Enkele maanden na de benoeming van prins Willem III tot kapitein-generaal voor één veldtocht besloten de Staten van Holland op 4 juli 1672 om hem als stadhouder aan te stellen. Op 9 juli legde hij de eed af. Een paar dagen later stelden de Staten Generaal prins Willem III aan als permanente kapitein-generaal. Er was een enorme volksmassa op de been toen Willem III in Den Haag aankwam. Een groep ruiters moest voor hem een doorgang forceren. Pamfletschrijvers wijdden er vele mooie woorden aan zoals: ‘Oranje rijst weer op, recht als een middagzon!’

Roep van het volk
Het zat natuurlijk al een tijdje in de lucht. Het volk begon steeds luider om een Oranje te roepen. In Utrecht was het volk zelfs aan de macht gekomen en had de stadssleutels in handen gekregen. Uiteindelijk begon in Dordrecht de victorie. Op 24 juni1672 greep ook daar het volk de macht. Zij dwongen hun regenten tot het afzweren van het ‘Eeuwig Edict‘, waarin destijds de Staten van Holland, op voorspraak van raadspensionaris Johan de Witt, besloten hadden het stadhouderschap af te schaffen. Ook Cornelis de Witt, regent in Dordrecht, werd gedwongen het Edict te herroepen. De vonk sprong over naar de andere steden, er was geen houden meer aan.
Zeeland
Op 16 juli benoemde ook Zeeland hem tot stadhouder. Dit maakte een einde aan het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. In 1674 zou het stadhouderschap in Holland, Zeeland en Utrecht zelfs weer erfelijk verklaard worden. De Oranjes zaten weer op hun troon!










