Begin augustus toen Johan de Witt weer op de been was na de mislukte aanslag op zijn leven, bezocht hij prins Willem III om hem te feliciteren met zijn stadhouderschap. Volgens Emanuel van der Hoeven heeft Johan de Witt zijn voornemen om af te treden met Willem besproken en heeft Willem nog geprobeerd hem over te halen om aan te blijven als stadhouder. De Witt schijnt geantwoord te hebben dat het volk hem te veel haatte.

Ontslag
Op 4 augustus 1672 diende Johan de Witt zijn ontslag in. Hij was tot de conclusie gekomen dat het geen zin meer had aan te blijven nu de prins aan de macht was en het volk hem haatte. Met de volgende woorden vroeg hij zijn ontslag aan bij de Staten van Holland: “Nadat deze calamiteiten en subite desastres de gemoederen van de gemeente en van alle inwoners van het land, naast een algehele schrik tevens een sinister impressie van haar regenten heeft doen opvatten, en in het bijzonder van diegene die buiten elk bestuur heeft gestaan … “. Met dat laatste bedoelde hij zichzelf. Dat was natuurlijk wel flink bezijden de waarheid!
Willem III en het ontslag
De Staten van Holland verleenden hem eervol ontslag, maar Willem III zorgde er persoonlijk voor dat Johan de Witt geen eervol ontslag kreeg. Ook het verzoek van Johan de Witt om toe te treden tot de Hoge Raad, dat door de Staten van Holland ingewilligd was, voorkwam Willem III door het te traineren. Eerst vroeg hij om mee te mogen stemmen over het lidmaatschap, vervolgens werd de stemming steeds uitgesteld omdat de prins belangrijker zaken te doen had.

De opvolger: Gaspar Fagel
De opvolger van Johan de Witt was Gaspar Fagel. Fagel had de tijdgeest beter aangevoeld dan Johan de Witt. Samen met de Amsterdamse burgemeester Gillis Valckenier had hij het Eeuwig Edict (1667) bedacht. Zij waren vertegenwoordigers van een groep regenten die een gematigder geluid wilden laten horen. Niet alleen vonden zij dat Johan de Witt wel erg aan het pluche gehecht was, maar ook zagen ze in de prins van Oranje, die intussen 17 jaar was, iemand die boven de partijen, de staatsgezinden en de oranjegezinden, kon staan.
Een niet te verwaarlozen factor daarbij was natuurlijk dat het volk en masse voor de prins van Oranje had gekozen. Fagel was ook degene die de prins had aangeraden de brief die koning Charles (Karel) II aan Willem had geschreven, openbaar te maken. In deze brief schreef Charles dat hij zijn neef een warm hart toedroeg en dat de staatsgezinde regenten schuldig waren aan de oorlog met Frankrijk. Olie op het vuur dus!
Aanstelling
Op de ochtend van de moord op de gebroeders De Witt, op 20 augustus 1672, werd Gaspar Fagel aangesteld als raadspensionaris van Holland en daarmee de opvolger van Johan de Witt, één van Nederlands grootste staatslieden.










