De brieven van Margaretha Turnor

Persoon: Keppel (Bernardus)

Herbouw en heibel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?

Elk meent meester van het zijne te zijn

Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.

Brieffragment opgelopen kosten

Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 
Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange
waer op tot Antwoort dient dat wel wenste
de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de
4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome
had konne betaelt worde, maer die peninge
hebbe nergens nae bereijckt de schulde die
hij weegens onse timeraesge doen maels
hadde, ock hadde wij doen die reecknin
niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich
waeren, het doet mij leet dat de reecknine
so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]

(Ondersteboven:
ons godertge de heer sij
gedanck weer wel doch siet
noch als een doeij so bleeck
en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Goede huisvrouw

Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.

Eerste brieffragment zuinigheid en leningen
Tweede brieffragment zuinigheid en leningen


[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn
begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes
ge niet is gemaeckt al datter gedaen is,
is op uhEd begeerte en ordere geschiet,
ick heb van heetere weegens het gelt van blan
sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat
uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock
seer beschroomt Eenich volck int werck te stele

sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is
want is ongelooflijck hoe de mense die wij
schuldich sijn moeijlijck valle om gelt,
tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en
diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat
soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en
kostent nergens krijgen, ick wenste so
seer als Eimant dat wij dat kapitael koste
af losse en ons pant weer in ons macht
hebbe, maer sien daer geen raet toe voor
dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick
dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck
meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]

Achter een tafel zit een man, leunend op een volle zak. Voor hem liggen munten en papieren. Een man en een vrouw zijn net door de deur binnen gekomen. De man heeft een brief in zijn hand en hij spreek luid wapperend met zijn andere hand tegen de man achter de tafel. De vrouw achter hem draagt een emmer en houd een doek tegen haar neergeslagen hoofd. Op de muur op de achtergrond hangen twee schilderijen met schepen. Boven de prent staat: behoefte en nood, geeft woek'raars brood.
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.

Water, zand, wind

In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.

Eerste brieffragment water zand en wind
Tweede brieffragment water zand en wind

het water is weer aent valle doch valt
seer slapges en sijn onse duijfve gaete
noch onder water, het water is dit
mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge
weest, dewijl men geen sant aerde kan
rijde laet ick sant voor metselaers rijde

so datter niet versuijmt wort noch de paerde
leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle
aende moolenaer van mouricks broer ver
huert voor 34 340f int ijaer midts
dat hij die van seijlle en touwe die bij
naer weer moste vernieut worde
moet onder houde[, men hoort hier]

Gravure van een molen in een landschap, Het lijkt of de molen in een flinke wind staat en het tuigage er los bij hangt.
Molen, Jacob Maris, 1847-1899. Collectie Rijksmuseum.

Een diplomaat op oorlogspad?

De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…

Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde

De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.

D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.

Fragment uit een boek.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.

Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.

Terug naar Margaretha

Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…

Brieffragment Franse diplomaat

[moet onder houde,] men hoort hier
godt beeter niet als van swaericheit veroor
saeckt door de scherpe meemoorie die doorde
franse Ambassadeur geduerich worde in
gegeefven, het welcke bij veelle seer ge=
Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich
maeckt, godt almachtich wil alles ten
beste schicken, ons voor weer in uhEd ap
sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]

Een half lengte portret in een ovaal een gezette man met een pruik met weelderige grijze krullen. Hij heeft een minzaam lachje om de lippen en flinke blossen op de wangen. Hij draagt een kanten jabot op een blauw pak met gouden borduursel. Op zijn borst heeft hij een zilveren kruis van L'ordre du Saint-Esprit en hij draagt de bijbehorende blauwe sjerp.
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.

Eer en aanzien

Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!

Brieffragment Gouvernement van Utrecht

[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer
van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe
geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een
seer oblijgante manier het goevernement
van wttrecht in voechge het den heer van
Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven
daer wel niet veel aen vast is maer is
noch al Een Eer en aensien,

Een schilderij met een zwarte lijst waarbinnen een goudkleurige lijst. Een man van ongeveer 30-jarige leeftijd in een zwart harnas is driekwart geportretteerd. Hij staat schuin op de toeschouwer en kijkt die aan. Zijn rechterschouder is naar voren gekeerd. Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij heeft donker krullend haar (of een pruik) tot net op zijn schouders In zijn rechterhand heeft hij een officiersstaf. Om zijn hals heeft hij een witte doek geknoopt. Bij zijn rechterarm komt een wit stukje textiel onder het harnas uit.
Godard van Reede van Ginkel, Gottfried Kneller, 1692. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.

Het kerstschandaal

Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.

Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.

Eerste brieffragment over het kerstschandaal

hier is weer Een spul vande ander werck met de
preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste
voor korsmis opt raethuijs neffens het ge=
=recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had
en Evert dewael beschoncke of droncke
was, soude door klaes van velpe seer aen
gedronge sijn geweest om te segge waerom
hij niemant wt de kercken raet tot schee
pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert
de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een
leugenaer was die leugens int kerckenboe
geschreefven hadt en Een man was die
geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]

Tekening van een dorpsplein met rechts veel bomen en daartussen een put waar twee vrouwen water halen. Links een rijtje huizen, waarvan het laatste trapgeveltjes heeft een een torentje, dit is het raadhuis.
Gezicht in het dorp Amerongen, met links het raadhuis en rechts een waterput, P. van Liender, 1777. Reproductie van Het Utrechts Archief van de tekening in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag.

Spijt

De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.

Tweede brieffragment over het kerstschandaal

[geen konschensie hadt,] waer op hem
dit sanderendaech indachtich gemaeckt
sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver
socht bij velpe te gaen en te versoecke de
wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat
hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt
aende preedikant of kerckenraet niet wil
de segge of bekent maecken, het welcke
de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe
om te doen, en velpe geraporteert heeft
donderdaechs daer aen inde kerckenraet of
wel Eerst aende preedikant, waer op dit
neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]

Een man zit aan een tafel met een doek om zjn hoofd, hij heeft zijn ogen dicht en houdt zijn handen voor zijn oren. Om hem zijn allemaal duiveltjes actief. Één staat op tafel en slaat met een hamer een speld in zijn hoofd, twee luiden een grote bel boven zijn hoofd, twee anderen slaan met hamers po een aambeeld dat op zijn hoofd staat en vier duiveltjes, één op de stoelleuning en drie op de grond, trekken met alle macht aan touwen die vastgemaakt zijn aan een spijker in zijn hoofd.
Karikatuur van een man met hoofdpijn, Honoré Daumier, 1833. Collectie Rijksmuseum.

Ruïneren

Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.

Derde brieffragment over het kerstschandaal


[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese
man bij den dronck heeft geseijt seggender
wel meer nuchtere en daer doet niet teegens
maer daer den tuijnt laechst is wil men
t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt
dat se Evert dewael wille ruijneere, de
seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert
de wael droncke opt raethuijs was doen hij
dit seijde dat hij daerom geen attestaesie
dien avont wilde schrijfve om datse meest
al droncke waeren, en nu seggense in dit
neefvensgaende dat hijt met voorbedachten
raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,

De goddeloze kerkenraad

De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.

Vierde brieffragment over het kerstschandaal


nu wort ock geseijt dat den preedikant met
sijn kerckenraet voorneemens sijn vande
stoel af te leesen dat alle litmaeten
sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen
of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om
reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer
wt blijfven, ick had liefver wie weet
wat te doen als bij sulcken godloosen
kerckenraet te kompareeren die haer
niet ontsien de armemensche met sulcke
valsheede als in dit neefensgaende staet
te beschuldigen, [dat ick so wel bij de
gelde was als niet ben sou naer den haech]

In een hoog kerkinterieur zit een preekstoel aan een pilaar. Er is een kerkdienst bezig, op de kansel staat een predikant. In de banken rondom de kansel zitten mensen, achter de banken staan mensen. Op de voorgrond een vrouw met een kleuter aan de hand, een man met een rode cape, twee honden en bij de pilaar zit een vrouw haar baby de borst te geven.
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.

Een beetje dom

Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…

Vijfde brieffragment over het kerstschandaal

[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe
sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van
aent klasses wil Apelleere , sij doen dien
man groote koste en moeijt aen, tis waer
ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge
ent niet behoore so te spreecke, dan de
man is ock so getreen dat wt de overvloet
vant hart de mont droncke sijnde dickmael
spreeck hoewel de waerheijt niet altijt
geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel
weete het uhEd niet als faesgerije die hij
niet keeren kan sal geefve, te schrijfve
op dat hij mochte weeten wat hier om gaet
hoope deselfve niet qualijck sal neeme
ick hem hiermeede so lange op houde,

Een vrouw met een weegschaal in haar hand staat naast een palmboom. Op de achtergrond de suggestie van een stad.
Justitia, Gesina ter Borch, ca. 1660-1669. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    In de brief van 6 januari was hij renteheffer
  • 2
    waarschijnlijk had hij de bof
  • 3
    Apprehendeeren: in beslag nemen
  • 4
    Bernhard Keppel
  • 5
    Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad
  • 6
    Godert van den Doorslagh
  • 7
    Compareren: verschijnen
  • 8
    verschrijving?

Gekonkel en gekibbel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1671 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 oktober 1671
Lees hier de originele brief

Margaretha is in Utrecht geweest, waar ze de perikelen rondom de burgemeestersverkiezingen heeft kunnen aanschouwen. Alle ‘bekende lieden’ wantrouwen elkaar. Margaretha houdt alles nauwlettend in de gaten, en deelt de verworven informatie met haar heer en liefste hartje. Wat zijn ieders belangen? Wie doet met wie zaken? Godard Adraan moet het gevoel hebben dat hij eigenlijk helemaal niet weg is uit de Republiek.

Zaken en mannetjes

Naast wantrouwen is er ook jaloezie. Blijkbaar is een aantal ‘vrienden’ jaloers dat Godard Adriaan achter hun rug om in het huis van Diederik Borre van Amerongen, de heer van Sandenburg, met anderen heeft gesproken. Uiteraard noemt Margaretha niet wat Godard Adriaan ongetwijfeld al weet, namelijk dat de heer van Sandenburg zijn broer wil kandideren voor het burgemeesterschap van Utrecht.
Verder spreekt Margaretha van een ‘klein mannetje’ dat ze kennelijk niet bij naam wil of kan noemen. Het is helaas onduidelijk wie dit kleine mannetje is. Margaretha vat het allemaal nog even samen: er is jaloezie en er wordt flink gemord. Nu maar hopen op een goede verkiezingsuitslag.

Brieffragment over zaken en mannetjes

[van den andere hebbe is niet wt te spreecke] ende sijalosije1Jaloezie
van dat uhEd int huijs vande heer van sandenburch2Diederik Borre van Amerongen
met Eenige heeft gesproocke buijten kenisse vand andere
vriende, en dat dien Eene inden haech sou koome konense
niet op Eenen, en sijn tegens de sollisitaesi vande luijte
-nant kolonel als vijanden ingenoomen, hoet daer noch me
gaen sal weet ick niet geloofve uhEd konfrater daer
onder roeijt, de partij meende en segge sij hadde het kleijne
maneken daer nu heel onder en so dat hij der noeijt weer
op sou gekoome hebbe en waerent werck heel te boofven
komt hijder nu weer op dat hij sijn oude nucken niet
sal konne laeten en Erger sal sijn als voor dees
in soma de sijalosij en murmeraesij3Murmeren: morren, mopperen is so groot dat te be
droefve is wil hoopen alles noch Een goeden wtslach sal neeme

Gezicht op de Stadhuisbrug over de Oudegracht te Utrecht met de gebouwen die het oude stadhuis vormden - v.l.n.r. Klein Lichtenberg, Groot Lichtenberg en Hasenberg - en rechts het Oudkerkhof en een gedeelte van het hoekhuis Oudkerkhof-Vismarkt.
Stadhuisbrug en stadhuis Utrecht, Jan van der Heyden, 1700. Collectie K.F. Heinfonds, bruikleen Gemeente Utrecht

Factiestrijd

Margaretha heeft, zoals ze in haar vorige brief al aankondigde, in Utrecht met oud-burgemeester Johan van Nellesteyn gesproken. Ook sprak ze met domheer Everard Both van der Eem. Both van der Eem was de broer van vroedschapslid Pieter Both van der Eem. Maar goed, de hele situatie is ingewikkeld en Margaretha schrijft dat ze er niet verder over wil uitweiden omdat het zo’n lang verhaal is. Typisch Margaretha, volgt vervolgens tóch een lang verhaal. Jacob van Dinter, blijkt bereid te zijn alles aan Everard en Pieter Both over te laten. Mits zij er vrede mee hebben dat Jacob van der Dussen, de huidige burgemeester, er voor zorgt dat de broer van Jacob van Dinter, Johan van Dinter, afziet van zijn sollicitatie.

Brieffragment over de burgemeestersverkiezingen

[Euren voor mijn vertreck noch seer disperaet] hoewel ick
daechs te vooren de burgemeester Nellisteijn4Johan van Nellesteyn gesprocke hebende
en daer Even te voorn den domheer bodt5Everard Both van der Eem niet ande dochte
of alles sou wel sijn, alle die sirkomstansie6Circumstantie: omstandigheid sijn hier te
lange te verhaelle, sal alleen segge dat bodt mij seijde
dat van linteren7Jacob van Dinter alles aen hem bodt en sijn broeder
differeerde als sij kontentement naeme dat hij te vreede
was dat ock vander dusse8Jacob van der Dussen de burgemeester hem lintere
en bodt gepreesenteert hadde van sijn broert de schouts9Johan van der Dussen, schout van Rhenen
sollistaesie te disesteere10Desisteren: afzien van en haer wilde en koste versee
ckeren vande nominaesije voor bodt [so sij sijn partij wil de]

Het klinkt allemaal ingewikkeld en dat is het ook. In ieder geval weten we dat zowel Jacob van Dinter als Jacob van der Dussen niet willen dat Johan van Nellesteyn weer burgemeester wordt. Godard Adriaan, en daarmee dus ook Margaretha, is wél voor de benoeming van Van Nellesteyn.

Verkiezingen in de 17e eeuw deden niet veel onder voor een hedendaagse verkiezingsstrijd…

Tegen de het silhouet van de stad Utrecht zien we vier mannen. De voorste twee dragen een toga met een rode kraag en daarom een soort keten. Op hun hoofd dragen ze baretten. Daarachter mannen in het bruin met zwarte hoeden, zij dragen hellebaarden. Tegen de muur rechts het wapen van Utrecht.
De burgemeesters van Utrecht met de stadsboden, Willem Cornelisz. van Swanenburgh,1658. Collectie Centraal Museum, Utrecht.

De Berg bij Rhenen, of de Greb

Nadat Margaretha nog een heel essay heeft geschreven over de burgemeestersverkiezingen, stapt ze over op een nieuw onderwerp: de berg bij Rhenen, oftewel de Grebbeberg. Utrecht heeft het voornemen om de Grebbeberg te ‘bekramen’. Dit houdt in dat de berg door rieten matten tegen de golfslag van het water beschermd zal worden.

Brieffragment over de Greb

hier koomende verstaen ick dat men te wttrecht van
sin is het bekramen11Bekramen: Het met strooien matten beschermen van bijvoorbeeld een dijk tegen golfslag van het water vanden berch bij rienen of de
greb int b publijck aen te besteede en dat de schout
van rhiene gesint is dat aen te neemen , nu verlanckt
mij te weeten wat de heer van dijckevelt dies aengaende
b op de uhEd schrijfvens heeft geantwoort, en of uhE
hier Eits verders in wilt gedaen hebbe , [ de schade die]

Vergezicht met in het midden een rivier waar in Staat Den Ryn. In de rivier varen bootjes, Rechts bos en zandgrond, helemaal rechts de stad Rhenen met de Rijnpoort. Aan de overkant van de rivier de kerk van het dorp Lienden. Boven de prent staat 'T Gesigt van de Betuwe
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden.Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.

Schade en schande

Dan is er ook nog klein nieuws. Het heeft flink gewaaid maar Godzijdank is er heel weinig schade. Aaltje van Bemmel uit Amerongen is overleden. Aaltje had hoge schulden. Secretaris Kemp en predikant Keppel kibbelen over een aanzienlijk geldbedrag dat de kerk van haar tegoed zou hebben.

Brieffragment over de dood van Aaltje van Bemmel
Brieffragment over borg van Van Velpe

[hier Eits verders in wilt gedaen hebbe,] de schade die
hier door de stercke wint is geschiet is heel weijnich de
heere sij gedanckt, die ons so genadelijcke heeft bewaert
de doot van Aeltge van bemel heb ick uhEd geschreefve
waerdoor groote desensie tuschen onse gesupstituweerde
seeckreetaris12Secretaris Kemp en de preedikant13Predikant Keppel is ontstaen, en dat over
de twee hondert gul die de kerck van haer heeft te pree
tendeere daer velpe borch voor staet die wel sufi
tant genoech voor die peninge is maer ock lange ge

tracht heeft van die borchtocht ontslage te sijn [en nu]

Avondmaalskan van tin. De onversierde buik van de kan gaat geleidelijk in de cilindrische hals over en wordt van deze gescheiden slechts door een ingegrifte lijn, evenals van de basis, welke als een cilindrische band om de bodem gegoten is. Om de bovenste rand een profiel dat naar boven breder uitloopt. Het flauw gewelfde deksel is voorzien van een duimstuk en wordt door middel van een tweekakig scharnier bevestigd aan het ongeveer rechthoekig gebogen handvat.
Avondmaalskan (hoort bij twee bekers), anoniem, ca. 1630. Collectie Rijksmuseum

Margaretha vindt het maar niets dat er zo gekrakeeld wordt. Komende zondag wordt het Heilig Avondmaal gevierd in de kerk, daar hoor je niet ruziemakend heen te gaan. En het gaat hier nog wel om de predikant en de schoolmeester!

Brieffragment over het avondmaal

[ontboode sijn waer niet wel gedaen,] men sal hier toe
koomende sondach het nachtmael14Heilig Avondmaal in de protestantse kerk dat maar een paar keer per jaar plaats vond wt deelle tis niet wel
dat men teegens die tijt so krackeelt15ruzie maakt insonderheijt voor
preedikant en schoolmeester dan sij sijn beijde vrij
wat kreegel16halsstarrig , en de schoolmeester meent hij nu heel den baes
is [ ick sal verneeme wat vande jongen van Aeltgen van]

Een prinsje voor Fritsje

Kleine Frits en zijn zusje Antje zijn bij oma Margaretha op bezoek. Fristje drinkt elke dag op opa’s gezondheid en hoopt dat opa hem een prinsje zal brengen. Vermoedelijk bedoelt hij een pop.

Afsluiting met naschrift

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en
dieners MTurnor

onse joncker van Ameronge
met sijn suster Antge sijn
weer hier bij mijn
sij preesenteere beijde
haeren kleijne ootmoedige dienst aen groote papa en frits drinckt alledaech grootpapaes
gesontheijt en hoopt grootpapa hem haest een prinsge sal
brenge

Een tekening van een elegant geklede vrouw aan een tafel, in haar rechterhand heeft ze een pop. Tegen de muur hangen ook een paar poppen.
Vrouw met een pop, Leonaert Bramer, 1606 – 1674. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Jaloezie
  • 2
    Diederik Borre van Amerongen
  • 3
    Murmeren: morren, mopperen
  • 4
    Johan van Nellesteyn
  • 5
    Everard Both van der Eem
  • 6
    Circumstantie: omstandigheid
  • 7
    Jacob van Dinter
  • 8
    Jacob van der Dussen
  • 9
    Johan van der Dussen, schout van Rhenen
  • 10
    Desisteren: afzien van
  • 11
    Bekramen: Het met strooien matten beschermen van bijvoorbeeld een dijk tegen golfslag van het water
  • 12
    Secretaris Kemp
  • 13
    Predikant Keppel
  • 14
    Heilig Avondmaal in de protestantse kerk dat maar een paar keer per jaar plaats vond
  • 15
    ruzie maakt
  • 16
    halsstarrig

De olifant in de kamer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 maart 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1673 Minden
Lees hier de originele brief

De brief die Godard Adriaan op 10 maart 1673 ontvangt is een lange brief. Maar Margaretha heeft ook veel te vertellen, ook al is er sinds haar vorige brief niet veel meer duidelijk geworden over Kasteel Amerongen. Het doet haar ‘vande gront mijns harte leet’ dat ze haar man, die in grote onzekerheid in het Duitse Minden verblijft, geen duidelijkheid kan verschaffen over zijn have en goed. Maar zodra ze nieuws heeft, begint ze van alles te regelen: typisch Margaretha.

Niks, noppes, nada

Niemand schrijft over de reusachtige olifant in de kamer: de vermoedelijke brand van het kasteel. Geen woord. Geen letter. Noch uit Utrecht, noch uit Amerongen. Margaretha wordt door eenieder volledig in het ongewisse gelaten.

Brieffragment niemand zegt iets

[kontiniweert] en nochtans schrijft mij noch van
wttrecht noch van Ameronge niemant Een woort
daer over ick mij niet genoech kan verwonderen
wat en aen wien ick schrijf krijch niet Een letter tot
Antwoort heb aende preedikant kepel1Dominee Bernhard Keppel aen weesel2Abraham van Wesel aende
seekreetaris3Secretaris Van den Doorslagh geschreefve en hoor van niemant Een woort

Van horen zeggen

Via via heeft Margaretha toch enige snippertjes informatie kunnen bemachtigen. In een brief uit Amsterdam leest ze dat Jan Evertsen, de zoon van Evert Jansen, die in Amerongen woont, heeft geschreven dat kasteel Amerongen volledig is afgebrand. Ook de voorburcht zou de Franse vernielzucht niet overleefd hebben. Enkele andere gebouwen, waaronder het huis van de hovenier en de woning van Teunis Huijbertse, konden gespaard worden. Nu móét Margaretha de onheilstijdingen wel geloven… De olifant in de kamer blijkt een olifant in een porseleinkast te zijn, en hij draagt een Frans uniform.

Brieffragment volledig afgebrand

onsen drost van kleef schrijft mij van Amsterdam
dat ijan Evertse de soon van Evert ijansen die tot Ameronge
int santvoort4Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel woont hem van daer
schrijft dat ons huijs te Ameronge met het voor
burch teenemael is afgebrant, dat sij het huijs
van joost van omeren den hoofeniers huijs teunis
huijbertsens huijs ent huijs van den drost ock wilde
aensteecke maer dat sij dat met twintich rijxsdal
hebbe afgekocht, sonder dat hij verdere pertikulierij
=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve en kan niet
segge hoe bedroeft ick ben , [de heer van ginckel sal]

Tekening van een olifant als een dikke man in (Frans) uniform. Hij heeft een krullenpruik op met een grote hoed. Hij draagt een jas met grote manchetten, die open hangt. Om zijn middel een riem met daaraan een zwaard. In zijn rechterhand houdt hij een speer.
Dierensatire, Egbert van Heemskerck (II), 1674 – 1744 (detail). Collectie Rijksmuseum

Typisch Margaretha

Maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet meteen ook van alles begint te regelen. Tuurlijk, ze is bedroeft, maar ze heeft inmiddels ook al weer contact opgenomen met de Prins van Oranje en ze is tevens bij griffier Hendrik Fagel en diens broer raadpensionaris Gaspar langs geweest. Hoewel ze het niet met zoveel woorden schrijft, is het evident dat het over de vergoeding voor het afgebrande huis in Amerongen gaat. Veel kan ze daar verder nog niet over schrijven, want ze moet eerst weten wat er precies vernietigd is. Hebben de plantages de Franse vernielzucht overleefd? Margaretha regelt ook maar meteen dat er een speciale bode richting Amerongen wordt gestuurd om inlichtingen te verzamelen. Was Godard Adriaan maar thuis… Helaas lijkt her erop dat dat die hoop inmiddels vervlogen is.

Brieffragment reactie van Willem III op de brand
Brieffragment overige informatie

[=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve] en kan niet
segge hoe bedroeft ick ben, de heer van ginckel sal
uhEd schrijfve het beleeft en siviel antwoort dat
sijn hoocheijt hem op dat subijeckt heeft belast aen mij
te segge, dan dit sijn maer tot noch toe maer woorde
wil hoope het Efeckt daer op sal volgen, ick ben
ock bij den heer griffier fagel geweest hebt hem ock

bekent gemaeckt die aengenoome heeft den heere rp
daer over te spreecke, verder kan ick hier niet in
doen voor dat ick al de pertikulaerijteijte weet, ock
hoet met de plantaesie staet ofse die ock hebbe
gehouwe, of onbeschadicht gelaeten , den Espresse
die de heer van ginckel naer Aernhem heeft ge
sonde heb ick gelast op Ameronge aen te gaen
en hem op alles te informeere , ick wenste wel
uhEd nu hier waert dan sien daer voor Eerst
geen hoop toe gelijck uhEd wt het schrijfve vande heer
van ginckel sal sien, [kost deselfve noch met den]

Tekening van een man met lang krullend haar. Hij heeft een befje om en een cape over zijn schouder. Hij buigt bescheiden. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en met zijn rechterhand overhandigt hij een brief. Voor hem staat een hondje (King Charles Spaniel?) blij te springen.
Bode brengt een brief, Jan van Somer, 1655 – 1700 (detail). Collectie Rijksmuseum

Bijzondere haat

Margaretha is nog net zo bezorgd of die Acte van garantie wel iets waard is als in september. Om haarzelf moed in te praten schrijft ze maar dat het huis wel in brand gestoken moet zijn vanwege een specifieke haat van de Fransen jegens Godard Adriaan. Bij niemand treden de Fransen immers zo rigoreus op? Van Johan van Reede van Renswoude hebben de Fransen bijvoorbeeld 2000 gulden geëist, maar hij heeft niet betaald. En er gebeurt niets…
Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken, de heer van Wulven, is voor 6000 gulden aangeslagen. Hij wordt er van verdacht zijn spullen ergens verborgen te houden of te hebben ingemetseld. Hij heeft zijn hele huis leeggehaald en heeft niet eens meer een bed om op te slapen! Tot overmaat van ramp schijnen de goederen in Zeeland ook geconfisqueerd te zijn. Achter de waterlinie geldt hij namelijk als verrader omdat hij in Utrecht blijft. Terwijl ze het zo opsomt realiseert ze zich dat hij er ook wel ellendig aan toe is. Gelukkig is er een klein lichtpuntje voor hem: het gaat met zijn vrouw iets beter…

Eerst brieffragment over de anderen die het minder zwaar (lijken) te hebben.
Tweede brieffragment over de anderen die het minder zwaar (lijken) te hebben.

[salt wel moete overlegge,] tis seecker dat sij dit
wt Een pertikulijere5Particuliere: bijzondere, specifieke haet die sij teegens uhE
ten opsichte van sijn komissie hebbe gedaen, want


niemant so rijgereus getrackteert wort den heere van
rhijnswou6Johan van Reede van Renswoude hebbense 2000 f geEijst de welcke hij niet
gegeefve heeft en niet weer om aengesproocke wort,
den heer van wulfve7Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken wort weer op nieu 6000 f
geEijst om dat hij Eenich van sijn Eijgen goet ver
burge of Eiwers8Iewers: ergens in gemetselt heeft, en hebbe
al sijn meubelen so deeger9Deger: geheel, volkomen wt sijn huijs gehaelt
dat hij niet een bedt om op te slaepen heeft ge=
houde, in seelant seijt den heer van oudijck10Willem Adriaan van Nassau Odijk datsij
ock al den heer van wulfvens goet hebbe gekonfis=
=keert so dat waer is, sijn sij wel te beklage en der
Elendich aen, ick ben bij de vrou van wulfve11Anna van Renesse van Moermont ge
weest sij was wat beeter[, uhEd briefve vande]

Geld

Margaretha probeert er alles aan te doen om te zorgen dat zij en haar man het geld krijgen waar ze recht op hebben. Ze belooft haar man dat ze naar Amsterdam zal afreizen zodra ze de ordinantie binnen heeft. In totaal heeft ze twee ordinanties, die bij elkaar opgeteld 12000 gulden waard zijn. Ze wil zo veel ontvangen als mogelijk is, want ‘hoe langer hoe erger men aen gelt sal raecken’.

Brieffragment over geld

[briefve,] ick sal met het gelt doen volgens uhEd
ordere, verwachte deese weeck noch Een ordinan
die inhande vande gekomiteerde raden is om de
kontree ordinansi op te maecke so haest ick die
heb sal daermeede naer Amsterdam gaen om te
sien of ick kost het gelt van beijde die ordienansi
het welcke ter som van 12000 f sal sijn saeme kan
krijgen, moet so veel ontfange alst mogelijck is
want hoe langer hoe erger men aen gelt sal
raecken[, de heer en vrou van ginckel bedancke]

Zuinig leven

Margaretha belooft dat ze zo zuinig mogelijk probeert te leven, maar ze verzoekt hem er wel rekening mee te houden dat haar huishouden momenteel uit 28 à 30 man bestaat en dat alles ongelooflijk duur is.

Brieffragment over zuinig leven

ick bidt weest verseeckert dat ick so seer op Alles menaesgeere12Menageren: sparen alst
Eenichsins moogelijck is, dan uhEd belieft te dencke dat hier Een
swaere huijshoudine is wij sijn meest 28 en 30 mense sterck en
alles is so wttermaete dier dat ongelooflijck is[, den heer van]

In een vertrek weegt een vrouw geld, terwijl haar man naast haar zit met een stokbeurs op schoot. Vanuit een venster slaat de Dood, met in de hand een zandloper, het tafereel gade.
Paar weegt geld, Frans van der Steen, naar David Teniers, 1643 – 1672> Collectie Rijksmuseum

PS: Je nieuwe rustwagen komt eraan!

Van de winter is Godard Adriaan zijn rustwagen kwijtgeraakt. Nu het bijna lente is, komt er dan eindelijk een nieuwe rustwagen. Griffier Hendrik Fagel zal het gaan regelen. Het duurde zo lang omdat degene die verantwoordlijk was voor de nieuwe rustwagen, Daniël van Hogendorp, zes weken afwezig is geweest.

Brieffragment over rustwagen

de tweede rustwage
seijt den griffier fagel te sulle
besorchge datse uhEd sal goetgedaen
worde, het is so lan in hande vande heere hoogendorp13Daniël van Hogendorp geweest
die wel sesweecke of langer apsent is geweest, dat oorsaeck
is het niet is afgedaen

  • 1
    Dominee Bernhard Keppel
  • 2
    Abraham van Wesel
  • 3
    Secretaris Van den Doorslagh
  • 4
    Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel
  • 5
    Particuliere: bijzondere, specifieke
  • 6
    Johan van Reede van Renswoude
  • 7
    Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken
  • 8
    Iewers: ergens
  • 9
    Deger: geheel, volkomen
  • 10
    Willem Adriaan van Nassau Odijk
  • 11
    Anna van Renesse van Moermont
  • 12
    Menageren: sparen
  • 13
    Daniël van Hogendorp

Slecht nieuws en slecht weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 januari 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 februari 1673 Soest
Lees hier de originele brief

Margaretha start haar brief met dat er weinig te schrijven valt – opmerkelijk, want deze brief telt toch zes kantjes. Willem III blijft twijfelen over de uitspraak over Pain et Vin. Er ligt een voorstel van de krijgsraad, maar Willem III doet niets. Zelfs de predikanten bemoeien zich ermee. Ondertussen klaagt het volk. Hoewel dat misschien te zacht is uitgedrukt. Ze voeren zulke taal dat men ervan schrikt het te horen!

De troepen moeten doorstoten

Van alle kanten in het land krijgt Margaretha weer dingen ter oren. In Rotterdam zegt men dat het absoluut niet goed gaat met de strijd, in Amsterdam is men ook zeer ontevreden. ‘De heer wil ons aen allekante bewaere’. Men verlangt zeer naar het nieuws dat de troepen eraan zullen komen, maar dat blijft uit. Dat Höxter (ten Oosten van Bielefeld en Paderborn) verovert is, is iets positiefs, maar sommigen zeggen dat dat alleen maar is gelukt omdat er net geld binnen was gekomen. Pas als er geld is, komt het leger in actie. Als het geld op is, wordt er weer niks gedaan. Wanneer de vijand voor de zomer niet uit Utrecht is, blijft er onzekerheid. Men zegt dat Lodewijk XIV zeer veel man aan het werven is en er dus sterk voor komt te staan. Hij zal met een aanzienlijk leger aankomen in het voorjaar.

Brieffragment Franse leger

[meeste garnesoen daer wt had getrocke,] men seijt
ock dat tureijne1Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne te weesel is en sijn volck daer
ontrent, so den vijant voor de soomer niet wt
wttrecht is sijn wij hier niet seecker dewijl men
seijt den koninck weer seer sterck werft en
met Een aensienlijck leeger teegent voor ijaer
af sal koome, [ick weet niet hoe ickt sl maecke]

Huren of niet huren?

Vervolgens twijfelt ze weer over wat ze met het huis in Amsterdam aan moet. Ze heeft het nog sowieso tot mei gehuurd, daarna wordt het verhuurd aan joden, schrijft ze. Moet ze nu alvast een ander huis gaan huren in de stad? Ze zal het nog eventjes aankijken de komende tijd, wie weet wat er nog gebeuren zal.

Gezicht op de Nieuwe Zijds Voorburgwal met de Oude Haarlemmersluis te Amsterdam. Links aan de gracht het huis Bartolotti, rechts een heiligenbeeld op de hoek boven het water. In het midden een ijzeren brug waarvan de pijlers zijn versierd met heraldische wapens met leeuwen. Op het water twee schuiten. Een van de schuiten ligt aangemeerd, twee mannen kijken naar de schuit in de sluis een derde geeft iets aan een vrouw op de weg. Een andere vrouw loopt via de loopplank met een volle emmer in haar hand naar de weg. Op de weg twee heren die elkaar ontmoeten, de lopende heeft een koffer in zijn hand. Links op de brug staan twee mannen te praten, rechts komt een man met een hondje aanlopen. Het is zonnig, het water is spiegelglad, aan de blauwe lucht een paar wattenwolken.
Amsterdams stadsgezicht met huizen aan de Herengracht en de oude Haarlemmersluis, Jan van der Heyden, ca. 1670. Collectie Rijksmuseum.

In de gracht gewaaid

Over de ordinantie voor 1000 gulden is er goed nieuws en slecht nieuws: het goede nieuws is dat hij er is, het slechte nieuws is dat raadspenionaris Fagel hem “verlegd” heeft. Hij is dus kwijt. Ze eindigt haar brief dat ze maar gelijk de volgende 6000 gulden gaat vragen, het duurt allemaal zo lang…

Maar ze blijkt nog niet uitgeschreven. In een p.s. noteert ze dat het haar zo bedroeft dat de post traag is, de laatste brief die ze van haar man ontvangen heeft is al weer van twee weken geleden. En wat ander nieuws: door de harde wind zijn er twee mensen (één in Amsterdam en de ander in Delft) in de grachten gewaaid en verdronken!

Afsluiting en naschrift

uhEd getrouwe
MTurnor


tis bedroeft
dat de briefve
so lange onderweege
sijn, uhEd laeste is
nu weer over de 14
dagen out

haer hoocheijt2Amalia van Solms blijft noch
al so leggeZe is nog steeds niet beter, den raetsheer kerckenraet
is te Amsterdam bij avont door de stercke
wint inde graft geweijt en verdroncke, den
heere golsteijns soon is te delft ock inde graft
verdroncken

Tekening van een straat. De mensen op straat lopen diep weggedoken in jassen sjaals rond, een jongetje rent. Bij een half open deur staat een man te kijken en een hond springt snel naar binnen. Je ziet het water in pijpenstelen naar beneden komen. Rechts onder een afdakje zitten een paar mensen, ook zij zitten weggedoken in hun jas.
Straatgezicht met zware wind en regen, Jan Luyken, 1698 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Wéér betalen

Ook hierna houdt het schrijven nog niet op. De post is die avond waarschijnlijk door het slechte weer nog niet geweest, dus een dag later, op 20 januari, kan ze nog wat neer krabbelen: van de secretaris heeft ze een brief ontvangen waarin wordt verteld dat de dorpelingen in Amerongen de Fransen wederom moeten betalen. Maar wie moet dat gaan betalen, eigenlijk? Er zijn zoveel sterfgevallen geweest in het dorp: de timmerman en de lakenkoper gestorven. En als de rest van de mensen in het dorp nog niet dood zijn, dan wel dodelijk ziek. Hoewel de predikant in Utrecht gelukkig aan de betere hand is. In Utrecht vragen de Fransen ook weer om belastingen. Ze willen de 200e penning, een vermogensbelasting, tien keer innen, bovenop het huisgeld. Er wordt per huis getaxeerd en geïnd tot in de Kreupelstraat3Nu de Keukenstraat, tussen het Servaasbolwerk en de Nieuwegracht.

Een tekening met links op de achtergrond de Dom die fier boven alles uit steekt, rechts een gebouw met twee daken dat je van de kopse kant ziet. In de voorkant van elke gevel zitten twee hele hoge, smalle boogvenster, midden daartussen aan de bovenkant in elke nog een groot roosvenster en daarboven twee kleine venstertjes. Aan de vier einden van de twee daken zitten schoorstenen. Op de voorgrond een straatje met kleine huisjes. Ze zijn een verdieping en een dak hoog. Ze zien er vervallen uit. Dat is de kreupelstraat/keukenstraat.
Gezicht vanaf de stadswal te Utrecht op het Leeuwenberggasthuis aan de Schalkwijksteeg met op de voorgrond de Keukenstraat en op de achtergrond de Domtoren, uit het zuidoosten. Anonieme tekening uit ca. 1770. Collectie Het Utrechts Archief.
Eerste deel toegevoegde brief

den 20 ijanw
vermidts de post die gewent is op
donderdach savonts af te rijde nu
Eerst deesen avont sal gaen, voechge
ick deese noch bij de neefens gaende,
om te segge dat ick heeden Een brief
vande seeckreetaris heb ontfange de
welcke schrijft dat ons dorp tot Een
kontrebuijsi voor betaeline van twee
maende is aengeschreefve te moete brenge
desom vande 420f hij is seer b .. komt
waer de gemeente4Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. dat haelle sal gulse
der weijnich luijden int dorp sijn her
neellis harmars onse timerman is te
wijck gestorfve ock de laeckenkooper da
=velaer de overijge mense legge meest al
dootlijcke kranck, onse preedikant5Bernardus Keppel leijt
noch te wttrecht sieck doch is aent beetere,
te wtterecht willense den twee honderste
penin tienmael teffens betaelt hebbe,
bovent huijsgelt se hebbe alle de huijse ge
taxseert tot inde kreupel straet in kluijs
de heere van wulfve6Hieronymus van Tuyll van Serooskerken moet voor beijde sijn

Tweede deel van de toegevoegde brief

huijse vier hondert gul ter maent den heer
van sandenburch7Diederik Borre van Amerongen 500 f geefve op peene8Op peene van: op straffe van
van de huijse te raeseer9Raseren: met de grond gelijk maken en totaliter af
te breecken, den heer vander A10Frederik van Renesse van Moermont mach niet
op sijn huijs terA gaen datse teenemael
wt geplondert en al sijn beeste genoome
hebbe gaen of moet voor ho duijsent
rijxsdaelders borch stelle, in soma
die provinsie sijnder seer qualijck aen
och Eens Een wtkomste sach de
hr almachtich wil ons alle helpen
ick had gehoop vandaech noch
briefve van uhEd te ontfange maer vernee
=me der geen, geloof de post doort quade
weer dat wij nu Eenige tijt herwaerts
hebbe gehadt en insonderheijt deese voorlee
dene nacht, niet voort en kan,

Nog meer schade aangericht door de Fransen

Nog meer leed wat de Fransen aanrichten: De heer van der Aa mag niet meer naar zijn huis terug gaan. Wat overigens ook niet eens meer zou kunnen, het huis is geplunderd en van zijn dieren is ook niks overgebleven.

Tot slot hoopte Margaretha deze dag toch nog een brief te mogen ontvangen van haar geliefde man, maar door het slechte weer is er geen post aangekomen.

Gravure in een passe-partout. Op de afbeelding staat een ruïne. Op de voorgrond een lang, smal gebouw met daarachter een afgebrokkelde brede toren. Links achter een gehalveerde smallere toren. Op de voorgrond zit een man met een papier in zijn hand. We zien hem op zijn rug, dus we zien niet wat hij doet (tekenen? lezen?) Naast hem staat een man die half gebukt mee kijkt op het papier. In het passe-partout staat: Het HUIS ter AA bij BREUKELEN siende naar de Vecht.
Huis ter Aa bij Breukelen, Jacobus Schijnvoet, 1711. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne
  • 2
    Amalia van Solms
  • 3
    Nu de Keukenstraat, tussen het Servaasbolwerk en de Nieuwegracht
  • 4
    Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt.
  • 5
    Bernardus Keppel
  • 6
    Hieronymus van Tuyll van Serooskerken
  • 7
    Diederik Borre van Amerongen
  • 8
    Op peene van: op straffe van
  • 9
    Raseren: met de grond gelijk maken
  • 10
    Frederik van Renesse van Moermont

Een belegering in de winter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 december 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 januari 1673
Lees hier de originele brief

In haar vorige brief had Margaretha een brief van Welland opgenomen. Welland had geschreven dat de Spanjaarden met Frankrijk gebroken hadden. Oftewel: de Spanjaarden zouden officieel partij hebben gekozen voor de Republiek en zelfs al een offensief en defensief verbond gesloten hebben. Goed nieuws! Of toch niet?

Het beleg van Charleroi

Helaas blijkt ook het nieuws over het verbond met Spanje te goed om waar te zijn. Maar het is ‘abuijs en so breet niet’, aldus Margaretha. Hoewel Spanje nog niet officieel met Frankrijk gebroken heeft, lijken de Spanjaarden wel op de hand van de Republiek te zijn. Margaretha weet te vertellen dat de Spanjaarden Charleroi berend hebben! De stad is in handen van de Fransen en wordt gebruikt als bevoorradingsplaats voor het Franse leger. Charleroi veroveren… Wat zou dat een mooie opsteker zijn voor de Republiek, zo aan het eind van het jaar! Prins Willem III heeft zich inmiddels met een deel van het Staatse leger bij de Spanjaarden gevoegd. Dat is goed nieuws! Of toch niet? Margaretha spreekt haar vrees uit. Ze gelooft dat ‘deese plaats seer veel volck sal koste’: de gouverneur van de vesting zal Charleroi tot de laatste man willen verdedigen…

Brieffragment over Charleroi

Mijn heer en lieste hartge
met mijne laeste heeft de heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha uhEd ge
=schreefve dat de spaense tegens vranckrijck gebroo
cke en met ons Een liege garantij offensijf en de=
fensijf soude gemaeckt hebbe2Een offensief en defensief verdrag het welcke hem wt
Maestricht geschreefve is, doch tis abuijs en so breet
niet, maer wort geseijt hetselfve op goede voet te
staen, dat de spaense scharleroij berent hebbe en
sijn hoocheijt voort met sijn leeger daer bij is gekoome
is waer, en dat hij voorleede sondach Een kontersch
=erp3Conterscherp/Contrescarp: een talud aan de buitenzijde van een (vestinggracht) in had hout men ock seecker, en dat de gouver=
=neur van scherleroij die bine tongere was met 60
man door Eene senisterheijt4Van sinister/sinisterlijk: op slinkse wijze is inde stat gekoome
staet mij niet aen, hij is so geseijt wort Een vande
braefste5Dapperste/moedigste offisiers die int fransen dienst is
ick en veel wijse liede vreese deese plaets seer
veel volck sal koste om dat dien gouverneur het
tot de wtterste toe sal wille deffendeere [, al mijn]

Gezicht op de vesting te Charleroi. Op de voorgrond enige militairen. Deze prent maakt deel uit van een groep van twaalf prenten, merendeels geëetst en uitgegeven door Gaspar Bouttats, met gezichten op vestingen en steden veroverd door de Fransen en de bisschop van Munster in 1672.
De vesting te Charleroi, veroverd door de Fransen of Munstersen, Gaspar Bouttats, 1672. Collectie Rijksmuseum.

Kou

Is het wel een goed idee om nu aan een beleg te beginnen? Het is ontzettend koud: ‘Mensen moete van koude vergaen en doot vriesen’, uit Margaretha haar zorgen. Zo koud is het in jaren niet geweest de wateren zijn reeds bevroren. Wat zal er gebeuren als het Franse leger de weersomstandigheden ten volle benut? In Utrecht verwacht men dat de Fransen nog dit jaar van plan zijn om Holland binnen te vallen. Margaretha hoopt dat de Heer almachtig het kwade voornemen van de vijand wil beletten en de inwoners van Holland voor een overval wil bewaren. Toch bereiden de Hollanders zich voor op het ergste: met degens, roers (vuurwapens) en bijlen. Maar in hoeverre zal dit helpen wanneer God verhoedde de Fransen aanvallen? Margaretha is niet erg hoopvol: iedereen zal alleen zijn eigen huis beschermen, en de rest aan de vijand overgegeven.

Brieffragment over het weer en de belegering
Brieffragment mogelijke aanvallen

harde en felle weer, och ist nu tijt om beleegerin
te doen de mense moete van koude vergaen en doot
vriesen ock ist onmoogelijck datse met Een schop of spae
inde aerde konne, tis hier so fel en scherp kout als ick
in Eenige ijaere beleeft heb al de watere legge toe
men schrijft wt wttrecht datse daer noch starck
voor hebbe dit saijsoen te wille waerneeme en in hollant
te wille koome, de heer almachtich wil haer quaet
voorneeme belette en ons voor Een overval be=
waere men sit hier in groote vrees, alde burge
=rij en de sepooste is aengeseijt haer met Een deege
Een roer en Een bijl gereet te houde maer als
der op aen sou koome dat godt verhoede wil
wat sout helpe Elck sou naer sijn Eijgen huijs
loope en de rest ten beste geefve[, de griffier fagel]

Een soldaat, ten voeten uit, naar rechts, met een roer (een bepaald type vuurwapen) steunend op zijn linkerschouder. In zijn linkerhand behalve de kolf van het roer ook een brandende lont.
Soldaat die zijn roer op zijn schouder draagt, Jacob de Gheyn (II) (atelier van), naar Jacob de Gheyn (II), ca. 1597 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

Geld

Gelukkig valt er ook nog iets positiefs te melden: griffier Hendrik Fagel de broer van raadpensionaris Gaspar Fagel heeft aangegeven bezig te zijn een nieuwe rustwagen voor Godard Adriaan te regelen. Hendrik heeft tevens, op verzoek van Margaretha, zijn broer gesproken over de betaling van de ordinantie. Maar de kasteelvrouwe verwacht niet dat de raadpensionaris zich aan zijn woord zal houden. Vervolgens begint Margaretha over de Staten van Holland. Er sijpelt sarcasme door in haar woorden: de Staten van Holland hebben eindelijk door dat de militie in dit weer niet zonder geld kan. Er zijn verbeteringen doorgevoerd waardoor de soldij voortaan op tijd betaald wordt.

Eerste brieffragment uitbetaling soldij
Tweede brieffragment over uitbetalen soldij

[loope en de rest ten beste geefve,] de griffier fagel
heeft mij doen segge beesich te sijn met het
versoeck tot Een rustwage voor uhEd geloof hij
daer toe al konsent heeft bekoome, o ock dat hij
den heer r p fagel op mijn versoeck heeft ge
sproocke weegens de betaeline van beijde uhE
ordinansie die hem belooft heeft mij deese
weeck kontentement te doen hebbe so hij woort
hout salt heel goet sijn maer hij heeft het so dick
mael en so lan belooft dat icker geen staet op

kan maecke, men heere de state van hollant beginne
nu te dencke dat haer meliesi in dit weer niet
sonder gelt konne sijn, hebbe die voorsienine ge
daen dat al haer meliesie betaelt wort
tot dees loopende maent en de ordinansie die
in dees maent vervalle sijn sullense laete
loope sonder op te maecke deese maent wt en die
tot den leste deesem in kluijs op maecke en betaelle
en dan voortaen alle maent voort pront betael
dat wel Een goede saeck sal sijn[, maer de track]

Ziekte en beterschap

Godard Adriaan moet ongerust zijn geweest toen hij de woorden van Margaretha las. In haar brief van 22 december schrijft ze dat ze een aantal dagen last heeft gehad van ‘een seer swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn aensicht en tande’. Ook had ze ontzettende hoofdpijn, vond ze zichzelf niet om aan te zien, was haar oog gezwollen en had ze rode plekken rond haar mond. Waarschijnlijk had ze last van een huidinfectie door stafylococcen (mogelijk streptokokken). Een combinatie met gordelroos (vaak getriggerd door een andere aandoening of verminderde weerstand) is ook mogelijk. Gelukkig is Margaretha ten tijde van het schrijven van de huidige brief weer aan de beterende hand. Met Reiniera gaat het ook stukken beter, maar nu begint Antge weer uitslag te krijgen. Gelukkig is het kindje er (nog) niet ziek van. Margaretha zou niet weten wat ze moet doen als ze zou moeten vluchten. In de kou, met de zieke kinderen…

Tweede brieffragment over de zieken

[te bedancke,] ick heb Ettelijcke dage Een seer
swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn
aensicht en tande met Exstreeme pijn int
hooft gehadt ijae so dat ick niet toonbaer ben
mijn Een ooch is bij naest toe sien maer met

het Een ooch so is die sij geswolle en rontom mijn
mont met viericheijt wt geslage, met de roos aent
geswolle ooch, dant hart is de heer sij gedanckt
gesont nu de pijn over is weet ick niet waer ick
ben , het kint raniertge is haest weer wel maer
nu begint Antge weer wt te slaen doch isser
sonder lin niet sieck van hoop het maer wint
of steenpockges sulle sijn, gist dat wij Eens
met dit harde weer moste vluchte sou niet weete
hoe ickt met de siecke kinderen sou maecke, de
heer hoope ick salter niet toe laete koome[, gistere]

Het laatste nieuws

Margaretha sluit haar brief af met slecht nieuws uit Amerongen. Uit een brief van de secretaris heeft ze vernomen dat er vorige week vier doden zijn gevallen. Tot overmaat van ramp is de predikant, Keppel, ook nog eens ziek…

In een Post Scriptum voegt Margaretha nog toe dat ze hoopt snel iets van Van Ginkel te horen. Ook is ze benieuwd naar het verloop van het Beleg van Charleroi en wil ze graag weten waar Godard Adriaan van de winter zal verblijven. Daarna volgt het allerlaatste nieuws over het Beleg van Charleroi, afkomstig uit de brieven uit Maastricht. Maar men weet niet meer wat waar is. Er wordt zo veel gelogen, het is een schande…

Postscriptum

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor
de vrou van ginckel
met haer liefve
kindere preesenteere
haere dienst aen uhEd
ons verlanckt seer hoet met de heer van ginckel
is en hoet met scharleroij staet, ock waer uhE
noch sijn winter quartier sal hebbe dat nu
wel tijt wort[, men is hier noch blijde dat de gou
=verneur van scharleroij doort quartier vande
spaense en niet door ons volck is gebroocke en inde
stat gekoome hij had 80 man bij hem doch maar 40
a 50 inde stat gebrocht

  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
  • 2
    Een offensief en defensief verdrag
  • 3
    Conterscherp/Contrescarp: een talud aan de buitenzijde van een (vestinggracht)
  • 4
    Van sinister/sinisterlijk: op slinkse
  • 5
    Dapperste/moedigste

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén