De brieven van Margaretha Turnor

Bewoners en familieleden: Tuyll van Serooskerken (Godard Willem van) Pagina 1 van 3

Nog meer vis en nog lager water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Er is weer eens een brief te laat aangekomen. En nog wel de brief van 28 september waarin Margaretha het over een eerdere verloren brief heeft. Inderdaad zien we in de aantekening van Godard Adriaan op die brief dat deze op 7 oktober is ontvangen. Hij is blijkbaar op een ander manier bezorgd dan normaal, of gewoon bij de vaste contactpersoon Franco Bisdommer blijven liggen en pas later opgestuurd.

Brieffragment missende brief

[rec. 22. Octobr]

Amerongen den
19/9 ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 9 deeser sien ick met
verwonderin dat de mijne vande 28 septem
met Een ander als den ordinaerisse post en
so veel laeter is bestelt geweest kan niet
dencken waer dat bij komt of die moet bij
bisdomer1Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten vergeete sijn geweest en dat hijse
doen nae heeft gesonden, [volgens het schrijfe]

Aan een tafel zit een vrouw voorover gebogen een brief te schrijven met een veer. De bode die achter de vrouw staat, wacht tot ze klaar is, waarna hij de brief kan gaan bezorgen. Op tafel ligt een bruinig tafelkleed en een luit. Op een groen kussen voor de tafel ligt een bruinwit hondje te slapen.
De briefschrijfster, Frans Mieris (I), 1680. Collectie Rijksmuseum.

Bezoek in Berlijn

Zoals al werd gefluisterd, is prins Willem III inderdaad op bezoek gegaan bij de keurvorst in Berlijn en Potsdam, heeft Margeretha van zoon Godard gehoord. Die was mee in het gevolg. Ze is wel erg benieuwd wat voor antwoord de prins heeft gegeven op het verzoek van haar man om zo langzamerhand weer naar huis te mogen.

Brieffragment Willem III in Berlijn

[doen nae heeft gesonden,] volgens het schrijfe
vande heer van ginckel in dato den 11/1 deeser
aen mij geschreefve sal sijn hoochijt nu tot berlijn
of potsdam al sijn geweest of noch sijn, mij
verlanckt wat antwoort hij uhEd op sijn
versoeck van thuijs te mooge koomen sal ge=
geefve hebben, [hoewel de peetisie ter som]

In een open ruimte ligt een groot gebouw. Op dfe voorgrond een vlakte met verschillende koetsen, wandelaars en ruiters. Dan een gracht en een breed gebouw met in het midden een toegangspoort. Het eind van het gebouw heeft twee paviljoens. Verder naar achteren een hoger gebouw met drie elegante torentjes. Links en rechts zijn nutstuinenen ingericht en op de achtergrond loopt een kanaal met schepen.
Gezicht op het Potsdamer Stadtschloss, Peter Schenk (I), 1675-1711. Collectie Rijksmuseum.

De reis van zijne Hoogheid naar Berlijn geeft nog steeds aanleiding tot allerlei geruchten (grote “mompeling”) aan het thuisfront. Maar welke? Margaretha laat zich er niet over uit. Het zal vast niet alleen een kraamvisite zijn. De keurvorst is weer grootvader geworden. Helaas heeft hij zelf weer erg veel last van jicht. Hij zou het vast fijn hebben gevonden als hij een kleinzoon in plaats van een kleindochter had gekregen. Maar wat niet is, kan nog komen.

Brieffragment jicht en geruchten

[met gout gewerckt derest heel van sijde,] dat den
heere keurvorst weer aent poodegra2Podagra: jicht set doet mij leet en jam
mert mij seer, had de keur prinse Een prins mooge
voor Een prinses3De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. hebbe gehadt geloof dat also aengenaem soude
geweest sijn , dan die kan noch koomen, deese reijs van sijn
hoocheijt is niet sonde groote monpelin4Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… onder veelle, [dat den heer]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

Slepende kwesties

Er volgt een opsomming van de bekende zaken waar Margaretha telkens maar weer achteraan moet rennen zonder dat er veel schot in zit. Van de provincie Utrecht lijkt nog steeds geen geld te komen, neef Wellant heeft al twee weken niets van zich laten horen, en ze zou ook graag af zijn van een zaak tegen zwager Carel-Alexander van Berck. Gelukkig zijn er ook de concrete bezigheden in en om het kasteel waar wél resultaten worden geboekt. Daar gaat de rest van de brief over.

Betere vloerdelen en ijzerwerk

Godard Adriaan gaat proberen om betere Pruissische vloerdelen te sturen. De lijntjes naar de Pruissische bossen vanuit Berlijn zijn immers kort. Wat Margaretha nu ter beschikking heeft is niet best. Net zulk slecht hout als de pruissische delen in het klein salet in hun huis in Den Haag. Die zitten vol blaasjes (bobbels of noesten?): onhandig en het staat ook niet mooi. Margaretha zal ook blij zijn als het ijzerwerk voor ‘de balie’ binnen zal komen. Wat voor balie ze precies bedoeld is onduidelijk, het kan een leuning, een hek of een reling zijn.

Brieffragment hout en ijzer

dat uhEd andere en beetere pruijse deelle sal
sien te sende waer seecker goet want die hier
sijn sijn seer slecht en is van dien aert van
hout als de pruijse deelle die inde haech in ons
kleijn salet legge en haer met blaesges ge
duerich so ruijch op werpen, dat als uhE
weet seer moilijck is, en niet wel staet
sal blijde sijn als wijt ijserwerck tot de baelie5balie: leuning, hek, ballustrade, reling
hier hebbe sulle, [hier neffens gaet de]

Foto vanaf de onderbrug van Kasteel Amerongen richting de kade. In de balustrades van de onderbrug hangen spinnenwebben.
Balustrade op de onderbrug, 2020. Balustrades op de onderbrug en op de kade zijn goed te zien en dateren uit de bouwperiode van het huis.

Bremer vloerstenen

Als bijlage stuurt Margaretha een overzichtje van de Bremer vloerstenen waarmee haar man de huizen op de voorburcht wil laten plaveien. Het moeten er enkele tientallen meer zijn, voor het geval er een paar breken. Ook graag vast geslepen en recht afgekant. Jan Prang heeft de vorige lading niet goed afgekant: veel te scherp en te dun, waardoor ze snel afbraken.

Brieffragment Bremer vloersteen

[hier hebbe sulle,] hierneffens gaet de
meemoorije vande breemer vloersteen so
uhEd die huijse op t voorburch daer meede belieft geleijt
te hebbe, salder noch wel 30 a 40 booven
dit getal meer diene te sijn om voort breeck
, en toch alle gesleepe, het kant rechte ge=
=loof dat hier best sal gedaen worde ijan
prang heeft d onse niet wel gekantrecht
heeft de kante al te scherp en te dun af
gehouwe die breecke te licht af ,

Steenhouwer die bezig is het met houwen van steen voor het bouwen van een huis. Boven de afbeelding staat: De Steenhouwer Hoewel verspreid, Nochtans bereid. Onder de afbeelding staat: De Stenen worden vast behouwen, Om't machtig Huis meed' op te bouwen; Gelijk des Heeren Jesu werck, De Steenen, hier en daar geleegen Bereid, en vleid en schickt ter deegen, Tot Opstal van zijn eeuw'ge kerck.
Steenhouwer, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Fraai tafelkleed

Godard Adriaan wil nog meer weten over de Oost-Indische kist. Margaretha vindt echter dat ze alles al wel gezegd heeft. Nou goed dan, toch een nadere specificatie van het tafelkleed. Dat is fraai, en de kroon en de griffioenen van het familiewapen zijn van gouddraad en de rest van het wapen van zijde.

[sijn,] nu weet ick niet of heb uhEd meesiefve in alles beant
woort, dat ick de oostindische preesente in alles wel heb
bevonde heb ick met de laeste post geschreefve het taefel
kleet is fraeij de kroon en grifelijoene van ons wapen sijn
met gout gewerckt derest heel van sijde, [dat den]

Een suikerpot van Chinees porselein, onderdeel van een incompleet koffie- en theeservies. De buikige suikerpot staat op een ronde, ingesnoerde voet en heeft twee oortjes. Aan twee zijden het Van Reede familiewapen in een gouden lijst, gedragen door twee witte griffioenen, staande op een verguld omrand wolkendek met groen, blauw en roze. Boven het wapen een gekroonde helm met zwart dekkleed en zwarte vleugels als helmteken. Bij beide handvatten, organisch gevormd, een `vergulde bladertak met rode besje. De suikerpot heeft aan de bovenkant een smalle gouden bies.
Suikerpot van Chinees porselein met Van Reede wapen, ca. 1790. Collectie Kasteel Amerongen.

Viskuil uitmodderen

Het bericht over de vis in de vorige brief heeft kennelijk Godard Adriaans grote interesse. Hij heeft opdracht gegeven om de gracht nog wat verder uit te modderen met een kuil om daar de gevangen vis beter in te kunnen bewaren. Margaretha heeft vorig week nog een keer een mooi zooitje laten vangen. In de Rijn staat nu minder dan een meter water (3 voet), en hij blijft zakken.

Eerste brieffragment vis
Tweede brieffragment vis

de kuijlle tot konservaesie vande vis sal ick lae
=ten inde grafte volgens uhEd begeerte wt modde
=ren, ick heb inde vooleedene weeck op den rhijn
die teegenwoordich geen 3 voet water heeft

en noch al wech valt laeten visse hebbe Een schoone soij vis
gevange die meest inde grafte heb geset so dat die nu wel
van vis is versien konne wijse maer behouden daer toe mij
beste sal doen, [den heer van Eck laet sijn kribbe weer ver]

Aan een rivier zijn mannen bezig met vissen. Links haalt een man een lijn met haken met daarin vissen binnen, daarnaast stoppen mannen de gevangen vissen in een ton. in de rivier zet een man een fuik en plaatst een man een een net. Rechts op de voorgrond een bootje met met daarin een fuik en twee mannen die zich daarom kommeren. Op de achtergrond koeien in een weide, een landhuis en een kerk.
Visvangst met fuiken en vislijnen, Philips Galle, 1582-1633. Collectie Rijksmuseum.

Slag om de rivier

Niet alleen de Van Reedens, maar ook hun buren beschouwen de rivier als hun achtertuin, waar je niet alleen vis in vangt, maar waarvan je ook de loop zoveel mogelijk naar je hand probeert te zetten. Of het nu is om afkalving van jouw oever te voorkomen, of om je aanvaarroute te verbeteren. De stroomopwaarts gesitueerde buurman Johan Willem van Eck, heer van Lievendaal, heeft de kribben aan zijn kant verlengd, dus nu doet Margaretha iets vergelijkbaars aan haar kant en lijkt het evenwicht weer hersteld. Overgebleven stenen en misbaksels uit de reeds ontmantelde steenoven komen hier goed van pas.

Brieffragment kribben in de rijn

, den heer van Eck6Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. laet sijn kribbe weer ver
lenge, dat ons geen vordeel geeft, waerom ick deese weeck bij
de 80 voijer7een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? vande saeme geloopene boncke of steen en stucke
van steen vande steenoven, achterons ridtse8Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul aende bollekrib of zandplaat inde
rhijn heb laeten brengen dat Elck seijt Een goet werck te
sijn,

tekening van de rijn met aan weerszijden kribben. Ingetekend zijn de zandplaten en op verschillende plekken de diepte in de rijn. Onderaan ligt Amerongen. Ook het eigendom van de oevers is genoteerd. Aan de zuidkant, in de Betuwe, staat "Graeff van culenborch Landt", aan de noordkant, bij Amerongen staat "De Nobelweert, toecomende den Heer Graeff van Cuilenborch. Rechts is de Lekdijk ingetekend met een klein stukje land van "De Erffgenamen van Jan Verweij" en dan weer van "G.v. Cuijlenborch"
De Rijn bij Amerongen, N. Wiborch en I. van Geelkerk[en], 1662. Onderdeel van Kaarten van de ondiepten in den Rijn tussen Schenkenschans en Vreeswijk, 1662. Collectie Gelders Archief.

Werk aan de winkel

Ze sluit af met een indirecte aanmoediging om naar huis te komen: In Utrecht wordt door de mensen erg naar zijn terugkeer uitgekeken zodat hij dan allerlei zaken met van Weede van Dijkvelt in orde zal brengen, wat volgens Margaretha nog een heel werk zal zijn. Er is weer iemand overleden, en het lijkt er op dat Ursula Philipota weer zwanger is. Het gaat nu goed met haar, ze staat op het punt om te vertrekken. De groeten aan de heer Blanche!

Brieffragment laatste mededelingen

, dat den heer
van dijckvelt9Everard van Weede uhEd so beleeft heeft geschreefve is goet tot
wttrecht wilme dat uhEd met hem alles weer te recht sal
brenge daer werck aen sal sijn, den goede ouden heer
van kanenburch10Elbert van Isendoorn à Blois is overleede diens, doot beklaecht wort
de vrou van ginckel is weer wel geloof sij swanger is, is noch
hier maer vertreckt , ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met uhEd permisse11Met uw permissie: met uw goedvinden
mij gebiedenis12Gebiedenis: Eerbiedige groet aende heer majoor Blansche

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten ↩︎
  • 2
    Podagra: jicht ↩︎
  • 3
    De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. ↩︎
  • 4
    Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… ↩︎
  • 5
    balie: leuning, hek, ballustrade, reling ↩︎
  • 6
    Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. ↩︎
  • 7
    een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? ↩︎
  • 8
    Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul ↩︎
  • 9
    Everard van Weede ↩︎
  • 10
    Elbert van Isendoorn à Blois ↩︎
  • 11
    Met uw permissie: met uw goedvinden ↩︎
  • 12
    Gebiedenis: Eerbiedige groet ↩︎

Checklist

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 21 oktober 1680 Potsdam
Lees hier de originele brief
De memo komt uit HUA1001.2826, daarin zitten de brieven die Godard Adriaan ontvangen heeft. Een link staat in de tekst boven de memo

Soms schrijft Margaretha alsof ze vooral even haar checklist lijkt te willen af werken om te zorgen dat zij en haar man allebei weer even op dezelfde golflengte zitten. De afstand maakt het afstemmen van juist die kleine dingen wat lastiger dan ’s avonds de dag doornemen bij het eten of de haard.

Potlood tekening van een paar bij een haard. Rechts op een rechte stoel zit de vrouw. De vrouw ondersteunt met haar hand haar hoofd. Links zit de man, hij wipt een beetje naar voren. Tussen hun in staat een hondje. De tekening is zwartwit, maar alleen het vuur in de haard is rood.
Een paar bij een haard, Gesina ter Borch, 1661-1669. Collectie Rijksmuseum.

Inhoud Oost-Indische kist: check!

De onduidelijkheid rondom de Oost-Indische kist is opgelost. Kennelijk heeft Casembroot aan Godard Adriaan een brief gestuurd en een memorie van de inhoud. Hij heeft deze naar Margaretha gestuurd, dus zij heeft nu een lijstje dat ze kan checken. Het klopt!

Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (1).
Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (2).

1 Zijde alkatijff1Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf.
6 parsiaense schilderijen
1 runde theedoos met 12 pond thee
3 cleijne dito met theeboey-gun(?)2Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo
1 tinne theepot om water heet te maken
1 doosie met 10 kleijne tinne theeflessies
7 theepotties met gouden kettingties
9 dito met silver so groot als de kleijne
12 dito sonder beslag waer onder twee witte dito
1 klapper(?) kannetie3Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel
80 thee schotelties
90 thee koppies
3 uitgesneden koppies met silver van binnen
2 marmelsteene4marmeren uitgehouden schenckannetjes
2 cleijnde drinck croesieskroesjes
12 verlakte roode koppies
1 uitgehoudene steen klippie5Klip: kan of pot met klappend deksel met een zegewas6zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk
7 porcelijne Chineesies7Beeldjes van Chinezen?

1 alamode8à la mode: modieus chinese mandetje9mandje? met zijn toebehoren
4 keteltjes
6 theebakjes

Interessant is dat in deze memorie gesproken wordt van zes perzische schilderijen, terwijl Margaretha het op 28 september had over zes schilderijen met Indiaanse tronies (gezichten). Een alcatief komt uit Al-Qatif, dat nu bij Saoedie Arabië hoort. Mogelijk is de kist dus meer Oosters dan Indisch. Dat klopt ook wel, want Jan Casembrood had zowel carrière gemaakt in Indië als in Perzië. Zijn zoon Reinier was in 1680 hoofdkoopman in Perzië.

Één kopje zat kapot in de kist en van een marmeren dekseltje miste een hoekje, maar verder klopt het helemaal. Margaretha is er nu positiever over dan in haar vorige brief: er zitten fraaie rariteiten bij en ze vermoedt dat het allemaal heel wat waard is.

Brieffragment Oost-Indische kist

[rec. 21. octob. tot potsdam]
Ameronge den 13/3
ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 2 deeser heb ick met de
bij gevoechde memoorij en brief vande heer kaes=
senbroot ontfange heb ock alles volgens de
voorseijde meemoorije inde ostindise kist gevonde
en onbeschadicht daer wt ontpeackt behalf
Een poseleijn kopge dat gebroocken inde kist
lach en Een mermersteene dexsel van
Een kaneken of lampets pot daer Een kleij
stuckge van is, voort is alles wel overge
koomen, en iser seer fraeije raerijteijte bij
die ick geloof veel waert te sijn, [met de]

Een man met leren laarzen, een paars-wit gestreepte kaftan, met een geel/witte sjaal om zijn middel. Op zijn hoofd draagt hij een wit/gele tulband.
Man uit Perzië, naar Andries Beeckman, ca. 1675-1725. Collectie Rijksmuseum.

Zijn hoogheid

Margaretha blijft benieuwd of Zijn Hoogheid nog naar de keurvorst gaat en of Godard Adriaan hem daar nog gaat zien. Haar interesse ligt natuurlijk vooral bij de mogelijke demissie van haar man. Uiteraard wordt er ook over deze reis van Willem III in de Republiek weer uitgebreid gespeculeerd. Helaas licht ze geen tipje van de sluier op over de aard van die speculaasies.

Eerst brieffragment Zijn hoogheid
Tweede brieffragment zijn hoogheid

[te brenge,] mij verlanckt te hoore of

sijn hoocheijt den heere keurvorst sal sien en waer
en hoet met uhEd sal gaen ock wat hoochgemelde
hoocheij deselfve van van sijn verblijf aldaer
sal segge, hier wort ock seer die vers van
die reijs gesproocke en hebbender veelle haer
speeckelaesie daer op godt wil alles tot
onse beste schicke, [so ickt wel heb sal de]

Tegen een dreigende lucht en een bomenrijke achtergrond staat het standbeeld van Willem III te paard. We zien het standbeeld van rechtsonder, het paard stapt naar rechts, Willem III heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. De staat van het paard is opgeknoopt. Tussen het buik en de benen en tussen de neus en de benen zitten spinnenwebben met dauw erop.
Ruiterstandbeeld Willem III in de herfst, naar Toon Dupuis. Collectie Kasteel Amerongen.

Grijze haren

Er liggen nogal wat financiële dossiers op Margaretha’s bordje en het lijkt erop dat ze er grijze haren van krijgt.

Om te beginnen de betaling voor Godard Adriaans werk. Margaretha ziet het somber in. In Utrecht hebben Pieter Ruijsch en Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken beloofd om zo snel mogelijk de Staten van Utrecht te mobiliseren, die komen namelijk pas in januari weer bij elkaar. Maar het lijkt erop dat ze het er niet doorheen gekregen hebben: Adam van Lockhorst was het er niet mee eens. Margaretha heeft er een hard hoofd in dat het goed komt. Het lijkt erop dat ze ook niet meer de creativiteit heeft om andere oplossingen te bedenken, alleen Holland is nog een optie.

Godard Adriaan hoeft zich vooralsnog geen zorgen te maken, want er ligt nog 3000 gulden voor hem bij Temminck.

Tot slot is er nog Welland. Hij heeft zijn schulden bij Berijerius betaald, maar Margaretha heeft nog iets gehoord. De 18e oktober loopt het contract tussen Godard Adriaan en de niet-betalende pleegzoon af, dus dat wacht ze nog even af voor ze actie onderneemt.

Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum

Pijnlijk been

Schoondochter Ursula Philippota is in Amerongen, samen met Jacob Schimmelpenninck van der Oye en zijn vrouw Jacoba Elisabeth van Westerholt. Philippota heeft een wond aan haar been en wilde daar persé mee naar een arts. Het leek Margaretha allemaal wel mee te vallen, maar ze is toch met haar naar dokter Sypestein in Utrecht gegaan. En Margaretha had gelijk. Het viel allemaal mee, de conclusie van de dokter was dat het been zo pijnlijk was door de ‘blauwe schuit’, de spataderen.

Jacob Schimmelpenninck van der Oye neemt zitting in de Raad van State in Den Haag. Ze waren vanuit Den Haag op weg naar huis in Lochem, toen ze Philippota tegen kwamen op de Grebbedijk. Kennelijk hebben ze rechtsomkeert gemaakt voor een bezoekje aan Amerongen. Morgen vertrekken ze samen weer naar Gelderland.

Eerste brieffragment Ursula Philippota
Tweede brieffragment Ursula Philippota

[te besien,] de vrou van ginckel is met
de heer en vrou vande kloese hier gekoome
om met docktoore van wttrecht overt
quaet been vande vrou van ginckel te
konsuleere, dat ick bekem so quaet
niet te vinde als haer hEd vreesde
doch om haer te voldoen ben met haer
tot wttrecht gewees en docktoor sie=
pesteijn gesproocke, die de mist minste

swaericheijt daer in niet en maeckt oordeelt
het niet anders als blauwe schuijt is dat
haer so pijnlijck en qualijck maeckt, de heer
vande kloese die in plaets vande heere brackel
inde raet van state inde haech kompareert
ontmoete de vrou van ginckel met sijn vrou
wt den haech koomende en sij harwaerts, op
de grebbedijck, sal merge met sijn vrou
van hier vertrecke, de vrou van ginckel
blijft noch deese weeck hier, [aengaende]

Vijf glazen met afbeeldingen van het werk van dokters, apothekers en barbiers in een houten vatting. Het glas uiterst links: een man leest staande een boek. Het glas rechts daarvan: een man maalt iets met vijzel. Het middelste glas: een staande man scheert een andere man die zit en een wit laken voorgebonden heeft. Het glas rechts daarvan: een staande man houdt met zijn linkerhand de hand van een zittende vrouw vast, en heeft in zijn rechterhand een gevulde beker in de lucht. Het glas uiterst rechts: een lopende man, beide handen vooruitgestoken en in de linkerhand een onherkenbaar voorwerp, wordt gevolgd door een jongen.
Vijf bezigheden van dokters, apothekers en barbiers, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum

Bouwwerkzaamheden

Wat betreft de bouwwerkzaamheden:

  • de metselaars zijn begonnen met de gewelven van de kelder van het eerste paviljoen;
  • de arbeiders voor het grondwerk vragen veel te veel geld;
  • de leidekkers beginnen aan het aan het laatste paviljoen;
  • de timmerlieden schaven hout voor de zolder boven de stallen.
Brieffragment bouwwerkzaamheden

[blijft noch deese weeck hier,] aengaende
onse timeraesge de metselaers beginne
aent wulfsel vande kelder vant Eerste
pavelijoen met dit schoone weer en laechge
water sou ick licht reesolveere omt grontwerck
wt de doorgegraefve graft aende Eerste bruch
te laete haelle te meer om datter noch aerde
inde keucke vant kasteleijns huijs moet sijn
maer de arbeijders Eijschen daervoor 220 f
dat mij dunckt te veel te sijn sal sien hoe
ickt maeck, de leijdeckers beginne aent
laeste pavelijoen te decke, de timmerlie
schaefve de deelle tot de solder vande stal

Foto vanaf de brug van het kasteel naar het oosten waar de stallen liggen. De stallen zijn een breed gebouw met een zadeldak en in het midden een klokkenstoel. Aan weerszijden staat een vierkant gebouw met een pyramidedak. Boven het stalgebouw hangt een grote wolk waarvan de onderkant grijs is en de bovenkant zwart. De zon schijnt op de stallen, de voorgrond is donker.
De stallen van Kasteel Amerongen in oktober.

Groetjes

Zelfs de groetjes worden een soort checklist, waarbij iedereen in huis genoemd wordt: de vrouw van ginkel, de kleinkinderen en natuurlijk de heer en vrouwe van de Cloese… Ze propt het tot in het laatste hoekje van het papier.

Afsluiting

van hier vertrecke, de vrou van ginckel
hier meede blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de vrou van ginckel
met al haer kindere preesenteere haere
dienst aen uhEd so doet de heer en vrou vande
kloesse

Pentekening van een voornaam huis. Het huis is samengesteld uit verschillende delen en heeft meerdere torentjes in vormen en hoogtes. Voor het huis staat een duiventil en rechts een bijgebouw. Rechts op de voorgrond een deel van het hek.
Huis de Cloese, Jan de Beijer, 1743. Collectie Gelders Archief.

  • 1
    Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf. ↩︎
  • 2
    Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo ↩︎
  • 3
    Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel ↩︎
  • 4
    marmeren ↩︎
  • 5
    Klip: kan of pot met klappend deksel ↩︎
  • 6
    zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk ↩︎
  • 7
    Beeldjes van Chinezen? ↩︎
  • 8
    à la mode: modieus ↩︎
  • 9
    mandje? ↩︎

Weinig geld, veel vis en nog meer thee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Na alle ziekte-periekelen in haar direkte omgeving, is Margaretha erg blij in Godard Adriaans brief van 25 september te lezen dat hij gezond is. Er doen namelijk allerlei geruchten de ronde dat in het oosten en zuiden een besmettelijke ziekte rondwaart, maar uit zijn brief maakt ze op dat dat in ieder geval (nog) niet in Berlijn is.

Brieffragment besmettelijke ziekte

rec. 13e. october

Amerongen den 6
fe ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 25 septem sien ick met blijschap de
kontiniwasie1continuereing, voortzetting van deselfs gesontheijt daer dagelijcks naer
verlange te meer om dat men hier so seer roept vande kons
tesgeuse2contagieuse: besmettelijke sieckte die die boven int lant en ock tot of on=
=trent berlijn reneert3regneren: woeden, heersen , dat mij seer soude bekomeren ten
waere ick wt uhEd briefve niet kan sien tot berlijn Eenige
quade sieckte is , de heer almachtich wil deselfve bewaere
en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge, [de]

Magnifiek onthaal

Over de geweldige ontvangst (het “magnifiek onthaal”) die Willem III in Celle heeft gekregen, heeft Godard Adriaan vast al uitgebreid gehoord van hun zoon en anderen. Ze zou willen dat Godard Adriaan zijne hoogheid ook eens een keer zo groots zou mogen ontvangen. Dan zou hij allerlei nuttige dingen met hem kunnen bespreken. Maar zelfs al zou hen die gunst ten deel vallen, dan zou het financieel waarschijnlijk niet veel opleveren. Vast veel goede woorden, maar daar van “kan je niet naar de markt”, daar koop je niks voor.

Brieffragment Willem III in Duitsland

[en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge,] de
overkomste van sijn hoocheijt tot sel4Celle ent manifijck onthael5grootse ontvangst
aldaer sal uhEd hebbe wt het schrijfve vande heer van
ginckel en andere hebbe gehoort, ick wenste deselfve Een
keer bij sijn hoocheijt mochte doen om met hem so vant Een
alst ander te spreecke, hoewel vreese het tot de betael
=line niet veel sal doen sal wel goede woorde geefve, da
=men niet mee te mart kan gaen , [van heetere schrijft]

Links de achterkant van de Mariakerk op het plein allemaal marktkramen opgebouwd van stokken en doeken.
Markt op de Mariaplaats te Utrecht, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie Rijksmuseum.

Geldnood al om

Over kopen gesproken: het verzoek om aanvullende geldmiddelen voor de provincies schijnt wel in de Raad van State te zijn behandeld volgens Van Heteren, maar de uitkomst is nog niet ontvangen bij de Staten van Utrecht en Margaretha heeft er weinig vertrouwen in. In de provincie Utrecht staan veel mensen er financieel slecht voor. Bezittingen brengen weinig op, terwijl iedereen wel belasting moet betalen. Maar contant geld is er niet. Ook belastingontvanger Boscher kan zijn betalingen niet doen en vervalt in een oude gewoonte: hij stuurt wie geld van hem moet hebben door naar zijn eigen schuldeisers met het idee dat ze het dan onderling maar moeten regelen. Margaretha ziet het hoofdschuddend aan en is blij dat de 4.000 gulden voor Godard Adriaan veilig bij huisbankier Temminck liggen.

Eerste brieffragment geldproblemen
Tweede brieffragment geldproblemen

inde provinsi van wttrecht staet het godt beetert seer
bedroeft6het staat bedroefd: het staat er slecht voor de laste blijfve Even groot de mense konne van
haer goet niet maecken de schattine moete Evenwel betaelt
worden, de fenansiers7financiers klage datter geen gelt is den
ontfanger boscher seijt me klaecht niet langer renthe
te konne betaelle, veel min Eenige ander laste daer sijn kantoor mee beswaert is, doch daer wort ock geseijt dat hij sijn oude maxsijme8maxime: stelregel volcht en die gelt van hem moete hebe

[dat naer mesuer die metge van heijmenberchs dochte heeft9geheel onduidelijk wat deze zin hier doet]
sent daer mee te handele en dan isser noch gelt te krijgen
tis bedroeft datter so gaet , de vier duijsent gul
die onder teminck legge kan uhEd vaste staet op
maecken10vaste staat opmaken: op rekenen en naer sijn welgevalle trecke11opnemen

Twee mannen zitten in een vertrek aan een tafel waarop vele geldstukken, twee boeken en een stokbeurs liggen. Een van de mannen heeft een weegschaaltje in de hand, de ander wordt door de Dood (in de gedaante van een skelet) van achteren belaagd met een pijl. Aan de muur hangt een klok. Op de voorgrond staat een geldkist, waarin bovenin een beeldje ligt dat Caritas voorstelt. Onder de voorstelling is ruimte leeg gelaten voor een onderschrift.
De geldwegers en de Dood, Jacques van Gheyn II (ontwerp en atelier), Zacharias Dolendo (mogelijk prent), 1593-1597. Collectie Rijksmuseum.

Neef Welland weer

Deze algemene geldproblemen zijn een mooi bruggetje naar het wandelende geldprobleem in de familie: neef Welland. Margaretha wijdt er bijna de helft van haar brief aan! In verband met de afbetaling van drie kapitalen heef hij haar naar Utrecht laten komen met de familiejuwelen die zij voor hem in onderpand heeft. Maar eerst is hij zelf niet thuis, de volgende dag is de notaris waar de juwelen tegen geld moesten worden ingewisseld de stad uit, en uiteindelijk weigert hij het bewijs waar straks uit moet blijken dat de kapitalen zijn afgelost aan Margaretha te zullen geven. Maar zolang de notaris de stad uit is, kan er sowieso niets worden afgelost. Dit blok zullen ze dus nog wel even aan hun been hebben. Margaretha verbijt zich en probeert geduld te oefenen. Hadden ze het maar achter de rug! Volgende week moet ze er weer voor naar Utrecht, en dan zal ze alles op alles zetten om van Welland af te raken. Hopelijk neemt Godard Adriaan haar niet kwalijk dat ze hier zo uitgebreid, “wat in de breedte”, over schrijft.

Brieffragment Welland

honde[rd] gul[den] heeft gekost, insoma dit sulle wij aen ons
been moete hebbe paesijensigeduld waeren wijder maer
af ick sal hier om dees weeck weer naer wttrecht
moeten en al doen wat ick kan om van hem af te
weesen, hoop vhEd mij niet qualijck sal neeme
dat ick dit so wat int breede schrijf

Het kantoor van de notaris. Een klerk of boekhouder in onderhandeling met links een man met een geldzakje en rechts een vrouw met een jongetje met een fluit op schoot. In het midden een tafel waarop een kasboek en enkele munten liggen. Op de achtergrond een boekenkast en verzegelde documenten aan de muur.
Het kantoor van de notaris, Jan Woutersz. Stap, ca. 1629. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de Oost-Indische kist

Tijd voor iets leuks: De Oost-Indische kist is onbeschadigd vanuit Utrecht per schip aangekomen op kasteel Amerongen. In de vorige brief had ze al aangekondigd te zullen vertellen wat er verder in zit, want ze had toen alleen nog maar het bovenste laagje bekeken. Ze heeft hem nu helemaal ‘geopend en ontpackt’. De unboxing is compleet!

Theepot van porselein met een geribd, bolvormig lichaam en S-vormige tuit, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand is verdeeld in vakken met afwisselend een bloeiende plant (chrysant, pioen) en een persoon zittend op een omheind terras; de schouder met een band servetwerk afgewisseld met een bloem in een cartouche. Voorzien van een 19e-eeuws zilveren montuur en handvat door Arnoldi & Wielick, Amsterdam 1850. Kraakporselein.
Theepot met vakdecoratie met planten en mensen en een zilveren montuur, Chinees, ca. 1610-1630, zilveren montuur Arnoldi en Wielick, ca. 1850. Collectie Rijksmuseum.

Wat zou er nog meer tevoorschijn zijn gekomen? Tja…, ‘niets meer dan allerhande theekopjes en theekannetjes’ en een paar ‘fraaie rariteiten’ die je in een kabinet ten toon zou kunnen stellen. Daarnaast nog een mooi vierkant trijpen tafelkleed met hun wapens er in, maar te klein om als vloerkleed te kunnen gebruiken. Verder ‘een menigte van thee’. Al met al een mooi cadeau, maar Margaretha lijkt niet helemaal te weten wat ze er mee aan moet. Er zat ook verder geen brief bij. Ze stapt maar snel over het volgende onderwerp: vissen!

Brieffragment Oost-Indische kast

Eijntlijck is hier de kast die wt oostindie is gekoome hie
onbeschadicht aengekoome die geopent en ontpackt
heb, niet anders als alderhande tee kopges keetelt
gesketeltjes en dier gelijcke met noch Eenige fraeije raerijteijt
om in Een kabinet te sette en Een vierkant tafe
kleet van trijpt12trijp: fluweelachtige stof of diergelijcke met ons beijder wape
int midde, welcke kleet heel fraeij is, en jamer
dat het niet so groot is om voor Een partaere te
dienen, daer is ock meenichte vande tee bij, tis
al Een fraijpreesent hebbe daer geen brief bij gevonde

Oosters tapijt met de honderd antiquiteiten. Middenveld: een blauwe achtergrond is bedekt met rijen van de zogenaamde honderd antiquiteiten in beige, grijsblauw en bruin, waaronder een tafel, een bloesemtak in vierkante pot, een penseelpot, een waaier, een dambord, een bel, twee samengestrikte veren, een bolvormige vaas en een staande penseel. Rand is effen beige.
Oosters tapijt met honderd antiquiteiten, Chinees, 1600-1699. Collectie Rijksmuseum. Op dit tapijt staan wel niet de familiewapens, maar er zijn wel ‘allerhande theekopjes, keteltjes en diergelijke’ op te zien!

Karpers in de gracht

Een aanwinst waar Margaretha zelf erg over te spreken is, zijn de karpers, samen 1500 pond, die ze gekocht heeft van een schipper die voorbij kwam. Sommige zijn meer dan een voet lang! Ze heeft ze in de gracht uitgezet en als Godard Adriaan thuiskomt zal er vis genoeg zijn. Ze laat nog verder vissen in het lage water van de Rijn en de zijarmen. Waarschijnlijk zijn de vissen in het laag staande water extra makkelijk te vangen.

Brieffragment karpers

, nu wat anders, ick hier van Een schipper die
passeerde 14 a 1500 pootpond? of een andere maat kerpers gekocht en in ons
grachte geset daer wel 600 onder sij die rijcklijck
Een voet lanck sijn de resteerende minder en
naevenant hoope uhEd dit aengenaem sael sijn
en laet nu bij dit lage water inde rhijn en hancke
visse en al inde graf te sette so dat teegens uhEd
komste hoope die wel van vis te sulle sijn versien

Visstilleven. Op de hoek van een houten tafel liggen enkele verschillende soorten vissen op een aardewerken vergiet.
Stilleven met vissen, Pieter de Putter, ca. 1639-1659. Collectie Rijksmuseum.

Uitnemend schoon weer

Misschien staat het water wel zo laag omdat het zo lang mooi en droog weer is geweest. Rond Amerongen is het volgens Margaretha in ieder geval al een maand ‘uitnemend schoon weer’ geweest dus misschien gold dat ook hoger stroomopwaarts op de Rijn. Voor de steenoven was het weer in ieder geval prima. Ze hebben flink kunnen doorstoken en nu zijn ze klaar. Verder is ook alles goed, er zijn nog een paar zieken, maar niemand gaat dood, en de meesten zijn er al weer bijna bovenop.

Eerste brieffragment weer, steenoven en zieken
Tweede brieffragment weer, steenoven en zieken

, wij hebbe hier nu Een maent ontrent wtneement
schoonweer gehadt dat ons steen oven wel geluckt
heeft die affgestoockt is, voort ist noch alles

wel hier sij so hier en daer wat siecke aen heete
koortse maer sterfve weijnich sijnde haest wt of
koomender van op, [den domheer ijan van wijck]

Kuiperijen in de Domstad

Jan van Wijck, domheer van St. Pieter is overleden. Prins Willem mag nu een opvolger aanwijzen, want Van Wijck is in een ‘bisschopsmaand’ overleden, en de stadhouder is te beschouwen als opvolger van de bisschop. In andere maanden mogen de andere domheren kiezen. Ondertussen wordt er ook flink ‘gekuipt’ om het ambt van burgemeester. Gijsbert van Hoolck, die in juni een beroerte heeft gehad ligt ziek in Den Haag en zal ook snel overlijden. Als gedeputeerde wordt hij waarschijnlijk opgevolgd door Van Dinteren. Velen zijn jaloers!

Afsluiting baantjes en burgemeestersverkiezingen

[koomender van op,] den domheer ijan van wijck
is tot wttrecht overleede wiens proofve tot sin
=peeter aen sijn hoocheijt is koome te vervallen,
als hij sijn inde bischops maent gestorfven,, hier
meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
tot wttrecht kuijpt me
met kracht om burge=
meester te worde en ver
lanckt men wiet weese
sal, den heer van hoolack
seijt me dat inde haech leijt
en sterft en dat van dintere
daer in sijn plaets sal koome
daer veel s ijaloers van sijn

Een rijk versierd medaillon met een marmeren rand. Boven het medaillon een zon rondom het rood-witte wapen van Utrecht (geheel is teken van de universiteit. Boven aan weerszijden twee vliegende engeltjes en onder het medaillon de tekst" Viris amplissimis Gisberto vanhoolck theodorico veldhusio coss hoc pietatis et doctrinae sacrarium bono reiplubicae secundae auspicus fuit dedicatum A.D. XVII LL Aprilis MSCXXXVI. Daaronder het wapen van de stad utrecht, vastgehouden door twee leeuwen met een kroon erop.
Afbeelding van het schoorsteenstuk in de senaatskamer in het Academiegebouw (Domplein 29) te Utrecht, met de portretten van Dirk Jacobsz. van Veldhuisen en Gijsbert Jansz. van der Hoolck, burgemeesters van Utrecht tijdens de inwijding van de hogeschool in 1636. Foto: J. Lub, collectie: Het Utrechts Archief.

  • 1
    continuereing, voortzetting ↩︎
  • 2
    contagieuse: besmettelijke ↩︎
  • 3
    regneren: woeden, heersen ↩︎
  • 4
    Celle ↩︎
  • 5
    grootse ontvangst ↩︎
  • 6
    het staat bedroefd: het staat er slecht voor ↩︎
  • 7
    financiers ↩︎
  • 8
    maxime: stelregel ↩︎
  • 9
    geheel onduidelijk wat deze zin hier doet ↩︎
  • 10
    vaste staat opmaken: op rekenen ↩︎
  • 11
    opnemen ↩︎
  • 12
    trijp: fluweelachtige stof ↩︎

Veel geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1680
Lees hier de originele brief

Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.

Brieffragment Rekenmeestersambt

[rec. 10e. Martij]
Ameronge den 2
maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer
van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens
weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke
noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij
seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen

Schotel van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en op het glazuur blauw, rood, roze, groen, geel en zwart. Op de schotel een perzikboom met bloesem en vruchten. De boom start op de buitenwand net boven de voetring en loopt door over de binnenwand en het plat. Op de voorzijde twee vleermuizen, op de achterzijde drie.
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Alexander van Berck

Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.

Pop, voorstellende de kraamvrouw, gekleed in een crèmekleurig satijnen jak, dat tot halverwege het bovenbeen reikt. Het jak is nauwsluitend en loopt vanaf het middel naar onderen toe uit. Onder het jak een enkellaags linnen hemd, daarboven een schoudermantel van kant.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Welland

Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.

Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.

Brieffragment schuld van Welland

[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en
wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne
afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente
sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht
maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe
wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge
geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Geld voor land: Moersbergen

Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.

Brieffragment Moersbergen

met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen
die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant
daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde
partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort
ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts
sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet

Gezicht vanaf de voormalige voorburcht op het omgrachte kasteel Moersbergen bij Doorn, met op de rechterhoek van het ommuurde voorplein de 17de-eeuwse duiventoren, uit het noorden.
Tekening van Kasteel Moersbergen, anoniem ca 1665, Collectie Het Utrechts Archief.

Geld voor land: de Heimenberg

De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.

Brieffragment Heimenberg

weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege
den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent
=meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs
int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende
80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat
volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f
aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke
mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens
den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met
vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b

Een potloodtekening vanaf een hoog punt over een wijds, relatief vlak landschap. Op de voorgrond een rivier met helemaal links een boot. Het landschap is een weidelandschap met her en der bomen en kleinere bossages. Rechts tegen de horizon een verhoging in het landschap (de Wageningse berg?)
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen naar het Oosten, Daniël Schellinks, 1670-1680. Collectie: Het Utrechts Archief.

Een vruchtbare tuin

Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.

Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.

Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!

Brieffragment tuin

[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van
daech heeft het volck begonne aent karre ent wt
graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne
boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter
heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom
=tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge=
set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde
te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de
muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs
en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen

Schilderij van een kleine, formele, besloten tuin met een prieel met enkele beelden aan het einde. Een man op een ladder plukt druiven en legt deze op een schaal opgehouden door een meisje. Links op de voorgrond maakt een keukenmeid groente schoon, naast haar zit een papegaai, op de grond staat een vogelkooi.
Een Amsterdamse stadstuin, Cornelis Troost, 1740-1745. Collectie Rijksmuseum.

Geld voor Fritsjes onderwijs

Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?

Brieffragment onderwijs Fritsje

de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo
fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min
als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft
gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem
niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter
is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn
ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het
schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is
sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer
leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]

De praeceptor

Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.

PS onderwijs Fritsje

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps de preesepter
van fritsge is
genaemt haerinckhuijse
schijnt verstant te hebbe
en kenisse inde poolesije
als inde teeoligie, wenste uhEd
hem hadt gesien

In een vertrek zit een jongen met een pruik op het puntje van zijn stoel met een boek in zijn handen. Op de tafel voor hem liggen meer boeken en staat een globe. Achter de tafel staat een volle man met pruik, met zijn rechterhand wijst hij naar de boekenkast achter hem, met zijn linker hand wijst hij naar de jongen. Op de voorgrond liggen boeken half onder tafel, evenals een speelgoed paard en een wagen. Helemaal op de voorgrond liggen een tol en een zweep.
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Carel Valckenaar ↩︎
  • 2
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 3
    Carel Alexander van Berck ↩︎
  • 4
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 5
    Johan Gerard van Oostrum ↩︎
  • 6
    Friedrich Spanheim ↩︎

Hortus Malabaricus

In de periode dat Margaretha en haar man in Amerongen steen voor steen hun kasteel weer opbouwden, was aan de andere kant van de wereld een achterneef van Godard Adriaan bezig met de opbouw van een misschien wel nog indrukwekkendere nalatenschap. Maar dan wel in een hele andere tak van sport: de botanie.

Een tak met grote bladeren en kleine rode vuchten.
Nati Schambu (Syzygium malaccense, Djamboe bol) uit de Hortus Indicus Malabaricus (Vol. 2), naar Pietro Foglia, 1678-1703. Collectie Minnealpolis Insitute of Art.

Hendrik Adriaan van Reede (1636-1691)

Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein was de jongste van de vele kinderen van Godard Adriaans achterneef Ernst van Reede tot Drakestein. Hij was een broer van Carel van Reede van Drakestein, opperschenker van de keurvorst, die overleed toen Godard Adriaan in Berlijn was. Vóór zijn vijfde verjaardag waren allebei zijn ouders al overleden, en als tiener ging hij naar zee. Hij verdiende zijn sporen bij de VOC, toen die in de jaren zestig stukje bij beetje Ceylon (Sri Lanka) en de westkust van India veroverde op de Portugezen. In 1669 werd hij commandeur van Malabar, dat grotendeels samenvalt met de huidige Indiase deelstaat Kerala. Geen gemakkelijke klus, want enerzijds moest hij voor de compagnie zorgen voor zo snel mogelijk veel winst, maar anderzijds probeerde hij ook lokale vorsten te vriend te houden. Ondertussen was de onderlinge rivaliteit tussen de regionale VOC-dienaren groot. Gelukkig had hij ook een hobby.

Voor een gordijn met op een achtergrond een wijds uitzicht staat een man met een grote krullenpruik. Hij draagt een harnas met een jabot en een degen aan een riem om zijn middel. In zijn rechterhand heeft hij een maarschalkstaf en daarmee rust hij op een tafeltje. Onder het portret de zestienkwartieren van zijn voorouders.
Portret van Hendrik Adriaan van Reede Tot Drakestein, Pieter van Gunst, 1689. Collectie Rijksmuseum

Lokale kennis

Hendrik Adriaan had grote belangstelling voor de enorme diversiteit aan inheemse plantengroei die hij overal om zich heen zag. Bij zijn residentie in Cochin liet hij een grote botanische tuin met allerlei planten uit de omgeving aanleggen. Om zowel zijn verzameling als zijn kennis uit te breiden organiseerde hij op regelmatige basis plantenexpedities door zijn eigen streek en aangrenzende gebieden. Daarbij had hij hulp van lokale geneesheren, die over de kennis van vele generaties beschikten, en van een Italiaans pater.

Gezicht op de stad Cochin, aan de kust van Malabar. Gezien van de zee, rechts een Hollandse koopvaarder, op de voorgrond enkele roeiboten. Bovenaan de plaatsnaam Couchyn.
Gezicht op Cochin aan de kust van Malabar in India, Johannes Vinckboons (toegeschreven aan), 1662-1663. Collectie Rijksmuseum.

Dat was niet alléén uit pure wetenschappelijke interesse of liefhebberij. Ook voor de VOC lagen hier kansen. Terplekke gebruik maken van medicinale planten is tenslotte een stuk efficiënter, dan dure medicijnen uit Europa laten komen. Die zijn immers feitelijk uit de zelfde ingrediënten gemaakt, maar zijn dan jaren oud door de reis via Arabische handelsroutes de andere kant op. En wie weet zat er winst in exploitatie van nog onbekende toepassingen van onbekende planten.

Uiteindelijk zou Hendrik Adriaan alle verzamelde informatie op schrift laten stellen en mét afbeeldingen in een grote 12-delige planten-encyclopedie in Nederland publiceren genaamd Hortus Indicus Malabaricus.

Drie talen

Zover was het nog niet toen Hendrik Adriaan in 1676 de slangenkuil van elkaar zwartmakende en frauderende VOC-dienaren ontvluchtte en naar Batavia vertrok. Het manuscript voor het eerste deel was wel al per schip onderweg naar Nederland, en in Batavia werkte hij samen met anderen aan de volgende delen. Toen hij in 1678 Amsterdam binnen voer, was het eerste deel net verschenen.

Tekening van een tak met doornige zijtakken met blad en daaraan bloemen en bessen. Rechts in de bovenhoek de namen in latijns schrift en aziatische handschriften.
Mail-anschi (Lawsonia inermis, henna), Joannes Commelin, 1678. In: Hendrik van Reede van Drakestein, Hortus Indicus Malabricus Vol. 1, 1678. Rechts boven de naam van de plant in het Latijn, Malayalam, Arabisch en Sanskriet.

Bij de afbeeldingen stonden de namen van de planten in drie talen: Latijn, Bramaans en Malayalam, de taal die aan de westkust van India gesproken werd. Als extraatje stond de Malayalamse naam ook nog eens in het Arabisch genoteerd. Als waarborg van echtheid en het wetenschappelijke gehalte schreven de vier belangrijkste meewerkende arts-plantkundigen, Itty Achudan, Appu Bhatt, Ranga Bhatt en Vinayaka Pandit, eigen voorwoorden in het Bramaans en Malayalam1J. Woodward, Hortus Malabaricus: A Botanical and Linguistic Treasure – Magdalen College. De eerste twee delen droeg Hendrik Adriaan op aan hoge VOC-bestuurders, maar de derde aan de eigen koning van Cochin.

Op een troon zit een vrouw (ceres?) met een hark in haar hand. Rechts van haar presenteren Afrikaanse jonge mannen verschillende planten.
Ontwerp voor het titelblad van ‘Hortus Indicus Malabaricus’, deel III, van H.A. van Rheede tot Draakesteyn, Gerard de Lairesse, 1673-1678. Collectie Rijksmuseum.

Heer van Mijdrecht

Gedurende zijn verblijf in Nederland verwierf Hendrik Adriaan de heerlijkheid Mijdrecht en kreeg daardoor het recht om zitting te nemen in de Staten van Utrecht. Zou hij zijn Amerongse achterneef vaak ontmoet hebben? We weten het niet, maar het vijfde deel van de Hortus Malabaricus, dat verscheen in 1685, is opgedragen aan Godard Adriaan. Andere delen zijn ook opgedragen aan (aangetrouwde) familieleden, waaronder… neef Welland.

Meer uit te wisselen had Hendrik Adriaan met Joan Huydecoper, de kleurrijke eigenaar van huis Goudestein in Maarssen. Deze stads- en VOC-bestuurder was mede-oprichter van de Hortus Botanicus in Amsterdam, die in 1682 opende. Het contact met Hendrik Adriaan zou de Amsterdamse Hortus in later jaren veel nieuwe planten opleveren.

Enkele mannen bestuderen planten aan een tafel. De oude zittende man schrijft in een boek. Rechts draagt een man een mand met planten. Door de ramen zicht op een tuin en een landhuis.
Botanicus, Cornelis Ploos van Amstel naar Gerbrand van den Eeckhout, 1779. Collectie Rijkmuseum.

De laatste reis

Hendrik Adriaan vertrok in 1685 weer voor de VOC richting India. Hij moest orde op zaken gaan stellen in vestigingen waar meer voor eigen gewin werd gehandeld dan voor de compagnie. Een hoofdpijndossier, waarbij hij tenslotte in 1691 door ziekte werd geveld en het loodje legde. Aan boord van zijn schip overleed hij, overigens in hetzelfde jaar als Godard Adriaan. Zijn geadopteerde dochter Francine regelde een vorstelijke begrafenis in Surratte, waar zijn schip naar op weg was geweest.

De begrafenis van Hendrik Adriaan Baron van Rheede tot Drakestein te Surat ijn India, januari 1692. Begrafenisstoet buiten de stad met een lijkwagen getrokken door vier ossen. Erboven staat: Lyk-Statie van de Heer Hendrik Adriaan van Rheede, Heer van Meydrecht, etc. Gestorven den 15 December 1691 en ter Aarde bestelt op Suratte in Januari 1692
Begrafenis van Hendrik Adriaan van Rheede tot Drakestein, 1692, Jan Luyken, 1692-1693. Collectie Rijksmuseum.

Nalatenschap

De afwikkeling van de erfenis had voor Francine nog een vervelend staartje. Terug in Nederland wilde ze, zoals haar vader in zijn testament had vastgelegd, een legaat van 2000 gulden overmaken aan de kleinkinderen van diens overleden zus Agnes. Helaas… Wie kruiste haar pad als voogd voor de kleinkinderen, en eiste voor hen de vollédige erfenis (ca. 50.000 gulden plus Mijdrecht) op? Juist…, neef Welland. Het eindigde ermee dat de kleinkinderen door het Hof van Utrecht in 1697 het huis te Mijdrecht toegewezen kregen, mét bijbehorende titel, en Francine haar vaders geld. Met haar man Anthony Karel van Panhuysen kocht ze in 1699 Huis te Vliet in Lopikerkapel, waar ze tot haar dood in 1731 zou wonen2Heniger, J. Hendrik Adriaan Van Reede Tot Drakenstein (1636-1691) And Hortus Malabaricus (Rotterdam 1986), p. 87-90.

De meest duurzame en waardevolle erfenis is natuurlijk de Hortus Malabaricus gebleken. Linaeus gebruikte het als basis voor de naamgeving van Zuid-Aziatische planten in zijn classificatiesysteem en tot ver in de negentiende eeuw bleef het een referentiewerk voor botanici. In 2009 leidde de Engelse vertaling in zuid India tot de herontdekking en herwaardering van de lokale plantenkennis die de oorspronkelijke bron is geweest3R. Shetty, Hortus Malabaricus: How the garden of Malabar travelled the world | Garland Magazine. Op Kasteel Amerongen is helaas geen exemplaar van het boek aanwezig.

Ingekleurde gravure van een tak met daaraan een grote witte kelkbloem en twee kleinere, groene, stekelige vruchten. In de rechterbovenhoek de naam in vier handschriften.
Hummatu (Datura Metel) uit de Hortus Indicus Malabaricus (Vol. 2), naar Pietro Foglia, 1678-1703. Collectie Minnealpolis Insitute of Art.

Zorgen om zonen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Hoera! Godard Adriaan heeft geschreven dat hij waarschijnlijk binnenkort zal ‘repatrijEere’. Oftewel: hij komt thuis! Maar eerst nog even wachten op zijn demissie. Ondertussen heeft Margaretha zelf nog genoeg om handen.

Brieffragment hoop op thuiskomst

Ameronge den
9 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 2 deeser sien ick dat de
selfve weer hoop heeft om in korte te repatrijEere
als uhEd sijn demissie heeft en op wech is om te
huijs te koop koome sal ick mij met die hoope
verheuchge, [het heeft so lange geduert dat ick]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Geldzaken

Waar is Margaretha zo al mee bezig? Onder andere met geldzaken. Ze moet Temminck nog 1000 gulden betalen. Hij heeft dit bedrag voorgeschoten om de schepen met kalk hier te krijgen. Ook houdt het gedoe met neef (en pleegzoon) Welland Margaretha aardig bezig.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

als de te versoeckene 3000f sulle sijn ontfa
sal ick weer 1000f aen teminck daer van
moete sende hij heeft nu korts aen Een, twe
scheepe met kalck gesonde die beijde ontrent
of over de seeven hondert f bedrage die hij be=
taelt heeft, wat den brief vande preedikant
van hengele belanckt hij heeft gelijck so seijt
briEerijus ock sij konne den heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken

om haer gelt niet aenspreecken [de wijlle de oblij=]

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Timide

Ondertussen verblijft Ursula Philipotta nog bij Godard van Ginkel in het leger. Ze schijnt zich daar erg te vermaken. Van Ginkel staat in de gunst. Moeders hoopt dat hij er nu eens voordeel van zal trekken, maar weet ook dat hij vaak te timide is om voor zichzelf of voor zijn kinderen iets te eisen.

Brieffragment timide Van Ginkel

[staen, van noode sulle sijn,] de vrou van
ginckel is noch int leeger, diverteert haer daer
heel wel so sij schrijft, dat de heer van ginckel
so wel te hoof staet is mij wel lief en wensche
het lange mach dueren en dat hij daer
wat vruchte van mocht trecken daer ick
noch niet veel van hoore, hij is te tiemide
om voor sijn selfve of sijn kindere wat te
Eijschen [en men brenckt het de lie van selfs]

Familieportret. Gezin in een interieur. In het midden de vader en moeder, hier omheen twee dochter en twee zonen. De vader heeft een brief in de hand, de moeder een sleutel, de jongen links een kandelaar, de jongen op de achtergrond zit achter een tafel waarop boeken en schrijfgerei liggen. Het meisje rechts heeft een marmot in de armen. Op de voorgrond een hondje. Rechts een hoge schouw, op de achtermuur hangen twee schilderijen.
Familietafereel, toegeschreven aan Caspar Netscher of Nicolaes Roosendael, 1649-1684. Collectie Rijksmuseum.

De zoon van Elsje Quint

Groot lokaal nieuws. De zoon van Elsje Quint uit Amerongen heeft tijdens een handgemeen in een herberg zijn zwaard getrokken. Hij is in hechtenis genomen en is veroordeeld tot het vuurpeloton. Van Ginkel schijnt nog om gratie te hebben gevraagd bij Willem III, maar het mocht niet baten. Margaretha vindt het verschrikkelijk. Zo’n jonge jongen; hij kwam pas net kijken! Gelukkig is hij wel christelijk gestorven, dus God zal zijn ziel wel genadig zijn.

Brieffragment over de zoon van Elsje Quint

[sal,] daer is hier te Ameronge onse arme
Elsge quint haer soon die wel Een lichtmis2Lichtmis: Een manspersoon van losbandigen levenswandel, een losbol, een doordraaier
was, en dienst onder de garde hadt, kreech
questie in Een harberch met Een offisier oft
sijn Eijgen offisier was weet ick niet altijt
hij heeft sijn deegen teegens den offisier te ge=
trocke en is aenstonts in Aprehensie3Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie ge=
raeckt en gekondemneert4Condemneren: Veroordelen om geharkibiseert5Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus
te worde, het welcke geschiet is, de heer van
ginckel schrijft sijn hoocheijt om sijn pardon
versocht te hebbe, dan heeft niet geholpe
mij jamert de moeder seer, tis waer vol=
gens den artijckel brief most hij sterfve
maer daer krijge so veel haer pardon
die mensche omt leefven hebbe gebrocht, en
dit was noch so Een jonge bloet die Eerst
inde werlt quam kijcken, nu so geschreefve
wort is hij ongemeen kristelijck gestorfve
en begeerde geen pardon schoon hij die had
gekreegen so hij seij, so dat niet twijfel of
godt sal sijn siel genadich sijn[, wat is den]

In een stad staat een soldaat klaar om een geblinddoekte man die vastgebonden staat aan een paal neer te schieten met een geweer. De loop van het geweer rust op een standaard. Op de achtergrond worden mannen onthoofd en kijken nieuwsgierige mensen toe.
Te Jönköping wordt baron Gustav Skyte vanwege zeeroof met een haakbus neergeschoten, zijn makkers worden onthoofd, Jan Luyken, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Gedroomde vrede en mogelijke belegering

Ondertussen is Margaretha de oorlog meer dan zat. Volgens sommigen lijkt de vrede in zicht, maar volgens Margaretha zien zij het allemaal veel te rooskleurig in.

Het lijkt er ook op dat er een belegering wordt voorbereid: troepen verzamelen zich rond Roermond. Zal dat nog op tijd lukken? Het wordt dan wel heel laat in het jaar. En de Lunenburgers zullen nog wel even op zich laten wachten… En wat een geld zal het allemaal weer niet moeten kosten?!

Brieffragment over dromen van vrede

[godt sal sijn siel genadich sijn,] wat is den
oorlooch mochte wij Eens Een gewenste vreede be
=leefve daer so geseijt wort hoop toe is, maer
wij flateeren6Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ons seer licht[, dus verder geschree]

Brieffragment mogelijke belegering

men spreeckt seer vande groote preeperaesie die tot
Een beleegerin worde gemaeckt, ock hoort me
van alle kante datter veel volckere ontrent
reurmunde versaemelt wort, dant wort
laet int ijaer en als de luijnenburchse daer
men so ick hoor staet op maeckt so laet sule
bij koome salt ons wel weer wt onse gissine
gaen, en veel gelts als subsidie en ande gelde
=re voor niet geefve, wat salmen doen alst
de heere so goet vinde [moeten de ingeseetene]

Ets van een wereldbol met deugden en ondeugden. Onder de wereldbol een cartouche met de titel: Omnium rerum vicissitudo est.
Omnium rerum Vicissitudo est (Er is verandering in alle dingen), Zacharias Dolendo naar Jacques de Geyn (II), ca. 1596-1597. Collectie Rijksmuseum. Wereldbol waarop in ronde cirkel deugden en ondeugden: Van rechts naar links: Fortitudo (kracht), Rijkdom, Superbia (trots), Invidia (jaloezie), Oorlog, Armoede en Geloof. Middenboven zit Vrede. Boven haar hoofd een krans van wolken waardoor goddelijk licht op haar schijnt.

Utrechtse politiek

Het is een rotzooitje in Utrecht. Alles wat predikant Van Hengel over de politiek aldaar geschreven heeft, is waar. De rente wordt niet betaald, de ridderschap betaalt ook niemand, de rentmeesters spelen de baas en er is geen ontzag of respect meer. Het is bedroevend om te zien hoe alles gaat.

Brieffragment Utrechtse politiek

alt geene de preedikant vande hengele schrijft
is waer het gaet tot wttrecht so wonderlijck
in alles toe dat Een schrick is te hoore ,
renthe wordender niet betaelt Elck
klaecht Even seer, de ridderschap be=
taelt ock niet de rentmeesters speelle tee
=nemael den baes, int kort geseijt Elck
is meester daer is noch ontsach noch rees
speckt, en bedroeft te sien hoe alles gaet
de heer almachtich wil ons Een beetere tijd
verleene, in wines bescherminge uhEd be
veelle en blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Op een plein staat een gebouw met twee verdiepingen een zadeldak, vier schoorstenen en een rijk versierde toegangsdeur. Daaraan vast een kleiner gebouw met een trapgevel. Het plein is verder omsloten door muren. In de hoek bij de deur staat een wachthuisje met daarnaast een man (soldaat?). Op het plein loopt een man met een stok over zijn schouder en een man met een zak op zijn rug.
Gezicht op de voorgevel van de Statenkamer en de zijgevel van het Ridderschapshuis aan het Janskerkhof te Utrecht, L.P. Serrurier, 1724. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 2
    Lichtmis: Een manspersoon van losbandigen levenswandel, een losbol, een doordraaier ↩︎
  • 3
    Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie ↩︎
  • 4
    Condemneren: Veroordelen ↩︎
  • 5
    Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus ↩︎
  • 6
    Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ↩︎

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijse2Reis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius3onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele4Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer5Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere6Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge7Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 2
    Reis: berisping, aanmaning ↩︎
  • 3
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland ↩︎
  • 4
    Daniël van den Hengel ↩︎
  • 5
    Alcove kamer ↩︎
  • 6
    Frederik van Reede van Renswoude ↩︎
  • 7
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud ↩︎

Financiële rompslomp en zorgen om neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 23 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 december 1676
Lees hier de originele brief

Op 22 december 1676 heeft Margaretha een brief ontvangen die Godard Adriaan heeft geschreven op de zestiende van deze maand. Op 23 december 1676 heeft ze een brief ontvangen die op 13 december is opgesteld door Godard Adriaan. Veel om op te antwoorden en om te vertellen!

Het doet Margaretha veel plezier dat haar Godard Adriaan zich goed voelt, ondanks de felle kou in Bremen. Margaretha vindt het fijn dat Godard Adriaans ontvangst van de Keizerse Ambassadeurs zo goed gegaan is en hoopt dat de zaken daardoor verder voorspoedig lopen. Dat zou voor alle partijen bevredigend zijn, schrijft Margaretha, hoewel ze vreest dat het geen eenvoudige zaak zal zijn.

Aanhef en ontvangst Keizerlijke ambassadeurs

Ameronge den 23
deesem 1676
[rec. den 30. dito]

Mijn heer en lieste hartge

uhEd mesiefve vande 16 deeser heb ick gisteren ontfange en heeden die vande
13 deese, het is mij seer lief daer wt te sien dat uhEd in deese felle koude sich
noch so wel bevint, en dat het tracktement vande keijserse Ambasadeus
so wel is vergaen, en voor al dat de heere afgesante aldaer haer over

In Amerongen

In Amerongen vriest het nog steeds en er valt dagelijks veel sneeuw. De kinderen zijn grote papa dankbaar voor de goede zorgen die hij voor hen doet. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan binnenkort wel thuis zal zijn. Tijdens het realiseren van de kelders onder de voorburcht zou het namelijk wel handig zijn dat hij ter plekke is om keuzes te maken.

De molen

Een dag eerder zijn de molenaar en zijn vrouw bij Margaretha langs geweest om de koop van de molen te bespreken. Margaretha heeft hen 3000 gulden geboden. Het molenaarsechtpaar wil er liever 3500 gulden voor krijgen. De molenaars zitten verlegen om gelde en hebben alles wat zij bezitten al in de ‘lombert verset’. Ze hebben al hun bezittingen dus verpand. De molenaars vrezen dat hun bezittingen binnen twee weken echter wel verkocht zullen worden.

Brieffragment over de molenaar en zijn vrouw

[op de reevier doch slaplijck ,] de moolenaer is met sijn vrou
gisteren bij mij geweest en vande koop vande moolen gesproocke, ick
heb haer 3000f gebooden sij laetense mij voor 3500f, sij sijn
seer verleegen om gelt hebben alles wat sij hebbe tot wijck
inde lombert verset dat sij vreese inde toekoomen weeck of
de weeck daer aen verkocht sal worden, [sodat en kor=]

Margaretha vindt dat ze de molen niet moeten laten ontgaan. Ze realiseert zich dat het een grote aankoop is. Bovendien verwacht Margaretha ook nog wel kosten om de molen op te knappen. Zonder reparaties zullen ze geen winst maken als ze de molen zouden kopen.

Op de voorgrond zit een man op een volle, dicht gebonden zak. Hij kijkt toe hoe een andere man een grote volle zak op zijn nek draagt naar een bootje dat beladen wordt met de volle zakken. Het bootje ligt langs een sloot en aan die sloot staan tot aan de horizon verschillende molens. Bij een volgende molen liggen wat boomstammen in het water.
Molenaar, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Inkomsten

Margaretha heeft Schut, Rietveld en de metselaar Jan Jansen al hun rekeningen betaald voordat zij vertrokken. Daardoor zit Margaretha nu volledig zonder geld. Ze heeft alleen de gebruikelijke toelage ontvangen van Godard Adriaan. Ze had gehoopt een deel te krijgen van Godard Adriaans’  traktement als superintendent van de ridderschap. Helaas heeft ze niks anders ontvangen dan de belofte dat tegen kerst betaald wordt.

Brieffragment over het geld van de ridderschap

[konne trecken, sulle haellen,] ick heb schut en rietvelt en
ijan ijanse metselaer alhier haer reeckenine ten volle voor
haer vertreck af betaelt waerdoor mij van gelt teenemal
ont bloot heb en alles op onfange wat ick krijge kost, had
gehoopt van uhEd tracktement als supreetendent vande
ridderschap wat te ontfange maer heb niet konne
krijge dan de reuver heeft mij belooft teegens korsmis
te betaelle waer op Monseu beusekom mij 700f heeft
verstreckt [die hij vant Eerste gelt dat ons vande reuver]

Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem Margaretha 700 gulden gegeven, die hij zal aftrekken van bedrag van de Ridderschap, als hij dat binnen krijgt. Daarnaast moet steenhandelaar Ot Barendsen nog betaald worden, daar staat nog een rekening open van 1400 gulden. Barendsen wacht al meer dan twee maanden op zijn geld, in de brief van 18 oktober 1676 schrijft Margaretha al dat Barendsen maar even moet wachten.

Overzicht

Margaretha heeft in Amsterdam 2000 gulden met rente geleend. Ze gaat er nu eens goed voor zitten om een financieel overzicht te maken. Zo hoopt ze inzichtelijk te krijgen wat ze nou daadwerkelijk heeft ontvangen en uitgegeven aan de timmerage, de bouw van het huis. Het zal wel behoorlijk hoog oplopen, het is het zwaarste financiële jaar tot nu toe voor de Van Reede’s. Als het dak en de vloer nou eens dicht waren, en ook de ramen in het huis zouden zitten, dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden. Dan zouden de kosten beter gespreid kunnen spreiden terwijl ze het huis verder af maken. Er is nog geen haast bij is, maar binnenkort zal Schut of iemand anders hout voor de deuren moeten kopen. Zodat alles in het huis goed droog kan worden en blijven.

Verder zijn er nog wat schulden en zijn er een paar rekeningen waarvan Margaretha weet niet of ze al betaald zijn. Al met al een flinke boekhouding die Margaretha moet uitzoeken.

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Een fortuinlijk huwelijk?

Na de financiële passage in de brief verandert de toon van Margaretha dramatisch: ‘Verder, mijn liefste hart, moet ik met verdriet zeggen dat ik na de laatste brief die ik u schreef, deze week weer een brief van neef Welland heb ontvangen’.

Het zit Margaretha duidelijk niet lekker wat neef Welland van plan is. Margaretha is teleurgesteld in hem omdat hij niet persoonlijk bij haar is langsgekomen om het voorgenomen huwelijk met Eleonora Constantia van der Meijden met haar te bespreken. In plaats daarvan heeft hij per brief aan Margaretha verzocht om de kwestie aan Godard Adriaan per brief duidelijk te maken. Neef Welland verzekert zijn oom en tante dat de financiële middelen van Eleonora genoeg zijn om bij die van hemzelf te voegen. Welland heeft Margaretha niet verteld of het huwelijk daadwerkelijk door zal gaan.

Brieffragment voor het liefst hartge met leedwezen
Brieffragment over de smeekbede van Welland

voort mijn lieste hartge moet ick met leet weese segge
naer dat ick uhEd laest geschreefve heb, deese weeck

weer Een brief vande heer van wellant ontfange te hebbe, in
plaetse van dat hij selfver volgens mijn versoeck eens sou
de overgekoome hebbe, waer in hij persijsteert in sijn in
=tensie en versoeckt noch dat ick sijn inklenaesie bij uhEd
toch smaecklijck wilde maecke, dat hij verseeckert is dat
haer middelen suffisant sijn om de sijne te ackomodeeren

Een jonge man probeert een jonge vrouw weg te houden van een oude vrouw met een geldkist, die munten op tafel legt. De jonge vrouw draagt een boogmutsje op haar hoofd, een brede geplooide kraag en een overkleed met schouderwielen.
Jong paar en een oude vrouw met geldkist (Ongelijke liefde), anoniem, 1589 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

Verloving

Van Beusichem heeft geschreven dat Welland afgelopen zondag in Utrecht in de kerk aan ieder die daar aanwezig was, zijn verloving met Eleonora bekend heeft gemaakt! De verbazing was groot bij de aanwezigen. En ook bij Margaretha, zij vindt het vooral vreemd hoe neef Welland dit allemaal aanpakt. Hij is oud genoeg om zelf beslissingen te nemen. Margaretha weet niet of er huwelijkse voorwaarden worden opgesteld en ze vreest dat Welland meer schulden heeft dan hij wil toegeven. Margaretha lijkt te impliceren dat het huwelijk vooral een financiële overweging zal zijn voor Welland. Het lesje moraal waarin Eleonora een aantal jaar geleden de hoofdrol speelde zal waarschijnlijk weinig indruk hebben gemaakt op de toen zestienjarige Welland.

Brieffragment huwelijkse voorwaarden van Welland, afsluiting en eerste psjes

[=gen sal,] ick hoor van geen houwelijckse voorwaerde of hij
wel sonder die sou trouwe, ick vrees hij vrij meer schulde
heeft als hij heeft wille weete, wij sulle ock Eens omt ons
dienen te dencken, ick beken tis bedroeft dan wat kone
wij doen alst weesen moet ist noch beeter van susters kin
deren als van Eijgen, de heer almachtich wil al de onse
voor sulcke laesge gedachte behoede, en uhEd in sijn heijli
=ge bescherminge neemen, verseeckert sijnde dat ick ben

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de luijtenants vrou
juffrou anna kroot
is inde kraem sijnde Een
halfven dach verlost
gestorfven,
de jonge lapoote die met
de dochter van spronse
getrout was, is sijn vrou
quijt en weer weedunaer

Margaretha schrijft dat dit soort fratsen maar beter door de kinderen van je zus kunnen worden uitgehaald, dan dat je eigen kind je met zulke kopzorgen opzadelt. Ze vindt het bedroevend om over de hele situatie na te denken. Gelukkig wil de almachtige Heer hen behoeden voor zulke nare gedachtes. Daarna sluit Margaretha zoals altijd vol liefde haar brief af die vervolgd worden door zeer uiteenlopende p.s.-jes.

Uiteenlopende P.S.-jes

De eerste p.s. is geen vrolijke laatste noot. De vrouw van de luitenant, Anna Kroot, is helaas gestorven. Een halve dag nadat zij is bevallen, is zij helaas overleden. Ook de jonge Laporte is helaas voor de twee keer weduwnaar geworden.

Back to business. Margaretha stuurt op het einde van haar brief aan om de molen te kopen. Ze doet daarbij ook gelijk een voorstel hoe ze dat het beste kunnen doen. Als zij de molen kopen en de verkoopt bij decreet, dus in bevel van de overheid, laten regelen. Dan kan hetzelfde decreet gebruikt worden om de transactie te doen. Dan is het goed geregeld en altijd voor iedereen rechtsgeldig.

De vissen in de gracht houden zich gelukkig in het diepe gedeelte, waardoor de kans op overleven groter is.

Hoewel de mening van Godard Adriaan over de voorburcht duidelijk is, zou het toch makkelijk zijn als hij het even formeel goedkeurt.

Op een los papiertje dat bij de brief is gevoegd zijn de afmetingen van de Grote Zaal van Kasteel Middachten geschreven. Deze is 42 voet lang en 24 voet breed.

Briefje grote zaal Middachten

Bittere kou, bittere armoede en de foute vrouw

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 december 1676
Lees hier de originele brief

Het is koud op Amerongen, bitter koud. Het is in jaren niet zo koud geweest. Nou ja, als Godard Adriaan het zegt, misschien is het in Bremen nog wel kouder, vooruit dan maar. Maar het heeft de afgelopen nacht op Amerongen zo hard gevroren dat het ijs meer dan een halve voet dikker is geworden. Meer dan 15 centimeter erbij dus. Ideale schaatsomstandigheden, maar daar staat Margaretha’s hoofd niet naar. De vissen in de gracht, dat is haar grote zorg! Ze heeft twee man aan het werk gezet om de bijten in de gracht open te houden zodat de vissen het overleven. Als die aan het ene eind klaar zijn met hakken, is het andere eind al weer dichtgevroren en kunnen ze opnieuw beginnen.

Aanhef brief en vorst

[rec. 27. Dito]
Ameronge den
16 deesem 1676

Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 9 deeser is mij behandicht,
en beklaechge deselfve in deese felle koude, geloof
het daer vrij felder is als hier, hoewel de vorst
ons so hart aen stast alse in Eenige ijaeren her=
waert heeft gedaen, t heeft hier deese nacht
meer als Een halfve voet dickte gevroore ent
water kontiniweert noch te valle, so dat ick
voor onse vis inde grafte vrees, twee mense hebbe
gestadich en heelen dach werck te bijten als
sijt opt, Een ent open hebbe leijt het opt ander
weer toe, veel kleijne vis stef sterfter die int
bijten aent ijs blijft hange, maer als noch weijnich
groote, [ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder]

Op het ijs staan een deftig geklede dame en heer op te schaats te kijken naar een man met een bijl in zijn hand. Voor hem een mooi rond wak in het ijs. Naast hem staat een jongen met een visnet.
Een man bijt een wak om vissen te vangen, Fragment uit: IJsvermaak bij een stad, Hendrik Avercamp, ca 1620. Collectie Rijksmuseum.

De winter van ‘76

Buisman citeert deze brief van Margaretha in ‘Duizend jaar weer, wind en water’ als bron voor de koudegolf van december 1676. Twee weken lang houdt deze strenge vorst aan. En niet alleen in Amerongen: zo is de trekvaart van Haarlem naar Leiden dichtgevroren.

Margaretha doet haar uiterste best om de vis te laten overleven. Ze wil een baggeraar uit een veengebied laten komen om kuilen in de gracht uit te baggeren. De vissen hebben in de diepte meer overlevingskans. Ze doet alles wat ze kan, maar er zijn grenzen en bovendien ‘heb ock wercks genoech de kindere warm te houde’. 

Brieffragment modderman en kinderen

[groote,] ick laet vermidts hier geen sijn, Een modder
man wt t veen koomen om te sien of hij geen
wije kuijlle sou konne wt haelle om de diepte
te hebbe daer de vis haer in kost berge, in soma
ick doe al wat ick kan, moet het voort op geefve
heb ock wercks genoech de kinderen warm te houde

Heel erg vol gekriebelde ets met een hoge ruimte waar van alles staat (wieg, bezem) en hangt (Hammen). Voor het vuur waarin een ketel hangt zitten twee vrouwen met kinderen.
Interieur met kinderen en vrouwen voor de haard
toegeschreven aan Eugène François de Block, 1840 – 1842. Collectie Rijksmuseum.

Het dak

Ondertussen wordt er nog steeds gewerkt aan het huis. De leidekkers zijn bezig met het solderen van de loden goten rond het huis, dat hebben ze vandaag af. Dan moeten ze verder met het dichten van de openingen tussen de verschillende daken op het huis maar dat is ook maar werk voor een dag of twee. Verder is er voor de rest van het jaar weinig te doen. Schut en Rietvelt zijn naar Amsterdam.

Eerste brieffragment dak
Tweede brieffragment dak

gu de leijdeckers sijn noch beesich int soudeere vande
loode goote die buijten omt huijs legge krijgense
vandaech gedaen, dan moetense de kille voort

dicht maecken dat ock in Een dach al twee sal gedaen
sijn, aende rest is niet geleege, dat kan sose segge geen
schade doen, salder dan laete wt scheijde tot het
voor ijaer want tis schande so weijnich alse doen
gisteren is schut en riet velt vertrocke en naer
Amsterdam gegaen, [de teijckenin die hier neffens]

Weer tekeningen

Schut heeft voor zijn vertrek nog een tekening van de voorburcht gemaakt die Margaretha met haar brief meestuurt. Van Ginkel is van mening dat de voorburcht vierkant moet worden en heeft de tekening al bekeken. Schut was het daarmee eens en nu moet Godard Adriaan er maar eens naar kijken. Eigenlijk moet hij het ook zelf ter plaatse komen bekijken voordat er iets gedaan kan worden. Alles is nu opgeruimd en het is indrukwekkend. Van Ginkel is enthousiast, hij vindt het ‘seer manifijck en fraeij’.

Brieffragment weer tekeningen

[Amsterdam gegaen,] de teijckenin die hier neffens
gaet heeft schut voor sijn vertreck gemaeckt daer
de seekretaris uhEd hier nefens bericht van doet ,
de heer van ginckel die gistere weer naer Middach
is gegaen deese teijckenin gesien hebbende vintse wel
goet maer oordeelt dat het voorburch behoorde vier
kant inde haeck te koome, het welcke schut hetselfe
aengeweese sijnde heel goet keurde, uhEd belieft
sijn speekulasie daer op te neemen, daer is tijt ge
noech toe want daer kan mijns oordeels al heel
niet in gedaen worde voor uhEd het selfs op de
plaetse siet, nu het nieu geboude huijs opgeruijmt is
geeft het Een groote ruijmte en vindt den heer van
ginckel het seer manifijck en fraeij, [met de meule]

Een vogelvluchtperspectief van het kasteel en de tuin, waarbij duidelijk te zien is hoe de waterpartijen de tuin onderverdelen en hoe het kasteel in de gracht en ten opzichte van de voorburcht ligt. Bovenaan de afbeelding, in de landerijen, het wapen van Bentinck.
Het algehele plan van het huijs te Amerongen met zijn tuinen en plantages, Anco Wigboldus, 1941. Collectie Kasteel Amerongen. Op deze afbeelding is de vierkante, maar scheef ten opzichte van het huis liggende voorburcht goed te zien.

De molen

Margaretha heeft nog weinig tijd gehad voor de molen, maar ze gaat er achteraan. Ze zal informeren of ze de betaling in termijnen mag doen en dan beginnen met duizend gulden. Minder kan niet, want ‘die mense sijn so arm als Jop en worde van haer schuldenaers van alle kante overvalle’. Die duizend gulden zullen dus direct naar de schuldeisers gaan en mogelijk eindigt de molenaar en zijn gezin dan alsnog, zoals de Bijbelse Job1Job 2, op de mesthoop. Want Margaretha gaat op zoek naar een andere molenaar. Schut en Rietvelt hebben de molen, de rosmolen en het huis al geïnspecteerd en naar hun oordeel gaan de reparaties zo’n 400 ducatons kosten.

Eerste brieffragment molen
Tweede brieffragment molen

[ginckel het seer manifijck en fraeij,] met de meule
naer heb ick noch geen tijt gehadt sint het ontfang
van uhEd brief te spreecke sal sien hoe ickt daer
meede maecke en oft op termijne sal konne ver=
=kocht worde, altijt geloof datter Een duijsentgul
tot betaeline vande Eerste paeij sal moeten sijn
want die mense sijn so arm als Jop2Job 1:21 en worde van
haer schuldenaers van alle kante overvalle, ick heb
de wint en rosmoolle van schut en rietvelt laete besien

daermen om de wint en rosmoolle met het huijs
in gebruijcklijcke reeperaesie te brenge noch wel
bijde vier hondert duijcketons aen te koste sal
moeten hangen, dat is over de 1200f, Een goede
moolenaer geloofve wij wel krijge sulle alstmaer
so verde is, [den heer van wellant heeft aen mij ge=]

Een oude, naakte man met een grijze baard zit op een mestvaalt, zijn hoofd in zijn linkerhand die op zijn knie leunt. Een vrouw gooit een emmer water over hem heen, op de achtergrond woedt brand.
Job op de mestvaalt, Albrecht Dürer, 1505. Collectie Städel Museum, Frankfurt am Main.

Foute vrouw

Margaretha heeft een brief gehad van neef Welland met het verzoek om een goedkeuring van pater familias Godard Adriaan voor zijn huwelijk. Zijn toekomstige vrouw is immers intelligent en niet onbemiddeld. De dame in kwestie is Eleonora Constantia van der Meijden. Ze is niet van adel en ze is weduwe, maar dat zijn geen zwaarwegende bezwaren tegen het huwelijk. Wat dan wel? Eleonora heeft zich door haar eerste echtgenoot laten schaken. Ze is dus zonder goedkeuring van haar ouders getrouwd en dat schandaal is algemeen bekend. ‘Ick heb hem geantwoort niet te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie heeft als so een vrou [….] te neemen die onder sijn kondijsij is, daer hem Godt met so veel aensienlijcke middelen heeft geseegent’. Kortom, Welland, kun je nu echt niets beters krijgen? Maar Margaretha vreest dat ‘het al te verde gekoomen is’.

Brieffragment Welland en zijn lief

[so verde is,] den heer van wellant heeft aen mij ge=
schreefve versoeckt ick bij uhEd soude intersideere
dat sijn geinklineerde houlijck beliefde goet te
vinde also sij Een Persoon van seer groot verstant
en middelen is , ick heb hem geantwoort niet
te konne begrijpen dat hij geen meer ambijsie
heeft als so Een vrou behalfve andere reedene
te neemen die onder sijn kondijsie is, daer
hem godt met so veel aensienlijcke middelen
heeft geseegent, en versocht hij hem wel wilde
bedencken Eer hij hem hier verder ingaesgeert
op dat hem niet berout alst te laet sal sijn
, maer naert segge vande werlt die daer inde
haech so wel als te wttrecht den mont vol van
hebbe, vrees ick dat het al te verde gekoome is
, nu ick wilt beste hoopen, [opt geene de heer van]

Ets van een man met een vrouw onder de arm.
De schaking van de vrouw, Samuel van Hoogstraten, 1648-1650. Collectie Rijksmuseum.

Klein nieuws

Prins Willem is terug uit Zeeland en viel in Den Haag met zijn neus in de boter: een rel in de kerk waardoor hij genoodzaakt was om drie predikanten te schorsen. Van Ginkel heeft hem in Den Haag nog gesproken en kreeg een geruststellend bericht over zijn salaris. Geldproblemen alom….

In haar postscripten doet Margaretha nog de groeten van ‘ons kleijn geselschap’. Ze heeft Godart Adriaans brief van 12 december ontvangen en maakt daar nog even snel wat opmerkingen over. Maar ‘de post staet te vertrecke’, adieu voor vandaag!

Brieffragment Klein gezelschap

al ons kleijn geselschap tot godert in kluijs preese
teere haere dienst aen groote papa

Een nieuw regeringsreglement voor Utrecht

April 1674: de wilgen lopen uit, vogels bouwen hun nest. De Fransen zijn al weer vijf maanden weg, de gijzelaars zijn teruggekeerd en hebben de sneeuw van hun ongewenste winterse reis van zich afgeschud. Maar Utrecht is niet in een feeststemming: de provinciekas is leeg, en die van de steden ook. Bovendien is de militaire bezetting van de Fransen meteen in november afgelost door een Hollandse bezetting van de Staten-Generaal. Als vermeende “sleuteldragers” zijn de Utrechters uit de Unie gezet en onder curatele gesteld.

Een waaier die beschilderd is met een slinger van veel gekleurde bloemen en vruchten met in het midden een medalion twee spelende naakte kinderen met een bloemenkrans die de lente voorstellen
Waaierblad van perkament(?) waarop met tempera aan de voorzijde een ‘Floralia’ met Vestaalse maagden en op de achterzijde een medaillon met twee spelende, naakte kinderen en een gedichtje, tussen twee cornucopias, vogels en vlinders, anoniem, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe lente, een nieuwe wind

Maar dan lijkt er toch verandering te komen: prins Willem III komt naar Utrecht. Zal Utrecht haar oude soevereiniteit terugkrijgen? Dat alle oude regenten op hun eigen kussen terug kunnen keren, verwacht eigenlijk niemand. Om de Utrechtse goede wil te tonen is de Statenkamer aan het Janskerkhof van binnen en van buiten versierd met fris lentegroen en oranje linten. Veel helpt het niet: ter gelegenheid van de komst van de prins worden zes van de acht geëligeerden1sinds de reformatie adellijke vervangers van de geestelijke stand vervangen. Zeven leden van de ridderschap en 25 van de 40 vroedschapsleden van de stad Utrecht ondergaan hetzelfde lot.

Een rij mannen en vrouwen in 17e eeuwse kleding, met hoeden en schorten, worstelend tegen de wind, achteruit en vooruit lopend, getekend in zwart wit
In de wind lopende figuren op een rij, Harmen ter Borch, 1648. Collectie Rijksmuseum.

Kleine steden vergeten

De stadsbesturen van de kleinere steden heeft men nota bene over het hoofd gezien. Maar ook zij zullen de dans niet ontspringen. Overal wordt het gros van de oude ambtsdragers vervangen door nieuwe. Er komen zelfs nieuwelingen van buiten de provincie. Al snel gaat het gerucht gaat dat sommigen de weg moeten vragen naar de stadhuizen en de Statenkamer!

Schilderij van een hoge, versierde zaal. Doordat de twee lange zijden schuin naar binnen lopen ontstaat de indruk van een podiumtoneel. Aan het plafond hangt een opvallend groot, wit doek waarop op de bovenste rij drie familiewapens zijn afgebeeld. Daaronder een rode decoratie in de vorm van een zeer grote vlinder met in het midden een familiewapen, daarboven de helm en schouders van een harnas en vastgehouden door twee bovenste helften van harnassen. Het wapen in het midden heeft in de linkerbovenhoek een leeuw, van de zijkant gezien. Aan beide zijden van de 'vlinder' zijn decoraties aangebracht van soldatentrommels en trompetten, onder elkaar. Onder dit doek, in de achterzijde van de zaal, is een doorgang naar een achtergelegen ruimte. De doorgang is versierd door een soort triomfboog met in het midden hetzelfde familiewapen als in het midden van de 'vlinder'. Midden boven de triomfpoort hangt een wimpel. De achterzijde is beschilderd met beneden bomen en boven water met schepen. Ervoor staan aan beide zijden twee borstbeelden op sokkels. De zaal heeft een houten plafond, dat gedeeltelijk te zien is omdat het doek ervoor hangt. Op de grond liggen zwart-wit plavuizen. De beiden zijwanden hebben tot ongeveer een derde lambrisering. Daarboven is het lichtgekleurd. De rechtermuur heeft in het midden een hoge nis, gelijkend op een deur met erin een harnas ten voeten uit. Daarboven zijn eenzelfde soort versieringen aangebracht als op het doek. In de linkermuur zijn eerst een deur en dan drie tot het plafon reikende nissen aangebracht. In de nissen bevinden zich eveneens decoraties met helmen. In de zaal zijn twee groepen in 17de eeuwse kledij gestoken mannen. Rechtsvoor tegen de muur staan drie mannen in overwegen rode kleding met een zwarte hoed op met elkaar te praten. De belangrijkste groep van zes mannen staat bij de deur in de linkermuur. Drie zijn in het zwart gekleed, drie in kleurrijkere kleding. Ze dragen bijna allemaal witte halsdoeken. Ze hebben krullend haar tot op de schouders, waarschijnlijk pruiken. Twee van hen dragen een hoed.
Ontvangst van Prins Willem III in 1674 in de Statenkamer van Utrecht ter gelegenheid van zijn aanstelling tot erfstadhouder. Collectie: Centraal Museum

Macht van de stadhouder

Maar een stuk heftiger dan de vervanging van een heleboel regenten in één keer, is de invoering van een nieuw regeringsreglement. De macht van de stadhouder bij het benoemen van nieuwe regenten in de toekomst wordt volgens dat reglement veel groter dan deze ooit geweest is. Elk jaar opnieuw moeten vroedschapsleden hopen op hun herbenoeming. Bij de geëligeerden is dat elke drie jaar. Het is dus de kunst om in de gunst van de prins te blijven, die tijdens zijn bezoek ook wordt benoemd tot erfstadhouder. Theoretisch zouden de nieuwbenoemde statenleden tégen het regeringsreglement kunnen stemmen. Helaas was er geen tijd om het goed te lezen en zijn ze veel te bang dat Utrecht alsnog uit de Unie wordt gegooid. Zover zou het echter nooit gekomen zijn. Willem heeft Utrecht veel te hard nodig als tegenwicht tegen Holland in de Staten-Generaal.

Exit Welland, Wulven en Van Weede

De oude heer van Renswoude wordt president van de Staten als geheel. Onder degenen die het veld moeten ruimen zitten, niet geheel onverwacht, neef Welland, de heer van Wulven, en de heer van Weede van Dijkveld. Aan de loyaliteit van Godard Adriaan wordt echter niet getwijfeld. Hij behoudt zijn plek in de ridderschap. Sterker nog: zijn plaats is vast geserveerd voor zoon Godard, mocht vader komen te overlijden! Margaretha mag tevreden zijn, de trouwe diensten aan de Staten-Generaal en ook aan de prins zijn niet voor niets geweest. Godard Adriaan betreedt samen met Renswoude en burgemeester Nellesteyn het bordes als het nieuwe regeringsreglement voor Utrecht op 16 april 1674 wordt afgekondigd door raadspensionaris Fagel.

Schilderij van een groot, rood bakstenen gebouw met een donker, schuin dak. Het gebouw beslaat driekwart van het schilderij, Rechtsachter het gebouw is een ander gebouw te zien in lichter gekleurd baksteen met aan de rechterkant een trapgevel. Aan de bovenkant is een bewolkte lucht geschilderd. Het rood bakstenen gebouw heeft op de bovenste verdieping vier vierkante ramen in vieren gedeeld. Daaronder bevindt zich een rijk versierde entree lichtgekleurd steen. Boven de deur is een afbeelding van een leeuw op zijn achterste poten en een beer ??? te zien. Daarboven een niet te lezen tekst. Daar weer boven een halve ovaal met een grote schelp erin. Naast de deur zijn links en rechts hoge rechthoekige ramen waarvan de onderste helft bedekt is met een grote decoratie in de vorm van de initialen W en H ineen met daarboven een kroon. Boven de ramen zijn er driehoekige stenen decoratie. Aan de linkerkant is nog een gedeelte van een raam te zien. In de deuropening staan twee mannen in zwarte 17de eeuwse kleding op een bordes. Voor het bordes een stenen trap van vier treden met aan beide zijkanten leuningen. Voor het huis staan verschillende groepjes met mensen, voornamelijk mannen, sommigen in zwarte anderen in kleurrijker kleding en bijna allemaal met een hoed op. Linksvoor staat een rijtuig en iets meer naar het midden een hond.
Afkondiging van het nieuwe regeringsreglement te Utrecht vanaf de trap op het Janskerkhof, 16/26 april 1674, anoniem, 1674. Collectie: Centraal Museum Utrecht.
  • 1
    sinds de reformatie adellijke vervangers van de geestelijke stand ↩︎

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén