De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Reizen

De beste paarden staan op stal

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 december 1679
Lees hier de originele brief

Margaretha is al helemaal gewend aan de nieuw gehanteerde kalender; ze noteert nog slechts één datum bovenaan haar brief. Waar ze haar vorige brief nog met de Duitse post heeft gestuurd, kiest ze nu weer voor de diensten van Franco Bisdomer. Veel heeft ze echter niet te vertellen, dus het wordt een relatief korte brief.

Aanhef en brieffragment over post

Ameronge den
8 deesem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 27 novem wt minde heb
ick voorleedene dijnsdach met de duijtse
post noch beantwoort, nu gaet dees weer
met bisdomer[, het grauwe koetspaert]

Gravure van een man met een postzak onder zijn arm. Hij draagt een hoef met een brede zak en een cape die een sluiting heeft met drie kruisen (als het wapen van Amsterdam?). Achter hem loopt een man met een kruiwagen met daarop een kist en een zak langs een los staande bel. Daarachter zijn de masten van schepen te zien. Links op de achtergrond een klein gebouw waar een man een brief in een kist tegen de muur stopt.
Postiljon, Casper Luyken, 1698. Collectie Rijksmuseum.

Het grauwe koetspaard

Het paard waar Margaretha al een aantal keer over geschreven heeft, is inmiddels van Utrecht naar Amerongen gebracht. Volgens ‘de meester’, vermoedelijk de stalmeester, zou het paard best op reis kunnen. Maar Margaretha is het niet eens met zijn oordeel; het been van het dier is nog hartstikke dik en gezwollen. Ze denkt dat het geen goed idee is. Conform de wens van haar echtgenoot, houdt ze het dier voorlopig in Amerongen en laat ze het zo goed mogelijk verzorgen.

Brieffragment grauwe koetspaard

[met bisdomer,] het grauwe koetspaert
is van wttrecht hier gebrocht en hoewel beuse
kom schrijft dat de meester die daer over
gegaen heeft seijt dat men het sou konne
versende so weet niet oft bequaem is
want het been noch seer dick en geswolle
met doecke bewonden is, ick salt vol
gens uhEd ordere hier houde en so veel
laete koestere als doenlijck sal sijn

Een paard, ingespannen voor een koets, drinkt uit een emmer op de grond. Van de koets zien we net de voorste willen.
Drinkend paard met koets, Ferdinand Laufberger, 1864. Collectie Museum angewandte Kunst, Wenen.

Bestemming bereikt?

Margaretha hoopt dat Godard Adriaan bijna op zijn bestemming is aangekomen; ze hoopt snel te horen of hij inderdaad in Berlijn is gearriveerd.

Brieffragment reis naar Berlijn

[en verswackt seer,] ick hoope uhEd
nu sijn swaerste reijs sal voltrocken hebbe
ende nu haest te berlijn sijn het welcke ver
lange te hoore[, hier konne wij met dit vochte]

Heuvellandschap met gezicht op een rivier of meer in een vallei. Op het water zeilen boten. Op de heuvels staan kerken en kastelen. Op de voorgrond gaan mensen te paard en te voet over een weg.
Landschap, Joost de Momper (II), 1585-1635. Collectie Rijksmuseum.

Huis en goed

Door het natte weer is de grond te drassig om aarde uit de boomgaard te vervoeren. Gelukkig konden de metselaars wel aan de slag; ze zijn nu begonnen aan de vloeren in de kelder onder de voorburcht. Waarschijnlijk is dit werk aanstaande dinsdag klaar. Vervolgens zullen ze beginnen aan het aanleggen van de riolering in het brouwhuis, de stal en het washuis. Het in één zin noemen van het brouwhuis, de stal en het washuis, is niet zo vreemd. Op landgoederen werden de ruimtes voor het brouwen van bier en het wassen van kleding en overig textiel vaak onder hetzelfde dak gebouwd. Ze hadden immers vergelijkbare voorzieningen nodig: veel water, grote kuipen, kookketels en een stookplaats.

Eerste brieffragment werkzaamheden
Tweede brieffragment werkzaamheden

[lange te hoore,] hier konne wij met dit vochte
weer niet noch geen Aerdt wt den boogaert
rijden, de metselaers sijn aent legge

vande vloere inde kelders ondert voorburch
daer geloofve dats en dijnsdach toekoome
nde sulle gedaen hebbe, en dan aent
maecke van reeijoolle1riolen int brouhuijs
de stal ent washuijs gaen[, daermee]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

De sollicitant

Joan Carel Smissaert heeft wederom een brief gestuurd. De sollicitant wil graag weten of hij nog kans maakt op de felbegeerde positie van rekenmeester. Margaretha zal zijn brief doorsturen aan Godard Adriaan, zodat hij kan bepalen of hij Smissaert de positie gunt of niet. Laat het maar weten, schrijft Margaretha, dan regel ik de rest wel.

Brieffragment over de brief van Smissaert

hier meede neffens gaen Een meesiefve
vande heere smitser die seer verlanckt
te weeten of hij noch hoop tot het
bewuste Amt heeft, versoecke
mij maer door Een letterken te schrij
hoet daer meede bij uhEd leijt salt
naer deselfs gevalle wel meenaes
geer, en blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Zittend portret van een slanke jonge man met een wit hemd en daarover een zwart jak. Hij draagt een zwarte, brede muts. Hij leunt met zijn linker arm op een lessenaar waarop een stapeltje papieren met handschrift ligt. Voor de papieren een opengevouwen blaadje. Op de tafel naast de lessenaar een inktpot en een brief die opengemaakt is. In zijn rechter hand heeft hij een pen van een veer.
Afbeelding van een jonge man, mogelijk Matteo Sofferoni, Fraciabigio, 1522. Collectie Gemäldegalerie, Berlijn.
  • 1
    riolen

De stilte wordt doorbroken

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 februari 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 februari 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft al een poos geen brieven ontvangen van haar geliefde Godard Adriaan. Net zoals de schrijfsters van deze blog is het Margaretha ook niet helemaal duidelijk waarom ze niks van hem ontvangt, maar ze gist wel naar verklaringen. Ze geeft aan er bij de laatste twee postmomenten geen brieven van Godard Adriaan bij zaten. Het laatste bericht wat ze heeft gekregen is de brief die Godard Adriaan heeft geschreven op 13 februari geweest.

Aanhef brief

Ameronge den 
24 febrijwa 1677 
[rec 1 marti]

Mijn heer en lieste hartge 
met de twee laeste poste heb ick geen briefve va 
uhEd gehadt so dat de laeste is vande 13 deeser 
geweest, [deesen dach heb ick wt de korante] 

Waar blijven al die brieven toch?

Voordat Margaretha in de pen is geklommen heeft ze de krant gelezen. In de krant van vandaag heeft Margaretha gelezen dat Godard Adriaan samen met de heer Poul van Klingenberg1Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein naar het zuiden zal reizen om met de keurvorst van Brandenburg te spreken. Als het klopt wat Margaretha in de krant heeft gelezen, vermoedt ze dat Godard Adriaan haar niet heeft kunnen schrijven vanwege het reizen.

Brieffragment Godard Adriaan op reis

[geweest,] deesen dach heb ick wt de korante
gesien dat uhEd neffens den heere klinen=
berch naer minde soude gaen om met den 
heere keurvorst van brandenburch te spreecke 
so dat waer is, soude het selfve wel oorsaeck
konne weese dat uhEd met de laeste post 
niet heeft geschreefve, [ick heb uhEd voor] 

Margaretha heeft duidelijk behoefte aan contact met haar man, ze schrijft dat ze afgelopen zaterdag nog een brief heeft verstuurd en wel via de Amersfoortse post. Ook op de 22ste heeft ze een brief de deur uit gedaan en die ging via de Haagse post. De brieven waar Margaretha naar verwijst zijn helaas niet in de archieven terug te vinden. Wie weet zijn ze ook nooit bij Godard Adriaan aangekomen.

In een chique interieur zit een dame weggezakt op een stoel aan een tafel. Op de tafel staan schrijfspullen en ze heeft nog een ganzenveer in haar hand. Achter haar staan een man en een vrouw om haar te helpen. Links staan twee heren. De voorste heeft zijn handen gevouwen en kijkt naar beneden. De achterste kijkt ons aan en lijkt te glimlachen. Hij heeft zijn wijsvinger bij zijn mond.
Dame raakt buiten bewustzijn tijdens het schrijven van een brief, Reinier Vinkeles (I), 1779. Collectie: Rijksmuseum.

Plannen van Willem III

In die laatste brief heeft ze uitgebreid beschreven dat zijne hoogheid Willem III zondag bij is komen eten en wat er toen is besproken, want dat benoemt ze nu nogmaals. Waarschijnlijk is Willem III die week naar Groningen vertrokken, om via een omweg in Kleef met de keurvorst te spreken.

Eerste brieffragment over Zijn Hoogheid
Tweede brieffragment Zijn Hoogheid

=teert op den haech heb gesonde waer in ick 
schreef dat sijn hoocheijt die voorleeden 
sondach hier bij mij heeft gegeeten naer

gardunine2We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn is met intensie so geseijt wort om 
int weer om koome tot kleef den heere 
keurvorst te ontmoete of te vinde ,

Leger

Willem III heeft aangegeven aan Margaretha dat hij binnen twee weken weer terug zal komen en dan ook een beslissing zal maken of hij ten oorlog trekt. Margaretha denk dat het door de kou en de wintermaanden het lastig zal zijn om een heel leger, zowel te voet als te paard, te verzamelen. Vooral de cavalerie zou het in deze tijd van het jaar lastig hebben. Waarschijnlijk was zoon Godard ook bij het etentje, want hij is al aan het kijken hoe waar hij paarden kan krijgen. Gelukkig heeft hij nog die paarden van Blanche, mocht het zover komen.

Brieffragment over het verzamelen van het leger

vals sijn hoocheijt nu weer komt hetwelck 
hij meende binne veertiendaege te sijn 
maeckt hij staet so selfs seijde naer 
de kampange3campagne: de tijd dat een leger te velde is te gaen, dat alt krijs 
volck4krijgsvolk so wel te voet als te paer seer 
qualijck sal koomen so vroech int ijaer 
insonderheijt5inzonderheid: vooral de ruijterij, de heer van 
ginckel is geluckich dat hij die paerde 
van blansche6Isaäc de Blanche heeft [men seijt de paerde] 

Op een zwart paard dat naar rechts stapt zit een man met een hoed met veren, een lange jas en korte laarsjes met flinke sporen. Hij heeft zijn rechthand in zijn zij en de teugels in zijn linker hand. Op de achtergrond wordt een veldslag gevoerd. Onder de prent staat: Wilhelm Henrick. Prins van Orange en Nassau etc:
Ruiterportret van Willem III, prins van Oranje-Nassau, Jan Luyken, 1685. Collectie Rijksmuseum.

Uitgeschreven

Margaretha weet niet wat ze nog meer moet melden. Het zal waarschijnlijk allemaal in de brieven staan die ze eerder deze week heeft geschreven. Toch wil ze Godard Adriaan laten weten dat alles goed gaat in Amerongen. Als afsluiting nog een opmerking over het gure koude weer, maar ja het is winter dus het zij zo.

Eerste brieffragment alles gaat goed en vuil weer
Tweede brieffragment alles gaat goed en vuil weer

[sijn,] ick weet van hier niet te schrijfe
daer om dees maer is om te segge dat
hier noch alles de heere sij gedanckt
wel is, wij hebbeier meest alledaech
heel vuijl weeren somtijt Een nacht

wat vorst tis noch winter t moet wat doen,

hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff

M Turnor

In een landschap met rechts een rivier staat een huis met daarnaast een grote ronde oven die rookt. Links op de rivier twee mensen in een roeibooitje. De roeier moet hard zijn best doen om vooruit te komen, de ander zit weggedoken in zijn jas. Op het pand langs de rivier lopen wat mensen, bij één van de zeilschepen die aan de kant ligt wordt vracht gelost. De bomen buigen vervaarlijk naar links en ook de regen heeft duidelijk last van de wind.
Landschap met kalkoven bij regen, Jan van de Velde (II), 1603-1641. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein
  • 2
    We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn
  • 3
    campagne: de tijd dat een leger te velde is
  • 4
    krijgsvolk
  • 5
    inzonderheid: vooral
  • 6
    Isaäc de Blanche

Afscheid

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 september 1671 Middachten
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 september 1671
Lees hier de originele brief
Dit is de eerste brief waar Godard Adriaan een ontvangstdatum op zet.

Margaretha heeft afscheid genomen van Godard Adriaan, hij is op weg voor zijn nieuwe missie naar Duitsland. Ze heeft hem naar Wesel gebracht en op de terugweg wordt ze door deze en gene aangesproken die wil dat ze nog even langs komt. In Rees logeert ze bij ene commisaris Lobbrecht1Waarschijnlijk Cornelis van Lobbrecht.

Zicht op Wesel, Links een grote kerk met daaromheen bebouwing. Buiten de wal staan ook nog wat huizen. Rechts een bastion met op de wal een molen.
Wesel vanuit het zuidwesten, Hendrik Feltman, ca. 1650. Collectie Museum Kurhaus Kleve.

Familieroddels

Margaretha zou graag door reizen, maar het weer is slecht. Dus zijn ze een dag langer in Rees gebleven en hebben daar neef Adolph van Oostrum bezocht. Naar onze begrippen zouden we Adolph geen neef noemen. Voor de liefhebber: zijn overgrootmoeder (Maria van Reede) was een dochter van de overgrootvader van Godard Adriaan (Goert van Reede van Saesfelt) van Godard Adriaan. Hij was ook een kleinzoon uit het eerste huwelijk van de derde vrouw (Catharina van Merveld) van Godard Adriaans grootvader (Frederik van Reede). In de culturele antropologie zou je zeggen dat deze ‘neef’ tot de clan behoorde.

Er hangt overigens nog een saillant verhaal aan de ouders van deze neef: zijn moeder, Catharina de Wael zou eigenlijk met de vader van Ursula Philippota (Reinier van Raesfelt) trouwen. Het huwelijk ging niet door, omdat Catharina op weg naar het huwelijk geschaakt werd door haar geliefde, Johan van Oostrum. Ursula Philippota is inmiddels de schoondochter van Margaretha.

Eerste brieffragment over vertraagde reis door het weer
Tweede brieffragment over vertraagde reis door het weer

ick meende sanderendaechs te ver=
= trecke maer derfde door de groote
tempeest en onweer ons niet op de reijs
begeefve, aeten dien Middach bij ons neef
van gerfverskop2Adolph van Oostrum , savonts brocht
tense haer spijs te saeme int huij van
lobrecht daer wij doen aeten, en gistere
avont hier gekoome sijn, mosten
bij Dieren om rijde om dat de pont
bruch voor doesburch doort onweer

teenemael is gaen drijfve, het was dien
dach Een noot weer daer ick vreese
men noch van sal hooren, en ben niet weijn
met uhEd bekomert geweest ver
lange seer te hoore hoe deselfve is over
gekoome, [wij quame al reedelijck sterck]

Op een landweg loopt een herder met drie koeien en zijn hond richting een boerderij. De bomen buigen onder de wind.
Landschap met naderend onweer, Jan Baptiste De Jonghe, 1800 – 1844. Collectie Rijksmuseum

De schipbrug

Bij Doesburg had Margaretha de ‘pontbrug’ bij Doesburg willen nemen om bij Kasteel Middachten te komen. Maar, schrijft Margaretha, de brug was gaan drijven door het onweer. Een oversteek per boot bij rivieren was gevaarlijk en bruggen waren er weinig. Bij een smalle rivier die veel in hoogte kon wisselen, werden schipbruggen aangelegd. Bij een schipbrug staan de pijlers van de brug op schepen en drijft de brug dus eigenlijk. Zulke schipbruggen vond je veel op de IJssel, bijvoorbeeld bij Arnhem en bij Deventer. Met zwaar weer kon een dergelijke brug natuurlijk makkelijk los slaan en wegdrijven.

Op de voorgrond een rivier. Links een dorp met huizen, een kerk en een molen. Over de rivier ligt een brug. Het deel het dichtst bij het dorp is een ophaalbrug. Meer naar rechts steunen de pijlers van de burg op bootjes. Aan de kant van het dorp zijn wat schepen aangelegd. Op de rechter oever een fisser en een wandelaar.
Gezicht op Doesburg, de schipbrug (ophaalbrug) over de IJssel, anoniem, 1700-1800. Collectie Gelders Archief.

De Hertog van Lotharingen

Tijdens het oponthoud in Rees is Margaretha ook nog een bekende tegen gekomen die bij de Hertog van Lotharingen (Karel IV) geweest was. Hij zei dat het een fraai heerschap was en dat Godard Adriaan hem wel zou mogen. Kennelijk zei deze persoon nog meer over de hertog, maar dat durfde ze haar pen niet toe te vertrouwen. Wie weet wie er mee leest. Karel IV had geen al te beste reputatie.

Brieffragment over de Hertog van Lotharingen

[gemoete sal sien,] te rees sprack
ick den heere frens die van keulle
quam daer hij den hartooch van
looterine had gesproocke die hij
seijt Een seer fraeij heer te sijn en
gelooft uhEd wel sal aenstaen,
voort derf ick de pen dit mael
niet meer vertrouwe niet weeten
=de of dees ter hande sal koome

  • 1
    Waarschijnlijk Cornelis van Lobbrecht
  • 2
    Adolph van Oostrum

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén