Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar
  • 3
    Onbekend