Margaretha heeft al een poos geen brieven ontvangen van haar geliefde Godard Adriaan. Net zoals de schrijfsters van deze blog is het Margaretha ook niet helemaal duidelijk waarom ze niks van hem ontvangt, maar ze gist wel naar verklaringen. Ze geeft aan er bij de laatste twee postmomenten geen brieven van Godard Adriaan bij zaten. Het laatste bericht wat ze heeft gekregen is de brief die Godard Adriaan heeft geschreven op 13 februari geweest.
Ameronge den 24 febrijwa 1677 [rec 1 marti]
Mijn heer en lieste hartge met de twee laeste poste heb ick geen briefve va uhEd gehadt so dat de laeste is vande 13 deeser geweest, [deesen dach heb ick wt de korante]
Waar blijven al die brieven toch?
Voordat Margaretha in de pen is geklommen heeft ze de krant gelezen. In de krant van vandaag heeft Margaretha gelezen dat Godard Adriaan samen met de heer Poul van Klingenberg1Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein naar het zuiden zal reizen om met de keurvorst van Brandenburg te spreken. Als het klopt wat Margaretha in de krant heeft gelezen, vermoedt ze dat Godard Adriaan haar niet heeft kunnen schrijven vanwege het reizen.
[geweest,] deesen dach heb ick wt de korante gesien dat uhEd neffens den heere klinen= berch naer minde soude gaen om met den heere keurvorst van brandenburch te spreecke so dat waer is, soude het selfve wel oorsaeck konne weese dat uhEd met de laeste post niet heeft geschreefve, [ick heb uhEd voor]
Margaretha heeft duidelijk behoefte aan contact met haar man, ze schrijft dat ze afgelopen zaterdag nog een brief heeft verstuurd en wel via de Amersfoortse post. Ook op de 22ste heeft ze een brief de deur uit gedaan en die ging via de Haagse post. De brieven waar Margaretha naar verwijst zijn helaas niet in de archieven terug te vinden. Wie weet zijn ze ook nooit bij Godard Adriaan aangekomen.
Dame raakt buiten bewustzijn tijdens het schrijven van een brief, Reinier Vinkeles (I), 1779. Collectie: Rijksmuseum.
Plannen van Willem III
In die laatste brief heeft ze uitgebreid beschreven dat zijne hoogheid Willem III zondag bij is komen eten en wat er toen is besproken, want dat benoemt ze nu nogmaals. Waarschijnlijk is Willem III die week naar Groningen vertrokken, om via een omweg in Kleef met de keurvorst te spreken.
=teert op den haech heb gesonde waer in ick schreef dat sijn hoocheijt die voorleeden sondach hier bij mij heeft gegeeten naer
gardunine2We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn is met intensie so geseijt wort om int weer om koome tot kleef den heere keurvorst te ontmoete of te vinde ,
Leger
Willem III heeft aangegeven aan Margaretha dat hij binnen twee weken weer terug zal komen en dan ook een beslissing zal maken of hij ten oorlog trekt. Margaretha denk dat het door de kou en de wintermaanden het lastig zal zijn om een heel leger, zowel te voet als te paard, te verzamelen. Vooral de cavalerie zou het in deze tijd van het jaar lastig hebben. Waarschijnlijk was zoon Godard ook bij het etentje, want hij is al aan het kijken hoe waar hij paarden kan krijgen. Gelukkig heeft hij nog die paarden van Blanche, mocht het zover komen.
vals sijn hoocheijt nu weer komt hetwelck hij meende binne veertiendaege te sijn maeckt hij staet so selfs seijde naer de kampange3campagne: de tijd dat een leger te velde is te gaen, dat alt krijs volck4krijgsvolk so wel te voet als te paer seer qualijck sal koomen so vroech int ijaer insonderheijt5inzonderheid: vooral de ruijterij, de heer van ginckel is geluckich dat hij die paerde van blansche6Isaäc de Blanche heeft [men seijt de paerde]
Ruiterportret van Willem III, prins van Oranje-Nassau, Jan Luyken, 1685. Collectie Rijksmuseum.
Uitgeschreven
Margaretha weet niet wat ze nog meer moet melden. Het zal waarschijnlijk allemaal in de brieven staan die ze eerder deze week heeft geschreven. Toch wil ze Godard Adriaan laten weten dat alles goed gaat in Amerongen. Als afsluiting nog een opmerking over het gure koude weer, maar ja het is winter dus het zij zo.
[sijn,] ick weet van hier niet te schrijfe daer om dees maer is om te segge dat hier noch alles de heere sij gedanckt wel is, wij hebbeier meest alledaech heel vuijl weeren somtijt Een nacht
wat vorst tis noch winter t moet wat doen,
hiermeede blijfve Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
Landschap met kalkoven bij regen, Jan van de Velde (II), 1603-1641. Collectie Rijksmuseum.
1
Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein
2
We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn
Op 22 december 1676 heeft Margaretha een brief ontvangen die Godard Adriaan heeft geschreven op de zestiende van deze maand. Op 23 december 1676 heeft ze een brief ontvangen die op 13 december is opgesteld door Godard Adriaan. Veel om op te antwoorden en om te vertellen!
Het doet Margaretha veel plezier dat haar Godard Adriaan zich goed voelt, ondanks de felle kou in Bremen. Margaretha vindt het fijn dat Godard Adriaans ontvangst van de Keizerse Ambassadeurs zo goed gegaan is en hoopt dat de zaken daardoor verder voorspoedig lopen. Dat zou voor alle partijen bevredigend zijn, schrijft Margaretha, hoewel ze vreest dat het geen eenvoudige zaak zal zijn.
Ameronge den 23 deesem 1676 [rec. den 30. dito]
Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 16 deeser heb ick gisteren ontfange en heeden die vande 13 deese, het is mij seer lief daer wt te sien dat uhEd in deese felle koude sich noch so wel bevint, en dat het tracktement vande keijserse Ambasadeus so wel is vergaen, en voor al dat de heere afgesante aldaer haer over
In Amerongen
In Amerongen vriest het nog steeds en er valt dagelijks veel sneeuw. De kinderen zijn grote papa dankbaar voor de goede zorgen die hij voor hen doet. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan binnenkort wel thuis zal zijn. Tijdens het realiseren van de kelders onder de voorburcht zou het namelijk wel handig zijn dat hij ter plekke is om keuzes te maken.
De molen
Een dag eerder zijn de molenaar en zijn vrouw bij Margaretha langs geweest om de koop van de molen te bespreken. Margaretha heeft hen 3000 gulden geboden. Het molenaarsechtpaar wil er liever 3500 gulden voor krijgen. De molenaars zitten verlegen om gelde en hebben alles wat zij bezitten al in de ‘lombert verset’. Ze hebben al hun bezittingen dus verpand. De molenaars vrezen dat hun bezittingen binnen twee weken echter wel verkocht zullen worden.
[op de reevier doch slaplijck ,] de moolenaer is met sijn vrou gisteren bij mij geweest en vande koop vande moolen gesproocke, ick heb haer 3000f gebooden sij laetense mij voor 3500f, sij sijn seer verleegen om gelt hebben alles wat sij hebbe tot wijck inde lombert verset dat sij vreese inde toekoomen weeck of de weeck daer aen verkocht sal worden, [sodat en kor=]
Margaretha vindt dat ze de molen niet moeten laten ontgaan. Ze realiseert zich dat het een grote aankoop is. Bovendien verwacht Margaretha ook nog wel kosten om de molen op te knappen. Zonder reparaties zullen ze geen winst maken als ze de molen zouden kopen.
Margaretha heeft Schut, Rietveld en de metselaar Jan Jansen al hun rekeningen betaald voordat zij vertrokken. Daardoor zit Margaretha nu volledig zonder geld. Ze heeft alleen de gebruikelijke toelage ontvangen van Godard Adriaan. Ze had gehoopt een deel te krijgen van Godard Adriaans’ traktement als superintendent van de ridderschap. Helaas heeft ze niks anders ontvangen dan de belofte dat tegen kerst betaald wordt.
[konne trecken, sulle haellen,] ick heb schut en rietvelt en ijan ijanse metselaer alhier haer reeckenine ten volle voor haer vertreck af betaelt waerdoor mij van gelt teenemal ont bloot heb en alles op onfange wat ick krijge kost, had gehoopt van uhEd tracktement als supreetendent vande ridderschap wat te ontfange maer heb niet konne krijge dan de reuver heeft mij belooft teegens korsmis te betaelle waer op Monseu beusekom mij 700f heeft verstreckt [die hij vant Eerste gelt dat ons vande reuver]
Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem Margaretha 700 gulden gegeven, die hij zal aftrekken van bedrag van de Ridderschap, als hij dat binnen krijgt. Daarnaast moet steenhandelaar Ot Barendsen nog betaald worden, daar staat nog een rekening open van 1400 gulden. Barendsen wacht al meer dan twee maanden op zijn geld, in de brief van 18 oktober 1676 schrijft Margaretha al dat Barendsen maar even moet wachten.
Overzicht
Margaretha heeft in Amsterdam 2000 gulden met rente geleend. Ze gaat er nu eens goed voor zitten om een financieel overzicht te maken. Zo hoopt ze inzichtelijk te krijgen wat ze nou daadwerkelijk heeft ontvangen en uitgegeven aan de timmerage, de bouw van het huis. Het zal wel behoorlijk hoog oplopen, het is het zwaarste financiële jaar tot nu toe voor de Van Reede’s. Als het dak en de vloer nou eens dicht waren, en ook de ramen in het huis zouden zitten, dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden. Dan zouden de kosten beter gespreid kunnen spreiden terwijl ze het huis verder af maken. Er is nog geen haast bij is, maar binnenkort zal Schut of iemand anders hout voor de deuren moeten kopen. Zodat alles in het huis goed droog kan worden en blijven.
Verder zijn er nog wat schulden en zijn er een paar rekeningen waarvan Margaretha weet niet of ze al betaald zijn. Al met al een flinke boekhouding die Margaretha moet uitzoeken.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.
Een fortuinlijk huwelijk?
Na de financiële passage in de brief verandert de toon van Margaretha dramatisch: ‘Verder, mijn liefste hart, moet ik met verdriet zeggen dat ik na de laatste brief die ik u schreef, deze week weer een brief van neef Welland heb ontvangen’.
Het zit Margaretha duidelijk niet lekker wat neef Welland van plan is. Margaretha is teleurgesteld in hem omdat hij niet persoonlijk bij haar is langsgekomen om het voorgenomen huwelijk met Eleonora Constantia van der Meijden met haar te bespreken. In plaats daarvan heeft hij per brief aan Margaretha verzocht om de kwestie aan Godard Adriaan per brief duidelijk te maken. Neef Welland verzekert zijn oom en tante dat de financiële middelen van Eleonora genoeg zijn om bij die van hemzelf te voegen. Welland heeft Margaretha niet verteld of het huwelijk daadwerkelijk door zal gaan.
voort mijn lieste hartge moet ick met leet weese segge naer dat ick uhEd laest geschreefve heb, deese weeck
weer Een brief vande heer van wellant ontfange te hebbe, in plaetse van dat hij selfver volgens mijn versoeck eens sou de overgekoome hebbe, waer in hij persijsteert in sijn in =tensie en versoeckt noch dat ick sijn inklenaesie bij uhEd toch smaecklijck wilde maecke, dat hij verseeckert is dat haer middelen suffisant sijn om de sijne te ackomodeeren
Jong paar en een oude vrouw met geldkist (Ongelijke liefde), anoniem, 1589 – 1607. Collectie Rijksmuseum.
Verloving
Van Beusichem heeft geschreven dat Welland afgelopen zondag in Utrecht in de kerk aan ieder die daar aanwezig was, zijn verloving met Eleonora bekend heeft gemaakt! De verbazing was groot bij de aanwezigen. En ook bij Margaretha, zij vindt het vooral vreemd hoe neef Welland dit allemaal aanpakt. Hij is oud genoeg om zelf beslissingen te nemen. Margaretha weet niet of er huwelijkse voorwaarden worden opgesteld en ze vreest dat Welland meer schulden heeft dan hij wil toegeven. Margaretha lijkt te impliceren dat het huwelijk vooral een financiële overweging zal zijn voor Welland. Het lesje moraal waarin Eleonora een aantal jaar geleden de hoofdrol speelde zal waarschijnlijk weinig indruk hebben gemaakt op de toen zestienjarige Welland.
[=gen sal,] ick hoor van geen houwelijckse voorwaerde of hij wel sonder die sou trouwe, ick vrees hij vrij meer schulde heeft als hij heeft wille weete, wij sulle ock Eens omt ons dienen te dencken, ick beken tis bedroeft dan wat kone wij doen alst weesen moet ist noch beeter van susters kin deren als van Eijgen, de heer almachtich wil al de onse voor sulcke laesge gedachte behoede, en uhEd in sijn heijli =ge bescherminge neemen, verseeckert sijnde dat ick ben
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
de luijtenants vrou juffrou anna kroot is inde kraem sijnde Een halfven dach verlost gestorfven, de jonge lapoote die met de dochter van spronse getrout was, is sijn vrou quijt en weer weedunaer
Margaretha schrijft dat dit soort fratsen maar beter door de kinderen van je zus kunnen worden uitgehaald, dan dat je eigen kind je met zulke kopzorgen opzadelt. Ze vindt het bedroevend om over de hele situatie na te denken. Gelukkig wil de almachtige Heer hen behoeden voor zulke nare gedachtes. Daarna sluit Margaretha zoals altijd vol liefde haar brief af die vervolgd worden door zeer uiteenlopende p.s.-jes.
Uiteenlopende P.S.-jes
De eerste p.s. is geen vrolijke laatste noot. De vrouw van de luitenant, Anna Kroot, is helaas gestorven. Een halve dag nadat zij is bevallen, is zij helaas overleden. Ook de jonge Laporte is helaas voor de twee keer weduwnaar geworden.
Back to business. Margaretha stuurt op het einde van haar brief aan om de molen te kopen. Ze doet daarbij ook gelijk een voorstel hoe ze dat het beste kunnen doen. Als zij de molen kopen en de verkoopt bij decreet, dus in bevel van de overheid, laten regelen. Dan kan hetzelfde decreet gebruikt worden om de transactie te doen. Dan is het goed geregeld en altijd voor iedereen rechtsgeldig.
De vissen in de gracht houden zich gelukkig in het diepe gedeelte, waardoor de kans op overleven groter is.
Hoewel de mening van Godard Adriaan over de voorburcht duidelijk is, zou het toch makkelijk zijn als hij het even formeel goedkeurt.
Op een los papiertje dat bij de brief is gevoegd zijn de afmetingen van de Grote Zaal van Kasteel Middachten geschreven. Deze is 42 voet lang en 24 voet breed.
Het is koud op Amerongen, bitter koud. Het is in jaren niet zo koud geweest. Nou ja, als Godard Adriaan het zegt, misschien is het in Bremen nog wel kouder, vooruit dan maar. Maar het heeft de afgelopen nacht op Amerongen zo hard gevroren dat het ijs meer dan een halve voet dikker is geworden. Meer dan 15 centimeter erbij dus. Ideale schaatsomstandigheden, maar daar staat Margaretha’s hoofd niet naar. De vissen in de gracht, dat is haar grote zorg! Ze heeft twee man aan het werk gezet om de bijten in de gracht open te houden zodat de vissen het overleven. Als die aan het ene eind klaar zijn met hakken, is het andere eind al weer dichtgevroren en kunnen ze opnieuw beginnen.
[rec. 27. Dito] Ameronge den 16 deesem 1676
Mijn heer en lieste hartge uhEd mesiefve vande 9 deeser is mij behandicht, en beklaechge deselfve in deese felle koude, geloof het daer vrij felder is als hier, hoewel de vorst ons so hart aen stast alse in Eenige ijaeren her= waert heeft gedaen, t heeft hier deese nacht meer als Een halfve voet dickte gevroore ent water kontiniweert noch te valle, so dat ick voor onse vis inde grafte vrees, twee mense hebbe gestadich en heelen dach werck te bijten als sijt opt, Een ent open hebbe leijt het opt ander weer toe, veel kleijne vis stef sterfter die int bijten aent ijs blijft hange, maer als noch weijnich groote, [ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder]
Een man bijt een wak om vissen te vangen, Fragment uit: IJsvermaak bij een stad, Hendrik Avercamp, ca 1620. Collectie Rijksmuseum.
De winter van ‘76
Buisman citeert deze brief van Margaretha in ‘Duizend jaar weer, wind en water’ als bron voor de koudegolf van december 1676. Twee weken lang houdt deze strenge vorst aan. En niet alleen in Amerongen: zo is de trekvaart van Haarlem naar Leiden dichtgevroren.
Margaretha doet haar uiterste best om de vis te laten overleven. Ze wil een baggeraar uit een veengebied laten komen om kuilen in de gracht uit te baggeren. De vissen hebben in de diepte meer overlevingskans. Ze doet alles wat ze kan, maar er zijn grenzen en bovendien ‘heb ock wercks genoech de kindere warm te houde’.
[groote,] ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder man wt t veen koomen om te sien of hij geen wije kuijlle sou konne wt haelle om de diepte te hebbe daer de vis haer in kost berge, in soma ick doe al wat ick kan, moet het voort op geefve heb ock wercks genoech de kinderen warm te houde
Interieur met kinderen en vrouwen voor de haard toegeschreven aan Eugène François de Block, 1840 – 1842. Collectie Rijksmuseum.
Het dak
Ondertussen wordt er nog steeds gewerkt aan het huis. De leidekkers zijn bezig met het solderen van de loden goten rond het huis, dat hebben ze vandaag af. Dan moeten ze verder met het dichten van de openingen tussen de verschillende daken op het huis maar dat is ook maar werk voor een dag of twee. Verder is er voor de rest van het jaar weinig te doen. Schut en Rietvelt zijn naar Amsterdam.
gu de leijdeckers sijn noch beesich int soudeere vande loode goote die buijten omt huijs legge krijgense vandaech gedaen, dan moetense de kille voort
dicht maecken dat ock in Een dach al twee sal gedaen sijn, aende rest is niet geleege, dat kan sose segge geen schade doen, salder dan laete wt scheijde tot het voor ijaer want tis schande so weijnich alse doen gisteren is schut en riet velt vertrocke en naer Amsterdam gegaen, [de teijckenin die hier neffens]
Weer tekeningen
Schut heeft voor zijn vertrek nog een tekening van de voorburcht gemaakt die Margaretha met haar brief meestuurt. Van Ginkel is van mening dat de voorburcht vierkant moet worden en heeft de tekening al bekeken. Schut was het daarmee eens en nu moet Godard Adriaan er maar eens naar kijken. Eigenlijk moet hij het ook zelf ter plaatse komen bekijken voordat er iets gedaan kan worden. Alles is nu opgeruimd en het is indrukwekkend. Van Ginkel is enthousiast, hij vindt het ‘seer manifijck en fraeij’.
[Amsterdam gegaen,] de teijckenin die hier neffens gaet heeft schut voor sijn vertreck gemaeckt daer de seekretaris uhEd hier nefens bericht van doet , de heer van ginckel die gistere weer naer Middach is gegaen deese teijckenin gesien hebbende vintse wel goet maer oordeelt dat het voorburch behoorde vier kant inde haeck te koome, het welcke schut hetselfe aengeweese sijnde heel goet keurde, uhEd belieft sijn speekulasie daer op te neemen, daer is tijt ge noech toe want daer kan mijns oordeels al heel niet in gedaen worde voor uhEd het selfs op de plaetse siet, nu het nieu geboude huijs opgeruijmt is geeft het Een groote ruijmte en vindt den heer van ginckel het seer manifijck en fraeij, [met de meule]
Het algehele plan van het huijs te Amerongen met zijn tuinen en plantages, Anco Wigboldus, 1941. Collectie Kasteel Amerongen. Op deze afbeelding is de vierkante, maar scheef ten opzichte van het huis liggende voorburcht goed te zien.
De molen
Margaretha heeft nog weinig tijd gehad voor de molen, maar ze gaat er achteraan. Ze zal informeren of ze de betaling in termijnen mag doen en dan beginnen met duizend gulden. Minder kan niet, want ‘die mense sijn so arm als Jop en worde van haer schuldenaers van alle kante overvalle’. Die duizend gulden zullen dus direct naar de schuldeisers gaan en mogelijk eindigt de molenaar en zijn gezin dan alsnog, zoals de Bijbelse Job1Job 2, op de mesthoop. Want Margaretha gaat op zoek naar een andere molenaar. Schut en Rietvelt hebben de molen, de rosmolen en het huis al geïnspecteerd en naar hun oordeel gaan de reparaties zo’n 400 ducatons kosten.
[ginckel het seer manifijck en fraeij,] met de meule naer heb ick noch geen tijt gehadt sint het ontfang van uhEd brief te spreecke sal sien hoe ickt daer meede maecke en oft op termijne sal konne ver= =kocht worde, altijt geloof datter Een duijsentgul tot betaeline vande Eerste paeij sal moeten sijn want die mense sijn so arm als Jop2Job 1:21 en worde van haer schuldenaers van alle kante overvalle, ick heb de wint en rosmoolle van schut en rietvelt laete besien
daermen om de wint en rosmoolle met het huijs in gebruijcklijcke reeperaesie te brenge noch wel bijde vier hondert duijcketons aen te koste sal moeten hangen, dat is over de 1200f, Een goede moolenaer geloofve wij wel krijge sulle alstmaer so verde is, [den heer van wellant heeft aen mij ge=]
Margaretha heeft een brief gehad van neef Welland met het verzoek om een goedkeuring van pater familias Godard Adriaan voor zijn huwelijk. Zijn toekomstige vrouw is immers intelligent en niet onbemiddeld. De dame in kwestie is Eleonora Constantia van der Meijden. Ze is niet van adel en ze is weduwe, maar dat zijn geen zwaarwegende bezwaren tegen het huwelijk. Wat dan wel? Eleonora heeft zich door haar eerste echtgenoot laten schaken. Ze is dus zonder goedkeuring van haar ouders getrouwd en dat schandaal is algemeen bekend. ‘Ick heb hem geantwoort niet te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie heeft als so een vrou [….] te neemen die onder sijn kondijsij is, daer hem Godt met so veel aensienlijcke middelen heeft geseegent’. Kortom, Welland, kun je nu echt niets beters krijgen? Maar Margaretha vreest dat ‘het al te verde gekoomen is’.
[so verde is,] den heer van wellant heeft aen mij ge= schreefve versoeckt ick bij uhEd soude intersideere dat sijn geinklineerde houlijck beliefde goet te vinde also sij Een Persoon van seer groot verstant en middelen is , ick heb hem geantwoort niet te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie heeft als so Een vrou behalfve andere reedene te neemen die onder sijn kondijsie is, daer hem godt met so veel aensienlijcke middelen heeft geseegent, en versocht hij hem wel wilde bedencken Eer hij hem hier verder ingaesgeert op dat hem niet berout alst te laet sal sijn , maer naert segge vande werlt die daer inde haech so wel als te wttrecht den mont vol van hebbe, vrees ick dat het al te verde gekoome is , nu ick wilt beste hoopen, [opt geene de heer van]
Prins Willem is terug uit Zeeland en viel in Den Haag met zijn neus in de boter: een rel in de kerk waardoor hij genoodzaakt was om drie predikanten te schorsen. Van Ginkel heeft hem in Den Haag nog gesproken en kreeg een geruststellend bericht over zijn salaris. Geldproblemen alom….
In haar postscripten doet Margaretha nog de groeten van ‘ons kleijn geselschap’. Ze heeft Godart Adriaans brief van 12 december ontvangen en maakt daar nog even snel wat opmerkingen over. Maar ‘de post staet te vertrecke’, adieu voor vandaag!
al ons kleijn geselschap tot godert in kluijs preese teere haere dienst aen groote papa
Er was weer eens wat gedoe met de post, dus Margaretha heeft besloten haar brief een dag eerder op de post te doen dan gewoonlijk. Er is vooral veel te melden over het huis, en dan met name over het dak.
Ameronge den 18 Novem 1676 [rec: 23. dito] Mijn heer en lieste hartge
Eergistere heb ick uhEd met de post geschreefve die van heetere schrijft Een moment te laet en naert afrijde vande post was aengekoomen so dat die met de naeste post Eerst afgaen kan, om dat intoekoomende voor te koome send ick deese Een dach vroechger[, gisteren is den steenhoude]
Steenhouder Jan Prang is naar Bremen vertrokken met de memorie die de secretaris heeft opgesteld. Aan de steenhouder is met behulp van de tekening die Schut heeft gemaakt uitgelegd wat voor steen er nodig is. Hopelijk begrijpt Godard Adriaan de tekening met de toevoeging van de secretaris nu eindelijk wél…
[Een dach vroechger,] gisteren is den steenhoude ijan prang weer van hier naer breemen ver trocken die bij ons alles bester weeten alles hier wel heeft besien en is hem wel pertinent alles aengeweesen, daer schut de teijckenine ende sekreetaris Een Memoorije van heeft gemaeckt het welcke hem prang meede gegeefven is, hoope uhEd so wel de teijckenine van schut als de memoorije vande sekreetaris sal kon ne vatten en verstaen[, heede heb ick uhEd]
Droog en nat hout
Godard Adriaan heeft kennelijk gevraagd naar het hout voor de kap van het huis. Alle delen die van de winter in de schuur zijn gelegd zijn inmiddels droog genoeg, antwoordt Margaretha hem. Deze delen worden op het dak gelegd en vastgespijkerd. Maar het hout van afgelopen zomer is nog niet droog genoeg.
[=ne vatten en verstaen,] heede heb ick uhEd mesiefve vande 14 deeser ontfange waer op tot
Antwoort dient dat al de deelen die over winter hier inde schuer tot de kap sijn gereet gemaeckt, drooch genoech sijn en diese nu opt dack beginne te legge en vast te spijckeren, maer de deelle die deese soomer hoewel sij al inde voorsoomer meest gesaecht sijn, so sijn die niet droochgenoech om vast te legge
Een tussenoplossing
Uiteraard moet het dak wel dichtgemaakt worden, dus het hout gaat wel gebruikt worden. Het plan is nu om de houten planken op de balken van de kapconstructie te leggen en goed en stevig aan te drukken. Schut zegt dat de houten delen op deze manier goed kunnen drogen. In het voorjaar kunnen ze dan definitief vastgezet worden. De droge delen zullen worden gebruikt voor de middelste kap. Vervolgens kan de leidekker aan de slag.
men sal die op wervels legge en dicht aen en in Een drijfve en slaen so dat het dack dicht sal weesen, en so schut seijt de deelle ondertusche so droochge, datse int voor ijaer bequaem sulle weesen om vast te legge, met de droochge deelle sullense de middelste kap decken daer de leijdecker dan de leijen op kan legge en over winter alst goet weer is aen te wercke koomen daer hij voor Eerst genoech aen te doen sal vinden[, nu wacht men naert loot om de goote]
Het lood voor de dakgoot laat nog op zich wachten: de levering wordt vertraagd door de stevige wind. De rekening van de loodgieter uit Amsterdam is wél binnen: 16571 pont voor 876 gulden en 9 stuivers. Temminck heeft er wat af weten te krijgen, zodat er slechts voor 10465 pond betaald hoeft te worden. Daarnaast moet er nog lood uit Den Haag en Rotterdam komen, maar Margaretha heeft geen idee hoeveel dat weegt of wat de kosten zullen bedragen. Het lood uit Amsterdam moet Margaretha meteen betalen, en ook de rekening van het lood uit Den Haag en Rotterdam verwacht ze eerdaags op de mat te krijgen. Voor dit lood heeft ze echter al 200 ducatons betaald, dus de rekening zal wel meevallen. (Eén ducaton is ongeveer 63 stuivers waard, en er gaan 20 stuivers in één gulden, dus reken maar na.) Dit lood komt vermoedelijk morgen of overmorgen binnen. Als het tenminste meezit met de wind…
[vinden,] nu wacht men naert loot om de goote te legge dat onderweege is en door kontraijrij
wint niet op kan koomen, de reeckenin vande loot gieter van Amsterdam heb ick deesen avont ontfange die 16571 pont loot scheep heeft gedaen, daer op hij Een persent door perswaesge van Monseur teminck toe geeft so dat hij maer 10465 pont en reeckent het welcke in gelt bedraecht de som van 876f 9 stuij het welcke pront betaelt moet worde, daer ick ordere toe heb gestelt, hoeveel het loot dat wt den haech of van rotterdam komt sal weechge en ingelt bedrage staet noch te sien verwachte die reeckenin ock alle daech en daer heb ick twee hondert duijcka tons op de hant gegeefven, dit loot heeft den Aernhemse schipper in die ick hier verwacht merge of wtterlijck overmerge so de wint die nu oost is wil dienen[, wij hebbe inde voor=]
Zuidelijke zakgoot, A.J. van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op verschillende plekken ligt lood op het dak. Onder het hout tussen de beide daken, ligt een brede dakgoot die bekleed is met lood.
Schoonste weer van werlt
Op de harde wind na is het schitterend weer! Vorige week viel er nog wat regen, maar nu hebben we al twee dagen op rij vorst. Margaretha noemt het zelfs ‘het schoonste weer van werlt’. Als dit weer aanhoudt, kunnen de werklieden flink doorpakken, en is het dak binnenkort klaar!
[die nu oost is wil dienen,] wij hebbe inde voor= leedene weeck hier ock wat reegen gehadt maer van geen beduijde, en nu heeft het weer twee dage gevrooren ent schoonste weer van werlt gehadt moogen wij dat
noch Eenige dagen houden so ist huijs onder dack, maer weet niet hoe wijt loot met deese wint hier krijge[, so dat voort Een goet is]
Margaretha beklaagt de arme Temminck. Men wil met gloeiende nijptangen in de weer gaan! Wat is er precies met Temminck gebeurd? Dat blijft wat vaag in haar brief, maar het lijkt erop dat er iets mis is gegaan tijdens een poging Temmincks tanden te trekken. Misschien heeft hij een nare ontsteking opgelopen. Wat het ook is, het klinkt pijnlijk…
[mocht weeten of sien,] den armen temiminck beklaech ick van harten datter so qualijck aen is met sijn acksident daer de meesters nu met gloeijende nijptange aen wille, dat is van tande wt te trecke gekoomen[, met de naeste]
Margaretha is naar Utrecht geweest om de financiën te regelen. Kennelijk wordt Godard Adriaan betaald door zowel de Staten van Utrecht als door de Ridderschap. Van de Staten van Utrecht hebben ze nog een kwart jaarsalaris tegoed en bij de Ridderschap een heel jaarsalaris. Alleen is bij die laatste voor kerstmis niets te verwachten.
Ameronge den 13 Novem 1676 [rec 19. dito] Mijn heer en lieste hartge
ick ben twee dage tot wttrecht geweest om te sien of daer Eenich gelt weegens uhEd tracktement bij de staete daer ons maer Een vierendeel ijaers staet te ontfange, en bij de heere Edele daer ons nu Een vol ijaer goets is, was te bekoome, maer te vergeefs, bij de Eerste sal in korte wel gelt sijn, maer bij de ridder = schap is niet voor in ijanwa of naer kors = =mis te verwachte, [de heer van schoonouwe]
“Het Neder Sticht van / UTRECHT / bestaet uyt dese drie Leden / Het 1e. Uyt acht Gecommitteerde van de Vijf Capittelen, / Het 2e. Uyt de Edelen ofte Ridderschap, / Het 3e. Uyt de Regeerders der Vyf Steden, / maeckende te samen de Opperhoocheyt deser Provintie, welcker / namen en wapenteeckenen alhier werden vertoont.”, anoniem, 1650-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
Bender in en moeter mee deur
Nu de nok op het dak zit, zijn er dakgoten nodig, dus Margaretha moet het lood kunnen betalen. Ze heeft een lening moeten nemen met de obligatie als onderpand. Het is heel vervelend, maar ze is er nu in en moet er dus mee door.
mij Eenich te geefve, daer bij deese ockasie dat het huijs nu onder dack moet ick niet naer kan wachten, want het loot moeter
sijn en pront betaelt worden, daer om dan ge – nootsaeck ben geweest de som van twee duij sent gul te neegoosgeere daer toe last heb gegeefve en sal weer Een oblijgasi van drij duijsent gulde in ostadie moeten gaen het doet mij wel leet maer bender nu in en moeter mee deur, [het doet mij te lee]
Inmiddels heeft ze echter een brief van Godard Adriaan gehad, waarin hij expliciet zegt dat ze geen lening af moet sluiten. Het is natuurlijk niks voor Margaretha om niet naar haar man te luisteren. Dus nu doet het haar leeder dan leed. Er lag nog 1000 gulden bij Temminck, maar daar zou ze niet genoeg aan hebben. Bovendien is er hout vanuit Anholt onderweg en dat moet in Hamburg betaald worden. Temminck stuurt het geld naar Godard Adriaan, dus als Margaretha die 1000 gulden op zou maken, zou Godard Adriaan niets krijgen.
[en moeter mee deur,] het doet mij te lee =der om dat ick wt uhEd aengenaeme vande 7 deeser die heede eerst heb ontfange sien deselfve niet garen had ick meer geltop die oblijgasie nam, dien brief quam wat te laet ock kost ick met de duijsent gul die onder teminck leijt niet toe, en sal uhEd die niet konne misse, so wij het ten holtse hout noch te verwachte hebbe sal te hamburch weer gelt moeten sijn, [so ick den]
Aangemeerd schip en een lading boomstammen, anoniem, 1880 – 1920. Collectie Rijksmuseum.
Steenhouwer
Kennelijk heeft Godard Adriaan ook geschreven dat hij een steenhouwer uit Bremen naar Amerongen heeft gestuurd. Margaretha heeft nog niets van hem vernomen, maar als hij er is, zal ze alles met hem, Schut en Rietvelt overleggen. Ze zegt het niet hardop, maar waarschijnlijk hoopt ze dat dat een deel van de verwarring zal oplossen.
[weer gelt moeten sijn,] so ick den steenhouder van breeme gesonde verneeme noch niet sal hem ver wachte, hierkoomende sal allesmet
hem schut die weer hier is en rietvelt over legge, [gistere naer middach weer hier]
Verrassing!
Toen Margaretha terug kwam uit Utrecht, wachtte haar en verrassing. Ze trof niemand minder dan Zijne Hoogheid de prins van Oranje die haar bouwplaats aan het bewonderen was. Nog een geluk dat Margaretha haar Visbach bij de zieke Godertge thuis gelaten had. Ze had pas om tien uur geweten dat de prins met een klein gevolg zou komen en had hem toch een goede maaltijd voor gezet. Met zijn volle buik was hij het kasteel in aanbouw aan het bekijken en hij herhaalde maar dat het een zeer schoon gebouw is…
legge, gistere naer middach weer hier koomende vont ick sijn hoocheijt, die smid =daechs hier inhuijs had gegeeten niemant bij hem hebbende als bentin1Hans Willem Bentinck ouwerker =cke2Hendrik van Nassau Ouwerkerk en twee graefges van van nassou het kleijne graefge met sijn broedert het was geluck dat ick visbach bij godertge had thuijs gelaeten, die van sijn hoocheijts komste niet voor smergens te tien Euren had geweeten ick vont hem opt werck dat hij wel door sach en seijde hem heelwel aente staen reepeteerende wel 2 a 3 mael dat het Een seer schoon gebou is, [hij]
Stadhouder Willem III te paard naar links, anoniem, 1688 – 1698. Collectie Rijksmuseum.
Ontslag
Margaretha heeft zoveel pijn aan haar tanden dat het haar niet lukt om verder te schrijven. Gelukkig weet ze er nog wel een naschrift uit te persen met wat positief financieel nieuws: ze kan de metselaars ontslaan zodra de scheidbogen in de kelder klaar zijn! De dagen worden korter, dus ze doen steeds minder terwijl de daghuren gelijk blijven. Ach, en Voetius is overleden…
Eer hij van hier reedt en heel quaet weer, nu moet ick dees Eijndige heb sulcke pijn in mijn tande dat niet weet waer mij berge sal kan de pen niet langer voeren blijf
uhEd getrouwe wijff MTunor
met dit quaet weer en korte dagen So haest de scheijt booge geslage sijn sal de metselaers kasseere want sij bedrijfven weijnich en de dachhueren gaen om de reeckenine loopen hooch
den heer voetsius is is overleeden was 88 ijaeren out
Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665. Collectie Het Utrechts Archief
Margaretha begint haar brief met de financiële beslommeringen. Godard Adriaan heeft geregeld dat er direct geld naar Temminck gaat, en dat haalt Margaretha veel zorgen ‘van de hals’.
Trap- en vloerstenen
Ook met alle stenen wordt het nu concreet. Godard Adriaan heeft zowel de trap- als de vloerstenen aanbesteed.
[ben wist geen raet die te betaelle,] nu dat uhEd de 37 steene trape heeft aenbesteet te maecke is heel goet ben daer in blijde, so ick hier met beijde de werckbaese heb gesproocke is t, heel goet koop dit is nu voor de trap wt de kelder naer booven inde gaelderij en op de steijger opt waeter, aengaende de trappe opt voorburch aende bruch vant huijs op te gaen kan uhEd hem noch op bedencke
nu wat de vloersteene belanckt is mij ock seer lief uhEd die heeft aenbesteet daer te kant rechte en is het selfve seer goede koop, [ick]
Interieur met trap en gewelven, jonkheer Isaac Lambertus Cremer van den Berch van Heemstede, 1821 – 1879. Collectie Rijksmuseum
Gewelven
Margaretha rekent haar man nog maar eens voor hoe goed de prijsafspraak is die hij gemaakt heeft. Het betekent alleen wel dat de steenhouwer met de stenen mee moet komen. Maar wanneer? Margaretha wil graag eerst de gewelven maken. Logisch, want als wij een nieuwe vloerbedekking leggen, schilderen we ook liever daarvóór het plafond in plaats van erna. Maar die wulfels, wanneer kunnen die gemaakt worden? Voor dat kan, moeten eerst de muren goed gedroogd zijn. Rietvelt kan wel door willen, maar dat vindt Margaretha niet verstandig.
[saeme ree was,] maer ick vrees wij vande winter de wulfsels vande kelders niet sulle konne slaen, om dat de muere so binne als buij =ten noch niet geset sijn en noch min of meer sulle sacken dat beeter is Eer de wulfsels geslaechge sijn als daer naer, en mijns oordeels hoe wel rietvelt gaeren die over winter sou slaen, salt beeter sijn wij daer nu alle preeperaesie toe maecke maer inde maent van maert die Eerst laette slaen of legge dan sijn de muere geset en de laechge vande steen of de kalck daerse mee gemetselt sijn, in gedroocht het welcke demuere altij min of meer doet sacken, [ock is daer]
Metselwerk
Het huidige metselwerk gaat ondertussen gewoon door. Rietvelt gaat met “12 troffels”, dus waarschijnlijk 12 metselaars de schoorstenen binnensmuurs ophalen. Dat klinkt misschien veel, drie metselaars per schoorsteen, maar op elke schoorsteen komen komen meerdere rookkanalen uit.
Kennelijk valt haar tijdens het schrijven opeens in dat in de toren die nog overeind staat, de muren oud zijn. Daar zitten in het souterrain de waskelder (nu waskeuken) en daarboven de torenkamer (nu de gobelinkamer). De oude muren hoeven natuurlijk niet meer te drogen, dus daar kunnen ze nu al beginnen met de gewelven.
[hij niet wt rechten,] nu sal rietvelt met sijn volck gaen aende schoorsteen binens muers voort op te haelle tot wt het dack waer aen hij met 12 truijfels1truifel=troffel sal wercken alt ander werck is gedaen, het wulfsel op de waskelder of inde den oude toorn soudense noch konne slaen om dat die muere out sijn, [het sec]
Maquette van het afgebrande kasteel met links achter de toren met de oude muren, Dave Pezarro, ca. 1988. Collectie Kasteel Amerongen.
Sanitair
Hoewel de muren in de toren oud zijn, wordt er wel gewerkt. Margaretha heeft in de torenkamer (nu de gobelinkamer) het secreet laten ruimen. Aan een keurig symmetrisch, classicistisch huis, kunnen natuurlijk geen secreten aan de gevel hangen. Waar dat secreet dan precies gezeten heeft is nog een beetje onduidelijk. Op de tekening van Roelant Roghman hieronder is de oude toren de toren rechts achter. Vanaf deze kant is daar geen secreet te zien. Bovenaan de toren links zie je wel een secreet hangen.
Mogelijk bedoelt Margaretha met het ‘door de waterlozing vrij en liber houden’ dat ze de gracht vrij wil houden van uitwerpselen. De vraag is wat er dan met de inhoud van potten en poepdozen gedaan wordt. We weten dat in steden de onwelriekende restanten van de reeds genuttigde maaltijd opgehaald werden. Of dat in dorpen ook zo was weten we niet. Het kan ook dat alles op de mesthoop verdween en zo op andere wijze weer in de kringloop des levens terecht kwam.
[slaen om dat die muere out sijn,] het sec =kreet dat inde toorn kamer is geweest wort nu wt geruijmt en opgehaelt om daer door de waterloosine vrij en lijber te maecken, [het heeft hie twee daegen]
Het gebint vordert gestaag, het wordt nu ineen gewerkt. Iedereen die het ziet bevestig dat dat vast en net gebeurt: sulcken hecht werck het is. Godard Adriaan moet niet denken dat ze van de complimenten naast haar schoenen gaat lopen. Ze herhaalt nog maar eens dat ze tenminste twee à drie keer per dag boven op het huis bij het werk gaat kijken.
[weer goet,] alle mense diet werck sien weeten niet genoech te segge so vast en net de kap in Een gewercktwort en sulcken hecht werck het is, uhEd be =lieft vrij gerust te sijn daer wort niet in versuijmt, ick gaen ten minste 2 a 3 mael daechs booven opt huijs bijt werck
Van Ginkel is naar Willem III en Philippota en de kinderen zijn gezellig (?) bij Margaretha gebleven. Wellicht was het echt gezellig, want Margaretha deelt zowaar wat vrouwenpraat met haar man. Het lukt de Vrouw van Ginkel niet hemden voor een halve rijksdaalder te maken. Margaretha zou wel veeren voor de dekbedden kunnen gebruiken en ook wel vlas. Maarja, ze moet de tering naar de nering zetten. Het geld verdwijnt momenteel als sneeuw voor de zon.
de heer van ginckel is naer sijn hoocheijt die op de veeluwe ijaecht, hoope het hem wel bekoome sal was noch vrij swack sijn vrou is met al de kindere hier, seijt dat sij geen hemde voor Een halfve rijxsdaelder kan maecken, veeren tot bedde had ick wel van doen ock wel vlas, maer het gelt weet bij ons teegewoordich beeter wech daerom ick daer niet aenderf dencke, [het is mij lief alles daer so goeij]
Daarom is Margaretha extra blij dat in Bremen alles zo goedkoop is. Stel je voor dat Jenneke Godard Adriaan en Blanche vier keer in de week zultevoet zou voorzetten! Zultevoet levert niet veel google resultaten op. Het komt voor in een artikel over eten in een Gronings weeshuis en in het boek Ons voorgeslacht in zijn dagelijks leven. Daar wordt het genoemd in een weekmenu voor studenten tussen hoofdvlees en andere kelderkost. Beide geen hoogwaardige luxevoedsel. Ook is de volgende beschrijving te vinden: ‘Wat aan den snuit en de pooten (beneden de knie) zit, en, na gekookt te zijn, bewaard wordt in de wei of in het dunne van karnemelk’. Dat ‘beneden de knie’ is wel heel belangrijk, want bij de achterpoten boven de knie zit natuurlijk de ham en een goede schinck is wel de moeite waard.
[dencke,] het is mij lief alles daer so goeij koop is nu hoeft jenken uhEd en Mons blansche nie 4 mael ter weeck sultevoet te Eeten te geefve, [als ick diet altijt de]
In dit fragment vinden we tevens een verwijzing naar haar leven als diplomatenvrouw die thuis blijft. Ze geeft hier aan dat als ze naar Godard Adriaan toe zou gaan, ze liever bij Blanche logeert. Ze bewondert hoe hij geen cent teveel betaalt op de markt. Ze moeten hem er maar dankbaar voor zijn, want de kosten in Amerongen blijven maar oplopen.
We weten niet waarom Margaretha nooit met haar man mee ging. Misschien is ze wel met hem mee geweest toen ze jonger was, maar we hebben pas brieven vanaf 1667. Ze schrijft wel over andere diplomaten die hun vrouw meenemen, maar dat lijkt niet afgunstig. Ook hier is de opmerking meer bedoelt om te kunnen schertsen over de huishouding van haar man, dan dat je het idee heeft dat ze eigenlijk liever bij hem was geweest.
[te Eeten te geefve,] als ick diet altijt de beurt is gevalle thuijs te blijfve bij uhE kom sal liefver in blansches huishou =din bij uhEd te gast koome als in jenkes dewijl hij so wel te mart gaet, hij doet heel wel so naeu te dinge wij sijn hem ver oblijgeert want het komter nu op aen alles loopt hier hooch en so dat ick haest geen door koome sien, hiermeede blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwewijff M Turnor
Markt, anoniem naar Jacques Callot, 17e eeuw. Collectie: Kunsthalle Bremen.
Margaretha begint weer over de door de secretaris, Schut en Rietvelt opgestelde memorie van het hardsteen en de vloerstenen. Godard Adriaan heeft daarin kunnen lezen wat er allemaal nodig is en hoe het werk er voor staat. Sindsdien is er eigenlijk niet zo veel verandert in de situatie. Toch is er genoeg te melden om drie kantjes te vullen.
Ameronge den 10 ockto 1676 [rec: 15. dito]
Mijn heer en lieste hartge
met de laeste post heeft de sekreetaris uhEd so hij meent Een pertinente1Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig memoorije bij schut2Hendrik Schut rietvelt3Cornelis Rietvelt en hem opgemaeckt weegens de hart steen en vloersteene over Amsterdam gesonde, waer wt wij hoope en niet en twijfele of uhEd sal konne sien wat daer van, hier noodich is, en hij en ick geschreefve hoet werck staet seedert isser niet veel veranderins in[, alt muer werck so buijten]
Het huis krijgt vorm
Langzaam begint het nieuwe Kasteel Amerongen vorm te krijgen. De binnen- en buitenmuren zijn inmiddels op de gewenste hoogte. Vervolgens zijn daar platen op gelegd en is alles gelijkgemaakt of aangestopt. Aangestopt wil zeggen dat er reten of voegen in het metselwerk zijn gemaakt die vervolgens met mortel zijn aangevuld. Naast de binnen- en buitenmuren, wordt er gewerkt aan de kapconstructie. Er wordt hout naar boven gehesen. Dat kost ontzettend veel tijd, dus gelukkig is het mooi en droog weer.
[veel veranderins in,] alt muer werck so buijten als binne sijn op haer hoochte en de plaete daer op geleijt en alle geraeseert of aengestopt , nu sijnse noch beesich met het hout tot de kap op te hijssen dat veel tijt wech neemt, wij sijn geluckich dat wij hier sulcken schoone droochgen weer op hebbe, want tis groote swaerte dat in reegen =nich4Regenachtig weer niet wel als met groote moeijt te doen sou sijn[, het water op de reevier blijft Eve]
Gezicht op Salzburg met een bouwvakker op de voorgrond, Daniel Sudermann, naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
Laag water
Door het mooie, droge weer staat het water in de grachten ontzettend laag. Zo laag zelfs, aldus Margaretha, ‘dat geen mense gedencke die so gesien te hebbe’. Met andere woorden: het water heeft in tijden niet zó laag gestaan! En als het water dan toch zo laag staat, dan kun je er maar beter goed gebruik van maken. Een aantal muren is langs de singels al uitgespoeld, dus heeft Margaretha haar kans gegrepen deze aan te laten stoppen. Ook is ze voornemens om van de week al het puin dat door het metselen in de gracht is gevallen daar uit te laten halen en in het paardenwed te storten. En als ze werklieden kan vinden, zal ze ook gelijk de gracht laten uitmodderen. Je kunt het maar beter gelijk goed doen, anders ben je zo weer twintig jaar verder. Als je het überhaupt zelf nog mee mag maken.
[doen sou sijn,] het water op de reevier blijft Eve laech, en inde grafte omt huijs so binne als buijt ist water so laech of op veel plaetse gans weel wech en de grafte so drooch dat geen mense gedencke die so gesien te hebbe, bij welcke geval
ick de muere om de grafte die vrij wat aende sijde van de singels wt gespoelt sijn laet aen stoppe en wel versien, ben ock van meeninge inde toe= koomende weeck alt puijn dat vant metselen inde graft is gevalle daer wt te laeten haelle en voor so veel aende kant vant paerde wet5Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee. is indie graft bijt paerde wet te laete brenge en die daer voort meete vulle voor so veel dat recken kan, so ick volck kost krijge sou noch wel in die koste valle vande grafte te laeten wt modderen en ter deegen klaer maecken geloof die licht in twintich ijaer of bij ons leefven niet weer so drooch sulle worden
Heeft het droge weer ook nadelen? De vissen zitten vrij diep en zouden het nog wel even kunnen volhouden in het kleine laagje water, ware het niet voor de reigers. Ze bijten de karpers de koppen af! Margaretha zegt dat ze er ‘op laat passen’. Zou ze daarmee bedoelen dat ze de reigers laat afschieten?
tis te verwondere dat de vis haer inde diepte onthout en wij daer so weijnich schade in hebe de reijgers doen de meeste schaeij6Schade bijten de kerpers de koppen af maer ick laeter ock op passe[, de leunine op de steene bruch tuschen]
Reigerjacht, Pieter Serwouters, naar David Vinckboons (I), 1612. Collectie Rijksmuseum
Geldschieter Temminck
Er is weer een brief van Temminck gekomen. Er is weer 300 gulden aan Jan Visser van de zaagmolen betaald. Ook heeft Temminck de kosten van de scheepsvracht hout van Hamburg naar Amsterdam betaald. Temminck heeft nu inmiddels al zo’n 12 à 1300 gulden voorgeschoten en hij moet binnenkort ook weer betalen voor een vrachtschip met kalk, dus Margaretha heeft hem een paar duizend gulden gezonden.
so aenstonts ontfange Een brief van Monse7Afkorting van monsieur teminck die weer 300f aen jan visser op de saech moollen in minderin van sijn reeckenin heeft geegeegve en al de scheeps vrachte vant hout van haerburch tot Amsterdam heeft betaelt daer meede hij schrijft ons nu ontrent de 12 a 1300f verschooten8Verschieten: Voorschieten te hebbe so dat me wel diende hem weer Een paer duijsent gul te sende want hij ons weer Een samoreus9Samoreus: Type lang vrachtschip met kalck sal moeten bestelle dat ock weer over de 300f loopt, [ick had van avont met de]
Nadat ze haar naam op het velletje papier heeft geschreven, besluit ze toch nog iets toe te voegen over zoon Van Ginkel. Hij is weer zo kwiek, dat hij van plan is binnenkort weer een bezoek aan de kerk te brengen. Hij wil zelfs komende week richting Amerongen! Maar Margaretha heeft hem geschreven dat hij zich vooral niet moet overhaasten.
de heer van ginckel schrijft gistere sijn karck ganck van meeninge was te doen en inde toekoomende weeck hier te koome, ick schrijf hij hem toch niet en verhaeste de heere sij gedanckt het met hem weer so veer is
Groep kerkgangers bij het verlaten van de kerk, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.
1
Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig
2
Hendrik Schut
3
Cornelis Rietvelt
4
Regenachtig
5
Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee.
Margaretha is weer terug in Amerongen en ze neemt vol overgave de teugels in de handen. Nog even het laatste nieuws over Ginkel: het gaat nu echt beter. Weliswaar drinkt hij nog geen bier, maar wel Rijnse wijn met een beetje suiker bij het eten en tussendoor tisane of siroop. Hij wil graag naar Amerongen komen, schrijft Margaretha.
Ameronge den 7 ockto 1676 [rec: 12 Dito]
Men heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 3 deeser ontfange ick so aenstonts, ick heb de heer van ginckel vrij beeter gelaete als ick hem inde haech koomende heb gevonde, hij drinckt heel geen bier, tusche sijn Eeten Een glas rhijnsche wijn met Een weij nich suijcker en buijtens tijts niet dan tiesaen1Tisane: drank voor geneeskundige en dergelijke doeleinden, oorspronkelijk een die uit gerst bereid was of schulep2Julep, siroopachtig drankje was gereesolveert3Resolveren: Besluiten niet meer te meediesijneere4Medicineren: geneeskundig behandelen , hier sijn schrijft de vrou van ginckel dat sijn hEd noch dagelijcks in beeterschap en sterckte toeneemt so dat ick hoope hij in korte weer wel sal sijn, hij verlanckt seer hier op Ameronge te sijn,
In haar afwezigheid is het werk goed gevorderd. Samen met de secretaris, Schut en Rietvelt heeft ze het overzicht van de kosten van de vloer en de hardstenen opgemaakt. Er is een nauwkeurige tekening gemaakt van de vloerstenen, zodat duidelijk is hoeveel stenen er nodig zijn en van welk formaat. Maar de stenen kunnen het beste pas in Amerongen op het juiste formaat gekapt worden, want in het vervoer kan er gemakkelijk een hoekje van afbreken en zo’n steen is dan natuurlijk niet bruikbaar.
[of niet,] nu hebbense Een pertinente gront teijckenin vande vloersteene gemaeckt en ock vande hartsteene die hier neffens gaet daer wt sij meijne uhEd nu perfeckt sal konne sien hoeveel steene der sijn moet, ock op wat groote die diene te sijn, maert kant rechte oordeelense dat hier dient gedaen te worde, om dat int vervoeren licht Een hoeck =ge of Eits kan afgestooten worden, [wt het]
Fragment uit:Vier meisjes volgen een vrouw een trap op, anoniem, ca. 1900 – ca. 1930. Collectie Rijksmuseum.
De kosten rijzen de pan uit
Margaretha bespaart waar ze kan. Ze heeft zo’n 18 tot 20 metselaars en evenveel opperlieden ontslagen en ze is van plan nog meer werklui af te danken. Ongeveer 8 tot 10 man moet voldoende zijn om de schoorstenen te metselen en de bogen boven de vensters af te werken. De rekening van Rietvelt bedroeg inmiddels 1778 gulden en de rekening van Schut ruim 600 gulden. Beide rekeningen heeft ze betaald, maar dat is niet alles, want morgen moet ze nog ‘al de andere werck baesen’ uitbetalen. ‘Het beloopt een ongelooflijck gelt’, schrijft ze. Weliswaar heeft ze in Utrecht de toegezegde betaling ontvangen van 5413 gulden plus nog een rente van 1000 gulden uit Gelderland, maar het geld verdwijnt zo als sneeuw voor de zon.
[reeijen en klaer te na maecken,] ick heb rietvelt weer sijn reeckenin teenemael af betaelt die beliep in vijf weecken arbeijens so voor hem als sijn volck 1778 f
en schut overde 600 f, dan sijnder noch al de andere werck baesen die alle meede merge sulle betaelt worden, het beloopt Een ongelooflijck gelt, ick heb nu laest te wttrecht sijnde de weeder helfte vande bewuste assinnaesie5Assignatie: aanwijzing tot betaling ontfange, so dat ons nu de volle som van vijfduijsent vier honde dartien gulde betaelt en voldaen is, wat gelt ick ontfan t gaet =ter al om, ick heb ock de rente ter som van duijsent gul die ons op gelderlant den Eerste septem was verscheene ont fange, ben blijde vast so veel werck volck
Ze is blij dat ze die werklui ontslagen heeft, maar als de kap gelegd is, dan komen daarna de leidekkers en die moeten ook betaald worden. En weliswaar is de verwachting dat stenen in de eigen steenoven goed gelukt zijn, maar ze heeft ook van Ot Barentse 240.000 stenen gehad voor een bedrag van zeker 1500 gulden en dat moet ook weer betaald.
[fange,] ben blijde vast so veel werck volck vande hals quijt ben6Gezegde: Van de hals kwijt zijn. Afgeleide van Iemand op de nek hebben: iemand moeten onderhouden , maer als de kap opt huijs komt sullender weer de leij= =deckers koome, insoma so lange dit tim =mere duert salt veel kosten, ick hoor niet meer vande leijen die noch van boove soude koomen offer noch te verwachte sijn of niet, den steenoven is teenemael afgestoockt se meene datse heel wel ge= luckt sal sijn, wij hebbe van ott baerense over de twee hondert en veertich duijsent steen gehadt dat is bij de vijftien hondert
gul aen steen die hem ock sulle moeten betaelt worden, [wij hebbe noch het schoonste weer]
In de rest van de brief probeert Margaretha nog allerlei nieuwtjes te persen. Ze heeft het over de bemoeienis van Prins Willem met de Utrechtse politiek en het schijnt dat hij naar Engeland gaat. Ze zal informeren naar een stuk land maar eigenlijk is het beste stuk al verkocht. Gisteravond is ze naar de bruiloft van Kristoffel geweest. Kennelijk was Kristoffel daarom langsgekomen met de brief van Godard Adriaan. Fritsje was representant voor zijn vader en zijn opa en Antje als plaatsvervangster voor haar moeder.
[had staen heeft dat gekocht,] gistere avont sijn wij hier op de voor bruijloft van kristoffel geweest, frits heeft groote en kleijne papas plaets gereepreesenteert en antge haer kleijne mama, sij hebe en sondach haer Eerste gebodt gehadt en ons heel net en wel getrackteert, ick blijf uhEd getrouwe wijff M Turnor
Boerenbruiloftsfeest met doedelzakspeler, Peeter Baltens, 1540 – 1584. Collectie Rijksmuseum.
PS: nog meer geld
Maar dan komt Margaretha toch weer terug op het geld. Temminck heeft geschreven dat molenaar Visser op de zaagmolen in Amsterdam heeft verzocht om een betaling van 100 ducatons. De molenaar heeft eerder een scheepslading hout uit Harburg voor hen betaald. Margaretha kan er niet onderuit om hem te betalen maar ze heeft geen geld meer en ze weet niet wat ze antwoorden moet.
ps temminck schrijft dat visser opde saech moolle tot Amsterdam hem versocht heeft weer hondert duijcketons op reeckenin te geefve en hij diende wel weer Een schip met schilp kalck te sende so dat ick vrees hij daer toe so veel gelt qualijck van ons in hande heeft, vermidts hij al de scheeps vrachte vant hout van haerburch7Harburg (bij Hamburg) tot Amsterdam heeft betaelt en ick hier geen gelt overheb weet haest niet wat hem antwoorde sal
Margaretha is nog steeds in Den Haag, maar ze is alweer van alles aan het regelen voor wanneer ze weer terug is in Amerongen. Zo heeft ze zich voorgenomen om aan de secretaris, Schut en Rietvelt te vragen of zij een overzicht zouden willen maken van de kosten van de vloerstenen en de hardstenen voor het huis. Godard Adriaan heeft hier om gevraagd in zijn brief van 30 september. Ze zal het hem zo spoedig mogelijk opsturen. Maandag hoopt ze weer in Amerongen te zijn.
haech den 3 ockto 1676 rec: 5 Dito
Mijn heer en lieste hartge
so aenstonts ontfange ick uhEd vande 30 pasato sal so haest ick weer t Ameronge koome met de sekreetaris schut en rietvelt alles weegens de vloersteene en hartsteene overlegge en Een pertinente1Pertinent: Ter zake dienende memoorije2Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval een opsomming van inkomsten en uitgaven. laete maecken uhEd die met den Eerste en opt spoedichste oversenden, ben van meeninge met godeshulp merge weer van hier te gaen en maendach op Ameronge te sijn[, de heer van ginckel]
Zoon Van Ginkel is inmiddels aan de beterende hand. Het gaat zelfs zo goed, dat de doctoren met elkaar discussiëren of hij nog wel koorts heeft. Gisternacht was hij nog ‘met swaere droome beset’, maar afgelopen nacht heeft hij maar één uurtje wakker gelegen. Ook zijn smaak komt langzaam terug. Godzijdank! Hopelijk begrijpt Godard Adriaan dat zijn zoon nog wel te zwak is om zelf een brief te schrijven.
op Ameronge te sijn, de heer van ginckel die ick hier koomende heel swack en debijl3Debiel: Wankel, onvast vont is seedert in beeterschap so toegenoome dat de docktoore disputeere4Disputeren: Redetwisten of hij noch koorts heeft of niet, heeft seedert begonne te ruste, heeft deese voorleedene nacht ontrent 3 Euren aen Een geslaepen en doen maer Een Eeur wacker geleegen en weer ingeslaepe, koomende nu heel fris en wel wt sijn slaep, daer hij noch
gisteren en te vooren wt de weijnich rust die hij kost hebbe heel beswaert en qualijck quam ock met swaere droome beset was, so dat wij hoope sijnhEd de met de verdere hulpe van godt almachtich deese sieckte te boove is en konne godt niet genoech dancke voor sijne genaede, hij begint ock wat smaeck int Eeten te krijgen, versoeckt uhEd hem te Exs =kuseere dat hij met deese post niet en schrijft hoopt het met de naeste te doen kan noch onmoogelijck niet is te swack[, ick sal ock]
Godard Adriaan heeft om spullen gevraagd. Margaretha zal morgen – ze verwacht dan immers weer terug in Amerongen te zijn – een kist met de gevraagde spullen richting Temminck in Amsterdam. Temminck zal er vervolgens voor zorgen dat de spullen bij Godard Adriaan in Bremen terechtkomen. Margaretha schrijft dat ze de ‘bestellijst’ bij de voorliggende brief heeft gevoegd. Helaas is de lijst niet bij de brief bewaard gebleven, en weten we dus niet precies waar Godard Adriaan om heeft gevraagd.
[onmoogelijck niet is te swack,] ick sal ock merge Een koffer5Meubel bestaande uit een hecht getimmerde en vervolgens gewoonlijk nog op allerlei wijzen versterkte houten kist (minder dikwijls een geheel ijzeren kist), voorzien van een meestal gewelfd, op scharnieren draaiend deksel en een slot, en dienende als berg- of bewaarplaats. aen temminck op Amster =sende6Waarschijnlijk ging Margaretha’s hoofd sneller dan ze kon schrijven: voor ze dam van Amsterdam geschreven had, kwam het volgende woord al uit haar pen. om voort op breeme aen uhEd te bestelle, daer in is altgeene de selfve heeft ontboode waer van de memoorije van alt geene daer in is hier neffens gaet[, inde generaelijteijts meubel kamer]
Een bed voor Godard Adriaan
Margaretha heeft een poging gedaan om via de Generaliteits Meubelkamer een bed te bemachtigen. In de Generaliteits Meubelkamer waren meubels opgeslagen die Staatste diplomaten die naar het buitenland vertrokken konden meenemen om hun ambassade- of gezantswoning in te richtingen. Misschien is Margaretha zelf wel gaan kijken of er iets van haar gading bij zat; ze is immers in Den Haag. Ze vond ledikant noch paviljoen. Een ledikant was een losstaand hemelbed, ook wel een pronk- of staatsiebed. Een paviljoen was een ronde, tentvormige baldakijn die aan het plafond boven een bed werd opgehangen. Met de term paviljoen kan overigens zowel alleen de baldakijn, als de baldakijn in combinatie met een bed (paviljoenbed) bedoeld worden. Het wordt niet helemaal duidelijk welke invulling van de term Margaretha in haar brief bedoelt. Hoe dan ook, ze heeft een paviljoen laten maken. Bij Godard Adriaans terugkomst kan het paviljoen naar de Staat. Of ze houden het gewoon lekker zelf.
[gaet,] inde generaelijteijts meubel kamer was so noch leedikant noch pauvelijoen7Ronde, tentvormige baldakijn die aan plafond boven een bed werd opgehangen. Met de term paviljoen kan overigens zowel alleen de baldakijn, als de baldakijn in combinatie met een bed (paviljoenbed) bedoeld worden. noch niet te krijge heb dit pavelijoen
hier sijnde laete maecken het welcke men op uhEd weederkomste den staet kan weer geefve of het voor ons selfve houde soot de selfve goet sal vinden[, de maijoor ijan]
Kamer met een ledikant met een paviljoen. Fragment uit: Poppenhuis van Petronella Oortman, Jacob Appel (I), ca. 1710. Collectie Rijksmuseum.
Nog steeds rode loop
Aan het begin van de brief schrijft Margaretha dat het beter gaat met zoon Godard. Ook de collega’s van Godard in het leger, waar de rode loop (dysenterie) heerst, zijn aan de beterende hand. De ziekte heeft ook in Amerongen wild om zich heengeslagen. In de situatie van de zieke dorpsgenoot Teunis Huijbertse is geen verbetering zichtbaar.
[niet weer gekoomen,] men begint te spreecke van onse Armee int gernesoen te brenge daer sijn veel siecke en meest aende roode loop, de heer van obdam8Jacob Wassenaar van Obdam de graef van floodorp9Adriaan Gustaaf Graaf van Flodorf den heer van schra =venmoer10Adam van der Duijn legge daer aen doch sijn aent beeteren, hebbe haer tot mechlen laeten brengen, teunis huijbertse schrijft de
seekreetaris dat noch Even sieck daer aen blijf
Een open sollicitatie
In Den Haag is Margaretha aangesproken door een jonge man van ongeveer 23 jaar oud. Het lijkt wel alsof ze een aanbevelingsbrief voor hem schrijft, voordat ze opschrijft wat deze jonge man nu eigenlijk kwam doen. De jongeman heeft ‘geen quade mijne’, ofwel: geen kwaad voorkomen. Hij komt uit Breda en hij kent Kristoffel, die de 26e de brief van Godard Adriaan bracht, goed. Hij heeft vier jaar bij penningmeester Adrichem gewoond, heeft een prettig handschrift, is trouw, en kan in afwezigheid van zijn werkgever diens taken waarnemen. Zijn naam is Dulckes en hij wil graag kamerling worden in dienst van Godard Adriaan. Inmiddels heeft Margaretha iemand gevraagd om de referentie van de jongeman na te gaan. De jongen wordt geprezen door zijn huidige werkgever, die zegt hem liever zelf te willen houden, maar hem niet kan tegenhouden als hij een andere baan wil. Margaretha verzoekt Godard Adriaan zo spoedig mogelijk te laten weten of hij de jongen in dienst wil nemen of niet. De naam van de jongen komt verder niet meer voor in de brieven van Margaretha, dus het lijkt erop dat hij het baantje niet gekregen heeft.
hier is vandaech Een jonckman bij mij geweest out ontrent 23 ijaere die geen quade mijne11Mijne/Mine: Voorkomen heeft en sijn woort wel kan doen, die van breeda vandaen is en kristoffel wel kent hij heeft vier ijaer bij de peninck meester Adreechem gewoont schrijft Een tamelijck goede hant, is heel trou, als de peninck meeste wt is ontfanckt hij het gelt en geeft wt neemt het kantoor waer, deese jonman genaemt dulckes, pree =senteert hem selfve voor kamerlin bij uhEd, lapoorte heeft bij Adrijchem naer hem vernoome die hem prijst en seijt hem liefver te houde, maer hem niet van sij voor deel te konne houde, so uhE die aen staet be lieft met den Eerste te schrijf heb hem so lan wtgestelt12Uitstellen van een persoon: wegzenden met de mededeeling om voor de inwilliging van een gedaan verzoek, de vervulling van een geuit verlangen e.d. later terug te komen[, blijf] uhEd getrouwe wijff MTurnor
Kennelijk vindt Margaretha deze jongeman zo interessant dat ze nog een postscriptum ondersteboven op de laatste pagina schrijft. Ze denkt dat de jongeman geen livrei wil dragen…
deese Adrechem is ock prockereur, daer de knecht bij woont en schrijft, maer geloof niet dat hij leefvereij sou wille draegen
1
Pertinent: Ter zake dienende
2
Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval een opsomming van inkomsten en uitgaven.
3
Debiel: Wankel, onvast
4
Disputeren: Redetwisten
5
Meubel bestaande uit een hecht getimmerde en vervolgens gewoonlijk nog op allerlei wijzen versterkte houten kist (minder dikwijls een geheel ijzeren kist), voorzien van een meestal gewelfd, op scharnieren draaiend deksel en een slot, en dienende als berg- of bewaarplaats.
6
Waarschijnlijk ging Margaretha’s hoofd sneller dan ze kon schrijven: voor ze dam van Amsterdam geschreven had, kwam het volgende woord al uit haar pen.
7
Ronde, tentvormige baldakijn die aan plafond boven een bed werd opgehangen. Met de term paviljoen kan overigens zowel alleen de baldakijn, als de baldakijn in combinatie met een bed (paviljoenbed) bedoeld worden.
8
Jacob Wassenaar van Obdam
9
Adriaan Gustaaf Graaf van Flodorf
10
Adam van der Duijn
11
Mijne/Mine: Voorkomen
12
Uitstellen van een persoon: wegzenden met de mededeeling om voor de inwilliging van een gedaan verzoek, de vervulling van een geuit verlangen e.d.
Gealarmeerd door een brief van haar schoondochter Philippota, ‘vrou van Ginckel’ is Margaretha naar Den Haag gereisd. Zoon Van Ginkel heeft nog steeds last van de benauwdheid in de maag. Hij is al diverse malen ‘gepurgeert’ en ‘gelaeten’. Arme man.
haech den 28 septem 1676
Mijn heer en lieste hartge [rec: 1. October 1676]
op het schrijfve vande vrou van ginckel die door de kontin waesie vande benautheijt die de heer van ginckel inde krop van maech naer dat hij verscheijde veijse1wijze is gepursgeert2Genezen, eig. zuiveren van ongezonde stoffen of vochten, of van schadelijke invloeden. en gelaeten, [ock in de voorleedene]
Purgeren, laten en een vomitorium
Of dat purgeren gebeurde met een braakmiddel of met een laxeermiddel is op dit punt in de brief nog niet helemaal duidelijk, maar later schrijft Margaretha over een ‘vomotoryum’ en dat is in ieder geval een braakmiddel. Met ‘gelaeten’ doelt Margaretha op aderlaten, wat in die tijd als een probaat middel bij allerlei ziekten werd gezien. Het vomitorium had tot gevolg dat Van Ginkel gal en slijm braakte, niet zo vreemd bij een maag die na al deze ellende helemaal leeg moet zijn geweest.
[is gepursgeert en gelaeten,] ock inde voorleedene weeck Een vomotorijom3Vomitorium: braakmiddel heeft genoome die hij meest heeft naer Een oochgenblick ingenome te hebbe weer most overgeefve doch Evenwel noch Eenige operaesie4Operatie: Kunstbewerking die de heelmeester op het levend lichaam verricht met behulp van instrumenten of soms ook alleen met de hand. heeft gedaen met het loose van Eenich gal en slijm, [seer bekomert]
In ieder geval, Margaretha maakte zich grote zorgen en trof haar zoon zo zwak aan dat hij ‘naulijcks kenbaer’ was maar niettemin, ze had het zich nog erger ‘geinmaesgeneert’. Ze heeft de dokters nog niet gesproken, maar van die ‘kontiniweele koortse’ is haar zoon naar haar mening voorlopig nog niet verlost. Toch heeft Margaretha goede hoop en ze maakt zelfs al plannen voor een terugkeer naar Amerongen.
hier gekoomen, en vinde hem seer swack en so verandert dat naulijcks kenbaer is, doch bee= ter als mij had geinmaesgeneert, maer kan noch tot geen rust koomen, ick heb de docktoore noch niet gesproocke mijns oordeels blijft hem de kontiniweelle koortse noch bij, het schijnt deese sieckte sijn tijt van verwininge5Overwinning van hartstochten, emoties, zwakke physieke gesteldheid e.d. sal wille hebbe de heer almachtich wilt maer ten beste schicke
Gebakken stenen en een brug
Ze verwacht dat het muurwerk deze week op de juiste hoogte zal zijn om een begin te maken met de kap van het huis. De steenoven waar Margaretha het op 19 september al over had, zal deze week ‘afgestoockt’ zijn en dan is er weer een nieuwe voorraad aan stenen. Als de ziekte van Van Ginckel niet verergert, dan gaat ze toch echt terug naar Amerongen. Margaretha voegt bij haar brief een tekening van meester Schut, die de leiding heeft over de bouw, van de ‘bou bruch’, de brug van de voorburcht naar het huis. Met de vraag of het ontwerp naar de zin van haar man is.
voor mijn vertreck van Ameronge heb ick op alles ordere gestelt so veelt moogelijck is, int lest van= deese weeck sullense sonde merckelijcke6Merkelijk: Evident, gewichtig, opmerkelijk verhinderin het muerwerck vant huijs rontom op haer hooch te hebbe ende kap daer op beginne te sette, ock sal de steen oven die nu meest buijten prijckel is, int begin vande toekoomende weeck afge= stoockt sijn, ick maeck staet7Staat maken: Gissing maken, gissen. so der geen nieuwe toevalle inde sieckte vande heer van ginckel koome int laest vande toekoomende weeck weer op Ameronge te sijn, meester schut is weer daer die dees neefens gaende teeckenin vande bou bruch vant huijs heeft gemaeckt om te sien of uhEd die gevallich is, [tot Ameronge heb]
Margaretha weet al dat ze op Amerongen ook weer in een ziekenboeg terecht komt: ‘rode loop’ hebben ze daar, oftewel dysenterie. Ze heeft haar ‘werckmeijt’ Trijntge Leijter ondergebracht in het huis van Gijsbert Velbertsen, nog eigenlijk voordat ze wist wat Trijntge voor ziekte had. Trijntge is aan de beterende hand maar Margaretha somt enkele andere zieken op met wie het minder goed gaat, zoals Teunis Huijbertse en Cornelis Stevense, de broer van de ‘lackeij’ van Godard Adriaan. Lubbertge, de huisvrouw van dove Arijen de smid is er zelfs aan gestorven net als drie mensen in de buurtschap Remmerden, ‘Remerde’ schrijft Margaretha, bij Rhenen. ‘De heere wil ons alle voor daer voor bewaere’, schrijft ze.
of uhEd die gevallich is, tot Ameronge heb sijn seer veel siecke en meest aende roode loop, mijn werckmeijt trijntge leijter aen die ick ten Eerste Eer ick wist wat haer sieckte was maer wt vreese in gijsbert velbertsens huijs heb laeten brengen, doch sij is aen beeter hant maer teunis huijbertse leijt heel kranck daer aen so doet ock korneelis steefvense die broer van ijan uhEd lackeij is, en lub= =bertge de huijsvrou van den doofven Arjen
de smit isser aen gestorfven ock sijnder drie op remerde aen gestorfve, de heere wil ons alle voor daer voor bewaere, [kristoffel is voorleeden sa=]
Gezicht op de Rijn bij Remmerden uit het noordwesten met de Cuneratoren te Rhenen op de achtergrond, N. Wicart, 1780-1810. Collectie Het Utrechts Archief.
Een paviljoen
‘Voorleeden saterdach’, dus 26 september, bracht Kristoffel haar een brief van Godard Adriaan en vandaag ontving ze weer een brief. Kennelijk vroeg haar man haar om een hemel voor boven zijn bed. In de meubelopslag van de generaliteit is Margaretha op zoek gegaan naar een ‘pauveljoen’, maar dat was er niet en ook geen hemelbed. Ze heeft dus besloten om er eentje te laten maken en die zal ze hem sturen. Een paviljoen is een soort gordijn om om een los bed heen te hangen. Het lijkt een beetje op een klamboe, maar dan van dikkere stof en soms zelfs versierd.
[daer voor bewaere,] kristoffel8Personeelslid van Godard Adriaan is voorleeden sa= terdach op Ameronge gekoome die mij uhEd meesifve heeft behandicht, ick heb vandaech ock die vande 25 deeser ontfange en heb inde meubel kamer van generaelieteijt naer Een pauvel =ijoen9Paviljoen: Hemel of baldakijn boven bed. voor uhE laete sien maer daer is noch pauvelijoen noch leedikant noch geen derleij meubelen, waerom ick goetgevonde heb hier sijnde Een te laeten maecken het welcke met alt andere de volgens uhEd memoorije10Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval waarschijnlijk een soort verlanglijstje met zaken die Margaretha naar Bremen moet zenden. te saeme met den Eerste sal senden, de brief
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum. Op de achtergrond een paviljoen.
Kattenbelletjes
Verder gaat Margaretha er vanuit dat Godard Adriaan de brief van secretaris Van den Doorslagh over de vloerstenen en de hardstenen heeft ontvangen. Ze is blij dat de zaken bij de bisschop zo goed zijn gegaan en schrijft dat Luchtenburg wel blij zal zijn dat Godard Adriaan bereid is zijn neef te steunen bij zijn sollicitatie naar de positie van kameraar en dat er allerlei roddels de ronde doen over de vorige kameraar, Matijsius. Ze heeft zelfs gehoord dat hij heeft geprobeerd de overdracht van de Heerlijkheid Amerongen tegen te houden, maar of het waar is of niet, ze blijft ‘u edeles getrouwe wijf’.
Kasteel Amerongen, Arie Rebergen. Op de nok wappert nog altijd de vlag met het wapen van de Heerlijkheid Amerongen.
Groetjes
Kleinzoon Frits en zijn zusjes, die op Amerongen bij hun grootmoeder wonen, presenteren hun ‘ootmoedige dienst’ aan groote papa. Margaretha schrijft erbij dat het niet hun schuld is dat de kleinkinderen dat niet vaker doen, maar dat zij het vergeet te schrijven.
Er is nog een beetje ruimte op het papier, dus de volgende dag schrijft Margaretha het laatste nieuws over haar zoon: hij heeft deze laatste nacht geslapen en de dokters hopen dat hij het ergste nu heeft gehad.
Mijn heer en liestee hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
frits met al sijn susters preesenteere haeren ootmoedige dienst aen groote p a pa tis haer schult niet dat het niet meer gedaen wort maer groote mama diet dickmael vergeet
de heer van ginckel heeft dees nacht wat gerust de docktoore hoope met godts hulpe de sieckte nu te booven te sijn dijnsdach den 29 septem
Genezen, eig. zuiveren van ongezonde stoffen of vochten, of van schadelijke invloeden.
3
Vomitorium: braakmiddel
4
Operatie: Kunstbewerking die de heelmeester op het levend lichaam verricht met behulp van instrumenten of soms ook alleen met de hand.
5
Overwinning van hartstochten, emoties, zwakke physieke gesteldheid e.d.
6
Merkelijk: Evident, gewichtig, opmerkelijk
7
Staat maken: Gissing maken, gissen.
8
Personeelslid van Godard Adriaan
9
Paviljoen: Hemel of baldakijn boven bed.
10
Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval waarschijnlijk een soort verlanglijstje met zaken die Margaretha naar Bremen moet zenden.
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep