De oorlog en de machtsomwenteling in de Republiek hadden ook grote invloed op de steden die achter de waterlinie zaten. Overal moest de bevolking omgaan met de onzekerheid die bij zo’n machtsomwenteling hoort. Daarnaast was er ook de dreiging van de aankomende Franse invasie. In verschillende steden rommelde het onder de bevolking, bijvoorbeeld in Gouda, Leiden en Delft. Zelfs in Dordrecht, de thuisbasis van de gebroeders De Witt, veranderde de stemming. In Dordrecht werd eind juni 1672 een oranje vlag uit een kerktoren gestoken met een witte vlag daaronder, waarop stond:
Oranje boven en Wit onder
Die ’t anders meent, dien sla de donder.
Amsterdam is een mooi voorbeeld van hoe de bevolking om ging met de onzekerheid, de dreiging, de machtsverhouding en met elkaar.
Vluchtelingen
In Amsterdam krioelde het van de vluchtelingen uit de provincies ten oosten van de waterlinie. Nadat Lodewijk op 12 juni de Rijn was overgestoken, waren velen naar het veilige Amsterdam gevlucht. Veilig, want Amsterdam had als één van de weinige steden zijn verdediging op orde. De stadsmuren waren in goede staat, er stonden drieduizend kanonnen op de wallen en de burgemeesters hadden zes extra schutterscompagnieën opgericht.
Ook Margaretha was naar Amsterdam gevlucht. Zij schreef aan Godard Adriaan:
Het is ongelooflijk hoeveel mensen hierheen zijn gevlucht, men zou zeggen dat de stad hen onmogelijk allemaal kan bergen.
Gezinnen zaten met hun hele hebben en houden op straat. Maar was Amsterdam wel zo veilig? Net als in de andere steden zat de vijand ook van binnen. De mensen gingen de straat op en riepen dat het land verraden was en dat de regenten het verkocht hadden aan de Fransen. Weliswaar had Amsterdam de boel meer onder controle dan in andere steden, maar voor hoelang? De sfeer werd steeds grimmiger. Margaretha hoorde in haar huis aan de Nieuwe Herengracht de brullende meutes voorbij trekken.

Strijdpunten
Tijdens de opstanden waren er twee punten die met elkaar verweven steeds terugkwamen:
- wie heeft macht (de aanhangers van de vermoorde gebroeders De Witt of de aanhangers van de Prins van Oranje)
- wie werkt er samen met de Fransen
In veel Hollandse steden, dus ook in Amsterdam, zaten de regenten die tot het kamp van de gebroeders De Witt gerekend werden, stevig in het zadel. Door middel van pamfletten werden de verschillende meningen verspreid in de steden. Praktisch ging de strijd vaak (ook) om de sleutels van de stad.

De vijand en de prins
De waterlinie had in juni 1672 de vijand weliswaar tot staan gebracht, maar de angst en woede bleven toenemen. De woede richtte zich vooral op de regenten. Zij leken niet veel te lijden te hebben gehad van de inval. Met name de regenten die op de hand van Johan de Witt waren, kregen het zwaar te verduren. Zij waren de grote verraders, de uitwassen van het kwaad. Het stadhuis was al verschillende malen bestormd en eenmaal zelfs kortstondig bezet geweest.
De burgemeesters besloten ten einde raad prins Willem uit te nodigen voor een bezoek aan de stad. Officieel zeiden ze dat ze met hem wilden overleggen over de verdediging van de stad, maar het was volkomen duidelijk dat ze probeerden de banden met Willem aan te halen in een poging het volk te kalmeren en te laten zien dat ze aan de goede kant, dus aan de kant van de prins, stonden.

De prins in de stad: verzachting of olie op het vuur?
Op 12 augustus kwam Willem de stad Amsterdam binnen. Er volgden drie dagen van plechtigheden. Hij werd door uitzinnige menigten toegejuicht. Maar het volk was niet door zijn optreden tot bedaren gebracht, in tegendeel. Nu was het hek van de dam. Joelende menigten trokken over de grachten, de naam van de prins brullend en met Oranjevlaggen zwaaiend. Op 6 september werd zelfs het huis van de zeeheld, Michiel de Ruyter, belegerd omdat ook over hem kwade geruchten de ronde deden. Hij zou de vloot aan de vijand hebben verkocht!

Macht voor de gilden
Eind augustus dreigde er zelfs een omwenteling in de stad. Pamfletten kwamen in omloop waarop te lezen stond dat de positie van de gilden en de lagere standen versterkt moest worden ten opzichte van de burgemeesters. De Amsterdamse burgemeesters vroegen Willem om orde op zaken te komen stellen. Maar hij zei dat ze het beste het volk hun zin konden geven.
Winst voor Willem
Op 28 augustus werd de prins door de Staten van Holland gemachtigd alle regenten te vervangen door eigen beschermelingen. Op 10 september werden tien leden van het vroedschap vervangen, voornamelijk mannen die bekend stonden als vrienden van Johan de Witt. Maar aan de wensen van het volk om de positie van de gilden en de schutters te verbeteren werd geen gehoor gegeven. Daar waren de regenten en Willem het over eens. Niet teveel macht aan het volk.

| Verder lezen |
|---|
| Marjolein Overmeer. Ooggetuigen van het Rampjaar. Op: Geschiedenis van Zuid-Holland. |
| Max Trommelen (2022). De Staatsen of de Orangisten. Op: Mijn heer en lieste hartge; De brieven van Margaretha Turnor. |
| Merle Lammers (2022). Pamfletten: vileine geschriften en blauwe boekjes. Op: Mijn heer en lieste hartge; De brieven van Margaretha Turnor. |









