In het voorjaar van 1673 zag men in Zweden met stijgende bezorgdheid dat de Franse troepen Duitsland binnentrokken. Mocht het met de Duitsers tot een treffen komen, dan diende Zweden de Zonnekoning te hulp te komen. Dat was Frankrijk in 1672 met Zweden overeengekomen, in ruil voor een vorstelijk bedrag. In Zweden zagen ze de bui al hangen. Om een inzet van hun troepen te voorkomen, namen ze het initiatief om een vredesconferentie te organiseren. Tot verbazing van iedereen was Frankrijk bereid om daaraan deel te nemen. Daardoor moest bondgenoot Engeland ook aanschuiven. En natuurlijk namen ook de Hollanders deel.

Diplomaten uit de Republiek
Lodewijk en Willem hadden allebei eigenlijk geen zin in vrede. Willem III stuurde erop aan dat er alleen onderhandeld zou worden over een anti-Frans blok met de keizer en de Spanjaarden. Eigenlijk zou Coenraad van Beuningen voor de Republiek naar Keulen gaan, maar hij wilde echt vrede. Daarom gaf Willem III de voorkeur aan Hieronymus Van Beverningk.

Franse strategie
Gezien alle tegenslagen was voor Lodewijk XIV het einde van de Hollandse Oorlog bespreekbaar, zij het dat duidelijk moest zijn dat de Republiek de grote verliezer was. Hij zette dan ook direct de toon door niet te accepteren dat Frederik van Reede van Renswoude (zoon van Johan van Reede van Renswoude) deel zou uitmaken van de Hollandse delegatie onderhandelaars. Hij kwam immers uit Utrecht en dat maakte hem volgens Lodewijk een Frans onderdaan, dus kon hij niet voor de Republiek onderhandelen.
De Franse gezanten hadden de opdracht om alleen met de Hollandse delegatie te onderhandelen en niet met de keizer of de Spanjaarden. Bernhard van Galen werd door de Fransen niet betrokken bij de onderhandelingen en stond dus buitenspel.
Quadruple Alliantie
De vredesconferentie vond plaats in Keulen. De Fransen eisten afstand van de Generaliteitslanden en zes miljoen oorlogsschatting. De Engelse vredesvoorwaarden betroffen vooral het veiligstellen van hun handelsbelangen. Deze eisen waren zo hoog, dat na de eerste zittingsronde de Hollandse onderhandelaars onder leiding van Beverningk terugkeerden naar Den Haag voor nadere instructies. Eerst na twee maanden keerden ze terug aan de onderhandelingstafel. Dat ze geen haast hadden had alles te maken met een geheim overleg met Spanje en de Duitse keizer. De Republiek sloot met hen en de hertog van Lotharingen een verdrag, de Quadruple Alliantie geheten, waarin overeengekomen werd dat Spanje en de Duitse keizer met een leger zouden optrekken naar de Rijn, het Franse leger tegemoet.

Tweede ronde
Met deze wetenschap op zak reisden de Hollandse diplomaten terug naar Keulen. Daar wezen ze de Franse eisen af. Er werden nog een aantal voorstellen en tegenvoorstellen besproken, maar tot vrede hebben ze niet geleid. In februari 1674 gingen de onderhandelaars definitief naar huis.
Nog een schaduwoverleg
Ondertussen had Beverningk in het uiterste geheim met de Engelse onderhandelaar gesprekken gevoerd over vrede. Onder druk van het Engelse parlement was Karel II ondanks het verdrag van Heeswijk, bereid hierover afzonderlijk met de Republiek te onderhandelen.
De Keulse Vredesconferentie leverde ons land geen vrede met Frankrijk op, maar had door de Quadruple Alliantie wel tot gevolg dat de Hollandse Oorlog zich voortaan buiten onze landsgrenzen afspeelde.










