Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog