Lodewijk XIV in de stad Utrecht

Dit artikel is deel 11 van 11 in de serie Rampjaar militair: steden en vestingen
Dit artikel is deel 6 van 6 in de serie Rampjaar: De bevolking
Dit artikel is deel 18 van 18 in de serie Rampjaar in Utrecht
Dit artikel is deel 32 van 32 in de serie Rampjaar: Hollandse Oorlog

Op 4 juli 1672 bezocht Lodewijk XIV, vergezeld door 2.000 man, waaronder 300 van zijn lijfwachten, de stad Utrecht. Lodewijk kwam vanuit Zeist, waar hij zijn tenten had opgeslagen. Het was een informeel bezoek omdat de Staten van Utrecht zich nog niet officieel hadden overgegeven.

Een grijs en wit gekleurde kaart van de stad Utrecht in de 17de eeuw, van bovenaf afgebeeld. De stad is in de vorm van een liggende rechthoek en wordt omringd door de verdedigingswallen met aan de twee korte zijden de bastions in de vorm van pijlen met een korte poot. Aan de bovenkant zijn twee pijlen, aan de onderkant een in het midden. Buiten de stad zijn vierkanten en rechthoeken van verschillende grootten getekend met verschillende soorten arceringen. Binnen in de stad vallen de twee wateren die de stad van links naar rechts doorkruisen op, Van links beginnend, stromen ze redelijk recht, vanaf het midden naar rechts wat meer naar buiten gebogen. In de stad zijn kleine rechthoeken en vierkanten getekend met daarin kleine rechthoeken, voorstellend de huizen. Iets boven het midden maakt het bovenste water een bocht om een gebouw heen.
Kaart van Utrecht, J. Bleau, 1642-1644. Collectie: Utrechts Archief. Let op: het noorden op deze kaart ligt aan de linkerkant!

Door Utrecht

Aanvankelijk reed hij over de singels van de Wittevrouwenpoort, via de Maliepoort naar de Weerdpoort. Daar wist zijn broer, Filips hertog van Orléans, hem over te halen de stad in te gaan. Hij ging door de Weerdpoort de stad binnen. Ze reden over de Oudegracht, Neude en St. Janskerkhof weer terug naar de Wittevrouwenpoort. Op de Oudegracht zou hij vreselijk bang geweest zijn dat één van de werfkelders opgeblazen zou worden terwijl hij erover heen reed.

De Dom, die weer voor katholiek gebruik gereed gemaakt was, heeft hij niet bezocht. Durfde hij misschien niet van zijn paard te stappen? Het publiek langs de kant onthaalde hem ook al niet vriendelijk. Ze riepen niet eens “Vive le roi”!

Tekening van een volgebouwde stad. Links voor ons een brug over de gracht. Rechts de werfkelders met aan de straat verschillende huizen. Naast de brug staan ook nog huizen op de werf. Io de achtergrond een kerk.
Oudegracht bij de Bezembrug, anoniem, ca. 1660. Collectie: Het Utrechts Archief.

Poging 2

Een paar dagen later, op 8 juli, reed Lodewijk XIV weer naar de Utrecht. Hij bracht een bezoek aan De Rochefort, wiens leger buiten de Catharijnepoort lag. Maar hij keerde al snel terug naar Zeist. Helaas voor Lodewijk maar gelukkig voor ons wachtte Lodewijk daar tevergeefs op het gezantschap van de Staten Generaal.

Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht op de stadswal te Utrecht uit het westen met de Catharijnepoort en -brug met daarachter de molen De Fortuin op het noordwestelijke bastion van het Vredenburg. Op de voorgrond en op de brug rijden enkele ruiters en op de achtergrond nadert een leger.
Het Franse leger nadert Utrecht bij de Catharijnepoort, onbekend, eind 17de eeuw. Collectie Het Utrechts Archief.

Vertrek

De Franse opmars was door de Hollandse waterlinie tot staan gebracht. Twee dagen later was het geduld van Lodewijk op. Hij ging terug naar Frankrijk. Maar Utrecht moest wel de lastwagens leveren om de bagage van Lodewijk en zijn hofhouding te vervoeren. Via Amerongen, Rhenen en Wageningen reisde Lodewijk naar Arnhem om van daaruit de Republiek te verlaten.

Vier ruiters te paard, twee aan twee. De voorste twee paarden zijn vervelend: één bokt naar de paarden erachter en één staat overwars op de rijrichting. De ruiters zijn elegant gekleed met hoeden met veren, capes en kragen.
Ruiters in de garde van de kanselier, François Chauveau, 1660-1676. Collectie Nationalmuseum Zweden.

Gerelateerde berichten

Joke de Mooij avatar