konne
bedencke begeerende doen hij bij hem quam
dat hij dien nacht in sijn hof sou blijfve en
wt rusten,[ in soma alles was heel wel, alst]

Een Gebouw met twee verdiepingen, gebouwd rond een vierkante binnenplaats. Voor de binnenplaats staat een hek. Zowel op de binnenplaats als op de weg ervoor is het een drukte van belang met koetsen, wandelende mensen en honden.
Het Oude Hof in Den Haag (Paleis Noordeinde), Peter Schenk, 1706-1726. Collectie Rijksmuseum.

De held is schuchter

Kortom, geweldig natuurlijk, maar al die lof en eer zouden eens verzilverd moeten worden. De trotse maar nu toch wat ongeduldig wordende ouders zijn het met elkaar eens: Godard zou gebruik moeten maken van deze voor hem gunstige tijden om bij de prins een volgende stap in zijn carrière voor elkaar te krijgen, maar hij is te timide. Een grote dappere man op het slagveld, een schuchter kind aan het hof.

Brieffragment schuchtere held

[wt rusten,] in soma11in somma: kortom alles was heel wel, alst
maer bij voorvallende ockasie12gelegenheid gedacht mach
worde, uhEd heeft gelijck, hij behoorde hem van
deese tijt te diene maer hij is te temiede13timide: beschroomd, verlegen, bedeesd
hiermeede Eijndigende blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Deze beeldengroep van een vader, moeder en kind, stelt de Heilige familie voor. Op een naturalistische ondergrond wandelen Maria en Jozef zij aan zij met hun zoon tussen hen in. Het paar houdt de handen van het Christuskind vast om hem te helpen bij het lopen. Ze lijken op het punt te staan de peuter speels een stukje omhoog te zwiepen. Maria draagt onder een omslagdoek een gewaad met ceintuur hoog rond het middel. Ze loopt op sandalen en in haar gevlochten, opgestoken kapsel is een hoofddoek verwerkt. Jozef draagt eigentijdse kleding, laarzen en een hoed met een riem. Om zijn rechterschouder heeft hij een mantel geslagen. Het Christuskind loopt op blote voeten en draagt een eigentijds hemd met opgestroopte mouwen. De ondergrond en de drie figuren zijn separaat gesneden, daarnaast zijn de armen en Jozefs hoed los aangezet. De ogen van de drie figuren zijn ingelegd met zwart glas.
Heilige familie, Jan van Doorne (III), 1640-1650. Collectie: Rijksmuseum.

Hardsteen per schip, de steenhoven in een dip

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 april 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha is even van de lijn geweest. Ze was acht dagen van huis, waarschijnlijk naar Den Haag. Bij terugkeer in Amerongen is er goed en slecht nieuws.

Meer schepen met hardsteen

Het goede nieuws is dat ze daar steenhouwer Jan Prang heeft getroffen die net met de volgende twee schepen met hardsteen uit Bremen in Edam was aangekomen. Ook die hebben dus, God zij dank,de storm overleefd en dat brengt het totale aantal veilig binnengekomen schepen met hardsteen op vier, samen met de twee die al bij de Vaart in Vreeswijk liggen en waar de nieuwe nu ook naar toe varen. Nu nog wachten op nummer vijf en zes.

Brieffragment schepen met steen

Ameronge den
9 April 1677
[rec. 12 dito]

Mijn heer en lieste hartge
ick ben gistere weer hier gekoome alwaer alles
wel heb gevonde en ock ijan prang die Eergistere
met noch Een knecht hier is gekoomende seijt dat
dertwee scheepe met hartsteen met hem tot
Edam behoude en wel waeren aen gekoomen
daer hij se heeft gelaeten dan gelooft die nu
alledaech aende vaert staen te koomen, dan
sulle wijder vier hier hebbe en konne godt
niet genoech dancke daer die sulcken storm
hebbe wtgestaen dat sij behoude sijn overgekoome
hoope de resteerende twee scheepe almeede wel sulle
arijveere, [merge verwachte ick rietvelt met]

Buitenhaven (rede) te Edam. Op een woelige zee varen wat kleinere zeilscheepjes met de zeilen gehesen, daar tussen ligt het Amsterdamse VOC schip "De Alida" voor anker met aan weerzijden sloepjes. In het linker sloepje zitten diverse mannen. Op de achtergrond links een kade met een soort vuurtoren en rechts daarvan de skyline van Edam.
De haven van Edam, Dk. de Jong en M.Sallieth, 1780. Collectie Noord-Hollands Archief. 

Steenoven ingestort

Minder goed nieuws is dat de storm en het hoge water een deel van de steenoven heeft vernield. Die moet dus eerst opnieuw worden opgemetseld. Tot nu toe was het toch te koud weer om de stenen te vormen, en in de tussentijd zorgt Margaretha wel dat er vast aarde heen wordt gebracht. Dan is er straks weer baksteen voor Rietveld en zijn mannen om de gewelven te maken.

Brieffragment steenoven

merge verwachte ick rietvelt1Cornels Rietvelt, de bouwmeester met
sijn volck die aent werck sulle gaen, tis hier
alledaech suer kout weer dat ons belet aent
vorme vande steen te beginne maer laet vast
Aerde daer toe rijde, en kalck beslaen voorde
metselaers, te weete voor rietvelt het heelle achterhooft vande steen
oven is doort hoochge water en stercke winde
omveer gestort die ick weer moet laeten op
metselen en in leem sal laete legge, [so sijn ock al de tuijne op de waerde]

Een prent met links een waterput waar een vrouw net water uit haalt. Rechts twee mannen bij een bosje. Één zi op een steen, de ander loopt met een emmer in zijn linker hand en een soort kratje op zijn hoofd richting de steenoven. De steen over is een groot, rond, aarden bouwwerk met midden bovenin een opening waar rook uit komt. In het midden zit een opening waar vuur in brand. Op de achtergrond een huis op palen. Misschien een huis in aanbouw waarvoor ze voor de beneden verdieping bakstenen aan het bakken zijn?
Landschap met waterput en steenoven. Johann Andreas Benjamin Nothnagel, 1739 – 1804. Collectie Rijksmuseum

Drijvende tuinen?

Door het hoge water zijn ook alle “tuinen” in de uiterwaarden gaan drijven. Hoewel wij bij zo’n zin al snel een drijvende moestuin voor ons zien, gebruikt Margaretha het woord tuin hier waarschijnlijk in zijn andere betekenis, die van hek of afrastering. Het herstel zal een lieve duit gaan kosten, maar ja, ze zijn de enigen niet, iedereen heeft er last van. In de acht dagen dat Margaretha afwezig was heeft het werk zich trouwens wel opgestapeld. Als de kat van huis is…. Het stijgende rivierwater biedt Margaretha wel hoop dat de nieuwe lading hardsteen niet hoeft te worden overgeladen omdat de diepgang van de schepen niet verminderd hoeft te worden.

Brieffragment wateroverlast

[metselen en in leem sal laete legge,] so sijn ock al de tuijne2Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits. op de waerde3uiterwaarden

gaen drijfve daer wij vrij wat koste aen hebbe maer
wat kamen doen wij sijnt alleen niet tis over al
so gestelt, ick vindt hier de hande vol werck, tis
van daech acht dage dat ick wt gegaen ben, in
die tijt isser haest niet gedaen, nu moetenser weer
reppen, het water op de reevier is weer fraeij
aent wasse4steigen hoope de twee laeste scheepe met
de hartsteene sulle konne op koomen sonder
die te verscheepen, [ick heb laest vergeeten]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

De Heer geve Zijn vrees aan regenten

Willem III heeft in de Staten van Utrecht alle leden van het Eerste Lid op hun post laten zitten. Alleen Gerard van de Nijpoort is vervangen door Everard van Weede van Dijkveld. Dijkveld had nog maar drie jaar geleden, kort na het rampjaar, juist het veld had moeten ruimen vanwege zijn slappe opstelling. De andere leden van het Eerste Lid waren het er niet mee eens, maar het schijnt dat de 40.000 gulden die de graaf van Waldeck heeft gekregen een rol heeft gespeeld. Het is een enorm gedoe. De Heer Almachtig moet de heren regenten maar veel wijsheid, bedachtzaamheid, en, vooral (!) vrees en ontzag voor Hem geven. En aan Godard Adriaan Zijn bescherming.

Brieffragment Utrechts wanbeheer

[heeft ontfange twee hondert gul,] uhEd sal ver=
=staen hebbe hoe dat sijn hoocheijt alde heere int Eerste
lidt heeft gekontiniweert5continueren: laten zitten en den heer van dijck
=velt in plaets vande heer nieupoort weer int
Eerste lidt geset, het Eerste was so niet gemeent
maer geloof de 40000f die de graef van waldeck
heeft gekreechge daer veel toe heeft gedaen, het
gaet daer so vreeslijck toe dat Een schrick is
te hoore, de heer almachtich wil de heere reegente
wijsheijt en voorsichticheijt en voor al sijne vreese
geefve in wiens bescherminge uhEd beveelle blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een man met een bos kroezend haar tot over zijn schouders. Hij draagt een harnas met een kanten kraagje en kanten manchetten en een sjaal om zijn middel. In zijn handen een maarschalksstaf. Hij kijk geamuseerd naar de toeschouwer, terwijl achter hem oorlog gevoerd wordt.
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Cornels Rietvelt, de bouwmeester ↩︎
  • 2
    Tuinen:afrasteringen, hekken. Te vergelijken met “Zaun” in het Duits. ↩︎
  • 3
    uiterwaarden ↩︎
  • 4
    steigen ↩︎
  • 5
    continueren: laten zitten ↩︎

Pagina 1 van 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén