De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Proviand

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip

Vreedzame harten

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 maart 1677
Lees hier de originele brief
Margaretha schrijft creatief deze keer. Ze schrijft altijd op een blad dat ze open vouwt. Als ze denkt dat ze niet veel te schrijven heeft, schrijft ze de tweede pagina op de rechterkant van het papier en dan sluit ze daar of op de achterkant af. Dit keer doet ze dat ook, maar ze bedenkt zich, ze gaat verder op de linkerkant, maar dan overdwars. De laatste paar regels op de achterkant schrijft ze ook overdwars. Dat doet ze wel vaker. Niet vaak, maar niet nooit...

Wat Margaretha verwachtte gebeurt: door het Franse offensief in de Spaanse Nederlanden vergeet Zijn Hoogheid helemaal de demissie voor Godard Adriaan. Alleen zegt ze dat natuurlijk niet als keurige, nederige 17de eeuwse vrouw. Ze zegt dat ze toch echt gedacht had dat Willem III Godard Adriaan voor zijn vertrek naar het leger geschreven zou hebben. Wij weten wel beter…

Brieffragment Godard Adriaan naar huis

Ameronge den
24 maart 1677
[rec. 29. dito]

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 20 en 17 deeser
heb ick ontfange, het doet mij leet uhEd noch
sijn demissie noch vande staet noch van sijn hoochei
niet heeft bekoome, nu is hij naer de Armee
wieweet hoe lange het daer nu noch dueren
sal ick had niet gedocht of sijn hoocheijt, had
uhEd voor sijn vertreck geschreefve, [nu heeft]

Een triomfwagen wordt voortgetrokken door twee paarden. Om de wagen heen lopen vrouwen met kinderen. Op de wagen zit een dame met een staf en een duif op haar vinger. Ze kijkt naar de duif.
Triomfwagen met de personificatie van Nederigheid, Willem van Haecht naar Maarten van Heemskerck, 1564. Collectie: Georg August Universität Göttingen.

Glijdende Spanjaarden

Het vertrek naar het Staatse leger is niet voor niets, want volgens Margarethe is Valenciennes al gevallen en staan de Fransen inmiddels voor Ieper. Als dat zo is dan is dat wel een uitglijder van de Spanjaarden, wat heb je aan die lieden?

Wat betreft Ieper is Margaretha wel heel erg bij de pinken: Lodewijk XIV komt er zelf pas in 1678 toe om Ieper te beleggen.

Brieffragment Valenciennes en Ieper

[uhEd voor sijn vertreck geschreefve,] nu heeft
men tijdine dat niet alleen valanschien
over is maer ock dat ijperen soude beleegert
sijn, so dat waer is laetent de spaense
ock machtich gaen glijen1Glijden in de figuurlijke zin. Waarschijnlijk een beetje zoals we nu een uitglijder gebruiken: ‘als dat waar is, is dat een enorme uitglijder van de Spanjaarden’ , wat staet is op
dat volck te maecken, [den heer van neetel=]

In een wijds, licht glooiend landschap ligt in de verte een stad. Op de voorgrond verzamelen zich de hoge heren op hun paarden, daarachter trekken kolonnes soldaten te voet en te paard richting de stad. Halverwege de voorgrond en de stad zien we allemaal witte wolkjes. De meeste bomen zijn kaal, één heeft al wat voorzichtige blaadjes.
Belegering van Valenciennes, 16 maart 1677, Adam Frans van der Meulen, 1677-1690. Collectie: Louvre Parijs.

Vreedzame harten

Margaretha ziet het allemaal met lede ogen aan, wat als de Fransen zo door gaan, staan ze zo in Brabant. En dan? Dat betekent militair een zwaar jaar. Margaretha schiet weer een beetje in stress die je ook aan het eind van het rampjaar zag: het is wonderlijk en ze kan niet alles schrijven. Ze hoopt maar dat de Heer ons allen vreedzame harten geeft. Daar kan ik op dit moment alleen maar ‘Amen’ op zeggen…

Brieffragment vreedzame harten

[sal te besien staen,] so de franse so voortgaen

staet te vreese dat sij noch deese soomer meester
van heel brabant worden, dat droefvich voor ons
sal sijn, en vrees ick dit ijaer Een swaere kam
=pange de heer almachtich wil a ons alle bij
staen en al het onse bewaere voor ongelucke
het staet hier wonderlijck ick kan alles niet
schrijfve, de heer wil ons alle vreedsaeme harte
geefve, [deese dach schrijft mij beusekom datter]

Cupido verbrandt zijn wapens, Adam von Bartsch naar Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), 1805. Collectie: Detroit Institute of Arts.

Vaart

Ze laat het hoofd niet lang hangen, want ze moet door! Beusinchem heeft geschreven dat het eerste schip met hardstenen in Utrecht aan is gekomen! Hoera! Het zou fijn zijn als ook de andere schepen snel komen. En stiekem lijkt Margaretha toch nog hoop te hebben dat haar man snel thuis komt. Ze formuleert het alleen nogal omfloerst: het zou fijn zijn als alle schepen met hardsteen voor Godard Adriaans vertrek uit Bremen ingescheept en op weg naar de Republiek zouden zijn.

Rietveld is inmiddels aangekomen en ze zal hem vertellen wat haar plannen zijn. Ze is niet van opinie veranderd, maar voor Godard Adriaan herhaalt ze het allemaal nog maar een keer.

Brieffragment hardsteen in Utrecht

[geefve,] deese dach schrijft mij beusekom datter
gisteren Een schip van uhEd afgesonde met
hartsteen tot wttrecht is gearijveert hoope
dat de andere nu ock haest sulle volge en
behoude overkoomen, koste alde vloer en
hartsteene voor uhEd vertreck gescheept en
gesonde worde waer te wenschen so was
men dat vast over, deesen avont is rietvelt
hier gekoome ick sal nu met hem overlegge
waneer men aent werck sal gaen en wat me
Eerst sal doen, [ben van opijnie dat het Eerste]

Pentekening van een fier zeilschip. Op het dek staat iemand voorover gebogen.
Cöelen Aak (Aque de Colonia), Rafael Monleón y Torres, 1867. Collectie Biblioteca Digital Hispánica.

Blije Frits

De kleine Frits, hij is inmiddels acht, is door het dolle heen! Blanche zal een (eindelijk!) een klein paardje voor hem kopen. De belofte was er al eerder, maar kennelijk heeft hij het nog even met zijn stokpaard moeten doen. Meester Wil die met de honden van Willem III werkt, heeft al een Engels zadeltje en hoofdstel voor hem geregeld. Frits is er dus helemaal klaar voor als het paardje arriveert. Hij schrijft zijn grootvader en Blanche natuurlijk nog wel een keurige dankbrief. Morgen.

Brieffragment blije Frits

wat vreuchde hier vandaech bij frits is geweest

omt paert dat blansche voor hem heeft gekocht daer hij groote papa
ten voorste en Monsu blansche voor bedanckt, hij sal met de nas
=te post briefve van danckseggine schrijfve, meester wil die bij
sijn hoocheijts honde is heeft hem een seer net Engels saeltge met
toom verEert so dat hij alst paert komt nu klaer sal sijn

Een jongen met een bijzondere hoofdtooi en een cape aan zit op een paardje. Hij heeft zijn linkerhand aan de teugels en zijn rechter hand in de lucht. Het paardje stapt vooruit met zijn oren in zijn nek en hij laat zijn tanden zien. In een boom hangen heraldische wapens, op de achtergrond een bergachtig landschap met een poort en een kasteel.
Jongen te paard, Lucas Cranach (I), 1506, Collectie Rijksmuseum

Toch niet naar huis

Als Godard Adriaan nou toch niet naar huis komt, dan zal Margaretha nog een keer boter en ander proviand sturen. Godard Adriaan moet maar aangeven wat hij nodig heeft. Ze mogen Blanche wel dankbaar zijn dat hij zo zuinig met hun geld om gaat en Jenneke doet het ook goed. Margaretha drukt Godard Adriaan op het hard dat ook zij haar uiterste best doet om geld te besparen. Ze moet eigenlijk naar Den Haag, maar had dat vanwege de kosten voor zich uit geschoven tot Godard Adriaan zelf thuis zou zijn. Hij zou toch naar Den Haag moeten, maar ja, nu moet ze toch echt een keer die kant op. Dan kan ze ook gelijk proviand bestellen.

Brieffragment proviand

so uhEd daer langer moet blijfve sal ick hem van booter
en andere behoefticheede versorghe, in welcke geval uhEd
belieft te schrijfve wat hij van noode heeft, blansche hebbe
wij oblijgasi dat hij soo meenaesgeert en jeneken doet ook wel
want seecker tis ons ten hoochste noodich, ick verseeckere
uhEd doet hier ock soo veel alst moogelijck is, heb seer nootsae
kelijck een dach of drij inde haech te doen en heb tot noch toe mij
de koste vant reijse ontsien ent al wtgestelt tot uhEd overkomst
dan sal deselfve toch inde haech moeten sijn, dan so deselfve noch
daer moet blijfve, sal ick een keer derwaerts moeten doen, en
uhEd sijn provijsie met Een bestelle, men schrijft mij ock wt den

Een man met een schort voor draagt op zijn hoofd een dienblad met een bord eten en een theekannetje.
Etensdrager, Anoniem (Chinees). Collectie: Albertina Wenen.

Oh, oh, Den Haag!

A propos, Den Haag! Er komen uit Den Haag brieven dat Adam van Lockhorst in Londen in de problemen is gekomen. Hij is in het huis van Coenraad van Beuningen gevlucht en daar blijft hij tot hij weer naar huis komt. Zijn vrienden in de Republiek zeggen dat hij officiers aangenomen had, maar dat die niet naar afspraak zijn uitbetaald. Er wordt getwijfeld of dat waar is, maar als het waar is, dan is dan nog “Exkusabel”. Alleen al om hoe het woord eruit ziet, vind ik dat we dat weer in moeten voeren. Exkusabel.

Brieffragment Heer van de Lier

[uhEd sijn provijsie met Een bestelle,] men schrijft mij ock wt den
haech dat den heer vande lier2Frederik van Reede van Renswoude Een quade rheijnkontere3Rencontreren: ontmoeten tot londen
heeft gehadt en dat hij int huijs vande heer beunine is ge=
Eschapeert4Echapperen: ontsnappen daer hij hem op hout en staet weer hier te lande
te koome, sonde dat men mij schrijft waer over, dan sijn vriende
alhier segge dat het van Eenige offisiers die hij aengenoome
hadt en hier gedient hebbe die klaechge dat sij volgens de

kondiesie die hij niet haer gemaeckt had niet sijn getrackteert
of voldaen, so dat waer is daer nochtans somige aen twijfele
sout noch Exskusabel weesen, nu hier meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Tekening van een groep mannen die met elkaar op de vuist gaat. Er wordt gestompt, met een stoel geslagen, bij de keel gegrepen en weggedoken.
Vechtpartij, Franz Gaudeck, 1926. Collectie: Deutsche Fotothek.
  • 1
    Glijden in de figuurlijke zin. Waarschijnlijk een beetje zoals we nu een uitglijder gebruiken: ‘als dat waar is, is dat een enorme uitglijder van de Spanjaarden’
  • 2
    Frederik van Reede van Renswoude
  • 3
    Rencontreren: ontmoeten
  • 4
    Echapperen: ontsnappen

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén