Margaretha Turnor

Mijn heer en lieste hartge

Gat

Het is een beetje stil hier. Het is niet zo dat wij (de schrijvers van het blog) het bijltje erbij neer gegooid hebben, maar er zijn gewoon even geen brieven. De laatste brief die we hebben is van 23 december 1676. De volgende is pas weer van 23 februari 1677. Waarom weten we eigenlijk niet.

Tekening van een man in een rood hemd met een groene broek die een bijl boven zijn hoofd houdt. Voor hem zit een wildzwijn op zijn kont met zijn voor poten voor zich uit.
Man die een wildzwijn slaat met een bijl, onbekende boekschilder, ca. 1230. Collectie: Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett. Foto: Jörg P. Anders.

Wat is er gebeurd?

We hebben nog gecheckt of Godard Adriaan misschien rond de jaarwisseling in de Republiek geweest is, maar nee, hij bleef op zijn post. Er zijn in de laatste dagen van 1676 en in de eerste maanden van 1677 ook geen dingen gebeurd die zo controversieel zijn dat er niet geschreven werd of dat Godard Adriaan haar brieven heeft vernietigd. Ook in de brieven is er geen aanknopingspunt, er wordt niet geschreven over slecht lopende post of missende brieven.

Zijn er verder wel brieven?

Van Ginkel schreef zijn vader een stuk minder regelmatig dan zijn moeder, maar ook voor hem geldt hetzelfde gat. Zijn laatste brief is van 19 december 1676 en de volgende is van 26 februari 1677. Ook van secretaris Godard van den Doorslagh zijn in deze periode geen brieven bewaard gebleven. Zijn laatste brief is van 16/6 december 1676. Bij hem duurt het alleen tot begin april voor we weer een volgende brief hebben.

Speculaties

We kunnen natuurlijk speculeren. Het was winter, misschien bevroor de inkt in hun pennen. Maar dan lopen we eigenlijk op de zaken vooruit. We kunnen de oorzaak ook bij de ontvanger zoeken. Ik ben zelf bijvoorbeeld iemand die best nog wel eens een kop koffie omstoot over belangrijke papieren, die toevallig op tafel liggen. Daar heb ik ook echt alle begrip voor. Ik heb ook ooit een kat gehad die op blauwe enveloppen plaste. Kon niemand wat aan doen. Maar het is eigenlijk ook helemaal niet erg om dingen niet te weten. We gunnen Godard Adriaan en Margaretha ook gewoon wat privacy. Bovendien zijn wij allemaal best druk met werk(-zaamheden).

Tips!

Aangezien er in die twee maanden verder ook weinig gebeurde wat opzienbarend was, kan het maar zo zijn dat we stil zijn tot 23 februari. Als één van onze lezers een idee heeft voor een onderwerp, laat het vooral weten! Beloven kunnen we niets, maar niet geschoten is altijd mis!

Stevige vrouw met grote jurk zit op een stoel aan een tafeltje. In haar linker hand heeft ze een schoteltje met daarop een kopje. In haar rechter hand een lepetltje. Op de tafel staat een koffiekan met een kraantje en een potje. Een kat geeft een kopje aan haar rok. Boven de prent staat: Trijn Altijddorst. Geb: Koffijlief. Hoofdvrouw van het Koffijzusters gezelschap.
Fragment uit Trijn Antijddorst, Geb: Koffijlief. / Hoofdvrouw van het koffijzusters gezelschap. / Hans Altyddorst. / Hoofdman van het bierdrinkers gezelschap
Monogrammist B (prentmaker), 1836 – 1849. Collectie Rijksmuseum.

Financiële rompslomp en zorgen om neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 23 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 december 1676
Lees hier de originele brief

Op 22 december 1676 heeft Margaretha een brief ontvangen die Godard Adriaan heeft geschreven op de zestiende van deze maand. Op 23 december 1676 heeft ze een brief ontvangen die op 13 december is opgesteld door Godard Adriaan. Veel om op te antwoorden en om te vertellen!

Het doet Margaretha veel plezier dat haar Godard Adriaan zich goed voelt, ondanks de felle kou in Bremen. Margaretha vindt het fijn dat Godard Adriaans ontvangst van de Keizerse Ambassadeurs zo goed gegaan is en hoopt dat de zaken daardoor verder voorspoedig lopen. Dat zou voor alle partijen bevredigend zijn, schrijft Margaretha, hoewel ze vreest dat het geen eenvoudige zaak zal zijn.

Aanhef en ontvangst Keizerlijke ambassadeurs

Ameronge den 23
deesem 1676
[rec. den 30. dito]

Mijn heer en lieste hartge

uhEd mesiefve vande 16 deeser heb ick gisteren ontfange en heeden die vande
13 deese, het is mij seer lief daer wt te sien dat uhEd in deese felle koude sich
noch so wel bevint, en dat het tracktement vande keijserse Ambasadeus
so wel is vergaen, en voor al dat de heere afgesante aldaer haer over

In Amerongen

In Amerongen vriest het nog steeds en er valt dagelijks veel sneeuw. De kinderen zijn grote papa dankbaar voor de goede zorgen die hij voor hen doet. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan binnenkort wel thuis zal zijn. Tijdens het realiseren van de kelders onder de voorburcht zou het namelijk wel handig zijn dat hij ter plekke is om keuzes te maken.

De molen

Een dag eerder zijn de molenaar en zijn vrouw bij Margaretha langs geweest om de koop van de molen te bespreken. Margaretha heeft hen 3000 gulden geboden. Het molenaarsechtpaar wil er liever 3500 gulden voor krijgen. De molenaars zitten verlegen om gelde en hebben alles wat zij bezitten al in de ‘lombert verset’. Ze hebben al hun bezittingen dus verpand. De molenaars vrezen dat hun bezittingen binnen twee weken echter wel verkocht zullen worden.

Brieffragment over de molenaar en zijn vrouw

[op de reevier doch slaplijck ,] de moolenaer is met sijn vrou
gisteren bij mij geweest en vande koop vande moolen gesproocke, ick
heb haer 3000f gebooden sij laetense mij voor 3500f, sij sijn
seer verleegen om gelt hebben alles wat sij hebbe tot wijck
inde lombert verset dat sij vreese inde toekoomen weeck of
de weeck daer aen verkocht sal worden, [sodat en kor=]

Margaretha vindt dat ze de molen niet moeten laten ontgaan. Ze realiseert zich dat het een grote aankoop is. Bovendien verwacht Margaretha ook nog wel kosten om de molen op te knappen. Zonder reparaties zullen ze geen winst maken als ze de molen zouden kopen.

Op de voorgrond zit een man op een volle, dicht gebonden zak. Hij kijkt toe hoe een andere man een grote volle zak op zijn nek draagt naar een bootje dat beladen wordt met de volle zakken. Het bootje ligt langs een sloot en aan die sloot staan tot aan de horizon verschillende molens. Bij een volgende molen liggen wat boomstammen in het water.
Molenaar, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Inkomsten

Margaretha heeft Schut, Rietveld en de metselaar Jan Jansen al hun rekeningen betaald voordat zij vertrokken. Daardoor zit Margaretha nu volledig zonder geld. Ze heeft alleen de gebruikelijke toelage ontvangen van Godard Adriaan. Ze had gehoopt een deel te krijgen van Godard Adriaans’  traktement als superintendent van de ridderschap. Helaas heeft ze niks anders ontvangen dan de belofte dat tegen kerst betaald wordt.

Brieffragment over het geld van de ridderschap

[konne trecken, sulle haellen,] ick heb schut en rietvelt en
ijan ijanse metselaer alhier haer reeckenine ten volle voor
haer vertreck af betaelt waerdoor mij van gelt teenemal
ont bloot heb en alles op onfange wat ick krijge kost, had
gehoopt van uhEd tracktement als supreetendent vande
ridderschap wat te ontfange maer heb niet konne
krijge dan de reuver heeft mij belooft teegens korsmis
te betaelle waer op Monseu beusekom mij 700f heeft
verstreckt [die hij vant Eerste gelt dat ons vande reuver]

Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem Margaretha 700 gulden gegeven, die hij zal aftrekken van bedrag van de Ridderschap, als hij dat binnen krijgt. Daarnaast moet steenhandelaar Ot Barendsen nog betaald worden, daar staat nog een rekening open van 1400 gulden. Barendsen wacht al meer dan twee maanden op zijn geld, in de brief van 18 oktober 1676 schrijft Margaretha al dat Barendsen maar even moet wachten.

Overzicht

Margaretha heeft in Amsterdam 2000 gulden met rente geleend. Ze gaat er nu eens goed voor zitten om een financieel overzicht te maken. Zo hoopt ze inzichtelijk te krijgen wat ze nou daadwerkelijk heeft ontvangen en uitgegeven aan de timmerage, de bouw van het huis. Het zal wel behoorlijk hoog oplopen, het is het zwaarste financiële jaar tot nu toe voor de Van Reede’s. Als het dak en de vloer nou eens dicht waren, en ook de ramen in het huis zouden zitten, dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden. Dan zouden de kosten beter gespreid kunnen spreiden terwijl ze het huis verder af maken. Er is nog geen haast bij is, maar binnenkort zal Schut of iemand anders hout voor de deuren moeten kopen. Zodat alles in het huis goed droog kan worden en blijven.

Verder zijn er nog wat schulden en zijn er een paar rekeningen waarvan Margaretha weet niet of ze al betaald zijn. Al met al een flinke boekhouding die Margaretha moet uitzoeken.

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Een fortuinlijk huwelijk?

Na de financiële passage in de brief verandert de toon van Margaretha dramatisch: ‘Verder, mijn liefste hart, moet ik met verdriet zeggen dat ik na de laatste brief die ik u schreef, deze week weer een brief van neef Welland heb ontvangen’.

Het zit Margaretha duidelijk niet lekker wat neef Welland van plan is. Margaretha is teleurgesteld in hem omdat hij niet persoonlijk bij haar is langsgekomen om het voorgenomen huwelijk met Eleonora Constantia van der Meijden met haar te bespreken. In plaats daarvan heeft hij per brief aan Margaretha verzocht om de kwestie aan Godard Adriaan per brief duidelijk te maken. Neef Welland verzekert zijn oom en tante dat de financiële middelen van Eleonora genoeg zijn om bij die van hemzelf te voegen. Welland heeft Margaretha niet verteld of het huwelijk daadwerkelijk door zal gaan.

