Interieur van de domkerk met heiligenbeelden en kapelletjes

De Fransen in de stad Utrecht

Dit artikel is deel 16 van 16 in de serie Rampjaar in Utrecht
Dit artikel is deel 31 van 31 in de serie Rampjaar: Hollandse Oorlog
Dit artikel is deel 4 van 4 in de serie Rampjaar: De bevolking

Tijdens de Franse bezetting bleef de vroedschap in functie, maar natuurlijk wel onder het gezag van een Franse stadscommandant, de Zwitserse kolonel Pierre Stoupa (ook wel Stoppa of Stuppa genoemd). Verder had de stad te maken met Louis Robert, de intendant, die verantwoordelijk was voor het innen van contributies en belastingen in het gewest Utrecht en natuurlijk met de hoogste militaire bevelhebber in het gewest, de hertog van Luxembourg. Er waren 30.000 duizend Franse soldaten in de stad ingekwartierd! Daarmee was Utrecht de grootste Franse garnizoensstad!

Gelukkig bleek Stoupa een betrouwbaar en redelijk man. Klachten over het optreden van Franse soldaten werden serieus genomen en soms kwam het zelfs tot ter dood veroordelingen van Franse soldaten die zich misdragen hadden. 

In een lege ruimte zijn mannen druk bezig. Twee mannen sjouwen een kist een ladder op naar een entre sol. Een elegant geklede heer en een hond kijken toe. Op de achtergrond loopt iemand met een kist de deur uit. Naast schouw staat een man op een kruk, hij probeert met een stok iets van het plafond te halen, gerookt vlees? Ook hier kijkt weer een elegant geklede man toe. Op de voorgrond ligt een trommel en ondefinieerbare spullen. Links achter zijn twee mannen in gesprek. Eén van hen rookt een pijp.
Soldaten in een garnizoen, Gerard ter Borch (I), 1633-10-22. Collectie Rijksmuseum.

Katholieke kerk

Door het eerherstel van de katholieke kerk was er natuurlijk spanning ontstaan tussen de gereformeerden en de katholieken, maar omdat de katholieken terughoudend omgingen met hun nieuw verworven vrijheden viel dat mee. Wel waren de gereformeerden absoluut niet te spreken over de katholieke inrichting van de Domkerk. Voor de katholieke eredienst werden er altaren en heiligenbeelden geplaatst en werd de preekstoel symbolisch gegeseld!

Interieur van de dom, voor het joor staan twee schilderijen, rechts staat een man in een kazuifel, voor het koor zitten kloppen en monniken geknield. Rechts achter een deur een kaper met een kruisbeeld. Op verschilldende plekken staan mensen.
Interieur van de Dom in 1672, Hendrick van Vliet, 1674. Collectie Centraal Museum, Utrecht.

Geld en plunderingen

De stad had het financieel zwaarder te lijden. Toen de Fransen het verlaten stadhuis betrokken vonden zij daar een goed gevulde stadskas. De paniek onder de regenten was zo groot geweest dat ze die vergeten waren mee te nemen. De buit, 180.000 gulden, werd onmiddellijk in beslag genomen. Maar dat was nog maar het begin. De intendant legde een maandelijks ‘contributie’ (dwangsom) op van 100.000 gulden! Daarbovenop kwamen nog de gedwongen leveranties aan het Franse leger. Door de plunderingen van het omringende platteland, de inundaties en de dwangarbeid werd het voedsel schaars. Ook was er een groot tekort aan brandstof. Bomen werden omgekapt, leegstaande huizen, ook van degenen die gevlucht waren, werden gesloopt en als brandhout gebruikt. Met name de voorsteden waren de dupe. Men keek dan ook verlangend uit naar het vertrek van de Fransen, maar dat zou nog wel even duren.

Een kistje beslagen met ijzer dat beschilderd is met acanthus bladeren en bloemen. Aan de zijkant zit een handvat, midden voor een prachtig slot. Daarnaast heeft het aan de voorkant twee sluitingen die over een oogje gaan, waar je een hangslot doorheen kunt doen.
Geldkist van de Utrechtse stadsontvanger, anoniem, zeventiende eeuw. Collectie Centraal Museum
BronnenFeiten
de Bruin, R. E., ’t Hart, P. D., van den Hoven van Genderen, A. J., Pietersma, A., & Struick, J. E. A. L. (2003). Een paradijs vol weelde. Geschiedenis van de stad Utrecht. Matrijs.p. 291 vroedschap bleef in functie
p. 292 Domkerk met altaren, conflicten gereformeerden/katholieken, zware financiële lasten
Panhuysen, Luc (2009). Rampjaar 1672, Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte. Amsterdam: Atlas Contact.p. 198 stadskas van 180.000 gulden, maandelijkse ‘contributies’ van 100.000 gulden, bezettingsmacht van 30.000 man
Van, A.J. v.d. (1968). De Domkerk in Utrecht. In: Maandblad van Oud-Utrecht, jg. 41 (1968), nr. 5, p. 45-47Inrichting van de Domkerk, vergelijking Saenredam en Van Vliet

Gerelateerde berichten

Joke de Mooij avatar