Na de mislukte aanval op Naarden beginnen de Fransen de stad Woerden te versterken. De Staatse generale staf denkt hier mooi gebruik van te maken en maken plannen voor een groot offensief. Een vloot zou Naarden als afleiding onder vuur nemen, terwijl een leger het werkelijke doel omsingelt: Woerden. Op 11 oktober is het zover: drie legeronderdelen komen samen nabij Woerden. Willem III en zijn troepen komen vanuit het westen van de waterlinie op de stad af. De graaf van Hoorne met leger komt vanuit het zuiden uit Goejanverwellesluis. Graaf Frederik van Nassau-Zuylestein komt vanuit het oosten en heeft de opdracht om de Rijndijk te bezetten en te versterken tegen een vijandelijke aanval.

De praktijk
Helaas was het de Staatse troepen niet gegeven. De aanvallen van Hoorne en Willem III stokken en de stad is nog steeds niet ingenomen op 12 oktober. Luxembourg was op het moment dat de aanval ingezet werd in de buurt van Naarden, maar zag een wachtvuur vanuit Woerden. In alle haast rukte Luxembourg op naar het zuiden en stuitte op de verschansingen van Van Nassau-Zuylestein. Een eerste, directe Franse charge werd afgeslagen, maar een tweede Franse aanval, uitgevoerd met een omtrekkende beweging, brak door een zwak punt in de verschansing. Zo begon in de nacht van 12 oktober een bloedbad waarin o.a. de graaf van Nassau-Zuylestein het leven liet. De troepen van Hoorne en Willem III slaagden er wel in om terug te trekken. Aan het einde van de veldslag blijken zo’n 600 Staatse en zo’n 2.000 Franse troepen gestorven te zijn. De Franse behaalden een dure overwinning.

Van Reede van Ginkel op een tweede front
Godard van Reede van Ginkel was niet aanwezig bij de slag om Woerden zelf, maar streed samen met zijn commandant Louvigny iets verder stroomafwaarts bij Vreeswijk-aan-de-Vaart. Ze hadden een vloot uitleggers bij zich, platbodems voorzien van kanonnen, die op het lage water konden varen. De herovering van Woerden en Vreeswijk zou betekenen dat de Staatse troepen in een goede positie kwamen om Utrecht te heroveren. Dat gebeurt helaas niet. Van Ginkel wilde de aanval doorzetten, maar Louvigny vond dit te riskant. Het bleef bij het vernietigen van de verdedigingswerken aldaar.
Godards moed en doortastendheid wordt wel opgemerkt. Hij wordt hier ook voor beloond: Willem III omhelst hem en spreekt lof uit voor Godards ‘goede directie en genereuze actie’ tijdens het gevecht. Ook benoemt hij Godard tot Eerste Brigadier. Moeder Margaretha staat er nuchter in: “als men hem geen mercke ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe.” Ze vindt de beloning veel te mager.

| Verder lezen | |
|---|---|
| HUA1001.2722 Brieven van Margaretha aan Godard Adriaan 1667-1672 | 18 oktober 1672: Quote over goede directie en genereuze actie (blog over deze brief) 24 oktober 1672:Benoeming tot Eerste Brigadier en quote daarover (blog over deze brief) |