Brieffragment voor het liefst hartge met leedwezen
Brieffragment over de smeekbede van Welland

voort mijn lieste hartge moet ick met leet weese segge
naer dat ick uhEd laest geschreefve heb, deese weeck

weer Een brief vande heer van wellant ontfange te hebbe, in
plaetse van dat hij selfver volgens mijn versoeck eens sou
de overgekoome hebbe, waer in hij persijsteert in sijn in
=tensie en versoeckt noch dat ick sijn inklenaesie bij uhEd
toch smaecklijck wilde maecke, dat hij verseeckert is dat
haer middelen suffisant sijn om de sijne te ackomodeeren

Een jonge man probeert een jonge vrouw weg te houden van een oude vrouw met een geldkist, die munten op tafel legt. De jonge vrouw draagt een boogmutsje op haar hoofd, een brede geplooide kraag en een overkleed met schouderwielen.
Jong paar en een oude vrouw met geldkist (Ongelijke liefde), anoniem, 1589 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

Verloving

Van Beusichem heeft geschreven dat Welland afgelopen zondag in Utrecht in de kerk aan ieder die daar aanwezig was, zijn verloving met Eleonora bekend heeft gemaakt! De verbazing was groot bij de aanwezigen. En ook bij Margaretha, zij vindt het vooral vreemd hoe neef Welland dit allemaal aanpakt. Hij is oud genoeg om zelf beslissingen te nemen. Margaretha weet niet of er huwelijkse voorwaarden worden opgesteld en ze vreest dat Welland meer schulden heeft dan hij wil toegeven. Margaretha lijkt te impliceren dat het huwelijk vooral een financiële overweging zal zijn voor Welland. Het lesje moraal waarin Eleonora een aantal jaar geleden de hoofdrol speelde zal waarschijnlijk weinig indruk hebben gemaakt op de toen zestienjarige Welland.

Brieffragment huwelijkse voorwaarden van Welland, afsluiting en eerste psjes

[=gen sal,] ick hoor van geen houwelijckse voorwaerde of hij
wel sonder die sou trouwe, ick vrees hij vrij meer schulde
heeft als hij heeft wille weete, wij sulle ock Eens omt ons
dienen te dencken, ick beken tis bedroeft dan wat kone
wij doen alst weesen moet ist noch beeter van susters kin
deren als van Eijgen, de heer almachtich wil al de onse
voor sulcke laesge gedachte behoede, en uhEd in sijn heijli
=ge bescherminge neemen, verseeckert sijnde dat ick ben

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de luijtenants vrou
juffrou anna kroot
is inde kraem sijnde Een
halfven dach verlost
gestorfven,
de jonge lapoote die met
de dochter van spronse
getrout was, is sijn vrou
quijt en weer weedunaer

Margaretha schrijft dat dit soort fratsen maar beter door de kinderen van je zus kunnen worden uitgehaald, dan dat je eigen kind je met zulke kopzorgen opzadelt. Ze vindt het bedroevend om over de hele situatie na te denken. Gelukkig wil de almachtige Heer hen behoeden voor zulke nare gedachtes. Daarna sluit Margaretha zoals altijd vol liefde haar brief af die vervolgd worden door zeer uiteenlopende p.s.-jes.

Uiteenlopende P.S.-jes

De eerste p.s. is geen vrolijke laatste noot. De vrouw van de luitenant, Anna Kroot, is helaas gestorven. Een halve dag nadat zij is bevallen, is zij helaas overleden. Ook de jonge Laporte is helaas voor de twee keer weduwnaar geworden.

Back to business. Margaretha stuurt op het einde van haar brief aan om de molen te kopen. Ze doet daarbij ook gelijk een voorstel hoe ze dat het beste kunnen doen. Als zij de molen kopen en de verkoopt bij decreet, dus in bevel van de overheid, laten regelen. Dan kan hetzelfde decreet gebruikt worden om de transactie te doen. Dan is het goed geregeld en altijd voor iedereen rechtsgeldig.

De vissen in de gracht houden zich gelukkig in het diepe gedeelte, waardoor de kans op overleven groter is.

Hoewel de mening van Godard Adriaan over de voorburcht duidelijk is, zou het toch makkelijk zijn als hij het even formeel goedkeurt.

Op een los papiertje dat bij de brief is gevoegd zijn de afmetingen van de Grote Zaal van Kasteel Middachten geschreven. Deze is 42 voet lang en 24 voet breed.

Briefje grote zaal Middachten

Bittere kou, bittere armoede en de foute vrouw

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 december 1676
Lees hier de originele brief

Het is koud op Amerongen, bitter koud. Het is in jaren niet zo koud geweest. Nou ja, als Godard Adriaan het zegt, misschien is het in Bremen nog wel kouder, vooruit dan maar. Maar het heeft de afgelopen nacht op Amerongen zo hard gevroren dat het ijs meer dan een halve voet dikker is geworden. Meer dan 15 centimeter erbij dus. Ideale schaatsomstandigheden, maar daar staat Margaretha’s hoofd niet naar. De vissen in de gracht, dat is haar grote zorg! Ze heeft twee man aan het werk gezet om de bijten in de gracht open te houden zodat de vissen het overleven. Als die aan het ene eind klaar zijn met hakken, is het andere eind al weer dichtgevroren en kunnen ze opnieuw beginnen.

Aanhef brief en vorst

[rec. 27. Dito]
Ameronge den
16 deesem 1676

Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 9 deeser is mij behandicht,
en beklaechge deselfve in deese felle koude, geloof
het daer vrij felder is als hier, hoewel de vorst
ons so hart aen stast alse in Eenige ijaeren her=
waert heeft gedaen, t heeft hier deese nacht
meer als Een halfve voet dickte gevroore ent
water kontiniweert noch te valle, so dat ick
voor onse vis inde grafte vrees, twee mense hebbe
gestadich en heelen dach werck te bijten als
sijt opt, Een ent open hebbe leijt het opt ander
weer toe, veel kleijne vis stef sterfter die int
bijten aent ijs blijft hange, maer als noch weijnich
groote, [ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder]

Op het ijs staan een deftig geklede dame en heer op te schaats te kijken naar een man met een bijl in zijn hand. Voor hem een mooi rond wak in het ijs. Naast hem staat een jongen met een visnet.
Een man bijt een wak om vissen te vangen, Fragment uit: IJsvermaak bij een stad, Hendrik Avercamp, ca 1620. Collectie Rijksmuseum.

De winter van ‘76

Buisman citeert deze brief van Margaretha in ‘Duizend jaar weer, wind en water’ als bron voor de koudegolf van december 1676. Twee weken lang houdt deze strenge vorst aan. En niet alleen in Amerongen: zo is de trekvaart van Haarlem naar Leiden dichtgevroren.

Margaretha doet haar uiterste best om de vis te laten overleven. Ze wil een baggeraar uit een veengebied laten komen om kuilen in de gracht uit te baggeren. De vissen hebben in de diepte meer overlevingskans. Ze doet alles wat ze kan, maar er zijn grenzen en bovendien ‘heb ock wercks genoech de kindere warm te houde’. 

Brieffragment modderman en kinderen

[groote,] ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder
man wt t veen koomen om te sien of hij geen
wije kuijlle sou konne wt haelle om de diepte
te hebbe daer de vis haer in kost berge, in soma
ick doe al wat ick kan, moet het voort op geefve
heb ock wercks genoech de kinderen warm te houde

Heel erg vol gekriebelde ets met een hoge ruimte waar van alles staat (wieg, bezem) en hangt (Hammen). Voor het vuur waarin een ketel hangt zitten twee vrouwen met kinderen.
Interieur met kinderen en vrouwen voor de haard
toegeschreven aan Eugène François de Block, 1840 – 1842. Collectie Rijksmuseum.

Het dak

Ondertussen wordt er nog steeds gewerkt aan het huis. De leidekkers zijn bezig met het solderen van de loden goten rond het huis, dat hebben ze vandaag af. Dan moeten ze verder met het dichten van de openingen tussen de verschillende daken op het huis maar dat is ook maar werk voor een dag of twee. Verder is er voor de rest van het jaar weinig te doen. Schut en Rietvelt zijn naar Amsterdam.

Eerste brieffragment dak
Tweede brieffragment dak

gu de leijdeckers sijn noch beesich int soudeere vande
loode goote die buijten omt huijs legge krijgense
vandaech gedaen, dan moetense de kille voort

dicht maecken dat ock in Een dach al twee sal gedaen
sijn, aende rest is niet geleege, dat kan sose segge geen
schade doen, salder dan laete wt scheijde tot het
voor ijaer want tis schande so weijnich alse doen
gisteren is schut en riet velt vertrocke en naer
Amsterdam gegaen, [de teijckenin die hier neffens]

Weer tekeningen

Schut heeft voor zijn vertrek nog een tekening van de voorburcht gemaakt die Margaretha met haar brief meestuurt. Van Ginkel is van mening dat de voorburcht vierkant moet worden en heeft de tekening al bekeken. Schut was het daarmee eens en nu moet Godard Adriaan er maar eens naar kijken. Eigenlijk moet hij het ook zelf ter plaatse komen bekijken voordat er iets gedaan kan worden. Alles is nu opgeruimd en het is indrukwekkend. Van Ginkel is enthousiast, hij vindt het ‘seer manifijck en fraeij’.

Brieffragment weer tekeningen

[Amsterdam gegaen,] de teijckenin die hier neffens
gaet heeft schut voor sijn vertreck gemaeckt daer
de seekretaris uhEd hier nefens bericht van doet ,
de heer van ginckel die gistere weer naer Middach
is gegaen deese teijckenin gesien hebbende vintse wel
goet maer oordeelt dat het voorburch behoorde vier
kant inde haeck te koome, het welcke schut hetselfe
aengeweese sijnde heel goet keurde, uhEd belieft
sijn speekulasie daer op te neemen, daer is tijt ge
noech toe want daer kan mijns oordeels al heel
niet in gedaen worde voor uhEd het selfs op de
plaetse siet, nu het nieu geboude huijs opgeruijmt is
geeft het Een groote ruijmte en vindt den heer van
ginckel het seer manifijck en fraeij, [met de meule]

Een vogelvluchtperspectief van het kasteel en de tuin, waarbij duidelijk te zien is hoe de waterpartijen de tuin onderverdelen en hoe het kasteel in de gracht en ten opzichte van de voorburcht ligt. Bovenaan de afbeelding, in de landerijen, het wapen van Bentinck.
Het algehele plan van het huijs te Amerongen met zijn tuinen en plantages, Anco Wigboldus, 1941. Collectie Kasteel Amerongen. Op deze afbeelding is de vierkante, maar scheef ten opzichte van het huis liggende voorburcht goed te zien.

De molen

Margaretha heeft nog weinig tijd gehad voor de molen, maar ze gaat er achteraan. Ze zal informeren of ze de betaling in termijnen mag doen en dan beginnen met duizend gulden. Minder kan niet, want ‘die mense sijn so arm als Jop en worde van haer schuldenaers van alle kante overvalle’. Die duizend gulden zullen dus direct naar de schuldeisers gaan en mogelijk eindigt de molenaar en zijn gezin dan alsnog, zoals de Bijbelse Job1Job 2, op de mesthoop. Want Margaretha gaat op zoek naar een andere molenaar. Schut en Rietvelt hebben de molen, de rosmolen en het huis al geïnspecteerd en naar hun oordeel gaan de reparaties zo’n 400 ducatons kosten.

Eerste brieffragment molen
Tweede brieffragment molen

[ginckel het seer manifijck en fraeij,] met de meule
naer heb ick noch geen tijt gehadt sint het ontfang
van uhEd brief te spreecke sal sien hoe ickt daer
meede maecke en oft op termijne sal konne ver=
=kocht worde, altijt geloof datter Een duijsentgul
tot betaeline vande Eerste paeij sal moeten sijn
want die mense sijn so arm als Jop2Job 1:21 en worde van
haer schuldenaers van alle kante overvalle, ick heb
de wint en rosmoolle van schut en rietvelt laete besien

daermen om de wint en rosmoolle met het huijs
in gebruijcklijcke reeperaesie te brenge noch wel
bijde vier hondert duijcketons aen te koste sal
moeten hangen, dat is over de 1200f, Een goede
moolenaer geloofve wij wel krijge sulle alstmaer
so verde is, [den heer van wellant heeft aen mij ge=]

Een oude, naakte man met een grijze baard zit op een mestvaalt, zijn hoofd in zijn linkerhand die op zijn knie leunt. Een vrouw gooit een emmer water over hem heen, op de achtergrond woedt brand.
Job op de mestvaalt, Albrecht Dürer, 1505. Collectie Städel Museum, Frankfurt am Main.

Foute vrouw

Margaretha heeft een brief gehad van neef Welland met het verzoek om een goedkeuring van pater familias Godard Adriaan voor zijn huwelijk. Zijn toekomstige vrouw is immers intelligent en niet onbemiddeld. De dame in kwestie is Eleonora Constantia van der Meijden. Ze is niet van adel en ze is weduwe, maar dat zijn geen zwaarwegende bezwaren tegen het huwelijk. Wat dan wel? Eleonora heeft zich door haar eerste echtgenoot laten schaken. Ze is dus zonder goedkeuring van haar ouders getrouwd en dat schandaal is algemeen bekend. ‘Ick heb hem geantwoort niet te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie heeft als so een vrou [….] te neemen die onder sijn kondijsij is, daer hem Godt met so veel aensienlijcke middelen heeft geseegent’. Kortom, Welland, kun je nu echt niets beters krijgen? Maar Margaretha vreest dat ‘het al te verde gekoomen is’.

Brieffragment Welland en zijn lief

[so verde is,] den heer van wellant heeft aen mij ge=
schreefve versoeckt ick bij uhEd soude intersideere
dat sijn geinklineerde houlijck beliefde goet te
vinde also sij Een Persoon van seer groot verstant
en middelen is , ick heb hem geantwoort niet
te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie
heeft als so Een vrou behalfve andere reedene
te neemen die onder sijn kondijsie is, daer
hem godt met so veel aensienlijcke middelen
heeft geseegent, en versocht hij hem wel wilde
bedencken Eer hij hem hier verder ingaesgeert
op dat hem niet berout alst te laet sal sijn
, maer naert segge vande werlt die daer inde
haech so wel als te wttrecht den mont vol van
hebbe, vrees ick dat het al te verde gekoome is
, nu ick wilt beste hoopen, [opt geene de heer van]

Ets van een man met een vrouw onder de arm.
De schaking van de vrouw, Samuel van Hoogstraten, 1648-1650. Collectie Rijksmuseum.

Klein nieuws

Prins Willem is terug uit Zeeland en viel in Den Haag met zijn neus in de boter: een rel in de kerk waardoor hij genoodzaakt was om drie predikanten te schorsen. Van Ginkel heeft hem in Den Haag nog gesproken en kreeg een geruststellend bericht over zijn salaris. Geldproblemen alom….

In haar postscripten doet Margaretha nog de groeten van ‘ons kleijn geselschap’. Ze heeft Godart Adriaans brief van 12 december ontvangen en maakt daar nog even snel wat opmerkingen over. Maar ‘de post staet te vertrecke’, adieu voor vandaag!

Brieffragment Klein gezelschap

al ons kleijn geselschap tot godert in kluijs preese
teere haere dienst aen groote papa

  • 1
    Job 2
  • 2
    Job 1:21

Aanhoudende vorst

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 december 1677
Lees hier de originele brief

Het blijft maar vriezen, en wel zo hard, dat Margaretha bang is dat de vis in de gracht het loodje zal leggen. Ze weet wel dat de vissen zich heel diep verstoppen, maar het water in de gracht blijft maar dalen. Dat komt doordat het water in de Rijn ook daalt. Ze laat de bijten goed in de gaten houden en verder laat ze het maar aan God over.

Brieffragment over de vorst

Ameronge den
12 deesem 1676

Mijn heer en lieste hartge
met de laeste post heb ick die van uhEd beantwoort
nu weet ick niet veel bij te brenge, als dat de vorst
hier noch dagelijcks meer en meer kontiniweert
en dat het so sterck vriest dat ick voor de vis die
in onse grafte is bevreest ben het schijnt sij haer
wel naer de diepte geeft maert water konti
=weert so wech te valle datter geen water op de
rievier of rhijn en blijft, en bij konsiqensie het
water in onse grafte ock teenemael wel valt,
ick laet genoech opt bijten inde grafte passe, moet
het voort de heere beveelle, [onsen drost heeft te]

Links de oever rechts het ijs. Voor op de oever loopt de jager, geweest op de schouder, dikke zwarte muts op en in zijn linker hand houdt hij een otter bij de staart vast die hij laat zien aan twee mannen op het ijs. De monnen hebben stokken en mandjes bij zich. OIp de voorgrond bindt een man in het zwart zijn schaatsen om. Daarachter is een chique gezelschap aan het golfen. In de menigte erachter sledes, schaatsers, een paard, een slee met tonnen (koek en zopie?) en iemand die gevallen is. De lucht kleurt roze rood en in de verte vliegen ganzen.
IJsgezicht met jager die een otter(tje) toont, Hendrick Avercamp, ca. 1625 – ca. 1630. Collectie Rijksmuseum.

Reuzenotter bijt reuzenkarper

Over vis gesproken: de drost heeft een otter gekocht die ze in Elst geschoten hebben. Hij is meer dan een meter lang, en had nog de kop van een karper van 8 pond in de bek. Margaretha is er blij om, want het lijkt erop dat de otter ook in de Amerongse slotgracht op zoek naar iets lekkers is geweest. Als het om vis gaat zijn in barre winters de mensen en de otters elkaars concurrenten.

Brieffragment over de otter

[het voort de heere beveelle,] onsen drost heeft te
Elst Een otter gekocht die sij daer geschooten
hebbe die aldaer Een kerper1karper he die over de achtpont
weecht het hooft had af gebeeten die hij noch
inde mont hadt, den otter is bij de twee Elle2Een el is ongeveer 67 cm lank
tis goet sij die gekreechgen hebbe geloof hij in onse
grafte ock wel is geweest, [meester schut is]

Een otter staat naar links gekeerd met een vis in zijn bek.
Otter met een vis in zijn bek, Gerard ter Borch (I), 1612. Collectie Rijksmuseum.

Kelder of geen kelder, dat is de vraag

Schut is druk met tekenen en rekenen aan de plannen voor kelders onder de voorburcht (het voorplein). Om boven het grondwater te blijven zouden ze extra hoog moeten worden aangebracht, maar dat zou betekenen dat het hele plein ook hoger komt te liggen. Dat kan afbreuk doen aan het totaalbeeld van het kasteel, en bovendien zou je voortdurend trappen op en af moeten als je de tuin, het kasteel of de singels wil bereiken. Als het maar enigszins uitvoerbaar is, zou Margaretha ze daar toch wel graag willen hebben. Ze kreeg haar zin: ondertussen klimmen al enige eeuwen zowel bewoners als bezoekers onvermoeibaar de treden naar en van de voorburcht op en af.

Brieffragment kelders onder de voorburcht

want hij schut en de seekreetaris meenen dat die
kelders niet pracktikakel sulle sijn om dat
die water vrij diende te weesen, en daer toe te
grooten hoochte verEijst wort dat voorburch
so hooch te maecke meenense dat het huijs te
min der toonen sal en Een mistant sal geefve
dat men het voorburch met trappen op en neer na
de steech vant huijs de singels en hoofve sou moe
gaen, [alst bequaemlijck kost gevonde worde]

Tekening van rechts Kasteel Amerongen en links de stallen. In het midden een verhoogd terrein met een rijtje bomen. De bovenbrug heeft een trap haar de voorburcht. De benedenbrug komt uit op een pad dat tussen de voorburcht en de gracht loopt. Het pad loopt onder de bovenbrug door. Op de tekening is niet te zien of dit pad ook een verbindende trap heeft naar de voorburcht.
Het Huis te Amerongen met zijnen Voorhof volgens eene afteekening Den 28 November 1725, J. Stijnse (mogelijk J. Stellingerwerf). Collectie Koninklijke Verzamelingen, bron: Het Utrechts Archief. Duidelijk te zien is dat de voorburcht (hier voorhof genoemd) hoger ligt dan de rest van het terrein.

Garnizoenen voor ijsbewaking

Margaretha verwacht zoon Godard vandaag uit Den Haag. Hij zal wel snel door naar Middachten reizen, want hij heeft een brief van de prins bij zich waarmee hij mannen uit de garnizoenen in Arnhem, Doesburg, en zelfs Den Bosch, mag oproepen om de rivieren te helpen bewaken. Nu die bevroren raken moet natuurlijk voorkomen worden dat de Fransen, die nog steeds aanwezig zijn in de Zuidelijke Nederlanden, over het ijs naar het noorden kunnen steken. Daar zijn de ervaringen niet best mee… In het land van Maas en Waal zijn de mensen bang, want er komen verontrustende verhalen uit Maastricht.

Brieffragment over Van Ginkel
Brieffragment aen den onsen doen

[naer Amsterdam,] den heer van ginckel
verwacht ick deesen avont wt den haech hier
die wel voort weer naer Middachte sal moete
hij heeft een ackte van sijn hoocheijt om in
tijt van vorst dat de rieviere sitten gelijck
se nu doen volckeren wnt de gernesoene3garnizoenen
van Aernhem doesburch en des noots sijnde
den bos4‘s-Hertogenbosch te lichte en daer mee wt te gaen
om den vijant te keeren dat hij geen over
last

aende onsen doen, [daer om hij niet sal derfe]

In een lege ruimte zijn mannen druk bezig. Twee mannen sjouwen een kist een ladder op naar een entre sol. Een elegant geklede heer en een hond kijken toe. Op de achtergrond loopt iemand met een kist de deur uit. Naast schouw staat een man op een kruk, hij probeert met een stok iets van het plafond te halen, gerookt vlees? Ook hier kijkt weer een elegant geklede man toe. Op de voorgrond ligt een trommel en ondefinieerbare spullen. Links achter zijn twee mannen in gesprek. Eén van hen rookt een pijp.
Soldaten in een garnizoen, Gerard ter Borch (I), 1633-10-22. Collectie Rijksmuseum.

Harder dan hard

Terug naar het huis: Jan Hendrikse is nog bezig om het lood in de goten en afwateringen aan te brengen. Dat neemt veel tijd, maar gelukkig is het nu droog weer. Ondertussen worden uit de steenoven de stenen gehaald die voor de daklijst gebruikt zullen gaan worden. Ze zijn heel goed hard geworden. Zo hard, dat er zelfs gevreesd wordt dat ze misschien niet meer te bewerken zijn. Harder dan hardsteen dus!

Brieffragment over het lood

ijan henderixse den leijdecker5dakdekker is noch bee=
=sich met het loot inde gooten en keelen6Keel (of Holkeel): Negatieve afrondingen die zowel esthetisch kunnen zijn (bijvoorbeeld bij sierlijsten) als praktisch kunnen zijn (bijvoorbeeld om een ophoping van water in een hoek te voorkomen) te
legge dat vrij wat lan duert, dit weer
dient hem heel wel daer toe, inde steen
oven sijnse aent wt kruije vande groote steen
die tot de lijst vant huijs gebacken is, die valt
so schoon en hart tot verwonderin van
Elck diese siet ijae, so dat men vreest sij
die door de hardicheijt qualijck sulle kone
hacke of houwe, [ick sou nu de Aerde]

Op de omloop om een torenspits staat een leidekker die net een lei vast spijkert. Naast hem staat een jongen die de leien en het gereedschap aan geeft.
Leidekker, Caspar Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum

Bevroren aarde

De vorst bemoeilijkt ook het klaarmaken van de moestuin (“koolhof”). De grond is op de plek waar Margaretha extra aarde vandaan had willen halen te hard bevroren. Het zandlandje van Cornelis Verweij had een uitwijkmogelijkheid kunnen zijn, maar dat heeft hij net helemaal met graan ingezaaid. De oplossing hoopt Margaretha te vinden in de vijver die momenteel wordt uitgegraven tussen de wal en het veld met de steenovens. Nog lekker dichtbij ook.

Brieffragment over de koolhof

[hacke of houwe,] ick sou nu de Aerde
inde kool hof achter den blomhof laete
rijde maer men kan niet inde aerde tis
te hart gevroore, ock kanmen wt korneelis
verweijs kamp geen sant haelle, vermit
hijt vol wt met koorn beseijt heeft, wij
sullent wt de begonne te graefvene vijfer
die lans de wal tuschen de steenovens weij
ent singe loopt moeten haelle dat ock
wel so nae bij sal sijn, hiermeede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Potlood tekening van een boer die voorover gebogen staat met een spade of iets dergelijks in zijn hand. Naast hem staat een volgeladen kruiwagen, op de achtergrond een paar kale bomen.
Boer aan het werk met een kruiwagen in het bos
Anton Mauve, 1848 – 1888. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    karper
  • 2
    Een el is ongeveer 67 cm
  • 3
    garnizoenen
  • 4
    ‘s-Hertogenbosch
  • 5
    dakdekker
  • 6
    Keel (of Holkeel): Negatieve afrondingen die zowel esthetisch kunnen zijn (bijvoorbeeld bij sierlijsten) als praktisch kunnen zijn (bijvoorbeeld om een ophoping van water in een hoek te voorkomen)

Weifelen, Welland en weinig daadkracht

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 december 1676
Lees hier de originele brief

Er zijn twee brieven van Godard Adriaan bezorgd! Wel allemaal een dag later dan gewoonlijk. Margaretha vermoedt dat de postbezorging langer duurt vanwege het vriesweer. Ondanks de vorst is het mooi en bovendien droog weer. Fijn, dan kunnen de werklieden tenminste doorwerken aan de dakgoten.

Brieffragment vorst en postbezorging

beijde uhEd aengenaeme vande 2 en 5 deeser heb ick ont
fange, de briefve koome nu alle Een dach laeter alse
pleechge1Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk geloof het door de vorst toekomt, het vriest
hier sterck doch is schoon en drooch weer dat hier
op ons werck te weete int legge vande gooten ent
soudeere2Solderen vande selfve datse vandaech hebbe begonne
te doen heel wel komt en naer wensch is[, so heeft het]

Goddelijke zegen

Margaretha is erg dankbaar voor het mooie weer dat ze tot nu toe hebben gehad. Uiteraard moet God daarvoor bedankt worden. Margaretha bidt dat God nog even doorgaat met het geven van zijn Goddelijke zegen.

Brieffragment dank voor het weer

[te doen heel wel komt en naer wensch is,] so heeft het
weer ons op alles tot deeser Eure toe gedient daer
wij godt niet genoech voor konne dancke, en bidde
dat hij daer voort sijnen godlijcke seegen toe wil geefe

Een oude vrouw bidt vol overgave voor ze aan haar maaltijd begint. Ze laat zich niet afleiden door de bedelende kat die ongeduldig aan het tafelkleed trekt. De deugd van de oude vrouw bestaat dus uit zelfbeheersing en plichtsbesef tegenover God. Door de spaarzame verlichting vestigt Maes de aandacht op de kern van de scène, zoals ook zijn leermeester Rembrandt deed.
Oude vrouw in gebed, bekend als ‘Het gebed zonder end’, Nicolaes Maes (1634–1693), olieverf op doek, ca. 1656. Collectie Rijksmuseum.

Liever kwijt dan rijk

Margaretha begint al die werklieden om zich heen ook wel een beetje zat te worden. Gelukkig zijn de timmerlieden en metselaars nu klaar. De timmerlieden had ze gisteren nog even aan het werk gezet. Al het hout moest bij elkaar gebracht en ergens opgeslagen worden. Margaretha heeft, op advies van Schut, de opdracht gegeven om het hout op de plekken neer te leggen waar het uiteindelijk moet komen te liggen. Dat is trouwens niet veel meer, dat hout. Er is zóveel voor de kap gebruikt! Maar nu zijn alle werklieden weg, en dat vindt Margaretha geen enkel probleem.

Brieffragment over werklieden en hout
Brieffragment werklieden van de hals

al de metselaers en timerlie hebben haer afscheijt
en sijn afbetaelt, de metselaers al inde voorleedene
weeck en de timerlie gistere, ick heb ock alt hout
dat overich is van alle kanten bij Een laete brenge en
in goede bewaerine laete legge, dat niet veel is, uhEd
sal hem verwonderen datter so weijnich hout over is
maert tis ongelooflijck wat hout der tot de kap
gegaen is, alde deelle heb ick opt huijs Elck daerse
legge moete laete brenge en legge, schut oordeelt
datse daer beeter drooge sulle als onder de loots

en men kander sich nu noch mee van diene met over de
booven kamers met gemack te konne gaen, ick kan
niet segge hoeblijde ick ben al dat volck voor deese tijt
vande hals quijt te sijn3Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is ben die gaste wel moede

Kelders onder de voorburcht

Schut is bezig onder meer de grachten te ontwerpen. De tekeningen krijgt Godard Adriaan binnenkort opgestuurd. Godard Adriaan heeft blijkbaar ook zijn mening gegeven over de kelders onder de voorburcht. Wat hij daar precies over geschreven heeft is onbekend, maar Margaretha is er in ieder geval erg mee in haar nopjes. Maar ze houdt nog wel een grote slag om de arm. Door het verhogen van de voorburcht zouden ze kelders namelijk wel waterdicht blijven, maar zouden de grachten en de ‘hoofve’, waarschijnlijk de binnenplaats, aanzienlijk lager komen te liggen. En dat zou problemen kunnen opleveren. Gelukkig heeft het geen haast; er hoeft niet op stel en sprong een beslissing genomen te worden.

Brieffragment voorburcht

hij schut is beesich om de teijckenin vande singels ent verdere
te maecke het welcke uhEd met de naeste post sal
toegesonde worde, uhEd konsiderarsie4Consideratie: overweging weegens de
kelders ondert voorburch gevalle mij heel wel, maer
vrees daer noch al speekulaesie5Speculatie: beschouwing op sule valle somige
meene alst voorburch so veel gehoocht wort dat de kel=
=ders die der onder soude koome water vrij sulle sijn,
dat het Een mistant door dien de singels de hoofve
ende steech so veel lager sou koome, sal geefven,
dan daer is noch geen haest bij[, hoope uhEd Eerme]

Gezicht op het kasteel Beverweerd bij Werkhoven met rechts een gedeelte van de voorburcht, uit het zuiden.Links het kasteel dat in de gracht ligt. Via een brug kom je bij een ommuurd deel dat ook in de gracht ligt. Binnen de muur zijn de daken van een paar gebouwen en wat bomen te zien.
Kasteel Beverweerd vanuit het zuiden, Cornelis Pronk, 1731. Collectie Het Utrechts Archief. De voorburcht lag altijd voor het kasteel, maar achter de poort. Aan de voorburcht lagen belangrijke bijgebouwen zoals bijvoorbeeld de stallen. Op deze tekening van Kasteel Beverweerd zie je links het kasteel en via de brug kom je op een ommuurd terrein met wat gebouwen: de voorburcht.

Hardsteen

Voordat Margaretha overgaat op een ander onderwerp, moet ze nog één ding kwijt over de bouw van het huis: het is fantastisch dat Godard Adriaan het hardsteen heeft aanbesteed en volgens de werkbazen was het ook nog eens heel goedkoop! Ze hoopt wel dat de opdracht van Godard Adriaan niet verlengd wordt; hij moet eens met eigen ogen zien hoe het loopt met de (her)bouw van zijn voorouderlijk huis.

Brieffragment hardsteen

[dan daer is noch geen haest bij,] hoope uhEd Eerme
so verkomt weer hier en bijt werck sal sijn, dat
uhEd de hartseen so trape als ander heeft aenbesteet
is heel goet, en so de baesen hier oordeelen heel
goet koop, dat uhEd weer nieuwe ordere sijn toe
gesonde hoope niet dat de komissie sal verlenge
want voorde soomer deselfve wel Eens sal diene
hier te sijn[, bij ockasie dat de fabrijckmeester]

De een z’n dood is de ander z’n brood

Architect Daniël Stalpaert is overleden. Of Margaretha hem persoonlijk kende is niet bekend. Waarom stelt ze Godard Adriaan dan op de hoogte van zijn dood? Omdat Schut heeft gevraagd of Godard Adriaan een brief wilde sturen aan Gillis Valckenier, één van de burgemeesters van Amsterdam, om Schut aan te bevelen. Stalpaert was namelijk stadsarchitect van Amsterdam – een functie die speciaal voor hem gecreëerd was, en die Schut héél graag wilde overnemen. Margaretha verwijst naar de functie als ‘fabrieksmeester’, een benaming die voortkomt uit de naam van het stedelijk bouwbedrijf in de 17de eeuw: stadsfabriek. Schut aast dus op, zoals we het tegenwoordig zouden noemen, een functie als Hoofd Publieke Werken. Het mocht uiteindelijk niet baten; de functie bleef vacant. Pas in 1746 werd er weer iemand aangesteld als stadsarchitect van Amsterdam.

Eerste brieffragment Stalpaert en Schut
Tweede brieffragment Stalpaert en Schut

[hier te sijn,] bij ockasie dat de fabrijckmeester
van Amsterdam genaemt stalpert6Daniël Stalpaert doot is ver=
soeckt onse Meester henderick schut dat uhE
hem door Een brief aende burgemeester valckenier7Gillis Valckenier

beliefde te reeckomandeere tot de vakante plaets
van fabrijckmeester van die stat geloof het hem
wel diene sal en kan tot noch toe niet sien of hij
is Een vroom Eerlijck man

Tekening van een symmetrisch, breede gebouw, drie verdiepingen hoog. In het midden een fonton met in het midden drie boog in gangen en daarboven drie balkons, met aan weerszijden vierkante ramen. Aan beide vleugels van binnenuit drie keer twee vierkante ramen en een boograam, afgesloten met een vierkant raam. Aan beide zijden van het gebouw zit een gracht met brug en aan de andere kant van de brug een paviljoen.
Het aanzien van ’t MAGAZYN aan de Waterkant, Daniël Stalpaert, 1656. Collectie Stadsarchief Amsterdam. Dit is nu het Scheepvaartmuseum.

Verstand uit de boeken

Neef Welland heeft een brief aan Godard Adriaan verstuurd en heeft de inhoud kennelijk met Margaretha gedeeld. Margaretha is er nog al ontdaan van, al wordt niet duidelijk waarom. Ze begrijpt niet hoe een man van aanzienlijke stand zo diep kan zinken. Ze vreest dat ze nu wel moet geloven wat er over hem gezegd wordt, namelijk dat hij het meeste van zijn verstand uit boeken heeft. Wat neef Welland ook heeft geflikt, Margaretha had het nóóit van hem verwacht. Ze hoopt dat hij zich bedenkt en dat hij de goede raad die hij krijgt opvolgt.

Brieffragment Welland

nu moet ick segge in lange ijaeren niet meer ge=
supreeneert8Supprimeren (?): Verdrukken te sijn als in den brief vande heer
van wellant aen uhEd geschreefven, ist mooge=
lijck dat Een man van kondijsie9Conditie: Van aanzienlijke stand tot sulcken ver
val kan koomen, hier wt sou ick wel moete geloofe
het geene van hem geoordeelt wort dat is dat sijn
meeste verstant dat hij heeft hij wt de boecken halt
ick beken Evenwel dit van hem noijt verwacht te
hebben had altijt gedocht hij meer Ambijsie had
nu sien ick wij op geen vriende Eenige staet konne
maecken, doch wil noch hoope hij hem sal bedencke
en goeden raet volgen[, de heer van ginckel die]

Op een boek zit een uil met een bril op. Naast hem ligt een boek open met daarop een brandende kaars. Onder de afbeelding staat ‘Wat baet keers of bril, als den WL niet sien wil.'
Uil met bril en boeken, Cornelis Bloemaert (II) (vermeld op object), ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.

Het salaris van Van Ginkel

Zoon Van Ginkel ligt overhoop met de Gecommitteerde Raden van Holland; ze willen Van Ginkel niet het geld geven waar hij als commissaris-generaal recht op heeft. Ze betwisten zelfs de Staat van Oorlog! Hij is naar Den Haag vertrokken om te eisen waar hij recht op denkt te hebben. Hij neemt ook een door Godard Adriaan aan Welland gerichte brief mee. Als hij dan toch in de Hofstad is, kan hij die brief mooi persoonlijk aan Welland overhandigen. Margaretha is erg benieuwd naar diens reactie. Dan nog even terug naar het salaris van Van Ginkel: zoonlief heeft via via gehoord dat raadpensionaris Fagel er debet aan is dat hij tegengezeten wordt. Margaretha heeft hem aangeraden Gebrandt Sas van den Bossche in de arm te nemen. Ze maakt zich wat zorgen om de daadkrachtigheid van haar zoon.

Brieffragment Van Ginkel

[t qaelijcks koomen,] de heer van ginckel is ver
witticht dat den heere raet pensionaeris hem
in sijn verkreegene tracktement soude teegen
sijn, het welcke niet kan geloofven, doch heb
hem geraede dat hij den heere sas10Gerbrandt Sas van den Bossche inde arm
soude neeme en voort alle meddelen11Middelen die te be
dencke sijn soude gebruijcke, dit moet voorde
komste van sijn hoocheijt die noch in seelant is
afgedaen worde, wat aengaet het traech
schrijfve vande heer van ginckel daer heeft uhE
gelijck in, ick secht hem dickmaels, ock schijnt
dat hij wat schu schrupeloos12Schrupeloos: twijfelmoedig is om sijn hooch
in somige saecke veel aen te spreecke of
moeijlijck mee te valle[, het wil met den]

In een cartouche kijkt een man met een harnas met sjerp ons een beetje ondeugend aan. Hij draagt een gigantische bos met krullen en net over de rand van het cartouche tuimelt het olifantje van de Deense orde van de olifant.
Godard van Reede, Graaf van Athlone enz. Veldmaarschalk der Vereenigde Nederlanden, Jacob Houbraken, 1749-1754. Collectie Kasteel Amerongen. Meer over deze prent.
  • 1
    Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk
  • 2
    Solderen
  • 3
    Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is
  • 4
    Consideratie: overweging
  • 5
    Speculatie: beschouwing
  • 6
    Daniël Stalpaert
  • 7
    Gillis Valckenier
  • 8
    Supprimeren (?): Verdrukken
  • 9
    Conditie: Van aanzienlijke stand
  • 10
    Gerbrandt Sas van den Bossche
  • 11
    Middelen
  • 12
    Schrupeloos: twijfelmoedig

Wervelende winter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 5 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 december 1676
Lees hier de originele brief

Een redelijk korte brief voor wat we gewend zijn van Margaretha, ze heeft Godard Adriaan immers eergisteren nog vier kantjes vol geschreven. Toen heeft ze de laatste brief die ze van Godard Adriaan heeft ontvangen beantwoordt, deze brief was van 28 november. Blijkbaar voelt Margaretha de noodzaak om haar echtgenoot nog wat dringend te verzoeken en wat laatste nieuws mee te delen over de vorderingen van het huis die in twee dagen zijn gemaakt.

Aanhef en opmerking over vorige brief

Ameronge den
5 deesem 1676
[rec: 10. dito]
Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste is geweest vande 28 Novem die ick met
de post van voorleedene woonsdach heb beantwoort

Het dak

Het dak van het nieuw gebouwde huis is volledig dicht getimmerd met planken. De middelste kap is helemaal dicht, meldt Margaretha. De kap aan de westkant is aan beide zijden grotendeels met droge planken gedekt en stevig vast gespijkerd door de werklieden. Aan een deel van de noordzijde hebben de leidekkers met het lood een goot aangelegd. Wanneer de weersomstandigheden beter worden zullen zij verder gaan met het leggen van het dak. De planken aan de oostzijde en een deel van de noordzijde liggen voorlopig alleen ‘op wervels’, omdat ze nog niet droog genoeg zijn. Een klus die in de zomer verder moet worden gezet, schrijft Margaretha. In de zomer zullen de wervels moeten worden verwijderd en de planken goed worden vastgespijkerd.

Brieffragment over planken op het dak

nu is Eens het dack vant vant nieu geboude huijs
met plancke overal dicht gedeckt, de grootste
kap dat de middelste is, ende kap aende west sij
is beijde meest met droochge deelle gedeckt en
vast gespijckert ock Een gedeelte vande noortsijde
daer de leijdeckers die aent legge vant loot inde
goote sijn als dat gedaen is, ent weer toe laet
aent leijdecke konne beginne, nu sijn de plancke
vande oost sijde ent gedeelte vande noort sijde alleen
opt dack op wervels geleijt om datse niet drooch
genoech waere die te soomer weer sulle moete
opgenoome worden, [de metselaers hebbe alle]

Foto van bijna recht boven kasteel Amerongen. In een vierkante gracht ligt een vierkant huis. Er gaat één brug naar het huis toe. Het huis heeft drie daken en voor zijn ze verbonden tot één dak. Aan de kant van de brug is een plein met groene grasvelden, een bloemenperk met het wapen van de heerlijkheid Amerongen. Aan weerszijden van het plein staan scherp geschoren taxuspyramides als pionnen op een schaakbord. Linksboven en rechts bomen, verder vooral gras en paden.
Het dak van Kasteel Amerongen vanuit de lucht, foto: Arie Reebergen, 2017.

Wervels

Margaretha schrijft dat de planken van het dak “op wervels liggen”. Dit betekent dat de planken niet direct op de spanten van het dak zijn bevestigd, maar in plaats daarvan op dwarsbalken zijn gelegd. De planken zijn daaraan bevestigd met wervels. We kunnen wervels vergelijken een vleugeltje van een vleugelmoer, maar dan van hout gemaakt. Deze wervels fungeerden als een tijdelijke bevestiging voor de planken. De planken moesten goed uitgedroogd zijn voordat ze op de definitieve manier bevestigd konden worden. Door een wervel te gebruiken beschadigde de plank minder.

Een stukje hout dat in het midden iets dikker is en een gat heeft.
Houten wervel, of sluithoutje, scharniert rond een spijker waarvoor het gat aanwezig is. Collectie Maritieme Archeologie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Winterklaar

De metselaars hebben hun werk afgerond. De timmerlieden zijn aan de west- en zuidzijde van het huis bezig om het huis in te pakken. Aan de steiger bevestigen zij planken zodat de wind, regen en sneeuw het nieuw gebouwde deel niet beschadigen. Hierdoor kan hopelijk het nieuw bevestigde hout in het huis goed drogen en wordt de kans op houtrot verminderd. Helaas kan niet het hele huis worden ingepakt. Margaretha schrijft dat ze daar helaas niet voldoende materiaal voor heeft, want dan had ze de noord- en oostzijde ook laten inpakken voor de winter.

Eerste brieffragment over de steigers in de winter
Tweede brieffragment over de steigers in de winter

[opgenoome worden,] de metselaers hebbe alle
haer afscheijt, de timerlie sijn aende mantelin
aende west en suijdt sijde omt huijs te maecke
daerse plancke tegens de maste vande steijgerin
lans heen toe slaen voorde reegen en sneuw

dat beij de baese beeter houde alst plancke dich
aende muere om dat hier de wint door kan
speelle ende muere beeter droochge, hade
wij deelle of schaelle genoech sou de noort en
oost sijde almee laete bemantelen, maer salder
geen deele toe hebbe, [nu hoope dat uhEd met ijan]

Winterlandschap. Een vierkante toren en enkele huizen langs een bevroren water in een besneeuwd landschap. Op het ijs enkele figuren met een slede, links een boerenschuur. In deze voorstelling domineren de donkere onheilspellende wolken, die van links worden beschenen door de laagstaande zon. De dik ingepakte mensen op het ijs steken nietig af tegen deze onbarmhartige natuur. In zo’n winterlandschap van Ruisdael zou een vrolijke menigte schaatsers niet op zijn plaats zijn.
Winterlandschap met donkere wolken, Jacob Isaacksz van Ruisdael, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.

Heb je hem nou al gesproken?

Margaretha is benieuwd of Godard Adriaan nou al eens met steenhouwer Jan Prang heeft gesproken en het met hem over de keuzes heeft gehad. Margaretha verzoekt Godard Adriaan zijn voorkeur wel dringend aan haar te laten weten. Het zou handig zijn als het antwoord komt wanneer Schut en Rietveld er nog zijn zodat ze het kunnen bespreken. De heren vertrekken al aan het begin van de volgende week. Hopelijk voor Margaretha houdt Godard Adriaan eens op met treuzelen en heeft de brievenpost ook niet te veel vertraging. Margaretha geeft aan dat wanneer er geen nieuwe bouwmaterialen komen, de werkzaamheden aan het huis stil zullen komen te liggen.

Brieffragment over gesprek met jan prang

[geen deele toe hebbe,] nu hoope dat uhEd met ijan
prang sal gesproocke hebbe, en de meeninge vande
meesters al hier verstaen, wenste uhEd senti=
=mente daer op te weete derwijlle schut en
rietvelt noch hier is, die int Eerst vande toekoo
mende weeck vertrecke, bij gebreck van mateer
rije sal dees Eijndige blijfve

Interieur met een vrouw die met de handen in de zij aan het schelden is. Haar man zit gekleed in vrouwenkleding op een stoel. Op de voorgrond een kakelende hen. Op de achtergrond een aap bij de schouw. In het randschrift een toelichting in het Nederlands: een lekkend dak, een rokende schouw, een kakelende hen en een scheldende vrouw in huis betekenen ongeluk en verdriet.
De scheldende vrouw en de kakelende hen, Johannes Wierix, 1566 – 1570. Collectie Rijksmuseum.

PS

Na de gebruikelijke afsluiting van Margaretha volgt natuurlijk nog een PS. De vorst houdt nog fel aan, waardoor de waterstand in de Rijn erg laag is komen te staan. Margaretha meldt dat de lading van een samoreus is overgeheveld naar een lichter. Een samoreus, ook wel bekend als een Keulse aak, is een lang en smal rivierschip met twee masten. Een lichter is een vaartuig met een kleine diepgang, deze scheepjes werden vaak gebruikt om lading van een groter vrachtschip er naar toe te brengen of te halen. Helaas is de diepgang van de lichter toch nog te veel voor de lage waterstand van de Rijn. Het scheepje kan niet voorbij Wijk bij Duurstede varen en ligt daar nu stil, laat Margaretha weten.  

Afsluiting

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

de vorst hout hier
noch fel aen
ent water
op den rhijn
valt heel wech is so laech dat de lichter diet
loot wt de samoreus vande vaert hier gebrocht heeft
leech sijnde niet voor bij wijck kan vaeren maer
moet daer blijfve leggen

Links een schip zonder zeil en mast, op de boot staan twee mannen met stokken in het water. Het schip heeft een soort ronde kajuit, waarvan delen open staan. Rechts een schip met een mast. Het grootste deel van het schip is dicht en op het schip liggen de zeilen en het tuig. Aan het schip hangt een roeibootje. Onder het linker schip staat Een Amsterdammer Lichter, onder het rechter schip Een Wieringer Lichter.
Twee schepen: een Amsterdammer lichter en een Wieringer lichter, Reinier Nooms, 1652 – 1654. Collectie Rijksmuseum.

Drukte allom

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 december 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 december 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is dolblij: ze heeft maar liefst twee brieven van Godard Adriaan ontvangen! Ze is blij om te horen dat steenhouwer Jan Prang aangekomen is in Bremen. Maar wat vindt Godard Adriaan nu van de tekeningen? Margaretha zit te wachten op antwoord.

Brieffragment Jan Prang

Ameronge den
2 deesem 1676
[rec. 7. dito 1676]
Mijn heer en liest hartge

gister heb ick uhEd aengenaeme vande 25 en
vandaech die vande 28 pasato ontfange, tis
mij lief ijan prang wel is overgekoomen, nu
verlanckt mij hoe uhEd al het overgesondene
so teeckenine als ander aenstaet, en wat daer
op sal reesolveere, [aengaende het verhoochge]

Druk, druk, druk

Bovendien ze wil aan de slag met de groentetuin. Ze wil de koolhof ophogen met aarde en zand en Van Ginkel wil daar ook nog fruitboompjes poten. Het werk aan het kasteel vordert. De metselaars zijn klaar met de bogen in de kelder maar de timmerlieden hebben nog wel een paar dagen werk. Het lood is aangekomen en de leidekker is bezig om het in de goten te leggen. Het werd hoog tijd.

Eerste brieffragment drukdrukdruk
Tweede brieffragment drukdrukdruk

[op sal reesolveere,] aengaende het verhoochge
vande kool hof achter den bloem hof, soot
sulcken vriesent weer blijft sulle wij met
den Eerste daer aengaen en sant en
Aerdt daer in laete brenge, de heer van
ginckel heeft geseijt te wille sien dat hij
Eenige vande kleijne fruijt boomtges die
hem toegeseijt sijn, te krijge om daer in
te pooten, de metselaers sijn gisteren alle
wt ons werck gegaen hebbende al de scheijt
boogen inde kelders gemaeckt dat Een groot
werck wt de weech is, de timmerli hebbe
noch wel acht dage werck, ijanhenderixs

den leijdecker is aent legge vant loot inde goote
dat hooch tijt is gedaen te sijn, [gistere is]

Op een groene kool zitten drie rode naaktslakken.
Drie naaktslakken op een kool, Julie de Graag, 1887 – 1924. Collectie: Rijksmuseum.

De molen

Maar er zit Margaretha iets dwars, een heel ander onderwerp: de molen. De molenaar heeft schulden en hij moet de molen verkopen. De schuldeiser wil de molen laten veilen, maar Margaretha wil liever zelf bepalen wie de volgende molenaar wordt. De molenaar vraagt er vierduizend gulden voor. Een beetje veel, vindt Margaretha, hij heeft er zelf indertijd 700 gulden voor betaald. Goed, sinds die tijd is er wat aan vertimmert en hij heeft er een huis en een rosmolen bij gebouwd, maar zoveel bijzonders is dat nu ook weer niet. Margaretha heeft er drieduizend gulden voor geboden, dat is het wel waard, maar waar haalt ze het geld vandaan? Moeten ze een obligatie verkopen? Zou Godard Adriaan per omgaande zijn ‘sentimente’ op dit punt kunnen laten weten?

Brieffragment molen

[dat hooch tijt is gedaen te sijn,] gistere is
onse moolenaer hier bij mij geweest die seijt de
moolen niet te konne houden ock heef kor=
=neelis verweij die in verwin en wilse te
koop veijlle tensijse uhEd niet wt de hant be=
liefde te koope, nu de moolenaer preesen=
=teertse ons te verkoope maer Eijster vier
duijsent gul voor ick seij als hijder drij
duijsent gul voor hadt dat hij heel wel toe
sou koomen, die heeft hij der voor gelooft,
en daer maer seeven hondert gul op betaelt ,
nu heeft hij der aen getimert Ent huijs dat
niet veel bijsonders is geset ock de rosmoole
so dat mijns oordeels alsmense voorde drije
duijsent gul kost krijge het niet te dier
sou sijn, maer waer koome wij aentgelt
of most oblijgasie verhandelen, uhEd be=
=lieft sijn gedachte hier Eens op te laete
gaen en sijn sentimente met den Eerste
te laeten weeten, [ick ben teegenwoordich]

Gravure van een landschap, rechts is het vlak, links iets hoger met bomen. Achter het heuveltje een dak. In de verte op de vlakte van links naar rechts een kerk, een molen twee torens en nog een dak. Op de voorgrond iemand op een wagen die wijst, een wandelaar met een kind. Diverse figuren verspreid in het landschap.
Gezicht op het dorp Amerongen uit het noorden. A. Rademaker, ca 1725, gemaakt naar een voorbeeld uit 1620. Collectie Het Utrechts Archief.

Worst

Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak in haar brief. Ze heeft varkens geslacht. Vier varkens die ze zelf heeft gemest en twee ‘eijckel verckens’, varkens die in het bos hun voedsel (zoals eikels) hebben gezocht. Ze is heel tevreden over zichzelf: het is haar beter afgegaan dan hopman Blanche. De kleindochters Pootge (Salomé Jacoba van drie) en Niera (Reiniera van vier) zijn al druk bezig met het maken van worst voor ‘groote papa’. Hij moet nu maar eens snel thuiskomen!

Eerste brieffragment slacht
Tweede brieffragment slacht

[te laeten weeten,] ick ben teegenwoordich
ock int slachte van verkens heb vier van

ons Eijge gemeste en twee Eijckel verckens gesla
die alle ses heel suijver en klaer gevalle sijn
so dat mij slachte beeter als die vande heer
hoop man1Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen? blansche2Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan geluckt sijn, pootge en
niera maecken al worst voor groote papa
maer segge dat hij haest thuijs moet
koomen, [Antge kijft op de groote bach]

In een schuurachtig interieur staat een vrouw achter een tafel een darm te vullen. Achter haar hangt een karkas van een geslacht varken aan een stok. Op schalen op een ton naast haar liggen worsten. Op de grond poten en in een schaal op de grond de kop van een varken. Links voor staan vier kinderen een blaas op te blazen, achter in het donker zitten mannen te drinken.
Interieur met een vrouw die worst maakt, Jacques-Philippe Le Bas, 1747. Collectie: Rijksmuseum

Drukke kleintjes

Antge (Anna van zeven) is boos omdat ze kousen voor ‘groote papa’ wil breien maar ze heeft geen voorbeeld voor de juiste maat. Nu ze geen kousen kan breien, is ze van plan om een brief te schrijven aan ‘groote papa’. Hopelijk is hij daar ook tevreden mee. Het is duidelijk: Margaretha geeft haar kleindochters een opvoeding waarmee ze van alle markten thuis zijn. En misschien moeten ze ook wel helpen omdat Margaretha anders geen tijd heeft om brieven te schrijven. Fritsje is nog op Middachten dus Margaretha heeft geen nieuws over hem. De kleine Godertje is gezond en groeit goed, maar hij draagt een ‘bant’ om te genezen van zijn breuk en Margaretha is de enige die de ‘bant’ mag verschonen. Baby Agnes brengt ook de winter bij haar grootmoeder door en ze groeit als kool.

Eerste brieffragment kleinkinderen
Tweede brieffragment kleinkinderen

[koomen,] Antge kijft op de groote bach3Sophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha
dat sij haer geen hoos4Hoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been. van groote papa
heeft gegeefve om naer te breije, hoopt
teegens nieuwe ijaer Een brief aen groote
papa te schrijfve daer sijt weer mee goet
meent te maecken, hoet met fritsge
gaen sal weet ick niet die is noch op
Middachten, godertge is heel gesont en
fris groeijt seer maer is wat vast inde
bant die hem noijt af of aen gedaen wort
om te verschoone als in mijn preesensie
hoope hij met godts hulpe haest sal geneese,
het jonste kint dat Angnis genaemt is
naer de oude vrou van Meuwe5Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota de groot
moeder van vrou van ginckel gelijck
uhEd int eerst van haer geboorte heb

geschreefve, groeijt ock heel wel, de heere wilse
alle in sijne vreese laeten opwasse, [sijn]

Een meisje zit met een breiwerk op een stoel, een kleiner meisje staat naast haar en kijkt mee naar wat ze doet.
Een meisje leert haar zusje breien
Petrus Johannes Arendzen (vermeld op object), 1856 – 1900. Collectie Rijksmuseum.

Winter

Het gaat een koude winter worden. Margaretha laat alle dagen bijten in het ijs in de gracht hakken zodat de vissen het overleven. Maar ‘al wat God belieft moete wij verwachte’. En op die berustende noot besluit Margaretha haar brief.

Brieffragment vorst en afsluiting

[naer Middachte,] het vriest hier sterck
ick laet alledaechge inde grafte bijten
om de vis te behoude, soot schijnt mochten
Wij wel Een harde winter hebbe, al wat god
belieft moete wij verwachte, inwiens heijlige
bescherminge uhEd beveelle en blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor vrou van

Een weids landschap met links bomen en een restant van een poort. Rechts de vaart met aan de oever twee mannen die een wak maken (een bijt hakken). In de verte schaatst iemand.
Landschap met figuren die een wak maken op een bevroren vaart, Andreas Schelfhout, ca. 1825 – ca. 1829. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen?
  • 2
    Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan
  • 3
    Sophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha
  • 4
    Hoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been.
  • 5
    Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota

Maar eigenlijk…

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 4 december 1676
Lees hier de originele brief

Sinds de vorige brief van Margaretha is er niks veranderlijxs voorgevallen dus ze heeft niet veel te schrijven. De timmerlieden hebben nog wel werk voor een week, de metselaars nog voor een paar dagen. Margaretha zal blij zijn als ze van de mannen af is, want ze is bekaf.

Brieffragment niks nieuws en so moeij

Ameronge den
28 Novem 1676
[rec: 4 dec 1676]

Mijn heer en lieste hartge

sint mijne laeste met de laeste post geschreefve is hier
is hier niet veranderlijxs voorgevalle, de timerli hebbe
noch rijcklijck de toekoomende weeck werck, ende
metselaers noch 3 a 4 dage, dan sullensij al de
scheijt booge in kelders geslage hebbe, daermeede
wij voor deese winter wt het metselen sulle scheijde
ick bent so moeij dat ickt niet langer sien mach

Gedrukt kaart. De provincie grenzen zijn in kleuren aangegeven: Geel Utrecht, Groen Gelderland en Rood Holland. De grens tussen Utrecht en Gelderland kronkelt om de Nederrijn/Lek heen.
De zuidgrens van Utrecht langs de Nederrijn/Lek van Amerongen tot Vreeswijk. Fragment uit: Kaart van Utrecht (Ultraictum Dominium), Joan Blaeu, 1630-1645. Collectie: Het Utrechts Archief.

Lood

In de vorige brief was de secretaris gaan kijken bij het lood dat aan de Vaartse Rijn lag. Het blijkt dat het lood met lichters (lichtere schepen) opgehaald moet worden. Dat kost niet alleen tijd, maar ook geld. De Vaartse Rijn komt bij Vreeswijk, tegenover Vianen, uit in de Lek. Dat is nogal een afstand van Amerongen en dat lood, dat is waarschijnlijk loodzwaar (ja, flauwe grap, maar iemand moet hem maken). Aangezien het water in de rivier laag staat, moet het lood overgeladen worden op een boot met minder diepgang: een lichter. Dit kost natuurlijk allemaal geld en maandag willen ze beginnen met de goten…

Brieffragment over lood aan de vaart

, nu ist loot wt den haech gekoome en op gereeden
datse en maendach inde gooten sulle beginne te
leggen, ick moet alt loot met lichters vande
vaert laeten haellen dat kostlijck valt, maer
wat sal ick doen wij moetent nu hebbe om de
muere te konserveeren, dat van Amsterdam
verwacht ick ock met Een lichter, [nu sal de]

Tekening van over het water. Rechts op de rivier een zeilboot, links twee roeiboten. Op de wal (met een soort houten kade) links een molen, dan wat huizen en rechts daarnaast de kerk. In het midden de sluis met daarachter een ophaalbrug en de masten van schepen. Rechts nog meer huizen.
Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk met in het midden de sluis. L.P. Serrurier, ca. 1730. Collectie Het Utrechts Archief

Steen met wormen

Als opstapje naar haar volgende verhaal gebruikt Margaretha de steenhouwer, Jan Prang. Hij moet toch inmiddels wel in Bremen aangekomen zijn? Ze hoopt daarover te lezen in Godard Adriaans brieven. De vraag die natuurlijk eigenlijk op haar lippen brandt: “Snap je nu eindelijk die tekeningen?”, maar ze houdt zich in.

Margaretha heeft gehoord van een soort hardsteen die nogal slap is en waar de worm in komt. Ze heeft het er met Jan Prang over gehad en die had het precies uitgelegd: het is de steen boven in de rotsen die wat makkelijker te bewerken is. In ieder geval moet Godard Adriaan daar wel rekening mee houden nu hij druk bezig is met het bestellen van stenen!

Eerste brieffragment over de kwaliteit van steen
Tweede brieffragment over de kwaliteit van steen

verwacht ick ock met Een lichter, nu sal de
steen houder ijan prang al tot breeme sijn aen
gekoomen, het welcke verlange wt uhEd briefve
te sien, ick weet niet wel of ick geschreefve
heb dat men hier seijt datter Een soort van
st hartsteen is die seer weeck valt en daer de wurm
in is of komt, daer die gans niet dueraebel is
en seer in watert, daer uhEd int koope op ver

docht belieft te sijn, hebder met ijan prange van
gesproocke die seijt het steen is die boven inde rotse
sit en dickmael gebruijckt wort om datse sachter
int houwe valt, [de heer van ginckel die Eene]

Bij een heuveltje hijsen twee mannen met een soort kraan grote blokken steen via een glijbaan omhoog. Drie mannen zijn bezig het volgende blok steen klaar te leggen. Op de achtergrond is een man steenblokken te zagen.
Werklieden in een steengroeve, Hermanus Petrus Schouten, 1757 – 1822. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

En weer gebruikt Margaretha een bruggetje om bij haar echte punt te komen. Van Ginkel is langs geweest. Hij is naar Middachten en Stadhouder Willem III is naar Den Haag en daarna naar Zeeland. Zijn Hoogheid had trouwens aan Van Ginkel gevraagd waarom hij al een tijd geen brieven van Godard Adriaan gehad had… Om maar gelijk weer door te gaan zodat het alleen maar een neutrale opmerking lijkt: het salaris dat voor Van Ginkel bedacht is in de Staat van Oorlog valt onder de provincie Utrecht. Margaretha twijfelt er niet aan dat die hem daar graag voor aannemen.

[int houwe valt,] de heer van ginckel die Eene
nacht hier geweest is, is heede weer naer
Middachten gegaen, en sijn hoocheijt naer
den haech met intensie om voort naer seelant
te gaen, sijn hoocheijt vraechde aende heer van
ginckel waer uhEd was of deselfve aen hem
in Eenigen tijt niet geschreefve heeft en
dat hijt daerom vraechde weet ick niet, de heer
van ginckel is met sijn hooch tracktement opde
provinsi van wttrecht gestelt, twijfele niet of
se sullen hem daer aeneemen, [voort ist hier]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Waar is het lood?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 25 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 november 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar gelijk met de brief in huis: steenhouwer Jan Prang moet toch inmiddels in Bremen aangekomen zijn. En hij heeft de tekeningen bij zich. Ze is benieuwd wat hij ervan vindt. Of is ze benieuwd of hij het nu eindelijk wel begrijpt? Ze zegt het niet letterlijk. De werkbazen zijn in ieder geval van mening dat ze alles nauwgezet getekend hebben én goed uitgelegd.

Brieffragment over de tekeningen


Ameronge den
25 Novem 1676
[rec: 30. dito]
Mijn heer en lieste hartge

heeden heb ick uhEd aengenaeme vande 21 deeser
ontfange, hoope den steenhouder ijan prang nu
haest weer te breeme sal sijn, mij verlanckt hoe
uhEd de teijckenin van onse werck baese al hier
en haer konsideraesie1Consideratie: overweging sal aenstaen, sij meenen
wel pertinent2Pertinent: nauwkeurig op gestelt en haere meijninge wel ge=
Exspliseert3Expliceren: uitleggen, toelichten te hebbe, [sijn hoocheijt is weer op soes]

Een rocaille ornament met een bouwtekening en meetinstrumenten zoals een meetlat en passer. In de achtergrond een obelisk en een colonnade.
Architectuur, Jan Balzer (mogelijk), naar Johann Kleinhard, 1772. Collectie Rijksmuseum.

Zijn Hoogheid

De Prins van Oranje is op Soestdijk, maar moet naar Zeeland. Daar liggen ze overhoop en er is zoveel onenigheid dat die arme Prins nauwelijks rust krijgt. Maar er is ook goed nieuws van de Prins! Volgens schoondochter Philippota had hij tegen haar man gezegd dat hij op de Staat van Oorlog4Begroting van de Staten Generaal stond met het salaris van commissaris-generaal. Hij had het op een “obligante” manier gezegd.

Waarschijnlijk is obligant een afgeleide vorm van het werkwoord obligeren, dat Margaretha ook vaak gebruikt. Het woord obligeren is al lastig en was waarschijnlijk in Margaretha’s tijd al ouderwets. De vorm obligant als afgeleide van een werkwoord is ook niet iets waar we nu dagelijks mee werken, dus het is een beetje puzzelen. Ik vergelijk het maar met vigileren (opletten, waken als in waakzaam zijn) en vigilant (oplettend, waakzaam). Dan wil obligant zeggen dat Willem III verplicht voelde, verbonden. Ik vermoed dat hier obligant uit een verplichtheid door Van Ginkels verbondenheid en staat van dienst voortkomt en dus vooral positief is. Ik sta open voor uitleg door iemand die er echt iets van snapt!

Hoe dan ook, Margaretha vindt dat Van Ginkel zijn nieuwe traktement aan Zijn Hoogheid en God te danken heeft. Nu maar hopen dat hij in de gunst van de Prins blijft.

Eerste brieffragment over Zijn Hoogheid
Tweede brieffragment over Zijn Hoogheid

[Exspliseert te hebbe,] sijn hoocheijt is weer op soes
dijck doch so geseijt wort niet voor lange en sal
hij van meeninge sijn om naer seelant te gaen
daerse so men seijt heel wat overhoop leggen
tis bedroeft dat me van so veel onEenicheijt hoort
en sijn hoocheijt so weijnich ruste heeft, van heeten
hee de vrou van ginckel schrijft dat sijn hoocheijt
aen haer man op Een seer oblijggante5Obligant: verplicht zijnd manier
had geseijt dat hij heer van ginckel op de staet
van oorlooch met sijn tracktement6Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt als fersg kom
misaeris generael is gestelt, het welcke hij alle
sijn hoocheijt heeft naest godt te dancken, is hem
wel geoblijgeert7Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen, en geluckich de gunste van hoochge

melte hoocheijt te hebbe, waer in hoope hij gekonserweert
sal blijfve, de graef van waldeck is gisteren hier door

Een statig, symmetisch huis met in het midden een brede voorgevel met daarin een breder deur (vier deuren) met daarboven een balkon. Aan weerszijden zit twee ramen. De zijvleugels zijn vier ramen breed. Het gebouw is twee verdiepingen hoog. Voor het. gebouw lopen groepjes mensen.
Paleis Soestdijk van voren gezien, anoniem, 1695. Collectie Rijksmuseum.

Loodzakelijk

Het is vriesweer, maar het is helemaal niet koud. Daardoor schiet het werk op het dak lekker op. Het enige dat vervelend is, is dat het lood er nog niet is. Er schijnt een deel aan de vaart8Vaartsche Rijn te liggen, de secretaris gaat daar eens polshoogte nemen en kijken hoe het naar Amerongen kan komen. Maar er is ook nog een Arnhemse schipper die lood heeft, waar die is is onduidelijk. Het zou fijn zijn als het allemaal tegelijk naar Amerongen komt. Daarvoor is dan een minder diepliggend schip nodig, want het water staat laag op de rivier. Twee Utrechtse voeten, dat is maar 55 cm…

Brieffragment over het lood en de goten

[gepasseert geloofve hij naer duijtslant gaet,] de
vorst hout noch al aen en is Evewel gans niet kout
ent schoonste weer vande werlt op ons werck, hadde
wij maer het loot hier dat ten deelle aende vaertleijt
derwaerts ick de seekreetaris heb gesonde om te sien
hoe wijt best hier sulle krijgen en ock te verneeme
waer den Aernhemse schipper die ock loot voor ons in
heeft is, op dat wijt saeme hier mochte krijge t sij met
Een lichter of Een kleijn vaertuijch so hijt best
voort kan krijgen, daer is geen twee voet water
op de reevier daertoe kontraeijreije wint, ent loot
moet inde gooten Eert aent reegene komt, tis ge
=luck dat de deelen so drooch opt huijs en in
Een koomen, [tis mij lief uhed aent beson]

Een riviergezicht met zeilende schepen, op de voorgrond twee figuren en twee bakens.
Zeilschepen op een rivier, Anthonij van der Haer, naar Pieter Coopse, ca. 1745 – 1785. Collectie Rijksmuseum.

Besogneren

Op de valreep toont Margaretha nog even interesse in het werk van haar man, maar ze hoopt wel dat het op een eind zal lopen. En dus dat hij weer thuis zal komen…

In de ps de laatste wetenswaardigheden over zoon en hoogheid en de vier kinderen. Dat Godertje sterk wordt is goed nieuws

Afsluiting brief

[Een koomen,] tis mij lief uhed aent beson=
ijeere9Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren is hoopen nu uhEd aent werck is het haest
op Een Ent sal loopen, waer meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

so schrijft beusekom
dat de heer van ginckel
tot wttrecht is en
merge hier sal sijn
geloof sijn hoocheijt weer naer den haech is, Antge en
fritge reniera en godertge kusse groote papa
de hande de leste wort sterck

Eén kind zit met een pop in een rol kar. De Kar wordt voortgetrokken door een jongetje met een zweepje in zijn hand.
Kinderen spelend met rolkar, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1779. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Consideratie: overweging
  • 2
    Pertinent: nauwkeurig
  • 3
    Expliceren: uitleggen, toelichten
  • 4
    Begroting van de Staten Generaal
  • 5
    Obligant: verplicht zijnd
  • 6
    Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt
  • 7
    Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen
  • 8
    Vaartsche Rijn
  • 9
    Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren

Bijna onder dak

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 november 1676
Lees hier de originele brief

Er was weer eens wat gedoe met de post, dus Margaretha heeft besloten haar brief een dag eerder op de post te doen dan gewoonlijk. Er is vooral veel te melden over het huis, en dan met name over het dak.

Brieffragment over de post

Ameronge den
18 Novem 1676
[rec: 23. dito]
Mijn heer en lieste hartge

Eergistere heb ick uhEd met de post geschreefve 
die van heetere schrijft Een moment te laet en 
naert afrijde vande post was aengekoomen so dat 
die met de naeste post Eerst afgaen kan, om 
dat intoekoomende voor te koome send ick deese 
Een dach vroechger[, gisteren is den steenhoude]

Over een besneeuwde weg rijdt een postkoets naar links richting een molen. Recht ligt een stad achter een gracht. De gracht is bevroren en op het ijs rijden arresledes en spelen kinderen. In de verte nog een koets en een rijtje besneeuwde bomen. Op de voorgrond blaft een hond naar de postkoets.
Winterlandschap met stadsgezicht, molen en postkoets, Jan van Weert, ca. 1950. Collectie: Staatliche Museen zu Berlin, Museum Europäischer Kulturen.

Vatten en verstaen

Steenhouder Jan Prang is naar Bremen vertrokken met de memorie die de secretaris heeft opgesteld. Aan de steenhouder is met behulp van de tekening die Schut heeft gemaakt uitgelegd wat voor steen er nodig is. Hopelijk begrijpt Godard Adriaan de tekening met de toevoeging van de secretaris nu eindelijk wél…

Brieffragment over de steenhouwer en de tekeningen

[Een dach vroechger,] gisteren is den steenhoude 
ijan prang weer van hier naer breemen ver 
trocken die bij ons alles bester weeten alles 
hier wel heeft besien en is hem wel pertinent alles 
aengeweesen, daer schut de teijckenine ende
sekreetaris Een Memoorije van heeft gemaeckt 
het welcke hem prang meede gegeefven is, 
hoope uhEd so wel de teijckenine van schut 
als de memoorije vande sekreetaris sal kon 
ne vatten en verstaen[, heede heb ick uhEd]

Droog en nat hout

Godard Adriaan heeft kennelijk gevraagd naar het hout voor de kap van het huis. Alle delen die van de winter in de schuur zijn gelegd zijn inmiddels droog genoeg, antwoordt Margaretha hem. Deze delen worden op het dak gelegd en vastgespijkerd. Maar het hout van afgelopen zomer is nog niet droog genoeg.

Eerste brieffragment over droog en nat hout
Tweede brieffragment over droog en nat hout

[=ne vatten en verstaen,] heede heb ick uhEd 
mesiefve vande 14 deeser ontfange waer op tot

Antwoort dient dat al de deelen die over 
winter hier inde schuer tot de kap sijn gereet 
gemaeckt, drooch genoech sijn en diese nu opt 
dack beginne te legge en vast te spijckeren, 
maer de deelle die deese soomer hoewel sij 
al inde voorsoomer meest gesaecht sijn, so 
sijn die niet droochgenoech om vast te legge 

Een tussenoplossing

Uiteraard moet het dak wel dichtgemaakt worden, dus het hout gaat wel gebruikt worden. Het plan is nu om de houten planken op de balken van de kapconstructie te leggen en goed en stevig aan te drukken. Schut zegt dat de houten delen op deze manier goed kunnen drogen. In het voorjaar kunnen ze dan definitief vastgezet worden. De droge delen zullen worden gebruikt voor de middelste kap. Vervolgens kan de leidekker aan de slag.

Brieffragment over de planken die nog niet droog zijn

men sal die op wervels legge en dicht aen 
en in Een drijfve en slaen so dat het dack 
dicht sal weesen, en so schut seijt de deelle 
ondertusche so droochge, datse int voor 
ijaer bequaem sulle weesen om vast te
legge, met de droochge deelle sullense de 
middelste kap decken daer de leijdecker
dan de leijen op kan legge en over winter 
alst goet weer is aen te wercke koomen 
daer hij voor Eerst genoech aen te doen sal 
vinden[, nu wacht men naert loot om de goote]

Zwartwitfoto van een zolder, duidelijk zichtbaar een dakspant en de planken van het dak. In het dak zit een raam en darvoor staat een trapje met twee treden
Interieur zolder naar het zuid-oosten, Ton Schollen, 1984. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lood om oud ijzer

Het lood voor de dakgoot laat nog op zich wachten: de levering wordt vertraagd door de stevige wind. De rekening van de loodgieter uit Amsterdam is wél binnen: 16571 pont voor 876 gulden en 9 stuivers. Temminck heeft er wat af weten te krijgen, zodat er slechts voor 10465 pond betaald hoeft te worden. Daarnaast moet er nog lood uit Den Haag en Rotterdam komen, maar Margaretha heeft geen idee hoeveel dat weegt of wat de kosten zullen bedragen. Het lood uit Amsterdam moet Margaretha meteen betalen, en ook de rekening van het lood uit Den Haag en Rotterdam verwacht ze eerdaags op de mat te krijgen. Voor dit lood heeft ze echter al 200 ducatons betaald, dus de rekening zal wel meevallen. (Eén ducaton is ongeveer 63 stuivers waard, en er gaan 20 stuivers in één gulden, dus reken maar na.) Dit lood komt vermoedelijk morgen of overmorgen binnen. Als het tenminste meezit met de wind…

Eerste brieffragment over het lood
Tweede brieffragment over het lood

[vinden,] nu wacht men naert loot om de goote
te legge dat onderweege is en door kontraijrij

wint niet op kan koomen, de reeckenin vande
loot gieter van Amsterdam heb ick deesen
avont ontfange die 16571 pont loot scheep heeft
gedaen, daer op hij Een persent door perswaesge
van Monseur teminck toe geeft so dat hij
maer 10465 pont en reeckent het welcke
in gelt bedraecht de som van 876f 9 stuij
het welcke pront betaelt moet worde, daer
ick ordere toe heb gestelt, hoeveel het loot
dat wt den haech of van rotterdam komt
sal weechge en ingelt bedrage staet noch
te sien verwachte die reeckenin ock alle
daech en daer heb ick twee hondert duijcka
tons op de hant gegeefven, dit loot heeft den
Aernhemse schipper in die ick hier verwacht
merge of wtterlijck overmerge so de wint
die nu oost is wil dienen[, wij hebbe inde voor=]

Ruimte tussen drie daken: links gaat een zadeldak omhoog, rechts ook, aan het eind zit ook een zadeldak. Rechts op de aansluiting tussen de daken staat een schoorsteen, links aan het eind ligt een trap tegen het dak naar de vlaggenmast. De daken zijn gedekt met leien, op de ribben van de daken en op de aansluitingen tussen de daken ligt lood, tussen de daken zit een dakgoot, op verschillende plekken zitten ramen in de daken. Tussen het dak links en rechts is een smalle doorgang met daarin een luik.
Zuidelijke zakgoot, A.J. van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op verschillende plekken ligt lood op het dak. Onder het hout tussen de beide daken, ligt een brede dakgoot die bekleed is met lood.

Schoonste weer van werlt

Op de harde wind na is het schitterend weer! Vorige week viel er nog wat regen, maar nu hebben we al twee dagen op rij vorst. Margaretha noemt het zelfs ‘het schoonste weer van werlt’. Als dit weer aanhoudt, kunnen de werklieden flink doorpakken, en is het dak binnenkort klaar!

Eerste brieffragment over het weer
Tweede brieffragment over het weer

[die nu oost is wil dienen,] wij hebbe inde voor=
leedene weeck hier ock wat reegen gehadt 
maer van geen beduijde, en nu heeft het 
weer twee dage gevrooren ent schoonste 
weer van werlt gehadt moogen wij dat

noch Eenige dagen houden so ist huijs onder 
dack, maer weet niet hoe wijt loot met deese 
wint hier krijge[, so dat voort Een goet is]

Een bevroren rivier ligt tussen twee bebouwde oevers in. Op het ijs zijn diverse mensen aan het schaatsen. Links donkere wolken die roze gekleurd zijn door de ondergaande zon, rechts grote witte wolken met donkere plekken. Over het landschap ligt een dun poederlaagje sneeuw.
Een bevroren rivier bij een dorp in de avond, Aart van der Neer, ca. 1665. Collectie National Gallery Londen.

Het acksident van Temminck

Margaretha beklaagt de arme Temminck. Men wil met gloeiende nijptangen in de weer gaan! Wat is er precies met Temminck gebeurd? Dat blijft wat vaag in haar brief, maar het lijkt erop dat er iets mis is gegaan tijdens een poging Temmincks tanden te trekken. Misschien heeft hij een nare ontsteking opgelopen. Wat het ook is, het klinkt pijnlijk…

Brieffragment over de tanden van Temminck

[mocht weeten of sien,] den armen temiminck
beklaech ick van harten datter so qualijck 
aen is met sijn acksident daer de meesters nu
met gloeijende nijptange aen wille, dat is van 
tande wt te trecke gekoomen[, met de naeste]

Een man zit vastgebonden aan een stoel, terwijl een man met een tang een van zijn tanden trekt. Onder de voorstelling een tweeregelig vers in het Nederlands. Get Moester hou ie hant, de duycker is dat woelen Trock me iou soo een tant, Iy sout het me wel voelen.
Gevoel, anoniem, 1689 – 1720. Collectie Rijksmuseum.

Pagina 2 van 27

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén