Tijdens de Franse bezetting bleef de vroedschap in functie, maar natuurlijk wel onder het gezag van een Franse stadscommandant, de Zwitserse kolonel Pierre Stoupa (ook wel Stoppa of Stuppa genoemd). Verder had de stad te maken met Louis Robert, de intendant, die verantwoordelijk was voor het innen van contributies en belastingen in het gewest Utrecht en natuurlijk met de hoogste militaire bevelhebber in het gewest, de hertog van Luxembourg. Er waren 30.000 duizend Franse soldaten in de stad ingekwartierd! Daarmee was Utrecht de grootste Franse garnizoensstad!
Gelukkig bleek Stoupa een betrouwbaar en redelijk man. Klachten over het optreden van Franse soldaten werden serieus genomen en soms kwam het zelfs tot ter dood veroordelingen van Franse soldaten die zich misdragen hadden.

Katholieke kerk
Door het eerherstel van de katholieke kerk was er natuurlijk spanning ontstaan tussen de gereformeerden en de katholieken, maar omdat de katholieken terughoudend omgingen met hun nieuw verworven vrijheden viel dat mee. Wel waren de gereformeerden absoluut niet te spreken over de katholieke inrichting van de Domkerk. Voor de katholieke eredienst werden er altaren en heiligenbeelden geplaatst en werd de preekstoel symbolisch gegeseld!

Geld en plunderingen
De stad had het financieel zwaarder te lijden. Toen de Fransen het verlaten stadhuis betrokken vonden zij daar een goed gevulde stadskas. De paniek onder de regenten was zo groot geweest dat ze die vergeten waren mee te nemen. De buit, 180.000 gulden, werd onmiddellijk in beslag genomen. Maar dat was nog maar het begin. De intendant legde een maandelijks ‘contributie’ (dwangsom) op van 100.000 gulden! Daarbovenop kwamen nog de gedwongen leveranties aan het Franse leger. Door de plunderingen van het omringende platteland, de inundaties en de dwangarbeid werd het voedsel schaars. Ook was er een groot tekort aan brandstof. Bomen werden omgekapt, leegstaande huizen, ook van degenen die gevlucht waren, werden gesloopt en als brandhout gebruikt. Met name de voorsteden waren de dupe. Men keek dan ook verlangend uit naar het vertrek van de Fransen, maar dat zou nog wel even duren.

| Bronnen | Feiten |
|---|---|
| de Bruin, R. E., ’t Hart, P. D., van den Hoven van Genderen, A. J., Pietersma, A., & Struick, J. E. A. L. (2003). Een paradijs vol weelde. Geschiedenis van de stad Utrecht. Matrijs. | p. 291 vroedschap bleef in functie p. 292 Domkerk met altaren, conflicten gereformeerden/katholieken, zware financiële lasten |
| Panhuysen, Luc (2009). Rampjaar 1672, Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte. Amsterdam: Atlas Contact. | p. 198 stadskas van 180.000 gulden, maandelijkse ‘contributies’ van 100.000 gulden, bezettingsmacht van 30.000 man |
| Van, A.J. v.d. (1968). De Domkerk in Utrecht. In: Maandblad van Oud-Utrecht, jg. 41 (1968), nr. 5, p. 45-47 | Inrichting van de Domkerk, vergelijking Saenredam en Van Vliet |









