Na de doorbraak bij Tolhuis betrok Lodewijk XIV samen met zijn generaals kasteel Biljoen (bij Velp) als hoofdkwartier. Hij zal ook nog in Kasteel Keppel en Kasteel Zeist overnachten, maar op welke data dat precies was is onduidelijk. De bronnen zijn wat dat betreft niet eenduidig.
Zou het vanwege het koninklijk bezoek zijn dat Kasteel Biljoen niet verwoest is, zoals veel andere kastelen? Of zou het komen omdat één van de titels van Turenne ‘Hertog van Bouillon’ was, wat bijna hetzelfde klinkt als Biljoen? Feit is dat het kasteel er thans nog in al zijn glorie staat en geen brandschatting kreeg.

De Republiek
Op 25 juni kwam Pieter de Groot namens de Staten Generaal van de Republiek naar kasteel Biljoen met een vredesvoorstel. Hierin stond dat ze de generaliteitsgebieden inclusief Maastricht aan Lodewijk XIV over zouden dragen. Daarnaast ging het voorstel in op handelsvoordelen en vrije godsdienstuitoefening voor de katholieken. Op deze manier hoopte de Republiek een uitbreiding van de oorlog te voorkomen. Lodewijk XIV wees het voorstel zondermeer af en Pieter de Groot droop af.

De bisschop van Münster
Lodewijk XIV ontving vervolgens op 26 juni 1672 vorstbisschop Bernhard van Galen. De vorstbisschop hield als devoot man van de wierookdampen, maar ook van de kruitdampen. Lodewijk moest even ingrijpen, want Bernhard ging iets te enthousiast van start. Lodewijk was het geharrewar tussen de Duitse bisschoppen en zijn eigen Luxembourg helemaal zat. Er werd bepaald dat de Graafschap en Zutphen voor Lodewijk waren. De Veluwe ging ook naar de Fransen. Om de Keulse bisschop tevreden te houden kreeg hij Deventer en, ondanks eerdere afspraken dat Zwolle alleen voor Münster zou zijn, kwamen daar nu drie garnizoenen: een Frans, een Keuls en een Münsters. Bernhard van Galen kreeg wel de toezegging dat hij alles wat hij verder naar het Noorden veroverde mocht houden. Om de afspraken te bezegelen gaf Lodewijk aan de vorstbisschop een rijk met robijnen en diamanten bezet sieraad in de vorm van een kruis. Het kruis was 9 cm groot en had toen een waarde van 20.000 Reichstaler.
Welland
Het lot van Pieter de Groot trof ook de neef van Godard Adriaan, Heer van Welland (Godard Willem van Tuyll van Serooskerken). Hij kwam namens de stad Utrecht met een voorstel om de stad Utrecht te sparen. Ook hij werd afgewezen. Hij kreeg Lodewijk XIV niet eens te spreken, maar kreeg wel te horen dat een capitulatie de enige optie was. Eenmaal terug in Utrecht bleek de stad al de sleutels aan de Fransen te hebben overgedragen. Welland zat nadien ten huize van Margaretha Turnor over de gang van zaken te kniezen, omdat hij nu als verrader van de stad Utrecht gold.









