Vandaag een raar kort briefje. Waarschijnlijk heeft Margaretha haar echte brief al klaar en aan de post gegeven. De post kwam niet alleen een brief halen, maar had ook een brief voor haar van Godard Adriaan. Daar stond nog wat in waar ze op wilde reageren en dus schreef ze nog een briefje voordat de postbode er weer vandoor moest. De ‘echte’ brief zit niet meer in het archief, dus we hebben alleen nog het kattenbelletje.
Ameronge den 14 maert 1677
Mijn heer en lieste hartge [rec 18 dito]
naert afgaen m vande mijne vandaech ont fange die van uhEd vande 10 deeser heb in lange geen so vers gehadt, [het doet mij]
Geldzaken
De reden om even een extra briefje te schrijven terwijl de postbode wacht is duidelijk: uit Godard Adriaans brief blijkt dat de 3000 gulden die Van Beusinchem bij Temminck zou leggen, niet voor Godard Adriaan beschikbaar is. Margaretha beschrijft nog een keer wat Beusinchem haar beloofd heeft te doen. Ze heeft geen idee waar het proces hapert, maar als het nog niet bij Temminck blijkt te zijn, dan zal ze zelf naar Utrecht gaan.
[lange geen so vers gehadt,] het doet mij leet beusekom het gelt te weeten de 3000f die hij mij volgens tgeene ick uhEd heb geschreefve had belooft al over acht dage te doen kan niet weeten waert aen haepert heb deesen dach daer over noch aen hem geschreefve, twijfele niet of teminck moet het nu al hebbe so niet sal icker Espres om naer wtt trecht gaen, [ick heb ock staet gemaeckt]
Zinnebeeldige voorstelling van het muntwezen, Romeyn de Hooghe, 1670 – 1708. Collectie Rijksmuseum. De vrouw in het middel is de vrouwelijke personificatie van het muntwezen of het geld. Ze heeft munten op haar schoot en in de hoorn. Ze is afgebeeld met Mercurius, god van de handel, mijnbouw, smeltovens en muntmakers.
Diepste wens
Tijd om af te ronden, want de postbode wil door. Margaretha gaat er vanuit dat de prins een brief aan haar man geschreven heeft. En volgens mij verlangt ze niet naar haar brief, maar naar wat ze hoopt dat er in de brief staat…
twijfele niet of sijn hoocheijt sal nu aen uhEd hebbe geschreefve,
waer naer ick verlange, de post staet en wacht op deese daerom moet sluijte blijfve
Godard Adriaan heeft geschreven dat hij thuis komt! De vrede van Breda is getekend en hoeft alleen nog geratificeerd te worden. Margaretha is blij dat het hem goed gaat en hoopt dat God zal geven dat hij net zo gezond uit Denemarken terug zal keren. Ze rekent uit dat dat ongeveer binnen twee maanden zal zijn.
Ameronge den 7 Augusti 1667
Mijn heer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme van de 30 ijuli te sien deselfs welvaerentheijt hooppe het sal kontiniweere en wijt geluck sulle hebbe van uhEd haest in gesontheijt weer hier te sien de wijlle de vreede nu aenweer sijde geteijckent is131 juli 1667 werd de Vrede van Breda gesloten en daer niet aen defiseert2Deficieert: ontbreekt alst wtwisselen vande ratifijkasi3Ratificatie: officiële bekrachtiging door de provinsie dewelcke op 3 weecke tijt is gegeefve maecke ick staet uhEd in twee maende weer hier sout konne sijn het welcke godt wil geefve ist ons salich [dan mij ijamert uhEd op sijn weer]
Ze betreurt het dat Godard Adriaan bij terugkeer zo’n onaangename toestand in de Utrechtse politiek zal moeten aantreffen. Drakestein heeft het erg bond gemaakt in de statenvergadering van afgelopen dinsdag (23 juli/3 augustus 1667) zoals haar man wel in haar voorgaande brieven gelezen zal hebben. Drakestein heeft het alleenrecht van de Ridderschap om zijn eigen leden voor te dragen in de Staten verkwanseld. Zij en velen met haar begrijpen niet hoe hij nog met opgeven hoofd durft rond te lopen en hoe hij zich gaat verantwoorden naar de leden van de Ridderschap die er op dat moment niet bij waren.
[salich] dan mij ijamert uhEd op sijn weer komste hier so veel fasgerije4gedoe sult vinde gelijck de selfve wt mijne voorgaende met de laeste post als wt ander briefve sult sien ick en wel meer met mij weete niet hoe den heer van draeckesteijn5Gerard van Reede van Drakestein sijn hooft derft op steecken en kan bij de apsente6afwezige heere vande ridderschap verantwoorde het geene hij voorleedene dijnsdach tot sulcken mercke = lijcke preesijudisi7prejudicie: nadeel, schade vant lidt vande heere Edele heeft gedaen [wie heeft oijt gehoort datter]
Gezicht op het omgrachte kasteel Drakestein bij Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het noorden, met in het midden de Slotlaan die leidt naar het dorp met de in 1657 gebouwde kerk. Anoniem, tussen 1660 en 1670. Collectie Het Utrechts Archief
Geduld
Er worden nog wel reparatiepogingen op touw gezet. Rodenburg is naar Den Haag om te kijken of de oude van Reede van Renswoude iets kan betekenen. En het feit dat niet de hele ridderschap op de hoogte was gesteld maakt de gang van zaken misschien ongeldig. Margaretha weet zeker dat als Godard Adriaan thuis zou zijn geweest dat het nooit zo ver zou zijn gekomen. Maar ja, je moet doen wat mogelijk is, maar bij dat wat je niet kan tegen houden moet je geduld oefenen.
[wel belooft ock wel te sulle blijfve,] ick ver trou vastelijck waer uhEd hier geweest het so verde niet gekoomen sou hebbe, nu mijn hartge men moet noch al doen wat mogelijck is en dat me dan niet belette kan paesijensi8patiëntie:geduld hebbe,[ ick heb uhEd voor dees geschreefve de]
Geduld, Pieter van der Heyden, naar Pieter Bruegel (I), 1557. Collectie Rijksmuseum. Tekst onder tekening: Geduld is slecht als het een ongeluk heeft opgeleverd
Verrekening
In deze brief is ook weer plaats voor eigen zakelijke onderwerpen. De opbrengst van de prebenden- en prelaturenhandel kan ze goed gebruiken, want ze heeft na veel ‘hacketacken’ met de erfgenamen van Teus Joosten een deel van het grondstuk ’t Zand (waarschijnlijk het huidige straatje Zandvoort in Amerongen) gekocht voor zevenduizenddriehonderd gulden, deels betaald in Rozennobels. Met de inkomsten die Godard Adriaan, hoopt ze, zal overhouden aan de missie naar Denemarken, zouden ze dan hun andere schulden kunnen betalen.
[en voor de prelatuerschap sesduijsen guld sal krijgen,]het derde part vant sant9’t Zand, wrsch. Zandvoort, bij Amerongen heb ik gisteren naer veel hackentackens10Hakketakken: gekibbel, onenigheid vande erfgenaeme van teus jooste voor de som van seevenduijsent gul daerenboove vier roose noobels11Rozenobel: een van oorsprong Engelse munt. Het is een gouden nobel (munt) met een roos erop, vandaar rozenobel. Komt in het laatste kwart van de 16e eeuw naar Nederland, maar verdwijnt in de 17e eeuw. , en de 50 ste penin12De 50ste penning was een belasting over alle onroerende zaken die van eigenaar veranderden, behalve bij vererving in de rechte lijn. en schrijf loon13Schrijfloon: Vergoeding aan de klerk. so dat het saeme ontrent de seevenduijsent drije hondert gulde sal bedragen ick maecke staet dit wt de peninge vant prelatuerschap en vande proofve te betaelle, hoope op uhEd weerkom =ste de selfve de goetheijt sult hebbe van toe te laeten dat wij wt de konkeste14Conquest: Letterlijk Verovering. Ook Aangewonnen bezit of Vermogensaanwas. Dit laatste in de algemene taal, mogelijk min of meer scherts die uhEd bij deese reijs of komissie meucht gedaen hebbe onse verdere schulde moogen betaellen, [waertoe de heer almachtichsijnen godlijcke]
Zoon Godard is weer naar zijn legeronderdeel. Met zijn vrouw gaat het buitengewoon goed en met hun dochter ook. Helaas heeft de min, de vrouw die aan het kind de borst geeft omdat Philippota dat zelf niet doet, koorts gekregen. Dat gaf nogal paniek. Waarschijnlijk omdat het niet eenvoudig is om snel alternatieve voeding voor een pas geboren baby te regelen. Margaretha hoopt maar dat het snel weer over is. De moeder van Philippota is ondertussen weer naar Arnhem vertrokken en Philippota zal met de volgende post zelf aan Godard Adriaan schrijven.
[seegen wil verleenen,] de heer van ginckel is weer op sijn randevoes15Rendez-vous/Rendevous: Een geordonneerde of bestemde plaats, de vrou van ginckel is de heer sij gedanckt on gemeen wel het kint van gelijcke maer de mine heeft de koorts dat hier Een heelen alarm geeft hoope het niet lan sal dueren, de vrou van middachte16Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota is weer naer Aernhem, onse dochter die haeren ootmoedigen diens aen uhEd preesenteert sal met de naeste post schrijfve ondertusche blijfve ick
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
Ratificatie: officiële bekrachtiging door de provinsie
4
gedoe
5
Gerard van Reede van Drakestein
6
afwezige
7
prejudicie: nadeel, schade
8
patiëntie:geduld
9
’t Zand, wrsch. Zandvoort, bij Amerongen
10
Hakketakken: gekibbel, onenigheid
11
Rozenobel: een van oorsprong Engelse munt. Het is een gouden nobel (munt) met een roos erop, vandaar rozenobel. Komt in het laatste kwart van de 16e eeuw naar Nederland, maar verdwijnt in de 17e eeuw.
12
De 50ste penning was een belasting over alle onroerende zaken die van eigenaar veranderden, behalve bij vererving in de rechte lijn.
13
Schrijfloon: Vergoeding aan de klerk.
14
Conquest: Letterlijk Verovering. Ook Aangewonnen bezit of Vermogensaanwas. Dit laatste in de algemene taal, mogelijk min of meer scherts
15
Rendez-vous/Rendevous: Een geordonneerde of bestemde plaats
16
Margaretha van Leefdaal, moeder van Ursula Philippota
Deze brief is uitzonderlijk netjes en regelmatig geschreven, op extra groot papier. Het lijkt er op alsof Margaretha opdracht heeft gekregen van Godard Adriaan om alle politieke verwikkelingen extra goed te documenteren.
In deze brief zet Margaretha haar politieke communiqué van 29 juli voort. Ze is maandag weer naar Utrecht gegaan om regenten te spreken voor ‘het bekende werk’. Het is een belangrijke dag, want er is een statenvergadering. Daarom staat ze al vroeg bij de heer van Drakestein op te stoep. Deze is nog in de slaapkamer, maar brengt alsnog vóór achten een bezoek aan Margaretha.
voorleedene maendach ben ick alweer Eens te wttrecht omt be= kende werck geweest alwaer ick dijnsdaechs smergens uhEd mesiefve1Missive: brief, vooral ambtsbrieven en brieven over zaken in het algemeen vande 26 ijuli heb ontfange, en also dien merge de state en Eenige heere vande ridderschap soude vergadere heb ick al vroech aent huijs vande heere vande draeckesteijn2Gerard van Reede van Drakestein geweest die noch bij sijn hEd bedt was doch ontrent acht Eure bij mij aenthuijs van beusekom quam, [ondertusche ginck ick bij den heer van]
In de tussentijd wil Margaretha geen minuut verliezen, en gaat langs bij de heer van Hoevelaken om de brief van Godard Adriaan te laten zien. Enkele leden van de ridderschap, waaronder de heer van Mijnden (vader van Hoevelaken) en de heer van Drakestein, zijn van plan om het op een akkoordje te gooien met de vroedschap van Utrecht en in te stemmen met een nieuw reglement waarbij oude privileges van de ridderschap worden opgegeven. Nieuwe edelen die door de ridderschap worden voorgedragen om deel te nemen aan het provinciebestuur, zijn niet langer zeker van hun plek, want de andere leden krijgen daar ook wat in te zeggen.
[van beusekom quam,] ondertusche ginck ick bij den heer van hoeflaecken3Steven van Lynden dien ick den inhout van uhEd brief voor so veel ick noodich en dienstich achte komuniseerde en versocht sijn hEd het selfve aende heer van Mijnde4Jasper van Lynden beliefde bekent te maecken, seij de ock hoe mij met groote verwonderin was voorgekoome het deseijn5Dessein:plan dat de drie heere Edelen hadde vandiendach om dien dach op de staets vergaderin so met het maecken vant reeglement als het geene verder bij de heere vande vroetschap sou werde ge= reesolveert voort te gaen en de gedistineerde6Gedestineerde: beoogde heere vande vroet schap haer wil te doen en also de oude preevileesie7Privilege ent recht van de ridderschap over te geefve [het welcke seijde ick niet]
Gezicht op de Drift te Utrecht uit het zuiden met links het hoekhuis op het Janskerkhof en rechts de huizen van de oostelijke straatwand. Anoniem, ca. 1770. Collectie Het Utrechts Archief. Het origineel ligt in het Koninklijk Huisarchief. De familie van Lynden (vader en zoon heren van Mijnden en van Hoevelaken) woonde in het huis tegenover de brug.
Drakestein komt langs
Als Drakestein om acht uur bij Margaretha langs komt probeert zij hem er van te overtuigen geduld te hebben en zich niet zonder enige noodzaak door de vroedschap te laten overhaasten met het aannemen van dit reglement. Hoe zou hij het bij zijn nakomelingen kunnen verantwoorden? Maar Drakestein zegt dat hij de belangen van zijn nakomelingen zeker in het oog houdt, en vertrekt naar de vergadering.
thuijs koomende quam de heer van draeckesteijn bij mijn dien ick het selfve int gemoete voerde8in het gemoed voeren: voorleggen en seijde hoe verwondert aldewerlt9Al de wereld: iedereen was te sien dat de heere Edele so Een konsept reeglement in hande vande state overgeleevert hadde daer geen noot haer drong10terwijl dat niet noodzakelijk was alse maer Een weijnich paesijensi11Patiëntie:geduld wilde heb [haer alles so schoon op deede, int Eerst antwoorde]
als ick hem daer op Antwoorde hoe sijnhEd bij sijn naekoomeline soude konne verantwoorde sulcke oude preevileesie overte geefe seijde hij het selfve sijn intreste te sijn en is so van mij gescheijde en naer de vergaederin van state gegaen,
Geen overleg
Hoe het is afgelopen zal Godard Adriaan wel uitgebreid in een brief van Abraham van Wezel lezen. Margaretha’s pogingen zijn tevergeefs geweest: het regelement is ongewijzigd in de statenvergadering aangenomen; het zou later bekend staan als de resolutie van 23 juli 1667. Tot genoegen van de steden en tot afgrijzen van de ridderschap. Wat nog het meeste steekt, is dat Drakestein en de zijnen ondanks protesten eigenmachtig in de statenvergadering hebben opgetreden zonder goed voorafgaand overleg met alle edelen.
[sijn plaets maecken,] den heer van suijlisteijn12Frederik van Nassau Zuylestein die inden haech is heeft noch dien merge aende heer van drakesteijn geschreefve en versocht men in sijn apsensie niets sou wille doen sonder alvoorns de ridderschap daer op te beschrijfe het welcke niet geschiet is den heer van sandenburch13Coenraad Borre van Amerongen was ock apsent14absent: afwezig en ten hoochste misnoecht,[sij hebbe de nieuwe]
Judas ontvangt zilverstukken voor zijn verraad, Bernard Picart, naar Rembrandt van Rijn, 1683 – 1733. Collectie Rijksmuseum
Verraad van Drakestein?
Met dit alles heeft Drakestein het helemaal verbruid bij de rest van de ridderschap. Er gaan geruchten dat hij de oude privileges feitelijk heeft verkocht om een aantal andere zaken van privébelang in de staten geregeld te krijgen. Hij heeft bij Wijk bij Duurstede het landgoed Dompselaar gekocht dat hij door de staten tot een ridderhofstede wil laten bestempelen waardoor het dubbel zo veel waard wordt. En men zegt dat hem zijn schulden aan de provinciekas zullen worden kwijtgescholden. Margaretha vindt het erg om zoveel kwaads te horen over iemand die de naam van Reede draagt. Maar zij heeft haar best gedaan.
den heer van drakesteijn seijt men heeft hier bij wijck Een stuck goets15Gerard van Reede van Drakestein koopt in 1667 Dompselaer aan de Langbroekerwetering, dit was al in 1539 een Ridderhofstad, maar had sinds die tijd veel niet-adellijke bewoners gehad. Na zijn dood wordt het door zijn nazaten verkocht gekocht voor twaelf duijsent gul die daer in gevesticht staen het welcke so geseijt wort se tot Een ridderhofste sulle verklaere dan ist tien duijsent gul meer waert en se sulle hem sijn schult aent lant16de provincie Utrecht quijt schelde so geseijt wort , so heeft hij de previleesie vande heere Edelen verkocht seijt me is dat geen fraije naem voor Een Edelman, ick kan niet segge hoe aldewerlt17de hele wereld: iedereen roept tis mij voorwaer lief dat sulcke geschreu en so veel maledicksie18Maledictie: kwaadspekerij, vervloeking over een die de naem van Reede draecht gaat, dan wat kanme doen ick hebt hem genoech geseijt als uhEd uut mijne voorgaende sult sien [vande heer van rhijswou wort ock niet weijnicge=]
Maar het verhaal is nog niet klaar. Tot haar verbazing komt ’s middags burgemeester Nicolaas Hamel Margaretha een bezoek brengen om te vissen naar geruchten over de rol van haar man. Hij zou een gooi naar de positie van Eerste Edele hebben willen doen of anders met pensioen gaan. Dat schijnt hij een keer tegen de Vrouwe van Vlooswijk te hebben gezegd. Maar nu heeft hij gegokt en verloren. Margaretha reageert verontwaardigd en ontkennend. Er volgt nog meer gehakketak. Pas laat is ze terug in Amerongen.
uhEd haer geseijt had noch Eenen sprong te wille doen en koninck of keutel19Koning of keutel: alles of niets. Deze uitdrukking werd vooral in het kaartspel gebruikt te wille weesen en daer met wt de reegeerin te sulle scheijde enu hEd ruste te gaen houde, waer op ick antwoorde niet te weete wat diskoerse uhEd teegens de vrou van flooswijck had gehoude maer wel te weeten uhEd pretensie noijt geweest waeren het Een oftanders te sijn noch Eenige heerschapi over andere te voere ock niet over heer te worde dat uhEd het Eerste liet aendiegeene die vrij wat meer teeckenen van begeerlijckheijt daertoe toonde als uhEd oijt gedaen had maer datse niet hoefde te dencken u hEd niet was die hem oijt zou laeten overheers-schen, in soma20In somma: kortom, so scheijde wij van een doch naer veel meer hacketackerije, ick quam dien avont hoewel laet noch [thuis]
Het papier is aan twee kanten vol, maar ze voegt op z’n kop in de bovenmarge nog een relativering toe waarmee ze Godard Adriaan en waarschijnlijk ook zichzelf gerust wil stellen: het zijn maar wereldse zaken.
maer hoope uhEd sich hier in sal kunne gerust stelle en dencke het almaer werltse saecke sijn die deene tijt sou en dande tijt so gaen, [wee seij niet te konne dencke hoe uhEd]
Twee regels familienieuws
Tot hier uitsluitend Utrechtse politiek. Alleen helemaal op het laatst, er is echt zo goed als geen ruimte meer, voegt Margaretha nog een paar woorden toe om te melden dat het met Philippota goed gaat en dat het kleintje goed groeit. De twee regeltjes worden door Margaretha verticaal in de kantlijn gekriebeld, maar zelfs daar hebben ze concurrentie van de verzuchting: Drakestein, oh Drakestein, wat heb je gedaan.
[maerschalck amt in haer kan niet krijge so isset noch alweer kans me moet sien] maer drakesteijn drakesteijn wat heb gedaen, nu mijn hartge ick blijff uhEd getrouwe wijff M Turnor
de vrou van ginckel en kind sijn beijde wel naer de tijd het kleijne groijt seer
Missive: brief, vooral ambtsbrieven en brieven over zaken in het algemeen
2
Gerard van Reede van Drakestein
3
Steven van Lynden
4
Jasper van Lynden
5
Dessein:plan
6
Gedestineerde: beoogde
7
Privilege
8
in het gemoed voeren: voorleggen
9
Al de wereld: iedereen
10
terwijl dat niet noodzakelijk was
11
Patiëntie:geduld
12
Frederik van Nassau Zuylestein
13
Coenraad Borre van Amerongen
14
absent: afwezig
15
Gerard van Reede van Drakestein koopt in 1667 Dompselaer aan de Langbroekerwetering, dit was al in 1539 een Ridderhofstad, maar had sinds die tijd veel niet-adellijke bewoners gehad. Na zijn dood wordt het door zijn nazaten verkocht
16
de provincie Utrecht
17
de hele wereld: iedereen
18
Maledictie: kwaadspekerij, vervloeking
19
Koning of keutel: alles of niets. Deze uitdrukking werd vooral in het kaartspel gebruikt
Op 18 mei 1675 leggen Johan Quint en Godard van den Doorslagh op verzoek van Godard Adriaan een verklaring af als getuigen van de brand, wat daar aan vooraf ging, en de geleden schade. Ze zijn plaatsvervangend drost en schout (Quint) en secretaris (Van den Doorslagh) van het gerechtsbestuur van de hoge heerlijkheid Amerongen.
1672: geen vuiltje aan de lucht
Ze beginnen helemaal aan het begin, zomer 1672. Kort na de Franse inval lijkt het allemaal nogal mee te gaan vallen. Koning Lodewijk bezoekt Amerongen, en zijn broer, de Hertog van Orleans, blijft zelfs enige dagen overnachten op het kasteel. Gedurende zijn verblijf gedraagt zijn gevolg zich keurig, ‘geen de minste schade’, niets aan het handje.
[den]
hartogh van Orleans sijn logement op’t huijs t’ Amerongen heeft genomen, en gedurende sijn verblijff aldaer, sulcken strickten ordre onder ’t volck was, dat doen ter tijt aen ’tselve huijs, hoven ende tuynen, mitsgaders des heeren van Amerongens goederen en plantagien geen de minste schade was gedaen, [Daer na als wij neffens]
Portret van Filips I, hertog van Orléans, Pieter van Schuppen, naar Charles Le Brun, 1670. Collectie Rijksmuseum.
Ophitsing
Waarom vonden ze het nodig om in de verklaring te vermelden dat de soldaten zich in 1672 netjes gedroegen? Zeer waarschijnlijk om extra te benadrukken dat de actie in maart 1673 geen standaard handelswijze was, maar een doelbewuste actie met een bepaalde reden: namelijk als sanctie voor het feit dat Godard Adriaan namens de Staten-Generaal op diplomatieke missie naar Berlijn was om bondgenoten te werven. Die beschuldiging wordt duidelijk bij een bezoek door Van den Doorslagh aan de secretaris van de Hertog van Luxemburg :
[…], vraegden mij denselven secretaris naer den heer van Amerongen, en horende dat ick mij daer van ignorant hielde1dat ik deed of ik het niet wist, wenckte mij met sijn vinger en seijde wij weten wel dat hij in Duijtslant is, ende de Duitse vorsten tegens onsen koningh ophitst en diergelijcke woorden […]
De beschuldigende vinger. Detail van Studie van een arm, Giuseppe Cesari, 1578 – 1640. Collectie Rijksmuseum.
Eerdere ontkenningen hadden niet geholpen. Van den Doorslagh krijgt bij dat bezoek nog wel een beschermingsbrief (sauvegarde) mee voor het dorp, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Dat heeft hij zelf in eerste instantie niet door, maar Margaretha wel zodra ze de brief leest.
Offer voor het landsbelang
Mede met deze getuigenverklaring kan Godard Adriaan aantonen dat de vernietiging van zijn bezit direct verband houdt met zijn diplomatieke werkzaamheden voor de Staten-Generaal. En dat is nodig om bij diezelfde Staten-Generaal een (gedeeltelijke) vergoeding los te krijgen. Het landsbelang kostte hem zijn kasteel, dus de opbouw van het kasteel mag het land ook wat kosten. De link met de diplomatieke missie komt in de verklaring veelvuldig terug. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de komst van zeer ongewenste logees.
[…] Ende na dat bij de France publicq geworden was dat den heere van Amerongen wegens haer ho:2hoog mo:3mogende de heeren Staten- Generael sich in Duijtslant onthield4in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was, sijn twee capitainen met hare compagnien van ’t regiment La Reijne
op’t huijs te Amerongen komen logeren, en hebben tselve in possessie genomen, verjagende de onderdanen daer van daen, seggende dat alle de goederen van den heer van Amerongen waren geconfisqueert om dat niet op sijn huys was gekomen […]
Die logees zijn een slimme zet van de Fransen want zo wordt de kip met de gouden eieren niet meteen geslacht, maar eerste kaalgeplukt en leeggezogen. De Amerongers moeten hen van eten en drinken voorzien: brood, vlees, wijn en wat niet al. Net zo lang tot er voor de inwoners en hun kinderen zelf ook niets meer te eten is en ze hongerig moeten wegtrekken. Tijd voor de kapiteins om maar weer eens elders kijken.
[… ] lieten door hare sergeanten en soldaten alle dagen broot, vlees, boter en andere spijse de inwoonders affhalen, so lange dat de inwoonders ten deele begonden met hun kinderen honger te lijden, om datse geen spijse konden bekomen. Waer over sij moesten op anderen plaetsen trecken, En die capitainen niets meer vindende sijn doen ook vertrocken. […]
Ruïneren en verbranden
Pas dan moet ook het kasteel er aan geloven. Twaalf ruiters van de lijfwacht van de Hertog van Luxemburg komen eind februari 1673 met de opdracht het kasteel te vernietigen. Bossen hout en stro worden door het hele huis en in de torens verspreid en bovenin aangestoken. Het huis brandt tot de grond toe af.
[…] Daarna is in Februarij 1673 een Edelman ofte Officier genaemt La Fosse van de Lijffgarde van den Hartogh van Luxenburg met 10 a 12 Ruijters op den Huijse en Slote van Amerongen gekomen, seggende tegens die opgesetenen die daer weder opgevlucht waren, dat zij ordre hadde om t selve huijs te ruineren en te verbranden, ende dat ider daer van soude trecken, en hebben deselfde Franssen al voort bossen hout en strooij gedragen, boven in de Toorens en door het geheele Huijs, en het bovenste eerst aen brandt gesteecken en van boven tot beneden geheel afgebrandt […]
Alle gebouwen op de voorburcht vallen ook ten prooi aan de vlammen, ondanks pogingen van de Amerongers om dat tegen te houden door een som geld te bieden. De getuigen laten niet na de reactie van de Franse officier te citeren waarin de link met Godard Adriaans opdracht duidelijk is:
[al mede affgebrant,] niet tegenstaande dat de inwoonders te vooren een groote somme gelts presenteerde, dat het niet gebrandt soude worden maar dien officier sijde dat hij geen verschoninge vermochte te doen, onder andere, om dat den heer
van Amerongen tegens de interesse van den koninck van Vranckrijck ageerde. […]
Kaalgevroten en omgekapt
Met de omringende landerijen wisten de uitvoerders van de wraak van de koning ook wel raad. Ze werden gebruikt als nieuwe weidegronden voor een groot deel van het vee dat elders in de provincie gestolen was: honderden karrepaarden, tientallen ossen en duizenden schapen kwamen de boel kaalvreten, en alle bomen en struiken werden omgehakt.
[van Vranckrijck ageerde] Na welcke tijt op de goederen ende weijlanden van welgemelte Heere van Amerongen sijn gekomen, eerst eenige honderden karpeerden5karrepaarden, daer na ontrent 50: a 60: ossen en ettelijcke duijsenden schapen, die men doen seijde dat den Intendant Robert toe behoorden6waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren, ende wierden doen ook de bosschen ende plantagien van meergemelte heere van Amerongen affgekapt. [Hier ons gevraegdt]
Quint en Van den Doorslagh zeggen in hun getuigenis desgevraagd geen precieze inschatting van de schade te kunnen geven. Maar op hun ‘vromigheid’ verklaren ze dat ze na raadpleging van deskundigen zoals timmerlieden en metselaars op een bedrag van meer dan honderdduizend gulden komen. Van die timmerlieden en metselaars is ook een eigen verklaring bekend, waar meer details over de soort schade in zijn opgenomen. Die gaan we nog zien.
[daer aenbehorende, wel zouden estimeren.] Soo hebben wij stelve soo pertinent niet konnen doen. Maer verklaren bij onse vroomigheijt na dat wij ‘tselve met verscheijde timmerluijden en metselaers hadden overleijd, dat onses oordeels diergelijcken, soo als het voors. huijs en voorburgh, voor het affbranden is geweest, wel over de hondert duijsent gulden soude kosten, […]
Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen, Izaak Jansz. de Wit, naar Jacob Cats, 1807. Collectie Rijksmuseum
1
dat ik deed of ik het niet wist,
2
hoog
3
mogende
4
in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was,
5
karrepaarden,
6
waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren,
Margaretha heeft veel te vertellen. Er is gedoe over secrete én zware besognes, en natuurlijk ook weer over geld. Gelukkig is er wel goed nieuws vanaf het front. Het lijkt er op dat er iets groots op handen is. Gaat Utrecht ontzet worden? Het is nog onduidelijk wat er precies gaat gebeuren, maar het zal groots zijn. Aan het eind van de brief nog meer goed nieuws: op zee is de victorie behaald!
Secrete besognes
In haar vorige brief waarschuwde Margaretha Godard Adriaan dat één van de door Godard Adriaan geworven officiers een brief op hoge poten aan de Staten heeft geschreven. Volgens de officier zou hij nog geen geld ontvangen hebben van Godard Adriaan. De informatie was afkomstig van Caspar van Kinschot.
In de brief van vandaag komt Margaretha hier op terug. Ze vindt het goed dat Godard Adriaan zelf een brief aan Van Kinschot heeft geschreven, maar een reactie heeft hij blijkbaar niet ontvangen. Wellicht dat hij hierover tegen Margaretha geklaagd heeft.
Van Kinschot heeft in ieder geval zijn excuses aangeboden. Hij kon niet reageren omdat hij het enerzijds ontzettend druk heeft met allerlei zaken en anderzijds durfde hij niet. Omdat hij de Eed van de Secrete Besognes had afgelegd, mocht hij geen belangrijke zaken mededelen. Hij was bang dat Godard Adriaan hem dat niet in dank af zou nemen. Dus schreef hij maar niets.
tis heel goet uhEd den heere kinschot2Caspar van Kinschot selfs gean twoort heeft, sij vreese ock aen dien kapteijn koc kop Een banckroet te hebbe, kinschot heeft voor deese al Exskuse gemaeckt dat hij aen uhE niet en schrijft Eensdeels om sijn meenichvuldi =ge affaere3Zaken en ten andere om dat hij inde Eet vande seekreete besoeijngees4Geheime zaken is vreesende uhEd niet wel sou neeme dat hij d niet van inpor tansie schreef en den Eet leijt so strickt dat hij niet derft[, hij komt teegenwoordich heel]
Staande officier met wandelstok, van opzij gezien, Salomon Savery, naar Pieter Jansz. Quast, 1630 – 1665. Collectie Rijksmuseum
Luitenant-kolonel, Jacques de Gheyn (II), naar Hendrick Goltzius, 1700 – 1725. Collectie Rijksmuseum
Zware besognes
Tegelijkertijd wordt er bij Prins Willem III vergaderd over de militie. Dat zijn zware besognes, met andere woorden: moeilijke aangelegenheden. Velen die deelnemen of hebben genomen aan de vergadering zijn ziek geworden. Er zijn er zelfs al twee gestorven! Zo zwaar vallen de aangelegenheden dus… Margaretha vindt het trouwens wel gek dat er over betaling van de militie wordt vergaderd. Volgens haar is dat helemaal niet nodig en wordt er prima betaald. Vooral de milities die afkomstig zijn uit het buitenland worden goed betaald, schrijft Margaretha met een verbitterde ondertoon. Alleen de hoge ambten worden niet betaald.
[heere hop is noch te Amsterdam seer qualijck,] al de heere die in die komisie koome worde sieck daer sijnder al twee van gestorfve, men seijt die besoeijngees5Besognes: Zware aangelegenheden te swaer valle, ick weet niet waer de offisiers nu over de quade betaeli konne klage daer hebbense geen reedene toe insonderheijt de vreemde naesie se worde alle pront betaelt dan ick sien dat die mense haer selfve niet wel konne behelpe of redde, de hoochge schersgees6Ambten worde niet betaelt insonderheijt aende ingeseete =ne vant lant de andere krijge nu en dan noch al wat[, met de laeste post is uhEd]
Geld
De demissie voor Godard Adriaan is verstuurd. Ontvanger Uyttenboogaard heeft Margaretha hoop gegeven dat de demissie ook daadwerkelijk betaald gaat worden, en wel komende week. Zodra het geld binnen is, zal het naar de ‘jonge Temminck’ in Amsterdam gaan. De bankiers familie Temminck regelt de financiële zaken van de familie. De lijnen zijn kort en ze kennen elkaar goed. In de brieven komen naast Temminck ook de oude en de jonge Temminck voor. Hij zal er dan voor zorgen dat Godard Adriaan dat dan via een wissel op kan nemen.
[noch al wat,] met de laeste post is uhEd demissie7Ontslag uit dienst vande generaEliteijt afgegaen die uhEd buijte twijfel vandaech of merge sult ontfange, den ontfanger wt den boogaert heeft mij hoop gegeefve van de ordinansi ter som van 2500f inde toekoomende weeck te betaelle, so haest het gelt ontfange is salt selfve onder den jonge teminck tot Amsterdam geleij worde, om bij uhEd te trecke[, sijn hoocheijt is]
Optrekkende troepen, Jacques Courtois Le Bourguignon, 1631 – 1675. Collectie Rijksmuseum
Troepenbewegingen
Prins Willem III beweegt zich met zijn troepen ergens tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Verder zijn er geruchten dat een gedeelte van de ruiterij zich ergens rond het huis van Cornelis Tromp in ‘s-Graveland ophoudt. Er zou een brug over de rivier de Eem geslagen zijn. Wat wel zeker is, is dat er troepen in Amsterdam gearriveerd zijn. Men vermoedt dat Utrecht eerdaags een aanval te verduren krijgt. Er zou iets groots op handen zijn… De graaf van Waldeck zou met de troepen uit ‘s-Graveland komen, en Willem III zou zich via Gorinchem bij de troepen van de graaf van Waldeck voegen. Margaretha hoopt dat het geluk nu eens aan de kant van de Republiek staat.
[worde, om bij uhEd te trecke,] sijn hoocheijt is
met het leeger wt de langestraet8De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant voorleedene maendach smergens vroech op gebroocke en savonts tot oosterwijck9Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout gekoome alwaer tot Eergistere hebbe geleege en so men seijt is doen tot werckendam gekoome, de geruchte gaen hier als of Een ander gedeelte van onse ruijterij en ock Eenich voet volckere gistere in’t schravelant ontrent het huijs van de heere tromp soude sijn gekoome en datter Een bruch over de Eem soude geslage sijn, daer is doch hier is geen seeckerheijt van maer wel datter Eenichge ruijterij tot Amsterdam geamberkeert is,10Embarqueren: Aan boord gaan of brengen het vermoede is oft wel op wttrecht mochte gemunt sijn en dat den graef van waldijck vande Eene kant met dat volck dat men seijt int schraefve lant te sijn, en sijn hoocheijt aende ander sijde bij gorckom heen sou koome, datter Eits groots op hande is, is seecker [de heer al]
Van Ginkel is vereerd door Willem III. Hij was namelijk uitgenodigd om een stuk vlees te komen eten, een zogeheten paterstuk. Nu maar hopen dat de prins hem niet alleen op een dinertje trakteert, maar ook op een mooie functie. Het liefst die van commissaris-generaal.
tis vandaech achdaechge dat sijn hoocheijt hem de Eer heeft gedaen van hem door den heer van ouwerkercke11Hendrik van Nassau Ouwerkerk te laete segge dat hij smiddaechs Een paterstuck12Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe bij hem wilde koomen Eette gelijcke hij met Een deel spaense offisiers gedaen heeft, en was sijn hoocheijt heel wel te vreede en insijn schick, de heer van ginckel heeft deese soomer weer het komisaer =rischap scheeneraelsch in plaets van mompel= =ijan die in vrieslant en hier inde haech is geweest , bedient wil hoope het Eens in konsideraesie sal genoome worde[, waeren wij nu maer deese]
‘De Gouden Leeuw’ in gevecht met ‘The Royal Prince’ tijdens de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673, Abraham Storck, eind 17e eeuw. Collectie Royal Museums Greenwich. The Royal Prince draagt de blauwe vlag van admiraal Spragg. De Gouden Leeuw is het schip van Luitenant-admiraal Tromp.
Soldaten en zeelieden
Goed nieuws van het front neemt Margaretha nog snel op in het ps op een los briefje. De Münsterse troepen zijn uit Friesland verdreven en op zee is de strijd in het voordeel van de Republiek beslist. Admiraal Edward Spragg is gesneuveld. De dood van vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde noemt Margaretha niet. Wel schrijft ze dat veel zeelieden hun benen of armen kwijt zijn. Of allebei. Ach, die ellendige en miserabele mensen…
die munsterse die in vrieslant ingebroocke waere sijn so ge seijt wort daer met schande een verlies van volck weer wt gedreefve, den Admirael sprach13De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag vande Engelse is seeckerlijck doot gebleefve, het jacht vande koninck van Engela =nt dat met Eenige sereeschijn om de gequetste int konins vloot te verbinde was af gesonde is in onse vloot ge= =valle, en bij de onse op ge= brocht, tis seecker dat de vicktoorij die wij nu weer ter see hebbe gehadt seer groot is, maer wij hebbe ock seer veel Elendige en misera =bele mense deen sonder beene en dander sonde arme en ock die beene en arme beijde quijt sijn thuijs ge= kreechge tis Een miseerij te hoore, de heer vergeeft het haer die hier oorsaeck van sijn
Fragment van een Engelse scheepsvlag, ‘Blue Ensign’, anoniem, ca. 1630 – ca. 1707. Collectie Rijksmuseum. Deze vlag is veroverd door de Hollanders op ‘the blue squadron’ onder commando van Edward Spragge tijdens de Slag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Het witte vlak met het rode kruis is het St. Georges kruis.
1
7 van sept
2
Caspar van Kinschot
3
Zaken
4
Geheime zaken
5
Besognes: Zware aangelegenheden
6
Ambten
7
Ontslag uit dienst
8
De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant
9
Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout
10
Embarqueren: Aan boord gaan of brengen
11
Hendrik van Nassau Ouwerkerk
12
Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe
13
De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag
Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met drie à vier tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat.
Bij stukjes en beetjes
Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.
rec. 2e may in Hamburg wt Amsterdam den 28 April 1673
Mijn heer en lieste hartge
hier koomende wist den ontfanger nergens minder van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul 4410f heeft betaelt ende resteerende penin ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde toekoomende weeck te betaelle, maer tot de betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel Een maent of twee sal aenloope Eer mij die betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent gul genoome te hebbe men sou niet geloofve wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal niet versuijme het selfve so veel inte vorderen
Roeping van (de tollenaar) Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum
Financiële verantwoording
Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.
alst doenlijck sal sijn, bidt niet qualijck te neeme dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent gul mee naer den haech sal neeme om aldaer de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije vande lest ontfangene 6000f wat daer meede betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick hier in hande van onsen drost om als hijt verde =re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome het saeme aen teminck sal telle het welcke dan de som van vier duijsent sul sal sijn so haest salder geen gelt vande leste ordinansi ontfange worde of salt almeede in hande van teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]
Alles naar de pakzolder
Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.
[wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier naest de deur tot Een maeckelaer genaemt raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de maent gehuert heb voor 5f ter maent altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons en de vrou van ginckels silver koffers met sil= =ver En ons kastge met transporte briefve en noch twee vande kistges met vande nodichste briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin
houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa =ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn goet noch niet inden haech wagen, 5f ter maent kan gaen, [men is hier seer bekomert]
Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.
[maent kan gaen] men is hier seer bekomert en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in te breecken daer om daer volck gesonde sal worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige verlossine geefve, de sweetse Ambasadeurs seijtme dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer Acken, men kontiniweert noch te segge dat de keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekendheeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou =we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede
Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.
Amsterdam laat het hoofd hangen
Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.
uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees stat meest bedurfven is de kooplie weeten niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om dat hamburch sonder defensi is, het minste
datter sal koome dat die stat sal wt geplondert worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle blijfve, [de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet]
Oorlogsvloot voor Pampus
De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.
[blijfve] de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck, [het doet]
Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710. Collectie Rijksmuseum.
Sommelsdijkje zwanger van Labadie?
We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.
[de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van someldijcks9Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een woort gehoort salder nae verneeme so haest ick weer inden haech koom maer geloof niet datsij wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,
“Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.
Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
1
De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan
2
Ordinantie: regeling, verordening
3
Binnen Amstel
4
Friesland
5
aanvallen,
6
Margaretha is hier heel erg op de hoogte, pas in juni wordt het Verdrag van Vossem getekend
7
Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st)
8
Pampus
9
Lucia van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk
10
Maria van Aerssen van Sommelsdijk
11
Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte
Margaretha begint haar brief met een ogenschijnlijk vrij oninteressant bericht. Godard van Ginkel is naar Gorinchem vertrokken om zijn regiment op orde te brengen. Zijn stalmeester, Kemp, heeft een paard van Isaäc de Blanche verkocht. Het was het slechtste paard en Kemp heeft hier 29 rijksdaalders voor kunnen vangen. Margaretha noteert ook voor hoeveel geld het paard heeft gegeten: 12 gulden in 15 dagen, oftewel 16 stuivers per dag. Er is ook nog een goed paard, maar het lukt in eerste instantie niet om deze te verkopen.
Twee paarden, één urinerend, de ander hinnikend, en een staande man, Philips Wouwerman, na ca. 1646. Collectie Rijksmuseum.
De militie
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg heeft verscheidene garnizoenen geïnspecteerd om de militie te monsteren. Er wordt gezegd dat de graaf van Waldeck van mening is dat de regimenten die het best betaald worden nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan… Hopelijk zijn de troepen die Godard Adriaan aan het werven is snel compleet. Men heeft goede hoop, aldus Margaretha, maar ze vreest wel dat andere machthebbers ook naarstig op zoek zijn naar verse manschappen.
[weer komt,] de graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg is in verscheij =de gernesoene2Garnizoenen gegaen om onse meliesi te monstere sijn so geseijt wort vint hij somige reesgemente die best betaelt sijn seer slecht het is bedroeft dat het lant so bestoolle wort daert so benoodicht is, men heeft hier al gehoopt het volck dat bij uhEd geworfve wort nu haest kompleet soude sijn, geloof daer te veel volck voor andere potentaete3Potentaten: machthebbers (neutraler dan we het nu zouden gebruiken) gesocht wort[, de]
Margaretha vreest de komst van Condé. Hij wordt in Utrecht verwacht en heeft daar onderdak nodig. Maar bij het huisvesten van een prins ga je niet over één nacht ijs. Als locatie voor deze prins is het Janskerkhof gekozen, maar geen van de daar aanwezige huizen is groot genoeg. Rondom het Janskerkhof lagen tot in de 16e eeuw huizen die bewoond werden door de kannuniken van St. Jan. In de loop van de 16e eeuw komen deze huizen in handen van burgers. Op de afbeelding is duidelijk te zien dat de huizen aan de noordzijde diepe voortuinen hebben die lopen tot aan de immuniteitssloot aan het Janskerkhof.
Overzicht van de immuniteit van St. Jan te Utrecht uit het zuiden gezien met in het midden het Janskerkhof met de Janskerk (Janskerkhof) en rechts de Drift, Berch, J.R. van den, landmeter/cartograaf, 1604. Collectie Het Utrechts Archief
Aletta Pater, de latere vrouw van burgemeester Jacob Martens, en haar zwager, burgemeester Johan van Nellesteyn, kopen de voortuin van één van die huizen en zij bouwen daarop twee aan elkaar grenzende huizen: nu Janskerkhof 15a en Janskerkhof 16. Deze huizen samen zouden genoeg ruimte kunnen bieden voor een prinselijke pied-à-terre. Beide burgemeesters waren inmiddels naar de andere kant van de waterlinie gevlucht. De tussenwand werd eruit gesloopt en hierdoor ontstond één groot huis. Misschien ziet Margaretha dit als een voorbode voor wat Condé allemaal nog meer gaat slopen. Een goede vrede zou welkom zijn, maar die is er nog lang niet. Gaat die vrede er überhaupt ooit komen?
[volck voor andere potentaete gesocht wort,] de prins van kondee4Louis II van Bourbon, prins van Condé wort alledage tot wtrecht verwacht het huijs vande de heere nellisteijn5Johan van Nellesteyn en martens6Jacob Martens sijn tot
de meure door Een geslaechge en tot Een huijs of loosgement voor hem gepreepareert, ick apreehendeere7Apprehenderen: vrezen sijn komste seer hadde wij Een goede vreede waer ons best maer hoe koome wij daer noch toe[, Eergistere op daenkomste]
Gezicht op de voorgevels van de huizen Janskerkhof 15 (rechts), 15A en 16 uit het zuidwesten, G.J. Lauwers, 1950-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.
Ambassadeurs en onderdanen
Het lijkt er niet op. De Zweedse ambassadeurs hebben bekend gemaakt dat Lodewijk XIV er niet op zit te wachten dat Johan van Reede van Renswoude als ambassadeur zou onderhandelen over vrede. Volgens de Franse koning is Van Reede van Renswoude als inwoner van het door de Fransen bezette Utrecht namelijk een onderdaan van Frankrijk. En dan zou het heel raar zijn als hij namens de Republiek zou onderhandelen over vrede. Van Reede van Renswoude is zeer onaangenaam verrast, maar Margaretha heeft vernomen dat Hollandse regenten erop zullen aandringen dat hij tóch mee mag.
[koome wij daer noch toe,] Eergistere op daenkomste van de franse briefve hebbe de sweetse Ambassadeurs men heere de state bekent gemaeckt dat den konin van vranckrijck niet verstaet den heer van rhijnswou8Johan van Reede van Renswoude in de Ambasade weegens deese staet sal gaen dewijlle hij Een onderdaen van hem is, dat hij niet begeert sijn Ambassadeurs met sijn onder daene die van Een andere staet koome sulle be= =soeijngeere9Besogneren: beraadslagen, onderhandelen, dit seijt me heeft sijnhEd seer gesupre =neert10Surpreneren: verrassen, verwonderen, doch so mij van Een hollants reegent geseijt is soude bij men heere van hollant daer op aengehoude worde dat hij mochte mee gaen
De keurvorst legt de wapens neer
De secretaris van de keurvorst heeft geschreven dat de keurvorst een wapenstilstand van drie maanden met Frankrijk heeft gesloten. De keurvorst beloofde zich afzijdig te houden in de oorlog tussen Frankrijk en de Republiek. Iedereen is boos op Gerard Bernhard van Pöllnitz. Hij heeft zoveel subsidiepenningen gekregen! Ach, men heeft altijd wat te klagen…
[antwoort op koomt,] noch is hier gister avont tijdin gekoome vande keurvorst seekreetaris vande keur
vorst van brandenburch genaemt kolombie die schrijft dat den heere keurvorst stilstant van wapene voor drie maende met vranckrijck gemaeckt heeft daer al ses weecke van om soude sijn , hier roept men nu weer op nieu dat den heere penits11Gerard Bernhard van Pöllnitz so veel supsidie peninge noch heeft gekreechge, in soma hier valt altijt wat te segge[, hoe salt ons]
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
Acte van garantie
Margaretha heeft Gaspar van Kinschot gesproken over de Acte van Garantie. Van Kinschot raadt net als Gaspar Fagel af om een memorie over de Acte van Garantie naar de Staten Generaal te sturen. Hij gaat nog wel even voor Margaretha nakijken hoe het precies volgens het Gelders recht zit met de obligatie of schuldbekentenis van Van Ginkel. Gelukkig komt Godard Adriaan snel thuis. Ten minste, als het waar is dat de keurvorst een wapenstilstand heeft gesloten.
noch gaen, ick heb den pensionaris kinschot12Gaspar van Kinschot ge sproocke weegens onse ackte vande garant en ock vande oblijgaesi13Obligatie: schuldbekentenis die de heer van ginckel ons pas =seere sou, opt Eerste is hij volkoomentlijck int advijs vande heere raetpensionaris14Gaspar Fagel dat ick als noch soude swijge en geen reequest of memoorij aende state generael preesenteere seggende het selfe noch ontijdich te sijn, opt tweede heeft hij mij belooft nae te sulle sien hoe de gelderse rechte legge en in wat forme die oblijgaesi tot bundichste sal konne ingestelt worde so dat waer is dat de keurvorst stilstant van wapenen heeft vermoede ick dat uhEd wel in korte mocht thuijs koome[, den ontfanger]
[beeste meer weetender geen raet mee,] het doch =tertge vande heer van wulfve dat ick hier had gebrocht om inde rou te kleede is den derde dach dat sij hier is sieck geworde heeft Een kon tiniweelle koorts met Een verheffin, hoope de goede godt haer sal verleene wat haer salich is en uhEd in sterckte en gesontheijt laete toe neemen , dit wenst van harte
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijf MTurnor
[so komt kemp]
PS: Het tweede paard is ook verkocht
Aan het eind van de brief komt Margaretha in een PS op de paardenhandel terug: Kemp meldt dat hij ook het tweede paard heeft verkocht. Voor 30 rijksdaalders, één rijksdaalder meer dan hij kreeg voor het ‘slechte’ paard. Het veevoer is zo duur… Gelukkig, zo schrijft Margaretha eerder in haar brief, wordt het snel beter weer en kan het vee heerlijk van het verse gras genieten. Het leuke van deze brief is dat de memorie – vergelijkbaar met een bonnetje – bewaard is gebleven.
so komt kemp segge dat hijt tweede paert van blansge verkocht heeft voor 30 rij rijxsdael het kost niet meer gelde heeft der mo noch veel moijte toe gedaen, het voer is hier so dier dat mense niet langer dorst houde
Memorie van de verkoop van twee paarden van Isaäc de Blanche, ontvangen op 19 en 21 april 1673. Bron: HUA, inv. nr. 1001, toeg. nr. 2723
1
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
2
Garnizoenen
3
Potentaten: machthebbers (neutraler dan we het nu zouden gebruiken)
Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.
ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een keer herwaert2hierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick dencken sal want gistere bij ockasie3gelegenheid dat ick den heer griffier fagel4Hendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger ginck5hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem briefve aen uhEd had gesonde en belast die op hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet anders wiste of den graef van waldeck wort noch deese weeck weer hier verwacht, [daer om]
Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690. Collectie Rijksmuseum
Verbroken zegels
Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.
Daarnaast verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…
[gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state volckoome kontentement6tevredenheid so van uhEd neegoosgasi7negotiatie: onderhandelingen als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van de briefve van brasser8Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd korespondeert, maer seijt te bemercke dat de briefve worde geintersipiEert9intercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde was open geweest en wel plomp bot weer toege daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe waer in uhEd sijn demissie10ontslag, verlof of om Een keer her waerts te doen versocht heeft, so dat die daer uhEd inde mijne van mensioneert11mentioneren:vermelden hetselfve aende griffier versocht te hebbe niet moet ter hande gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]
Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714. Collectie Rijksmuseum.
Geen geld voor Margaretha…
Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.
met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi vande derde heb ick onder den drost van Ameron geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]
Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660. Collectie Rijksmuseum.
… en ook niet voor van Ginkel
Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.
[langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit =meester noch als kolonel, waer wil dit noch heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]
Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.
[hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer dat spange12Spanje staet opt point om met vranckrijck13Frankrijk te breecken haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men heeft het so lan geseijt, [farijo die gouverneur van Maestricht is]
Welland moet wieberen
Neef Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet, ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?
[het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellant14Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha is Entelijck Eens naer seelant15Zeeland gegaen, al de werlt van wttrecht16al de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweert17gesalueerd: begroet behalfven hij, sien niet dat hij der nae trachter18naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste post te hoore in wat Ent vande werlt19aan welk eind van de wereld: waar in de wereld uhEd is, hoope de heer almach =tich deselfve sal geleijde, blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658. Collectie Rijksmuseum.
1
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
2
hierheen
3
gelegenheid
4
Hendrik Fagel
5
hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen
6
tevredenheid
7
negotiatie: onderhandelingen
8
Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück
9
intercipiëren: onderscheppen
10
ontslag, verlof
11
mentioneren:vermelden
12
Spanje
13
Frankrijk
14
Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
Ontvangstdatum moet waarschijnlijk 1 maart 1673 zijn.
Een korte brief met veel inhoudelijke overlap met de vorige brieven. Hij komt op dezelfde dag aan als één van de brieven van 6 februari. Erg snel is deze postvariant niet: hij is pas op op 29 februari aangekomen. Wacht even…1673 was geen schrikkeljaar, dus Godard Adriaan zal 1 maart bedoeld hebben. Eén echt nieuwtje in deze brief: morgen gaat ze eindelijk het lang verwachte geld halen in Amsterdam.
Grote plannen en ‘wankelend weer’
In Den Haag is men erg benieuwd te weten wat de Duitse troepen gaan doen, en ook wat Willem III van plan is met zijn leger. Dat moet iets indrukwekkends zijn, gezien de voorbereidingen die worden getroffen. In Alphen aan den Rijn verzamelt zich een steeds grotere troepenmacht.
Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis in Alphen aan de Rijn, anoniem, 1680. Collectie Rijksmuseum
[selfve avont met de post heb beantwoort], men verlanckt hier seer te hoore wat de duijtse troep pees1Duitse troepen doen, alsmeede wat sijn hoocheijt met ons leeger sal atenteere2attenteren:ondernemen het welcke schijnt naer alle preeperaesie wat notabels3notabel: opmerkenswaardig te sulle sijn
Plaat met een gezicht op Overschie bij Rotterdam, Frederik van Frytom (toegeschreven aan),ca. 1670 – ca. 1700. Collectie Rijksmuseum
Ook Van Ginkels regiment, dat nu nog in Overschie ligt, zal zich daar morgen bij voegen. Dat geeft hem gelegenheid om vannacht nog even bij Phillipota langs te gaan, die nog steeds niet met de kinderen heeft willen vluchten. Heel veel anderen doen dat wel vanwege de onzekerheid over vorst of dooi (“nu wankelt het weer”)
[wat goets verleene,] de liede vluchte van hier met gewelt, de vrou van ginckel heeft met de kinder niet wech gewilt nu wanckelt het weer4het is kwakkelweer men weet niet wat het doet vriese oft doijt, de heer van ginckel is deesen avont weer hier gekoome met intensi om merge met sijn reesgement dat deesen nacht te overschie blijft, voort naer Alfhen5Alphen aan den Rijn bijt gros vant leeger te gaen, [ick schrijf deese Een dach]
Gezicht op Alphen aan den Rijn, François van Bleyswijck, 1714 – 1728. Collectie Rijksmuseum
Geld halen in Amsterdam
Margaretha schrijft de brief een dag eerder dan de post gaat, omdat ze morgen naar Amsterdam wil om de ordinantie in contant geld om te zetten. Mocht de belastingontvanger van wie ze het geld los moet krijgen haar te veel aan het lijntje houden dan zal ze de burgemeesters er op aan spreken.
ick schrijf deese Een dach vroechger als de post gaet om dat ick merge met godts hulp gaern naer Amsterdam wou gaen om te sien nu gelt voor onse ordinansie te krijge vrees den ontfanger mij ock noch al sal nae laeten loopen dan so hij t doet sal ick de burgemeesters daer over aenspreecken,
Omdat het geld zo schaars is probeert ze ook de tweede zesduizend gulden zo snel mogelijk te verzilveren. Ze ziet er tegenop om in deze tijden op reis te gaan, maar hoopt zonder ongelukken in drie of vier dagen weer terug in Den Haag te zijn. Ze leeft mee met Godard Adriaan wiens paarden kreupel zijn en wenst hem Gods bescherming.
uhEd sou niet geloofve hoe schaers het gelt is ick sal nu inde toekoomende weeck weer ses duij= =sent gul6gulden versoecke, hoope buijten ongeluck in 3 a 4 dage weer hier te sijn, sal al met groot te bekomerin in deesen tijt wt weese, het doet mij leet uhEd met sijn kreupele paerde so verleegen sal sijn de heer almachtich wil uhEd en al het onse bewaere inwiens heijle ge bescherminge uhEd beveelle blijfve
Over paarden gesproken: Van Ginkel zou graag de zadels die naar Hamburg gestuurd waren (en waar ze zich in september en oktober zo druk over maakte!) weer hier hebben, schrijft ze in een ps. Ze zijn zo mooi gemaakt en hij kan ze goed gebruiken. Hij en zijn vrouw en kinderen doen de groeten, en in het bijzonder Fritsje die zo groot en zoet wordt!
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
soot uhEd beliefde wenste de heer van ginckel de saelszadels en het ander goet dat voor uhEd op hamburch gesonde heeft is weer hier te hebbe om dat het seer net gemaeckt is heer en vrou van ginckel met al de kindere preesenteere haeren dienst aen uhEd so doet insonderheijt fritsge die seer groot en soet wort
NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.
Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:
Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.
beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een merckelijcke som aent lant ten achtere kost men maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men heere van hollant daer is, daer wij den heere valckenier van Amsterdam wel voor veroblij =geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]
Inkomsten
Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.
Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum. Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren.
Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.
hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste ordinans die inde maent van septem lest leede bij de heere vanden raet verleent, en door van heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft maer tot noch toe niet konne vinde, daerom genootsaeckt ben aende heere vande raet Een duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb en sij niet weijgeren maer wille voorde ver= miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer ick mij wat in beswaert vinde vermits die niet bij mij maer van Een ander verleijt is niet weetende in wiens hande die sou mooge raecke, de heere van den raet segge noijt ande
in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen wtkomst ter werlt en sien of sal moete voor die ses duijsent gul borchge worde so het welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi =nansi in sijne hande moet weese maer derft hem niete vergenVergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde
Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664
Uitgaven
Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.
Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons3Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.
heb van den oude van heeteren hondert duij= katons geleent, ick lecht so nau in alles over alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de huijshoudin hooch ben sterck van menaesge en alles is so dier4Duur dat ickt in mijn leefve noijt
beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13 stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder voor geefve, Een Entvoogel5Eend voordees 6 stuij nu 12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij nu 26 stuijvers en so alles naer venant6Navenant , hoende =re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke7Kostelijk: duur winter met al de siecke die nacht en dach vier8Vuur en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]
Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672
Godard Adriaan, de huisvrouw
Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.
[toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer treesovier burch die ick heeden heb weesen sien preesenteert sijnen diens aen uhEd tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]