Het is in de nazomer van 1673. De Quadruple Alliantie is in augustus getekend. De tegenstand tegen Frankrijk groeit. Na een windstille en een stormachtige aanval op Naarden is het de vraag wat te doen. Gelukkig heeft Willem III een plan en dat begint in Utrecht.

Een list
Hertog maarschalk Luxembourg vertrekt in september uit Utrecht richting Tiel, omdat hij in die buurt een aanval verwacht, helemaal volgens het opgezette plan van Willem III. Dat plan bestond uit een afleidingsmanoeuvre waarbij veldmaarschalk Van Ginkel een aanval lijkt te gaan doen op de vesting Grave in Noord-Brabant. De Prins van Oranje trekt op datzelfde moment met een groot leger via de Waterlinie naar Naarden. De Franse commandant Dupas laat vuren branden op de kerktoren in Naarden als roep om hulp aan Luxembourg in Utrecht. Maar Luxembourg is er niet… Niet veel later wordt Naarden succesvol bestormd door de mariniers van Palm. Helaas raakt kolonel Palm zelf, met zijn twee zonen, zwaar gewond.

Drie maal is scheepsrecht
Op 13 september wordt de vesting Naarden eindelijk heroverd door Spaanse, Duitse en Staatse troepen. En ook Van Ginkel is er bij. Hij had zich met zijn leger gehaast om het ontzet van Naarden mee te kunnen maken.
Vanuit Utrecht was er geen tegenactie gekomen. Gouverneur Stoupa heeft later verklaard dat de overmacht te groot was om te hulp te kunnen komen.
Tot slot
De overwinning van Naarden gaat de geschiedenis in als De Berenning van Naarden. Dit moment wordt door historici als een keerpunt gezien. En inderdaad, de Fransen beginnen hierna de bezette steden te ontruimen en trekken terug naar het zuiden.
Onze heer Van Ginkel was er als cavaleriehoofdman bij geweest. Hij schreef een paar dagen later vanuit Amsterdam aan zijn vader dat het alles bij elkaar twaalf dagen had geduurd en dat hij nooit meer dan drie uur achter elkaar had geslapen. Van Ginkel was bijzonder te spreken over de acties van de mariniers: “Zij hebben het ongemeijn wel gedaen!” Gelukkig voor de mannen, waaide de wind deze keer uit de goede hoek. Het verbaasde Van Ginkel dat de Fransen geen uitval hadden gedaan. Ze waren met drieduizend man en hadden honderd uitstekend uitgeruste paarden!
“Ik vertrek zo aanstonds weer naar het leger” aldus eindigde zijn brief.

| Verder lezen |
|---|
| Pikkemaat, Guus (2005). Godard Baron van Reede-Ginkel; Een briefschrijvende officier bij de herovering van Naarden in 1673. Tijdschrift Vecht en Eem, jaargang 23 no 3., pp. 153-166. |









