De brieven van Margaretha Turnor

Auteur: Annemiek Barnouw Pagina 1 van 12

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
  • 1
    Onbekend
  • 2
    Onbekend
  • 3
    Anna Juliana Ferens

Nieuw jaar, nieuwe kansen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.

Brieffragment land van Verweij

[rec. 29. Januarij.]
Ameronge den
20/10 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese
weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie
fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom
mende maendach geinstaleert werden, het
lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien
honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie
van van heetere wt den haech krijch sal ick
de duijsent duijketons tot wttrecht bij den
ontfanger de leuw ontfange en verweij daer
wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]

Een landschap vanuit een hoog punt. Op de voorgrond een wandelaar op een pad met een hond, Daarachter zit een groepje mensen in de berm. Rechts bomen, links een boerderij met daarvoor een paard en wagen. Verderop in het heuvellandschap de toren van de Andrieskerk en het dak van Kasteel Amerongen.
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.

Weersomslag

Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.

Eerste brieffragment weersomslag
Tweede brieffragment weersomslag

heeft konne beginne, wij hebbe deese winter
tot noch toe seer sachtges door gebracht met
mistige en donckere daege weijnich sneuwe
en vorst, dan deese weeck Een ongemeene
storm wt den weste daer gevreest heb van
te sulle hooren, met Een wassent water
dat ontrent Een voet ondert nieuwe
klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent

valle quam waer door men geloofde dat Eenich
door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het
welck men seijt booven doesburch te weesen
onse duijve gaete sijn noch onder water ent
selfve is weer aent wasse is deese nacht
op den rhijn weer twee duim gewasse,
dat veel voor ons is, is dat met dien
stercke wint wt het weste niet Een
dropel water door Eenige van onse ven=
=sters is geslage maer sijn alle seer dicht
bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer
weer is bidt verseeckert te sijn dat niet
versuijmt sal worde int graefve of Eenich
ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]

Een mistige foto van het kasteel. Rechts het kasteel dat nog vaag zichtbaar is. De dubbele brug is goed te onderscheiden en ook de weerspiegeling daarvan in de gracht. Links een brug en een hek, op de achtergrond zijn nog heel vaag de contouren van bomen te zien.
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.

Horizontale neerslag

Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.

Op de balken van de zolder ligt een bergje sneeuw. Op de achtergrond de dakspanten en een houten trap
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Op de zolder ligt sneeu op een houten vloer. Voor het raam zit iemand met een muts op. Her en der staan emmertjes met vegers en sneeuw.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers

Pachters

Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:

  • het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
  • het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
  • het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
  • de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.

Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.

Brieffragment Pachters en land

[ock so doet], kon noch geen bouman tot
onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie
het huijs van korneelis tijse en het lant
daer achter ent lant vand huijch verweij
aen roellof de voerman verhuert voor 3
ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe
en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het
huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu=
=nisse die op de steenoven heeft gewerckt
met het lant dater aen hoort verhuert voor
36f int ijaer, het lant achter den haes
dat den oude ijanquint gebruijckt heeft
aen henderick wijne verhuert voor 18f
int ijaer, maer weer hier teegens is de
pacht vande lange waert wt en wille de
pachters die niet weer in huer hebbe als
met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat
ick niet doen wil hebt haer al 20f min
als voor dees gelaete, het welcke sij niet
wille aeneemen, so dat vrees wij die
waert aen ons sulle [moete houde hebse]

Twee boeren in een kantoor om belasting of pacht in natura te betalen. De klerk zit aan zijn bureau en draait zich om. Tegen de muur kasten met acten en boeken. De boer rechts heeft een kip bij zich, de ander leunt op zijn stok.
De pachtbetaling, Quirijn Brekelenkam, 1660-1668. Collectie Rijksmuseum.

Een zware overval van ziekte

Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven.
Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.

Brieffragment zieke Godertje

[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm
met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht
dage Een swaere overval van sieckte bestaende
in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine
tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere
sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese
merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee
=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]

Het zieke kind. Een moeder zit met een kind op haar schoot. Links op een tafeltje staat een pot met een lepel, rechts liggen kleren en een muts op een stoel. Aan de muur hangen een landkaart op rollen en een schilderij met een kruisiging.
Het zieke kind, Gabriël Metsu, ca. 1664 – ca. 1666. Collectie Rijksmuseum.

Den Haag

Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.

Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.

Brieffragment Van Ginkel en Philippota naar Den Haag

[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de
heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt
ick met haer naer den haech had gegaen maer
ben gereesolveert deese winter hier in stillich
heijt te passeere en teegens paesche voor Een
korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun
ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet
wil gaen, haer man is inde haech omt gou=
vernement van wttrecht te versoecke mij
verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]

Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
Het huis van Godard Adriaan en Margaretha aan de Kneuterdijk in Den Haag, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen, Het Utrechts Archief.

  • 1
    assignatie
  • 2
    Klokslag: Noodpeil
  • 3
    Doorbraak

Iets noodzakelijks doen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 25 december 1679 Berlijn
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.

Brieffragment brieven en reizen van Godard Adriaan

[reca. 25e xber. in Berlin]
Ameronge den
16/6 deesem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter
tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem
de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear
=rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome
het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]

Ingekleurde gravure van een stad met vestingwerken. Op de voorgrond een bomenrijk gebied met een paar omheinde tuinen en een bleekveld en een bandeau met legenda. Dan een paar bastions, de gracht, de stadswal en daarachter de daken van de stad, met diverse kerken. Helemaal op de achtergrond een groot slot of paleis.
Zicht op Celle, Matthäus Merian (graveur) naar Conrad Buno, 1654. Collectie SLUB Dresden, via Deutsche Digitale Bibliothek.

Het grauwe koetspaard

Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.

Brieffragment over het grauwe koetspaard

[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor
gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot
berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe
hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet
is gesont en fris maert been noch met doecke
bewonden en vrij wat dick, doch naert
segge vande smits heeft geen noot en sal in
korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die
bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]

Gravure van een naar links springend paard met allemaal lijntjes naar de kantlijn. Aan het eind van elk lijntje staat een cirkel met daarin een tekst.
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.

Noodzakelijk

Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:

  • De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
  • Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
  • De metselaars hebben de vloer van de kelders onder de voorburcht gelegd
  • De oprijlaan is tot de eerste brug klaar (heeft ze iets meer woorden voor nodig)
  • Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen

Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.

Eerste brieffragment over de werkzaamheden
Tweede brieffragment over de werkzaamheden

[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier
de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte
die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge=
noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree
het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht
dat drooch en bequaem is niet te bekoomen ,
de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert
voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen,
de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de
Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht

en met sant overkleet, so dat die wech nu goet
is, nu sal men met het Eerste vriesent weer
de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet
niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks
te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]

Tussen de twee deuren van een grote poort staat een kleuter met een wit shirt en een witte korte broek, witte sokken en zwarte schoenen. Hij heeft een witte hoed op. De deuren zijn hoog en door flinke spijkers is de versteviging aan de andere kant goed te zien. Op de deuren staan grote stekels.
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.

Bijtertje

Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.

Brieffragment over Smissaert

[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd
Een brief vande heer smitser gesonden die seer
instantelijck aenhout en versoeckt met
het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen
te worden, wenste uhEd beliefde Eens
door Een letterken te schrijfve of deselfe
daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee
=kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem
smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn
versoeck geefven, [waermeede Eijndige]

Pentekening met strakke lijnen van drie puppy's die elk aan een ledemaat van een lappenpop met een geruite jurk trekken. De vierde pup zit ernaast met de hoed van de pop in zijn bek.
Puppy’s spelend met een lappenpop, C. Goes, ca. 1900-1940. Collectie Rijksmuseum.

Kindergroeten en de ridderschap

Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.

Brieffragment met groeten en Hendrik in de ridderschap

versoeck geefven, waermeede Eijndige
blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

frits godert
en haer susters
preesenteere
haer ootmoedige
dienst aen uhEd
dat ons Neef henderick van reede voorleede
maendach sesie int lidt van ridderschap
tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe
verstaen

In een vierkante gracht ligt een vierkant eiland met aan twee kanten bomen. Op het eiland een toren met een zadeldak waaraan een gebouw van één verdieping met twee zadeldaken gebouwd is. Op de achtergrond de kerktoren van Mijdrecht.
Het Huis te Mijdrecht, anoniem, ca. 1660-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    Beneficeren: begunstigen
  • 3
    Inclineren: neigen
  • 4
    Speculatie: bespiegeling, beschouwing
  • 5
    Declineren: afwijzen

Eigen foxsel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 november 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 24 november 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan is weer vertrokken. Bij zijn tussenstop in Middachten heeft hij Margaretha al geschreven, maar nu is hij écht weg. Margaretha begint met een korte reactie op zijn brief: de brief van Temminck in de bijlage maakt duidelijk waarom hij niet reageerde op de eerdere brief van Godard Adriaan en Margaretha verwacht secretaris Doorslagh morgen met het geld uit Utrecht. Kennelijk hoeft Margaretha er niet aan te wennen dat haar man er niet is, het is gelijk ‘business as usual’.

Brieffragment van de opening van de brief.

[rec. a Bilefelt. den. 24. 9ber]
Ameronge
den 11 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme van Middachte op deselfs
vertreck geschreefve heb ick ontfange, wt dees
neefens gaende sal uhEd sien doorsaeck waer=
=om teminck uhEd schrijfvens niet Eer heeft
beantwoort, het gelt verwachte ick deesen
avont met de seeckreetaris deurslach die
naer wttrecht is, [ijan prang die de hartstee]

Door de poort zien we huis Middachten met daarvoor chique geklede dames en heren.
’t Huis Middagten van vooren door de voorpoort te zien, Hendrik Spilman, naar Jan de Beijer, 1745 – 1792 (fragment van twee afbeeldingen van Middachten). Collectie Rijksmuseum.

De steenhouwer

Ook al zijn we twee jaar verder dan de laatste brief: de steenhouwers en metselaars zijn nog steeds bezig. Jan Prang lijkt nog steeds dekstenen voor de schoorsteen te hakken, alleen zijn ze nu voor de schoorstenen van een de paviljoens. Daarnaast heeft hij de goten van de brug gedaan en hij heeft de kommen om de pijpen van de fonteinen neergelegd. Het enige dat hij nog moet maken, is de deksteen voor de schoorsteen van het tweede paviljoen, maar dat gaat hem niet lukken. Het weer is zo slecht dat hij terug wil naar Bremen. Waarschijnlijk voor het echt winter wordt, want dan wordt reizen zwaar. Er was in de zeventiende eeuw nog maar hier en daar een enkel stukje weg geplaveid. Met regen werd het dus een modderboel en als het dan ging vriezen dan was de weg een keihard kraterlandschap.

Brieffragment over de steenhouwer

[naer wttrecht is,] ijan prang die de hartstee
tot de Eene pavelijoen tot de schoorsteen ge
daen en gereet heeft, alsmeede de goote
op de bruch gehouwe, de kome omde pijpe vande
vonteijne heeft hij loos geleijt, so dat aen sijn
werck niet meer resteert alst hartseen tot
de tweede pavelijoen op die schoorsteen, die
hij ongedaen moet laete derfvende doort
harde weer niet langerhier blijfve, is van
meenin merge te vertrecke ick sal hem be=
taelle en dan laete met sijn volck gaen

Een wit gestucte muur met een nis. Boven de nis lopen elektriciteitsdraden horizontaal, de muur aan de onderkant is betegeld met witjes. Onder in de nis een stenen bak. Op de stenen bak staat een vaas met bloemen.
De kom die om de pijp van de fontein zit in het onderhuis van het kasteel. Bovenop de kom ligt perspex waarop de bloemen staan, eigen foto.

De metselaars

Ook de metselaars zitten niet stil. Zij zijn met de pilaren bij de brug bezig, de nissen daarin vullen ze met kalk uit Segeberg (Duitsland). De kalk die daar vandaan komt, is eigenlijk geen kalk, maar gips en daardoor heel fijn om te verwerken. Margaretha hoopt dat ze vanavond de vloer van de stallen af kunnen maken, die bestaat uit klinkers die op hun kant liggen.

Eerste brieffragment over de metselaars
Tweede brieffragment over de metselaars

de metselaers hebbe de pijlaers vane bruch
opt Eerste voorburch voort op gemetselt

en de hartsteene daer op geleijt en de nisse
met seegerberger kalck geplaestert, hoop
sij van avont de vloer inde stal met klin=
=ckert op haer kant sulle geleijt en gedaen
krijgen, [ick heb vandaech twee osse het Een]

Foto van een breed gebouw van één verdieping met zadeldak met aan weerszijden twee paviljoens van twee verdiepingen met puntdak. Voor het gebouw is een terras waar de parasols open staan en mensen in het zonnetje zitten. Op de achtergrond de Utrechtse Heuvelrug in herfstkleuren.
De stallen met aan weerszijden de paviljoens, eigen foto.

Het paterstuk

Ondertussen zit Margaretha ook niet stil. Ze heeft twee ossen geslacht: één van de ossen die uit Denemarken was gekomen en één die ze zelf gefokt had (eigen foxsel). Die os die ze zelf gefokt heeft is de beste die ze ooit gehad heeft. Ze zal het paterstuk voor Godard Adriaan bewaren.

Het paterstuk was een vierkant stuk vlees met een deel van de ruggengraat en de ribben. Het heette het lekkerste stuk vlees van het rund te zijn. Dit stuk werd bewaard voor de pater of de mater van het klooster, vandaar het paterstuk.

Om paterstukken te bewaren werden ze gerookt. Eerst werden ze gepekeld. Pekelen gebeurde met een combinatie van twee delen zout en één deel suiker. Voor het paterstuk werd vaak bruine suiker gebruikt. Hierna werden ze in de rook gehangen. Door dit proces kon je het paterstuk een paar jaar goed houden. Als Margaretha dit paterstuk voor Godard Adriaan wilde bewaren, had ze dat ook wel nodig. Gelukkig weet ze dat nog niet.

Brieffragment over de slacht van de ossen

[krijgen,] ick heb vandaech twee osse het Een
van ons Eijgen foxsel sijnde Een 3 ijaerijge os
en Een deense die ickt voorleede somer heb
gekocht geslacht, ons leefven hebbe wij geen
beest so doorwasse en vet gekocht noch
geslacht als dien drije ijaerijge en ons
Eijgen foxsel is, de an is ock heel goet
maer heeft niet bij de voorseijde, wenste
uhEd die had moogen helpen nuttigen
sal de paterstucke voor selfve bewaeren

In een hoge ruimte zitten links een paar kleine hoge ramen. Recht hangt een open getrokken geslacht rund of os aan een balk. Je ziet nog een deel van zijn ingewanden zitten en duidelijk zijn ruggengraat een ribben. Er druipt aan de onderkant nog wat bloed op de tegelvloer. Aan de muur erachter hangen de kop en staart boven een grote houten tobbe. Op de voorgrond vermaakt een hond zich met een stuk vlees. Op de achtergrond staat een vrouw met een kind aan haar schort boven een tobbe te werken, een man kijkt toe met een pijp in de mond. Een oudere jongen blaast de blaas op en een kleiner kind probeert hem af te pakken.
Het geslachte rund, Abraham van den Hecken, 1635-1655. Collectie Rijksmuseum.

Bidden voor geluk

Tijd om er een eind aan te breien. Ze hoopt dat Godard Adriaan inmiddels bij de bisschop van Münster1Ferdinand von Fürstenberg is en ze bidt voor zijn (Godard Adriaan’s) geluk. Geen groeten van de kleinkinderen deze keer.

Eerste brieffragment met de afsluiting
Tweede brieffragment met de afsluiting

[geseijt heeft, nu den tijt salt leeren,] ick

verlange te hooren dat uhEd bij den heere
bischop van Munster gearijveert is
in middels god bidde voor deselfs geluck
en voorspoet blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Gravure van de stad Münster, op de voorgrond staan mensen, nonnen, bepakte ezels en schapenhoeders. Je ziet duidelijk de verdedigingswerken, de stadsmuur en alle torens binnen de stad.
Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Ferdinand von Fürstenberg

Margaretha en de taalpurist

Ik ben geen goede schrijver: ik ben een slordige ADHD-er en als ik typ probeer ik mijn gedachten bij te houden. Mijn snelle typen klinkt volgens mijn kantoorcollega als de rammelende flesjes bij een apotheek. Er zitten dus altijd vertypingen en domme dt-fouten in mijn teksten. Dat betekent niet dat ik geen taalpurist ben. Ik vind dat je in principe gewoon je best moet doen om fatsoenlijk Nederlands te gebruiken. Ik gruw van SMS-taal en “maar je begrijpt het toch” is voor mij geen argument. Mijn kinderen kunnen zich dan ook gelukkig prijzen dat ik bewust kinderloos ben.

Mijn typsnelheid volgens kantoorcollega

het voert hier wonderlijcke tael

Totdat Margaretha Turnor in mijn leven kwam. Ze kwam ongemerkt: haar verhalen nestelden zich in mijn hoofd, toen in mijn hart en daarna hunkerde ik naar meer. Dus dook ik in haar echte brieven. Nu kan ik me niet meer voorstellen dat ik destijds haar handschrift kon lezen en haar taal niet begreep. Als je meer 17de-eeuwse handschriften kent, is Margaretha’s lettertype eigenlijk behoorlijk modern. Haar taalgebruik is welbeschouwd ook heel goed te volgen. Als je het tenminste hardop aan jezelf voorleest, want ze schrijft nogal fonetisch.

het sal wel goede woorde geefve, damen niet mee te mart kan gaen

Inmiddels reageer ik vrij fel op mensen die op basis van Margaretha’s brieven zuur menen te moeten vertellen dat Margaretha niet veel opleiding had, omdat haar spelling toch echt beneden de maat is. Wij, 21ste-eeuwers denken te zwart-wit: je schrijft een woord goed of je schrijft het fout. In de 17de eeuw was er nog geen standaardspelling en Margaretha neemt de ruimte die ze daardoor krijgt volledig in. Ze schroomt er niet voor om één naam in één brief op drie verschillende manieren te spellen, ze bedenkt (waarschijnlijk) zelf gezegdes en maalt niet om interpunctie. En dat je in het heetst van het schrijven van een brief “daar men” afkort tot “damen”: sorry hoor, maar je begrijpt het toch?

Bruine tekening van een meisje dat voorover gebogen zit over een blad. In haar rechterhand een pen of potlood.
Jenneken tekenend of schrijvend, Harmen ter Borch, 1653. Collectie: Fondation Custodia, collectie Frits Lugt (eigen foto).

daer de foute bij gepleecht sijn 

We zijn hier, op dit blog, inmiddels drie archiefnummers (van de zeven) verder. Ik lees zelf vooruit, controleer de transcripties, zoek personen en gebeurtenissen uit en zoek woorden op in de historische woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Bijna alle woorden vind ik overigens daarin terug en Margaretha heeft een enorme woordenschat! Wat doet deze innige relatie met Margaretha’s taalgebruik met mij?

Heel eerlijk? Veel! Ik kan inmiddels zelf ook behoorlijk op z’n Margaretha’s typen. De transcripties staan ook in een worddocument en met ctrl+f kan ik haar spelling zo nabootsen dat ik meestal wel vind wat ik zoek. Het werkt alleen wel door… Inmiddels ziet eigenlijk bijna alles wat ik typ er logisch uit en moet ik soms een woord op drie manieren spellen om te weten wat de juiste, 21ste-eeuwse spelwijze is. Gelukkig is er bij echte twijfel gewoon nog steeds Het Groene Boekje. Ik denk wel dat ik voor de échte 21ste-eeuwers teegen woordich meer foute pleech.

Een partiekuliere pasie 

Maar wat vind ik dan nu van 21ste-eeuwers die fonetisch schrijven? Je zou zeggen dat ik misschien milder geworden ben en dat ik tevreden ben als ik begrijp wat er bedoeld wordt. Nou. Nee. Ik ben meestal ook degene die ziet dat het verschil tussen d, dt of t een heel andere betekenis aan een zin kan geven. Dus ik blijf voorstander van goed taalonderwijs en zorgvuldige spelling. Zonder een goede basis in je eigen taal is het ook lastig andere talen te leren. En datzelfde geld1door een meelezende redacteur ben ik, terecht, gewezen op deze domme dt-fout, ik heb hem laten staan om de eerste alinea te bevestigen voor een tijdreis in je eigen taal. Ik merk bij historische brieven dat mijn Frans niet goed genoeg is om een brief uit de 18de eeuw te lezen, terwijl ik een moderne (gedrukte) Franse tekst wel redelijk kan lezen.

Op dit beroemde schilderij verbeeldt Bruegel het bijbelverhaal over de overmoed van de mens, die een toren tot in de hemel wilde bouwen. God strafte daarvoor met de Babylonische spraakverwarring wat samenwerking onmogelijk maakte. Het immense bouwwerk reikt tot in de wolken. Talloze mensen bevinden op en rond het gebouw. Breugel liet zich voor zijn toren uit de oudheid inspireren door de Romeinse arena, het Colosseum.
Toren van Babel, Pieter Brughel (I), ca. 1568. Collectie: Boijmans van Beuningen.

ick sien de kompasie 

Uiteraard is taal levend en zijn grenzen er om geslecht te worden. Mijn Frans is niet goed genoeg om oude brieven te lezen, mijn Duits was op de middelbare school écht berucht slecht. En toch probeer ik Duits te praten. Ik bak er weinig van, mijn naamvallen vliegen alle kanten op en als ik er niet uit kom, bedenk ik gewoon zelf een woord. Dus compassie voor slecht taalgebruik is er wel: we hebben nu eenmaal allemaal onze grenzen en het is zonde als die je beperken in het maken van een connectie met je medemens. Want dat is toch waarom we allemaal iets met taal doen.

Banner van de Week van het Nederlands met ondertitel Op reis in taal van 4 tot 12 oktober. Tegen een roze achtergrond staan twee vrouwen in reiskleding met een rolkoffer.

Dit blog is geschreven in het kader van de Week van het Nederlands, met als thema Op reis in taal.

nabrander

De kopjes “op z’n Margaretha’s” komen uit de volgende brieven

het voert hier wonderlijcke tael komt uit de brief van 10 juli 1684 (is nog niet over geblogd). Er is een bestand getekend in de Frans-Spaanse Oorlog en Margaretha verbaasd zich erover hoe er over de totstandkoming van dat verdrag gepraat wordt. Ze verwacht zware tijden.

het sal wel goede woorde geefve, damen niet mee te mart kan gaen komt uit de brief van 6 oktober 1680, hier schrijven we volgend jaar over. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan zelf een keer met Willem III over de betaling voor zijn werk kan praten. Ze verwacht alleen dat dat wel goede woorden zal geven, waarmee je niet naar de markt kunt. Kortom: ze verwacht beloftes, maar geen geld. Dit spreekwoord heb ik op deze manier niet gevonden. Wel “Schone woorden vullen geen zak” en als synoniem daarvoor “Lullen is geen vis”. Dat laatste zou Margaretha natuurlijk noooooit zeggen, maar het past wel heel goed in de 21ste eeuw.

Een vismarkt in een stad. In het midden een stalletje waar vis uitgestald ligt en waarachter een vrouw vis schoonmaakt. Links andere stallen. Voor de stal een waterpomp en een bezem. Op de voorgrond een kruiwagen.
Vismarkt, Cornelis Dusart, 1683. Collectie Rijksmuseum.

daer de foute bij gepleecht sijn komt uit de brief van 1/11 mei 1680. Blijf vooral dit blog volgen, want het komend jaar krijgt Margaretha een conflict met de dominee en de kerkenraad. Daar worden zoveel fouten bij gepleegd, dat zelfs zoon Van Ginkel moet komen bemiddelen.

Een partiekuliere pasie komt uit dezelfde brief. Margaretha verzekert haar man ervan dat het niet haar persoonlijke vendetta tegen de dominee is.

ick sien de kompasie komt uit de brief van 1 april / 22 maart 1684. Margaretha heeft een acksident (wond) aan haar been, Godard Adriaan heeft eerder gesuggereerd dat het door een puist komt, maar Margaretha haalt alle chirurgijns uit de regio erbij om te bewijzen dat het veel erger is. Brieven later ziet ze in de brief van Godard Adriaan dat hij compassie met haar heeft wat betreft haar acksident.

  • 1
    door een meelezende redacteur ben ik, terecht, gewezen op deze domme dt-fout, ik heb hem laten staan om de eerste alinea te bevestigen

De steenoven

Zonder klei geen baksteen en zonder baksteen is in een land met vrijwel geen natuursteen een kasteel niet te bouwen. Alleen al voor het kasteel hadden Godard Adriaan en Margaretha ongeveer 1 miljoen stenen nodig. Daar zouden de bijgebouwen en de kades van de grachten nog bij komen. Al met al zal Margaretha nog een aantal jaren aan het bouwen zijn. Als we zo verder gaan met de brieven van 1679, dan komt de steenoven nog steeds terug in haar brieven.

Steenfabrieken

Op zich ligt Amerongen in een goed gebied voor baksteen, want rivierklei is uitermate geschikt om bakstenen van te maken. We kennen allemaal het beeld van de rivieren die traag door oneindig laagland gaan, met in hun uiterwaarden de steenfabrieken. Alleen komen die steenfabrieken pas in de 19e eeuw. Godard Adriaan en Margaretha hadden hier dus helemaal niets aan.

Kaart van de Nederrijn tussen Wijk bij Duurstede en Rhenen met vooral aan de Gelderse oever steenfabrieken.
Oostellijk deel van de kaart Nederrijn en Lek tussen 1800 en 1900, Blijdestijn, 2017, pagina 311. Uitgave gefinancierd door de Provincie Utrecht.

Steenovens, veldovens en veldbrand

In de 17e eeuw waren er her en der wel steenovens, maar die hadden vaak een semi-permanent karakter. Er zijn drie varianten van baksteenbakken te bedenken. De steenoven is het meest permanent, de veldoven wordt gebouwd op een plek waar tijdelijk veel stenen nodig zijn, meestal is het een ommuurde ruimte die als oven gebruikt wordt. Veldbrand is een manier van bakstenen bakken waarbij geen oven gebouwd wordt, maar de bakstenen die gebakken worden zelf onderdeel zijn van de oven.

Met de aantallen bakstenen die voor het kasteel nodig waren, was het economisch zinvol om het bakken van stenen zelf te regelen. Margaretha heeft het zelf altijd over de steenoven, maar hoogst waarschijnlijk ging het over een veldoven of misschien veldbrand. Alleen archeologisch onderzoek kan aantonen wat voor structuur gebouwd was om stenen te bakken.

Rechts voor een stapel bakstenen waar rook uit komt. Voor de stapel staat een steiger met mannen erop en bovenop staan mannen. Iemand gooit bakstenen omhoog naar de mannen op ge steiger. Rechts bouwen mannen een hoog scherm, waarschijnlijk tegen regen en wind. Schuin achter de roken stapel stenen staat een zelfde stapel stenen, alleen is daar een hoek uit, in de hoek staat een man die stenen gooit naar een man op een wagen. Op de achtergrond stapels droge stenen onder afdakjes die wachten om gebakken te worden.
Het bakken van bakstenen in de openlucht, E. Bure, 1879. In: Louis Figuier (1879). Les merveilles de l’industrie; ou, Description des principales industries modernes.

Toponiemen

We weten wel waar de steenovens geweest zijn, want het geheugen van een dorp zit vaak nog in de plaatsnamen. Vlak naast het kasteel zijn twee weilandjes die nog steeds Steenoven 1 en steenoven 2 heten. Steenoven 1 en 2 liggen net buiten de dijk die (nog steeds) om het kasteelterrein ligt. Het is dus niet verwonderlijk dat de steenovens regelmatig last van hoog water hebben.

Een kaartje van het dorp Amerongen met het kasteel. In alle velden zijn namen geschreven. Links naast Kasteel Amerongen ligt een weg en aan de overkant ligt het veld 1e en 2e Steenoven.
Fragment uit: Veldnamenkaart van Amerongen waarop aangegeven de tabaksschuren en de namen van de weilanden en bospercelen, 1970 naar origineel uit 1696. Collectie: Flehite, Oudheidkundige Vereniging Amersfoort, archief Eemland.

Stenen vormen

De eerste stap bij het maken van bakstenen is het aanvoeren en werkbaar maken van de klei. Als de klei soepel is, worden met behulp van een houten mal de stenen gevormd. Zo krijgen ze allemaal dezelfde maat. Vers gevormde stenen worden te drogen gelegd. Bij een veldoven en veldbrand gebeurt dit allemaal buiten, vandaar Margaretha’s klachten als het te veel regent. Dan moeten ze ervoor zorgen dat de drogende stenen niet nat worden.

Op de voorgrond een tafel met daarnaast een kruiwagen met daarin een spade gestoken. Achter de tafel staat een man die met een roller over een rechtshoekige vorm gaat. Links voor licht allerhande gereedschap (emmers, bezems, planken) en er loopt een jongen met een baksteen in de handen naar achtern. Achter de tafel is een vel dat vol ligt met bakstenen die te drogen gelegd worden. Rechts scheppen mensen klei in een kruiwagen. Links worden de gedroogde bakstenen opgestapeld.
Het vormen van bakstenen, E. Bure, 1879. In: Louis Figuier (1879). Les merveilles de l’industrie; ou, Description des principales industries modernes.

Ongebakken stenen in of als oven

Als de stenen gedroogd zijn, worden ze opgestapeld in de oven (veldoven) of als oven. In de praktijk moet je je voorstellen dat de stenen al dan niet binnen een stenen omheining worden opgestapeld in lange rijen met zowel horizontaal als verticaal veel lucht tussen de stenen. Deze holtes worden gevuld met turf. Nog steeds met lucht ertussen, want dat is nodig voor een goede verbranding van de turf.

Bij veldbrand worden de buitenste stenen dichtgesmeerd met leem, zodat een gesloten oven ontstaat en waar dan boven ruimte vrij gehouden wordt voor de trek en aan de voorkant zijn de tussenruimten onderin met daarin het turf open, zodat het turf aangestoken kan worden

Links de weg en direct daarnaast het spoor van de tram. Rechts liggen bossen riet ergens op. Naast de weg staat een elektriciteitspaal. Verderop de steenfabriek. De fabriek heeft geen schoorsteen.
Gezicht op de steenfabriek te Remmerden (gemeente Rhenen), met op de voorgrond de Utrechtsestraatweg en de trambaan uit Amerongen, 1908. Collectie Het Utrechts Archief. Rechts voor mogelijk rieten bescherming van de drogende stenen.

Bakken

Als de oven vol of klaar is en de weersverwachting is goed, dan wordt het turf tussen de stenen aangestoken. Een veldoven of veldbrand brandt meestal één à twee weken. Omdat een veldbrand geen muur om de oven heeft, is daar de kwaliteit van de stenen minder uniform dan bij een steenoven of veldoven. De binnenste stenen worden immers langer en heter gebakken dan de bakstenen aan de rand.

Hieronder een historische film over een Duits dorp dat ten tijde van de film (1963) nog jaarlijks een gezamenlijk een veldbrand uitvoert. Voor de echte liefhebber…

Brieven waarin Margaretha over de steenoven schrijft

Thuis

Dat was het dan. Godard Adriaan is weer thuis en Margaretha hoeft dus geen brieven meer te schrijven. Ik ben blij dat Margaretha eindelijk haar man weer in haar armen kan sluiten.

Links een vrouw met een blauwe rok en een zwart jak en een man in een bruin pak met rode laarzen. De man heeft zijn arm om de schouder van de vrouw en ze kussen elkaar, Rechts een vrouw in het zwart van de achterkant. In haar linker hand heeft ze een blauwe veer.
Heer en dame kussend en een vrouw van achteren, Gesina ter Borch, 1654. Collectie Rijksmuseum.

Volgende missie

Er zijn weer brieven als Godard Adriaan op zijn volgende missie gaat. De laatste brief was van 16 juni 1677 en zijn volgende brief is van 11 november 1679. Dit betekent niet dat wij (ook) twee jaar wachten tot we verder gaan: wij pakken gewoon in november de draad weer op. In de perioden tussen de brieven proberen we jullie op de hoogte te houden van wat er zoal gebeurt in die twee jaar. Voor zover we dat weten natuurlijk, want als Godard Adriaan thuis is, hoeven er geen brieven meer geschreven te worden over de bouw. Maar over de oorlog, de situatie in de Republiek en de lotgevallen van familieleden kunnen we wel meer vertellen. Zijn er vragen of specifieke wensen voor verhaaltjes in deze periode? Laat het hieronder even weten!

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De bouwactiviteiten

We weten dat Margaretha’s belangrijkste doel was om in 1677 het huis wind en waterdicht te krijgen. Er werd gewerkt aan het dak en aan de schoorstenen en er werden glas en vensters besteld. De grote vraag is natuurlijk of ze het plafond in de grote zaal gaan jipsen of schilderen. Als we het alleen van de brieven zouden moeten hebben, zouden we dat nooit weten. Gelukkig staat het huis er nog en de grote zaal is in de basis nog steeds zoals hij tijdens de bouw bedoeld was. Dus komen kijken is de eenvoudigste oplossing om daar achter te komen.

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Verder bouwen

Als we met de brieven van twee jaar later verder gaan, zijn de Van Reedetjes natuurlijk behoorlijk opgeschoten met de bouw. Dan wordt er hard gewerkt aan de bijgebouwen, vooral de stallen met de beide paviljoens. Daarnaast valt er natuurlijk in het huis zelf ook nog van alles te verfraaien. Verder zijn er verhalen over de kleinkinderen, over ossen, over de landbouw en over bezoek van de prins. Dus ook de volgende serie brieven heeft weer genoeg om naar uit te kijken!

Aan de linkerkant zien we nog net een stukje van de gevel van een groot huis met ramen met heraldische wapens. In het gras staat een lange tafel met allemaal mensen erom heen. Op tafel staat eten en de mensen vermaken zich met elkaar, er wordt geflirt, getoast en gekletst. Een kleine jongen loopt rond om de glazen bij te vullen.
Vrolijk gezelschap in de buitenlucht, Gesina ter Borch, 1658. Collectie: Rijksmuseum.

Zo moe… Maar echt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 5 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 juni 1677
Lees hier de originele brief

Die rare periode in het voorjaar dat je van de ene halve werk- of schoolweek in de andere rolt, die kende Margaretha ook. Heerlijk als je schoolgaand bent of werk hebt dat je kunt laten liggen, irritant als je iets gedaan wilt of moet krijgen. En Margaretha wil een huis bouwen, dus voor haar zijn biddagen en hemelvaarten irritant. Ze schrijft zelf nooit over het vieren van wat voor feestdag dan ook, maar het werkvolk is wel vrij.

Brieffragment hemelvaart

[rec.a 10 dito]
Amerong
den 5 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste vande 29 pasato heb ick voorleedene
woonsdach beantwoort, wij hebbeh deese
weeck den ordinarise beedach en ock heemel
vaerts dach gehadt dat ons deese weeck
twee dage int wercke so int Een als int
ander verhindert heeft, [hebbe wtneement]

De discipelen en Maria zitten geknield op het gras en kijken naar boven. Tegen een sterrenhemel zien we nog net twee voeten.
Hemelvaart, fragment uit: Scenes uit het leven van Christus, anoniem, ca. 1435. Collectie Rijksmuseum.

Steen en hooi

Gelukkig is het weer prachtig dus er kan wel hard gewerkt worden. Dat gebeurt bij de steenoven en in de laaggelegen weides. Bij de steenoven loopt het nu zo goed, dat Margaretha hoopt dat ze zoveel kunnen bakken dat ze genoeg bakstenen heeft om volgend jaar de voorburcht te doen. Dan hoeft ze dat jaar in ieder geval geen bakstenen te bakken. Ze is aan het eind van haar latijn.

Ondertussen moet er ook gehooid worden. Het gras waar de ossen staan is geweldig, ze heeft nooit meer hooi gezien. Het hooi is gisteren gekeerd en wordt vanavond op stapels gelegd. Het werk groeit haar een beetje boven het hoofd. Maar ze zal natuurlijk wel haar best doen.

Eerste brieffragment hooien
Tweede brieffragment hooien

[te backe het welcke wel wensche] kan nie
segge hoe moede ick dat werck ben, nu sijn
wij aent hoeije op de beneedenste bol daer de
osse gaen, inde laechte, daer seer schoon
gras wt komt, ick hebt noeijt meer gesien
het de gras dat gistere voor Eerste mael

gewent of gebroocke is, is deesen avont aen
groote oppers1Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid. tot drooch hoeij geset, het
werck komt mij nu so teffen over de hant
dat ickder geen door koome aen en sien
, sal mijn best al voort doen, [meester schu]

In een groen weiland zijn twee mensen bezig hooi op een wagen te laden. Voor de wagen staat een bruin paard. Op de achtergrond bomen en hooi op hopen.
Hooiwagen, Willem de Zwart, 1885-1931. Collectie Rijksmuseum.

Het gaat maar door

Schut is weer naar Amsterdam en die komt na pinksteren weer terug. Temminck schrijft dat er weer hout uit Hamburg komt en dat hij een schip met Friese kalk naar Amerongen gestuurd heeft. Dat is hard nodig voor het pleisteren van de gewelven in de kelders. Prang heeft de hoekstukken voor de lijst om het huis gemaakt en gaat nu verder met de stukken voor de schoorsteen. De metselaars zijn nu die hoekstenen aan het leggen en er wordt natuurlijk nog steeds gepleisterd in de kelder. Maar dat gaat langzaam en dus oefent Margaretha geduld.

Één ding is duidelijk: als ze hier doorheen komt, bouwt zo nooit van haar leven meer een huis. Ze is zo moe, dat ze niet meer schrijven kan.

Afsluiting

[int wulfve van onder de alkobij kamer, daer
is noch veel werck aen vast daer wel paes=
ijensie to van noode is, waer ick hier Eens
door kom mijn leefve niet weer aent timere
ick ben so mat2Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben van doorde so te gaen dat ick
niet meer schrijfve kan, blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een oude vrouw hangt over een boek heen met haar hoofd steunend op haar linker hand. Haar ogen zijn dicht. In haar rechterhand heeft ze een bril.
Slapende oude vrouw, Rembrandt van Rijn, ca. 1636. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Opper: Benaming zoowel voor de stapels waarin het gemaaide, reeds gedroogde gras op het land opgehoopt wordt om het gemakkelijk te kunnen binnenhalen, als voor de kleinere hoopen waarop het des nachts of bij regen bijeengeworpen wordt om den volgenden dag weer over het land te worden verspreid.
  • 2
    Mat: Uitgeput, moe, maar ook ergens genoeg van hebben

Jipsen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juni 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft zowaar twee brieven ontvangen van haar man en de secretaris ook één. De brief aan de secretaris staat kennelijk vol met Godard Adriaans ideeën rondom de herbouw, want Margaretha belooft om goed over alles wat hij schrijft te overleggen.

Briefopening

[rec 7 dito]
Ameronge den
2 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 26 en 29 meij heb ick
ontfange, wij sulle volgens tgeene uhed aende
seekreetaris schrijft alles ten beste so veel over=
legge alst moogelijck is, [wat belanckt omt bovent]

Plafond van het groot salet

Wat dat betreft valt Margaretha maar gelijk met de deur in huis. Kennelijk heeft Godard Adriaan voorgesteld op het plafond in het groot salet te jipsen (gipsen: stuken). Ze hebben daarover overlegd (zie je wel, ze doet keurig wat haar man vraagt!) en Margaretha en de beide bazen zijn het niet met Godard Adriaan eens. Zo’n mooie ruimte als de zaal die ze maken, die hoort een geschilderd plafond te hebben. Dat heeft Zijn Hoogheid Stadhouder Willem III immers ook gedaan in de grote zaal van Soestdijk? Als dat niet een argument is! Bovendien vroeg die schilder uit Amersfoort er niet eens heel veel geld voor! Nou ja, ze zijn voorlopig toch nog niet toe aan dat plafond, dus er is nog tijd genoeg om te beslissen.

Het laten stuken van een plafond was op dat moment in de Republiek niet gebruikelijk, dus de afwijzende reactie van Margaretha en de bazen is niet verwonderlijk. De vraag is wel waar Godard Adriaan zijn idee vandaan heeft. Misschien is bouwmeester Michiel Matthias Smidts eindelijk bij Godard Adriaan langs geweest? In haar brief van 12 mei informeert Margaretha daar nog naar, maar daarna zijn er geen verwijzingen meer naar een bezoek van Smidts aan Godard Adriaan.

Brieffragment over het plafond in het groot salet

[legge alst moogelijck is,] wat belanckt omt bovent
groot salet te laete jipse meenen beijde de baese
so wel schut al rietvelt dat dat gemack te
fraeij is om te laete jipse en dat het selfve
behoorde geschildert te worde gelijck sijn hoocheij
op soesdijck in sijn groot salet heeft laeten doen
van Een schilder van Amersfoort diet so ge=
seijt wort heel net en voor Een kleijn en heel ge
ringe prijs schildert, dan dit is noch vroech
genoech daer kan omt Een oft ander dit
ijaer noch niet gedocht worden, [konne wijt deese]

Een foto van het middengedeelte van een gestuct plafond. In het midden is een ovale plafondschildering te zien. Eromheen is een gestucte lijst van gestileerde, in elkaar gestoken acanthusbladeren. Het ovaal wordt weer omlijst door een rechthoek bestaand uit gestucte decoratie van zonnebloemen en acanthusbladeren. Daarbinnen bevindt zich een zwart gemarmerde lijst. Tussen deze lijst en de ovale gestucte lijst is de ruimte opgevuld met een gestucte decoratie bestaand uit takken met eraan rozen en bladeren. Om de rechthoek is een gedeelte van het barokke stucwerk van het plafond te zien met rechtsboven en linksonder een schelp met aan beide zijden gestileerde planten. Rechtsonder en linksboven is een gedeelte van de gestucte decoratie van gestileerde planten in de vorm van een gedraaide spiraal naar binnen alsof het slagroom is. Op de plafondschildering zijn de twee belangrijkste figuren zwevend boven elkaar, half op een wolk leunend, geschilderd. De wolk is aan de bovenkant licht en aan de onderkant heel donker van kleur. Van de bovenste figuur zijn alleen de blote schouders en een bloot rechterbeen te zien. Ze draagt een kroon van laurierbladeren en heeft om zich heen een rozerood kleed gedrapeerd waarvan het grootste gedeelte achter haar aan wappert. Achter haar hoofd is een stralenkrans te zien. Ze kijkt liefdevol naar de persoon onder haar, waarschijnlijk een man. Hij is ook bloot met om zijn bovenlijf een geel doek en om zijn onderlijf een blauw doek gewikkeld. Hij lijkt ook een soort krans te dragen. Er zijn van hem twee blote benen te zien. Zijn rechterarm heeft hij naar voren gestrekt met de palm omhoog. Hij kijkt omhoog naar de vrouw. Achter de wolk is nog een kleiner figuurtje te zien met vleugels en ook een krans om het hoofd. Alleen de bovenkant van het lijf is te zien. Op de achtergrond van de schildering zijn wat vage, lichte en donkere wolken te zien.
Plafondstuk “Aurora”, M.L.A. Clifford, 1726. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Margaretha kreeg pas 26 jaar na haar dood haar zin. De basis was toch het gestucte plafond dat haar man wenste.

Glas

Eerst heeft Margaretha andere zorgen: het zou fijn zijn als ze deze zomer alle vloerstenen gelegd zou kunnen krijgen, het dak dicht en al de vensters gevuld met glas. Maar als ze alleen al denkt aan de kosten krijgt ze het benauwd. Het glas vindt ze ook spannend. Ze zal eens kijken hoe anderen dat doen en dan een plan maken. Het schijnt dat de meesten kasten vol met glas laten komen en het dan ter plekke laten verwerken (tot ramen neem ik aan).

Ze stelt ook voor om te werken met twee kwaliteiten glas. Voor de zolders en de kelders is ‘slecht of bargoens’ glas goed genoeg. Als Godard Adriaan het goed vindt, uiteraard. Slecht gebruikt ze dan hier in de zin van gewoon, eenvoudig. Hoe ze bargoens hier precies bedoelt is mij niet duidelijk. Het is de taal van vagebonden en dieven. Ze zal in ieder geval geen glas zijn waar ze veel waarde aan toekent.

Eerste brieffragment glas
Tweede brieffragment glas

, naer glas sal ick verneemen en weet niet hoet
daer best meede sal aen legge, veel koope heelle

kaste met glas en laetent dan bearbeijde salder
naer verneeme en sien hoet tot den meesten
oorbaer schick, mijns oordeels kan men op de
solders op de vlieringe en ock in al de kelders
wel met slecht of bergoens glas sette dat
heel wel en genoech bestaen kan, alst uhEd
so goet vindt, [vermidts hier so weijnich geleegent]

In een ruimte zijn mannen aan het werk aan lange tafels. Er worden ramen in elkaar gezet en glas op maat gesneden.
De werkplaats van een glazenier, R. Bénard naar Bourgeois. Collectie, tweede helft 18de eeuw. Collectie: Wellcome Collection.

Stenen voor Middachten

Die stenen voor Middachten die Godard Adriaan gezonden heeft, die zijn nog steeds niet in Middachten. Het is lastig om een schip te vinden dat vanaf Amerongen over de IJssel vaart. Maar nu heeft Krijn van Kampen net turf afgeleverd en hij moet leeg die kant op varen om hout te halen. Margaretha hoef je niet te vertellen hoeveel één plus één is: de stenen zijn al met het schip vertrokken. Margaretha heeft 450 stenen die kant op gestuurd. Ze denkt dat dat wel genoeg is, bovendien wil de eigenzinnige Philippota er nog wat witte stenen tussen leggen.

[so goet vindt,] vermidts hier so weijnich geleegent
=heijt valt om den ijsel op, Eits naer Middachte
te sende en ock de koste vande vloersteene hier
op te rijde en daer naer die weer aent water
ent scheep te brenge te ontsien, heb ick de ocke
=sie dat krijn van kampen hier turf tot den
steen oven gelost hebbende en en den ijsel op
ginck om hout te haellen, hebbe ick hem vant
Eene schip int sijne 450 vloer steene laete
in laeden die hij op Middachte gebrocht heeft
geloofve sij daer mee toe sulle koomen also
de vrou van ginckel daer Eenige hoewel weij
=nige witte steene tuschen wil laeten legge

Recht een meander van de IJssel met daarop een zeilbootje. In de uiterwaarden staan bomen, links langs de weg een paar mannen op stoelen met wijn en een pijk. Langs de oever liggen boerderijen en in de verte het huis Middachten en het stadje Doesburg.
Gezicht langs De Steeg en IJssel naar het huis Middachten. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Gezinnetje

Uiteraard heeft Margaretha ook weer iets op te merken over het gezin van haar schoondochter. Zij zit bij haar man in het leger, maar die zou eigenlijk de belangen van zijn gezin moeten behartigen. Nu is de kans, omdat hij in een goed blaadje staat bij de Prins van Oranje! Maar nee, hij is te timide, hij zal nooit iets voor zichzelf vragen, eerder voor een ander. En als hij niets doet… gebeurt er niets. Margaretha zal hem er nog wel op aanspreken, want hij moet er wel rekening mee houden dat hij zeven kinderen heeft en binnenkort zelfs acht!

Eerste brieffragment vader Van Ginkel en zijn gezin
Tweede brieffragment vader Van Ginkel en zijn gezin

de vrou van ginckel is noch int leeger ick heb
haer op haer vertreck van hier al geseijt dat
haer man nu behoorde sijn tijt waer te neemen
en voor sijn huijs en kinderen te sorchgen de
wijlle hij in gunst bij sijn hoocheijt is, maer
hij is te temiede en geloof niet dat hijt doen
sal, hij sal Eer voor vreemde als voor sijn selfe
spreecke, ent sal hem sonder dat hijt Eijst
niet thuijs gebracht worde, ick salt hem noch
wel vermaene als hijt maer doet hij heeft
vast seeven kindere en achtste binne acht

a neegen weecke te verwachten, sij moogen wel
achterwaerts dencken, en als uhEd wel seijt de

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Na nog wat gemopper op hoe het er allemaal aan toe gaat is er nog ruimte voor een flink naschrift. De Heer van Odijk is gehuldigd. Willem Adriaan van Nassau, die nooit Heer van Odijk was, had de ambachtsheerlijkheid Zeist gekocht. Op zijn verzoek hadden de Staten van Utrecht daar gelijk maar een hoge heerlijkheid van gemaakt

Trouwens, als het plafond van de grote zaal geschilderd zou worden, dan moet er wel droog hout in. En eigenlijk ook mooi gezaagd, en dus duur hout. Dus daar zou ze dan nu eens naar moeten kijken.

Overigens kostte het schilderen van het plafond van de grote zaal op Soestdijk maar 100 gulden. Ze zal met Schut en de secretaris eens in de Sint Servaas Abdij in Utrecht gaan kijken of daar nog geschikt hout voor de vloerbalken ligt.

Afsluiting

[al datter om gaet,] de heere wil ons bij staen
in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
inde voorleedene
weeck is den
heer van oudijck
tot seijst in gehult
als men boovent het groot salet
sou schilderen diendent
met wage schot1Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden beschooten
en moet wel drooch hout
weesen daerme van nu af
naer sou moete verneemen, so mij geseijt is
kost het schildere vant groot salet op soesdijck
maer hondert gul, ick sal schut met de sekree
taris int sintservaes klooster het hout laete
besien tot de ribbe inde vloere, ens bequaemste
voor ons laetste Estimeere

Een kruiskerk met een spitse toren en een ommuurde tuin. Naar links toe aan de kerk nog drie gebouwen.
Gezicht op de St.-Servaasabdij te Utrecht vanaf de binnenplaats. J. Stellingwerf, 1725. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Wagenschot: kwartiers gezaagd hout, waarbij de stam in vieren gezaagd wordt. Hierdoor ontstaat een goede kwaliteit hout met een mooie tekening. Dit was wel duur, omdat er door de manier van zagen weinig brede planken uit een stam gehaald konden worden

Uit Amerongen geen nieuws

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 27 mei 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft Godard Adriaans brief van de 15e mei al beantwoord. Bij die brief zat ook de brief van secretaris Van den Doorslag. In Amerongen is weinig gebeurd.

Opening brief

[rec 27 dito]
Ameronge den
22 meij 1677

Mijn heer en lieste hartge
vhoochEd aengenaeme vande 15 deeser heb ick met de laeste
post beantwoort, daer bij Een vande seekreetaris
is gegaen die wt de mont van schut en rietvelt
heeft geschreefve alles wat noodich was, see
dert is hier weijnich of geen verandering voor
gevalle, [als dat het laest afgesondene]

Glas

De werkbazen waarschuwen wel dat het tijd wordt om glas te gaan regelen voor de ramen. Voor je het weet is het winter en dan moet het er wel inzitten! Je wilt toch niet dat sneeuw, regen en wind zomaar ongevraagd over de vloer komen, dus Margaretha wil graag weten wat Godard Adriaan wil.

Brieffragment glas

[koomen,] ock segge de werck baesen dat men in
tijts sal moete dencke op glas, dat de glaese
voorde winter int huijs diende te sijn omt in
slaen van sneuwe en reegene door de winde, te belette
waer op uhEd beliefve sal verwachte, [ock wenste]

'glase maker', met een ruitje in zijn hand, voor hem een groot raam plat liggend op een tafel.
Glazenmaker, fragment uit: Vijf beroepen, anoniem, naar Jan Luyken, naar Caspar Luyken, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum.

Hout

De werkbazen willen ook graag weten hoe lang en breed de stallen en het kasteleinshuis moeten worden. Dan kunnen ze uitrekenen hoeveel hout er nodig is. In Amsterdam liggen nog honderd stuks, maar van erg slechte kwaliteit, vol met noesten. Hij stelt voor om het te verkopen en voor het geld ander hout te kopen dat geschikter is. Ook het laatste hout uit Hamburg is slecht. Schut vindt het niet eens geschikt om voor het huis te gebruiken. Dus waarschijnlijk zullen ze hout tekort komen.

Eerste brieffragment hout voor de stallen
Tweede brieffragment hout voor de stallen

[waer op uhEd beliefve sal verwachte,] ock wenste
schut wel te weeten hoe lanckt en wijt de
selfve de stalle ent kasteleijns huijs sal
beliefve te hebbe om sijn mesuerees vant
hout daer naer te neemen, want seijt
dat het hout dat noch tot Amsterdam
tot over 100 stucks int getal leijt seer slecht
en vol quaste valt en sijns oordeels niet
ongeraede vont hetselfve te verkoope, en
voort gelt dat daer van komt weer ande

dat dienstiger is te ock, ock sijn de deellen die
laest van hamburch sijn gekoome so slecht dat
so schut seijt daer weijnich bij sijn die bequaem
sijn om opt huijs te gebruijcken oversulcks wij der
noch Een goede partij te kort sulle koomen, [wij hebe]

Aan een rivier ligt links een dorpje. In de rivier staat een kkoe te drinken en twee ruiters rijden op hun paard door de rivier. Halverwege is een brug over de rivier, aan de rechterkant liggen houten stammen opgeslagen. Mannen zijn bezig ze te stapelen. Op de voorgrond doen twee vrouwen de was.
Dorpsgezicht met houtopslag aan een rivier, Matthäus Merian, 1621. Collectie Rijksmuseum.

Ossen

De ossen die Godard Adriaan gezonden heeft doen het als een tierelier. Ze zijn al moddervet en dat geldt ook voor de ossen uit Amsterdam. Maar ze staan ook in een verschrikkelijk mooie wei. Iedereen denkt dat zelfs als de ossen zich ongans vreten, ze er nog wel 10 tot 12 wagenladingen hooi van zullen kunnen maaien.

Brieffragment ossen en afsluiting

de osse die uhEd heeft beliefve te sende groeij
ongemeen wel aen, men gelooft die modder
vet sulle worden so doens ock die ick van
Amsterdam heb gekreechge, sij hebbe ock
ongemeene schoone weij, daer wij so
ijder meent bovent geene de ossen daer
wt Eeten noch wel 10 a 12 voer hoeij wt
gemaeijt sal konne worden, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een bruine en een witte os in een wei, de bruine kijkt ons aan en de witte graast. Op de achtergrond meer veel.
Ossen in de wei, Jan Kobell, 1806. Collectie Rijksmuseum.

Pagina 1 van 12

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén